Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:3965

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
25-04-2018
Datum publicatie
25-04-2018
Zaaknummer
03/659180-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden voor twee woninginbraken, drie inbraakpogingen en meerdere opzethelingen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/659180-17, 03/230678-16 (gevoegd) en 03/267362-16 (gevoegd)

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 25 april 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

gedetineerd in PI Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard.

De verdachte wordt bijgestaan door mr. M.F.M. Geeratz, advocaat kantoorhoudende te Venlo.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 11 april 2018. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, na vordering nadere omschrijving tenlastelegging - kort en feitelijk weergegeven - op neer dat verdachte:

Parketnummer 03/659180-17:

feit 1: samen met anderen een inbraak in een woning aan [adres 1] te Tegelen heeft gepleegd;

feit 2: samen met anderen heeft geprobeerd in te breken in een woning gelegen aan de [adres 2] te Belfeld;

feit 3: een groene Volvo V40 heeft geheeld;

feit 4: samen met anderen een inbraak in een woning aan de [adres 3] te Tegelen heeft gepleegd, dan wel sieraden heeft geheeld;

Feit 5: samen met anderen een inbraak in een garage gelegen aan de [adres 4] te Tegelen heeft gepleegd, dan wel een golfkar heeft geheeld;

feit 6: samen met anderen een inbraak in een garage gelegen aan de [adres 5] te Tegelen heeft gepleegd, dan wel een bijl heeft geheeld;

feit 7: samen met anderen een inbraak in een garage gelegen aan [adres 6] te Tegelen heeft gepleegd, dan wel vishengels met foedraals en/of een fietszadel met fietstasje heeft geheeld;

feit 8: een elektrisch stroomstootwapen voorhanden heeft gehad;

feit 9: samen met anderen een rode Opel Combo heeft geheeld;

feit 10: samen met anderen heeft geprobeerd in te breken in een bedrijfspand gelegen aan de [adres 7] te Venlo;

feit 11: samen met anderen heeft geprobeerd in te breken in een woning gelegen aan de [adres 8] te Tegelen;

feit 12: samen met anderen een inbraak in een woning aan de [adres 9] te Tegelen heeft gepleegd;

parketnummer 03/267362-16:

feit 1: een fiets heeft gestolen dan wel heeft geheeld;

feit 2: een fiets en/of twee boormachines heeft gestolen dan wel heeft geheeld;

feit 3: een tablet heeft geheeld;

parketnummer 03/230678-16: een snorfiets heeft geheeld.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder parketnummer 03/659180-17 onder 1, 4 primair, 5 primair, 6 primair en 7 primair alsmede van het onder parketnummer 03/ 267362-16 onder 1 primair, 2 primair en onder 3 ten laste gelegde, wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.

Voorts vordert de officier van justitie, mede gelet op de ter terechtzitting afgelegde verklaring van verdachte, de bewezenverklaring van:

  • -

    de onder parketnummer 03/659180-17 onder 3, 4 subsidiair, 5 subsidiair, 6 subsidiair, 7 subsidiair en 9, onder parketnummer 03/267362-16 onder 1 subsidiair en 2 subsidiair en het onder parketnummer 03/230678-16 ten laste gelegde opzethelingen;

  • -

    de onder parketnummer 03/659180-17 onder 2 en 11 ten laste gelegde pogingen tot woninginbraak, met partiële vrijspraak ten aanzien van het medeplegen bij feit 11;

  • -

    het onder parketnummer 03/659180-17 onder 8 ten laste gelegde voorhanden hebben van het stroomstootwapen;

  • -

    het onder parketnummer 03/659180-17 onder 12 ten laste gelegde medeplegen van een woninginbraak.

Eveneens acht de officier van justitie de onder parketnummer 03/659180-17 onder 10 ten laste gelegde poging tot inbraak in kapsalon [naam 1] te Venlo wettig en overtuigend bewezen. De officier van justitie heeft daartoe met name verwezen naar het aantreffen van een vingerafdruk van verdachte precies op de plek waar de ruit is opengebroken.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder parketnummer 03/659180-17 onder 1, 3, 9 en 10 ten laste gelegde alsmede van het onder parketnummer 03/ 267362-16 onder 3 ten laste gelegde, wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. De raadsman heeft daartoe het volgende aangevoerd:

Parketnummer 03/659180-17 onder 1 ten laste gelegde

Evenals de officier van justitie acht de raadsman het enkel aantreffen van een sigarettenpeuk met het DNA van verdachte voor de woning onvoldoende om verdachtes betrokkenheid bij deze woninginbraak aan te nemen. Het is immers niet zeker dat deze peuk is achtergelaten door de persoon die de getuige [getuige 1] ten tijde van de inbraak heeft gezien. Bovendien woont verdachte in de omgeving en heeft hij verklaard dat hij vaak door de betreffende straat loopt en dus de sigarettenpeuk op een ander moment kan zijn achtergelaten.

Parketnummer 03/659180-17 onder 3 en 9 ten laste gelegde

Verdachte heeft verklaard dat hij enkele keren in de betreffende Volvo en Opel Combo is meegereden als bijrijder, hetgeen het aantreffen van respectievelijk zijn sjaal en handpalmafdruk verklaart. Anders dan de officier van justitie acht de raadsman in beide gevallen geen sprake van feiten en omstandigheden waaruit verdachte had kunnen afleiden dat het mogelijk gestolen auto’s betrof.

Parketnummer 03/659180-17 onder 10 ten laste gelegde

Verdachte heeft verklaard dat hij wel eens aan de achterkant van de betreffende kapsalon bij de parkeerplaats kwam en dat hij wel eens ter hoogte van de kapsalon een sigaret heeft gerookt. Anders dan de officier van justitie leidt de raadsman uit de foto’s van het raam met braakschade, zoals weergegeven op pagina 616 en 617, niet af dat de vingerafdruk van verdachte is aangetroffen op een zodanige plek dat deze enkel bij het vernielen van het betreffende raam is kunnen ontstaan. De vingerafdruk zat op stahoogte op de buitenzijde van het raam, bereikbaar vanaf de openbare weg. Bovendien betreft het een plek waar verdachte vaker aanwezig is geweest en kan het dactyloscopisch spoor dus op een ander moment zijn achtergelaten.

Van de onder parketnummer 03/659180-17 onder 4 primair tot en met 7 primair alsmede onder parketnummer 02/ 267362-16 onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde woninginbraken dient verdachte eveneens te worden vrijgesproken, wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs van verdachtes betrokkenheid. Ten aanzien van de onder deze feiten subsidiair ten laste gelegde helingen heeft de raadsman zich, gelet op de bekennende verklaring van verdachte, gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De raadsman heeft zich eveneens ten aanzien van de feiten 2, 8, 11 en 12 onder parket-nummer 03/659180-17 en het feit onder parketnummer 03/230678-16 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, met dien verstande dat bij feit 11 partieel vrijgesproken dient te worden voor het medeplegen.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

3.3.1

Het onder parketnummer 03/659180-17 ten laste gelegde 1

Vrijspraakoverwegingen:

Heling Volvo

De rechtbank acht de onder parketnummer 03/659180-17 onder 3 ten laste gelegde heling van de Volvo door verdachte niet wettig en overtuigend bewezen. Daartoe overweegt de rechtbank dat de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen de mogelijkheid openhouden dat verdachte – zoals hij zelf heeft verklaard – in de betreffende Volvo met een kennis is meegereden als bijrijder en daarbij zijn sjaal heeft achtergelaten. Hoewel verdachte met betrekking tot deze kennis uiterst vaag is gebleven, zal de rechtbank hem dit niet tegenwerpen. Voorts ziet de rechtbank geen sprake van feiten en omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat verdachte wist dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze auto van diefstal afkomstig was. Het enkele feit dat verdachte heeft verklaard dat hij degene die de auto reed kent van de hangplek en die persoon wel vaker in verschillende auto’s reed, acht de rechtbank daartoe onvoldoende.

Verdachte dient van het onder 3 ten laste gelegde te worden vrijgesproken.

Woninginbraken

Onder 4 primair, 5 primair, 6 primair en 7 primair is aan verdachte een aantal woninginbraken ten laste gelegd.

Evenals de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte deze tenlastegelegde woninginbraken heeft begaan. Het dossier bevat onvoldoende aanknopingspunten om de betrokkenheid van de verdachte bij deze woninginbraken vast te stellen. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van deze primair ten laste gelegde feiten.

Bij het bespreken van de overige feiten zal de rechtbank eerst feit 2 en daarna feit 1 bespreken. Deze twee feiten hebben zich kort na elkaar voorgedaan en blijken samen te hangen. Vervolgens stelt de rechtbank de overige feiten aan de orde in de volgorde die de officier van justitie en de verdediging hebben aangehouden.

Feit 2: medeplegen poging tot woninginbraak aan de [adres 2] te Belfeld:

[slachtoffer 1] heeft aangifte gedaan van een poging tot inbraak in haar woning gelegen aan de [adres 2] te Belfeld, gepleegd op 20 september 2016 omstreeks 04.15 uur. Aangeefster werd wakker van een geluid dat deed denken aan het klapperen van de rolgordijnen. Aangeefster liep naar beneden en zag dat er drie mannen voor haar woning stonden. Toen het licht aanging, renden zij weg. Zij zag dat één persoon naar de overzijde van de weg liep en met een scooter weg reed. Aangeefster zag vervolgens dat er aan het handvat van het raam, aan de binnenzijde van de woning een plastic handschoen zat.2 Haar echtgenoot heeft eveneens verklaard dat hij drie personen heeft zien wegvluchten.3

De betreffende handschoen is veilig gesteld4 en bij onderzoek werd er een biologisch spoor op aangetroffen (AAJC1648NL).5

Uit nader onderzoek blijkt dat dit spoor celmateriaal bevat dat matcht met het DNA profiel van verdachte.6

Verdachte heeft ter terechtzitting van 11 april 2018 verklaard dat hij inderdaad heeft geprobeerd om in de betreffende woning in te breken en daarbij plastic handschoenen heeft gebruikt. Hij heeft de woning open gemaakt, maar durfde niet naar binnen, omdat er iemand de kamer in kwam.

Gelet op bovenstaande bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met anderen op 20 september 2016 omstreeks 04.15 uur heeft geprobeerd in te breken in de woning aan de [adres 2] te Belfeld. De verdachte heeft ter zitting uitdrukkelijk verklaard dat hij de inbraak alleen heeft gepleegd. De rechtbank hecht echter meer waarde aan de verklaringen van de aangeefster en de getuige waaruit blijkt dat er drie mannen betrokken waren bij de poging in te breken.

Feit 1: medeplegen woninginbraak aan de [adres 1] te Tegelen

[slachtoffer 2] heeft aangifte gedaan van een inbraak in haar woning, gelegen aan de [adres 1] te Tegelen, gepleegd op 20 september 2016 tussen 03:52 uur en 04:00 uur. Aangeefster [slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij gestommel hoorde en daardoor wakker werd. Zij zag dat er licht brandde in de gang van haar woning en dat er een lampje scheen in de gang. Zij zag en hoorde dat de tussendeur van de hal naar de woonkamer werd geopend. Zij riep toen: “Wie is daar!”. Zij zag dat er één persoon in de hal stond en de woonkamer binnen wilde gaan. Bij het horen van haar stem rende deze persoon de woning uit. Zij opende de voordeur en zag dat het sleutelkastje bij de voordeur was open gebroken. Zij heeft toen direct de politie gebeld. Zij heeft verklaard dat zij een persoon heeft gezien.

Uit de bijlage goederen blijkt dat onder meer een aantal sieraden en een portemonnee zijn weggenomen.7

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat zij op 20 september 2016 omstreeks 04:00 uur buiten op de [adres 10] drie jongemannen zag staan. Ze liepen alle drie de hoek om, de [adres 1] in. Vlakbij de woning van mevrouw [slachtoffer 2] (de rechtbank leidt uit het dossier af dat de getuige hiermee de woning van aangeefster [slachtoffer 2] bedoelt) bleven ze staan. [getuige 1] zag dat één van de mannen een sigaret opstak. Vervolgens zag zij dat de mannen alle drie de woning van mevrouw [slachtoffer 2] binnen liepen. Opeens zag zij dat ze alle drie naar buiten kwamen rennen.8 Later verklaart getuige [getuige 1] aanvullend dat de jongen met het witte petje de sigaret heeft gerookt op de hoek bij huisnummer 22 van de [adres 10] te Tegelen.9

Op 20 september 2016 omstreeks 04.50 uur liep verbalisant [verbalisant 1] , nadat hij portofonisch op de hoogte was gesteld van bovengenoemde informatie, vanuit de woning aan de [adres 1] te Tegelen, naar de [adres 10] . Enkele meters verderop zag hij een sigarettenpeuk op de grond liggen. Hij zag dat de sigarettenpeuk niet vertrapt was en er sigarettenas op de stoep lag naast de peuk. Dit zag er uit alsof de sigaret op de grond was gevallen en dat de as de grond het eerste raakte. Deze omstandigheden gaven verbalisant [verbalisant 1] het vermoeden dat het ging om een verse sigarettenpeuk, die in combinatie met de getuigenverklaring, mogelijk afkomstig is van één van de mogelijke daders.10

Op de betreffende sigarettenpeuk wordt een speekselspoor aangetroffen (AAKA9733NL).11

Uit nader onderzoek blijkt dat dit speekselspoor celmateriaal bevat dat matcht met het DNA profiel van verdachte.12

Uit een uitdraai van de openbare bron, Google Maps, is het de rechtbank gebleken dat de afstand tussen de [adres 2] te Belfeld en de [adres 1] te Tegelen (de woning waar de hiervoor als feit 2 beschreven poging tot inbraak plaatsvond) 5,1 tot 5,8 kilometer bedraagt. Volgens dezelfde bron zou dat neerkomen op ongeveer 9 à 10 minuten rijden.13

Gelet op bovenstaande bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat op 20 september 2016 omstreeks 04.00 uur een woninginbraak heeft plaatsgevonden in de woning gelegen aan de [adres 1] te Tegelen, waarbij sieraden en een portemonnee zijn weggenomen. Bij deze inbraak zijn naar het oordeel van de rechtbank drie personen betrokken geweest.

De vraag die de rechtbank vervolgens dient te beantwoorden is of verdachte een van deze personen betreft. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

In de directe omgeving van de woning is een vermoedelijk verse sigarettenpeuk aangetroffen nabij de plek waar getuige [getuige 1] heeft gezien dat één van de drie personen een sigaret heeft staan roken, vóórdat de drie mannen de betreffende woning binnen gingen. Op deze sigarettenpeuk wordt DNA van verdachte aangetroffen.

De rechtbank acht de verklaring welke verdachte heeft gegeven voor de aanwezigheid van deze sigarettenpeuk, inhoudende dat hij in de buurt woont en vaak door de straat loopt, onaannemelijk. De verdachte woont immers niet in de directe omgeving van de [adres 1] en dit betreft ook geen gebruikelijke route naar zijn woning.

Voorts heeft verdachte bekend dat hij diezelfde nacht omstreeks 04.15 uur betrokken is geweest bij een poging tot inbraak in een woning aan de [adres 2] te Belfeld, zoals de rechtbank in bovenstaande reeds heeft bewezenverklaard. Deze woning is gelegen op een afstand van ongeveer 5 kilometer van de woning aan de [adres 1] te Tegelen, welke afstand met een motorvoertuig in negen tot tien minuten kan worden afgelegd. Bij deze inbraak zijn eveneens drie personen waargenomen. Bij die laatste inbraak is tevens gezien dat de drie mannen zich op motorvoertuigen verplaatste, namelijk op scooters, en dat er werd geroepen “naar de scooters”.14

Daarbij acht de rechtbank het opmerkelijk dat verdachte uitdrukkelijk verklaart dat hij bij de poging tot inbraak aan de [adres 2] in Belfeld alleen heeft gehandeld en lopend ter plaatse is gegaan terwijl de getuigen hebben gezien dat er drie mannen na die inbraakpoging wegvluchtten op scooters. Naar het oordeel van de rechtbank is deze verklaring er dan ook enkel op gericht om het mogelijke verband met de eerdere inbraak in de woning aan de [adres 1] te Tegelen te verdoezelen.

Gelet op bovengenoemde bewijsmiddelen en overwegingen in onderlinge samenhang en verband bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte (ook) betrokken is geweest bij de onder 1 ten laste gelegde woninginbraak.

Feiten 4, 5, 6 en 7: heling:

Evenals de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank het onder 4 subsidiair, 5 subsidiair, 6 subsidiair en 7 subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. Omdat verdachte ter terechtzitting van 11 april 2018 deze feiten heeft bekend en zijn raadsman geen bewijsverweer heeft gevoerd, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen, te weten:

- de bekennende verklaringen van verdachte ter terechtzitting per feit alsmede;

feit 4:

- de aangifte van [slachtoffer 3] ;15

- het proces-verbaal IBN ring en armbandje;16

- het proces-verbaal van verhoor aangeefster;17

feit 5:

- de aangifte van [slachtoffer 4] ;18

- het proces-verbaal van bevindingen;19

- het proces-verbaal van verhoor aangever;20

feit 6:

- de aangifte van [slachtoffer 5] ;21

- het proces-verbaal bevindingen;22

- het proces-verbaal van verhoor aangeefster;23

feit 7:

- de aangifte van [slachtoffer 6] ;24

- het proces-verbaal bevindingen;25

- het proces-verbaal van verhoor aangever.26

Gelet op de verklaring van verdachte dat hem vaak Whatsapp-berichten werden gestuurd waarin stond dat hij spullen kon kopen, hij deze meestal kocht op straat uit de kofferbak van een auto en hij niet heeft doorgevraagd naar de herkomst van de goederen omdat hij wel vermoedde dat deze van diefstal afkomstig waren, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat steeds sprake is geweest van opzetheling.

Feit 8: stroomstootwapen:

Evenals de officier van justitie en de verdediging, acht de rechtbank het onder 8 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. Omdat verdachte ter terechtzitting van 11 april 2018 het feit heeft bekend en zijn raadsman geen bewijsverweer heeft gevoerd, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen, te weten:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting;

  • -

    het proces-verbaal van bevindingen.27

Feit 9: medeplegen heling Opel Combo:

Op 27 december 2016 omstreeks 23:59 uur kregen verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] de melding om te gaan naar de [adres 11] in Echt, ter hoogte van perceel 222, alwaar door een getuige was gezien dat twee personen zich verdacht ophielden bij een rode Opel Combo voorzien van kenteken [kenteken 1] . Deze personen zouden aan dit voertuig aan het sleutelen zijn. De verbalisanten ontvingen het bericht dat de kentekenplaten als gestolen gesignaleerd stonden. Ter plaatse troffen de verbalisanten vier jongeren aan. Een van hen vertelde dat hij had gezien dat twee personen zich verdacht gedroegen bij de rode Opel Combo. Toen de melder de beide personen naderde zag hij dat zij wegrenden in de richting van de Rijksweg. In het voertuig werden de papieren aangetroffen die behoorden bij een Opel Combo voorzien van het Nederlands kenteken [kenteken 2] . Dit voertuig bleek sinds 2 december 2016 als gestolen gesignaleerd te staan en werd weggenomen bij een woning-inbraak te Sprundel. Bij controle van chassisnummer bleekt dit te horen bij de gestolen Opel Combo met kenteken [kenteken 2] . Door de getuigen werd ter plaatse een signalement gegeven van de twee personen. Op 28 december 2016 omstreeks 01:55 uur werden op de Rijksweg te Echt twee personen gecontroleerd door verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] ; de twee personen hadden geen verklaring voor hun aanwezigheid aldaar. Daar het signalement van de twee personen die eerder bij de Opel waren gezien slechts gedeeltelijk van toepassing was op deze twee personen en er van heterdaad geen sprake meer was, werden zij niet aangehouden maar werden hun personalia genoteerd en op foto vastgelegd. Het betreft verdachte en [medeverdachte 1] .28

Het dossier bevat een aangifte van [slachtoffer 7] betreffende de diefstal van een rode Opel Combo met het kenteken [kenteken 2] , gepleegd tussen 1 december 2016 22.30 uur en 2 december 2016 om 02.30 uur te Sprundel.29

Bij onderzoek aan de betreffende Opel Combo wordt op het rechter voorscherm boven die wielkast een handpalmafdruk aangetroffen en veiliggesteld (AAKV8421NL).30

Uit nader onderzoek blijkt dat zowel een zeer grote mate van overeenkomst is geconstateerd alsmede de afwezigheid van onverklaarbare dactyloscopische verschillen tussen het aangetroffen spoor AAKV8421NL en de handpalmafdruk van verdachte.31

Verdachte heeft ter terechtzitting van 11 april 2018 verklaard dat hij die avond als bijrijder in de betreffende Opel Combo is meegereden met [medeverdachte 1] . Verdachte had destijds wel een vermoeden dat de auto gestolen was.

Gelet op bovenstaande bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met [medeverdachte 1] de Opel Combo voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat deze van diefstal afkomstig was.

Feit 10: medeplegen poging tot inbraak in de kapsalon aan de [adres 7] te Venlo:

[slachtoffer 8] heeft aangifte gedaan van poging inbraak in zijn kapsalon “ [naam 1] ”, gelegen aan de [adres 7] te Venlo. Aangever heeft daarin verklaard dat hij op 20 oktober 2016 omstreeks 20.10 uur de kapsalon heeft verlaten en afgesloten. Alles was verder geheel intact en onbeschadigd. Op 21 oktober 2016 omstreeks 02.36 uur werd aangever gebeld door de politie, die vertelde dat er was geprobeerd om in te breken in zijn kapsalon. Hij zag dat aan de achterzijde een raam vernield was. Hij zag dat de kierstandhouder aan de binnenzijde van het raam nog intact was. Hij zag dat er draadglas scherven binnen in de kapsalon lagen.32

Op 21 oktober 2016 omstreeks 11:10 uur werd een forensisch onderzoek naar sporen verricht in een bedrijfspand gelegen aan de [adres 7] te Venlo. Er was met een breekvoorwerp, mogelijk een schroevendraaier, in de sluitnaad van het houten raam gewrikt. Er kon niet worden vastgesteld waarmee men de ruit, voorzien van draadglas, had vernield. Via de ontstane opening in de ruit kon de dader de raamkruk aan de binnenzijde bedienen en het raam maar voor een klein deel openen. Dit kwam omdat aan de binnenzijde van het raam een kierstandhouder was bevestigd. Aan de buitenzijde van het houten raam zijn enkele dactyloscopische sporen aangetroffen. Rechtsonder in het houten (kelder)raam aan de achterzijde van het pand is ter hoogte van de opening in de ruit een vingerafdruk (AAKA9688NL) veiliggesteld.33

Uit onderzoek naar de vingerafdruk is gebleken dat een zeer grote mate van overeenkomst is geconstateerd als ook de afwezigheid van onverklaarbare dactyloscopische verschillen tussen het aangetroffen spoor AAKA9688NL en de vingerafdruk van verdachte.34

Diezelfde nacht is omstreeks 02.15 uur [medeverdachte 2] aangehouden als verdachte van een poging tot inbraak aan de achterzijde van de winkel [naam 2] eveneens gelegen aan de [adres 7] te Venlo. Daarbij is een door hem weggegooide tas in beslag genomen.35

In deze tas zaten de volgende goederen:

  • -

    een betonschaar;

  • -

    een knipschaar;

  • -

    plastic (tank)handschoenen;

  • -

    diverse plastic zakken.36

Getuige [getuige 2] , huisgenoot van [medeverdachte 2] , heeft op 27 december 2017 verklaard dat zij vanaf de nacht dat [medeverdachte 2] op het politiebureau heeft vastgezeten, weet dat hij bij inbraken betrokken was en ermee weggekomen is. Zij had gehoord dat [medeverdachte 2] op de uitkijk had gestaan en was weggevlucht. [verdachte] en [medeverdachte 3] zouden toen ook gevlucht zijn. Dit was bij een inbraak in Venlo-Zuid ongeveer drie maanden voordat [getuige 2] haar verklaring aflegde. Die nacht is er ook door de politie een zwarte tas gevonden. Er zou ook een nieuwe knijptang in hebben gezeten. [medeverdachte 2] , [verdachte] en [medeverdachte 3] durfden deze niet op te halen bij het politiebureau, omdat zij dachten dan gepakt te worden. Getuige [getuige 2] heeft verder verklaard dat [verdachte] en [medeverdachte 3] die nacht via het dakterras haar woning zijn binnen geklommen. [medeverdachte 2] was aangehouden.37

Gelet op bovenstaande bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 20 oktober 2016 omstreeks 02.00 uur betrokken is geweest bij de poging tot inbraak in de kapsalon gelegen aan de [adres 7] te Venlo. Daarbij heeft de rechtbank in het bijzonder meegenomen de plek waar de vingerafdruk van verdachte is aangetroffen, te weten: ter hoogte van de braakschade in de ruit, in combinatie met de aanhouding van [medeverdachte 2] in de directe omgeving, het daarbij aantreffen van een tas met inbrekerswerktuig en de verklaring van getuige [getuige 2] inhoudende dat [medeverdachte 2] die nacht met onder andere verdachte op inbrekerspad was.

Feit 11: poging tot woninginbraak aan de [adres 8] te Tegelen:

Evenals de officier van justitie en de verdediging, acht de rechtbank het onder 11 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat verdachte partieel wordt vrijgesproken van het medeplegen. Omdat verdachte ter terechtzitting van 11 april het feit heeft bekend en zijn raadsman geen bewijsverweer heeft gevoerd, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen, te weten:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting;

  • -

    de aangifte van [slachtoffer 9] mede namens [naam 3] ;38

- het proces-verbaal van sporenonderzoek;39

- het proces-verbaal van individualisatie dactyloscopisch onderzoek met bijlagen.40

Feit 12: medeplegen woninginbraak aan de [adres 9] te Tegelen:

Evenals de officier van justitie en de verdediging, acht de rechtbank het onder 12 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. Omdat verdachte ter terechtzitting van 11 april 2018 het feit heeft bekend en zijn raadsman geen bewijsverweer heeft gevoerd, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen, te weten:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting;

  • -

    de aangifte van [slachtoffer 10] mede namens [slachtoffer 11] ;41

- het proces-verbaal van sporenonderzoek;42

- het proces-verbaal van vergelijkend schoensporenonderzoek met bijlagen.43

3.3.2

Het onder parketnummer 03/267362-16 ten laste gelegde 44

Vrijspraakoverwegingen

Feiten 1 en 2: diefstallen:

Onder 1 primair en 2 primair zijn aan verdachte een tweetal diefstallen ten laste gelegd.

Evenals de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte deze tenlastegelegde diefstallen heeft begaan. Het dossier bevat onvoldoende aanknopingspunten om de betrokkenheid van de verdachte hierbij vast te stellen. De rechtbank zal de verdachte daarom vrijspreken van deze primair ten laste gelegde feiten.

Feit 3: heling tablet

Met de officier van justitie en de raadsman acht de rechtbank de onder 3 ten laste gelegde heling van de tablet niet wettig en overtuigend bewezen, nu op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld of de bij verdachte aangetroffen tablet van enig misdrijf afkomstig is. Onduidelijk is immers of dit de tablet betreft, welke bij aangever is weggenomen.

Verdachte dient van het onder 3 ten laste gelegde te worden vrijgesproken.

Feit 1 en 2: opzetheling:

Evenals de officier van justitie en de verdediging, acht de rechtbank het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. Omdat verdachte ter terecht-zitting van 11 april 2018 de feiten heeft bekend en zijn raadsman geen bewijsverweer heeft gevoerd, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen, te weten:

  • -

    de bekennende verklaringen van verdachte ter terechtzitting;

  • -

    de aangifte van [slachtoffer 12] ;45

- de processen-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 6] ;46

- het proces-verbaal van verhoor van de minderjarige [medeverdachte 4] ;47

- het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 5] .48

3.3.3

Het onder parketnummer 03/230678-16 ten laste gelegde 49

Evenals de officier van justitie en de verdediging, acht de rechtbank de ten laste gelegde opzetheling wettig en overtuigend bewezen. Omdat verdachte ter terechtzitting van 11 april 2018 het feit heeft bekend en zijn raadsman geen bewijsverweer heeft gevoerd, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen, te weten:

  • -

    de bekennende verklaringen van verdachte ter terechtzitting;

  • -

    de aangifte van [slachtoffer 13] ;50

- de processen-verbaal aanhouding.51

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte

Parketnummer 03/659180-17

1.

op 20 september 2016 te Tegelen, in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met anderen omstreeks 04:00 uur, in een woning gelegen aan de [adres 1] , alwaar verdachte en zijn mededaders zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening hebben weggenomen sieraden en een portemonnee, toebehorende aan [slachtoffer 2] , waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak en door een valse sleutel, door een zogenaamd sleutelkastje open te breken en (vervolgens) met de uit dat sleutelkastje genomen sleutel de woning te openen;

2.

op 20 september 2016, te Belfeld, in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met anderen omstreeks 04:15 uur, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres 2] , weg te nemen goederen en/of geld van hunner gading, toebehorende aan [slachtoffer 1] en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak en/of inklimming, met dat oogmerk, tezamen en in vereniging met een of meer van zijn mededaders, getracht heeft om zich via een raam toegang tot genoemde woning te verschaffen en (daarbij) handschoenen heeft aangebracht en/of achtergelaten op/om de klink aan de binnenzijde van een raam van genoemde woning, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4 subsidiair.

in de periode van 30 januari 2017 tot en met 19 april 2017, in de gemeente Venlo, een schakelarmband en een ring, toebehorende aan [slachtoffer 3] , heeft verworven en voorhanden gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving en het voorhanden krijgen van die sieraden wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

5 subsidiair.

in de periode van 8 april 2017 tot en met 19 april 2017, in de gemeente Venlo, een golfkar met inhoud heeft verworven en voorhanden gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving en voorhanden krijgen van die golfkar wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

6.

in de periode van 8 januari 2017 tot en met 19 april 2017 in de gemeente Venlo, een goed, te weten een (splijt)bijl (merk Fiskars) heeft verworven en voorhanden gehad terwijl hij ten tijde van de verwerving en het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

7.

in de periode van 5 maart 2017 tot en met 19 april 2017, in de gemeente Venlo, vishengels met foedraals en een fietszadel met fietstasje heeft verworven en voorhanden gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving en het voorhanden krijgen van die goederen wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

8.

op 19 april 2017 te Tegelen, in elk geval in de gemeente Venlo, een wapen van categorie II onder 5°, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad;

9.

op 27 december 2016 in de gemeente Echt-Susteren, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, een goed, te weten een auto (rode Opel Combo) heeft voorhanden gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

10.

in de periode van 20 oktober 2016 tot en met 21 oktober 2016 in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, omstreeks 02:00 uur, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (bedrijfs)pand gelegen aan de [adres 7] , weg te nemen goederen en/of geld van zijn/hunner gading, toebehorende aan [naam 1] Kapsalon en/of [slachtoffer 8] , en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak en/of inklimming, met dat oogmerk, tezamen en in vereniging met een of meer van zijn mededader, getracht heeft om het houten raamkozijn open te wrikken en zich via een raam toegang tot genoemd pand te verschaffen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

11.

in de periode van 27 juni 2016 tot en met 29 juni 2016 te Tegelen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres 8] , weg te nemen goederen en/of geld naar zijn gading, toebehorende aan [slachtoffer 9] en/of [naam 3] en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak en/of inklimming, met dat oogmerk getracht heeft om zich via een raam toegang te verschaffen tot voornoemde woning en (daarbij) een ruit heeft vernield, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

12.

op omstreeks 15 oktober 2016 te Tegelen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, op een tijdstip gelegen tussen 01:30 uur en 05:30 uur, in een woning gelegen aan de [adres 9] , alwaar verdachte en zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening hebben weggenomen sieraden en een fiets en een geldbedrag en een televisie en een laptop en de sleutel van de personenauto van het merk Suzuki (type Swift) en de personenauto van het merk Suzuki (type Swift), toebehorende aan [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] , waarbij verdachte en zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

parketnummer 03/267362-16

1. subsidiair.

op 8 oktober 2016 in de gemeente Venlo een goed, te weten een fiets (merk Giant), heeft verworven en overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

2 subsidiair.

op 10 oktober 2016 te Tegelen goederen, te weten:

- een fiets (merk Batavus) en

- twee boormachines

heeft verworven en voorhanden gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving en het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

parketnummer: 03/230678-16

op 10 november 2016 in de gemeente Venlo een goed, te weten een snorfiets, heeft voorhanden gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wist het een door misdrijf verkregen goed betrof.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Parketnummer 03/659180-17:

feit 1: diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en door een valse sleutel;

feit 2: poging tot diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

feit 4 subsidiair, feit 5 subsidiair, feit 6 subsidiair, feit 7 subsidiair: opzetheling;

feit 8: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II;

feit 9: medeplegen van opzetheling;

feit 10: poging tot diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en/of inklimming;

feit 11: poging tot diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en/of inklimming;

feit 12: diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

parketnummer 03/267362-16 feit 1 subsidiair en feit 2 subsidiair: opzetheling;

parketnummer 03/230678-16: opzetheling.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

5 De straf en/of de maatregel

5.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht, gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden met aftrek ex artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

5.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft in het kader van de strafoplegging gewezen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zijn jonge leeftijd en zijn beperkte strafblad.

Hoewel de reclassering heeft gerapporteerd dat toepassing van artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht niet van toepassing is, heeft de raadsman desondanks verzocht om het minderjarigenstrafrecht toe te passen, gelet op de jeugdige leeftijd en de persoon van verdachte zoals blijkt uit de psychologische rapportage. Verdachte heeft hulp en begeleiding nodig om zijn leven weer op orde te krijgen, hetgeen beter past in het kader van het jeugdstrafrecht. Gelet op deze omstandigheden heeft de raadsman verzocht te volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht met daarnaast een voorwaardelijk strafdeel met daaraan gekoppeld als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht en eventueel ambulante behandeling bij FPK De Horst.

5.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee woninginbraken, drie inbraakpogingen en aan meerdere opzethelingen. Dergelijke feiten veroorzaken niet alleen materiële schade, maar maken ook forse inbreuk op de privacy van de bewoners en veroorzaken gevoelens van angst en onveiligheid. Het is voor slachtoffers vaak bijzonder onaangenaam om te leven met de wetenschap dat een vreemde in hun woning is geweest en hun persoonlijke bezittingen heeft doorzocht. Bij de woninginbraak van feit 1 was het slachtoffer bovendien een extra kwetsbare vrouw op hogere leeftijd, die hulpbehoevend was. Haar huissleutel bevond zich in een sleutelkastje aan de buitenmuur van haar woning, om zo de toegang tot haar woning voor de hulpverlening, van welke zij voor zorg afhankelijk was, te vergemakkelijken. Zij moet erop kunnen vertrouwen dat de sleutels alleen met dit doel gebruikt worden en dat zij veilig is in haar eigen huis. De verdachte heeft van dit vertrouwen ernstig misbruik gemaakt. Het heeft er alle schijn van dat verdachte, samen met anderen, doelbewust op zoek was naar kwetsbare slachtoffers met als enige doel zijn eigen financiële gewin. Daarbij heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan opzetheling van een bij een woninginbraak weggenomen auto, een snorfiets alsmede andere bij woninginbraken weggenomen waardevolle goederen. Opzetheling werkt uitnodigend voor het dieven- en inbrekersgilde, dat, dankzij helers als verdachte, de gestolen waar kan afzetten. De rechtbank rekent dit de verdachte zwaar aan.

De rechtbank ziet echter – anders dan de raadsman – geen aanleiding het adolescenten-strafrecht toe te passen. Uit de rapportages blijkt dat verdachte al gehard is in crimineel gedrag en nog maar weinig pedagogisch beïnvloed kan worden. De proceshouding op zitting bevestigt dit beeld voor de rechtbank. Het lijkt erop dat verdachte uiterst berekenend zijn proceshouding bepaalt (zie bijvoorbeeld zijn bekennende verklaring bij feit 2). Hoewel verdachte met de mond belijdt dat hij spijt heeft en zijn leven een andere wending wil geven, komt dit bij de rechtbank niet overtuigend over nu die woorden niet heel serieus overkomen.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft de rechtbank verder gelet op de inhoud van zijn strafblad, waaruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor vermogensdelicten alsmede dat hij bij een aantal feiten uit 2016 nog in een proeftijd liep dan wel dat deze zijn gepleegd kort na de proeftijd.

De rechtbank is van oordeel dat de officier van justitie haar strafeis duidelijk en juist heeft beredeneerd en samengesteld. Omdat de rechtbank een woninginbraak meer bewezen acht dan de officier van justitie, zal zij wel tot een (3 maanden) hogere straf komen dan is geëist. De rechtbank is van oordeel dat met het oog op een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of lagere straf dan een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van voorarrest.

Gelet op de inhoud van het bovengenoemde reclasseringsadvies en de psychologische rapportage, in combinatie met de houding van verdachte ten aanzien van een eventueel hulpverleningstraject, waaraan hij zijn eigen voorwaarden lijkt te willen stellen, ziet de rechtbank geen aanleiding voor een voorwaardelijk strafdeel met bijzondere voorwaarden. De rechtbank gaat er wel van uit dat verdachte in het kader van de voorwaardelijke invrijheidstelling de hulp en ondersteuning kan krijgen die hij nodig heeft als hij zijn leven wil veranderen en wil stoppen met het plegen van strafbare feiten, zoals hij heeft aangekondigd.

6 De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregelen

6.1

Het standpunt van de officier van justitie en de verdediging

Zowel de officier van justitie en de raadsman hebben zich op het standpunt gesteld dat:

  • -

    de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1] kan worden toegewezen;

  • -

    de benadeelde partij [slachtoffer 6] niet-ontvankelijk is in zijn vordering, nu een deel door de verzekering is vergoed en het resterende deel onvoldoende is onderbouwd;

  • -

    de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 11] ten aanzien van de posten ‘eigen risico’, ‘schade fiets’ en ‘stallingskosten’ alsmede ten aanzien van de immateriële schade kan worden toegewezen, en de benadeelde voor de overige posten niet ontvankelijk dient te worden verklaard;

  • -

    de benadeelde partij [slachtoffer 13] niet-ontvankelijk is in zijn vordering, nu de vordering geen rechtstreekse schade ten gevolge van de heling betreft.

6.2

Het oordeel van de rechtbank

Benadeelde partij [slachtoffer 1]

heeft een vordering benadeelde partij ingediend met betrekking tot de als gevolg van het hiervoor onder parketnummer 03/659180-17 onder 2 ten laste gelegde feit geleden materiële en immateriële schade. [slachtoffer 1] voornoemd heeft de materiele schade op een bedrag van 39,36 euro en de immateriële schade op een bedrag van 150 euro gesteld, en wil die schades vergoed krijgen.

De rechtbank overweegt dat uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat aan de benadeelde partij door het hiervoor onder parketnummer 03/659180-17 onder 2 bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade is toegebracht tot een bedrag van 189,36. Nu aan verdachte ter zake van dat feit een straf zal worden opgelegd alsmede de vordering tot dit bedrag niet door de verdediging is weersproken, zal de rechtbank deze vordering tot een bedrag van 189,36 toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 september 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening. De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen.

Voorts zal de rechtbank verdachte veroordelen in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag alsnog te maken, welke kosten zij tot op heden begroot op nihil.

Benadeelde partij [slachtoffer 6]

heeft een vordering benadeelde partij ingediend met betrekking tot de als gevolg van het hiervoor onder parketnummer 03/659180-17 onder 7 ten laste gelegde feit geleden materiele schade ten bedrage van 1.465,29 euro.

De rechtbank overweegt dat uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat aan de benadeelde partij door het hiervoor onder parketnummer 03/659180-17 onder 7 subsidiair bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade is toegebracht. Uit de vordering blijkt echter dat de benadeelde partij de schade van de woninginbraak ten bedrage van 5.368,45 euro bij de verzekering heeft ingediend en dat die een bedrag van 4.791,87 aan hem heeft uitgekeerd. Het resterende bedrag van 1.465,29 euro vordert de benadeelde partij van verdachte. De rechtbank is echter van oordeel dat de vordering van deze meerwaarde ten opzichte van het door de verzekering uitgekeerde bedrag onvoldoende is onderbouwd en verklaart derhalve de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

Aangezien de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten die door de verdachte zijn gemaakt. Niet gebleken is dat verdachte (extra) kosten heeft gemaakt ten aanzien van de civiele vordering. De rechtbank zal deze kosten vaststellen op nihil.

Benadeelde partij [slachtoffer 11]

heeft een vordering benadeelde partij ingediend voor de als gevolg van het hiervoor onder parketnummer 03/659180-17 onder 12 ten laste gelegde feit geleden materiële en immateriële schade. [slachtoffer 11] voornoemd heeft de materiële schade op een bedrag van 5.925,44 euro en de immateriële schade op een bedrag van 300 euro gesteld, en wil die schades vergoed krijgen.

De rechtbank overweegt dat uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat aan de benadeelde partij door het hiervoor onder parketnummer 03/659180-17 onder 12 bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade is toegebracht en aan verdachte ter zake van dat feit een straf zal worden opgelegd.

Met betrekking tot de toewijsbaarheid van de hoogte van het schadebedrag overweegt de rechtbank als volgt.

De rechtbank stelt vast dat de verdediging de volgende materiële posten niet heeft betwist:

  • -

    eigen risico zorg ad 150 euro;

  • -

    stallingskosten ad 528,14;

  • -

    schade fiets ad 34,50 euro;

Deze posten van in totaal 712,64 komen de rechtbank niet uitzonderlijk voor, zodat de rechtbank deze posten zal toewijzen.

Evenmin heeft de verdediging de gevorderde immateriële schade ad 300 euro betwist, zodat de rechtbank ook dit bedrag zal toewijzen.

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat de benadeelde partij voor de posten ‘kosten aanpassing sloten’ en ‘kosten inbraaksysteem’ niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering, nu ten aanzien van deze posten niet blijkt dat sprake is van een causaal verband tussen het onder parketnummer 03/659180-17 onder 12 bewezenverklaarde feit en de door de benadeelde partij gevorderde schade. Het gaat hier immers niet om schade die is veroorzaakt bij de uitvoering van de woninginbraak, maar het betreft kosten van maatregelen die door de benadeelde partij zijn genomen ter preventie. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat hier geen sprake is van rechtstreekse schade door de woninginbraak zodat de benadeelde partij voor dit deel van de vordering niet-ontvankelijk is.

De rechtbank wijst de vordering derhalve toe tot een bedrag van 1.012,64 euro, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 oktober 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening. De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen.

Voorts zal de rechtbank verdachte veroordelen in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag alsnog te maken, en zij begroot die tot op heden op op nihil.

Benadeelde partij [slachtoffer 13]

heeft een vordering benadeelde partij ingediend voor de als gevolg van het hiervoor onder parketnummer 03/230678-16 ten laste gelegde feit geleden materiële schade ten bedrage van 581,32 euro.

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering, nu bij de gevorderde schade niet blijkt dat sprake is van een causaal verband tussen de onder parketnummer 03/230678-16 onder 1 subsidiair en 2 subsidiair bewezenverklaarde helingen en de schade die door de benadeelde partij wordt gevorderd. De benadeelde partij heeft immers vergoeding van de braakschade aan de gestolen scooter gevorderd. Verdachte wordt in onderhavige zaak echter geen rechtstreekse betrokkenheid bij deze diefstal verweten, maar enkel de heling van de gestolen scooter. Dit betekent dat slechts plaats is voor toekenning van de vordering van de benadeelde partij indien sprake is van een rechtstreeks verband tussen de heling door verdachte en de gevorderde schade. De rechtbank is van oordeel dat hier geen sprake is van een dergelijk rechtsreeks verband. Uit het dossier kan niet worden opgemaakt dat verdachte de schade aan de betreffende scooter heeft aangebracht. Gezien de aard van de schade is deze vermoedelijk veroorzaakt bij de diefstal van de scooter. Er kan dan ook niet gesproken worden van rechtstreekse schade door de heling.

Aangezien de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten die door de verdachte zijn gemaakt. Niet gebleken is dat verdachte (extra) kosten heeft gemaakt voor de civiele vordering. De rechtbank zal deze kosten vaststellen op nihil.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 24c, 36f, 45, 47, 57, 311, 416 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van het de onder parketnummer 03/659180-17 onder 3, 4 primair, 5 primair, 6 primair en 7 primair, en de onder parketnummer 03/ 267362-16 onder 1 primair, 2 primair en 3 ten laste gelegde feiten;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

- wijst de vorderingen van de hierna te noemen benadeelde partijen toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij de daarbij vermelde bedragen te betalen:

- - [slachtoffer 1] € 189,36 20 september 2016

- [slachtoffer 11] € 1.012,64 15 oktober 2016

te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf de datum, genoemd bij bovenvermelde bedragen, tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partijen in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 11] niet-ontvankelijk met betrekking tot de posten ‘kosten aanpassing stoelen’ en ‘kosten inbraaksysteem’;

- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van de hierna te noemen slachtoffers de daarbij vermelde bedragen, bij niet betaling en verhaal te vervangen door het daarbij vermelde aantal dagen hechtenis:

- - [slachtoffer 1] € 189,36 3 dagen hechtenis 20 september 2016

- - [slachtoffer 11] € 1.012,64 20 dagen hechtenis 15 oktober 2016

met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf de datum, genoemd bij bovenvermelde bedragen, tot aan de dag van de volledige voldoening;

- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;

- verklaart de benadeelde partijen [slachtoffer 6] en [slachtoffer 13] niet-ontvankelijk in de vorderingen;

- veroordeelt de benadeelde partijen in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil;

Dit vonnis is gewezen door mr. H.H. Dethmers, voorzitter, mr. A.K. Kleine en

mr. R. Verkijk, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.M.E. de Beukelaer, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 25 april 2018.

Mr. H.H. Dethmers is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is – na vordering nadere omschrijving tenlastelegging – ten laste gelegd dat

Parketnummer 03/659180-17:

1.

hij op of omstreeks 20 september 2016, te Tegelen, in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, omstreeks 04:00 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning gelegen aan de [adres 1] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen sieraden en/of een portemonnee, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of door een valse sleutel, door een zogenaamd sleutelkastje open te breken en/of (vervolgens) met de uit dat sleutelkastje genomen sleutel de woning te openen;

2.

hij op of omstreeks 20 september 2016, te Belfeld, in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, omstreeks 04:15 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres 2] , weg te nemen goederen en/of geld van zijn/hunner gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met dat oogmerk, tezamen en in vereniging met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, getracht heeft om zich via een raam toegang tot genoemde woning te verschaffen en/of (daarbij) een of meer handschoen(en) heeft aangebracht en/of achtergelaten op/om de klink aan de binnenzijde van een raam van genoemde woning, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij in of omstreeks de periode van 22 december 2016 tot en met 25 december 2016 in de gemeente Deurne en/of in de gemeente Venlo, in ek geval in Nederland, een goed, te weten een personenauto (groene Volvo V40) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

4.

hij op of omstreeks 30 januari 2017 te Tegelen, in elk geval in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, op een tijdstip gelegen tussen 03:30 uur en 04:00 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning gelegen aan de [adres 3] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen een hoeveelheid geld en/of sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij in of omstreeks de periode van 30 januari 2017 tot en met 19 april 2017, in de gemeente Venlo, in elk geval in Nederland, sieraden (o.a. een schakelarmband en een ring, toebehorende aan [slachtoffer 3] ), heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van die sieraden wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof(fen);

5.

hij in of omstreeks de periode van 8 april 2017 tot en met 9 april 2017 te Tegelen, in elk geval in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een garage gelegen aan [adres 4] heeft/hebben weggenomen een golfkar met inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij in of omstreeks de periode van 8 april 2017 tot en met 19 april 2017, in de gemeente Venlo, in elk geval in Nederland, een golfkar met inhoud, heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van die golfkar wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof(fen);

6.

hij in of omstreeks de periode van 8 januari 2017 tot en met 9 januari 2017 te Tegelen, in elk geval gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een garage gelegen aan de [adres 5] , onder andere heeft/hebben weggenomen een of meer gereedschap(pen) (waaronder een (splijt)bijl) en/of autobanden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij in of omstreeks de periode van 8 januari 2017 tot en met 19 april 2017 in de gemeente Venlo, in elk geval in Nederland, een goed, te weten een (splijt)bijl (merk Fiskars) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof

7.

hij op of omstreeks 5 maart 2017 te Tegelen, in elk geval in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een garage gelegen aan de [adres 6] , heeft/hebben weggenomen vishengels met foudraals en/of een fietszadel met fietstasje, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij in of omstreeks de periode van 5 maart 2017 tot en met 19 april 2017, in de gemeente Venlo, in elk geval in Nederland, vishengels met foudraals en/of een fietszadel met fietstasje heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van die goed(eren) wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof(fen);

8.

hij op of omstreeks 19 april 2017 te Tegelen, in elk geval in de gemeente Venlo, een wapen van categorie II onder 5°, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad;

9.

hij op of omstreeks 27 december 2016 in de gemeente Echt-Susteren, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een goed, te weten een auto (rode Opel Combo) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

10.

hij in of omstreeks de periode van 20 oktober 2016 tot en met 21 oktober 2016 in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, omstreeks 02:00 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (bedrijfs)pand gelegen aan de [adres 7] , weg te nemen goederen en/of geld van zijn/hunner gading,, geheel of ten dele toebehorende aan [naam 1] Kapsalon en/of [slachtoffer 8] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met dat oogmerk, tezamen en in vereniging met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, getracht heeft om het houten raamkozijn open te wrikken en zich via een raam toegang tot genoemd pand te verschaffen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

11.

hij in of omstreeks de periode van 27 juni 2016 tot en met 29 juni 2016 te Tegelen, in elk geval in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres 8] , weg te nemen goederen en/of geld naar zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9] en/of [naam 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geld onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met dat oogmerk getracht heeft om zich via een raam toegang te verschaffen tot voornoemde woning en/of (daarbij) een ruit heeft vernield, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

12.

hij op of omstreeks 15 oktober 2016 te Tegelen, in elk geval in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, op een tijdstip gelegen tussen 01:30 uur en 05:30 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning gelegen aan de [adres 9] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen sieraden en/of een fiets en/of een geldbedrag en/of een televisie en/of een laptop en/of de sleutel van de personenauto van het merk Suzuki (type Swift) en/of de personenauto van het merk Suzuki (type Swift), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geld onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

parketnummer 03/267362-16

1.

hij op of omstreeks 7 oktober 2016 te Tegelen, in elk geval in de gemeente Venlo, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets (merk Giant), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 12] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 8 oktober 2016 in de gemeente Venlo, een goed te weten een fiets (merk Giant) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

2.

hij op of omstreeks 7 oktober 2016 te Tegelen, in elk geval in de gemeente Venlo, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets (merk Batavus) en/of twee boormachines, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 12] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 10 oktober 2016 te Tegelen, in elk geval in de gemeente Venlo, een of meer goederen te weten:

- een fiets (merk Batavus); en/of

- twee boormachines

heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

3.

hij op of omstreeks 10 oktober 2016 te Tegelen, in elk geval in de gemeente Venlo, een goed te weten een tablet heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

parketnummer: 03/230678-16

hij op of omstreeks 10 november 2016 in de gemeente Venlo, een goed, te weten een snorfiets heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Limburg, Districtsrecherche Noord- en Midden-Limburg proces-verbaalnummer LB1R017003 ERIE, gesloten d.d. 14 september 2017 doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 800.

2 Proces-verbaal van aangifte d.d. 20 september 2016, pagina 301-304.

3 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 20 september 2016, pagina 305-306 bovenaan.

4 Processen-verbaal van bevindingen d.d. 22 september 2016, pagina 309.

5 Proces-verbaal van biologisch vooronderzoek d.d. 1 december 2016, pagina 312-313.

6 Deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 19 januari 2017, zaaknummer 2017.01.03.045 (aanvraag 001), opgemaakt door ing. J.H.C. Gits, NFI-deskundige forensisch DNA-onderzoek, pagina 321-323.

7 Proces-verbaal van aangifte d.d. 20 september 2016, pagina’s 253-257.

8 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 20 september 2016, pagina’s 258-259.

9 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 31 januari 2017, pagina 260-261.

10 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 september 2016, pagina 266.

11 Proces-verbaal onderzoek stuk van overtuiging d.d. 10 110 2016, pagina 278-279.

12 Deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 5 januari 2017, zaaknummer 2016.12.28.120 (aanvraag 001), opgemaakt door ing. S.R. Hoogendoorn-Jagai, NFI-deskundige forensisch DNA-onderzoek, pagina 281-283.

13 Geschift, zijnde een uitdraai van Google Maps, d.d. 9 juni 2017, pagina 307.

14 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 20 september 2016, pagina 305 onderaan en pagina 306 bovenaan, alsmede proces-verbaal van aangifte d.d. 20 september 2016, pagina 301.

15 Proces-verbaal van aangifte d.d. 3 februari 2017, pagina 380-385.

16 Proces-verbaal van IBN ring en armbandje d.d. 25 april 2017, pagina 411-413.

17 Proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d. 25 april 2017 pagina 414-418.

18 Proces-verbaal van aangifte d.d. 12 april 2017, pagina 448-450.

19 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 mei 2017, pagina 451-452.

20 Proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 20 april 2017 pagina 453-454.

21 Proces-verbaal van aangifte d.d. 11 januari 2017, pagina 458-466.

22 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 mei 2017, pagina 467-469.

23 Proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d. 20 april 2017 pagina 470-471.

24 Proces-verbaal van aangifte d.d. 5 maart 2017, pagina 475-490.

25 Proces-verbaal van inbeslagneming goederen d.d. 21 april 2017, pagina 178-180.

26 Proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d. 25 april 2017 pagina 494-495.

27 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 mei 2017, pagina 500-504.

28 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 januari 2017, pagina 508-509.

29 Proces-verbaal van aangifte d.d. 2 december 2016, pagina 518-521.

30 Proces-verbaal van sporenonderzoek d.d. 5 januari 2017, pagina 572-579.

31 Proces-verbaal individualisatie dactyloscopisch spoor d.d. 4 augustus 2017, pagina 600-601 en het Rapport dactyloscopisch onderzoek d.d. 1 augustus 2017 met bijlagen, pagina 602-605.

32 Proces-verbaal van aangifte d.d. 21 oktober 2016, pagina 614-618.

33 Proces-verbaal van sporenonderzoek d.d. 4 november 2016, pagina 619-621.

34 Proces-verbaal individualisatie dactyloscopisch spoor d.d. 4 augustus 2017, pagina 633-634 en het Rapport dactyloscopisch onderzoek d.d. 3 augustus 2017 met bijlagen, pagina 635-638.

35 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 maart 2017, pagina 622-623.

36 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 maart 2017, pagina 625.

37 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 27 december 2016, pagina 773-775.

38 Proces-verbaal van aangifte d.d. 6 juli 2017, pagina 642-647.

39 Proces-verbaal van sporenonderzoek d.d. 8 juli 2017, pagina 649-651.

40 Proces-verbaal individualisatie dactyloscopisch spoor d.d. 7 augustus 2017, pagina 654-655 en het Rapport dactyloscopisch onderzoek d.d. 1 augustus 2017 met bijlagen, pagina 656-659.

41 Proces-verbaal van aangifte d.d. 17 oktober 2016, pagina 664-670.

42 Proces-verbaal van sporenonderzoek d.d. 24 augustus 2017, pagina 672-685.

43 Proces-verbaal vergelijkend schoensporenonderzoek d.d. 5 augustus 2017, pagina 696-719.

44 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Limburg, district Noord-en Midden-Limburg, basisteam Venlo/Beesel, proces-verbaalnummer PL2300-2016187061, gesloten d.d. 8 februari 2017, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 75.

45 Proces-verbaal van aangifte d.d. 9 oktober 2016, pagina 4-5.

46 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 oktober 2016, pagina 8 en proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 oktober 2016, pagina 29.

47 Proces-verbaal van verhoor minderjarige d.d. 9 oktober 2016, pagina 16-19.

48 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 10 oktober 2016, pagina 23-26.

49 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Limburg, district Noord- en Midden-Limburg, basisteam Venlo/Beesel, proces-verbaalnummer PL2300-2016205475, gesloten d.d. 12 november 2016, doorgenummerd van dossierparagraaf 1 tot en met pagina 9.

50 Proces-verbaal van aangifte d.d. 10 november 2016, dossierparagraaf 1.

51 Proces-verbaal van aanhouding d.d. 10 november 2016, dossierparagraaf 2.