Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:7233

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
01-08-2018
Datum publicatie
08-08-2018
Zaaknummer
04 6855883 CV EXPL 18-2595
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gedaagde partij voert bij conclusie van dupliek nieuw verweer. Dit is in strijd met artikel 128 Rv. Het door gedaagde bij dupliek gevoerde verweer had reeds bij conclusie van antwoord kunnen en moeten gevoerd worden. Thans geen extra ronde meer om eisende partij op het nieuwe verweer van gedaagde partij te laten reageren. Verweer wordt verworpen en de vordering toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 6855883 \ CV EXPL 18-2595

Vonnis van de kantonrechter van 1 augustus 2018

in de zaak van:

de vennootschap naar buitenlands recht YOUR LOOK... FOR LESS! (SIEH AN! HANDELSGESELLSCHAFT GmbH),

gevestigd en kantoorhoudende te Amberg, Duitsland,

eisende partij,

gemachtigde Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso,

tegen:

1 [gedaagde partij sub 1] ,
wonend [adres gedaagde partijen] ,
[woonplaats gedaagde partijen] ,

2. [gedaagde partij sub 2],
wonend [adres gedaagde partijen] ,
[woonplaats gedaagde partijen] ,

gedaagde partij,

procederende in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding;

  • -

    de conclusie van antwoord;

  • -

    de conclusie van repliek;

  • -

    de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Gedaagde partij heeft in januari 2017 kleding bij eisende partij besteld. De bestelling is tezamen met de factuur ad € 48,47 d.d. 18 januari 2017 naar gedaagde partij verzonden en door gedaagde partij ontvangen.

2.2.

De factuur d.d. 18 januari 2017 is niet betaald.

3 Het geschil

3.1.

Eisende partij vordert - samengevat - veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 89,61, vermeerderd met rente en kosten.

3.2.

Aan haar vordering legt eisende partij ten grondslag de door gedaagde partij onbetaald gelaten factuur. Eisende partij heeft de bestelde kleding aan gedaagde partij verzonden en heeft geen retourzending noch een betaling ontvangen.

3.3.

Gedaagde partij voert verweer en stelt zich op het standpunt dat de bestelling aan eisende partij is geretourneerd. Het originele verzendbewijs heeft gedaagde partij in een eerder stadium aan eisende partij gestuurd.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Vast staat dat gedaagde partij de door haar bestelde kleding heeft ontvangen. Gedaagde stelt zich vervolgens op het standpunt dat zij de bestelling heeft geretourneerd. Eisende partij betwist dit.

4.2.

Overwogen wordt dat gedaagde partij haar stelling op geen enkele wijze aantoont. Het had op haar weg gelegen een (kopie) van het verzendbewijs in het geding te brengen. Dit heeft zij niet gedaan en de gevolgen daarvan dienen voor rekening van gedaagde partij te komen.

4.3.

Bij dupliek stelt gedaagde partij vervolgens dat ze reeds ruim voor aanvang van de terechtzitting een betalingsregeling met eisende partij heeft getroffen en ze niet begrijpt waarom eisende partij de zaak toch doorzet.

Eisende partij heeft niet meer kunnen reageren op deze nieuwe stelling van gedaagde partij. Conform artikel 128 Rv dient gedaagde partij alle verweren bij conclusie van antwoord naar voren te brengen. Gedaagde partij stelt dat reeds ruim voor de eerste zittingsdag een betalingsregeling met eisende partij is getroffen. Ten tijde van het indienen van de conclusie van antwoord was dit dus reeds bij gedaagde partij bekend en gedaagde partij had dit dus destijds kenbaar moeten maken. Gedaagde partij heeft ook op geen enkele wijze aangetoond dat sprake is van een betalingsregeling. De kantonrechter ziet thans geen redenen aanwezig nog een schriftelijke ronde te gelasten, zodat eisende partij op de nieuwe stelling van gedaagde partij kan reageren. Nu niet kan worden vastgesteld dat tussen partijen een betalingsregeling bestaat, dient dit verweer te worden verworpen. Eisende partij heeft gedaagde partij terecht in rechte betrokken.

4.4.

De kantonrechter acht geen termen aanwezig gedaagde partij toe te laten tot nadere bewijslevering.

4.5.

Eisende partij maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op/na 1 juli 2012 is ingetreden.

Eisende partij heeft aan gedaagde partij een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zijn derhalve toewijsbaar.

4.6.

Gelet op het voorgaande zal de vordering aan eisende partij worden toegewezen. Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:

  • -

    dagvaarding € 87,42

  • -

    griffierecht 119,00

  • -

    salaris gemachtigde 60,00 ( 2 x tarief € 30,00)

totaal € 266,42

4.7.

De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt gedaagde partij hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 89,61, vermeerderd met de wettelijke rente over € 48,47 vanaf 9 april 2018 tot de dag van volledige betaling,

5.2.

veroordeelt gedaagde partij hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten aan de zijde van eisende partij gevallen en tot op heden begroot op € 266,42,

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

wijst – voor zover nodig – het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Rijksen en in het openbaar uitgesproken.

type: ksf

coll: