Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:5161

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
04-06-2018
Datum publicatie
08-06-2018
Zaaknummer
6800358 CV EXPL 18-2105
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Concurrentiebeding. Voldaan aan schriftelijkheidsvereiste. Geen ingrijpende functiewijziging. Vordering tot naleving concurrentiebeding toegewezen, echter

beperking werkingsgebied.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2018-0642
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 6800358 \ CV EXPL 18-2105

Vonnis in kort geding van de kantonrechter van 4 juni 2018

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KOBA BEVEILIGING & ADVIES B.V.,

gevestigd te Nieuwstadt, gemeente Echt-Susteren,

eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie,

gemachtigde mr. S.X.J. Zuidema,

tegen:

[gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] ,

wonend [adres gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] ,

[woonplaats gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] ,

gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,

gemachtigde mr. L.M.J. Corvers

Partijen worden hierna Koba en [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] genoemd.

1 De procedure in conventie en in reconventie

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie

- de op 7 mei 2018 gehouden mondelinge behandeling

  • -

    de door mr. Zuidema overgelegde pleitnota tevens houdende antwoord in reconventie

  • -

    het schrijven van mr. Zuidema d.d. 15 mei 2018, waarin hij namens Koba verzoekt om vonnis te wijzen.

1.2.

Vervolgens is de zaak op vonnis gesteld, waarvan de uitspraak is bepaald op heden.

2 De feiten in conventie en in reconventie

2.1.

Koba is een bedrijf dat zich met name toelegt op beveiliging en levering van beveiligingsinstallaties en adviezen.

2.2.

[gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] is op 7 juni 2010 bij Koba in dienst getreden in de functie van monteur. Partijen hebben daartoe op 7 april 2010 een schriftelijke arbeidsovereenkomst gesloten voor de duur van zes maanden. De arbeidsovereenkomst is telkens stilzwijgend voortgezet en er is een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaan.

2.3.

De functie van [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] is op enig moment gewijzigd van monteur in hoofdmonteur.

2.4.

In de arbeidsovereenkomst van 7 april 2010 is in artikel 13 een concurrentiebeding opgenomen. Dit luidt als volgt:

“1. Het is de werknemer verboden gedurende het bestaan der dienstbetrekking, direct of op generlei wijze indirect, in Nederland of elders, zelf voor, door of met andere onderneming te drijven, of op generlei wijze werkzaam, behulpzaam of betrokken te zijn of belang hebben bij een bestaande of nog te stichten onderneming, welke activiteiten of werkzaamheden verricht, dan wel daaromtrent adviezen geeft, soortgelijk of aanverwant aan die, welke door KOBA Beveiliging & Advies B.V.

2. Het vorenstaande is eveneens van toepassing tot een jaar na afloop van de dienstbetrekking, ingeval de dienstbetrekking door u of op grond van artikel 1639 PBW (dringende reden tot onmiddellijk ontslag) door ons wordt beëindigd.

3. Werknemer zal voor iedere begane overtreding van het bepaalde onder artikel (geheimhoudingsplicht) van deze arbeidsovereenkomst, ten behoeve van ons KOBA Beveiliging & Advies B.V., telkens een boete verbeuren van een bedrag, gelijk aan tweemaal het laatst genoten jaarinkomen, benevens een boete ad. € 1.134,45 voor iedere week, dat zulke een overtreding voortduurt, onverminderd het recht van ons om te onze keuze in plaats van een boete de wettelijk bepaalde schadeloosstelling of vergoeding van de werkelijk geleden schade te vorderen”

2.5.

Bij schrijven van 27 februari 2018 heeft [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] zijn arbeidsovereenkomst opgezegd tegen 1 april 2018. Sinds 1 april 2018 is [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] werkzaam bij Instatec B.V. te Geleen, welke onderneming is gelegen op een afstand van 8 kilometer van Koba.

Instatec B.V. legt zich, net als Koba, toe op beveiliging, en houdt zich daarnaast ook bezig met onder andere domotica, netwerken, en ledverlichting.

3 Het geschil in conventie en in reconventie

3.1.

Koba vordert bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  • -

    primair [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] te verbieden gedurende één jaar na 28 februari 2018, derhalve tot 28 februari 2019, werkzaam te zijn en te blijven voor Instatec B.V., op straffe van een dwangsom van € 2.500,00 voor iedere dag of gedeelte van een dag dat [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] toch voor Instatec B.V. werkzaam is, althans een zodanige maatregel als de kantonrechter zal vermenen te behoren,

  • -

    subsidiair [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] toe te staan bij Instatec B.V. en opvolgende werkgevers in dienst te treden en te blijven gedurende één jaar na afloop van de arbeidsovereenkomst met Koba, derhalve tot 28 februari 2019, met een uitdrukkelijk verbod voor [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] gedurende twee jaar na afloop van de arbeidsovereenkomst met Koba zonder schriftelijke toestemming van Koba relaties van Koba, direct dan wel indirect, te benaderen of bedienen, op straffe van een dwangsom van € 2.500,00 voor iedere keer dat [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] hiermee in gebreke handelt, althans een zodanige maatregel als de kantonrechter in goede justitie zal vermenen te behoren,

  • -

    [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] te veroordelen in de kosten van de procedure.

3.2.

[gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] voert verweer en vordert in voorwaardelijke reconventie bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  • -

    primair het concurrentiebeding te schorsen c.q. te beperken zodat het [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] is toegestaan de werkzaamheden te blijven verrichten voor Instatec B.V.,

  • -

    subsidiair het concurrentiebeding in die zin te beperken/te schorsen dat het [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] enkel niet is toegestaan concurrerende werkzaamheden te verrichten bij een concurrent binnen een straal van 25 kilometer met als middelpunt de vestiging van Koba te Nieuwstadt, alsmede om te bepalen dat Koba een in goede justitie te bepalen vergoeding moet betalen op grond van artikel 7:653 lid 4 oud, lid 5 nieuw, BW, althans een voorschot op enige vergoeding dient te betalen,

  • -

    Koba te veroordelen in de kosten van dit geding.

3.3.

Koba voert verweer in reconventie.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling in conventie en in reconventie

4.1.

Gelet op de samenhang van de vorderingen in conventie en in reconventie zullen deze gezamenlijk worden behandeld.

4.2.

De kantonrechter is in de eerste plaats van oordeel dat beide partijen voldoende spoedeisend belang bij hun vorderingen hebben.

4.3.

Partijen hebben hun vorderingen in een kort geding procedure aan de kantonrechter voorgelegd. In een dergelijke procedure moet aan de hand van de door partijen gepresenteerde feiten, zonder nader onderzoek, beoordeeld worden of de vorderingen van partijen in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopen daarop (door toewijzing van het in kort geding gevorderde) reeds nu gerechtvaardigd is.

4.4.

De kantonrechter stelt voorop dat voor arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd die op of na 1 januari 2015 zijn gesloten, geldt dat het in beginsel niet is toegestaan daarin een concurrentiebeding op te nemen. Dit verbod lijdt slechts uitzondering als uit de bij het concurrentiebeding opgenomen schriftelijke motivering blijkt dat het beding noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen.

De onderhavige arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd dateert van 2010, zodat deze wettelijke regel daarop niet van toepassing is.

Schriftelijkheidsvereiste

4.5.

Koba vordert primair naleving van het concurrentiebeding zoals dat is opgenomen in de schriftelijke arbeidsovereenkomst van 7 april 2010.

[gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] stelt zich op het standpunt dat het concurrentiebeding zijn werking heeft verloren. Primair omdat er niet aan het schriftelijkheidsvereiste is voldaan. Volgens [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] is er nooit gesproken over een verlenging van de arbeidsovereenkomst en is de verlenging nooit schriftelijk bevestigd. [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] heeft enkel de arbeidsovereenkomst in 2010 getekend en daarna geen afweging meer kunnen maken. Het concurrentiebeding had volgens [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] daarom opnieuw overeen moeten worden gekomen.

Koba is van mening dat een eenmaal in een contract voor bepaalde tijd schriftelijk overeengekomen concurrentiebeding ook geldig is voor opeenvolgende verlengingsovereenkomsten die onder gelijkblijvende voorwaarden zijn gesloten. Het feit dat telkens onder dezelfde voorwaarden stilzwijgend is verlengd, maakt dat het voor beide partijen volstrekt en volslagen duidelijk was dat alle voorwaarden uit die eerste arbeidsovereenkomst bleven gelden, aldus Koba.

4.6.

De kantonrechter overweegt dat aan de schriftelijkheidseis van artikel 7:653 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) de gedachte ten grondslag ligt dat in het vereiste van geschrift een bijzondere waarborg is gelegen dat de werknemer de consequenties van dit voor hem bezwarende beding goed heeft overwogen. Vast staat dat [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] in 2010 de arbeidsovereenkomst met Koba heeft ondertekend en zich hierdoor heeft verbonden aan de daarin opgenomen bedingen, waaronder het concurrentiebeding.

In het onderhavige geval is er telkens sprake geweest van een stilzwijgende verlenging van de arbeidsovereenkomst. Er zijn geen nieuwe arbeidsovereenkomsten gesloten terwijl er evenmin afspraken ten grondslag liggen aan de verlenging van de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter heeft, gelet op de stilzwijgende verlenging, voortzetting van de arbeidsovereenkomst plaatsgevonden op grond van de eerder overeengekomen arbeidsvoorwaarden en heeft het bij de eerste arbeidsovereenkomst overeengekomen concurrentiebeding zijn geldigheid behouden (vgl. o.a. Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 7 juni 2011, JAR 2011/206).

Ingrijpende functiewijziging

4.7.

[gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] is subsidiair de mening toegedaan dat het concurrentiebeding zijn werking heeft verloren omdat het niet opnieuw overeengekomen is, nadat de functie van [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] circa vijf jaar geleden is gewijzigd. Het beding is door deze functiewijziging zwaarder gaan drukken en had aldus, volgens vaste jurisprudentie, opnieuw overeengekomen moeten worden, zo stelt [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] .

Koba betwist dat het concurrentiebeding zwaarder is gaan drukken. Volgens Koba heeft [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] , die als monteur is begonnen, en daarna een voorzienbare loopbaanstap heeft gemaakt naar de functie van hoofdmonteur, een normale carrièreontwikkeling doorgemaakt.

Deze wijziging heeft niet geleid tot een wijziging in de arbeidsverhouding die van zo ingrijpende aard is, dat het beding zwaarder is gaan drukken.

4.8.

De kantonrechter neemt als uitgangspunt aan dat niet alleen onderzocht dient te worden of er sprake is van een wijziging van de arbeidsverhouding van ingrijpende aard maar ook of, en zo ja, op grond waarvan, die wijziging meebrengt dat het beding aanmerkelijk zwaarder is gaan drukken. Daarbij dient betekenis te worden gehecht aan de mate waarin de wijziging van de arbeidsverhouding redelijkerwijs was te voorzien voor de werknemer toen deze het beding aanvaardde (vgl. Hoge Raad 5 januari 2007, JAR 2007/38).

De kantonrechter begrijpt dat er naast [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] nog drie andere monteurs werkzaam waren bij Koba. Alle monteurs, inclusief [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] , verrichtten bij de klanten de gebruikelijke monteurswerkzaamheden. Enkel bij de grotere klanten, waar meerdere monteurs van Koba tegelijkertijd werkzaam waren, was [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] het aanspreekpunt voor de opdrachtgever vanaf het moment dat hij de functie van hoofdmonteur vervulde. Naast het geven van vakinhoudelijke aanwijzingen had [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] geen taken of verantwoordelijkheden richting de andere drie monteurs. Ook ging hij van tevoren op het project kijken om in te schatten hoeveel tijd er nodig was voor het werk en bepaalde [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] hoe een en ander uitgevoerd moest worden. Deze gang van zaken is door Koba niet weersproken. [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] , op zijn beurt, heeft niet weersproken dat deze grotere projecten slechts sporadisch voorkwamen.

Op grond van het vorenstaande is de kantonrechter van oordeel dat aannemelijk is geworden dat de functie van hoofdmonteur een aantal extra taken en verantwoordelijkheden kende maar dat niet is gebleken van een dusdanige verzwaring c.q. uitbreiding van taken dat er gesproken kan worden van een ingrijpende functiewijziging. Het merendeel van de door [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] te verrichten werkzaamheden kwam immers overeen met de werkzaamheden van de ‘gewone’ monteurs.

Nu van een ingrijpende functiewijziging al geen sprake is, kan de vraag of het concurrentiebeding door de wijziging zwaarder is gaan drukken buiten beschouwing blijven.

De kantonrechter komt dan ook tot de slotsom dat het concurrentiebeding niet op enig moment in de carrière van [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] opnieuw had moeten worden afgesloten.

Belangenafweging

4.9.

Het derde lid van artikel 7:653 BW geeft de kantonrechter de mogelijkheid een concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk te vernietigen indien in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever, de werknemer door dat beding onbillijk wordt benadeeld. Onder gedeeltelijke vernietiging kan bijvoorbeeld gedacht worden aan beperking in tijdruimte of geografische spreiding.

De kantonrechter stelt voorop dat het onderhavige concurrentiebeding [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] in aanzienlijke mate beperkt om elders zijn werkzaamheden te verrichten. Het is hem immers - kort gezegd - verboden om gedurende 1 jaar na beëindiging van zijn dienstverband met Koba binnen Nederland of elders een bedrijf te beginnen dat gelijksoortig is aan het bedrijf van Koba, alsmede om in een dergelijk bedrijf werkzaam te zijn. Feitelijk betreft het dus een wereldwijd verbod om gedurende 1 jaar dezelfde werkzaamheden te verrichten als door Koba worden verricht. Een dergelijk verstrekkend verbod dient geen enkel redelijk doel.

Anderzijds geeft [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] zelf aan dat een aantal klanten van Koba recentelijk naar Instatec B.V. zijn vertrokken, dat hij goede relaties met de klanten van Koba onderhoudt en dat hij ook niet kan uitsluiten dat nog meer klanten van Koba de weg naar Instatec B.V. zullen weten te vinden. Onder die omstandigheid is het begrijpelijk dat Koba haar bedrijfsdebiet probeert te beschermen door te verbieden dat [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] naar Instatec B.V. vertrekt.

4.10.

Op grond van de hiervoor geschetste belangen zal de kantonrechter het concurrentiebeding gedeeltelijk schorsen in die zin dat het slechts geldt voor een gebied met een straal van 60 kilometer, met als middelpunt de vestiging van Koba in Nieuwstadt. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de duur van 1 jaar na beëindiging van het dienstverband bij Koba te beperken.

4.11.

Ook ziet de kantonrechter geen aanleiding om aan [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] een vergoeding ten laste van Koba toe te kennen wegens de beperkingen die hij ervaart van het concurrentiebeding. Daarbij speelt enerzijds de hiervoor genoemde gedeeltelijke schorsing van het concurrentiebeding een rol en anderzijds het feit dat het [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] is geweest die de arbeidsovereenkomst met Koba heeft opgezegd en bij een directe concurrent in dienst is getreden, wetende dat hij door een concurrentiebeding gebonden was.

4.12.

Ten overvloede merkt de kantonrechter nog op dat hij ook kennis genomen heeft van de subsidiaire vordering van Koba, inhoudende dat [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] aan een relatiebeding gehouden zal zijn. Een relatiebeding is echter van een andere strekking dan het door partijen overeengekomen concurrentiebeding. De bevoegdheid een concurrentiebeding (deels) te schorsen heeft niet tot gevolg dat dan een relatiebeding zou kunnen ontstaan. De mogelijkheid om een geheel nieuw beding in de overeenkomst tussen partijen te incorporeren heeft de kantonrechter niet. Het is overigens goed voorstelbaar dat een relatiebeding uiteindelijk beter tegemoet komt aan de wensen van beide partijen maar dan zullen zij dat zelf (alsnog) moeten overeenkomen.

4.13.

Een en ander leidt tot de slotsom dat de primaire vordering van Koba in conventie zal worden toegewezen, met dien verstande dat het de kantonrechter redelijk voorkomt de gevorderde dwangsom te matigen tot € 500,00 per dag en daaraan een maximum te verbinden van € 25.000,00.

De subsidiaire vordering in reconventie van [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] is eveneens deels toewijsbaar.

4.14.

[gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] zal, als de in overwegende mate in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van Koba worden begroot op:

  • -

    dagvaarding € 82,57

  • -

    griffierecht 119,00

  • -

    salaris gemachtigde 600,00

totaal € 801,57

4.15.

De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5 De beslissing in conventie en in reconventie

De kantonrechter in kort geding.

5.1.

verbiedt [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] gedurende één jaar na 28 februari 2018, derhalve tot 28 februari 2019, werkzaam te zijn en te blijven voor Instatec B.V., op straffe van een dwangsom van

€ 500,00 voor iedere dag of gedeelte van een dag dat [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] , binnen twee dagen na betekening van dit vonnis, toch voor Instatec B.V. werkzaam is, tot een maximum van

€ 25.000,00,

5.2.

schorst het concurrentiebeding gedeeltelijk in die zin, dat het werkingsgebied wordt beperkt tot een cirkel met een straal van 60 kilometer met als middelpunt de vestiging van Koba te Nieuwstadt,

5.3.

veroordeelt [gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie] in de proceskosten aan de zijde van Koba gevallen en tot op heden begroot op € 801,57,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst over en weer het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A.J. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken.

type: em

coll: