Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:3854

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
19-04-2018
Datum publicatie
20-04-2018
Zaaknummer
C/03/247164 / KG RK 18-163
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Verzoek conservatoir derdenbeslag onder pensioenfonds toegestaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PJ 2018/117
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rekestnummer: C/03/247164 / KG RK 18-163

Beschikking van de voorzieningenrechter van 19 april 2018

in de zaak van

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE HELMOND,

gevestigd te Helmond,

verzoekster,

advocaat mr. B.M. Reinders te Eindhoven,

tegen

1 [belanghebbende sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

belanghebbende,

niet verschenen,

2. [belanghebbende sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

belanghebbende,

advocaat mr. P.B.A. Acda te Roermond.

Partijen worden hierna ook genoemd de Gemeente, [belanghebbende sub 1] en [belanghebbende sub 2] .

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift, ontvangen op 20 maart 2018,

  • -

    het verweerschrift, ontvangen op 30 maart 2018,

  • -

    de mondelinge behandeling, gehouden op 3 april 2018,

  • -

    de aantekeningen van mr. Reinders, overgelegd ter mondelinge behandeling.

1.2.

Ter mondelinge behandeling zijn verschenen:

  • -

    namens verzoekster: mr. Reinders,

  • -

    belanghebbende [belanghebbende sub 2] en mr. Acda.

2 Het verzoek

2.1.

Het verzoek strekt tot het verkrijgen van verlof voor het leggen van conservatoir derdenbeslag onder de Stichting Pensioenfonds ABP op door belanghebbende(n) aldaar opgebouwd pensioen en onder de gemeente Leudal op loon van [belanghebbende sub 2] .

2.2.

[belanghebbende sub 2] heeft verweer gevoerd tegen het verzoek en daartoe kort samengevat het volgende aangevoerd:

Het verzoek tot beslaglegging van laste van haar dient te worden afgewezen omdat een wettelijke grondslag voor een vordering van verzoekster op haar ontbreekt. De onrechtmatige handelingen waardoor de Gemeente schade heeft geleden zijn immers zonder haar medeweten, door haar voormalig echtgenoot [belanghebbende sub 1] , gepleegd. [belanghebbende sub 2] betwist nadrukkelijk dat zij kennis had, dan wel een redelijk vermoeden, van de herkomst van de in privé bestede gelden. De door de Gemeente aangedragen voorbeelden van extreem hoge uitgaven in de privésfeer worden niet betwist, met uitzondering van de hoogte van facturen door haar gespendeerd in een dameskledingwinkel. De wijze van facturering noemt [belanghebbende sub 2] ‘gebruikelijk’. Voorts voert zij aan dat het hoge uitgavepatroon geen reden was tot argwaan omdat [belanghebbende sub 1] , naast zijn baan bij de Gemeente, nog andere zakelijke activiteiten ondernam waaruit hij inkomsten ontving. De Gemeente heeft niet aannemelijk gemaakt dat [belanghebbende sub 2] zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen/heling of dat haar anderszins iets valt aan te rekenen, zodat er geen grondslag is voor het verzoek jegens haar. [belanghebbende sub 2] stelt voorts dat het beslag excessief is omdat verzoekster voor haar vordering al conservatoir (derden)beslag heeft gelegd op een onroerende zaak en onder een drietal banken.

2.3.

De gemeente heeft de grondslag van de onderliggende vordering en daarmee van het verzoek aldus aangevuld dat zij belanghebbenden subsidiair aanspreekt uit hoofde van ongerechtvaardigde verrijking. Ter nadere onderbouwing van de grondslag van het verzoek ten aanzien van [belanghebbende sub 2] voert zij het volgende aan. [belanghebbende sub 2] wist of had redelijkerwijs kunnen weten van de frauduleuze handelingen van haar (destijds) echtgenoot. Zulks blijkt genoegzaam uit het in het verzoekschrift met bewijsstukken onderbouwde uitgavenpatroon. [belanghebbende sub 2] erkent o.a. dat er aankopen ten behoeve van haar in de kledingwinkel zijn gedaan en de wijze waarop deze gefactureerd zijn, maar betwist de hoogte van de bestedingen en noemt de wijze van facturering ‘gebruikelijk’, zonder dit verweer met bewijs te onderbouwen. Ook de nevenverdiensten van [belanghebbende sub 1] worden door [belanghebbende sub 2] niet nader onderbouwd of toegelicht. De gemeente stelt dat uit de vaststaande feiten genoegzaam blijkt dat [belanghebbende sub 2] op zijn minst had kunnen vermoeden of kennis heeft gehad dat er iets niet klopte. Zij is niet voor niets in voorlopige hechtenis genomen.

De Gemeente voert voorts aan dat de eerder door haar voor de onderhavige vordering gelegde beslagen maar beperkt doel hebben getroffen omdat onder de derdenbeslagenen ook beslagen liggen van het OM en andere crediteuren, terwijl de onroerende zaak belast bleek met een hoge hypotheek. Haar verhaalpositie is daardoor verzwakt en het verzoek derhalve niet excessief.

Het beslag onder de Stichting Pensioenfonds ABP betreft door [belanghebbende sub 1] en/of [belanghebbende sub 2] opgebouwd pensioen en heeft nu geen direct financieel gevolg omdat belanghebbenden nog niet de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt. Dit beslag wordt verzocht om te voorkomen dat verhaalsmogelijkheden verloren kunnen gaan als belanghebbende(n) een afkoopregeling sluiten.

2.4.

[belanghebbende sub 1] heeft geen verweer gevoerd, zodat het verzoek in elk geval tegen hem wordt toegewezen. De voorzieningenrechter oordeelt thans niet over toe- of afwijzing van de (voorgenomen) vordering van de Gemeente op [belanghebbende sub 2] . Beoordeeld wordt slechts summierlijk of de (voorgenomen) vordering deugdelijk is. Met andere woorden, het verzoek wordt slechts afgewezen wanneer de vordering prima facie ondeugdelijk lijkt.

De gemeente heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende aannemelijk gemaakt dat zij tegen [belanghebbende sub 2] een in beginsel bewijsbare vordering heeft, op de gronden zoals vermeld in het verzoekschrift en de ter zitting overgelegde notitie.

Aannemelijk is dat [belanghebbende sub 2] , zo zij al niet in detail op de hoogte was van de frauduleuze handelingen van [belanghebbende sub 1] die voor de Gemeente schade hebben veroorzaakt, daarvan ten minste een gegrond vermoeden moet hebben gehad, dat voor haar aanleiding had moeten vormen zich de uitgaven van [belanghebbende sub 1] ‘van gemeentegeld’ niet te laten welgevallen. Door (ten minste) niet in te grijpen heeft [belanghebbende sub 2] (mede) onrechtmatig jegens de Gemeente gehandeld, althans is een daarop gebaseerde vordering niet bij voorbaat ondeugdelijk te noemen. Zo al geen sprake blijkt van onrechtmatig handelen of nalaten van [belanghebbende sub 2] , is voorshands ten minste aannemelijk dat zij ten koste van de Gemeente is verrijkt. Het staat de Gemeente vrij de grondslag van haar (voorgenomen) vordering en daarmee van het verzoek aldus aan te vullen, en een vordering op deze grondslag lijkt bepaald niet kansloos.

2.5.

Ook heeft de Gemeente aannemelijk gemaakt dat eerder gelegde beslagen onvoldoende doel getroffen hebben en overigens onvoldoende zekerheid bieden voor de vordering, voorlopig begroot in hoofdsom € 721.913,95. Het verzoek zal worden toegewezen.

3 De beslissing

De voorzieningenrechter

3.1.

staat verzoekster toe ter verzekering van het verhaal van haar vordering op belanghebbenden conservatoir beslag te doen leggen onder de Stichting Pensioenfonds ABP, statutair gevestigd te Heerlen, op alle vorderingen die [belanghebbende sub 1] en [belanghebbende sub 2] op genoemde derde hebben dan wel rechtstreeks zullen verkrijgen uit een reeds ten tijde van het beslag bestaande rechtsverhouding, en voorts onder de Gemeente Leudal, op alle vorderingen die [belanghebbende sub 2] op genoemde derde heeft dan wel rechtstreeks zal verkrijgen uit een reeds ten tijde van het beslag bestaande rechtsverhouding,

3.2.

begroot deze vordering inclusief rente en kosten voorlopig op € 896.296,74,

3.3.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.P. van Unen en in het openbaar uitgesproken.