Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:3967

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
25-04-2018
Datum publicatie
26-04-2018
Zaaknummer
6663819/AZ/18-21 25042018
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Dringende reden voor ontslag op staande voet. Er is sprake van een voltooide diefstal, ook al heeft werknemer de spullen teruggelegd nadat hij er door een collega op werd gewezen dat een onderzoek zou worden ingesteld. Werkgever hanteert een zero-tolerance beleid en een belangenafweging valt in het belang van de werkgever uit. Verzoeken van werknemer worden daarom afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2018-0513
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 6663819 \ AZ VERZ 18-21

Beschikking van de kantonrechter van 25 april 2018

in de zaak van:

[verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] ,

wonend [adres verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] ,

[woonplaats verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] ,

werknemer,

gemachtigde mr. J.M. van Dongen,

verzoekende partij in het verzoek, verwerende partij in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GENERAL LOGISTICS SYSTEMS NETHERLANDS B.V.,

gevestigd te Utrecht,

werkgever,

gemachtigde mr. J.C. Zevenberg,

verwerende partij in het verzoek, verzoekende partij in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek.

Partijen zullen hierna [verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] en GLS worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het op 20 februari 2018 ter griffie ontvangen verzoekschrift

- het verweerschrift, tevens houdend een zelfstandig verzoek dat strekt tot (voorwaardelijke) ontbinding van de arbeidsovereenkomst ex artikel 7:671b BW in verbinding met artikel 7:669 lid 3, onderdeel c subsidiair onderdeel g BW

- de aanvulling op het verzoekschrift en het verweerschrift gericht tegen het tegenverzoek

- de mondelinge behandeling d.d. 12 april 2018

- de pleitnota van GLS.

1.2.

Daarna is beschikking bepaald.

2 De feiten

2.1.

[verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] , geboren op [geboortedag verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] 1957 is op 2 januari 2001 voor de duur van één jaar bij de rechtsvoorganger van GLS in dienst getreden. De arbeidsovereenkomst is daarna voor onbepaalde tijd voortgezet en [verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] vervulde laatstelijk voor 20 uren per week de functie van loodsmedewerker tegen een loon van € 1.174,72 bruto per maand, exclusief vakantiebijslag en overige emolumenten.

Voor zijn indiensttreding in 2001 heeft [verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] vanaf 1999 voor de rechtsvoorganger van GLS gewerkt op uitzendbasis.

2.2.

Op vrijdagochtend 17 december 2017 stond op de werkvloer van de loods een van de bank gevallen/afgehaald pakket dat beschadigd was. In dit pakket zaten zaagbladen voor een decoupeerzaag. De zaagbladen waren per vijf stuks verpakt in een kartonnetje.

[verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] heeft drie kartonnetjes in zijn broekzak gestopt. De overige kartonnetjes zijn omgepakt in een nieuwe doos. Deze doos is voorzien van een sticker en weer op de transportband geplaatst.

2.3.

Na controle via camerabeelden is geconstateerd dat het pakket onvolledig was. Nadat [verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] van een collega had gehoord dat het vermoeden bestond dat er spullen uit het beschadigde pakket waren gehaald, heeft hij de drie kartonnetjes uit zijn broekzak gehaald en bij deur 23 op de grond laten vallen en uiteindelijk op de daarvoor bestemde plaats ingeleverd.

2.4.

De heer [A] , Security Support Officer bij GLS, heeft de camerabeelden bekeken, waarna op maandag 18 december 2017 ACB Bedrijfsrecherche is ingeschakeld. Laatstgenoemde is op 20 december 2017 gestart met het onderzoek.

2.5.

Op 20 december 2017 is [verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] gehoord. Van dit gesprek is een verslag opgemaakt (verslag interview) dat door [verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] is ondertekend.

[verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] heeft verklaard als volgt:

“Ik begrijp dat u mij wilt spreken over een schade pakket waar zaagbladen voor een decoupeerzaag uitgehaald zijn. Dit feit heeft plaatsgevonden op vrijdag 15 december 2017.

Ik werk al sinds 1999 bij GLS depot Stein en de voorgangers hiervan. Ik heb de eerste 1 ½ jaar heb ik gewerkt als uitzendkracht en daarna ben ik in vaste dienst gekomen.

Ik heb op dit moment een contract van 20 uur per week. Op dit moment werk ik vanwege de drukte meer uren en in de rustige periode werk ik minder uren.

Ik werk in de functie van loods medewerker. Ik begin normaal gesproken om 05:00 uur. Op dit moment beginnen we vroeger vanwege de drukte. Ik begin dan om 04:00 uur. Naast mijn reguliere werk is het zo dat ik ook rangeerwerk kan doen, omdat ik een groot rijbewijs heb. Ook verhelp ik storingen aan de baan als dat nodig is. Ik ben feitelijk de klusjesman op het depot.

Bij het begin van de dienst draaien wij eerst aankomst. De chauffeurs komen normaal gesproken zo rond 06:45 uur. Normaal gesproken doe ik na de aankomst werkzaamheden zoals het rangeren van trailers en het klaarzetten van kooien. Als ik dan op de loods loop en er ligt een kapotte doos dan is het wel zo dat ik die doos ompak in een andere doos. Ik leg dan de nieuwe doos op de baan met de sticker daarbij. Ik heb dat ook gedaan in het geval waarover we nu over spreken.

De doos waar we over spreken lag op route 525, deur 23. De doos waar we over spreken was helemaal kapot. Ik heb gekeken naar die doos en ik zag dat daar voornamelijk zaagbladen in lagen in allerlei maten. Het was een pakket van 28 kilogram. Volgens mij moest die doos naar [bedrijfsnaam ontvangend bedrijf] in [vestigingsplaats ontvangend bedrijf] .

Het klopt dat ik drie kartonnetjes met zaagbladen voor decoupeerzaag heb gepakt en deze in de zijzak van mijn broek heb gestoken. U vraagt waarom ik dat gedaan heb maar daar kan ik echt geen antwoord op geven behalve dan dat het echt stom is.

Ik heb vervolgens een nieuwe doos gepakt en de inhoud van die kapotte doos daarin over gepakt. Ik heb ook de adres stickers daarbij gedaan en de doos op de baan gelegd. Ik heb geen herstel tape bij me. Dit soort werkzaamheden worden door andere collega’s gedaan.

Het klopt dat ik die drie kartonnetjes met zaagbladen later weer heb terug gegooid bij deur 23 en vervolgens heb gedaan of ik die dingen daar heb gevonden. De werkelijke reden dat ik dat gedaan heb is het gegeven van een collega van de locker [collega B] tegen mij zei dat er spullen miste uit de doos welke ik omgepakt had. Als [collega B] dat niet gezegd had dan had ik die zaagbladen waarschijnlijk in mijn locker gelegd. In deze locker zit een klein doosje met gereedschap. Dit gereedschap is van mij zelf en dit gebruik ik tijdens de reparatie werkzaamheden die ik als het nodig is hier verricht. De schroeven en dergelijke die daarbij liggen heb ik gekocht, maar die zijn uiteindelijk betaald door GLS.

Ik kan niet zeggen of ik die zaagbladen hier echt wilde gaan gebruiken. Ik heb overigens hier geen decoupeerzaag liggen. We hebben hier trouwens helemaal geen gereedschap van GLS hier liggen. Thuis heb ik wel een decoupeerzaag. Ik zou die zaagbladen dan ook thuis gaan gebruiken en als het nodig was ook gewoon op de loods.

Ik heb van niemand toestemming gehad om die drie kartonnetjes met zaagbladen mee te nemen en zelf te gaan gebruiken. Die spullen zijn niet mijn eigendom.”

2.6.

Op 20 december 2017 is [verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] met onmiddellijke ingang geschorst. Bij schrijven van 20 december 2017 is de schorsing schriftelijk bevestigd met de volgende reden:

“Aanleiding van de schorsing is dat uw handelen kan worden aangemerkt als dringende reden die beëindiging van de arbeidsovereenkomst met zich brengt.

Daarnaast wordt er nog onderzoek gedaan naar andere vermissingen. In verband hiermee zal GLS u op korte termijn informeren over de conclusies uit nader onderzoek. Zoals mondeling aan u is medegedeeld, kan de conclusie aanleiding tot ontslag op staande voet.”

2.7.

Op 22 december 2017 is [verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] in de ochtend op staande voet ontslagen, waarbij hem door mevrouw [X] , HR Manager van GLS, mondeling is medegedeeld dat dit betrekking had op zijn handelen van 15 december 2017.

Bij brief van 22 december 2017 is het ontslag op staande voet schriftelijk bevestigd. GLS geeft daarbij het volgende aan:

“Door u zijn op 15 december 2017 drie verpakkingen met ieder 5 zaagbladen voor een decoupeerzaag uit een beschadigd pakket gehaald en deze heeft u in uw werkbroek gestopt. De overige inhoud van het beschadigde pakket heeft u vervolgens ver(om)gepakt in een nieuwe doos. Deze nieuwe doos heeft u samen met de adressticker op de transportband gelegd om verder door een collega te laten afhandelen. Toen u van een collega hoorde dat er goederen uit het pakket misten, heeft u in eerste instantie de zaagbladen bij deur 23 neergegooid. Vervolgens heeft u gemeld dat u de ontbrekende zaagbladen in de loods had aangetroffen en zijn deze weer in het pakket gedaan. Op 20 december jl. bent u hierover gehoord. U heeft toen bevestigd te hebben gehandeld zoals hiervoor weergegeven.

GLS Netherlands hanteert ten aanzien van diefstal een zogenoemd zero-tolerancebeleid. Dit is onder andere opgenomen in het bij u in het bezit zijnde Personeelshandboek (Werken bij GLS Netherlands artikel 3.9). Uw handelen op 15 december jl. kan als (poging) tot diefstal worden aangemerkt, maar laat zich in ieder geval typeren als dringende reden die onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt, reden waarom tot uw ontslag op staande voet is over gegaan.

Er zal een eindafrekening worden opgemaakt door onze salarisadministratie waarbij u rekening dient te houden met een verrekening van vakantiegeld en verlofuren. Tevens behouden wij onze rechten voor op vergoeding van de ten gevolge van het gegeven ontslag optredende schade.”

2.8.

Bij brief van 23 januari 2018 vraagt [verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] via zijn gemachtigde het ontslag op staande voet in te trekken en hem toe te laten op het werk. Hierop is afwijzend door GLS gereageerd.

3 Het geschil

3.1.

[verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] verzoekt – kort weergegeven –:

Primair:

vernietiging van het op 22 december 2017 gegeven ontslag op staande voet en doorbetaling van het loon en emolumenten met overige nevenvorderingen (wettelijke verhoging en wettelijke rente),

Subsidiair:

GLS te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding ad € 68.787,00 en de transitievergoeding ad € 20.113,00 bruto, vermeerderd met de wettelijke rente.

[verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] stelt dat er geen dringende reden voor een ontslag op staande voet aanwezig is. Er is geen sprake van een (voltooide) diefstal dan wel een poging tot diefstal. Het ontslag is ook niet onverwijld gegeven.

[verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] erkent dat hij niet had moeten handelen zoals hij op 15 december 2017 gehandeld heeft, maar ter zake was een officiële waarschuwing op zijn plaats geweest. Verder geldt dat [verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] onevenredig zwaar getroffen wordt door het ontslag op staande voet. Gelet op zijn leeftijd is de kans dat hij nog werk vindt nihil.

3.2.

GLS heeft verweer gevoerd.

3.3.

Bij wijze van zelfstandig verzoek wordt door GLS verzocht de arbeidsovereenkomst met [verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] (voorwaardelijk) te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) in verbinding met artikel 7:669 lid 3, onderdeel e subsidiair onderdeel g, BW. Verder verzoekt GLS voor recht te verklaren dat [verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] geen transitievergoeding toekomt.

3.4.

[verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] heeft verweer gevoerd en subsidiair, in geval van toewijzing van het verzoek van GLS, verzocht om toekenning van de transitievergoeding, de billijke vergoeding en betaling van een correcte eindafrekening onder verstrekking van deugdelijke bruto/netto specificaties op straffe van een dwangsom.

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna – voor zover relevant – nader ingegaan.

4 De beoordeling

Het verzoek van [verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] tot het vernietigen van het ontslag op staande voet.

4.1.

[verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] heeft de onderliggende verzoeken tijdig ingediend, omdat deze zijn ontvangen binnen twee maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst door GLS is beëindigd (artikel 7:686a lid 4, onderdeel a, BW).

4.2.

Het geschil van partijen betreft de vraag of het door GLS aan [verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] gegeven ontslag op staande voet moet worden vernietigd.

4.3.

Op grond van artikel 7:677 lid 1 BW is ieder van partijen bevoegd de arbeidsovereenkomst onverwijld op grond van een dringende reden op te zeggen, onder onverwijlde mededeling van die reden aan de wederpartij. Ingevolge artikel 7:678 lid 1 BW worden voor GLS als dringende redenen als vorenbedoeld beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van [verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] , die ten gevolge hebben dat van GLS redelijkerwijze niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Bij de beoordeling van de vraag of van een zodanige dringende reden sprake is, moeten de omstandigheden van het geval in onderling verband en samenhang in aanmerking worden genomen. Tot deze omstandigheden behoren onder meer de persoonlijke omstandigheden van [verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] , zoals diens leeftijd, de aard en duur van het dienstverband en de gevolgen van het ontslag op staande voet. Ook indien de gevolgen ingrijpend zijn, kan een afweging van de persoonlijke omstandigheden tegen de aard en de ernst van de dringende reden tot de slotsom leiden dat een onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst gerechtvaardigd is.

4.4.

De dringende reden die is meegedeeld en dus moet worden beoordeeld, is blijkens de ontslagbrief van 22 december 2017 dat het handelen van [verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] op 15 december 2017 wordt aangemerkt als een dringende reden. Daarbij verwijst GLS uitdrukkelijk naar het door haar gevoerde zero-tolerancebeleid zoals opgenomen in het personeelshandboek.

4.5.

Naar het oordeel van de kantonrechter levert het complex van voornoemde feiten en omstandigheden voldoende grond op voor een ontslag op staande voet. Als dringende reden voor het ontslag op staande voet geeft GLS aan dat het handelen van [verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] op 15 december 2017 een dringende reden oplevert. De kantonrechter is van oordeel dat het voor [verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] voldoende duidelijk moet zijn wat hiermee bedoeld wordt. [verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] heeft immers zaagbladen uit een pakket van een opdrachtgever gehaald en deze in zijn broekzak gestoken. De kantonrechter acht het niet relevant dat [verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] de betreffende zaagbladen niet mee naar huis heeft genomen en ook niet in zijn eigen locker heeft bewaard. Evenmin acht de kantonrechter van belang dat [verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] de zaagbladen heeft teruggelegd. Daargelaten de vraag of diefstal hier in - de enge - strafrechtelijke dan wel civielrechtelijke zin moet worden opgevat, geldt in beide gevallen dat door de zaagbladen in de zak te steken de vereiste wegnemingshandeling was voltooid. Van vrijwillige terugtred is -ook daarmee- geen sprake. Immers, nadat [verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] erop was gewezen dat waarschijnlijk een onderzoek zou worden ingesteld naar het incomplete pakket, heeft hij de zaagbladen weer op de grond gegooid en vervolgens gedaan of hij deze daar gevonden had. Vrijwillige terugtred is niet aan de orde omdat er naar het oordeel van de kantonrechter sprake is van een voltooide (poging tot) diefstal terwijl ook niet sprake is van de eigen wil van [verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] maar van van buiten komende factoren die ertoe hebben geleid dat [verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] de zaagbladen heeft terugbezorgd. Ter zitting heeft [verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] immers verklaard de zaagbladen waarschijnlijk niet te hebben teruggegeven indien zijn collega hem niet zou hebben gewezen op een mogelijk onderzoek.

4.6.

[verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] wist althans had kunnen weten dat GLS een zero-tolerancebeleid voert op het gebied van diefstal. Daarbij geldt dat het vervoeren van goederen van opdrachtgevers de corebusiness van GLS is, waarbij zij dus volledig op haar werknemers dient te vertrouwen.

Mede gelet hierop dient een afweging van belangen in het nadeel van [verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] uit te vallen. Het is evident dat een ontslag op staande voet een grote impact heeft. Niet alleen op de persoon van [verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] zelf die – naar onweersproken is gesteld – altijd naar tevredenheid heeft gefunctioneerd, maar ook ten aanzien van diens financiële situatie. De stelling dat de kans dat [verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] ander werk vindt vrijwel nihil is, wordt gepasseerd. Uit de stukken en ook uit de verklaring ter zitting blijkt dat [verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] thans op uitzendbasis ook gedurende 4 uur per dag ander werk. De belangen van GLS wegen zwaarder, temeer nu [verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] had kunnen weten dat zijn gedragingen niet getolereerd zouden worden.

4.7.

De kantonrechter acht het handelen van [verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] zodanig ernstig dat GLS in redelijkheid kon beslissen dat van haar niet kon worden gevergd de arbeidsovereenkomst met [verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] te laten voortduren. Het vorenstaande brengt met zich dat naar het oordeel van de kantonrechter het ontslag op staande voet rechtsgeldig is en standhoudt.

Het ontslag op staande voet is bovendien onverwijld gegeven. De stelling van [verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] dat onder de WWZ de mededelingseis is verscherpt in die zin dat de arbeidsovereenkomst onder gelijktijdige mededeling van de dringende reden moet worden opgezegd, houdt geen stand. Volgens artikel 7:677 lid 1 BW kan een arbeidsovereenkomst onverwijld worden opgezegd om een dringende reden, onder onverwijlde mededeling van die reden aan de wederpartij. Deze laatste eis geeft de partij die wil overgaan tot een ontslag op staande voet enig respijt voordat daadwerkelijk tot ontslag wordt overgegaan, waarbij wel voortvarend te werk moet worden gegaan. De kantonrechter is van oordeel dat GLS voldoende voortvarend en zorgvuldig te werk is gegaan. Dat het ingeschakelde recherchebureau eerst op woensdag 22 december 2017 met haar onderzoek is kunnen starten, doet hieraan niet af. GLS is bovendien meteen na afronding van het onderzoek op 22 december 2017 tot ontslag op staande voet overgegaan. Gelet op de zorgvuldigheid die GLS heeft betracht is dit onverwijld zowel ten aanzien van de opzegging als ook ten aanzien van de mededeling van de reden.

4.8.

Uit artikel 7:681 lid 1, onderdeel a, BW volgt dat de kantonrechter op verzoek van [verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] de opzegging van de arbeidsovereenkomst door GLS kan vernietigen, indien GLS heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. Nu hiervoor is geoordeeld dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is en dit ontslag op staande voet aldus heeft geleid tot een rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst, zal het verzoek van [verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] om vernietiging van dat ontslag worden afgewezen. Er is immers geen sprake van een opzegging in strijd met artikel 7:671 BW, zodat er ook geen grond is om toepassing te geven aan artikel 7:681 lid 1 BW. De subsidiair gevorderde billijke vergoeding mist derhalve een grondslag en wordt afgewezen. Omdat in casu sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van [verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] , kan ook geen transitievergoeding aan [verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] ten laste van GLS worden toegekend. De vorderingen tot betaling van het loon, de wettelijke verhoging en de wettelijke rente treffen hetzelfde lot en zullen eveneens worden afgewezen.

Het zelfstandig verzoek van GLS: (voorwaardelijke) ontbinding.

4.9.

Nu het verzoek van [verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] tot vernietiging van het door GLS gegeven ontslag op staande voet wordt afgewezen, is er een rechtsgeldig einde aan het dienstverband gekomen. Aldus doet de voorwaarde waaronder GLS het zelfstandig tegenverzoek heeft ingediend, zich niet voor. Dit brengt met zich dat de kantonrechter derhalve niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het zelfstandig verzoek van GLS. De door partijen dienaangaande ingenomen stellingen, behoeven derhalve geen bespreking meer.

Inzake alle verzoeken.

4.10.

[verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van GLS worden tot op heden begroot op € 400,00 (2.0 punten x € 200,00 tarief).

5 De beslissing

De kantonrechter

Inzake het verzoek van [verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] .

5.1.

wijst het verzoek af,

Inzake alle verzoeken:

5.2.

veroordeelt [verzoekende partij, verwerende partij vw. zelfst. verzoek] in de proceskosten, aan de zijde van GLS tot op heden begroot op € 400,00,

5.3.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gewezen door mr. A.H.M.J.F. Piëtte en in het openbaar uitgesproken.

type: PL

coll: