Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:7251

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
01-08-2018
Datum publicatie
08-08-2018
Zaaknummer
04 6689197 CV EXPL 18-1120
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Zelfstandige zorgverlener vordert betaling van de coöperatieve vereniging. Nu niet komt vast te staan dat de coöperatieve vereniging ook de opdracht tot het verstrekken van de zorg heeft gegeven volgt afwijzing van de vordering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 6689197 \ CV EXPL 18-1120

Vonnis van de kantonrechter van 1 augustus 2018

in de zaak van:

[eisende partij] , h.o.d.n. [handelsnaam eisende partij],

wonend te [woonplaats eisende partij] ,

eisende partij,

gemachtigde Bill Incasso B.V.,

tegen:

de coöperatie COOOPERATIE MENZZORG U.A.,

gevestigd te Reuver,

gedaagde partij,

gemachtigde mr. M.F.J. Gelissen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    de conclusie van repliek

  • -

    de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Eisende partij heeft als zelfstandige zorgverlener zorgtaken verricht bij diverse zorgaanvragers en was gedurende enige tijd deelnemer in de coöperatieve vereniging van gedaagde partij. Gedaagde partij is een coöperatieve vereniging die bemiddelt in het in stand houden van een samenwerkingsverband tussen zorgaanbieders en zorgaanvragers.

3 Het geschil

3.1.

Eisende partij vordert - samengevat - veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 5.609,84, vermeerderd met rente en kosten. In de conclusie van repliek stelt eisende partij dat de vordering dient te worden verminderd met een bedrag van € 1.630,65.

3.2.

Gedaagde partij voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Eisende partij stelt zich op het standpunt dat partijen zijn overeengekomen dat gedaagde partij op basis van door eisende partij verstrekte overzichten en declaraties aan zorgafnemers of aan ziektekostenverzekeringen zal factureren waarna de gelden minus 10% aan eisende partij dienen te worden betaald. Eisende partij stelt zich op het standpunt dat gedaagde partij de zogenaamde zorgindicatie dient aan te vragen op basis waarvan een ziektekostenverzekering overgaat tot uitbetaling van zorgkosten en dat het gedaagde partij is die de opdracht aan eisende partij heeft gegeven om zorg te verlenen bij de desbetreffende cliënten en uit dien hoofde aansprakelijk is voor voldoening van de door eisende partij ingediende overzichten en declaraties.

4.2.

Gedaagde partij stelt voorop dat volstrekt onduidelijk is hoe de vordering is samengesteld. Gedaagde partij wijst er op dat het de zorgverlener is die de zorgindicatie dient aan te vragen alvorens zorg te gaan verlenen. Gedaagde partij stelt alleen te bemiddelen tussen zorgverlener en zorgaanvrager en betwist uitdrukkelijk dat zij het is die de opdracht geeft tot het verlenen van zorg. Gedaagde partij stelt dat in de situatie van de familie [X] er een probleem is met de zorgindicatie en er nog onderhandeld wordt met de zorgverzekering en de familie wie voor de betaling van de door eisende partij verleende zorg aansprakelijk is.

4.3.

De kantonrechter stelt vast dat het Centrum voor Indicatiestelling (Ciz) op verzoek van de aanvrager een zorgindicatie afgeeft. De aanvraag dient te worden ingediend door degene die aanspraak wenst te maken op zorg. Dit betreft een wettelijke regeling gebaseerd op de Wet langdurige zorg en moet geacht worden bij iedereen, in elk geval bij de in de zorg werkzame personen, algemeen bekend te zijn. Het is de (zorg)aanvrager die, al dan niet op basis van een door het Ciz afgegeven zorgindicatie, een opdracht aan de zorgverlener vertrekt tot het aan hem/haar verlenen van zorg. Eisende partij grondt haar vordering op in opdracht van gedaagde partij verleende zorg. Deze grondslag is onjuist zodat de vordering daarom moet stranden. Overigens is het de kantonrechter ook volstrekt onduidelijk hoe het gevorderde bedrag is samengesteld nu dit niet valt op de maken uit de overgelegde overzichten en declaraties. Nu de vordering wordt gebaseerd op een ondeugdelijke grondslag komt de kantonrechter niet meer toe aan een verdere beoordeling en wordt de vordering afgewezen.

4.4.

Vast staat wel dat gedaagde partij op enige wijze bemiddelt bij het vergoeden van de door eisende partij verleende zorgtaken. Uit de ledenovereenkomst en de daarbij gevoegde bijlage dienstverleningsafspraken valt echter volstrekt niet op te maken hoe dit in de praktijk ten uitvoer moet worden gebracht. Kennelijk bemiddelt gedaagde partij ook nog bij het verhalen van door eisende partij gedeclareerde zorgkosten ten behoeve van de familie [X] . De kantonrechter ziet daarin aanleiding om de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

wijst de vordering af,

5.2.

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A.J. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken.

type: HM

coll: