Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:6901

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
18-07-2018
Datum publicatie
23-07-2018
Zaaknummer
6637910\CV EXPLl 18-720
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Partijen sluiten overeenkomst van opdracht. Vordering tot betaling van het restant van de eindfactuur is toegewezen. Verweer van gedaagde, dat met name in de sleutel van de Wet Ketenaansprakelijkheid staat, wordt afgewezen. Van belang is of overeenkomstig de opdracht is gewerkt en gefactureerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 6637910 \ CV EXPL 18-720

Vonnis van de kantonrechter van 18 juli 2018

in de zaak van:

[eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] ,

wonend [adres eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] ,

[woonplaats eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] ,

eisende partij in conventie, verweerder in reconventie,

gemachtigde mr. R.A. van der Heijden, Stichting Achmea Rechtsbijstand,

tegen:

[gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] ,

wonend [adres gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] ,

[woonplaats gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] ,

gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,

procederende in persoon.

Partijen zullen hierna [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] en [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie

  • -

    de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie

  • -

    de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie

  • -

    de conclusie van dupliek in reconventie.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] handelt onder de naam “ [handelsnaam eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] ” en is gespecialiseerd in schilderen en glaszetten.

[gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] handelt onder de naam “ [handelsnaam gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] ” en is gespecialiseerd in algemene burgerlijke en utiliteitsbouw en handelsbemiddeling in hout, vlakglas, sanitair en bouwmaterialen.

2.2.

Voor een project in Leiderdorp heeft [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] benaderd voor een klus in onderaanneming.

[eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] heeft een offerte d.d. 6 november 2016 opgesteld betreffende schilderwerk voor texwerk, 10 ramen, 34 deuren, 6 puien en 1 trap tegen een totaalprijs van € 19.620,00 inclusief materialen en exclusief btw. Regie-uren zijn geoffreerd voor € 35,00 per uur.

De offerte is mondeling door [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] geaccepteerd.

2.3.

[eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] heeft tussentijds gefactureerd. [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] heeft in totaal 170 uren extra werk in rekening gebracht en de kosten voor “extra deuren laag” ad € 200,00.

Op 12 januari 2016 heeft [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] een eindrekening opgesteld ten bedrage van € 12.775,00. Na herinnering, aanmaning en laatste aanmaning betaalt [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] op 16 maart 2016 een bedrag van € 3.000,00.

2.4.

De gemachtigde van [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] sommeert [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] per brief van 9 mei 2016 tot betaling van het openstaande bedrag van € 9.275,00.

Daarna betaalt [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] een bedrag van € 4.000,00.

2.5.

[gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] wordt vervolgens gesommeerd voor het nog openstaande bedrag van € 5.275,00 en de gemachtigde van [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] en [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] hebben vervolgens per e-mail gecorrespondeerd.

3 Het geschil in conventie en in reconventie

3.1.

[eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] tot betaling van € 5.913,75 (€ 5.275,00 aan hoofdsom en € 638,75 aan buitengerechtelijke kosten), vermeerderd met rente en kosten en voert verweer tegen de vordering in reconventie.

3.2.

[gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] vordert - samengevat - veroordeling van [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] tot het aanleveren van correct ingevulde weekstaten en onderbouwing van de facturen, met creditering van de openstaande bedragen en te veel gefactureerde bedragen conform de opstelling van [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] voor de eindrekening, vermeerderd met rente en kosten en een vergoeding voor de extra diensten en materialen die [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] betaald heeft. [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] voert verder verweer tegen de vordering in conventie.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling in conventie en in reconventie

in conventie

4.1.

De kantonrechter stelt het volgende voorop. [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] vordert betaling van het nog openstaande bedrag voortvloeiend uit de in opdracht en voor rekening van [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] verrichte werkzaamheden. De beantwoording van de vraag of [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] aan [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] dient te betalen, moet beantwoord worden aan de hand van de wettelijke bepalingen zoals vermeld in boek 6 en 7 van het Burgerlijk Wetboek. Van belang daarbij is wat exact de inhoud van de opdracht is, of de werkzaamheden goed zijn uitgevoerd en of is gefactureerd overeenkomstig hetgeen is overeengekomen. Het verweer dat [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] voert staat met name in de sleutel van de Wet Ketenaansprakelijkheid. Deze wet maakt de aannemer van een werk en de inlener van arbeidskrachten aansprakelijk voor de loonheffingen die zijn onderaannemer in verband met aan hem uitbesteed werk moet afdragen. Op zijn beurt kan de onderaannemer een deel van het werk dat aan hem is uitbesteed, aan een ander uitbesteden of gebruik maken van ingeleende arbeidskrachten waardoor een keten ontstaan van (onder)aannemers/inleners die allen bij de uitvoering van één werk betrokken zijn. Of en zo ja [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] heeft voldaan aan de bepalingen van de Wet Ketenaansprakelijkheid is voor de civiele beoordeling van de vraag of de vordering moet worden toe- of afgewezen, niet relevant. Bepalend is de vraag of overeenkomstig de opdracht is gewerkt en gefactureerd.

4.2.

