Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:688

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
24-01-2018
Datum publicatie
24-01-2018
Zaaknummer
6350128 CV EXPL 17-7293
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een telecom-incassozaak uit 2013 / begin 2014 die mogelijk lang op de plank is blijven liggen om daar in 2017 weer van opgediept te worden. Uit de wijze waarop Ziggo en haar gemachtigde de vordering in rechte presenteren, ontstaat bij de kantonrechter niet de indruk dat er veel tijd en onderzoek gestoken is in het achterhalen van de relevante feiten. Nu het verweer van de consument wel solide was en onvoldoende gemotiveerd weerlegd wordt, is afwijzing van de vordering de logische uitkomst. Ook moet Ziggo de consument € 50,00 aan kosten vergoeden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2018/449
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer 6350128 CV EXPL 17-7293

Vonnis van de kantonrechter van 24 januari 2018 (bij vervroeging)

in de zaak

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ZIGGO B.V.

gevestigd en kantoor houdend te Utrecht

verder ook aan te duiden als “Ziggo”

eisende partij

gemachtigde: een ongenoemd gelaten natuurlijke persoon ten kantore van Aedizon Gerechtsdeurwaarders B.V. (verder: Aedizon) te Groningen

tegen

[gedaagde]

wonend te [woonplaats] aan de [adres 1]

verder ook aan te duiden als “ [gedaagde] ”

gedaagde partij

in persoon procederend

1 De procedure

Ziggo heeft [gedaagde] op 4 september 2017 gedagvaard voor een vordering als omschreven in het exploot van dagvaarding. Tegelijk daarmee zijn twee producties betekend.

[gedaagde] heeft - na verkregen uitstel - voor de rolzitting van 1 november 2017 een schriftelijk antwoord / gemotiveerd verweer ingediend, onder verwijzing naar twee producties.

Vervolgens heeft Ziggo ter rolzitting van 6 december 2017 voor repliek geconcludeerd onder toevoeging van een derde productie. Hoewel geen opgave gedaan is van de naam van de natuurlijke persoon die bij de rechtspersoon “Aedizon” door het zetten van een handtekening verantwoordelijk is voor deze repliek, heeft de rolrechter het processtuk in deze (niet met art. 83 Rv sporende) uitvoering geaccepteerd, zodat het aan Ziggo toegerekend kan worden.

[gedaagde] heeft ter afsluiting van het voortgezette processuele debat voor de rolzitting van 3 januari 2018 schriftelijk van dupliek gediend. Hij volhardde bij het eigen standpunt.

Hierna is vonnis bepaald. De uitspraak is - bij vervroeging - op vandaag gesteld.

2 Het geschil

2.1

Ziggo vordert de veroordeling van [gedaagde] - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad - om aan haar een bedrag van € 99,21 te betalen, nog te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 54,29 vanaf 24 augustus 2017 tot de datum van voldoening. Verder verlangt Ziggo van [gedaagde] vergoeding van de aan haar zijde te liquideren kosten van de procedure (“ de kosten naar de Wet” in haar terminologie).

In voortgezet debat heeft Ziggo haar vordering ten volle gehandhaafd.

2.2

Ziggo baseert de vordering op de volgende omstandigheden en/of stellingen.

Het gaat haar om één onbetaald gelaten factuur d.d. 27 september 2013 ten bedrage van oorspronkelijk € 132,64 waarvan [gedaagde] volgens Ziggo € 54,29 onbetaald gelaten heeft (eerste deel Prod.1). De factuur betrof diensten op het vlak van telecommunicatie, door Ziggo geleverd aan het adres [adres 2] in [plaats] . Deze diensten vloeiden voort uit een (klaarblijkelijk op consumentenvoorwaarden) door Ziggo per 10 mei 2013 voor onbekende duur als ‘pakket’ met [gedaagde] aangegaan abonnement Internetbeveiliging en ‘Alles-in-1-Basis’ voor aansluiting op radio, televisie, internet en telefonie. Ter aanvulling zou [gedaagde] per 17 augustus 2013 ook een abonnement genomen hebben op een ‘Fox Sports pakket’. Op de digitaal aangegane overeenkomst (niet nader uiteengezet, noch met een geschrift geadstrueerd) waren volgens Ziggo de eveneens langs digitale weg beschikbaar gestelde algemene voorwaarden van toepassing. Als Prod.3 heeft Ziggo bij repliek de volgens haar relevante artikelen van die voorwaarden geselecteerd en in het geding gebracht (zonder deze verder naar de inhoud te bespreken). Wegens ‘wanbetaling’ van de kant van [gedaagde] zegt Ziggo haar diensten per 31 januari 2014 beëindigd te hebben. Geen van de producties adstrueert een dergelijke beëindigingshandeling. De eerste overgelegde factuur (Prod.1) ziet op verbruikskosten tot en met 27 september 2013 en verder op bij voorbaat voor de maand oktober in rekening gebrachte abonnementskosten voor de gecontracteerde pakketten. Het tweede onderdeel van dezelfde productie (Prod.1) ziet op een per 28 maart 2014 afgegeven creditering ten belope van € 48,47 voor de (door de beëindigingshandeling) niet gecontinueerde afname van diensten in het tijdvak 31 januari 2014 tot 1 maart 2014 en het daardoor te veel in rekening gebrachte abonnementsgeld. Bovendien heeft [gedaagde] voorafgaand aan ‘incasso-overdracht’ van de vordering nog een bedrag van € 29,88 aan ‘betalingen’ verricht, zodat Ziggo per saldo nog € 54,29 in hoofdsom ‘opeisbaar’ te vorderen beweert te hebben. Ziggo houdt het er voor dat [gedaagde] toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de overeenkomst door de abonnementsgelden over de periode 1 oktober 2013 tot 1 november 2013 alsmede de verbruikskosten onbetaald te laten. Zij verwijst naar de factuur van 27 september 2013 die via (een afgegeven machtiging tot) automatische incasso voldaan had moeten worden. Ziggo leidt daaruit af dat [gedaagde] ‘van rechtswege in verzuim’ geraakte ‘vanaf de vervaldatum van de factuur’ die zij gelijkstelt met de factuurdatum. Ingebrekestelling was bij een dergelijke ‘fatale termijn’ overbodig. Verbruikskosten is de afnemer van de dienst / gebruiker van het abonnement (maandelijks) achteraf verschuldigd.

2.3

Vanaf ‘de datum van verzuim’ (klaarblijkelijk in de visie van Ziggo te stellen op 27 september 2013) brengt Ziggo [gedaagde] tot 24 augustus 2017 € 4,92 aan vervallen geachte wettelijke rente in rekening. Een berekening is niet bijgevoegd. Op basis van een op 1 maart 2017 door de gemachtigde van Ziggo aan gedaagde ‘verzonden’ brief (Prod.2, in het exploot ten onrechte aangeduid als productie 3), die volgens Ziggo beantwoordt aan de eisen van een ‘veertiendagenbrief’ als bedoeld in art. 6:96 lid 6 BW, wordt voor de toekomst aanspraak gemaakt op vergoeding van een bedrag van € 40,00 aan buitengerechtelijke kosten van incasso. Hoewel Ziggo er van uitgaat dat [gedaagde] deze op 1 maart 2017 gedagtekende brief ‘uiterlijk op de derde werkdag na de verzending ervan door eisende partij (c.q. de gemachtigde van de eisende partij)’ ontvangen heeft, resulteerde ook die ‘Aanmaning’ niet in betaling. Ziggo vindt daarom dat [gedaagde] de op het basisbedrag van € 40,00 bepaalde incassokosten ook zal moeten voldoen. Het exploot vermeldt niets omtrent al dan niet buiten rechte door [gedaagde] geleverd verweer en/of Ziggo’s reactie daarop. Ook is geen verklaring gegeven voor het extreme tijdsverloop tussen factuur en aanmaning / dagvaarding.

2.4

Ziggo keert zich in voortgezet debat tegen hetgeen van de kant van [gedaagde] tegen de vordering ingebracht is. Zij volhardt bij al haar aanspraken, maar opnieuw zonder enige verklaring te geven voor de betrachte lange stilte in de communicatie met [gedaagde] . Ziggo wijst er op dat [gedaagde] ‘te allen tijde’ verantwoordelijk was voor het gebruik / verbruik van de (vaste) telefoonaansluiting op het leveringsadres in [plaats] waarvoor het onbetwist gebleven contract aangegaan was. Dit geldt ook voor de periode gedurende welke [gedaagde] naar eigen zeggen niet meer woonachtig geweest is aan de [adres 2] in [plaats] . Nadrukkelijk (doch in algemene bewoordingen) bestreden wordt verder dat [gedaagde] of zijn vader hierover meermaals telefonisch contact had met de gemachtigde van Ziggo: “Er is tussen gemachtigde en gedaagde betreffende onderhavige vordering geen enkel contact geweest”. De financiële situatie van [gedaagde] ten slotte kan volgens Ziggo niet van invloed zijn op de beantwoording van de betalingsvraag. Ook bij repliek heeft Ziggo, net als in het inleidende processtuk, volstaan met een uiterst globaal bewijsaanbod, zowel naar onderwerp als naar te hanteren middelen (“Eiseres biedt bewijs aan van al haar stellingen door alle middelen en wegen rechtens, in het bijzonder middels bescheiden en getuigen”).

2.5

Het verweer van [gedaagde] (ten tijde van dagvaarding 24 jaar oud) komt op het volgende neer. [gedaagde] bestrijdt niet dat er met ingang van 10 mei 2013 (door hem dan wel zijn ouders bij wie hij inwoonde) voor het woonadres [adres 2] in [plaats] een abonnementsafspraak met Ziggo gemaakt is. Door een ingrijpende gebeurtenis, te weten de gedwongen ontruiming van de woning per 18 september 2013 op vordering van verhuurder Stienstra (wegens een huurgeschil), is het gezin van de ene op de andere dag op straat komen te staan en op hulp van anderen - familie en kennissen - aangewezen geraakt (onder meer voor tijdelijke huisvesting en opslag van de inboedel na de gedwongen ontruiming). Per 8 maart 2014 heeft het gezin (man, vrouw, zoon en dochter) met hulp van de lokale wethouder en een instelling van maatschappelijk werk een woning in [woonplaats] kunnen betrekken. Daarmee kwam voor de vier gezinsleden een einde aan een ‘Nomadenbestaan’. Deze veranderde situatie is tot op heden gecontinueerd. Het spreekt volgens [gedaagde] vanzelf dat de ontruiming met directe ingang ieder eigen gebruik van het abonnement op het oude woonadres volstrekt onmogelijk maakte: men leefde min of meer op straat en verkeerde in een ‘roes’. [gedaagde] zegt op 5 maart 2014 over het gebeurde contact te hebben gehad met mevrouw [medewerkster Ziggo] van Ziggo en haar alles uitgelegd te hebben. Dat gesprek leidde er toe dat op advies van [medewerkster Ziggo] een door haar als schuld genoemd bedrag van € 26,78 terstond op 5 maart 2014 overgemaakt is (bijlage 1 bij antwoord). De aanvullende toezegging van [medewerkster Ziggo] was dat het abonnement met terugwerking tot 1 oktober 2013 beëindigd zou worden. Daarmee leek de zaak afgedaan. Toen desondanks een kennelijk door Ziggo ingeschakeld (incasso)bedrijf een vordering aan de orde stelde, heeft [gedaagde] daarop in de loop van 2014 per e-mail gereageerd door het voorafgaande opnieuw onder de aandacht te brengen (zie ander deel van bijlage 1 plus bijlage 2). Een reactie bleef uit. Ook Aedizon is door [gedaagde] in een latere fase volledig geïnformeerd over het feit dat en de reden waarom er geen sprake (meer) kon zijn van enige vordering betreffende het vorige woonadres in [plaats] . Met hetzelfde resultaat: er kwam geen antwoord. Ook telefonische contacten met de bureaus van de achtereenvolgende gemachtigden hebben Ziggo er niet van overtuigd dat het beter was om eens goed onderzoek of navraag te doen en aldus te ontdekken dat men er naast zat. [gedaagde] is al met al van oordeel dat er ten onrechte een vordering aan de kantonrechter voorgelegd is, dat die vordering afgewezen moet worden en dat Ziggo alle kosten moet dragen.

2.6

In voortgezet debat heeft [gedaagde] zich door het weerwoord van Ziggo niet laten overtuigen. Gewezen wordt op een aantal vreemde punten, zoals een beweerde betaling van € 29,88 terwijl het aantoonbaar om € 26,78 gegaan is; de mettertijd wisselende bedragen die Ziggo of haar gemachtigden te vorderen meende(n) te hebben; de ontkenning van contact, terwijl met de selectie van stukken die [gedaagde] overgelegd heeft, bewijs van zulk contact geleverd is. [gedaagde] blijft er dan ook bij dat het contract met Ziggo in overleg met haar medewerkster [medewerkster Ziggo] en door betaling van een restbedrag van € 26,78 ontbonden is, zodat er geen vordering meer bestaat. Hij neemt het deurwaarderskantoor Aedizon kwalijk dat zo slordig met zijn belangen omgesprongen is en dat in overleg met Ziggo geen zorgvuldig onderzoek naar de toedracht ingesteld is. Tot een rechtszaak had het dan niet hoeven komen.

3 De beoordeling

3.1

Het is bijna gênant hoe Ziggo en haar gemachtigde met deze zaak omgesprongen zijn. Nog los van het feit dat de eisende partij de traceerbare informatie over hetgeen zich in de contacten met vader, moeder en/of zoon [gedaagde] voorgedaan heeft in het tijdvak 10 mei 2013 tot 1 februari 2014 beperkt heeft tot het in het geding brengen van twee facturen (en later nog een selectie van volgens haar toepasselijke, maar niet nader uitgelegde algemene voorwaarden), wekt in de eerste plaats verbazing dat de periode van 31 januari 2014 tot 1 maart 2017 (datum verzending van de weinig informatieve brief / “AANMANING” van Aedizon Gerechtsdeurwaarders aan [gedaagde] in [woonplaats] ) in exploot en repliek geheel onbesproken blijft. Of het moest zijn dat Ziggo (tegen beter weten in) het door [gedaagde] bij antwoord uitvoerig beschreven en gedocumenteerde contact met de eisende partij - althans haar ‘gemachtigde’, wie daar dan ook mee bedoeld wordt - simpelweg ontkent (‘ten stelligste betwist’). Dit onbesproken laten heeft tot gevolg dat de met toereikende documentatie onderbouwde pertinente bewering van [gedaagde] dat begin maart 2014 met de voor Ziggo optredende mevrouw [medewerkster Ziggo] ontbinding van het contract met terugwerking tot 1 oktober 2013 afgesproken is tegen betaling van € 26,78, volstrekt onbestreden gebleven is en derhalve voor juist gehouden kan worden. De bewuste betaling is door [gedaagde] aangetoond met een print mobiel bankieren en was voorzien van een duidelijke omschrijving waarin deze ontbinding opgenomen was. Ziggo moet daarom geacht worden op basis van het toen klaarblijkelijk ook aan [medewerkster Ziggo] uitgelegde en harerzijds overtuigend bevonden verhaal omtrent de gedwongen ontruiming van het object van levering van communicatiediensten, zelf tegen finale kwijting ingestemd te hebben met deze beperkte betaling. Het fiat van [medewerkster Ziggo] kan aan Ziggo toegerekend worden nu Ziggo noch haar bevoegdheid tot het doen van een dergelijke toezegging noch het feit als zodanig betwist heeft. Het ontbreken van verbruiksgegevens in de factuur over de periode na 27 september 2013 bevestigt overigens dat van de overeenkomst na de ontruiming (door overmacht) in het geheel geen gebruik meer gemaakt is. Van een per 1 oktober 2013 resterende overeenkomst was en is aldus geen sprake meer, zodat een vordering die haar basis volledig zoekt in een factuur voor de maand oktober 2013 afgewezen moet worden.

