Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:5597

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
13-06-2018
Datum publicatie
13-06-2018
Zaaknummer
C/03/239810 / HA ZA 17-462
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Duurovereenkomst of losse overeenkomsten?; Duurovereenkomst (direct) opzegbaar?; Schade op te maken bij staat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/239810 / HA ZA 17-462

Vonnis van 13 juni 2018

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres] ,

gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,

eiseres,

advocaten mr. L.H. Toonen en mr. S.J. Heijtlager,

tegen

de vennootschap onder firma

[gedaagde] , handelend onder de naam [handelsnaam],

gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,

gedaagde,

advocaat mr. drs. R.P. Heeren.

Eiseres zal hierna [eiseres] en gedaagde [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties,

  • -

    de conclusie van antwoord met productie,

  • -

    de rolbeschikking waarbij een comparitie van partijen is bepaald,

  • -

    de aanvullende producties van [eiseres] ,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie, gehouden op 19 januari 2018.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] is een groothandel in bloemen en planten en levert aan bloemisten in Nederland en België.

2.2.

[gedaagde] is eveneens een groothandel in bloemen en planten.

2.3.

[gedaagde] kocht vanaf omstreeks 2008 via afzonderlijke bijna dagelijkse bestellingen bloemen en planten bij [eiseres] die door [eiseres] werden bezorgd bij [gedaagde] .

2.4.

[gedaagde] heeft per 1 juli 2017 de activa van haar onderneming overgedragen aan [naam groothandel] . [naam groothandel] is ook een groothandel in bloemen en planten.

2.5.

[gedaagde] heeft [eiseres] op 2 juli 2017 laten weten dat zij de samenwerking met [eiseres] met onmiddellijke ingang beëindigt.

2.6.

[eiseres] heeft [gedaagde] in een e-mail van 5 juli 2017 bericht dat zij niet berust in de opzegging door [gedaagde] .

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,:

I. een verklaring voor recht dat [gedaagde] de duurovereenkomst met [eiseres] in strijd met de redelijkheid en billijkheid heeft opgezegd zonder daarbij een redelijke opzegtermijn in acht te nemen,

II. een verklaring voor recht dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de schade die [eiseres] heeft geleden en nog zal lijden als gevolg van de onrechtmatige opzegging, zonder inachtneming van een redelijke opzegtermijn,

III. veroordeling van [gedaagde] tot vergoeding van de door [eiseres] geleden schade, als gevolg van de onrechtmatige opzegging van de duurovereenkomst, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet en te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de datum van het te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening,

IV. veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over de terzake van deze kosten toegewezen bedragen vanaf de datum van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening,

V. veroordeling van [gedaagde] in de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over de terzake van deze kosten toegewezen bedragen vanaf de datum van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.

3.2.

[eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat sprake is van een duurovereenkomst. Door geen redelijke opzegtermijn in acht te nemen heeft [gedaagde] volgens [eiseres] gehandeld in strijd met de eisen van redelijkheid en billijkheid. [gedaagde] dient de door [eiseres] als gevolg van het uitblijven van een redelijke opzegtermijn geleden schade dan ook te vergoeden. [eiseres] stelt dat een opzegtermijn van twaalf maanden redelijk zou zijn geweest.

3.3.

[gedaagde] voert verweer. Zij betwist dat sprake is van een duurovereenkomst. Zij betwist tevens dat [eiseres] schade heeft geleden. Volgens [gedaagde] staat de redelijkheid en billijkheid er bovendien aan in de weg dat [gedaagde] schadeplichtig zou zijn jegens [eiseres] , nu zij klanten van [gedaagde] rechtstreeks heeft benaderd met het kennelijke doel om hen te bewegen hun handelsrelatie met [gedaagde] te beëindigen ten faveure van [eiseres] .

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De vraag die partijen verdeeld houdt is of de handelsrelatie tussen partijen moet worden gekwalificeerd als een duurovereenkomst. Volgens [eiseres] is sprake van een langdurige en intensieve handelsrelatie die de conclusie rechtvaardigt dat sprake is van een duurovereenkomst. Volgens [gedaagde] is sprake van losse koopovereenkomsten.

Duurovereenkomst?

4.1.1.

De rechtbank stelt voorop dat in voorkomende gevallen ook een raamovereenkomst waarbinnen partijen afzonderlijke en telkens aflopende verbintenisscheppende overeenkomsten sluiten als een duurovereenkomst kan worden benoemd. Het is niet noodzakelijk dat die duurovereenkomst op schrift is gesteld. Onder omstandigheden kan een langdurige handelsrelatie in het kader waarvan opeenvolgende transacties worden verricht, na verloop van tijd uitgroeien tot een duurovereenkomst (raamovereenkomst) voor onbepaalde tijd. Voor het ontstaan van een duurovereenkomst is niet noodzakelijk dat kan worden gewezen op een duidelijke expliciete afspraak waarbij partijen met zoveel woorden een duurovereenkomst sluiten. Het bestaan van een dergelijke overeenkomst kan worden afgeleid uit gedrag van partijen over en weer over een voldoende langdurige periode, met inachtneming van alle omstandigheden van het geval (verg. hof Den Bosch 5 april 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:1305). Voor de beantwoording van de vraag of er (al) sprake is van een duurovereenkomst of (nog) slechts van een reeks losse contracten zijn alle relevante feiten en omstandigheden van belang. Relevante omstandigheden kunnen onder meer zijn: de duur van de relatie, de exclusiviteit van de samenwerking, de intensiteit van het overleg/contact, de afspraak tot het gebruik van telkens dezelfde standaardovereenkomst en jaarlijkse prijsonderhandelingen terwijl leveranties doorlopen op grond van oude prijzen.

4.1.2.

De kwalificatie van de tussen partijen bestaande verhouding dient te geschieden aan de hand van het Haviltex-criterium. Dit betekent dat het aankomt op de zin die partijen over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en hetgeen zij redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

4.2.

Uit het over en weer gestelde blijkt dat partijen als volgt handelden. [gedaagde] bestelde (vrijwel) dagelijks planten en bloemen bij [eiseres] die [eiseres] inkocht op de veiling. Daarnaast kocht [gedaagde] ook planten die al op voorraad waren bij [eiseres] . [eiseres] factureerde elke week op vrijdag de bestellingen van die week (van maandag tot en met vrijdag). Partijen hadden (vrijwel) dagelijks contact per e-mail en telefonisch. De bloemen en planten werden (vrijwel) dagelijks vanuit de vestiging van [eiseres] in [vestigingsplaats 1] naar de vestiging van [gedaagde] in [vestigingsplaats 2] vervoerd. [gedaagde] was de enige klant in die regio. Tot medio 2013 werden de transporten verzorgd door een extern transportbedrijf. Daarna is [eiseres] het transport zelf gaan verzorgen. De koopprijs die [gedaagde] voor de door haar gedane bestellingen betaalde was onder meer afhankelijk van de dagprijzen van de bloemen en planten zoals deze door [eiseres] bij de inkoop op de veilingen werden betaald. Van vaststaande prijzen was geen sprake.

4.3.

Ter staving van haar standpunt dat sprake is van een duurovereenkomst voert [eiseres] (verder) de navolgende feiten en omstandigheden aan. [eiseres] was bezig de vanaf ongeveer 2008 bestaande samenwerking met [gedaagde] verder te versterken door het implementeren van een automatiseringssysteem bij [gedaagde] gelijk aan haar systeem. Daardoor zouden de systemen naadloos op elkaar aansluiten, hetgeen de handelsrelatie zou verbeteren en de efficiency voor [gedaagde] zou vergroten. [eiseres] heeft verder geïnvesteerd in het transport van de bloemen van de vestiging van haar naar de vestiging van [gedaagde] . Zo heeft [eiseres] twee nieuwe bestelwagens aangeschaft om de transporten verder te intensiveren. [eiseres] heeft ook twee extra personeelsleden in dienst genomen om (andere) extra werkzaamheden voor [gedaagde] op te vangen. Het betrof iemand die alle bloemen die op de veiling werden ingekocht fotografeerde en iemand die ervoor zorgde dat de bloemen op vrachtwagens werden geladen. Tot 2 juli 2017 had [eiseres] (dan ook) geen enkel idee dat [gedaagde] de handelsrelatie met haar wilde beëindigen, mede gelet op het feit dat de samenwerking naar volle tevredenheid van beide partijen verliep. Tekenend voor de handelsrelatie was bovendien dat [eiseres] een aantal jaren geleden kredietruimte van circa € 15.000,- aan [gedaagde] beschikbaar heeft gesteld.

4.4.

Aan de hand van de volgende feiten en omstandigheden oordeelt de rechtbank dat sprake is van een duurovereenkomst. Partijen hebben een langdurige handelsrelatie vanaf omstreeks 2008 gehad waarbij geruime tijd sprake was van intensief (vrijwel) dagelijks contact en bijna dagelijkse aflevering van bestellingen. Partijen hebben hierbij zaken gedaan op de wijze zoals hiervoor vermeld. Daarnaast waren partijen in overleg over de implementatie bij [gedaagde] van een automatiseringssysteem gelijk aan dat van [eiseres] , teneinde de samenwerking verder te vergemakkelijken, een feit waaruit voortvloeit dat de intentie bestaat om gedurende langere tijd de bestaande (handels)relatie voort te zetten. Dat [gedaagde] zelf voor de betaling van de implementatie zou hebben moeten zorgen, maakt dit niet anders. Ook uitgaande van het feit dat [eiseres] de hiervoor genoemde investeringen in auto’s en personeel niet louter ten behoeve van [gedaagde] heeft gedaan, ligt het genoegzaam voor de hand dat [eiseres] bij het doen van deze investeringen onder meer rekening heeft gehouden met het aandeel van [gedaagde] in de omzet van [eiseres] . De rechtbank gaat er, gelet op het over en weer gestelde, hierbij van uit dat dit aandeel in de afgelopen zes jaren steeds om en nabij zes procent van de totale omzet van [eiseres] bedroeg (productie 14). Verder is van belang dat [eiseres] sinds 2013 het transport naar de vestiging van [gedaagde] zelf verzorgde en dat [gedaagde] ten behoeve van haar webshop gebruik maakte van foto’s die waren gemaakt door een medewerker van [eiseres] . Dat [eiseres] bij het maken van een inschatting van de door haar te verrichten investeringen, daar waar het het aannemen van personeel en de aanschaf van vervoersmiddelen betrof, haar langdurige en intensieve handelsrelatie met [gedaagde] betrok, ligt dan ook voor de hand. In welke mate dit het geval was, is voor de beoordeling of sprake is van een duurovereenkomst niet relevant, maar kan mogelijk, indien daaraan wordt toegekomen, een rol spelen bij het bepalen van een redelijke opzegtermijn en de vaststelling van de hoogte van de eventuele schade.

4.5.

Al met al moet de relatie die partijen hebben gehad, bestaande uit een aaneenschakeling van bijna dagelijks gesloten overeenkomsten, worden gekwalificeerd als een duurovereenkomst. [eiseres] mocht er dan ook op vertrouwen dat de hiervoor geschetste handelsrelatie niet van de ene op de andere dag zou worden opgezegd.

Opzegbaar?

4.6.

Of en zo ja, onder welke voorwaarden een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd opzegbaar is, wordt primair bepaald door de inhoud van de overeenkomst en de eventuele wettelijke bepalingen. Als de overeenkomst en de wet, zoals in het onderhavige geval, niets regelen omtrent de opzegging, is de overeenkomst in beginsel opzegbaar. De redelijkheid en billijkheid kunnen op grond van art. 6:248 lid 1 BW onder omstandigheden aanvullend werken door (i) een zwaarwegende grond te vereisen voor de opzegging, (ii) een bepaalde opzegtermijn voor te schrijven of (iii) het aanbieden van schadevergoeding te vergen. Verder kan uit de bedoeling van partijen volgen dat een duurovereenkomst niet opzegbaar is.

4.7.

[eiseres] betwist niet dat een duurovereenkomst indien één van de partijen haar bedrijf verkoopt, in beginsel opzegbaar is, maar is van mening dat in dit specifieke geval [gedaagde] niet per direct mocht opzeggen, maar gehouden was om een redelijke opzegtermijn te hanteren. [gedaagde] voert aan dat zij [eiseres] niet hoefde te informeren over de op handen zijnde overname van [gedaagde] door [naam groothandel] , vanwege de bekoelde verhouding tussen partijen en omdat zij het vermoeden had dat [eiseres] haar machtspositie zou gaan misbruiken vanaf het moment dat zij wist dat zij over enige tijd de klandizie van [gedaagde] zou gaan missen, door bijvoorbeeld hoge(re) prijzen te gaan doorberekenen. [gedaagde] wist bovendien dat [eiseres] als hoofdgebruiker van de software van de webshop in staat was gegevens van de klanten van [gedaagde] uit de bestanden te halen. Dit heeft [eiseres] , aldus [gedaagde] , na de opzegging ook gedaan en zij heeft op basis van die gegevens ten minste negen grote klanten van [gedaagde] per e-mail benaderd, met het kennelijke doel hen te bewegen hun relatie met [gedaagde] te beëindigen ten faveure van haar. Dit handelen van [eiseres] levert volgens [gedaagde] een onrechtmatige daad op, ten gevolge waarvan [gedaagde] (mogelijk) schade heeft geleden. [eiseres] erkent dat zij ongeveer 20 klanten van [gedaagde] per e-mail heeft benaderd en enkele van deze klanten ook nog mondeling heeft benaderd, maar daar zijn volgens [eiseres] geen bestellingen uit voortgekomen.

4.8.

Voor zover [gedaagde] betoogt te stellen dat de beëindiging per direct van de handelsrelatie voorzienbaar zou (moeten) zijn geweest voor [eiseres] en als zodanig gerechtvaardigd was, is dit bij gebreke aan concrete aanwijzingen hiervoor, zeker in het licht van de onweersproken stellingen ter zake de implementatie van eenzelfde automatiseringssysteem, niet aannemelijk.

4.9.

Voor zover [gedaagde] betoogt dat de opzegging per direct gerechtvaardigd was wegens de vrees voor represailles, is het gegeven dat [eiseres] enkele dagen na de opzegging door [gedaagde] een e-mail aan klanten van [gedaagde] heeft gestuurd met de kennelijke bedoeling die klanten ertoe te bewegen hun handelsrelatie met [gedaagde] te beëindigen, geen omstandigheid die de (reeds gedane) opzegging per direct rechtvaardigt. Met de e-mail van 4 juli 2017 en de eventuele gevolgen daarvan kan, voor zover nodig, echter wel rekening worden gehouden bij het bepalen van de omvang van de (mogelijk) door [eiseres] geleden schade. Ook overigens ziet de rechtbank in de door [gedaagde] aangevoerde vrees voor represailles geen rechtvaardiging voor de beëindiging van de duurovereenkomst per direct. Er zijn onvoldoende concrete aanwijzingen dat deze represailles (zoals het doorberekenen van hogere prijzen) zich daadwerkelijk verwezenlijkt zouden hebben, indien er een redelijke opzegtermijn was gehanteerd. Verder vloeit uit het oordeel dat sprake is van een duurovereenkomst vanzelfsprekend voort dat ook [eiseres] in dat kader verplicht is om zich redelijk en billijk te gedragen. Indien zij dat beweerdelijk niet doet, is daarvoor een gang naar de rechter aangewezen en niet een soort anticiperende eigenrichting zoals [gedaagde] heeft gedaan door zonder enige termijn op te zeggen uit vrees voor represailles.

4.10.

De eisen van redelijkheid en billijkheid brengen mee dat een partij bij een duurovereenkomst er in het algemeen op mag vertrouwen dat – bij gebreke van een tegengesteld signaal van de zijde van de wederpartij – die wederpartij haar een redelijke opzegtermijn zal bieden. Dit gelet op enerzijds het grote belang dat de opgezegde partij bij een dergelijke termijn heeft en anderzijds het geringe(re) belang bij de opzeggende partij om geen termijn in acht te nemen. Gelet op het feit dat partijen over en weer van de handelsrelatie profiteerden, kan een dergelijke opstelling van de opzeggende partij worden gevergd.

4.11.

Nu [gedaagde] geen (redelijke) opzegtermijn in acht heeft genomen, terwijl dit wel had gemoeten, is zij (toerekenbaar) tekortgeschoten in de nakoming van de op haar uit de duurovereenkomst met [eiseres] voortvloeiende verplichtingen. Het niet in acht nemen van een redelijke opzegtermijn, maakt dat de opzegging per direct als ongeldig dan wel onrechtmatig kan worden aangemerkt. [gedaagde] is, gelet op het voorgaande, gehouden de door [eiseres] geleden schade veroorzaakt doordat [gedaagde] geen opzegtermijn in acht heeft genomen, te vergoeden.

4.12.

De vraag welke opzegtermijn in het onderhavige geval als redelijk moet worden aangemerkt, zal in de schadestaatprocedure aan de orde dienen te komen, nu deze vraag een belangrijke factor is bij het bepalen van de omvang van de schade. Vanzelfsprekend is hierbij van belang het antwoord op de vraag hoe [eiseres] zich dan zou hebben gedragen. Indien bijvoorbeeld voldoende aannemelijk is dat zij ook dan één of meer e-mails zou hebben gestuurd zoals productie 1 bij conclusie van antwoord is het voorstelbaar dat [gedaagde] een opzegtermijn in acht had moeten nemen die zich eerder in dagen dan in maanden laat tellen.

Schadestaat

4.13.

De mogelijkheid van schade is door [eiseres] voldoende aannemelijk gemaakt, zodat de gevorderde veroordeling tot vergoeding van de geleden schade, als gevolg van de onrechtmatige opzegging van de duurovereenkomst, op te maken bij staat, toewijsbaar is.

4.14.

De gevorderde verklaringen voor recht zullen, gelet op het voorgaande, worden toegewezen en [gedaagde] zal worden veroordeeld tot vergoeding van de als gevolg van de onrechtmatige opzegging geleden schade, op te maken bij staat.

De proceskosten

4.15.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:

- dagvaarding € 80,42

- griffierecht 618,00

- salaris advocaat 1.086,00 (2,0 punten × tarief € 543,00)

Totaal € 1.784,42

De nakosten

4.16.

De nakosten zullen worden toegewezen op de hieronder bepaalde wijze.

De wettelijke rente

4.17.

De gevorderde wettelijke handelsrente over de kosten van het geding alsmede de nakosten zal worden afgewezen, nu deze kosten niet onder de reikwijdte van art. 6:119a BW vallen. De wettelijke handelsrente is immers enkel van toepassing op de geldelijke tegenprestatie voor geleverde goederen of diensten op grond van een handelsovereenkomst. De wettelijke rente ex art. 6:119 BW is wel toewijsbaar, met dien verstande dat deze zal worden toegewezen met ingang van veertien dagen na betekening van het te wijzen vonnis.

4.18.

[eiseres] heeft in het lichaam van de dagvaarding aandacht besteed aan door haar gemaakte buitengerechtelijke incassokosten (randnrs. 32 en 33). Een in het petitum opgenomen vordering is niet ingesteld, zodat de rechtbank hier verder niet over hoeft te oordelen.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

verklaart voor recht dat [gedaagde] de duurovereenkomst met [eiseres] in strijd met de redelijkheid en billijkheid heeft opgezegd zonder daarbij een redelijke opzegtermijn in acht te nemen,

5.2.

verklaart voor recht dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de schade die [eiseres] heeft geleden en nog zal lijden als gevolg van de onrechtmatige opzegging, zonder inachtneming van een redelijke opzegtermijn,

5.3.

veroordeelt [gedaagde] tot vergoeding van de door [eiseres] geleden schade, als gevolg van de onrechtmatige opzegging van de duurovereenkomst, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet en te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de datum van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening

5.4.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 1.784,42, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag, met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening,

5.5.

veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [gedaagde] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten, met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.6.

verklaart dit vonnis wat betreft de in 5.3, 5.4. en 5.5. gegeven veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,

5.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Sijmonsma en in het openbaar uitgesproken.1

1 type: Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.