De kantonrechter stelt vast dat er geen schriftelijke opdrachtbevestiging of voor akkoord ondertekende offerte is. Leidraad in deze procedure vormt de offerte van [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] waarvan vast staat dat deze mondeling is geaccepteerd. [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] voert aan dat ten aanzien van het texwerk een korting van € 1,00 per m² is afgesproken, maar een dergelijke afspraak wordt door [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] betwist. De kantonrechter passeert dit verweer omdat dit niet is aangetoond.

4.3.

[gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] voert aan dat de inkoopvoorwaarden van Thermoflor, de opdrachtgever van [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] , leidend zijn. [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] betwist dat deze van toepassing zijn. De kantonrechter overweegt dat het enkele feit dat de inkoopvoorwaarden op de verhouding tussen Thermoflor en [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] van toepassing zijn, niet automatisch met zich brengt dat deze ook toepassing hebben op de overeenkomst tussen [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] en [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] . Wil dit het geval zijn dan gelden de gebruikelijke regels over de totstandkoming van een overeenkomst. [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] doet een aanbod met betrekking tot de toepasselijkheid van de inkoopvoorwaarden van Thermoflor, welk aanbod door [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] moet worden geaccepteerd. Gesteld noch gebleken is dat hiervan sprake is. Ook dit verweer treft daarom geen doel.

4.4.

Het verweer van [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] houdt verder in dat er geen dan wel geen afdoende verantwoording van de uren heeft plaatsgevonden. Een goede urenadministratie is een gebruikelijke weekstaat met gewerkte uren, pauzes, naam en bsn nummer, aldus [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] .

Ter weerlegging van dit verweer verwijst [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] naar de bij dagvaarding overgelegde urenverantwoordingsstaten.

De kantonrechter overweegt in dit verband als volgt. Zoals hiervoor reeds is overwogen is er geen schriftelijke opdrachtbevestiging voorhanden. Wat partijen exact hebben afgesproken over (de inhoud van) de urenverantwoording staat daarom niet vast. Dit komt voor rekening en risico van [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] als opdrachtgever. Bij dagvaarding heeft [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] de urenverantwoording overgelegd. Bij gebrek aan duidelijke afspraken over de inhoud daarvan, is de kantonrechter van oordeel dat [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] in voldoende mate heeft voldaan aan de verplichting de uren te verantwoorden. Een duidelijk en concreet verweer hiertegen is door [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] ook niet gevoerd. De vraag of deze verantwoording voldoet aan de normen die de opdrachtgever van [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] en de Wet Ketenaansprakelijkheid daaraan stellen, is in deze procedure niet relevant. Dit ontslaat [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] in elk geval niet van zijn betalingsverplichting.

4.5.

Nu het verweer van [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] is verworpen, kan de vordering van [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] worden toegewezen. Dit geldt ook voor de gevorderde rente en buitengerechtelijke kosten. Tegen deze nevenvorderingen is immers geen verweer gevoerd.

in reconventie

4.6.

[gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] vordert hetgeen hiervoor onder 3.2. is vermeld. De kantonrechter is van oordeel dat deze tegeneis moet worden afgewezen, nu deze niet voldoet aan de daaraan te stellen wettelijke eisen. Zo is er in de eerste plaats geen duidelijk omschreven concrete vordering en is evenmin voldaan aan de vereisten van artikel 111 lid 3 Rv.

in conventie en in reconventie

4.7.

De kantonrechter acht geen termen aanwezig [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] toe te laten tot nadere bewijslevering.

4.8.

[gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] worden begroot op:

  • -

    dagvaarding € 84,21

  • -

    griffierecht 226,00

  • -

    salaris gemachtigde conventie 500,00 (2 x tarief 250,00)

  • -

    salaris in reconventie 150,00 ( 2 x 0,5 x tarief € 150,00)

totaal € 960,21

Over deze proceskosten zal de wettelijke rente worden toegewezen met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis. Voor toewijzing van wettelijke handelsrente is immers geen grondslag, nu de verschuldigdheid hiervan niet voortvloeit uit de (handels)overeenkomst tussen partijen maar uit de wet.

4.9.

De gevorderde nakosten zullen worden toegewezen overeenkomstig de richtlijnen van het LOVCK&T en worden begroot op een half salarispunt conform het liquidatietarief proceskosten met een maximum van € 100,00 aan nakosten salaris.

4.10.

De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5 De beslissing in conventie en in reconventie

De kantonrechter

in conventie

5.1.

veroordeelt [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] te betalen een bedrag van € 5.913,75, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over
€ 5.275,00 vanaf 18 januari 2016 tot de dag van volledige betaling,

in reconventie

5.2.

wijst de vordering af,

in conventie en in reconventie

5.3.

veroordeelt [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] in de proceskosten aan de zijde van [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] gevallen en tot op heden begroot op € 960,21, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van betaling,

5.4.

veroordeelt [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] onder de voorwaarde dat deze niet binnen 2 weken na aanschrijving door [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 100,00 aan salaris gemachtigde,

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis,

5.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Rijksen en in het openbaar uitgesproken.

type: PL

coll: