Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:6784

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
11-07-2018
Datum publicatie
23-08-2018
Zaaknummer
C/03/251103 / KG ZA 18-304
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot medewerking van onwillige erfgenaam aan verdeling nalatenschap. Onwillige erfgenaam veroordeeld mee te werken aan de verkoop van de woning die tot de nalatenschap behoort.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ERF-Updates.nl 2018-0161
JERF 2018/342
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer: C/03/251103 / KG ZA 18-304

Vonnis in kort geding van 11 juli 2018

in de zaak van

[eiser] ,

wonend te [woonplaats 1] ,

eiser,

advocaat mr. M.J. Drost;

tegen:

1 [gedaagde sub 1] ,

wonend te [woonplaats 2] ,

verschenen in persoon;

2 [gedaagde sub 2] ,

wonend te [woonplaats 3] ,

niet verschenen;

3 [gedaagde sub 3] ,

wonend te [woonplaats 4] ,

verschenen in persoon,

gedaagden.

Partijen zullen hierna [eiser] , [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] genoemd worden.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding;

  • -

    de mondelinge behandeling.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] , [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] zijn de erfgenamen van hun op 22 september 2017 overleden moeder (hierna ook erflaatster te noemen). Tot de verdelen nalatenschap van erflaatster behoort haar woning aan de [adres] , te [plaats] . In de uiterste wilsbeschikking heeft erflaatster [gedaagde sub 1] tot executeur benoemd en heeft zij haar woning, waarop het onderhavige geschil betrekking heeft, tegen inbreng van de getaxeerde waarde, gelegateerd aan [gedaagde sub 1] en [eiser] ; aan [gedaagde sub 1] zijn voorts inboedelgoederen gelegateerd, eveneens tegen inbreng van de waarde. Partijen zijn voorts, als degenen die door de wet als erfgenamen zijn aangewezen, tot haar erfgenamen benoemd. [gedaagde sub 1] en [eiser] hebben de betreffende legaten verworpen. Partijen hebben overigens de nalatenschap zuiver aanvaard.

2.2.

Met het oog op de verdeling van de nalatenschap is de woning via een makelaar te koop aangeboden voor een vraagprijs van € 269.000,-- kosten koper.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] stelt dat de woning dient te worden verkocht om de nalatenschap te kunnen afwikkelen. Partijen hebben er volgens [eiser] ook recht op en belang bij om uit de onverdeeldheid te geraken, waartoe de woning dient te worden verkocht en geleverd.

3.2.

Volgens [eiser] heeft zich door tussenkomst van de makelaar een tweetal kopers gemeld, die de woning voor € 245.000,-- wensen te kopen.

3.3.

[eiser] stelt dat hij belang heeft bij verkoop van de woning. Door de makelaar zijn partijen verzocht om mee te werken aan de verkoop van de woning. Buren klagen over de gebrekkige staat van een scheidingsmuur behorend bij de woning. Partijen zijn als bezitters van een gebrekkige opstal risicoaansprakelijk, indien de scheidsmuur schade veroorzaakt. door de gebrekkige scheidsmuur. Ook lopen de kosten van de woning door.

3.4.

[eiser] vordert op grond van het vorenstaande dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  1. [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] hoofdelijk veroordeelt om met onmiddellijke ingang na het betekenen van het in deze procedure te wijzen vonnis medewerking te verlenen aan de verkoop en levering van hun aandeel in het eigendom van de woning, staande en gelegen te [plaats] , aan de [adres] ;

  2. bepaalt dat indien [gedaagde sub 1] of [gedaagde sub 2] of [gedaagde sub 3] niet onmiddellijk na het betekenen van het in deze procedure te wijzen vonnis meewerkt aan de verkoop en levering van zijn aandeel in de voornoemde woning, dit vonnis in de plaats zal treden van de voor de verkoop en levering van zijn aandeel in die woning vereiste wilsverklaring, medewerking en handtekening(en) van die partij;

  3. [gedaagde sub 3] veroordeelt in de kosten van deze procedure en de nakosten, voor een bedrag van € 131,--, dan wel indien betekening plaatsvindt, van € 199,--.

3.5.

[gedaagde sub 3] voert verweer. De verweren en betwistingen van [gedaagde sub 3] zullen, voor zover van belang, hieronder worden weergegeven en beoordeeld.

4 De beoordeling

4.1.

Uitgangspunt is dat deelgenoten te allen tijde verdeling van een gemeenschappelijk goed kunnen vorderen. [eiser] wenst uit de onverdeeldheid van de nalatenschap te geraken door de woning, als onderdeel daarvan, te verkopen, om vervolgens de verkoopopbrengst te verdelen onder partijen.

4.2.

De vorderingen jegens [gedaagde sub 2] liggen in beginsel als niet onrechtmatig, noch ongegrond voor toewijzing gereed, met dien verstande dat nu het een processueel ondeelbare rechtsverhouding betreft, eventuele te honoreren verweren ook ten voordele strekken van [gedaagde sub 2] .

4.3.

De vorderingen jegens [gedaagde sub 1] liggen als uitdrukkelijk door hem erkend in beginsel voor toewijzing gereed, ook echter ten aanzien van hem met dien verstande dat nu het een processueel ondeelbare rechtsverhouding betreft, eventuele te honoreren verweren ook ten voordele strekken van [gedaagde sub 1] .

4.4.

Ten aanzien van de vorderingen jegens [gedaagde sub 3] overweegt de rechtbank het volgende. Het meest verstrekkende verweer van [gedaagde sub 3] houdt in dat [eiser] geen spoedeisend belang heeft bij de gevorderde verkoop.

4.5.

De voorzieningenrechter verwerpt dat verweer. Het spoedeisend belang blijkt uit het onbetwiste feit dat de buren hebben geklaagd over de gebrekkige staat van een scheidsmuur die behoort tot de woning. Indien deze gebrekkige muur schade veroorzaakt, zijn partijen mogelijk risicoaansprakelijk als mede-eigenaren van een gebrekkige opstal. Het risico om mogelijke aansprakelijkheid te voorkomen, rechtvaardigt de verkoop en levering op korte termijn. Voorts volgt het spoedeisend belang uit het feit dat de kosten verbonden aan de woning doorlopen, terwijl zich in de nalatenschap nauwelijks nog liquide middelen bevinden om die kosten te betalen: volgens executeur [gedaagde sub 1] bedraagt het restantbedrag aan liquide middelen € 1.400,-- en is hij genoodzaakt kosten van de nalatenschap uit eigen zak te betalen.

4.6.

[gedaagde sub 3] heeft verder als verweer aangevoerd dat hij niet aan de verkoop en de levering van de woning wenst mee te werken, omdat de door [eiser] genoemde potentiële kopers een coffeeshop uitbaten. Volgens [gedaagde sub 3] zullen de kopers ook vanuit de woning (soft)drugs willen gaan verkopen. Buren hebben daarover volgens [gedaagde sub 3] reeds hun zorgen geuit. Dit is volgens [gedaagde sub 3] te meer onwenselijk nu de woning zich bevindt in de nabijheid van een school.

4.7.

De voorzieningenrechter passeert dat verweer als niet relevant. Allereerst merkt de voorzieningenrechter op dat niet wordt gevorderd dat [gedaagde sub 3] meewerkt aan de verkoop en de levering van de woning aan de potentiële kopers. [eiser] vordert immers slechts dat onder andere [gedaagde sub 3] meewerkt aan de verkoop en de levering van de woning in het algemeen. Bovendien leveren, daargelaten of de niet-onderbouwde stellingen en verwijten ten aanzien van de potentiële kopers juist zijn, die stellingen en verwijten geen grond waarop [gedaagde sub 3] zich zou kunnen verzetten tegen de vordering.

4.8.

De verweren van [gedaagde sub 3] , dat met [eiser] geen afspraken zouden kunnen worden gemaakt, dat [eiser] in het verleden zelf de verkoop van de woning heeft tegengewerkt, en dat zelfs in rechte moest worden afgedwongen dat hij de woning zou verlaten, zijn evenmin relevant. Die verweren kunnen immers niet afdoen aan het belang van [eiser] om tot verdeling van de nalatenschap te geraken, in die zin dat een onderdeel van de nalatenschap wordt verkocht om tot verdeling van de nalatenschap te geraken.

4.9.

Ook het verweer van [gedaagde sub 3] , dat eerst de kosten tussen partijen moeten worden verdeeld alvorens hij gehouden is om aan de verkoop en de levering van de woning mee te werken, moet worden gepasseerd. Dat standpunt vindt geen steun in het recht. De gevorderde medewerking aan de verkoop en de levering van de woning doet ook geen afbreuk aan de wens van [gedaagde sub 3] dat de kosten eerst moeten worden verdeeld tussen partijen. Niets staat er immers aan in de weg dat deze kosten worden verdeeld, nadat de woning is verkocht. Na de verkoop kan, na verdeling van de kosten, de verkoopopbrengst van de woning vervolgens worden verdeeld onder partijen. [eiser] heeft bovendien aangeboden de verkoopopbrengst in depot te storten en eerst vast te stellen wat ieder van partijen eventueel aan de nalatenschap verschuldigd is, voordat de verkoopopbrengst onder partijen wordt verdeeld. Hetgeen ieder der partijen wellicht is verschuldigd aan de nalatenschap kan eventueel op grond van de zogenaamde gedwongen schuldtoerekening van artikel 3:184 lid 1 BW of 4:228 lid 1 BW worden verrekend met ieders aandeel in de nalatenschap.

4.10.

Ten slotte wil de voorzieningenrechter niet nalaten op te merken dat [gedaagde sub 3] in feite geen bezwaar heeft tegen verkoop en levering van de woning, op grond waarvan al zou kunnen worden geoordeeld dat hij geen bezwaar heeft tegen toewijzing van de vordering en de vordering alleen daarom al voor toewijzing gereed ligt. Ter zitting heeft [gedaagde sub 3] immers verklaard, hetgeen hij eerder niet heeft gedaan, dat hij de woning zelf wil kopen en daartoe financieel ook in staat te zijn. Dat kan worden beschouwd als een impliciete instemming met de vordering.

4.11.

De gevorderde hoofdelijke veroordeling tot medewerking aan de verkoop en levering moet worden afgewezen, omdat geen van gedaagden de op de andere gedaagden rustende verplichting kan nakomen. Bovendien wijst de voorzieningenrechter de gevorderde medewerking van gedaagden bij de verkoop en levering van ieders aandeel in de eigendom van de woning af, omdat door de partijen geen aandelen worden verkocht en geleverd in de woning, doch de gehele zaak, te weten de woning, wordt verkocht en geleverd.

4.12.

[gedaagde sub 3] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld, nu [eiser] geen veroordeling in de kosten heeft gevorderd van de overige gedaagden.De nakosten worden begroot met inachtneming van het op de vonnisdatum geldende tarief. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:

- dagvaarding € 101,89;

- griffierecht € 291,00;

- salaris advocaat € 980,00;

Totaal € 1.372,89.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

veroordeelt [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] om met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis medewerking te verlenen aan de verkoop en levering van de woning, staande en gelegen te [plaats] , aan de [adres] ;

5.2.

bepaalt dat indien [gedaagde sub 1] en/of [gedaagde sub 2] en/of [gedaagde sub 3] niet onmiddellijk na het betekenen van het in deze procedure te wijzen vonnis meewerken aan de verkoop en levering, dit vonnis in de plaats zal treden van de voor de verkoop en levering van die woning vereiste wilsverklaring(en), medewerking en handtekening(en) van hem/hen;

5.3.

veroordeelt [gedaagde sub 3] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 1.372,89;

5.4.

veroordeelt [gedaagde sub 3] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,-- aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [gedaagde sub 3] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,-- aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak;

5.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.6.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.H.A. Venner-Lijten, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken.1

1 type: MT