Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:682

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
24-01-2018
Datum publicatie
24-01-2018
Zaaknummer
03/866304-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank veroordeelt verdachte ter zake van verkrachting van zijn ex-vriendin tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Rechtbank gebruikt als bewijsmiddelen de verklaringen van aangeefster, de vader van aangeefster, de nicht van aangeefster en Whats App berichtenverkeer tussen aangeefster en verdachte. Het scenario van een wraakactie van aangeefster naar de verdachte toe acht de rechtbank niet aannemelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/866304-16

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 24 januari 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

wonende te [adresgegevens verdachte] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. J.L.E. Marchal, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 10 januari 2018. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven en na wijziging van de tenlastelegging, op neer dat de verdachte zijn ex-vriendin heeft verkracht.

3 De voorvragen

De raadsman heeft aangevoerd dat de dagvaarding nietig moet worden verklaard. Het tenlastegelegde is onvoldoende feitelijk uitgewerkt omdat niet is vermeld uit welke handelingen het seksueel binnendringen heeft bestaan. En dus voldoet de tenlastelegging niet aan het vereiste van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering.

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman. Tijdens het onderzoek op de terechtzitting is de tenlastelegging alsnog verfeitelijkt. Daarenboven geldt dat volgens de rechtspraak van de Hoge Raad aan het begrip seksueel binnendringen voldoende feitelijke betekenis toekomt.1 De dagvaarding is dus geldig.

De rechtbank is bevoegd om van het ten laste gelegde kennis te nemen. De officier van justitie heeft recht tot strafvervolging. Er is niet gebleken van een reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat het ten laste gelegde kan worden bewezen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat sprake is van het ontbreken van voldoende wettig bewijs. De verklaring van aangeefster wordt onvoldoende ondersteund door ander bewijsmateriaal. Gelet op de regel dat een bewezenverklaring niet kan worden gebaseerd enkel en alleen op de verklaring van één getuige -de aangeefster in de onderhavige zaak- moet vrijspraak volgen. De andere als getuige gehoorde personen hebben hun wetenschap ‘van horen zeggen’. Aangeefster is steeds hun bron.

Daarnaast is de verklaring van aangeefster onaannemelijk, niet consistent, niet logisch en derhalve onbetrouwbaar. De verklaring van aangeefster staat lijnrecht tegenover de verklaring van de verdachte. De verdachte heeft verklaard dat aangeefster wraak op hem wil nemen, omdat de verdachte geen relatie meer wilde met haar, terwijl zij nog gevoelens voor hem had. Deze verklaring is aannemelijk, immers aangeefster heeft verklaard dat ze nog hoop had dat het goed zou komen tussen hen.

4.3

Het oordeel van de rechtbank 2

Inleiding

Zedenzaken kenmerken zich doorgaans door de omstandigheid dat slechts twee personen aanwezig waren bij de (gestelde) seksuele handelingen: het vermeende slachtoffer en de vermeende dader. Dit kan in geval van een ontkennende verdachte met zich brengen dat slechts de verklaringen van het (vermeende) slachtoffer als wettig bewijsmiddel voorhanden zijn. De enkele verklaring van één getuige -in zo’n geval het slachtoffer- is in beginsel onvoldoende om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Daar staat tegenover dat, met name in zedenzaken, een geringe mate aan steunbewijs in combinatie met de verklaring van het slachtoffer toch voldoende wettig bewijs kan opleveren. Uit het dossier en uit het verhandelde ter zitting moet de rechter dan onverminderd de overtuiging krijgen dat het aan een verdachte ten laste gelegde feit gepleegd is.

De rechtbank is van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de verdachte, [slachtoffer] heeft verkracht. Dit incident heeft zich afgespeeld in Maastricht op 26 maart 2016 in de woning van de ouders van de verdachte.

De rechtbank baseert haar conclusie op de verklaringen van aangeefster [slachtoffer] , de verklaringen van getuige [getuige 1] , de verklaring van getuige [getuige 2] en de WhatsApp berichten tussen [slachtoffer] en de verdachte.

De rechtbank zal eerst de bewijsmiddelen weergeven om daarna voorgaande conclusie toe te lichten en het verweer van de raadsman te bespreken. De rechtbank begint met de aangifte van [slachtoffer] .

De verklaring van aangeefster bij de politie en op de terechtzitting

Op vrijdag 15 april 2016 heeft [slachtoffer] aangifte gedaan bij de politie van verkrachting. Zij heeft onder meer verklaard dat ze 9 maanden een relatie heeft gehad met de verdachte. Ze zijn in goed overleg uit elkaar gegaan, maar de verdachte bleef contact zoeken en vragen om naaktfoto’s. Hij heeft via Instagram contact gezocht omdat hij met haar wilde praten. [slachtoffer] heeft aangegeven dat ze alleen maar wilde praten als zijn ouders erbij zouden zijn. Op 26 maart 2016 liet de verdachte weten dat [slachtoffer] kon komen om te praten en dat zijn ouders thuis zouden zijn. Bij de verdachte thuis aangekomen viel het [slachtoffer] op dat de rolluiken in de woonkamer naar beneden waren. De ouders van de verdachte waren niet thuis. De verdachte duwde haar op de bank. De verdachte ging bovenop [slachtoffer] zitten. Zij kon geen kant op. Zij droeg die dag een lange rok met een panty eronder. De verdachte ging met zijn hand onder haar rok en via de bovenzijde in haar panty. [slachtoffer] heeft aangegeven dat ze geen seks wilde met de verdachte. De verdachte ging gewoon door. Hij wist haar uiteindelijk te vingeren. [slachtoffer] probeerde zich te verweren, maar hoe meer zij zich verweerde hoe agressiever de verdachte werd en hoe meer pijn het deed. Zij heeft gezegd dat de verdachte moest stoppen en dat ze anders zou gaan schreeuwen. Hij stopte niet en dus is zij gaan schreeuwen. Ze heeft constant gezegd stop, ik wil dit niet, je gaat nu echt te ver. De verdachte zei tegen [slachtoffer] dat ze dit als knuffelen moest beschouwen. Onder het schreeuwen bleef [slachtoffer] proberen om los te komen, wat uiteindelijk ook lukte.3

[slachtoffer] is op de terechtzitting als getuige gehoord. Haar verklaring op de terechtzitting komt overeen met de door haar bij de politie afgelegde verklaringen.

De verklaring van getuige [getuige 1] bij de politie en op de terechtzitting

Getuige [getuige 1] heeft bij de politie verklaard dat haar nicht [slachtoffer] haar op
26 maart 2016 heeft gebeld en direct daarna naar haar is toe gekomen. [slachtoffer] was duidelijk erg van slag. Zij was aan het huilen en was in paniek. Zo had [getuige 1] haar nog nooit gezien. Ze kent haar nichtje als een sterke meid.

[slachtoffer] heeft [getuige 1] verteld dat ze die middag naar de woning van de verdachte was gegaan, omdat hij wilde praten. Ze kwam binnen en moest gaan zitten. Ze wilde liever staan. Toen heeft de verdachte haar op de bank gegooid en heeft hij onder haar panty gezeten en is hij met zijn vingers in de vagina van [slachtoffer] geweest.

[getuige 1] is op de terechtzitting als getuige gehoord. Haar verklaring op de terechtzitting komt overeen met de door haar bij de politie afgelegde verklaring.4

WhatsApp berichten

Aangeefster [slachtoffer] heeft ter terechtzitting de afdrukken van screenshots van een aantal WhatsApp berichten tussen haar [slachtoffer] en de verdachte [verdachte] overgelegd. Onder meer de volgende berichten zijn uitgewisseld:

26 oktober 2016

10:39 uur [slachtoffer] ja maar ik kwam die dag voor te praten. Jij begon met sexueele dingen te doen terwijl je wist dat k het niet wou. Je zei ook dat je niet met [naam] afsprak en bezig was was ook zo.

10:39 uur [slachtoffer] Kijk ik neem het je nu niet meer kwalijk het is jouwn leven. Maar toen deedt het gwn pijn.

10:40 uur [slachtoffer] Dus vandaar dat ik je daarin niet meer vertrouw

13:20 uur [verdachte] Jeh maar je moet niet eens denken dat ik iets met je wil doen

13:22 uur [slachtoffer] Jeh

13:22 uur [verdachte] Jeh kom op he

13:24 [verdachte] Denkje dat ik nog eens alles wil beleven wat ik heb gehad met jouw

13:25 [slachtoffer] Nee

14:01 [slachtoffer] Ga ervan uit van niet nee5

De verklaring van getuige [getuige 2]

Ter terechtzitting is [getuige 2] , de vader van aangeefster [slachtoffer] , als getuige gehoord. Hij heeft verklaard dat zijn vrouw, nadat zij op 26 maart 2016 ’s middags van hun dochter [slachtoffer] had gehoord wat er gebeurd was, in gesprek wilde met de ouders van de verdachte. Het was hun bedoeling om met de ouders van de verdachte te bespreken wat er gebeurd was en om te overleggen hoe dat zou kunnen worden opgelost.

Het gesprek heeft nog diezelfde avond plaatsgevonden. Bij dat gesprek waren aangeefster [slachtoffer] , haar ouders en de ouders van de verdachte aanwezig. Ze wilden de situatie gezamenlijk oplossen. De ouders van de verdachte waren het ermee eens dat er iets moest gebeuren. Zij gaven aan dat zij het incident met hun zoon zouden bespreken.

Getuige [getuige 2] heeft de dag erna een bericht gestuurd naar de vader van de verdachte. Het was toen Pasen. De ouders van de verdachte gaven aan dat zij die dag de rust van hun zoon niet wilden verstoren. De vader van de verdachte twijfelde achteraf aan het verhaal van [slachtoffer] . Hij heeft zijn zoon er niet meer op aangesproken. Daarom is er aangifte gedaan tegen de verdachte.6

De verklaring van de verdachte

Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat hij 9 maanden een relatie heeft gehad met aangeefster [slachtoffer] . De verdachte heeft de relatie beëindigd omdat hij geen gevoelens meer voor haar had. Met carnaval hebben ze nog wel seks gehad. De verdachte had toen al een nieuwe vriendin. Enige tijd later wilde aangeefster praten met de verdachte. Ze is naar zijn huis gekomen. Hij heeft de voordeur open gedaan. [slachtoffer] is op de bank gaan zitten. De verdachte is tegenover haar gaan zitten. [slachtoffer] heeft een paar keer gevraagd om de relatie nog een kans te geven. De verdachte wilde dat niet. [slachtoffer] is toen kwaad geworden en naar buiten gerend.

De verdachte heeft verder verklaard dat de aangifte een wraakactie van [slachtoffer] is. Hij wilde niet met haar verder, terwijl zij nog gevoelens voor hem had.7

Overwegingen en conclusies ten aanzien van het bewijs

De rechtbank acht de verklaringen van [slachtoffer] betrouwbaar. Zij heeft consistent en uitgebreid verklaard over wat haar is overkomen en welke emoties en gevoelens dit bij haar teweeg heeft gebracht. Die emoties en gevoelens zijn kort na het incident waargenomen door getuige [getuige 1] .

In haar oordeelsvorming neemt de rechtbank de verklaringen van aangeefster [slachtoffer] als uitgangspunt. De verklaringen van aangeefster [slachtoffer] worden ondersteund door de verklaringen van getuige [getuige 1] . Laatstgenoemde geeft een beschrijving van de emotionele gesteldheid van aangeefster [slachtoffer] enkele uren na het incident, die bij haar relaas van de feiten past. [slachtoffer] was overstuur en van slag. Zij kent [slachtoffer] als een sterke vrouw. [getuige 1] kent aangeefster [slachtoffer] vanaf haar geboorte.

De verklaringen van aangeefster [slachtoffer] worden ondersteund door de WhatsApp berichten die op 26 oktober 2016 door aangeefster [slachtoffer] en de verdachte over en weer zijn verstuurd. In die berichten beschuldigt [slachtoffer] de verdachte van seksuele handelingen tegen haar wil terwijl zij enkel kwam om te praten. Deze berichten zijn niet door de verdachte weersproken.

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij [slachtoffer] niet heeft verkracht. Zij wil wraak op hem nemen omdat zij nog gevoelens voor hem had, maar hij geen relatie meer wilde met haar.

De rechtbank verwerpt de bewering van de verdachte dat aangeefster [slachtoffer] wraak op hem wil nemen. Uit de verklaringen van aangeefster en haar vader volgt dat zij van plan waren om de zaak buiten justitie om op te lossen, door nog op de avond van 26 maart 2016 het gesprek aan te gaan met de ouders van de verdachte. Zij wilden vooral voorkomen dat het nog een keer zou kunnen gebeuren. De verdachte zou in hun visie hulp moeten krijgen. Doordat de ouders van de verdachte vervolgens hun zoon niet ter verantwoording riepen is er alsnog aangifte bij de politie gedaan. Het door de verdachte naar voren gebrachte alternatieve scenario, namelijk dat [slachtoffer] wraak zou willen nemen op de verdachte, is naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet aannemelijk geworden.

De rechtbank zal het aan de verdachte tenlastegelegde feit dan ook wettig en overtuigend bewezen verklaren.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

op 26 maart 2016 in de gemeente Maastricht door geweld of een andere feitelijkheid, te weten het

- op een bank duwen van een persoon genaamd [slachtoffer] en

- boven op die [slachtoffer] gaan en blijven zitten en die [slachtoffer] beletten daarheen te gaan waar zij wilde gaan en

- brengen van zijn, verdachtes, hand onder de rok en in de panty van die [slachtoffer]

die [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een handeling die bestond uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die die [slachtoffer] ,

namelijk zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer] heeft gebracht.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

verkrachting

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

6 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

7 De straf en/of de maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

In haar requisitoir heeft de officier van justitie de richtlijnen van het Openbaar Ministerie als uitgangspunt genomen. Deze richtlijnen formuleren bij een bewezenverklaring van verkrachting als uitgangspunt een strafeis van een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden. De verdachte heeft niet meegewerkt aan het opstellen van een reclasseringsrapportage. Er is maar weinig bekend over de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. In haar strafeis kan zij daarom geen rekening houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Mede gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte en op het tijdverloop sinds
26 maart 2016 eist de officier van justitie oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van de strafmaat.

7.2

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De rechtbank heeft bewezen verklaard dat de verdachte [slachtoffer] heeft verkracht door haar op een bank te duwen, bovenop haar te gaan zitten waardoor zij niet weg kon gaan en vervolgens zijn vingers in de vagina van [slachtoffer] heeft gebracht.

Het feit waaraan de verdachte zich schuldig heeft gemaakt betreft een ernstig strafbaar feit dat grote impact heeft gemaakt en nog steeds maakt op het slachtoffer. De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen en geen berouw heeft getoond.

Het slachtoffer heeft expliciet aangegeven dat zij geen seks met de verdachte wilde. Zij heeft zich verzet tegen de verdachte. Ze heeft gedreigd te gaan schreeuwen en is ook daadwerkelijk gaan schreeuwen. Ze heeft geprobeerd los te komen van de verdachte. De verdachte heeft al deze signalen genegeerd. Voor de verdachte moet volstrekt duidelijk zijn geweest dat zijn handelingen ongewenst waren.

De verdachte moet ervan worden doordrongen dat zijn handelingen volstrekt ontoelaatbaar zijn. Een forse langdurige vrijheidsbenemende straf is daarom op zijn plaats.

De rechtbank ziet ook factoren om te komen tot een lagere straf dan door de officier van justitie geëist en zou kunnen volgen uit de oriëntatiepunten van het LOVS, namelijk 24 maanden gevangenisstraf.

Het slachtoffer en haar ouders hebben in eerste instantie geprobeerd om samen met de ouders van de verdachte een oplossing te vinden. Toen dat niet lukte heeft het slachtoffer bij de politie aangifte gedaan van verkrachting. Bij de politie heeft zij verklaard dat zij niet per se wil dat de verdachte straf krijgt, maar wel dat hij hier niet zomaar mee mag wegkomen.

Ten voordele van de verdachte houdt de rechtbank verder rekening met zijn jonge leeftijd en met zijn blanco strafblad. De verdachte heeft werk en woont hij nog bij zijn ouders. De rechtbank is niet op de hoogte van de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte en kan hiermee dus geen rekening houden.

De rechtbank acht passend en geboden om aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c en 242 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 5 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Klifman, voorzitter, mr. P. van Blaricum en
mr. A. Snijders, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.M.J.G.A. van Hinsberg, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 24 januari 2018.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging- ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 26 maart 2016 in de gemeente Maastricht

door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een

andere feitelijkheid, te weten het meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- op een bank gooien en/of duwen van een persoon genaamd [slachtoffer] en/of

- boven op die [slachtoffer] gaan en/of blijven zitten en/of die [slachtoffer] beletten

daarheen te gaan waar zij wilde gaan en/of

- brengen en/of houden van zijn, verdachtes, hand onder de rok en/of in de

panty van die [slachtoffer]

die [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer

handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van die die [slachtoffer] ,

namelijk zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer] heeft gebracht.

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

1 ECLI:NL:HR:2005:AT7301.

2 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie divisie regionale recherche afdeling zeden, proces-verbaalnummer PL2300-2016057291, gesloten d.d. 14 september 2016, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 33.

3 Proces-verbaal van aangifte d.d. 15 april 2016, op pagina 19 en 20 van het procesdossier.

4 Verklaring van getuige [getuige 1] afgelegd ter terechtzitting.

5 Schriftelijk bescheiden ter terechtzitting door aangeefster [slachtoffer] overgelegd.

6 Verklaring van getuige [getuige 2] , afgelegd ter terechtzitting.

7 Verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting.