Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:4314

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
04-05-2018
Datum publicatie
07-05-2018
Zaaknummer
03/659379-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Aan verdachte zijn 3 feiten ten laste gelegd, te weten 1 primair belaging, subsidiair bedreiging, 2 vernieling en 3 identiteitsfraude. Alle feiten hebben betrekking op het slachtoffer met wie verdachte een relatie heeft gehad. Na het verbreken van de relatie door het slachtoffer heeft verdachte zich aan voormelde belaging, vernieling en identiteitsfraude schuldig gemaakt.

De rechtbank acht de verdachte schuldig aan deze strafbare feiten en heeft bij de straf oplegging onder meer rekening gehouden met de navolgende omstandigheden:

Verdachte heeft zich, nadat het slachtoffer de relatie met verdachte had verbroken, gedurende een lange periode zeer frequent schuldig gemaakt aan een stuitende en laffe manier van stalking. Verdachte heeft daarbij gewetenloos het slachtoffer maandenlang bestookt met per post verstuurde enveloppen met daarin honderden afbeeldingen van vrouwen die veelal door verstikking om het leven waren gebracht. Deze afbeeldingen waren bovendien vaak voorzien van beledigende en vernederende teksten en doodsbedreigingen aan het adres van het slachtoffer. Verdachte ging zelfs zo ver in zijn verwerpelijk gedrag dat hij haar een stanleymes met een op bloed gelijkende substantie heeft gestuurd, voorzien van een doodsbedreiging.

Verdachte heeft evenmin geschroomd het leven van het slachtoffer op social media tot een hel te maken door haar honderden soortgelijke weerzinwekkende afbeeldingen en video’s te sturen, veelal voorzien van bedreigende en beledigde teksten. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan identiteitsfraude door een nepaccount met de persoonlijke gegevens van het slachtoffer aan te maken en hiermee anderen te benaderen op een wijze die het slachtoffer reputatieschade heeft toegebracht. Aldus is het leed van het slachtoffer nog meer vergroot. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan vernieling van het hekwerk van het slachtoffer.

Het slachtoffer heeft ter terechtzitting op 20 april 2018 verwoord hoeveel impact het strafbare handelen van verdachte op haar leven heeft gehad en nog dagelijks heeft. Het contact met haar kinderen en vrienden is ze kwijtgeraakt en haar sociale leven is tot stilstand gekomen. Door de gebeurtenissen heeft het slachtoffer een posttraumatische stressstoornis ontwikkeld, waarvoor zij wordt behandeld. Daarnaast heeft zij ook nog allerlei lichamelijke klachten aan de gebeurtenissen overgehouden.

Verdachte heeft de belaging en de identiteitsfraude steeds ontkend en heeft zich niet willen verantwoorden ter terechtzitting op 20 april 2018. Ook heeft verdachte er blijk van gegeven geen respect te hebben voor de rechtsgang in het algemeen en geen inzicht te hebben in het laakbare van zijn handelen en het enorme leed dat hij het slachtoffer heeft berokkend.

Ofschoon de rechtbank tot dezelfde bewezenverklaring komt als de officier van justitie, acht de rechtbank de door de officier van justitie geëiste straf van 2 jaar gevangenisstraf een strafrechtelijke reactie van onvoldoende gewicht, gelet op de bijzondere ernst van de feiten en de strafmaxima die op deze feiten door de wetgever zijn gesteld en verdachtes proceshouding.

De rechtbank veroordeelt verdachte dan ook tot een gevangenisstraf van 4 jaren, waarvan 1 jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren. Ook moet verdachte de schade aan de het slachtoffer betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/659379-16

Tegenspraak (gemachtigde raadsvrouw)

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 4 mei 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

verblijvende te: [adresgegevens verdachte]

De verdachte wordt bijgestaan door mr. J.H.M. Handring, advocaat kantoorhoudende te Venlo.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 20 april 2018. De verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsvrouw. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de [verdachte] :

Feit 1: primair: zijn ex-vriendin [slachtoffer] heeft belaagd, subsidiair: zijn ex-vriendin [slachtoffer] heeft bedreigd;

Feit 2: goederen van een ander heeft vernield dan wel heeft beschadigd;

Feit 3: meermalen identificerende persoonsgegevens van een ander heeft gebruikt met als doel zijn eigen identiteit te verhullen of de identiteit van die ander te verhelen of te misbruiken.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 1 primair ten laste gelegde feit op grond van de aangiftes van [slachtoffer] , het rapport inclusief foto’s van [naam recherchebureau] (hierna: [naam recherchebureau] ), de door het slachtoffer ontvangen facebookberichten, de in de onder verdachte inbeslaggenomen telefoons en laptop aangetroffen contacten, berichten en afbeeldingen, de processen-verbaal van bevindingen van de politie en de door het slachtoffer ontvangen enveloppen met inhoud, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte wederrechtelijk, stelselmatig en opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van zijn ex-partner [slachtoffer] , met geen ander doel dan haar vrees aan te jagen. Verdachte heeft gruwelijke afbeeldingen en teksten naar haar gezonden, zowel per post als per facebookbericht en haar bedreigd en beledigd.

De officier van justitie acht de onder feit 2 tenlastegelegde vernieling van het hekwerk van aangeefster eveneens wettig en overtuigend bewezen op grond van de aangifte van aangeefster en de bekennende verklaring van verdachte. De officier van justitie is van mening dat verdachte, bij gebrek aan bewijs, moet worden vrijgesproken van de beschadigingen/vernielingen aan de auto en de ruit van het slaapkamerraam.

Het onder 3 ten laste gelegde feit acht de officier van justitie eveneens wettig en overtuigend bewezen op grond van aangifte van aangeefster, het door haar ontvangen persoonlijk bericht inhoudende diverse foto’s en video’s van vrouwen die worden verstikt of gewurgd op het fake profiel “ [slachtoffer] ” en de op de bij verdachte in beslag genomen Samsung S7 aangetroffen afbeeldingen. Het slachtoffer heeft door de strafbare handelingen van verdachte reputatieschade opgelopen.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw acht op grond van de aangifte van het slachtoffer en de bekennende verklaring van verdachte alleen de onder feit 2 ten laste gelegde vernieling van het hekwerk wettig en overtuigend bewezen. Ten aanzien van alle overige ten laste gelegde feiten concludeert de raadsvrouw tot vrijspraak, nu verdachte deze feiten heeft ontkend.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 1

De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als hervat in de hierna vermelde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang beschouwd.

Aanleiding en verloop onderzoek.

Slachtoffer [slachtoffer] heeft in totaal twaalf keer aangifte gedaan van stalking/bedreigingen/vernielingen. Nadat [slachtoffer] de eerste keer (op donderdag 10 september 2015) aangifte heeft gedaan van vernieling van haar autobanden, heeft de politie een aantal dagen later verdachte voor de woning van aangeefster aangetroffen in aangeschoten toestand. Aangeefster heeft toen verklaard dat zij de relatie met verdachte al enige tijd had verbroken. Verdachte heeft verklaard dat ze alleen wat ruzie hadden. Nadat de politie verdachte had weggestuurd, heeft aangeefster verteld dat ze door verdachte gestalkt werd omdat deze niet kon verkroppen dat zij de relatie had beëindigd.

Op grond van de aangiftes van [slachtoffer] is onderzoek verricht door de politie. In eerste instantie zijn geen aanwijzingen in de richting van verdachte uit dat onderzoek naar voren gekomen. Aangeefster heeft met [naam producer] toen [naam recherchebureau] ingeschakeld. Op 7 oktober 2016 heeft dit recherchebureau aan de politie meegedeeld dat zij genoeg bewijzen hadden verzameld om [verdachte] als verdachte aan te merken. Hiervan is een proces-verbaal onderzoek inzake stalking opgemaakt2.

Verdachte heeft in het eerste verhoor bij de politie3 verklaard dat hij een Samsung S7, sinds maart 2016, en een Samsung J100h telefoon heeft en dat hij eind juli/begin augustus 2015 de relatie met [slachtoffer] heeft verbroken en dat hij niets van doen heeft met de vernielingen en dreigbrieven met foto’s. Ook verklaart hij geen andere Facebookaccounts te hebben. In zijn tweede verhoor bij de politie4 wordt verdachte geconfronteerd met het onderzoek door [naam recherchebureau] en met beelden van de vernieling van het hekwerk en de tuin van [slachtoffer] . Verdachte bekent dan de vernieling. Verdachte zou dronken zijn geweest en kwaad op [slachtoffer] omdat zij niet reageerde op zijn berichten. Verder ontkent hij een Facebook-account onder de naam [naam account 1] te hebben aangemaakt en hier iets mee te maken hebben.

Ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3.

[slachtoffer] doet op 2 november 2015 aangifte van bedreiging5. Op vrijdag 30 oktober 2015 heeft zij de brievenbus van haar woning aan de [adres slachtoffer] te [woonplaats slachtoffer] geleegd. In de brievenbus bevonden zich twee enveloppen geadresseerd aan [slachtoffer] , [adres slachtoffer] , [woonplaats slachtoffer] . In de eerste enveloppe zaten een viertal afbeeldingen (pagina 48). Drie afbeeldingen van dode vrouwen met de tekst “ik kom vor jou [slachtoffer] ”. Op één afbeelding alleen “ [slachtoffer] ”. In de tweede enveloppe bevonden zich vier afbeeldingen (pagina 49). Drie afbeeldingen van (verstikte, opgehangen) vrouwen met de tekst “ [slachtoffer] ” en een met de tekst “ik kom vor jou [slachtoffer] ”.

Op 10 oktober 2016 doet aangeefster [slachtoffer] wederom aangifte en klacht6 ter zake belaging vanaf 22 augustus 2015. Tot het moment van aangifte heeft [slachtoffer] wekelijks enveloppen ontvangen met daarin afbeeldingen en bedreigende teksten. Door aangeefster zijn 27 brieven bij de politie ingeleverd. Alle brieven waren met hetzelfde handschrift (sjabloon) geschreven en aan haar geadresseerd op het adres [adres slachtoffer] , [woonplaats slachtoffer] . Tevens ontvangt zij vele Facebookberichten en soortgelijke afbeeldingen als hiervoor vermeld.

Op 18 oktober 2016 doet aangeefster [slachtoffer] aangifte van stalking en identiteitsfraude7. Zij verklaart dat op 15 oktober 2016 haar account op Facebook werd toegevoegd aan een besloten groep Verkoop/gezocht hoek Nijmegen en dat dit door verdachte werd gedaan. Bij deze groep was aangesloten een account met de naam [naam account 2] . Deze [naam account 2] reageerde met woorden gelijkend op de woorden van de stalker “Heb jij mooie met hem gemaakt hoer en ik de auto’s vor jou”. Deze tekst vertoonde dezelfde taalfouten en was eveneens in gebrekkig Nederlands verwoord.

Op 16 oktober 2016 werd een nieuw account aangemaakt waarbij haar naam [slachtoffer] en haar foto’s werden gebruikt. Het betrof foto’s die verdachte in het verleden (van haar) had gemaakt en waarvan [slachtoffer] wist dat ze in he bezit van verdachte waren. Dit nepaccount was op 16 oktober 2016 opgemaakt, de profielfoto was op 15 oktober 2016 opgemaakt en betrof een foto van [slachtoffer] . Ook deze foto is volgens [slachtoffer] in het bezit van verdachte. Dit nep-account liket de vreemdste berichtjes waar aangeefster zelf nooit op zou reageren.

Op 21 oktober 2016 heeft aangeefster weer een aangifte/aanvulling van stalking en identiteitsfraude gedaan tegen verdachte8. In totaal zijn door aangeefster [slachtoffer] dan meer dan 127 enveloppen ontvangen met daarin foto’s van vrouwen die gewurgd en verstikt worden. Ook ontvangt zij nog steeds soortgelijke foto’s, video’s en berichten via Facebookmessenger.

Op 17 december 2016 doet aangeefster wederom aangifte9. Aangeefster [slachtoffer] verklaart dat zij op 16 december 2016 weer een enveloppe had ontvangen, met daarin 3 enveloppen. Aan de tekst en het handschrift herkende zij meteen de manier van de stalker. Op de voorzijde van de enveloppen stond, buiten de adressering de volgende teksten: “Jij bent mijn hoer [slachtoffer] ”, “hoer van [woonplaats slachtoffer] [slachtoffer] ” en “de hoer van [woonplaats slachtoffer] [slachtoffer] ”. Op de achterzijde van de enveloppen stond de tekst ”hem heb jij weg hoer mijn niet ik kom vor jou kut hoer [slachtoffer] dit eet jij op ”vor de hoer van [woonplaats slachtoffer] [slachtoffer] ”, “dit waar lekker vor jou konijen kut hoer [slachtoffer] kijk achter jou hoer”. In de enveloppen bevonden zich vermoedelijk korrels. Op dat moment heeft aangeefster in totaal 180 enveloppen ontvangen.

Op 3 januari 2017 vult aangeefster haar aangifte aan10. Vanaf 16 december 2016 ontvangt zij weer regelmatig via de post enveloppen op haar woonadres. Alle enveloppen met dezelfde schrijfwijze en gelijk aan het schrift van de stalker. Ook is er wederom een nep-account op Facebook opgestart onder de naam [naam account 3] dat vanaf 18 december 2016 berichtverzoeken aan [slachtoffer] stuurt. Achter dit verzoek heeft [naam account 3] van 18 december 2016 tot en met 2 januari 2017 verschillende teksten geplaatst zoals: “Kut hoer ik kom vor jou jij bent dood”, :”Jij zal sterven bij mijn handen”, Dit jaar bent jij dood”.

Uit een proces-verbaal van bevindingen11 blijkt dat aangeefster een enveloppe heeft ontvangen met daarin een stanleymes met een zakje met een op bloed gelijkende vloeistof met de tekst: “vor jou [slachtoffer] hier jou tattoo dou ik”12.

Op 13 april 2017 doet aangeefster wederom aangifte13. Uit deze aangifte blijkt dat de bedreigingen van messenger account van [naam account 3] ook na 2 januari 2017 zijn doorgegaan (screenshots van deze berichten zijn opgenomen op pagina 383 en volgende).

Ook wordt aangeefster via een nieuw nep-account op Facebook met de naam “ [ naam account 4] ” bedreigd met precies dezelfde teksten en schrijfwijze (spelfouten) ( screenshot opgenomen op pagina 396 en volgende).

Na 16 februari 2017 verschijnt een account met de naam [naam account 5] . Via dat account worden vanaf 24 februari 2017 verschillende soortgelijke berichten naar aangeefster verzonden (screenshots van deze berichten zijn opgenomen op pagina 408 en volgende). Ook wordt het account [naam account 5] gebruikt waarmee vanaf 6 maart 2017 tot omstreeks 25 maart 2017 berichten worden gestuurd naar aangeefster met wederom bedreigingen in de trant van “hoer ik maak jou dood”. (screenshots van deze berichten zijn opgenomen op pagina 416 en volgende.)

Door [naam recherchebureau] is een rapport opgesteld d.d. 6 oktober 201614.

In dit rapport zijn de navolgende bevindingen vermeld.

Facebook

Vanaf 6 oktober 2015 worden er door een onbekend persoon berichten geplaatst op het Facebook account van [slachtoffer] . In die berichten staan seksueel getinte foto’s en foto’s waarop vrouwen worden gewurgd of verstikt middels een plastic zak. Het gaat hier om meer dan 170 berichten in een periode van 10 dagen.

Vanaf 9 november 2015 tot 28 december 2015 ontvangt aangeefster [slachtoffer] op haar Facebook account berichten van een zekere “ [naam account 1] ”. In deze berichten worden foto’s geplaatst van soortgelijke en dezelfde afbeeldingen als die zich later in de enveloppen bevinden. Ook staan er in de berichten foto’s van aangeefster zelf. Deze foto’s heeft verdachte in zijn bezit.

[naam recherchebureau] heeft een verdekte link naar het Facebookprofiel van “ [naam account 1] ” gestuurd. Hierop is door de gebruiker van het profiel op 14 september 2015 geklikt. Hieruit kan worden afgeleid dat de gebruiker een Samsung J100h gebruikt, gelijk verdachte. Voorts rapporteert [naam recherchebureau] dat uit gegevens van Facebook is gebleken dat de account “ [naam account 1] |” op 8 november 2015 is aangemaakt om 09.50 uur. Het IP adres dat toen in gebruik was genomen bleek gekoppeld aan de plaats [plaats] . Na onderzoek aan het publieke Facebookprofiel van verdachte bleek dat hij op diezelfde dag op hetzelfde tijdstip zelf aanwezig was in [plaats] . Verdachte plaatste toen een foto op zijn Facebookpagina. Op het moment van plaatsen van die foto werd eveneens de locatie meegegeven.

In de periode van 26 augustus 2016 tot en met 8 september 2016 worden er door verdachte berichten naar het account van aangeefster gestuurd. Dit betreft liefdesverklaringen. Daarbij worden ook foto’s geplaatst waar beide samen op staan. Dit betreft dezelfde foto’s die daarvoor door “ [naam account 1] ” zijn geplaatst. Ook worden er foto’s geplaatst van het op 3 september 2016 vernielde hekwerk.

Vanaf 18 september 2016 worden er opnieuw door “ [naam account 1] ” berichten gestuurd naar het account van aangeefster. Wederom betreffen het foto’s van vrouwen die vermoord worden.

Vanaf 20 september 2016 worden op Facebook door “ [naam account 6] ” berichten naar het account van aangeefter gestuurd. Hierin worden dezelfde foto’s gebruikt als die verdachte in zijn bezit heeft.

Op 15 oktober 2016 ontvangt aangeefster via Facebook een bericht van “ [naam account 2] ” die op een foto op haar account heeft gereageerd met de tekst: “Heb jiij mooie met hem gemaakt hoer ik die auto’s vor jou”.

Op 18 oktober 2016 doet aangeefster aangifte van identiteitsfraude. Op 16 oktober 2016 ontdekt zij op Facebook dat er een account is aangemaakt op haar naam, met haar foto. Het betreft een foto die volgens aangeefster in het bezit is van verdachte. Via dit account worden mensen benaderd, onder andere met seksueel getinte verzoeken/berichten (de rechtbank verwijst in dit verband naar pagina 201 en volgende van het dossier). Eén van deze mensen is [naam buurman] , een voormalige buurman van aangeefster. Daarnaast worden er door in het nep-account berichten (filmpjes met seksuele inhoud) geliket (pagina 203 en 204 van het dossier) en worden mensen benaderd.

Aangeefster ontvangt op 20 oktober 2016 van het fake profiel “ [slachtoffer] ” een persoonlijk bericht. Dit bericht bevatte diverse foto’s en video’s van vrouwen die werden verstikt of gewurgd. Dit zijn dezelfde bestanden die zij eerder ook al had ontvangen.

In de bij verdachte in beslag genomen Samsung S7 werden afbeeldingen aangetroffen (foto’s van [slachtoffer] ) welke werden gebruikt voor dit valse [slachtoffer] -account.

Op 4 januari 2017 ontvangt aangeefster via facebookmessenger van “ [naam account 3] ” een bericht met de tekst: “Jij bekomt een tattoo van mijn kijk naa jou post [slachtoffer] ”. Op 7 januari 2017 ontvangt zij vervolgens een enveloppe met daarin een stanleymes met bloed en de tekst: “vor jou [slachtoffer] hier jou tattoo dou ik”.

In de bij verdachte in beslag genomen witte Samsung J100h (waarover hij zelf heeft verklaard dat dit zijn eigendom is en dat hij die telefoon enkel als reserve gebruikt, pagina 123 en 124), zijn de volgende zaken door de politie aangetroffen15:

  • -

    onder de contacten staat de naam “ [naam account 2] ” met telefoonnummer en emailadres;

  • -

    een afbeelding die door “ [naam account 1] ” is gebruikt in de Facebookberichten naar aangeefster toe. “ [naam account 1] ” gebruikt op Facebook dezelfde afbeeldingen als welke door aangeefster worden aangetroffen in de enveloppen in haar brievenbus;

  • -

    een foto van een vrouw die door een strop om haar nek is gedood, modified op 28 september 2016;

  • -

    een foto van een man in donkere kleding. Deze foto is dezelfde als behorend bij het profiel van “ [naam account 2] ”;

  • -

    nog enkele foto’s van vermoorde vrouwen en foto’s die in samenhang staan met [naam account 2] ;

  • -

    een user account op naam van “ [naam account 2] ”;

  • -

    web history waaruit volgt dat op 23 september 2016 zeer waarschijnlijk een Facebook account is aangemaakt onder de naam [naam account 2] .

Ook de andere bij verdachte inbeslaggenomen Samsung S7 is door de politie onderzocht16

Hierop werd onder meer het volgende aangetroffen:

  • -

    foto (pagina 296) van een hoofd ingepakt in plastic met daarop de tekst aangebracht “vor een hoer”. Het betreft een foto welke door een applicatie automatisch op de telefoon wordt opgeslagen na bewerking daarvan;

  • -

    foto van een man die voor een vrachtwagen staat. Dit betreft dezelfde foto als de profielfoto van voor het Facebook account van “ [naam account 1] ”;

  • -

    foto’s van het vernielde tuinhekwerk van aangeefster.

Uit het proces-verbaal onderzoek aan de Toshiba laptop17 van verdachte komt het volgende naar voren18.

- In map “C” werden afbeeldingen aangetroffen van allemaal vrouwen die worden doodgestoken, gewurgd en vastgebonden (pagina 303 tot en met 306).

Uit een proces-verbaal van bevindingen vergelijking afbeeldingen19 blijkt dat een grote hoeveelheid afbeeldingen op de telefoons en de laptop van verdachte overeenkomt met de afbeeldingen in de 126 enveloppen en Facebook berichten die aangeefster heeft ontvangen.

In dit verband verwijst de rechtbank voor concrete voorbeelden naar de pagina’s 452 en 453 van het dossier.

Enveloppen met inhoud

Uit een proces-verbaal bevindingen onderzoek enveloppen20 blijkt dat de enveloppen die aangeefster ontvangen heeft allemaal afgestempeld zijn in Nieuwegein of Den Bosch. De teksten op de foto’s zijn geschreven in hetzelfde lettertype (hetzelfde sjabloon gebruikt) en worden dezelfde grammatica- en spelfouten gemaakt, bijvoorbeeld “vor” in plaats van “voor”.

Bij de woning ophouden

Tijdens de observaties op 3 september 2016 uitgevoerd op [verdachte] door [naam recherchebureau] bij de woning van [slachtoffer] is op de vermelde tijdstippen het navolgende geconstateerd21:

00.07

[verdachte] komt midden in de nacht voor 8 minuten lang bij [slachtoffer] aan haar deur, belt meerdere malen aan, bonkt op de ramen en vertrekt;

01.55

[verdachte] rijdt langs van de rechterzijde naar de linkerzijde door de straat van [slachtoffer] ;

01;57 [verdachte] rijdt langs van de linkerzijde naar de rechterzijde door de straat van [slachtoffer] ;

02:14 [verdachte] komt aanlopen en belt/bonkt op de voordeur van [slachtoffer] en staat de voortuin te bekijken en loopt enkele minuten later weer weg en rijdt zijn auto voor de deur en blijft daar inzitten;

05:04 [verdachte] stapt uit de auto om vervolgens aan te bellen/bonken en loopt weer terug naar de geparkeerde auto, stapt in en blijft zitten;

05:57 [verdachte] rijdt zijn auto achteruit en rijdt doelbewust door het voortuinhek, dwars door de voortuin, rijdt achteruit en vertrekt;

06.02

[verdachte] rijdt langs door de straat.

Aangeefster [slachtoffer] heeft van de vernieling van het houten hekwerk in haar voortuin aangifte gedaan22 aangifte gedaan. Zij verklaart daarover, zakelijk weergegeven, het volgende.

Op zaterdagochtend 3 september 2016 omstreeks 05.59 uur werd ik wakker van herrie aan de voorzijde van mijn woning, gelegen aan de [adres slachtoffer] te [woonplaats slachtoffer] . Ik stond meteen op en hoorde lawaai van het hek buiten. Via het keukenraam en zag ik dat een houten hekwerk van 180 cm breed plat lag. Ook de hoekpaal die vast stond in een stuk beton was omver geschopt of geduwd. Het hekwerk is mijn eigendom.

Uit een proces-verbaal van bevindingen23 blijkt dat door [naam recherchebureau] beelden en foto’s aangeleverd zijn welke in hun onderzoek waren gemaakt. Door verbalisant [verbalisant] werden deze beelden en foto’s bekeken. Hij verklaart daarover het volgende:

Pesterijen [adres slachtoffer] te [woonplaats slachtoffer]

10 juli 2016:

In de voortuin werden papieren vliegtuigjes gedeponeerd;

16 juli 2016

In de voortuin werden witte en rode ballonnen in hartvorm gehangen. Op de ballonnen stond de tekst: “I love you [verdachte] ”;

21 juli 2016:

Aan het hek in de voortuin werd een doos met bonbons gehangen.

Verdachte heeft op 12 oktober 2016 een verklaring afgelegd24. Hij heeft toen, zakelijk weergegeven, onder meer verklaard dat hij een paar weken terug [slachtoffer] te voet is tegen gekomen. Hij had toen chocolade bij zich. Hij zag haar lopen in de straat en is haar toen achterna gelopen.

Op grond van de voornoemde bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat het verdachte is geweest die, al dan niet met gebruikmaking van aliassen, het slachtoffer heeft belaagd en haar identificerende persoonsgegevens heeft misbruikt. De rechtbank overweegt daartoe dat er op consistente wijze typische taalfouten voorkomen in de berichten. Gebruikte afbeeldingen zijn gevonden op gegevensdragers van verdachte en verdachte bleek zich in [plaats] , te bevinden toen daar een alias-account werd aangemaakt.

Ten aanzien van feit 2

- de aangifte van aangeefster25.

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd bij de politie26 voor wat betreft de vernieling van het hekwerk.

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van de vernieling van de personenauto en de ruit van aangeefster. Weliswaar blijken die auto en die ruit te zijn vernield, maar bewijsmiddelen ontbreken om verdachte als dader van deze vernieling aan te kunnen merken.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

1.

in de periode van 30 oktober 2015 tot en met 13 april 2017 in Nederland, meermalen, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer] met het oogmerk die [slachtoffer] , vrees aan te jagen, door telkens en onophoudelijk:

- vele (seksueel getinte en/of gewelddadige) afbeeldingen, al dan niet met

bedreigende en/of beledigende teksten,

toe te zenden en/of te laten bezorgen bij voornoemde [slachtoffer] en

- vele brieven en/of enveloppen met bedreigende en/of beledigende teksten

toe te zenden en/of te laten bezorgen bij voornoemde [slachtoffer] en

- veelvuldig berichten te sturen/contact te zoeken met die [slachtoffer] middels

Facebook en/of (andere) social media en

- zich in persoon dan wel in een auto op te houden voor en/of in de directe

omgeving van de woning van die [slachtoffer] .

2.

hij op 3 september 2016 in de gemeente [woonplaats slachtoffer] , opzettelijk en een hekwerk behorende bij de woning gelegen aan de [adres slachtoffer] te [woonplaats slachtoffer] ), toebehorende aan [slachtoffer] , heeft vernield.

3.

hij in de periode van 16 oktober 2016 tot en met 30 november 2016 in Nederland

meermalen opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander, te weten een Facebook (Messenger-) account op naam van [slachtoffer] , heeft gebruikt, met het oogmerk de identiteit van die [slachtoffer] te misbruiken, waardoor uit dat gebruik enig nadeel is ontstaan, immers heeft hij, verdachte,

op Facebook een (fake)account onder de naam van die [slachtoffer] en een foto van die [slachtoffer] aangemaakt en vervolgens

- anderen (via internet) benaderd als ware hij die [slachtoffer] en vervolgens

- [naam buurman] , zijnde de oud-buurman van voornoemde [slachtoffer] , via internet

door middel van voornoemd Facebook (Messenger-) account benaderd en

seksueel getinte berichten en/of verzoeken en/of uitnodigingen verstuurd

en tevens in voornoemde berichten doen voorkomen alsof die [slachtoffer] een

geslachtsziekte zou hebben en

- ( veelvuldig) door middel van voornoemd Facebook account gewelddadige

en/of seksueel getinte berichten van anderen 'geliket' en/of van

commentaar voorzien;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Feit 1 primair: belaging, meermalen gepleegd;

Feit 2: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen;

Feit 3: opzettelijk en wederrechtelijk identificerend persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegeven, van een ander gebruiken met het oogmerk om de identiteit van een ander te misbruiken, waardoor uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit/de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf en/of de maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 jaar. De officier van justitie heeft tevens de opheffing van het geschorste bevel voorlopige hechtenis gevorderd.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met een onvoorwaardelijke werkstraf bepleit. De raadsvrouw heeft voorts verzocht de vordering van de officier van justitie met betrekking tot de opheffing van het geschorste bevel voorlopige hechteis af te wijzen.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft zich, nadat het slachtoffer de relatie met verdachte had verbroken, gedurende een lange periode zeer frequent schuldig gemaakt aan een stuitende en laffe manier van stalking. Verdachte heeft daarbij gewetenloos het slachtoffer maandenlang bestookt met per post verstuurde enveloppen met daarin honderden afbeeldingen van vrouwen die veelal door verstikking om het leven waren gebracht. Deze afbeeldingen waren bovendien vaak voorzien van beledigende en vernederende teksten en doodsbedreigingen aan het adres van het slachtoffer. Verdachte ging zelfs zo ver in zijn verwerpelijk gedrag dat hij haar een stanleymes met een op bloed gelijkende substantie heeft gestuurd, voorzien van een doodsbedreiging.

Verdachte heeft evenmin geschroomd het leven van het slachtoffer op social media tot een hel te maken door haar honderden soortgelijke weerzinwekkende afbeeldingen en video’s te sturen, veelal voorzien van bedreigende en beledigde teksten. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan identiteitsfraude door een nepaccount met de persoonlijke gegevens van het slachtoffer aan te maken en hiermee anderen te benaderen op een wijze die het slachtoffer reputatieschade heeft toegebracht. Aldus is het leed van het slachtoffer nog meer vergroot. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan vernieling van het hekwerk van het slachtoffer.

Ter terechtzitting heeft het slachtoffer verwoord welke impact deze gebeurtenissen op haar leven hebben gehad. Het slachtoffer leidde voor de onderhavige feiten een zelfstandig, sociaal en vrolijk leven, maar is nu door de traumatische gebeurtenissen gebroken. Zij leeft dag en nacht in angst en voelt zich nergens meer veilig. Zij leeft als een gevangene in haar eigen huis. Het contact met vrienden en kinderen is ze kwijtgeraakt en haar sociale leven is tot stilstand gekomen. Het slachtoffer heeft bovendien fysieke klachten gekregen in de vorm van haaruitval, gewichts- en concentratieverlies en zij lijdt aan een posttraumatische stressstoornis waarvoor zij behandeld wordt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte, door te handelen zoals hij heeft gedaan, een zeer grove inbreuk gemaakt op de persoonlijke en lichamelijke integriteit van het slachtoffer.

Verdachte heeft alle hem ten laste gelegde feiten ontkend, met uitzondering van de vernieling van het hekwerk. Dit feit heeft hij pas bekend nadat hij was geconfronteerd met de bevindingen van recherchebureau [naam recherchebureau] . Verdachte heeft voorts, in strijd met de gestelde schorsingsvoorwaarden, meermaals geen gevolg gegeven aan de oproep van politie om een verklaring te komen afleggen en evenmin heeft hij contact opgenomen met de reclassering. Ter terechtzitting heeft de raadsvrouw namens verdachte aangevoerd dat verdachte er geen heil in ziet om ter terechtzitting in persoon aanwezig te zijn en zich te verantwoorden. Het behoud van zijn werk in het Verenigd Koninkrijk vindt hij belangrijker.

De rechtbank hekelt verdachtes proceshouding die getuigt van een volstrekt gebrek aan respect voor de rechtsgang in het algemeen en aan inzicht in zijn handelen, het laakbare van zijn handelen en het enorme leed dat hij het slachtoffer daarmee heeft berokkend in het bijzonder.

De rechtbank komt tot dezelfde bewezenverklaring, als waartoe de officier van justitie heeft gerequireerd. De rechtbank is echter van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf een strafrechtelijke reactie van onvoldoende gewicht vormt op de bewezenverklaarde ernstige strafbare feiten, gelet op de op de feiten 1 en 3 gestelde strafmaxima enerzijds en de grote impact die de traumatische gebeurtenissen op het leven van het slachtoffer heeft gehad anderzijds. De rechtbank zal, mede gelet op verdachtes kwalijke proceshouding, de gevorderde straf dan ook aanzienlijk verhogen. De rechtbank zal de verdachte veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaar, waarvan één jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar.

Met de oplegging van een voorwaardelijk strafdeel wordt niet alleen de bijzondere ernst en omvang van het bewezenverklaarde recht gedaan, maar wordt de strafoplegging ook dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe soortgelijke strafbare feiten.

De rechtbank zal tevens de opheffing van het geschorste bevel voorlopige hechtenis van verdachte gelasten.

7 De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

7.1

De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer] wonende te [woonplaats slachtoffer] vordert een schadevergoeding van

€ 1.934,14 ter zake van materiële schade en € 5.000,00 ter zake van immateriële schade voor de bewezenverklaarde feiten onder 1, 2 en 3.

7.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, gelet op de door haar gevorderde partiële vrijspraak voor feit 2 geconcludeerd tot toewijzing van de gehele schadevergoeding vordering met uitzondering van de opgevoerde kosten dagwaarde auto van € 1.500,00.

7.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft op grond van de bepleite vrijspraak voor de feiten 1 en 3 geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij in haar vordering, met uitzondering van de kosten hekwerk ad € 100,00.

7.4

Het oordeel van de rechtbank

Ten laste van verdachte zijn de hiervoor ten laste gelegde feiten bewezen. Het zijn strafbare feiten en aan verdachte zal ter zake van die feiten een straf worden opgelegd. Door de feiten is de benadeelde rechtstreeks schade toegebracht. De benadeelde partij is daarom ontvankelijk in haar vordering.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering voor zover deze betrekking heeft op de post Schade auto ad € 1.500,00, niet-ontvankelijk moet worden verklaard, gelet op de partiële vrijspraak.

De rechtbank is van oordeel dat de overige materiële schade, bestaande uit de posten Schade aan het hek ad € 100,- en Eigen risico ad € 334,14 evenals de post immateriële schade ad € 5.000,- voldoende zijn onderbouwd en niet zijn betwist. Zij komen voor integrale toewijzing in aanmerking.

De rechtbank zal, gelet op het vorenstaande, de hiervoor genoemde materiële schade vaststellen op € 434,14 en de immateriële schade vaststellen op een bedrag van € 5.000,00.

Het bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag, te rekenen vanaf 13 april 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor deze schade. De rechtbank zal hem vooroordelen tot uitbetaling van dat bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag, te rekenen vanaf 13 april 2017 tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank zal tevens aan verdachte de verplichting opleggen aan de Staat een bedrag van € 434,14 en € 5.000,00 = € 5434,14, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag, te rekenen van 13 april 2017 tot de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 62 dagen, te betalen ten behoeve van [slachtoffer] voornoemd.

8 Het beslag

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen,

  • -

    telefoon Samsung Sm-G935f, kleur zwart, Imei mobiele telefoon [IMEI-nummer] ;

  • -

    telefoon Samsung Sm-J100h, kleur wit,

  • -

    126 enveloppen die het slachtoffer [slachtoffer] op haar huisadres [adres slachtoffer] , [woonplaats slachtoffer] per post heeft ontvangen in de periode van 27 oktober 2015 tot en met 11 februari 2017,

zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het voorwerpen betreft waarmee de feiten zijn begaan.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24c, 33, 33a, 36f, 57, 231b, 285b, 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte voor de bewezenverklaarde feiten tot een gevangenisstraf van 4 jaren, waarvan 1 jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd:

- zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit;

Voorlopige hechtenis

- heft op het geschorste bevel voorlopige hechtenis met ingang van heden;

Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] , wonende te [woonplaats slachtoffer] , ten aanzien van de bewezenverklaarde feiten onder 1, 2 en 3 gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] , van een bedrag van € 5.434,14 toe, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 april 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot heden begroot op nihil;

- veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten;

  • -

    bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering ter zake van de dagwaarde van de auto ad € 1.500,00 niet ontvankelijk is;

  • -

    verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade

- legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] , van een bedrag van € 5.434,14, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag, te rekenen vanaf 13 april 2017 tot de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 62 dagen hechtenis ;

- de toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Beslag

- verklaart verbeurd de volgende in beslag genomen voorwerpen:

  • -

    Telefoon Samsung Sm-G935f, kleur zwart, Imei mobiele telefoon [IMEI-nummer] ;

  • -

    Telefoon Samsung Sm-J100h, kleur wit,

  • -

    126 enveloppen die het slachtoffer [slachtoffer] op haar huisadres [adres slachtoffer] , [woonplaats slachtoffer] per post heeft ontvangen in de periode van 27 oktober 2015 tot en met 11 februari 2017.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A.M.M. Gijselaers, voorzitter, mr. V.P. van Deventer en mr. C.C.W.M. Aretz, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P.C.M. Müller, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 4 mei 2018.

Buiten staat

Mr. R.A.M.N. Gijselaers en Mr. C.C.W.M. Aretz zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 30 oktober 2015 tot en met 13 april 2017 in

de gemeente [woonplaats slachtoffer] en/of de gemeente Bergen (L), althans in Nederland,

meermalen, althans eenmaal, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk

inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer] , in elk

geval van een ander, met het oogmerk die [slachtoffer] , in elk geval die ander, te

dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen,

door telkens en/of onophoudelijk:

- vele (seksueel getinte en/of gewelddadige) afbeeldingen, al dan niet met

bedreigende en/of beledigende tekst(en),

toe te zenden en/of te (laten) bezorgen bij voornoemde [slachtoffer] en/of

- vele brieven en/of enveloppen met bedreigende en/of beledigende tekst(en)

toe te zenden en/of te (laten) bezorgen bij voornoemde [slachtoffer] en/of

- veelvuldig berichten te sturen/contact te zoeken met die [slachtoffer] middels

Facebook en/of (andere) social media en/of

- zich in persoon danwel in een auto op te houden voor en/of in de directe

omgeving van de woning van die [slachtoffer] en/of

- veelvuldig e-mail en/of sms-berichten te sturen aan die [slachtoffer] ;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden, dat:

hij in of omstreeks de periode van 30 oktober 2015 tot en met 13 april 2017

in de gemeente [woonplaats slachtoffer] en/of de gemeente Bergen (L), althans in Nederland,

[slachtoffer] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,

door voornoemde [slachtoffer] , telkens en/of onophoudelijk, (sekuseel getinte en/of

gewelddadige) afbeeldingen en/of brieven en/of enveloppen te sturen met

bedreigende teksten;

2.

hij in of omstreeks de periode van 22 augustus 2015 tot en met 3 september

2016 in de gemeente [woonplaats slachtoffer] ,

opzettelijk en wederrechtelijk (meermalen) een personenauto (kenteken

[kenteken] ) en/of een ruit (slaapkamer, woning [adres slachtoffer] te [woonplaats slachtoffer] ) en/of

(een) hekwerk (behorende bij de woning gelegen aan de [adres slachtoffer] te

[woonplaats slachtoffer] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer]

, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft

vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

3.

hij in of omstreeks de periode van 16 oktober 2016 tot en met 30 november 2016

in de gemeente [woonplaats slachtoffer] en/of de gemeente Bergen (L), althans in Nederland,

meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk

identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens,

van een ander, te weten een Facebook (Messenger-) account op naam van [slachtoffer]

, heeft gebruikt, met het oogmerk om zijn, verdachtes, identiteit te

verhelen of de identiteit van die [slachtoffer] te verhelen of misbruiken, waardoor

uit dat gebruik enig nadeel kan zijn/is ontstaan, immers heeft hij, verdachte,

op Facebook een (fake)account onder de naam van die [slachtoffer] en/of met een of

meer foto('s) van die [slachtoffer] aangemaakt en/of (vervolgens)

- anderen (via internet) benaderd als ware hij die [slachtoffer] en/of (vervolgens)

- [naam buurman] , zijnde de oud-buurman van voornoemde [slachtoffer] , via internet

(door middel van voornoemd Facebook (Messenger-) account) benaderd en/of

(seksueel getinte) berichten en/of verzoeken en/of uitnodigingen verstuurd

en/of (tevens) in voornoemde berichten doen voorkomen alsof die [slachtoffer] een

geslachtsziekte zou hebben en/of

- ( veelvuldig) (door middel van voornoemd Facebook account) (gewelddadige

en/of seksueel getinte) berichten van anderen 'geliket' en/of van

commentaar voorzien;

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid |Limburg, Districtsrecherche Noord en Midden Limburg, proces-verbaalnummer PL2300-2016186025, gesloten d.d. 26 april 2017, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 499.

2 Pagina 70 tot en met 101 van het doorgenummerd dossier.

3 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 12 oktober 2016, pagina 123 en 124 van het doorgenummerd dossier.

4 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 112 oktober 2016, pagina 130 van het doorgenummerd dossier.

5 Proces-verbaal van aangifte d.d. 2 november 2015, pagina 45 van het doorgenummerd dossier.

6 Proces-verbaal van aangifte d.d. d. d.10 oktober 2016, pagina 102 tot en met 104 van het doorgenummerd dossier..

7 Proces-verbaal van aangifte d.d. 18 oktober 2016, pagina 199 en 200 van het doorgenummerd dossier.

8 Proces-verbaal van aangifte d.d. 21 oktober 2016, pagina 223 en 224 van het doorgenummerd dossier.

9 Proces-verbaal van aangifte d.d. 18 december 2016, pagina 307 en 308 van het doorgenummerd dossier.

10 Proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d. 3 januari 2017, pagina 316 en 317van het doorgenummerd dossier.

11 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 januari 2017, pagina 336 van het doorgenummerd dossier.

12 Pagina 380.

13 Proces-verbaal van aangifte d.d. 13 april 2017, pagina 356 , 357 en 358.

14 Pagina 70 tot en met 101 van het doorgenummerd dossier.

15 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 november 2016, pagina 261 en 262 van het doorgenummerd dossier.

16 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 29 november 2016 pagina 292 en 293 van het doorgenummerd dossier.

17 Proces-verbaal van politie, nummer 16-0329-003, pagina 301 van het doorgenummerd dossier.

18 Proces-verbaal d.d. 25 november 2016, pagina 301 van het doorgenummerd dossier.

19 Proces-verbaal van bevindingen vergelijking afbeeldingen d.d. 24 april 2017, pagina 445 tot en met pagina 454.,

20 Proces-verbaal bevindingen onderzoek enveloppen d.d. 26 april 2017, pagina 455 tot en met 457.

21 Proces-verbaal PVBO-STW-BROKENARROW d.d. 6 oktober 2016, pagina 74 van het doorgenummerd dossier.

22 Proces-verbaal van aangifte d.d. 9 september 2016, pagina 66 en 67 van het doorgenummerd dossier.

23 Proces-verbaal bevindingen d.d. 31 oktober 2016, pagina 145 in combinatie met de foto’s op pagina 147, 148 en 149 van het doorgenummerd dossier.

24 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 12 oktober 2016, pagina 125 van het doorgenummerd dossier.

25 Proces-verbaal van aangifte d.d. 9 september 2016, pagina 66 van het doorgenummerd dossier.

26 Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 12 oktober 2016, pagina 130 van het doorgenummerd dossier.