Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:6805

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
17-07-2018
Datum publicatie
17-07-2018
Zaaknummer
03/720817-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

5 jaar gevangenisstraf voor flessentrekkerij, oplichting en valsheid in geschrift

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/720817-17

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 17 juli 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

dhr. [alias 1] ,

geboren te Sfax (Tunesië) op [geboortedatum 1] ,

gedetineerd in de P.I. H.v.B. Ter Apel, te Ter Apel.

De verdachte, genaamd [verdachte] of [alias 1] , wordt bijgestaan door mr. D.M. Penn, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 3 juli 2018. De verdachte genaamd [verdachte] of [alias 1] en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De (verbeterde) tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt erop neer dat [verdachte] of [alias 1] :

Feit 1: zijn ware identiteit verhuld heeft door identiteitsgegevens van een ander te gebruiken, waardoor nadeel kon ontstaan, dan wel valse (digitale) geschriften voorhanden heeft gehad;

Feit 2: goederen heeft aangeschaft zonder van plan te zijn die te betalen (flessentrekkerij);

Feit 3: gebruik heeft gemaakt van valse geschriften;

Feiten 4 tot en met 11: diverse personen heeft opgelicht.

3. De voorvragen: wie staat terecht? Wie is de verdachte?1

De raadsman heeft de rechtbank verzocht de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren in de vervolging. Volgens de raadsman heeft het openbaar ministerie bewust de belangen van zijn cliënt [alias 1] geschonden door geen volledig en zorgvuldig onderzoek te doen naar diens identiteit. Ook heeft de officier van justitie niet voldaan aan de opdracht van de rechtbank om sets vingerafdrukken te verstrekken die een contra-onderzoek mogelijk maken. Voor [alias 1] is het van groot belang dat wordt aangetoond dat hij niet de persoon [verdachte] is die door het openbaar ministerie is gedagvaard.

De officier van justitie heeft betoogd dat er geen enkele reden is hem het recht op vervolging te ontzeggen. De officier van justitie is er namelijk van overtuigd dat degene die terechtstaat niet [alias 1] is, zoals hij zelf zegt, maar [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] in Tunesië. Het dossier bevat meer dan genoeg bewijs daarvoor en er is genoeg onderzoek gedaan. [alias 1] is volgens de officier van justitie slechts één van de vele aliassen van [verdachte] , die hij als een notoire oplichter beschouwt.

Overwegingen en conclusies van de rechtbank

Juridisch kader

De rechtbank moet de vraag beantwoorden of de juiste persoon is gedagvaard en voor de rechtbank is verschenen: is dat [alias 1] of is dat [verdachte] ? Daarmee houdt ook de vraag verband of het onderzoek dat verricht is naar de identiteit van de persoon [verdachte] en/of [alias 1] volledig en zorgvuldig is geweest, waarover later meer.

De vraag of de juiste persoon is gedagvaard en voor de rechtbank is verschenen gaat vooraf aan de inhoudelijke behandeling van een zaak en het beantwoorden van de bewijsvraag. Dit is niet een formele voorvraag als vermeld in artikel 348 van het Wetboek van Strafvordering, maar die vraag moet wel beantwoord worden, ook ambtshalve als er geen verweer op dit punt wordt gevoerd. Dat gebeurt overeenkomstig artikel 273 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv.).

Als een persoon is gedagvaard en een andere persoon is verschenen, dan moet die ander naar huis worden gestuurd. Tegen hem is op dat moment immers geen zaak aangebracht. Als hij dat wil, mag hij bij de openbare behandeling van de zaak blijven zoals iedere andere burger dat mag.

Tegen de persoon die gedagvaard is, zal dan ofwel verstek verleend worden ofwel wordt de nietigheid van de dagvaarding uitgesproken omdat de dagvaarding niet goed is uitgereikt aan die persoon. Het is uiteraard van groot belang dat altijd de juiste persoon terechtstaat.

De wet schrijft daarom voor dat ter terechtzitting de identiteit van de verdachte wordt vastgesteld (overeenkomstig artikel 27a Sv.). Daartoe wordt de verschenen persoon gevraagd naar zijn naam, voornamen, geboorteplaats en geboortedatum. Het vaststellen van de identiteit op de terechtzitting omvat ook, indien geïndiceerd, het onderzoek van een legitimatiebewijs.

[alias 1]

In deze zaak heeft de officier van justitie een persoon genaamd [verdachte] gedagvaard, maar daarbij tevens de naam [alias 1] vermeld. De persoon die telkens voor de rechtbank verschenen is in deze zaak, is in verzekering gesteld op 12 juni 2017 en daarna onafgebroken gedetineerd geweest. De rechtbank noemt hem hierna ten behoeve van de leesbaarheid: de verdachte. Bij zijn inverzekeringstelling heeft de verdachte geen identiteitsbewijs kunnen laten zien. Ook ter terechtzitting is geen geldig id-bewijs getoond; de verdachte, daarnaar gevraagd, gaf op 3 juli 2018 aan daar niet over te beschikken.

De verdachte heeft bij zijn inverzekeringstelling opgegeven dat hij [alias 1] was, geboren op [geboortedatum 2] te Liverpool (Groot-Brittannië). Bij zijn verhoor bij de politie op 14 juni 2017 verklaart hij dat hij [alias 1] is, maar dan geboren op [geboortedatum 3]. De geboortedatum op het bevel van inverzekeringstelling zou niet kloppen volgens hem en hij had naar eigen zeggen deze datum ook niet opgegeven, maar juist aangegeven dat die datum niet klopte. Hij had een Brits paspoort, maar wilde niet zeggen waar dat was.2

De verdachte is vervolgens overeenkomstig de eerste opgave opgeroepen voor de rechter-commissaris in het kader van het voorarrest, onder de naam [alias 1] , geboren op [geboortedatum 2] te Liverpool (Groot-Brittannië), getuige de vordering tot inbewaringstelling. De verdachte is bij de rechter-commissaris verschenen en verklaarde wederom dat hij [alias 1] was, geboren op [geboortedatum 3] . De geboortedatum van [geboortedatum 4] die hem werd voorgehouden klopte volgens hem niet.

De rechtbank constateert dat er op dit punt in deze zaak al de nodige verwarring is gerezen omtrent de identiteit van de verdachte. Het verwisselen van cijfers is een gemakkelijk te maken vergissing bij het invoeren van data in een geautomatiseerd systeem, die vervolgens gemakkelijk over het hoofd wordt gezien en weer wordt overgenomen door aan dat systeem gekoppelde systemen. Akten dan wel processen-verbaal vermelden in deze zaak meermalen een andere geboortedatum. Deze gegevens komen geautomatiseerd op de desbetreffende stukken terecht en worden niet altijd meteen gecorrigeerd als dat nodig is. Zo vermeldt het proces-verbaal van de rechter-commissaris als geboortedatum [geboortedatum 4] , hetgeen de verdachte corrigeerde. De akte van uitreiking van het bevel tot bewaring vermeldt weer [geboortedatum 2] overeenkomstig hetgeen de verdachte bij zijn inverzekeringstelling heeft gezegd en later weer corrigeerde.

Het is het dus van groot belang dat de rechter bij een verdachte bij herhaling checkt of de persoonsgegevens die in haar stukken genoemd worden de juiste zijn. Uitgangspunt is wat de betrokkene zegt. Verondersteld mag immers worden dat een ieder weet hoe hij heet en op welke datum hij geboren is. Dat betekent dat uitgegaan moet worden van de geboortedatum die de verdachte heeft genoemd bij zijn verhoor in deze zaak en bij de rechter-commissaris: [geboortedatum 3].

De verdachte heeft verder bij de politie op 16 juni 2017 verklaard dat zijn vader [alias 1] heet en zijn moeder [naam moeder] .3 Ook dat zijn gegevens die een ieder weet en moeiteloos kan produceren als ernaar gevraagd wordt.

In de raadkamer van de rechtbank waar beoordeeld moest worden of de gevangenhouding moet worden bevolen, is de verdachte niet verschenen. Op de eerste openbare zitting van de rechtbank op 26 september 2017 is de verdachte wel verschenen. Daar herhaalt de verdachte dat hij [alias 1] is, geboren te Liverpool op [geboortedatum 3]. Hij zegt dan dat hij niet, zoals op de dagvaarding als hoofdnaam staat vermeld, [verdachte] is. Dat betwist de verdachte. Dit herhaalt zich op de terechtzitting van 12 december 2017.

Dan volgt een regiebehandeling op 20 februari 2018, waarop de verdachte op vragen van de voorzitter ineens verklaart dat hij geboren is op [geboortedatum 5] . Dat is geen verschrijving of niet-gecorrigeerde vergissing van de rechtbank. De voorzitter en de griffier noteren het uit de mond van de verdachte en door zijn raadsman wordt namens hem een gewaarmerkt afschrift d.d. 19 december 2006 overgelegd afkomstig uit het geboorteregister van het district Liverpool South, een Engels geboorteregister. Daarop is te lezen dat op [geboortedatum 5] een persoon genaamd [alias 2] is geboren, wiens vader [naam vader] heet en wiens moeder [naam moeder 2] heet, voorheen geheten [naam 1] . Bij die akte is door de raadsman namens de verdachte ook een akte van naamsverandering d.d. 1 juli 2009 gevoegd. Daarop is te lezen dat de persoon die eerder [alias 2] heette, vanaf dat moment de naam [alias 1] aanneemt.

Het spreekt voor zich dat het mogelijk is dat iemand zijn naam verandert, maar een geboortedatum wijzigen is niet mogelijk. Dat roept de vraag op waarom de verdachte, die op de terechtzitting van 3 juli 2018 wederom zegt te zijn geboren op [geboortedatum 5] , eerder zo nadrukkelijk gesteld heeft dat hij op [geboortedatum 3] was geboren. En het roept de vraag op waarom hij bij zijn verhoor zegt dat zijn vader [alias 1] heet en zijn moeder [naam moeder] . Dat komt niet overeen met de gegevens uit het Engelse register aan de hand waarvan de verdachte probeert de rechtbank te overtuigen dat hij niet [verdachte] is, maar [alias 1] . Een antwoord op die vragen is er niet gekomen. Kort samengevat: de verdachte weet niet consequent te vertellen wanneer hij geboren is en geeft verkeerde namen op van “zijn” ouders. Daar komt nog het volgende bij: er is bij de Engelse autoriteiten maar één [alias 2] bekend, die geboren is in Liverpool op [geboortedatum 5] en deze [alias 2] is op 27 april 1979 overleden. Al het voorgaande laat maar één conclusie toe: de verdachte is niet [alias 1] , geboren als [alias 2] , zoals hij de rechtbank wil doen geloven. Die naam is een alias.

Vingerafdrukken

De naam van de overleden [alias 2] die de verdachte heeft laten wijzigen in 2009, is terug te vinden bij afgenomen vingerafdrukken die in de politiesystemen geregistreerd staan, alsook de namen [alias 1] , [alias 3] en [verdachte] :

  • -

    op 7 juli 2017 afgenomen afdruk van de duim bij de politie in Heerlen: [verdachte] ;

  • -

    op 12 juni 2017 afgenomen afdruk van de duim bij de Politie in Utrecht: [alias 1] , geboren [geboortedatum 3] ;

  • -

    op 7 augustus 2009 afgenomen afdruk van de duim bij Franse autoriteiten: [alias 1] , geboren op [geboortedatum 5] ;

  • -

    op 25 april 2006 afgenomen afdruk van de duim bij Duitse autoriteiten: [alias 3] , geboren op [geboortedatum 6] ;

  • -

    op 8 januari 2001 afgenomen afdruk van de duim bij de politie in Sittard: [verdachte] ;

  • -

    op 6 februari 2001 afgenomen afdruk van de duim bij de Belgische autoriteiten: [alias 2] , geboren op [geboortedatum 5] ;

  • -

    op 5 juni 1997 afgenomen afdruk van de duim bij de Politie in Amstelveen: [alias 2] , geboren op [geboortedatum 5] .

Al deze afdrukken zijn door de politie vergeleken en weer vergeleken met de meest recent afgenomen vingerafdrukken van de verdachte van 1 februari 2018. De conclusie luidt dat deze afdrukken afkomstig zijn van één en dezelfde persoon4, de gedetineerde verdachte, die niet [alias 1] , voorheen [alias 2] , kan zijn. Aangenomen mag verder worden dat de verdachte ook niet [alias 3] heet. Dat heeft hij zelf niet gesteld en dat blijkt ook nergens uit het dossier. Dat duidt erop dat hij zich in Duitsland ook bediend heeft van een alias.

De verdachte is dus niet [alias 1] , bedient zich van aliassen, alle vingerafdrukken komen overeen: is hij [verdachte] ?

Onder het biometrienummer van de van één en dezelfde persoon afkomstige duimafdrukken staat zoals gezegd in de politiesystemen nog een naam geregistreerd: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] te Sfax in Tunesië. In de systemen levert deze naam een verwijzing op naar een strafdossier uit 2001 dat geleid heeft tot een onherroepelijke veroordeling. Niet betwist wordt door de verdediging en de verdachte dat het de verdachte is, die in die zaak vast heeft gezeten en terecht heeft gestaan. Het dossier bevat ook registratiekaarten van penitentiaire inrichtingen waar de verdachte verbleven heeft onder vermelding van het parketnummer van die zaak.5

In het kader van het opsporingsonderzoek is in 2001 voornoemde duimafdruk genomen in Sittard (als referentienummer wordt hetzelfde proces-verbaalnummer vermeld: PL2000083597). In dat dossier bevindt zich verder een kopie van een Tunesisch paspoort dat in dat opsporingsonderzoek is aangetroffen bij een huiszoeking, op de naam [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] te Sfax in Tunesië. Het dossier bevat tevens een pasfoto. Deze foto is door de Sectie Identiteit- en Documentenonderzoek van de Koninklijke Marechaussee recentelijk vergeleken met een foto van de verdachte. De conclusie luidt dat het om één en dezelfde persoon gaat.6 Door de recherche zijn in 2001 de vingerafdrukken via Interpol naar de Tunesische autoriteiten gestuurd, waarop het bericht is ontvangen dat de personalia correct bleken te zijn en het betrof een onvervalst paspoort.7

Dat alles leidt tot de conclusie dat de verdachte die nu op 3 juli 2018 verschenen is, dezelfde verdachte is uit de zaak van 2001: [verdachte] . In de zaak in 2001 zegt hij dat bovendien ook zelf. Hij had eerder opgegeven dat hij [alias 4] was, maar bij zijn verhoor op 7 januari 2001 op het politiebureau in Sittard verklaart hij het volgende:

“U vraagt mij naar mijn juiste naam. Mijn juiste naam is: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] te Sfax in Tunesië, met de Tunesische nationaliteit. Ik heb een Nederlands paspoort gekocht van iemand, waarin de naam [alias 4] stond. Die persoon van wie ik het paspoort kocht, heeft een pasfoto van mij in het paspoort geplakt. Bij de naam [alias 4] deed ik alsof ik piloot was.” U vraagt mij mijn naam op te schrijven. Ik heb opgeschreven: [verdachte] , [verdachte] . Het Tunesische paspoort is mijn eigendom.8

Ook op 18 maart 2002 herhaalt de verdachte dit, als hij gehoord wordt in verband met de voorgenomen ongewenstverklaring.9

De verdachte is dus [verdachte] . Per saldo had de rechtbank kunnen beginnen met deze verklaring uit 2001. De verdachte doet er echter alles aan om verwarring te zaaien, onder andere door zeer stellig te blijven beweren dat hij [alias 1] is, steeds met andere argumenten te komen en te stellen dat er door [verdachte] en door de politie geknoeid wordt met bewijs. De rechtbank heeft daarom eerst uiteengezet waarom hij [alias 1] niet kan zijn om daarna op basis van de bewijsmiddelen te motiveren waarom het niet anders kan zijn dan dat hij [verdachte] is.

Door de verdachte en de raadsman zijn verweren gevoerd die vrijwel al het voorgaande in twijfel trekken, teneinde aannemelijk te maken dat de verdachte [alias 1] is en juist zelf slachtoffer is van identiteitsfraude. Die verweren slagen niet.

Zo zouden de uitgevoerde vergelijkingen van duimafdrukken en foto’s niet deskundig of zorgvuldig zijn uitgevoerd. Verder is de nadruk gelegd op het gegeven dat er een duimafdruk gemaakt is in België op 6 februari 2001 in de periode dat de verdachte in Nederland vast zat.

De rechtbank ziet geen aanleiding te twijfelen aan de deskundigheid van de betrokken politie- en KMAR-ambtenaren. De duimafdrukken zijn vergeleken en toegevoegd aan het dossier om die vergelijking te kunnen controleren. Ook de fotoherkenningen roepen geen vragen op bij de rechtbank. Dat geldt niet alleen voor de opsporingsambtenaren van de KMAR die hierin gespecialiseerd zijn, ook verbalisant [verbalisant] heeft een foto vergeleken afkomstig van de Belgische autoriteiten, behorend bij een Europees Aanhoudingsbevel van die autoriteiten en de verdachte herkend.10 Tot slot heeft de rechtbank ook zelf gezien dat de personen op de foto’s, ook die van het Tunesische paspoort, duidelijke gelijkenis vertonen met de verdachte.

De rechtbank constateert dat de verdachte een rookgordijn probeert op te trekken. Hij probeert twijfel te zaaien en klaagt dat zijn recht op contra-onderzoek gefrustreerd wordt door de officier van justitie en de rechtbank, maar komt met absurde, ongefundeerde argumenten. Zo heeft hij ter terechtzitting verklaard dat er iemand moet zijn, [verdachte] , die getracht heeft zijn, verdachtes, duimafdruk in België in het justitiële systeem in te voeren, om zo misbruik te kunnen maken van zijn identiteit [alias 1] . De vingerafdrukken zouden bovendien niet goed zijn afgenomen door de politie en ten onrechte aan hem gekoppeld zijn. Verkeerde ketennummers zouden aan hem gekoppeld zijn en overzichten, zogenoemde ID-staten, zouden handmatig zijn aangepast. Er zou geknoeid zijn met zijn handtekening/paraaf onder zijn verklaring door de politie. Ook de raadsman heeft naar voren gebracht dat zijn cliënt het slachtoffer is van identiteitsfraude.

Deze verweren gaan echter voorbij aan het gegeven dat alle hiervoor genoemde duimafdrukken identiek zijn en dat gelet op de voortdurende vrijheidsbeneming van de verdachte het niet anders kan zijn dan dat de persoon met die specifieke duimafdruk ter terechtzitting is verschenen, zowel in 2001 als in 2018. De conclusie dat deze duimafdrukken van dezelfde persoon afkomstig zijn had de verdachte door een tegenexpert kunnen laten onderzoeken, nu die duimafdrukken reeds voor de zitting van 20 februari 2018 zijn verstrekt. Hij wordt dus niet gefrustreerd in zijn rechten. Er is al helemaal geen aanleiding aan te nemen dat de politie knoeit met de verklaringen van de verdachte en ander bewijs.

Dat iemand anders er in België in slaagt om de vingerafdrukken van de verdachte in het justitiële systeem te krijgen, is op zichzelf al een onaannemelijk scenario. Dit scenario wordt vervolgens hoogst onwaarschijnlijk, wanneer het juist de verdachte is die probeert de rechtbank te misleiden over zijn identiteit en wiens stelling dat hij [alias 1] is gelogenstraft wordt door het bewijs in het dossier.

Er liep in België een opsporingsonderzoek ten tijde van de zaak in 2001. Naar dat land is de verdachte in 2003 uitgezet. De rechtbank acht het dus aannemelijker dat de verdachte gedurende zijn detentie in de zaak in 2001 op verzoek van de Belgische autoriteiten van de P.I. Overmaze in Maastricht over de grens is vervoerd om aldaar vingerafdrukken te kunnen laten nemen dan dat een ander zich in België heeft weten voor te doen als de verdachte. Dat weet de rechtbank niet zeker, maar zij vindt het niet noodzakelijk om hiernaar nog onderzoek te laten doen. De duimafdruk uit België speelt immers geen doorslaggevende rol, dat doet de duimafdruk die in 2001 op het politiebureau in Sittard is genomen.

De raadsman heeft verder nog betoogd dat er sprake is van vormverzuimen bij het vaststellen door de politie van de identiteit. De raadsman voert aan dat de politieambtenaren gemakzuchtig en voorbarig zijn geweest en te vroeg geconcludeerd hebben dat de verdachte [verdachte] is. De rechtbank verwerpt dat verweer ook. Zij heeft hiervoor uiteengezet hoe zij tot de conclusie is gekomen dat de verdachte [verdachte] is. De conclusie van de rechtbank is deels gebaseerd op de bevindingen van de politie in het dossier, maar ook op de verklaringen van de verdachte zelf, die immers zelf in 2001 en 2002 verklaard heeft dat hij [verdachte] is en op de terechtzitting van 20 februari 2018 ineens is gaan verklaren dat hij op [geboortedatum 5] is geboren en daarbij een geboorteakte overlegt van een overleden persoon. Die conclusie van de rechtbank is dus gedeeltelijk langs andere lijnen tot stand gekomen dan de lijnen die de politie heeft gevolgd, maar blijft hetzelfde. Kern is, nogmaals, dat er zowel in de strafzaak in 2001 als in de onderhavige strafzaak in februari 2018 vingerafdrukken van de op dat moment gedetineerde verdachte zijn genomen die overeenkomen. De veroordeelde verdachte in 2001 is dezelfde verdachte die op 3 juli 2018 voor de rechtbank is verschenen. Die duimafdrukken komen ook nog eens overeen met andere afgenomen vingerafdrukken in 2001 in 1997, 2006 en 2009, waarbij de aliassen [alias 2] en [alias 1] staan vermeld. Onder welke naam deze duimafdrukken in het systeem zijn gebracht en of dit volledig overeenkomstig het daarvoor geldende protocol is gebeurd, is niet relevant. Eventuele slordigheden waar de raadsman op wijst in het dossier kunnen daaraan niet afdoen. Er is geen sprake van dat de verkeerde persoon in deze zaak terecht staat of van een risico dat de verkeerde wordt veroordeeld.

Bovendien is voldaan aan de opdracht van de rechtbank. Aan de verdediging is een cd-rom verstrekt met afdrukken van de rechterduim die gekoppeld zijn aan de hiervoor genoemde namen/geboortedata. Ook de duimafdruk die naar de Tunesische autoriteiten is verstuurd, is verstrekt. De verdediging beschikt dus over alle relevante afdrukken die gebruikt kunnen worden voor een contra-onderzoek. Dat wordt niet anders door het gegeven dat de rechtbank in haar proces-verbaal van 26 september 2017 gelast heeft dat er sets vingerafdrukken moesten worden verstrekt. De rechtbank verwijst in dat verband naar het proces-verbaal van de politie van 20 maart 2018, waarin gemotiveerd wordt dat het niet mogelijk is om volledige dactyloscopische signalementen te verstrekken en dat wat verstrekt is voldoende is voor nader onderzoek. Immers: als één vinger overeenkomt, geldt dit ook voor de overige vingers.11 Dat betekent dat er geen reden is de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren omdat hij de verdedigingsrechten van de verdachte zou hebben geschonden.

Tot slot: zekerheidshalve heeft het openbaar ministerie telkens de naam [alias 1] vermeld. Niet alleen het verwijt van identiteitsfraude, maar ook de oplichtingsfeiten hebben betrekking op de verdachte, die de aangevers kenden als Brit onder deze naam, waarvan zij pas later leerden dat die niet klopte. De verdachte betwist ook niet dat hij met deze aangevers van doen heeft gehad. Op geen enkel moment is dus twijfelachtig geweest of, indien de feiten bewezen worden, de juiste persoon wordt veroordeeld.

Samengevat: er kan geen twijfel over bestaan dat de juiste persoon gedagvaard is en de officier van justitie heeft het recht op verdediging niet geschonden. De officier van justitie is dus ontvankelijk in de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht alle feiten bewezen. Voor hem staat vast dat de ware identiteit van de verdachte [verdachte] is en niet zoals de verdachte stelt, [alias 1] . [verdachte] heeft de aliassen [alias 1] (met verschillende geboortedata en geboorteplaatsen) en [alias 1] gebruikt en zich aldus voorgedaan als iemand anders om er zelf beter van te worden, terwijl anderen benadeeld kunnen worden. Dat is strafbaar op basis van artikel 231b van het Wetboek van Strafrecht.

Het gebruiken van aliassen maakt deel uit van een modus operandi van de verdachte. Onder de naam [alias 1] heeft hij mensen opgelicht, niet alleen door zijn werkelijke identiteit te verhullen, maar ook door gebruik te maken van valse documenten en door allerlei leugens te vertellen. Naast oplichting is ook sprake van flessentrekkerij.

4.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft naar voren gebracht dat de verdachte, zijn cliënt [alias 1] , niet [verdachte] is. Zijn cliënt betwist dit met klem. Nu de persoon [verdachte] gedagvaard is, moet vrijspraak volgen, anders bestaat het risico dat de verkeerde persoon veroordeeld wordt.

Wanneer de rechtbank dit standpunt niet volgt, moet de verdachte, zijn cliënt [alias 1] , worden vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten. De verdachte heeft zich niet schuldig gemaakt aan het verhullen van zijn ware identiteit: hij is [alias 1] . Ook heeft hij zich niet bediend van valse identiteitsdocumenten. Bovendien kan niet bewezen worden dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan oplichting of flessentrekkerij, omdat [alias 1] altijd de intentie heeft gehad de personen (terug) te betalen die hem goederen geleverd hadden of hem geld hadden geleend of voorgeschoten. Deze laatste feiten zien op louter civiele geschillen en vallen niet onder het bereik van de strafbepalingen van artikel 326 en 326a van het Wetboek van Strafrecht, aldus de raadsman.

4.3.

Het oordeel van de rechtbank

Feit 1

Zoals hiervoor onder het kopje “Voorvragen” beschreven heeft de rechtbank geconcludeerd dat de verdachte gebruik heeft gemaakt van aliassen. Ter terechtzitting heeft hij zich bediend van een van die aliassen door zich voor te doen als [alias 1] , geboren als [alias 2] , op [geboortedatum 5] te Liverpool. Dat is iemand die werkelijk heeft bestaan. De verdachte heeft daarmee opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander gebruikt om zijn ware identiteit [verdachte] te verhullen. Als daaruit enig nadeel kan ontstaan, levert dat een strafbaar feit op, genoemd in artikel 231b van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Dat nadeel kan bestaan uit (dreigende) financiële schade, bijvoorbeeld omdat schuldeisers degene wiens identiteit is gebruikt aanspreken voor verplichtingen die de misbruiker is aangegaan of uit reputatieschade.

De officier van justitie verwijt de verdachte dat hij dit type misbruik heeft gepleegd in de periode van 1 mei 2014 (de datum van invoering van dit artikel) tot en met zijn aanhouding op 12 juni 2017 en dat daaruit nadeel had kunnen ontstaan. De rechtbank acht dit echter niet bewezen.

Uit het dossier blijkt namelijk niet dat de verdachte in die periode gebruik heeft gemaakt van de identiteitsgegevens van de [alias 2] die echt bestaan heeft, om zijn eigen identiteit te verhullen in de zin van artikel 231b Sr. Bij de andere feiten zal de rechtbank beschrijven dat de verdachte onder de valse naam [alias 1] opereerde om geld en goederen te krijgen van anderen, maar dat is iets anders dan identiteitsfraude plegen zoals bedoeld in voornoemd artikel. Ook het inleveren door de verdachte van een vals opgemaakte (digitale) fotokopie van een paspoort bij een bedrijf in Waalwijk en bij een verhuurder in Deventer om te bewijzen dat hij [alias 1] is, geboren op [geboortedatum 3] te Liverpool, valt niet onder bereik van dit artikel, omdat dat geen bestaande persoon betreft. De naam van die persoon heeft de verdachte verzonnen en door een medeverdachte op de gebruikte kopie laten aanbrengen, waarover verderop meer.

Artikel 231b Sr. is ingevoerd om identiteitsfraude tegen te gaan, waarvan de mensen wier identiteit wordt “gestolen” de dupe kunnen worden. Dan moet het gaan om personen die werkelijk bestaan, niet om fictieve personen.

De enige werkelijk bestaan hebbende persoon in relatie tot dit feit is geboren op [geboortedatum 5] , maar gebruik van die specifieke identificerende gegevens door de verdachte in de ten laste gelegde periode kan, zoals gezegd, niet bewezen worden. Dat wordt niet anders door het gegeven dat aan de vals opgemaakte kopie als brondocument een authentiek paspoort gefungeerd heeft dat was uitgegeven ten behoeve van de “echte” [alias 2] .

Het gebruik van de vals opgemaakte kopie paspoort op naam van [alias 1] met geboortedatum [geboortedatum 3] in Waalwijk en Deventer door de verdachte levert wel het strafbare feit valsheid in geschrift op. Dat is subsidiair ten laste gelegd en de rechtbank zal dat bewezen verklaren.

Dit betreft een fotokopie van een Brits paspoort met paspoortnummer [nummer x] , ingeleverd door de verdachte bij een aanvraag van een lease-auto op 3 mei 2017 en ten behoeve van een huurovereenkomst in Deventer.12 Deze kopie van een paspoort is geënt op een door de Britse autoriteiten verstrekt paspoort voor de “echte” [alias 2] (na naamswijziging geheten [alias 1] ). Er zijn op basis van de identiteit [alias 2] , hoewel die overleden was, drie paspoorten verstrekt, in 1995, 2008 en in 2009. Het laatst uitgegeven paspoort heeft paspoortnummer [nummer x] en was geldig tot 2020. Dit alles blijkt uit het rapport van de Britse autoriteiten naar aanleiding van het door Nederland gegeven Europees Onderzoeksbevel van 3 juli 2017.13 De Britse autoriteiten hebben geconstateerd dat deze paspoorten frauduleus waren verkregen en ze hebben de paspoorten ingetrokken. Bij de aanvragen van deze paspoorten zijn door de aanvrager foto’s verstrekt en bij de aanvraag in 2009, rond 9 juli 2009, is ook een akte van naamswijziging verstrekt. Het lijkt er dus sterk op dat het afschrift van de akte van naamswijziging uit 2009 die de verdachte dit jaar aan de rechtbank heeft overgelegd, of een vergelijkbare, ook gebruikt is bij de aanvraag van een paspoort op naam van de overleden [alias 2] .

Een medeverdachte in deze zaak, [medeverdachte] , heeft verklaard dat hij een identiteitsbewijs dat de verdachte hem in handen heeft gegeven, digitaal heeft gemanipuleerd. Dit betrof volgens [medeverdachte] een Brits paspoort op naam van [alias 1] , geboren op [geboortedatum 5] te Liverpool.14 Dit moet dan het paspoort zijn dat de Britse autoriteiten in 2009 verstrekt hebben en dat bevestigt dat de verdachte de aanvrager is geweest. [medeverdachte] vervalste dit document door het in de computer in te voeren en daarop digitaal de geboortedatum aan te passen: van [geboortedatum 5] in [geboortedatum 4] en daarna in [geboortedatum 3] . Ook de geboorteplaats Liverpool veranderde hij in Manchester.15 In het politieonderzoek zijn op de laptop van [medeverdachte] ook diverse bestanden van paspoortdocumenten aangetroffen met dit paspoortnummer [nummer x] en een document met paspoortnummer 77325075, met telkens verschillende persoonsgegevens.16 Deze gemanipuleerde kopieën van het authentieke paspoort heeft de verdacht dus voorhanden gehad (en in twee gevallen ook gebruikt) terwijl hij wist dat die bestemd waren om als echt en onvervalst te gebruiken.

De feiten 2 tot en met 11

De verdachte heeft zich bediend van meer valse/vervalste documenten. Deze heeft hij verstrekt aan de 12 aangevers in dit dossier, die zich slachtoffer voelen van oplichting en flessentrekkerij. Tegenover de aangevers noemde de verdachte zich [alias 2] of [alias 1] , wat niet zijn ware naam is. Dat is een van de oplichtingsmiddelen van artikel 326 Sr., het gebruik van een valse naam. De rechtbank zal hierna weergeven wat de aangevers nog meer verklaard hebben en welke overwegend valse documenten zij van de verdachte gekregen hebben. Uit hun verklaringen blijkt van het telkens toepassen van meer oplichtingsmiddelen dan alleen het gebruik van een valse naam en blijkt van een patroon, een modus operandi van een ervaren oplichter. Dit patroon is van belang, omdat niet elke aangifte op zichzelf zomaar meebrengt dat er sprake is van oplichting. Vaak wordt het civielrechtelijke begrip toerekenbare tekortkoming (“wanprestatie”) in het dagelijkse taalgebruik oplichting genoemd. Dat wil nog niet zeggen dat er dan ook een strafbaar feit is gepleegd. Door de verdediging is naar voren gebracht dat er in deze zaak hooguit sprake is van toerekenbare tekortkomingen, omdat de verdachte zijn verplichtingen wel wil(de) nakomen of zelfs meent dat hij civielrechtelijk niet verplicht is te betalen, bijvoorbeeld omdat aangevers juist hun verplichtingen niet zijn nagekomen.

De modus operandi van de verdachte

Wanneer iemand een overeenkomst aangaat en die zonder goede reden niet nakomt, dan is er sprake van een toerekenbare tekortkoming. Uit het dossier blijkt dat de verdachte met de 12 aangevers overeenkomsten is aangegaan, variërend van het bestellen van een parketvloer, het leasen van een BMW, het lenen van geld tot de belofte om voorgeschoten boetes terug te betalen. Om ervoor te zorgen dat de overeenkomst wordt nagekomen, kan er een beroep gedaan worden op de civiele rechter. Eventuele schade die uit het schenden van de overeenkomst voortvloeit, kan dan ook worden meegenomen. In beginsel ligt het toepassen van het strafrecht dan niet voor de hand. Dat wordt anders, als er zich een reeks aftekent van toerekenbare tekortkomingen en betrokkene ook nog, zowel vooraf, als achteraf:

  • -

    een vals beeld schetst over wie hij is;

  • -

    een vals beeld schetst over waar hij zijn geld mee verdient;

  • -

    een vals beeld schetst over zijn vermogen en dus zijn kredietwaardigheid;

  • -

    zich daarbij bedient van valse documenten en valse beloften en smoezen.

Dan wordt duidelijk dat die persoon bij het aangaan van de overeenkomsten helemaal niet van plan is geweest de afspraken na te komen, maar er alleen op uit is geweest de anderen tot afgifte van geld en goederen te bewegen, aan het lijntje te houden en zelfs nog meer geld af te laten geven. De feiten in deze zaak blijken zo’n patroon op te leveren en moeten niet elk afzonderlijk, maar ook in samenhang met elkaar worden bezien. Hierna zal de rechtbank per aangever weergeven wat er volgens het bewijs in het dossier in ieder geval is gebeurd. Telkens levert dat een combinatie op van oplichtingsmiddelen die de aangever ertoe gebracht hebben geld en goederen af te geven. De rechtbank acht alle feiten bewezen.

Aangever [slachtoffer 1] van [bedrijf 1] te Deventer

[slachtoffer 1] heeft rond 28 oktober 2016 vier banden (Pirelli) ten bedrage van € 1.120,68 (excl. BTW) van het bedrijf [bedrijf 1] B.V. aan de verdachte geleverd en op diens (lease)auto gemonteerd. De verdachte betaalde echter niet. Op de dag van aangifte, 9 mei 2017, is er nog steeds niet betaald. De verdachte verzond op 26 januari 2017 een e-mail aan [slachtoffer 1] van een bank in Hong Kong met overboekingsgegevens van het gefactureerde bedrag, afgeschreven 28 oktober 2016 (statement at 28 octobre 2016 van HSBC te Hong Kong SAR China), maar er kwam geen geld, ook niet na aanmaningen. Op het door verdachte gestuurde bankafschrift stond een saldo vermeld van meer dan 16 miljoen euro. Eerder, op 10 januari 2017, ontving aangever een bijlage bij een e-mail van de verdachte met een overboeking van het verschuldigde bedrag door een Duitse bank. Aangever verklaart verder over meerdere beloftes van de verdachte om langs te komen en “vandaag” te betalen.17

Voornoemde [medeverdachte] heeft verklaard dat het goed mogelijk is dat hij het bankafschrift van de HSBC gemaakt heeft voor de verdachte; het is in elk geval nep en het betrof een pdf-bestand, dat de verdachte zelf kon aanpassen. Volgens [medeverdachte] was het Duitse bankrekeningnummer echt. Je kon dan via internetbankieren een transactie maken, maar niet verzenden.18 De verdachte heeft bij zijn verhoor verklaard dat het valse bankafschrift van HSBC in zijn opdracht door [medeverdachte] is gemaakt en dat hij dat naar [slachtoffer 1] gestuurd heeft, omdat hij uitstel van betaling wilde. Ook met het sturen van de transactie van de Duitse bankrekening wilde hij tijd rekken.19 Bij dit laatste bewijsmiddel overweegt de rechtbank nog dat de verdachte ter terechtzitting ontkend heeft dit bij de politie te hebben verklaard; de politie zou zijn handtekening onder deze verklaring hebben gemanipuleerd. Bij het hoofdstuk Voorvragen onder 3 heeft de rechtbank al aangegeven dat er geen enkele aanleiding is om dit aan te nemen. Zij gaat dus uit van de verklaring zoals weergegeven in het dossier.

Aangever [slachtoffer 2] van [bedrijf 2] te Deventer

Het bedrijf [slachtoffer 2] Parket heeft een parketvloer ten bedrage van € 8.070,- gelegd in de woning in Deventer van de verdachte. In januari 2015 kwam de verdachte in de zaak en begin april 2015 is de vloer conform afspraak gelegd. Op 9 april 2015 werd de factuur verzonden. Drie aanmaningen leidden niet tot betaling. Een betalingsvoorstel werd geaccepteerd door de verdachte, maar wederom niet betaald. Tot op de dag van aangifte door [slachtoffer 2] , 31 mei 2017, was er niet betaald.

De verdachte verzond een e-mail op 21 mei 2015 van de bank HSBC France waaruit zou blijken dat er € 8.800,- zou zijn overgemaakt (e-mail van [emailadres 1] (doorgezonden via [emailadres 2] ) van [alias 1] waaruit moest blijken dat Euro 8.800,- was getransigeerd door de HSBC-bank te Frankrijk naar de rekening van [slachtoffer 2] Parket onder nummer: [banknr. 1] ). Ook ontving [slachtoffer 2] een e-mail van een bank op Jersey d.d. 1 mei 2017, waaruit zou moeten blijken dat er € 5.000,- zou worden overgemaakt (" [naam 2] " < [emailadres 3] > aan < [emailadres bedrijf 2] >).

In de persoonlijke contacten met de verdachte hoorde [slachtoffer 2] telkens een ander verhaal waarom de verdachte de rekening niet had betaald. Er zou geld door de Franse douane in beslag zijn genomen, de verdachte zou € 10.000,- vanuit Denemarken in contanten sturen in chocoladedoosjes, maar dat zou niet gelukt zijn. Op 13 mei 2017 beloofde de verdachte opnieuw te zullen betalen en belde hij in het bijzijn van [slachtoffer 2] met een bank in Engeland om de betaling rond te maken. In totaal is [slachtoffer 2] voor een bedrag van € 10.000,- benadeeld.20

Voornoemde [medeverdachte] heeft verklaard dat hij in de e-mail van HSBC de werkwijze van de verdachte herkende om crediteuren aan het lijntje te houden. Het logo van [naam 2] dat gebruikt was in de e-mail van 1 mei 2017 had [medeverdachte] weleens digitaal en bewerkbaar gemaakt voor de verdachte.21

Aangever [slachtoffer 3] van [bedrijf 3] te Emmen

Aangever [slachtoffer 3] van [bedrijf 3] B.V. heeft een badkamer geleverd aan de verdachte ten bedrage van € 27.000,-. Op 3 november 2014 is de koopovereenkomst gesloten. Tot op de dag van aangifte, 12 juni 2017, is er niet betaald door de verdachte. Wederom heeft de verdachte overschrijvingsbewijzen gestuurd aan aangever, maar die bleken niet echt te zijn:

  • -

    een bankoverschrijving uit Hong Kong van de HSBC bank van € 19.000,- ten gunste van [bedrijf 3] ;

  • -

    een overschrijving van de Sparkasse Aachen.

In een door de aangever aangespannen rechtszaak werd overeengekomen dat de verdachte € 20.000,- zou betalen. Aangever ontving uiteindelijk € 10.000,-, maar niet van de verdachte.22 Bij voornoemde [medeverdachte] werd nog een document aangetroffen met daarop een Swift transactie van 12 februari 2015 waaruit zou moeten blijken dat op 12 februari 2015 door [naam 3] te Hong Kong vanaf bankrekening [banknr. 2] een bedrag van € 10.000,- werd overgeboekt ten gunste van bankrekening [banknr. 3] ten name van [bedrijf 3] .23 Volgens [medeverdachte] was het Duitse bankrekeningnummer echt. Je kon dan via internetbankieren een transactie maken, maar niet verzenden.24

Aangever [slachtoffer 4] van [bedrijf 4] te Deventer

Aangever [slachtoffer 4] leverde aan de verdachte een kast- en tv-meubel ten bedrage van € 6.314,- (met een aanbetaling van € 700,-) namens het bedrijf [bedrijf 4] In de zomer 2015 kwam de verdachte in de winkel en bestelde hij kasten die op maat gemaakt werden. Tot op de dag van 28 juni 2017, de dag van aangifte, heeft de aangever geen betaling ontvangen. De verdachte kwam telkens met een andere reden waarom hij de rekening nog niet had voldaan. Hij vertelde dat hij een bedrijf in Hong Kong had en miljoenen op zijn rekening had staan. De verdachte liet [slachtoffer 4] brieven zien waarin werd aangegeven dat hij op dat moment niet over dat geld kon beschikken.25

Aangeefster [slachtoffer 5] te Voerendaal

Aangeefster [slachtoffer 5] heeft voor de verdachte, die zij kende als [alias 1] , verkeersboetes betaald voor een bedrag van € 9.611,-. Zij heeft de verdachte leren kennen als klant van het kantoor van haar dochter. De verdachte had aan haar dochter verteld dat hij een zakenman was, maar geen auto kon huren omdat hij geen vaste woon- en verblijfplaats had. Hij wilde een bedrijf beginnen. Omdat haar dochter geen creditcard had, werd [slachtoffer 5] gevraagd om haar creditcard te mogen gebruiken. De verdachte huurde op naam van [slachtoffer 5] vanaf 15 mei 2014 voor twee weken een auto bij Sixt. Deze huur werd betaald met de creditcard van [slachtoffer 5] , waarvoor zij een vergoeding kreeg van de verdachte. De afspraak was verder dat de verdachte eventuele verkeersboetes contant zou betalen aan [slachtoffer 5] , opdat zij de boetes dan weer kon overmaken. De huur werd verlengd en duurde tot 3 september 2014. In die periode kwamen 40 verkeersboetes binnen, niet alleen voor overtredingen in Nederland, maar ook in Frankrijk en Duitsland. Op 28 november 2016 heeft [slachtoffer 5] de laatste betaling gedaan, maar de verdachte heeft haar die boetes niet volledig vergoed. De verdachte heeft [slachtoffer 5] bewogen tot het geven van geld met mooie praatjes, zoals dat hij een goed verdienende zakenman was die in Nederland bezig was een onderneming te starten.26 Uit de stukken die zij als benadeelde partij heeft ingediend, blijkt dat zij nog een bedrag van € 7.569,52 moet krijgen van de verdachte.

De dochter van [slachtoffer 5] heeft verklaard dat de verdachte in het begin netjes betaalde. Zij heeft voor hem een telefoonabonnement afgesloten op haar naam. Daarvoor betaalde de verdachte in eerste instantie ook, maar toen hij haar en haar moeder niet meer nodig had, betaalde hij niet meer.27

Aangever [slachtoffer 6] van [bedrijf 5] te Huizen

Aangever [slachtoffer 6] kwam in december 2016 met de verdachte in contact. Hij voerde twee reparaties aan de auto van de verdachte uit voor een bedrag van € 786,50. De verdachte deed zich voor als ( [alias 2] ) [alias 1] . De verdachte vertelde op 16 januari 2017 dat hij geld nodig had en [slachtoffer 6] gaf de verdachte € 900,-. Het verhaal van de verdachte was dat hij het huis van zijn vriendin niet in kon, die in verband met hun bruiloft al in het buitenland was. Omdat hij onderweg was naar haar had hij dringend geld nodig. De verdachte had eerder aangegeven dat hij [slachtoffer 6] apparatuur zou laten inbouwen in zijn nieuwe auto, zoals alarmsystemen en voertuigvolgsystemen. Met die nieuwe opdracht in het vooruitzicht en de belofte van de verdachte dat hij de € 900,- direct terug zou storten, net als de reparatiekosten en nog € 600,- extra, heeft [slachtoffer 6] het geld gegeven. Voorafgaand daaraan stuurde de verdachte [slachtoffer 6] via e-mail papieren van de HSBC waarop de door de verdachte beloofde overboeking te zien was (een digitaal document zijnde een Swift banktransactie met daarop een transactie van € 2.386,50 op 16 januari 2016 vanaf de rekening [banknr. 4] ten name van [alias 1] bij de HSBC te Hong Kong (China) naar de bankrekening van [slachtoffer 6] , [banknr. 5] ). Ook zat daar een bankafschrift van 16 januari 2017 bij van HSBC te Hong Kong, waarop die overboeking naar [slachtoffer 6] te zien was en waarop een saldo van meer dan 163 miljoen euro te zien was.

Toen [slachtoffer 6] geen geld ontving, sprak hij de verdachte aan, die telkens excuses had. De verdachte stuurde WhatsApp berichten dat hij het geld had overgeboekt via een Duitse bank en ook via een Engelse bank. [slachtoffer 6] had daarvan nog een screenshot. Ten tijde van de aangifte op 1 juni 2017 was er nog steeds niet betaald.28

Voornoemde [medeverdachte] heeft verklaard dat het bankafschrift van 16 januari 2017 van HSBC vals was. Volgens [medeverdachte] had de verdachte helemaal geen bankrekening bij HSBC. Ook het Swift-document was vals.29

Aangever [slachtoffer 7] van [bedrijf 6]

Het bedrijf [bedrijf 6] is via haar kantoor in Waalwijk een leasecontract aangegaan en heeft een BMW 730 ter waarde van € 117.629,44 aan de verdachte verstrekt. De aanvraag was op naam van [alias 1] , die een reeks documenten inleverde ten behoeve van de goedkeuring van de aanvraag, waaronder een uittreksel van de Kamer van Koophandel op naam van het bedrijf waarvan de verdachte de bestuurder was. Aangever [slachtoffer 7] heeft verder verklaard dat deze aanvraag van 24 april 2017 door een goedkeuringssysteem automatisch was goedgekeurd, maar de ingeleverde documenten bleken vals:

  • -

    een fotokopie van een Brits paspoort met paspoortnummer [nummer x] op naam van [alias 1] , geboren op [geboortedatum 3] ;

  • -

    een bankafschrift van de HSBC bank te Hong Kong ten name van [alias 1] , rekeningnummer [banknr. 4] met daarop een saldo van € 162.247.868,-;

  • -

    twee kopieën van salarisstroken van [naam 3] te Hong Kong op naam van [alias 1] met geboortedatum 11-12-1977.

Bij een controle bij de HSBC bleek dat het bankafschrift niet van die bank afkomstig was. De salarisstroken konden niet kloppen vanwege de afwijkende geboortedatum. De auto kon worden teruggewonnen, maar de schade bedroeg € 50.000,-.30

Voornoemde [medeverdachte] heeft verklaard dat het bankafschrift vals was. Ook de kopie van het paspoort was een door hem gemanipuleerde kopie. [medeverdachte] had de verdachte bovendien een bewerkbaar bestand gegeven waarmee hij salarisstroken kon bewerken.31

Aangever [slachtoffer 8] van [bedrijf 7] . te Deventer

Aangever [slachtoffer 8] heeft namens [bedrijf 7] . op 2 februari 2015 een huurovereenkomst van een woning gesloten met de verdachte, die zich voordeed als [alias 1] en de volgende vals gebleken documenten had overgelegd:

  • -

    een transactieoverzicht van 28-06-2016 van de Citybank te New York, met daarop een betaling van USD 10.267,- aan [bedrijf 7] ;

  • -

    een transactieafschrift van de Sparkasse Aachen betreffende een transactie van € 3.809,-;

  • -

    een uittreksel uit het handelsregister te Hong Kong, ten name van de [naam 3] , met handelsregisternummer 91236681;

  • -

    een bankafschrift van HSBC te Hong Kong met daarop een saldo van USD 27.897.678,56;

  • -

    een kopie van een paspoort op naam van [alias 1] , geboren op [geboortedatum 3] te Liverpool, paspoortnummer [nummer x] ;

  • -

    salarisspecificaties;

De huur is niet volledig voldaan door de verdachte. Ook kwam de verdachte de later gesloten koopovereenkomst van de woning niet na. De verdachte had volgens aangever allerlei bizarre verhalen. Hij betaalde soms per bank, maar vaak contant. Hij zou een bankrekening hebben bij [naam 2] Bank en dat zou voor vertraging in de betaling zorgen. Hij heeft ook wel eens op zijn mobiele telefoon laten zien dat hij geld had overgemaakt, maar dan bleek later dat dit niet zo was.32

Voornoemde [medeverdachte] heeft verklaard over het transactieafschrift van de Sparkasse Aachen en dat hij het uittreksel uit het handelsregister te Hong Kong heeft opgemaakt voor de verdachte. Ook het transactieoverzicht van de Citibank gebruikte de verdachte om de verhuurder rustig te houden. [medeverdachte] heeft dit ook valselijk opgemaakt. De salarisstroken kon de verdachte zelf bewerken.33

Aangever [slachtoffer 9]

Aangever [slachtoffer 9] heeft de auto van de verdachte, die hij vanaf begin januari 2015 kende als [alias 1] , gerepareerd. De verdachte vertelde dat hij miljonair was. Hij had miljoenen geërfd van zijn vader die grond in Canada had gehad waar olie werd geboord. De verdachte heeft twee keer een rekening betaald, maar daarna niet meer. De verdachte deed hem formulieren toekomen, maar hield hem aan het lijntje. Ergens in 2015 kwam de verdachte en zei dat hij geld nodig had. In vertrouwen heeft aangever de verdachte geld gegeven, contant en via overboeking. In totaal betrof het een bedrag van € 26.837,76 (€ 23.462,- en € 3.375,76), dat niet aan [slachtoffer 9] is terugbetaald. De verdachte had het nodig voor een appartement in Deventer, maar kon niet bij zijn geld omdat hij van bank ging wisselen. De verdachte wist aangever steeds weer te bewegen om opnieuw geld te geven. De verdachte heeft een aantal documenten aan aangever gegeven:

  • -

    een e-mail d.d. 23 juli 2015 van [naam 2] Bank in Jersey gericht aan [slachtoffer 9] , inhoudende dat in verband met een onderzoek een betaling aan hem van € 150.000,- tijdelijk wordt tegengehouden en wordt uitgevoerd zodra het interne onderzoek voltooid is;

  • -

    een e-mail van [naam 4] Bank in Dubai inhoudende dat nog ID-gegevens moeten worden overgelegd voordat [alias 1] toegang kan krijgen tot zijn nieuwe rekening;

  • -

    berichten van HSBC gericht aan [slachtoffer 9] over een overschrijving van € 150.000,-;

  • -

    een cheque van € 170.000,-;

  • -

    een foto van een formulier van beslaglegging op € 177.000,-.34

Uit het dossier blijkt uit informatie van het openbaar ministerie in Jersey dat er geen bankrekeningen bekend waren bij [naam 2] op naam van [alias 1] en [alias 2] .35

Aangeefster [slachtoffer 10]

Aangeefster [slachtoffer 10] , woonachtig te Zeewolde, heeft in gedeelten een bedrag van € 29.743,96 geleend aan de verdachte, die zij kende als [alias 1] . Dat begon met een opname van haar bank op 25 november 2016. Ook heeft zij voor de verdachte een rekening betaald van een installatiebedrijf van € 4.238,96 en op 4 april 2017 nog een rekening van de deurwaarder. [alias 1] was de partner van een vriendin van haar in Deventer en deed zich voor als een man die heel rijk was. Hij was afkomstig uit Engeland met roots in Barbados. Zijn vermogen zou afkomstig zijn van zijn familie. Hij vertelde dat hij als bemiddelaar optrad bij bedrijven die overgenomen worden. Tijdens een begrafenis liet hij haar een bankverklaring zien van de bank [naam 2] te Engeland, waarin zij las dat zijn vermogen in de miljoenen liep. Zijn rekening was geblokkeerd, omdat er een onderzoek liep naar de herkomst van het vermogen. [alias 1] kocht dure cadeaus voor haar vriendin en ze hadden allebei dure auto’s. [alias 1] en haar vriendin besloten een restaurant te beginnen en [alias 1] vroeg of hij van haar geld kon lenen voor de laatste zaken voor dat restaurant, waarin zij bewilligde.

Er waren geen afspraken gemaakt over het terugbetalen, maar als zij erover begon, hield hij haar aan het lijntje. Hij had steeds weer een ander verhaal. Er zou een bedrag van een deal binnenkomen, maar elke keer was er weer een andere smoes. Ook stuurde hij een WhatsApp bericht met de mededeling dat zijn kluis was weggehaald. Op de site van de Stentor las zij dat er een inval van de politie was geweest. Toen zij de verdachte hiermee confronteerde, heeft hij zijn telefoon uitgezet. Via LinkedIn beloofde hij haar steeds dat hij contact met haar op zou nemen, maar dat gebeurde vaak niet. Hij zou een bedrag in contanten hebben om aan haar te overhandigen, maar tot een afspraak hiervoor kwam het niet.36

Volgens het loopproces-verbaal van de politie heeft aangeefster nog documenten en afdrukken overhandigd van chatgesprekken. Daaronder is een aan aangeefster verstuurde e-mail van [naam 2] van 23 maart 2017, waaruit moet blijken dat verdachte meer dan een half miljard euro op zijn rekening heeft staan.37

Uit het dossier blijkt uit informatie van het openbaar ministerie in Jersey dat er geen bankrekeningen bekend waren bij [naam 2] op naam van [alias 1] en [alias 2] .38

Aangever [slachtoffer 11] te Deventer

Aangever [slachtoffer 11] heeft aan de verdachte, die zich voordeed als [alias 1] , een bedrag van € 3.750,- geleend op 5 maart 2016. De verdachte vroeg dit te leen, omdat zijn bankpassen geblokkeerd waren. De verdachte vertelde dat hij samen met zijn zus erfgenaam was van een stuk grond van zijn overleden oma. In de auto liet hij een pak papier zien waarop aangever zag dat de grond een waarde had van 1,2 miljard Canadese dollars. Ook liet de verdachte op zijn mobiele telefoon een bank app zien, waarop aangever zag dat er een bedrag van € 1.500.000,- op de rekening stond. Aangever wist als personal trainer van de vriendin van de verdachte niet anders dan dat de verdachte een welgesteld man was. Nadat de aangever de dag erop geen geld terug ontvangen had, heeft de aangever de verdachte een WhatsApp gestuurd en druk uitgeoefend om het geld terug te krijgen. Uiteindelijk heeft de verdachte in delen € 2.750,- terugbetaald. Ten tijde van de aangifte op 1 augustus 2017 was de resterende € 1.000,- nog niet betaald. De verdachte had hem ook nog gevraagd zijn bankrekening ter beschikking te stellen om geld op te laten storten, omdat zijn rekening geblokkeerd zou zijn. De verdachte beloofde weer van alles. Daarin is aangever echter niet meegegaan. Aangever heeft de berichtenuitwisseling tussen hem en de verdachte overgelegd. Daarin is kort samengevat onder meer te lezen dat:

  • -

    de verdachte bij herhaling belooft te betalen;

  • -

    meermalen zegt dat het geld is overgemaakt;

  • -

    de bankdirecteur aangever zal bellen om hem gerust te stellen en alles uit te leggen, wat vervolgens niet gebeurt;

  • -

    hij in het buitenland is en dat de douane € 177.000,- in beslag genomen heeft en dat hij hen bewijs moet brengen van de herkomst en dat hij het terug zal krijgen;

  • -

    hij in Italië is en de banken gesloten zijn;

  • -

    hij het geld heeft, maar zijn paspoort nog op moet halen in Amsterdam en een injectie in zijn schouder moet krijgen;

  • -

    de manager van de bank de situatie ter hand genomen heeft;

  • -

    hij het geld heeft, waarbij een foto te zien is van vele biljetten van 500 en 200 euro, maar dat sinds de terroristische aanslagen in Frankrijk het sturen van geld beperkt is tot € 500,- per week en dat hij het geld dus zelf zal komen brengen;

  • -

    hij het geld via Western Union heeft ontvangen en het alleen maar op hoeft te halen in België;

  • -

    hij een rechtszaak tegen de bank heeft lopen om zijn rekening vrij te maken;

  • -

    hij pas laat terug was in Deventer en meteen weer terug moest naar Parijs en aangever toch niet wakker kon maken midden in de nacht, terwijl zijn vriendin hoogzwanger is.39

Aangever [slachtoffer 12]

Aangever [slachtoffer 12] , woonachtig in Loon op Zand, heeft aan de verdachte, die zich voordeed als [alias 1] , afkomstig uit Groot-Brittannië, in totaal € 53.400,- geleend. Aangever had een kopie van het paspoort gemaakt. De verdachte zou geld verdienen met fusies en overnames van bedrijven en het bedrijf [naam 3] in Hong Kong en Engeland hebben. De verdachte zou multimiljonair zijn en vertelde dat hij een erfenis van zijn oma had ontvangen. Hij kon op dat moment niet beschikken over het geld, omdat zijn familie bezwaar zou hebben gemaakt tegen deze erfenis. Vervolgens gaf de verdachte hem een verklaring van de rechtbank in New York, waardoor het verhaal voor [slachtoffer 12] aannemelijk werd. De verdachte zou hem alles dubbel en dwars terugbetalen. [slachtoffer 12] heeft hem ongeveer 20 keer geld geleend, variërend van een bedrag van € 1.000,- tot € 9.000,-. Het betrof contant geld, gestort op verschillende rekeningen, waaronder een rekening op naam van D. Bik. De verdachte heeft hem meermalen een bankafschrift van HSBC laten zien met een saldo van € 162.057.817,94 om hem ervan te overtuigen hem geld te lenen. Ook stuurde de verdachte hem een kopie van een transactie van HSBC waaruit zou moeten blijken dat een bedrag van € 100.000,- is overgemaakt op het bankrekeningnummer van [slachtoffer 12] . [slachtoffer 12] had niet gedacht dat de formulieren van [naam 2] bank die de verdachte hem gestuurd had vals waren; ze leken zeer echt.40

4.4.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

Feit 1 subsidiair

in de periode van 1 mei 2017 tot en met 12 juni 2017 in Nederland opzettelijk valselijk opgemaakte geschriften, dan wel valselijk opgemaakte digitale geschriften, dat, dan wel die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten

- Passport United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland, voorzien van nummer [nummer y] , op naam gesteld van [alias 1] , geboren op [geboortedatum 7] te Manchester en

- Passport United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland, voorzien van nummer [nummer x] , op naam gesteld van [alias 1] , geboren op [geboortedatum 4] te Liverpool en

- Passport United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland, voorzien van nummer [nummer x] , op naam gesteld van [alias 1] , geboren op [geboortedatum 3] te Liverpool en

- Passport United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland, voorzien van nummer [nummer x] , op naam gesteld van [alias 1] , geboren op [geboortedatum 3] te Manchester, voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, wist dat die (digitale) geschriften bestemd waren om gebruik van te maken als waren deze echt en onvervalst;

Feit 2

in de periode van 1 mei 2014 tot en met 12 juni 2017 op hierna te noemen plaatsen een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich en/of een ander(en) de beschikking over die goederen te verzekeren, hebbende verdachte, telkens met voormeld oogmerk, de navolgende goederen - op tijd en plaats daarbij vermeld - gekocht, te weten:

- vier banden (Pirelli) ten bedrage van Euro 1.120,68 (excl. BTW) van [bedrijf 1] , in de periode van 1 oktober 2016 tot en met 9 mei 2017 in de gemeente Deventer, en

- een parketvloer ten bedrage van Euro 8.331,60 van [bedrijf 2] , in de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 mei 2017 in de gemeente Deventer, en

- een badkamer ten bedrage van Euro 27.000,- van [bedrijf 3] , in de periode van 3 november 2014 tot en met 12 juni 2017 in de gemeente Emmen en

- een kast- en tv-meubel ten bedrage van (totaal) Euro 6.314,- van [bedrijf 4] in de periode van 1 juni 2015 tot en met 14 juli 2016 in de gemeente Deventer;

Feit 3

in de periode van 1 mei 2014 tot en met 12 juni 2017 in Nederland, meermalen, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valselijk opgemaakte en/of vervalste geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, als waren deze echt en onvervalst, te weten:

a. a) een statement at 28 octobre 2016 van HSBC te Hong Kong SAR China en

b) een e-mail van [emailadres 1] (doorgezonden via [emailadres 2] ) van [alias 1] waaruit moest blijken dat Euro 8.800,- was getransigeerd door HSCB-bank te Frankrijk naar de rekening van [slachtoffer 2] Parket onder nummer: [banknr. 1] en

c) een e-mail van " [naam 2] " < [emailadres 3] > aan < [emailadres bedrijf 2] > waaruit zou moeten blijken dat Euro 5.000,- zou worden overgemaakt en

d) een digitaal document zijnde een Swift banktransactie [doc. 055} waaruit zou moeten blijken dat op 16 januari 2017 een transactie van Euro 2.386,50 had plaatsgevonden vanaf de rekening [banknr. 4] ten name van [alias 1] bij de HSBC te Hong Kong (China) naar de bankrekening van [slachtoffer 6] , [banknr. 5] en

e) een bankafschrift van de HSBC bank ten name van [alias 1] , rekeningnummer [banknr. 4] , welke is gebruikt door hem, verdachte, bij BMW Group Financial Services en

f) een kopie van een/het Brits paspoort met de naam [alias 1] , geboren [geboortedatum 3] te Liverpool (Groot-Brittannië) en

g) twee kopieën van salarisstroken van [naam 3] te Hong Kong op naam van [alias 1] met geboortedatum 11-12-1977 en

h) het/een transactieoverzicht van 28-06-2016 van de Citybank te New York, waaruit onder meer een betaling van USD 10.267,- aan [bedrijf 7] zou moeten blijken en

i. i) een bankafschrift van de Sparkasse Aachen betreffende een transactie van Euro 3.809,-, welke volgens [medeverdachte] door hem, verdachte, bij [bedrijf 7] Deventer N.V. is gebruikt en

j) een uittreksel uit het handelsregister te Hong Kong, ten name van de Economy Group Ltd, met handelsregisternummer 91236681 (dit geschrift is volgens [medeverdachte] gebruikt door hem, verdachte, bij [bedrijf 7] N.V.) en

l) een bankoverschrijving uit Hong Kong van de HSBC bank van Euro 19.000,- ten gunste van [bedrijf 3] en

m) een overschrijving van de Sparkasse Aachen en

n) een cashcheque van Banco Santander S.A. van 17 november 2016 van Euro 150.000,- en

o) een e-mail van [naam 2] van 23 maart 2017, waaruit moet blijken dat verdachte meer dan een half miljard euro op zijn rekening heeft staan en

p) een fotokopie van een transactie van de HSBC waaruit zou moeten blijken dat door [alias 1] een bedrag van Euro 100.000,- is overgemaakt aan [slachtoffer 12] ,

en

in de periode van 1 mei 2014 tot en met 12 juni 2017 in Nederland, opzettelijk een valselijk opgemaakte geschrift voorhanden heeft gehad, dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, als ware dit echt en onvervalst, te weten:

k) een Swift transactie van 12 februari 2015 waaruit zou moeten blijken dat op 12 februari 2015 door [naam 3] te Hong Kong vanaf bankrekening [banknr. 2] een bedrag van Euro 10.000,- werd overgeboekt ten gunste van bankrekening [banknr. 3] ten name van [bedrijf 3] ;

Feit 4

in de periode van 1 mei 2014 tot en met 1 augustus 2016 in de gemeente Voerendaal, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 5] heeft bewogen tot de afgifte aan een ander dan aan verdachte van een hoeveelheid geld (te weten (ongeveer) Euro 9.611,-), hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en in strijd met de waarheid zich voor gedaan als ( [alias 1] en als (bonafide) zakenman en (vervolgens) beloftes gemaakt (te weten het betalen van (verkeers)boetes en andere kosten), waardoor die [slachtoffer 5] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

Feit 5

in de periode van 1 december 2016 tot en met 1 juni 2017 in de gemeente Huizen, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf 5] en/of [slachtoffer 6] heeft bewogen tot de afgifte van (ongeveer) Euro 900,- en het verlenen van diensten (te weten het uitvoeren van een tweetal reparaties aan de auto ter waarde van Euro 786,50), hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven – valselijk en in strijd met de waarheid zich voorgedaan als ( [alias 1] en als (betalende) klant en als persoon in financiële nood en (vervolgens) (telkens) beloftes gedaan tot betaling en terugbetaling, waardoor [bedrijf 5] en/of die [slachtoffer 6] werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte en verlening van diensten;

Feit 6

op 24 april 2017 in de gemeente Waalwijk met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf 6] heeft bewogen tot het aangaan van een leasecontract en de afgifte van een BMW 730, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en in strijd met de waarheid zich voorgedaan als [alias 1] en als (bonafide) zakenman en doen voorkomen dat hij bij HSBC bank een positief banksaldo van Euro 162.247.868,- heeft, waardoor [bedrijf 6] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

Feit 7

in de periode van 1 december 2013 tot en met 12 juni 2017 in de gemeente Deventer met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid [bedrijf 7] N.V. heeft bewogen tot de afgifte (middels een huurovereenkomst) van de mogelijkheid tot het gebruiken van een woning en een huurovereenkomst, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk zich voorgedaan als ( [alias 1] en als (bonafide) zakenman, waardoor [bedrijf 7] N.V. werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

Feit 8

in de periode van 1 januari 2015 tot en met 12 juni 2017 in de gemeente Emmen met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een listige kunstgreep en door een samenweefsel van verdichtsels [slachtoffer 9] heeft bewogen tot de afgifte van (ongeveer) Euro 23.462,- en het verlenen van diensten, bestaande uit reparaties aan auto’s (ter waarde van (in totaal) Euro 3.375,76), hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en in strijd met de waarheid zich voorgedaan als [alias 1] en als (bonafide) klant/zakenman en als miljonair (die miljoenen van zijn vader geërfd zou hebben) en die [slachtoffer 9] een bankafschrift getoond, waarop te zien was dat op deze rekening ten name van [alias 1] tientallen miljoenen zouden staan en vermeld dat hij, verdachte, (tijdelijk) niet aan zijn geld kon komen vanwege een wisseling van bank, waardoor die [slachtoffer 9] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

Feit 9

in de periode van 25 november 2016 tot en met 4 april 2017 in Nederland, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een listige kunstgreep en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 10] heeft bewogen tot de afgifte van (ongeveer) Euro 29.743,96, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en in strijd met de waarheid zich voorgedaan als [alias 1] en als iemand die heel rijk is en wiens vermogen afkomstig was van zijn familie en die als bemiddelaar optrad bij bedrijven die overgenomen worden en (tijdens een begrafenis) een vals bankafschrift en een verklaring laten zien van de bank [naam 2] te Engeland waar een positief saldo van enkele miljoenen op stond en gesteld dat hij, verdachte, geld zou ontvangen van een deal die hij had gesloten, waardoor die [slachtoffer 10] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

Feit 10

in de periode van 4 maart 2016 tot en met 12 juni 2017 in de gemeente Deventer met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een listige kunstgreep [slachtoffer 11] heeft bewogen tot de afgifte van Euro 3.750,-, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en in strijd met de waarheid zich voorgedaan als [alias 1] en als (bonafide en vermogende) klant en aan die [slachtoffer 11] documenten getoond met betrekking tot grondbezit ter waarde van 1,2 miljard Canadese dollars en een bank-app getoond waarop een saldo vermeld stond van Euro 1.500.000,-, waardoor die [slachtoffer 11] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

Feit 11

in de periode van 1 augustus 2016 tot en met 12 juni 2017 in Nederland, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een listige kunstgreep en door een samenweefsel van verdichtsels [slachtoffer 12] heeft bewogen tot de afgifte van (ongeveer) € 53.400,-, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en in strijd met de waarheid zich voorgedaan als [alias 1] en een (bonafide) klant en als multimiljonair en valse documenten aan die [slachtoffer 12] getoond waaruit zou moeten blijken dat hij vermogend is en een kopie van een transactie van HSBC heeft gestuurd waaruit zou moeten blijken dat door hem, verdachte, een bedrag van € 100.000,- is overgemaakt aan die [slachtoffer 12] en gemeld dat hij, verdachte, door omstandigheden niet aan een aan hem toegekende erfenis kon komen, waardoor die [slachtoffer 12] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

De rechtbank acht niet bewezen wat meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Feit 1 subsidiair

valsheid in geschrift, meermalen gepleegd

Feit 2

een gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren

Feit 3

opzettelijk gebruik maken van het valse of vervalste geschrift, als bedoeld in artikel 225 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd

en

opzettelijk een geschrift als bedoeld in artikel 225 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht voorhanden hebben, terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst

Feit 4

oplichting

Feit 5

oplichting

Feit 6

oplichting

Feit 7

oplichting

Feit 8:

oplichting

Feit 9

oplichting

Feit 10

oplichting

Feit 11

oplichting

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

6 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

7 De straf en/of de maatregel

7.1.

De vordering van de officier van justitie

De verdachte is volgens de officier van justitie een man voor wie geldt dat elk gesprek dat hij voert en elke rechtshandeling die hij verricht, welbewust en berekenend zonder uitzondering een fundament van leugens en bedrog kent. Een man die misbruik maakt van het vertrouwen van anderen, documenten vervalst en verhalen verzint om er zelf beter van te worden: altijd ten koste van een ander. De verdachte heeft niet alleen financiële schade veroorzaakt, maar ook veel frustratie en persoonlijk leed bij zijn slachtoffers.

De verdachte leeft als een parasiet en levert geen enkele bijdrage aan de maatschappij, maar bezwaart deze louter met zijn aanwezigheid en dat al minstens 20 jaar. De verdachte is immers al meermalen veroordeeld voor zijn oplichtingspraktijken. De officier van justitie ziet alleen strafverzwarende omstandigheden en de samenleving moet tegen hem beschermd worden, omdat de officier van justitie het gevaar voor herhaling extreem hoog inschat. Alleen een zeer lange gevangenisstraf vindt de officier van justitie passen. Hij heeft de oplegging van een gevangenisstraf gevorderd van 4 jaren en 8 maanden.

7.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van een op te leggen straf.

7.3.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte veelvuldig mensen heeft opgelicht en slachtoffer heeft gemaakt van flessentrekkerij. De verdachte is in het verleden veroordeeld tot forse straf voor soortgelijke feiten. Ook daar ging het om veel feiten en gedupeerden. Formeel is er geen sprake van recidive, maar de rechtbank constateert dat het bedriegen en geld afhandig maken van mensen voor de verdachte een manier van leven is en gelet op de ernst van de onderhavige feiten kan zij die eerdere veroordelingen niet buiten beschouwing laten. De verdachte gaat onverbeterlijk gewetenloos en geraffineerd te werk. Hij gebruikt vele valse documenten, waarvan de documenten uit de bewijsmiddelen die de rechtbank gebruikt voor haar bewezenverklaring het topje van de ijsberg zijn. Landgrenzen beperken hem kennelijk ook niet. Zodra hij in deze zaak vrijkomt, wacht hem een overlevering naar België in verband met een straf van meer dan 900 dagen voor soortgelijke feiten. De verdachte probeert zich niet alleen voor te doen als zakenman, miljonair, maar in het dossier zijn ook documenten aangetroffen, paspoort/visa-aanvragen, waarop zijn foto prijkt en hij hartchirurg zou zijn. In 2001 deed hij zich voor als piloot. Hij maakt misbruik van allerlei door hemzelf of vóór hem gemanipuleerde documenten die belangrijk zijn in het economische en maatschappelijke verkeer. Mensen ontlenen daar vertrouwen aan en zouden dat ook moeten kunnen doen. Alleen al voor het veelvuldig voorhanden hebben van valse stukken zou het opleggen van gevangenisstraf gepast zijn. Daar komen de oplichtingen en gevallen van flessentrekkerij bij.

Voor deze zaak geldt verder het adagium: “als het te mooi is om waar te zijn, is het ook niet waar”. Toch belanden slachtoffers door de samenweefsels van verdichtsels en kunstgrepen in de val van de verdachte en worden zij niet alleen financieel gedupeerd, maar veelal ook emotioneel. Hun vertrouwen loopt op zijn minst een enorme deuk op. Voor hen maakt het ook niet uit of het gedrag van de verdachte juridisch nu oplichting of flessentrekkerij is: zij zijn de dupe en lijden financiële schade die zij niet of maar met moeite kunnen opvangen. De verdachte wist enkelen van hen in economisch moeilijke tijden voor te spiegelen dat ze een goede klant hadden waardoor zij omzet konden genereren. Zo trok hij hen over de streep.

Het is vreselijk te moeten lezen hoe een slachtoffer dat meent een vriendin en haar partner te helpen, zelf in de financiële problemen belandt en steeds door de verdachte aan het lijntje gehouden wordt. Ook valt te lezen in allerlei door de aangevers overgelegde berichten hoezeer de verdachte zijn slachtoffers vleit en voorwendt dat hij ze erg dankbaar is en keer op keer met valse beloften komt. Dat is doortrapt. Zelfs ter terechtzitting kon de verdachte het niet laten om één van de slachtoffers meermalen een evident loze belofte te doen dat hij haar iedere cent zal terugbetalen. Dat is volstrekt ongeloofwaardig.

De verdachte raakt verstrikt in zijn leugens. Zelfs bij de rechtbank vertoont hij zijn praktijken door te proberen rechters te overtuigen van zijn valse identiteit en te herhalen dat er echt een rechtszaak loopt op een ander continent over grond en een erfenis. De smoezen, leugens, verontwaardiging over het onrecht dat hem wordt aangedaan: het loopt allemaal door elkaar.

De ernst van de feiten en de persoon van de verdachte maken dat het opleggen van een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf de enige passende reactie is. Anders komt er geen einde aan zijn praktijken, hoewel ook in de gevangenis alweer gebleken is dat hij ermee door probeert te gaan. De verdachte moet lang uit de samenleving waarin hij zoveel schade aanricht worden verwijderd. De rechtbank vindt het noodzakelijk en gepast om een langere straf op te leggen dan geëist, ook wanneer zij meeweegt dat zij de verdachte van de primaire variant van feit 1 vrijspreekt. Zij zal de verdachte een gevangenisstraf van 5 jaren opleggen.

8 De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregelen

8.1.

De vorderingen van de benadeelde partijen en het oordeel van de rechtbank

[bedrijf 3] B.V.

Deze benadeelde partij vordert een schadevergoeding van € 10.000,- ter zake van feit 2.

De verdediging heeft de vordering betwist. De vordering is ook onderwerp geweest van een civiele zaak waarin de kantonrechter op 29 november 2016 vonnis heeft gewezen en de verdachte heeft veroordeeld om de eerder door hem gesloten vaststellingsovereenkomst na te komen, hetgeen tot op heden niet is gebeurd. Nu de vordering is toegewezen door de kantonrechter, heeft de benadeelde partij geen belang meer bij een toewijzing door de strafrechter. Omdat de verdachte een verweer voert (hij zou het recht van retentie inroepen) levert de beoordeling bovendien een onevenredige belasting van het strafproces op. De rechtbank zal de benadeelde partij dan ook niet-ontvankelijk verklaren.

[bedrijf 4]

Deze benadeelde partij vordert een schadevergoeding van € 6.314,- ter zake van feit 2.

De vordering is inhoudelijk niet betwist door de raadsman. De raadsman heeft alleen betoogd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat de verdachte vrijgesproken zou moeten worden. De verdachte heeft ter terechtzitting verder gesteld dat hij € 5.200,- betaald heeft en voor het overige niet hoeft te betalen, omdat de geleverde kasten gebreken zouden vertonen, maar dat alles heeft hij niet kunnen onderbouwen.

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij schade geleden heeft als rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde onder feit 2 en zij acht de verdachte aansprakelijk voor die schade. Die bedraagt echter niet het gevorderde bedrag, maar een bedrag van € 5.096,69, nu er volgens de stukken reeds € 700,- is aanbetaald en de BTW niet als schadepost kan worden meegenomen. De rechtbank wijst daarom een bedrag van € 5.096,69 toe, te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

[bedrijf 2]

Deze benadeelde partij vordert een schadevergoeding van € 7.420,29 ter zake van feit 2.

De vordering is inhoudelijk niet betwist door de verdediging. De raadsman heeft alleen betoogd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat de verdachte vrijgesproken zou moeten worden.

De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde schade het rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde onder feit 2 en zij acht de verdachte aansprakelijk voor die schade. De vordering kan, nu deze inhoudelijk niet is betwist, integraal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

[slachtoffer 5]

Deze benadeelde partij vordert een schadevergoeding van € 7.869,52 ter zake van feit 4, waarvan € 300,- voor geleden immateriële schade (smartengeld). Het materiele gedeelte betreft verkeersboetes die de benadeelde partij voor de verdachte betaald heeft, omdat de huurovereenkomst op haar naam stond, maar die niet door de verdachte zijn vergoed, zoals was afgesproken.

De vordering is door de verdediging betwist. Zo zou de benadeelde partij onvoldoende gedaan hebben om de schade te beperken. De verdachte heeft bovendien aangevoerd dat hij de benadeelde partij voldoende gecompenseerd heeft door haar royaal te betalen voor het beschikbaar stellen van haar creditcard en het huren op haar naam van de auto.

De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde materiele schade het rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde onder feit 4 en zij acht de verdachte aansprakelijk voor die schade. Dat de benadeelde partij onvoldoende gedaan zou hebben om de schade te beperken, acht de rechtbank onvoldoende onderbouwd. De boetes zouden niet zijn opgelopen, als de verdachte op tijd betaald had, zodat de benadeelde partij tijdig gecompenseerd werd voor de boetes waarvoor zij als formele huurder van de auto aansprakelijk was.

De vordering tot vergoeding van immateriële schade zal de rechtbank afwijzen, nu de wet hiervoor geen grondslag biedt. Artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek biedt basis voor het toekennen van smartengeld, wanneer er sprake is van lichamelijk letsel of van aantasting van eer en goede naam of wanneer komt vast te staan dat een verdachte het oogmerk had immateriële schade toe te brengen (artikel 6:106, onder a en b, van het Burgerlijk Wetboek). Op die gronden is de vordering niet gebaseerd. Deze is gebaseerd op nog een categorie in genoemd artikel, onder b, de aantasting van de persoon op andere wijze. Daarvan is in het algemeen pas sprake als het slachtoffer lijdt aan een in de psychiatrie (dan wel psychologie) erkend geestelijk ziektebeeld. Uit de onderbouwing door de benadeelde partij kan niet worden afgeleid dat zodanig letsel is ontstaan. De gevoelens van geschonden vertrouwen, onveiligheid en spanningen in het huwelijk als gevolg van de oplichting vallen, hoe naar ook voor het slachtoffer, niet onder het bereik van voornoemde wetsbepaling.

De vordering kan voor het overige, nu die inhoudelijk onvoldoende is betwist, worden toegewezen. Dit betreft een bedrag van € 7.569,52, te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

[slachtoffer 6]

Deze benadeelde partij vordert een schadevergoeding van € 2.141,56 ter zake van feit 5.

Deze vordering is inhoudelijk niet betwist door de verdediging. Door de raadsman is alleen betoogd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat de verdachte vrijgesproken zou moeten worden.

De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde schade het rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde onder feit 5 en zij acht de verdachte aansprakelijk voor die schade. De vordering kan, nu deze inhoudelijk niet is betwist, integraal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

[bedrijf 7] Deventer N.V.

Deze benadeelde partij vordert een schadevergoeding van € 67.977,60 ter zake van feit 7.

De verdachte en de raadsman hebben de vordering betwist. De vordering is deels ook onderwerp geweest van een civiele zaak waarin de kantonrechter vonnis heeft gewezen op 4 oktober 2017. De vordering heeft betrekking op schade als gevolg van het niet nakomen van een koopovereenkomst (contractuele boete) en op een huurachterstand. Nu de vordering met betrekking tot de contractuele boete is toegewezen door de kantonrechter, heeft de benadeelde partij geen belang meer bij een toewijzing door de strafrechter. Bovendien kan alleen de gevorderde huurachterstand worden aangemerkt als schade die het rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde onder feit 7. De verdachte heeft gesteld dat hij deze huurachterstand betaald heeft, maar heeft dat niet met bewijs kunnen staven. De rechtbank zal de vordering daarom toewijzen tot een bedrag van € 7.060,16, te vermeerderen met de wettelijke rente en voor het overige niet-ontvankelijk verklaren.

De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen. De benadeelde partij heeft ook nog een vergoeding voor gemaakte proceskosten gevorderd (€ 10.619,79). Doorgaans bestaan die kosten het strafproces uit de kosten van een advocaat. Nu de vordering niet door een advocaat is ingediend en er ook niemand namens de benadeelde partij ter terechtzitting is verschenen, acht de rechtbank de vordering onvoldoende onderbouwd. Zij zal de kosten daarom begroten op nihil.

[slachtoffer 9]

Deze benadeelde partij vordert een schadevergoeding van € 28.000,- ter zake van feit 8.

Deze vordering is inhoudelijk niet betwist door de verdediging. De raadsman heeft alleen betoogd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat de verdachte vrijgesproken zou moeten worden.

De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde schade tot het bewezenverklaarde bedrag het rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde onder feit 8 en zij acht de verdachte aansprakelijk voor die schade. De vordering kan, nu deze inhoudelijk niet is betwist, integraal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

[slachtoffer 10]

Deze benadeelde partij vordert een schadevergoeding van € 29.743,96 ter zake van feit 9.

Deze vordering is inhoudelijk niet betwist door de verdachte ter terechtzitting en ook niet door zijn raadsman. De raadsman heeft alleen betoogd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat de verdachte vrijgesproken zou moeten worden.

De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde schade het rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde onder feit 9 en zij acht de verdachte aansprakelijk voor die schade. De vordering kan, nu deze inhoudelijk niet is betwist, integraal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

[slachtoffer 11]

Deze benadeelde partij vordert een schadevergoeding van € 1.000,- ter zake van feit 10.

Deze vordering is inhoudelijk niet betwist door de verdachte ter terechtzitting en ook niet door zijn raadsman. De raadsman alleen betoogd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat de verdachte vrijgesproken zou moeten worden.

De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde schade het rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde onder feit 10 en zij acht de verdachte aansprakelijk voor die schade. De vordering kan, nu deze inhoudelijk niet is betwist, integraal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

[slachtoffer 12]

Deze benadeelde partij vordert een schadevergoeding van € 54.400,- ter zake van feit 11.

Deze vordering is inhoudelijk niet betwist door de verdediging. De raadsman heeft alleen betoogd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat de verdachte vrijgesproken zou moeten worden.

De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde schade tot een bedrag van € 53.400,- het rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde onder feit 11. De rechtbank acht de verdachte aansprakelijk voor de schade tot dat bedrag. Dit is het bedrag dat uit de bewijsmiddelen blijkt en de benadeelde partij heeft het meergevorderde niet onderbouwd. De vordering kan, nu deze inhoudelijk niet is betwist, worden toegewezen tot het bedrag van € 53.400,-, te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 24c, 36f, 57, 225, 326 en 326a van het Wetboek van Strafrecht.

10 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van het onder feit 1 primair ten laste gelegde feit;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte voor de bewezenverklaarde feiten tot een gevangenisstraf van 5 jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

  • -

    verklaart de benadeelde partij [bedrijf 3] B.V., gevestigd te Emmen, niet-ontvankelijk in haar vordering ter zake van feit 2;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil;

  • -

    veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] IJzerhandel B.V., gevestigd te Deventer, ter zake van feit 2 te betalen € 5.096,69, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 13 november 2015 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4] IJzerhandel B.V. van € 5.096,69, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 60 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 13 november 2015 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] Parketvloeren, [slachtoffer 2] , gevestigd te Deventer, ter zake van feit 2 te betalen € 7.420,29, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 9 april 2015 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] Parketvloeren, [slachtoffer 2] , van € 7.420,29 bij niet betaling en verhaal te vervangen door 72 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 9 april 2015 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] , wonende te Voerendaal, ter zake van feit 4 gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen € 7.569,52, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 3 september 2014 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij voor het overige (immateriële schade) af;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 5] van € 7.569,52, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 72 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 3 september 2014 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] , wonende te Huizen, ter zake van feit 5 gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen € 2.141,56, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 17 januari 2018 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 6] van € 2.141,56 bij niet betaling en verhaal te vervangen door 31 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 17 januari 2018 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij [bedrijf 7] Deventer N.V., ter zake van feit 7 gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen € 7.060,16, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 12 juni 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [bedrijf 7] Deventer N.V., gevestigd te Deventer, voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [bedrijf 7] Deventer N.V. van € 7.060,16, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 70 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 12 juni 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 9] , wonende te Erica, ter zake van feit 8 toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen € 26.837,76, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 22 juni 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 9] van € 26.837,76, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 169 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 22 juni 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 10] , wonende te Zeewolde, ter zake van feit 9 toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen € 29.743,96, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 4 april 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 10] van € 29.743,96, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 183 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 4 april 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 11] , wonende te Deventer, ter zake van feit10 toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen € 1.000,- , te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 5 maart 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 11] van € 1.000,-, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 20 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 5 maart 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 12] , wonende te Kaatsheuvel, ter zake van feit 11 toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen € 53.400,-, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 29 oktober 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 12] van € 53.400,- bij niet betaling en verhaal te vervangen door 295 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 29 oktober 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.H.M. Kuster, voorzitter, mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe en mr. M.M. Beije, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.P. Jansen, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 17 juli 2018.

BIJLAGE I: De tenlastelegging. De rechtbank brengt daarin een verbetering aan. Bedoeld is de naam [verdachte] op te nemen in de tenlastelegging. De letters t en f worden echter regelmatig in het dossier en ook in de tenlastelegging verwisseld. De rechtbank verbetert deze fout. Uit het dossier blijkt dat de eerste voornam van [verdachte] is. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2014 tot en met 12 juni 2017 op een of meerdere plaatsen in Nederland (onder meer Voerendaal en/of Deventer en/of Huizen en/of 's-Gravenhage), in elk geval in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, te weten de voornaam, achternaam, geboortedatum en/of geboorteplaats, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander, te weten

[alias 1] , geboren op 22 december 1977 te Manchester (Groot-Brittannië) en/of Liverpool (Groot-Brittannië) en/of geboren op [geboortedatum 4] te Liverpool

(Groot-Brittannië) en/of

John [alias 2] , geboren op [geboortedatum 5] heeft gebruikt door deze gegevens als zijn, verdachtes, personalia op te geven bij diverse bedrijven en/of instanties, met het oogmerk om zijn (ware) identiteit, te weten Lotfi Ben Mohamed [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] te Sfax (Tunesië) te verhelen en/of de identiteit van de ander te verhelen en/of te misbruiken, waardoor uit dat gebruik enig nadeel kon ontstaan;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden, dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2017 tot en met 12 juni 2017 in de gemeente Deventer, in elk geval in Nederland meermalen, althans eenmaal, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk (een) valselijk opgemaakt(e) en/of (een) vervalst(e) geschrift(en), danwel (telkens) (een) digita(a)l(e) bestand(en) van genoemd(e) geschrift(en) (onder meer te zien op p. 655, 612, 630, 629 en 654), die (telkens) bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten

- Passport United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland, voorzien van nummer [nummer y] , op naam gesteld van [alias 1] , geboren op [geboortedatum 7] te Manchester en/of

- Passport United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland, voorzien van nummer [nummer x] , op naam gesteld van [alias 1] , geboren op [geboortedatum 4] te Liverpool en/of

- Passport United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland, voorzien van nummer [nummer x] , op naam gesteld van [alias 1] , geboren op [geboortedatum 3] te Liverpool en/of

- Passport United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland, voorzien van nummer [nummer x] , op naam gesteld van [alias 1] , geboren op [geboortedatum 3] te Manchester, voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, (telkens) wist of

redelijkerwijs moest vermoeden dat dat/die geschrift(en), of dat/die digitale bestand(en) hiervan, bestemd was/waren om gebruik van te maken als ware(n) dat/deze echt en onvervalst;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2014 tot en met 12 juni 2017 op hierna te noemen plaatsen, in elk geval in Nederland, een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich en/of (een) ander(en) de beschikking over die goederen te verzekeren, hebbende verdachte, telkens met voormeld oogmerk, de navolgende goederen - op tijd en plaats daarbij vermeld - gekocht, te weten:

- vier banden (Pirelli) ten bedrage van Euro 1.120,68 (excl. BTW) van [bedrijf 1] en/of [slachtoffer 1] , in de periode van 1 oktober 2016 tot en met 9 mei 2017 in de gemeente Deventer (zaaksdossier 2), en/of

- een parketvloer ten bedrage van Euro 8.331,60 van [bedrijf 2] , in de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 mei 2017 in de gemeente Deventer (zaaksdossier 3), en/of

- een badkamer ten bedrage van Euro 27.000,- van [bedrijf 3] en/of [slachtoffer 3] , in de periode van 3 november 2014 tot en met 12 juni 2017 in de gemeente(s) Emmen en/of Deventer (zaaksdossier 8), en/of

- een kast- en tv-meubel ten bedrage van (totaal) Euro 6.314,- van [bedrijf 4] in de periode van 1 juni 2015 tot en met 14 juli 2016 in de gemeente Deventer (zaaksdossier 9),

met het oogmerk om zonder volledige betaling zichzelf of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren;

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2014 tot en met 12 juni 2017 de gemeente Deventer en/of Heerlen en/of Voerendaal en/of Utrecht, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) valselijk opgemaakt(e) en/of (een) vervalst(e) geschrift(en) die (telkens) bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, als ware(n) dat/deze echt en onvervalst, te weten:

a. a) een statement at 28 octobre 2016 van HSBC te Hong Kong SAR China (zaaksdossier 2, p. 1266) en/of

b) een e-mail van [emailadres 1] (doorgezonden via [emailadres 2] ) van [alias 1] waaruit moest blijken dat Euro 8.800,- was getransigeerd door HSCB-bank te Frankrijk naar de rekening van [slachtoffer 2] Parket onder nummer: [banknr. 1] (zaaksdossier 3, p. 1294) en/of

c) een e-mail van " [naam 2] " < [emailadres 3] > aan < [emailadres bedrijf 2] > waaruit zou moeten blijken dat Euro 5.000,- zou worden overgemaakt (zaaksdossier 3, p. 1299) en/of

d) een digitaal document zijnde een Swift banktransactie [doc. 055} waaruit zou moeten blijken dat op 16 januari 2017 een transactie van Euro 2.386,50 had plaatsgevonden vanaf de rekening [banknr. 4] ten name van [alias 1] bij de HSBC te Hong Kong (China) naar de bankrekening van [slachtoffer 6] , [banknr. 5] (zaaksdossier 4, p. 1326) en/of

e) een bankafschrift van de HSBC bank ten name van John P. [alias 1] , rekeningnummer [banknr. 4] , welke is gebruikt door hem, verdachte, bij [bedrijf 6] (zaaksdossier 6, p. 1465) en/of

f) een kopie van een/het Brits paspoort met de naam [alias 1] , geboren 22-12-1976 te Liverpool (Groot-Brittannië) (zaaksdossier 6, p. 1464) en/of

g) twee kopieën van salarisstroken van Economy Group Ltd te Hong Kong op naam van [alias 1] met geboortedatum 11-12-1977 (zaaksdossier 6, p.

1466-1467) en/of

h) het/een transactieoverzicht van 28-06-2016 van de Citybank te New York, waaruit onder meer een betaling van USD 10.267,- aan [bedrijf 7] zou moeten blijken (zaaksdossier 7, p. 1516) en/of

i. i) een bankafschrift van de Sparkasse Aachen betreffende een transactie van Euro 3.809,-, welke volgens [medeverdachte] door hem, verdachte, bij [bedrijf 7] Deventer N.V. is gebruikt (zaaksdossier 7, p. 1518) en/of

j) een uittreksel uit het handelsregister te Hong Kong, ten name van de Economy Group Ltd, met handelsregisternummer 91236681 (dit geschrift is volgens [medeverdachte] gebruikt door hem, verdachte, bij [bedrijf 7] N.V.)

(zaaksdossier 7, p. 1537-1543) en/of

k) een Swift transactie van 12 februari 2015 waaruit zou moeten blijken dat op 12 februari 2015 door [naam 3] te Hong Kong vanaf bankrekening [banknr. 2] een bedrag van Euro 10.000,- werd overgeboekt ten gunste van bankrekening [banknr. 3] ten name van [bedrijf 3] (zaaksdossier 8,

p. 1602) en/of

l) een bankoverschrijving uit Hong Kong van de HSBC bank van Euro 19.000,- ten gunste van [bedrijf 3] (zaaksdossier 8, p. 1571-1572) en/of

m) een overschrijving van de Sparkasse Aachen (hij, verdachte, opende onder de valse naam [alias 1] een bankrekening bij de Sparkasse Aachen (D) onder nummer DE97 3905 0000 1072 1665 13 (zaaksdossier 8, p. 1573-1574) en/of

n) een cashcheque van Banco Santander S.A. van 17 november 2016 van Euro 150.000,- (p. 1719) en/of

o) een e-mail van [naam 2] van 23 maart 2017, waaruit moet blijken dat verdachte meer dan een half miljard euro op zijn rekening heeft staan (p. 1688) en/of

p) een fotokopie van een transactie van de HSBC waaruit zou moeten blijken dat door [alias 1] een bedrag van Euro 100.000,- is overgemaakt aan [slachtoffer 12] ,

als ware(n) deze/het (telkens) echt en onvervalst dan wel (telkens) opzettelijk zodanig(e) geschrift(en) voorhanden heeft gehad, terwijl hij (telkens) wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit/deze geschrift(en) bestemd was/waren om gebruik van te maken als ware(n) deze/het echt en

onvervalst;

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2014 tot en met 1 augustus 2016 in de gemeente Voerendaal, althans in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 5] heeft bewogen tot de afgifte (aan (een) ander(en) dan aan verdachte) van een hoeveelheid geld (te weten (ongeveer) Euro 9.611,-), hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voor gedaan als ( [alias 1] en/of als (bonafide) zakenman en/of (vervolgens) beloftes gemaakt (te weten het betalen van (verkeers)boetes en/of andere kosten), waardoor die [slachtoffer 5] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;(zaaksdossier 1)

5.

hij in of omstreeks de periode van 1 december 2016 tot en met 1 juni 2017 in de gemeente Huizen, althans in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf 5] en/of [slachtoffer 6] heeft bewogen tot de afgifte van (ongeveer) Euro 900,- en/of het verlenen van (een) dienst(en) (te weten het uitvoeren van een tweetal reparaties aan de auto en/of autoapparatuur ter waarde van Euro 786,50), hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als ( [alias 1] en/of als (betalende) klant en/of als persoon in financiële nood en/of (vervolgens) (telkens) beloftes gedaan tot betaling en/of terugbetaling, waardoor [bedrijf 5] en/of die [slachtoffer 6] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte en/of verlening van een dienst;(zaaksdossier 4)

6.

hij op of omstreeks 24 april 2017 in de gemeente Rijswijk en/of Waalwijk, in elk geval in Nederland met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf 6] en/of [slachtoffer 7] heeft bewogen tot het aangaan van een leasecontract en/of de afgifte van een BMW 730, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk

weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid voorgedaan als ( [alias 1] en/of als (bonafide) zakenman en/of als bestuurder van [naam 3] . en/of hij, verdachte, doen voorkomen dat hij bij HSBC bank een positief banksaldo van Euro 162.247.868,- heeft, waardoor [bedrijf 6] en/of die [slachtoffer 7] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;(zaaksdossier 6)

7.

hij in of omstreeks de periode van 1 december 2013 tot en met 12 juni 2017 in de gemeente Deventer, in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf 7] N.V. heeft bewogen tot de afgifte (middels een huurovereenkomst) van een woning, althans de mogelijkheid tot het gebruiken van een woning, en/of een huurovereenkomst, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met

vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als ( [alias 1] en/of als (bonafide) zakenman en/of als houder van een bankrekening bij [naam 2] , waardoor [bedrijf 7] N.V. werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;(zaaksdossier 7)

8.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 12 juni 2017 in de gemeente Emmen, in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 9] heeft bewogen tot de afgifte van (ongeveer) Euro 23.462,- en/of het verlenen van een of meer diensten, bestaande uit een of meerdere reparaties aan (een) auto('s) (ter waarde van (in totaal) Euro 3.375,76), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als ( [alias 1] en/of als (bonafide) klant/zakenman en/of als zijnde miljonair (die miljoenen van zijn vader geërfd zou hebben) en/of die [slachtoffer 9] een bankafschrift getoond, waarop te zien was dat op deze rekening ten name van [alias 1] tientallen miljoenen zouden staan en/of vermeld dat hij, verdachte, (tijdelijk) niet aan zijn geld kon komen vanwege een wisseling van bank, waardoor die [slachtoffer 9] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;(zaaksdossier 11)

9.

hij in of omstreeks de periode van 25 november 2016 tot en met 4 april 2017 in de gemeente Zeewolde en/of Deventer, in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 10] heeft bewogen tot de afgifte van (ongeveer) Euro 29.743,96 en/of Euro 4.238,96, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met

de waarheid zich voorgedaan als ( [alias 1] en/of als (bonafide) klant (te weten zich voordoen als iemand die heel rijk is en/of dat zijn vermogen afkomstig was van zijn familie en/of dat hij als bemiddelaar optrad bij bedrijven die overgenomen worden) en/of (tijdens een begrafenis) een (vals(e)) bankafschrift en/of een verklaring laten zien van de bank [naam 2] te Engeland waar een positief saldo van enkele miljoenen op stond en/of gesteld dat hij, verdachte, geld zou ontvangen van een deal die hij had gesloten, waardoor die

[slachtoffer 10] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;(zaaksdossier 12)

10.

hij in of omstreeks de periode van 4 maart 2016 tot en met 12 juni 2017 in de gemeente Deventer, in elk geval Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 11] heeft bewogen tot de afgifte van Euro 3.750,-, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als ( [alias 1] en/of als (bonafide en/of vermogende) klant en/of aan die [slachtoffer 11] documenten getoond met betrekking tot grondbezit ter waarde van 1,2 miljard Canadese dollars en/of een bank-app getoond waarop een saldo vermeld stond van Euro 1.500.000,-, waardoor die [slachtoffer 11] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;(zaaksdossier 13)

11.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2016 tot en met 12 juni 2017 in de gemeente Waalwijk en/of Deventer, in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 12] heeft bewogen tot de afgifte van (ongeveer) Euro 53.400,-, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als ( [alias 1] en/of een (bonafide) klant en/of als multimiljonair en/of (valse) documenten aan die [slachtoffer 12] getoond waaruit zou moeten blijken dat hij vermogend is en/of een kopie van een transactie van HSBC heeft verstuurd/gestuurd waaruit zou moeten blijken dat door hem, verdachte, een bedrag van Euro 100.000 is overgemaakt aan die [slachtoffer 12] en/of gemeld dat hij, verdachte, door omstandigheden niet aan een aan hem toegekende erfenis kon komen, waardoor die [slachtoffer 12] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;(zaaksdossier 14)

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van Politie Eenheid Limburg, onderzoeksnummer LB2R017044, gesloten d.d. 1 december 2017, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 2057.

2 De processen-verbaal van verhoor verdachte, dossierpagina 601 en 606.

3 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, dossierpagina 619.

4 Het proces-verbaal van [verbalisant] d.d. 20 maart 2018, met bijgevoegde afdrukken, proces-verbaalnummer PL2300-20171772040-4 en het proces-verbaal Dactyloscopisch onderzoek van [verbalisant] d.d. 16 februari 2018, proces-verbaalnummer PL2300-2017172040-4.

5 De geschriften op dossierpagina 416, 432, 444, 457, 465, 467 o.v.v. parketnummer 03-005020-01 en 20-002393-01.

6 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 augustus 2017, dossierpagina 488

7 Het proces-verbaal van bevindingen met bijlagen, dossierpagina 484 en verder.

8 Het proces-verbaal verhoor verdachte, dossierpagina 495 en 496 en het proces-verbaal verhoor verdachte, dossierpagina 498.

9 Het proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 421.

10 Het proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 384.

11 Het proces-verbaal d.d. 18 maart 2018 van verbalisant [verbalisant] .

12 Het geschrift, dossierpagina 1464, behorende bij de aangifte van [slachtoffer 7] , dossierpagina 1443 en het geschrift, dossierpagina 1548 behorende bij de aangifte van [bedrijf 7] ., dossierpagina 1506.

13 Het geschrift Intelligence Report, dossierpagina 185 tot en met 187.

14 Het proces-verbaal verhoor verdachte, dossierpagina 912.

15 Het proces-verbaal verhoor verdachte, dossierpagina 912.

16 Proces-verbaal van doorzoeking, dossierpagina 771, Kennisgeving van inbeslagneming, dossierpagina 819 en de geschriften op dossierpagina 613, 629, 654 en 655.

17 Het proces-verbaal aangifte, dossierpagina 1259 tot en met 1261, met bijlage een factuur en de afdruk van een e-mail, dossierpagina 1264, 1265 en 1266.

18 Het proces-verbaal verhoor getuige, dossierpagina 911.

19 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, dossierpagina 621.

20 Het proces-verbaal aangifte, dossierpagina 1285 tot en met 1287 met als bijlagen een factuur, dossierpagina 1290 en een afdruk van een e-mail, dossierpagina 1294 en het geschrift, dossierpagina 1299.

21 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, dossierpagina 911.

22 Het proces-verbaal van aangifte, dossierpagina 1567 tot en met 1569, met als bijlagen geschriften, dossierpagina 1602, 1571/2 en 1573/4.

23 Het proces-verbaal behorende bij zaaksdossier 8, dossierpagina 1563 en het geschrift, dossierpagina 1602.

24 Het proces-verbaal verhoor getuige, dossierpagina 911.

25 Het proces-verbaal aangifte, dossierpagina 1608 tot en met 1610, met bijlage een factuur, dossierpagina 1614

26 Het proces-verbaal aangifte, dossierpagina met bijlagen, dossierpagina 1173 tot en met 1243.

27 Het proces-verbaal van verhoor getuige, dossierpagina 1246 en 1247.

28 Het proces-verbaal aangifte, dossierpagina 1310 tot en met 1313, met bijlage een factuur en de geschriften, dossierpagina 1324, 1325, 1326 en 1336.

29 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, dossierpagina 911.

30 Het proces-verbaal aangifte van [slachtoffer 7] , dossierpagina 1443 met bijlagen, het lease-contract, dossierpagina 1448 tot en met 1452 en de geschriften, dossierpagina 1464, 1465, 1466, 1467 en 1489.

31 Het proces-verbaal verhoor verdachte, dossierpagina 912.

32 Het proces-verbaal aangifte, dossierpagina 1506 tot en met 1509, met als bijlage de huurovereenkomst, dossierpagina 1510 tot en met 1515 en de geschriften, dossierpagina 1515, 1516, 1518, 1519, 1537 tot en met 1543, 1544 tot en met 1546 en 1548.

33 het proces-verbaal verhoor verdachte, dossierpagina 912 en 913.

34 Het proces-verbaal aangifte, dossierpagina 1632 met bijlagen, de geschriften op dossierpagina 1634, 1636, 1638, 1642 en 1643.

35 Het aanvullend proces-verbaal d.d. 27 juni 2018 met bijlagen, opgemaakt door B.M.B. Steinbusch, proces-verbaalnummer LB2R017044-94.

36 Het proces-verbaal aangifte, dossierpagina 1667 met als bijlage de geschriften, dossierpagina1671 tot en met 1674, 1676.

37 Het proces-verbaal, dossierpagina 1663 en het geschrift, dossierpagina 1688.

38 Het aanvullend proces-verbaal d.d. 27 juni 2018 met bijlagen, opgemaakt door B.M.B. Steinbusch, proces-verbaalnummer LB2R017044-94.

39 Het proces-verbaal aangifte, dossierpagina 1728 tot en met 1730 met als bijlagen, de geschriften dossierpagina 1732 tot en met 1745.

40 Het geschrift, dossierpagina 1753 en het geschrift aangifte, dossierpagina 1754 tot en met 1756 met bijlagen, de geschriften, dossierpagina 1757, 1758, 1759 tot en met 1765.