uttuing bij antwoord uitvoerig bescghrven en gedocumnnteerde

3.2

[gedaagde] heeft volstrekt gelijk als hij Ziggo en haar gemachtigde voor de voeten werpt dat zij in eendrachtige ‘samenwerking’ nagelaten hebben in deze uiterst belegen zaak de eenvoudige opdracht te vervullen om terug te gaan naar de basis van de vordering en uit te zoeken, door navraag bij betrokkenen, wat er in maart 2014 voorgevallen is. Daarover heeft [gedaagde] immers een uitermate duidelijke, gedetailleerde en welomschreven uitleg gegeven. Dat die uitleg ook maar op enig punt niet zou kloppen, heeft Ziggo op geen enkele manier aannemelijk kunnen maken. Kennelijk betoonde zij in maart 2014 meer begrip voor de pijnlijke situatie waarin het gezin [gedaagde] verzeild geraakt was, dan zij thans kan opbrengen getuige haar weerwoord (“betalingsonmacht van gedaagde ontslaat hem niet van zijn betalingsverplichtingen” en “gedaagde is te allen tijde zelf verantwoordelijk voor het verbruik vanaf zijn telefoonaansluiting”). Maar los van dit gebrek aan begrip is veel ernstiger dat Ziggo zonder nader onderzoek naar het waarheidsgehalte van de uitlatingen en stukken van [gedaagde] deze impliciet voor leugenaar uitmaakt. Ziggo had, zoals [gedaagde] terecht opmerkt, deze procedure kunnen voorkomen door gewoon haar werk te doen of door haar gemachtigde te laten doen. Zij had al met al een procedure in het licht van de vastgestelde feiten en bij gebreke van dragende contra-argumentatie zelfs moeten nalaten of anders na kennisneming van het aan duidelijkheid weinig te wensen overlatende antwoord deze zaak onder vergoeding van door [gedaagde] gemaakte kosten moeten laten doorhalen.

3.3

Waar het wellicht al naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid in het licht van de gebleken omstandigheden onaanvaardbaar geweest zou zijn om [gedaagde] ten volle na 27 of 30 september 2014 aan zijn verplichtingen uit het abonnement te houden, wordt nu eenzelfde resultaat bereikt doordat Ziggo verplicht wordt zich te houden aan een destijds in maart 2014 namens haar gedane toezegging. Dat die toezegging niet gedaan is of dat de persoon in kwestie daartoe niet bevoegd was, is gesteld noch gebleken. De vordering van Ziggo wordt in volle omvang afgewezen, zodat ook het gebrek aan feitelijke onderbouwing van in het bijzonder de nevenvorderingen geen behandeling meer behoeft.

3.4

Het spreekt vanzelf dat het voorgaande er in resulteert dat de proceskosten voor rekening van Ziggo dienen te komen. Aan de zijde van [gedaagde] worden deze kosten begroot op een bedrag van € 50,00. Dit aan hem te vergoeden bedrag wegens redelijkerwijs voor de kosten van (advisering en hulp bij) het voeren van schriftelijk verweer in twee ronden zal Ziggo hem dienen te betalen uiterlijk veertien dagen na opgave van gegevens ten aanzien van een bankrekening waarop die betaling gedaan kan worden. Dit onderdeel van de beslissing wordt niet uitvoerbaar verklaard bij voorraad, omdat er niet om gevraagd is.

4 De beslissing

De kantonrechter komt tot het volgende oordeel:

- De vordering van Ziggo wordt bij gebrek aan feitelijke grondslag afgewezen.

- Ziggo wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten, hetgeen betekent dat zij aan [gedaagde] op zo kort mogelijke termijn een bedrag van € 50,00 aan kosten dient te vergoeden op een nader (aan haar gemachtigde) bekend te maken bankrekening.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.W.M.A. Staal en is in het openbaar uitgesproken.

Type: HS