Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:3649

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
17-04-2018
Datum publicatie
18-04-2018
Zaaknummer
C/03/247574 / KG ZA 18-146
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

KORT GEDING (conventie en reconventie) in verband met tenuitvoerlegging in Nederland van een Duits veroordelend kop-staart-vonnis.

In conventie

Geen concreet spoedeisend belang op grond waarvan eiseres de uitkomst van een bodemprocedure ex art. 475g Rv (informatieplicht) niet zou kunnen afwachten. Dit geldt temeer nu het gaat om controle van de (potentiële) vermogensbestanddelen, terwijl eiseres al executoriaal beslag heeft gelegd op de aandelen van X B.V., alle bankrekeningen van gedaagde en alles van hetgeen gedaagde te vorderen heeft van X B.V. en/of Y B.V.

Gedaagde is door eiseres gewaarschuwd dat het mogelijk is dat hij het volledige bedrag waartoe eiseres in eerste aanleg was veroordeeld, zou moeten terugbetalen aan eiseres omdat zij in hoger beroep zou gaan. Gedaagde moet er dan ook, indien hij, zoals hier, overgaat tot executie van een niet-onherroepelijk vonnis, rekening mee houden dat een dergelijk vonnis kan worden vernietigd, zodat hij het geïnde bedrag moet terugbetalen. Verder staat vast dat gedaagde, ondanks verzoeken daartoe van eiseres, geen inzage aan eiseres heeft gegeven in de manier waarop hij het bedrag van circa € 285.000,00 in ongeveer 8 maanden tijd heeft besteed. Evenmin hebben gedaagde of zijn zoon bescheiden ter inzage gegeven aan eiseres met betrekking tot de aandelentransactie of de leningsovereenkomst tussen gedaagde en Y B.V., terwijl eiseres voldoende aannemelijk heeft gemaakt een rechtmatig belang te hebben bij inzage in de door haar nader gespecificeerde bescheiden ex art. 843a Rv. Geen “fishing expedition”. Volgt toewijzing.

Ook jegens de zoon van gedaagde heeft eiseres, om uit te vinden waar de door haar aan gedaagde betaalde som geld is gebleven, voldoende rechtmatig belang bij inzage in die overeenkomsten en de daarbij of daarvoor opgemaakte stukken. Volgt toewijzing.

Opleggen dwangsom van € 5.000,00 per dag tot totaalmaximum van € 1.000.000,00.

Afwijzen lijfsdwang want prematuur.

In reconventie

Afwijzen verbieden/schorsen tenuitvoerleggen Duits kop-staart-vonnis.

Het feit dat eisers moeten wijzen op misslagen in een kop-staart-vonnis maakt niet dat van de hoofdregel kan worden afgeweken. Het komt voor risico van eisers dat zij nog niet kunnen beoordelen of het Duitse vonnis op een juridische of feitelijke misslag berust, nu naar Duits recht (ook) een kop-staart-vonnis direct ten uitvoer kan worden gelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/247574 / KG ZA 18-146

Vonnis in kort geding van 17 april 2018

in de zaak van

vennootschap naar Duits recht

HORNBACH BAUMARKT AG,

gevestigd te (76878) Bornheim (Pfalz), Duitsland,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaten mrs. C.S. van Liebergen en T.R.B. de Greve,

tegen

1 [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] ,

wonend te [woonplaats] ,

2. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2],

wonend te [woonplaats] ,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaten mrs. G.J.G. Bolderman en M. van Daal

Partijen zullen hierna Hornbach, (gezamenlijk) gedaagden (in conventie) en eisers (in reconventie) en (afzonderlijk) [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] (gedaagde sub 1, vader) en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] (gedaagde sub 2, zoon) worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties

  • -

    de akte houdende eiswijziging tevens akte overlegging producties van Hornbach

  • -

    de brief van 30 maart 2018 van Hornbach met aanvullende producties en een

eisvermeerdering

- de akte houdende eis in reconventie tevens overlegging producties in conventie en in

reconventie van gedaagden

  • -

    de brief van 3 april 2018 van Hornbach met producties

  • -

    de mondelinge behandeling ter zitting van 3 april 2018

  • -

    de pleitnotities van Hornbach

  • -

    de pleitnotities van gedaagden

  • -

    de pleitnotities van Hornbach in reconventie.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

in conventie en in reconventie

2.1.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] is circa 20 jaar (laatstelijk als ‘internationaal directeur’) in dienst geweest bij Hornbach.

2.2.

Bij “Aufhebungsvertrag” getekend op 2 mei 2016 zijn Hornbach en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] (voor zover thans van belang) overeengekomen dat het dienstverband per 31 oktober 2016 eindigde en dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] een vergoeding van circa € 570.000,00 (bruto) zou ontvangen, indien hij gedurende een periode van twee jaar na het sluiten van de overeenkomst niet voor concurrenten van Hornbach zou gaan werken.

2.3.

Tussen [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en Hornbach zijn nadien geschillen ontstaan, die ertoe hebben geleid dat bij (kop-staart-)vonnis van 5 april 2017 van het Duitse Arbeitsgericht Ludwigshafen Am Rhein (Aktenzeichnen: 3 CA 1108/16) Hornbach is veroordeeld om aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] te betalen een bedrag van € 570.000,00 (bruto).

2.4.

Op 15 augustus 2017 heeft Hornbach een nettobedrag van € 285.887,90 aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] betaald. Hornbach heeft de daarover verschuldigde loonbelasting van circa

€ 285.000,00 betaald aan de Duitse fiscus.

2.5.

Hornbach is tegen het vonnis van 5 april 2017 in hoger beroep gegaan. Bij tot op de dag van de mondelinge behandeling van dit kort geding enkel beschikbaar kop-staart-vonnis van 8 februari 2018 van het Landesarbeitsgericht Rheinland-Pfalz (de deelstaatrechtbank voor arbeidszaken van Rheinland-Pfalz), Aktenzeichen: 5 Sa 324/17, is [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] (kort gezegd) veroordeeld om aan Hornbach te betalen € 570.836,84 in hoofdsom, te vermeerderen met rente en kosten. Het kop-staart-vonnis vermeldt onder 4 dat tegen het vonnis geen beroep in cassatie wordt toegelaten.

2.6.

Op 16 februari 2018 is het vonnis van 8 februari 2018 door de deelstaatrechtbank voor arbeidszaken van Rheinland-Pfalz voorzien van een certificaat als bedoeld in art. 53 lid 2 en 54 EEX-Verordening, waardoor Hornbach beschikt over een executoriale titel die ten laste van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] in Nederland ten uitvoer kan worden gelegd.

2.7.

In het als productie 4 bij dagvaarding overgelegde uittrekstel handelsregister kamer van koophandel is vermeld dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] enig aandeelhouder is van MyCars B.V. sedert 19 februari 2018. De aandelen zijn overgedragen aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] door [naam BV] B.V. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] houdt alle aandelen in [naam BV] B.V.

2.8.

Op 26 februari 2018 zijn zowel het Duitse vonnis van 8 februari 2018 als het certificaat aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] betekend, waarbij bevel tot betaling is gedaan en waarbij [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] is gesommeerd om aan de deurwaarder althans aan de advocaat van Hornbach binnen twee dagen schriftelijk opgave te doen van de inkomens- en vermogenspositie en voor verhaal vatbare goederen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1]

2.9.

Op 28 februari 2018 heeft Hornbach executoriaal beslag gelegd op een aantal verhaalsobjecten van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1]

2.10.

Op 2 maart 2018 zijn de processen-verbaal van de executoriale beslagen aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] betekend.

2.11.

Op 6 maart 2018 heeft Hornbach althans de deurwaarder een verklaring omtrent het inkomen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] ontvangen.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

Hornbach vordert - na wijzigingen van eis (waarbij de eisvermeerdering die is vermeld in de brief van 30 maart 2018 hierna onder iv is opgenomen) - dat de Voorzieningenrechter in de Rechtbank Limburg, locatie Maastricht, zoveel als mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

i. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] veroordeelt om binnen vijf dagen na betekening van het ten deze te wijzen

vonnis, aan de advocaat van eiseres (mr. C.S. van Liebergen, Stibbe N.V., Beethovenplein

10 te Amsterdam),

althans aan de deurwaarder die het ten deze te wijzen vonnis aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] betekent,

althans op een wijze zoals door U E.A. in goede justitie te bepalen,

schriftelijk, nauwkeurig en gespecificeerd inlichtingen en opgave omtrent zijn binnen- en

buitenlandse inkomens- en vermogenspositie en omtrent voor verhaal vatbare binnen- en

buitenlandse goederen te verstrekken; waaronder - doch uitdrukkelijk niet beperkt tot - de

navolgende bescheiden met betrekking tot:

  1. diens binnen- en buitenlandse bronnen van inkomen,

  2. diens binnen- en buitenlandse vermogen,

  3. diens belastingaangiften en belastingaanslagen, zowel de definitieve aanslagen als

de eventuele voorlopige, over de jaren 2016, 2017 en 2018,

diens integrale boekhouding van de jaren 2016, 2017 en 2018,

het huidige saldo van alle op diens naam gestelde bankrekeningen en voorts van

diens effectenrekeningen,

alle bankafschriften van de op diens naam gestelde hier ten lande en eventueel in

het buitenland aangehouden bankrekeningen en voorts van diens effectenrekeningen

over de jaren 2016, 2017 en 2018, en

alle transacties, waaronder - maar niet beperkt tot - schenkingen, met [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] en voorts (overige) rechtstreekse bloed- of aanverwanten in de periode 2016, 2017 en 2018,

en vervolgens

telkens na verloop van dertig (30) dagen wederom en op gelijke wijze schriftelijk,

nauwkeurig en gespecificeerd inlichtingen en opgave omtrent zijn alsdan actuele binnen- en

buitenlandse inkomens- en vermogenspositie en omtrent voor verhaal vatbare binnen- en

buitenlandse goederen te verstrekken tot het moment dat geheel is voldaan aan de

betalingsverplichtingen jegens eiseres;

ii. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] veroordeelt tot afgifte van (kopieën van) de navolgende bescheiden met

betrekking tot de aandelentransactie van de aandelen van de besloten vennootschap met

beperkte aansprakelijkheid MyCars B.V.:

  1. de volledige koopovereenkomst(en);

  2. de akte(n) van levering(en);

  3. alle concepten van de onder (a.) en (b.) genoemde bescheiden;

  4. alle correspondentie - inclusief e-mails en overige digitale berichten - met betrekking tot de onder (a.), (b.) en/of (c.) genoemde bescheiden;

en voorts kopieën van:

alle bescheiden die betrekking hebben op de totstandkoming en/of uitvoering van

voornoemde en/of overige transacties en/of rechtshandelingen tussen enerzijds de

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en anderzijds de besloten vennootschap met beperkte

aansprakelijkheid MyCars B .V. en/of [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] ;

(betalings)bewijzen waaruit blijkt dat en hoe aan de koopsom is voldaan;

alles in de ruimste zin van het woord;

iii. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] veroordeelt tot afgifte van (kopieën van) de navolgende bescheiden met

betrekking tot de aandelentransactie van de aandelen van de besloten vennootschap met

beperkte aansprakelijkheid MyCars B.V.:

  1. de volledige koopovereenkomst(en);

  2. de akte(n) van levering(en);

  3. alle concepten van de onder (a.) en (b.) genoemde bescheiden;

  4. alle correspondentie - inclusief e-mails en overige digitale berichten - met betrekking tot de onder (a.), (b.) en/of (c.) genoemde bescheiden;

en voorts kopieën van:

alle bescheiden die betrekking hebben op de totstandkoming en/of uitvoering van

voornoemde en/of overige transacties en/of rechtshandelingen tussen enerzijds de

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en anderzijds de besloten vennootschap met beperkte

aansprakelijkheid MyCars B .V. en/of [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] ;

(betalings)bewijzen waaruit blijkt dat en hoe aan de koopsom is voldaan;

alles in de ruimste zin van het woord;

iv. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] veroordeelt tot afgifte van (kopieën van) de navolgende bescheiden met betrekking tot de leningsovereenkomst tussen [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en MyCars B.V.:

  1. de volledige leningovereenkomst(en) inclusief alle eventuele aanpassingen daarop,

  2. (betalings)bewijzen waaruit blijkt dat en hoe het bedrag van de lening is verstrekt;

  3. (betalings)bewijzen waaruit blijkt hoe en wanneer en op welke wijze eventuele

rente en/of aflossingen zijn/worden voldaan

documentatie omtrent een eventuele zekerheid die is gesteld,

alle concepten van de onder (a), (b), (c) en (d) genoemde bescheiden; en

alle correspondentie - inclusief e-mails en overige digitale berichten - met betrekking tot alle hiervoor genoemde bescheiden,

alles in de ruimste zin van het woord,

v. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] veroordeelt om, steeds op eerste verzoek van de deurwaarder respectievelijk executienotaris, volledige medewerking te verlenen aan de executoriale verkoop van de in beslag genomen aandelen in de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [naam BV] B.V. door onder meer aan de deurwaarder respectievelijk de executienotaris steeds onmiddellijk alle informatie en bescheiden te verstrekken en medewerking te verlenen die de deurwaarder respectievelijk de executienotaris nuttig, nodig of wenselijk acht of achten;

vi. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] veroordeelt om volledige en onmiddellijke medewerking te verlenen (en tot het moment van volledige voldoening te blijven verlenen) aan de tenuitvoerlegging van het Duitse arrest;

vii. ieder van voornoemde veroordelingen ten aanzien van ieder van de gedaagden op straffe

van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,- per dag of gedeelte daarvan dat niet of niet

geheel aan deze veroordelingen wordt voldaan;

viii. en voorts ieder van de voornoemde veroordelingen (behoudens de vorderingen onder iii. en vii.) ten aanzien van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] tevens op straffe van tien (10) dagen lijfsdwang per keer of dag of gedeelte van een dag dat deze gedaagde geheel of gedeeltelijk in strijd handelt met één of meer van vorenstaande veroordelingen; althans op straffe van lijfsdwang zoals door U.E.A. in goede justitie te bepalen;

ix. steeds die voorzieningen en/of bevelen en/of veroordelingen die U.E.A. in de gegeven

omstandigheden juist voorkomen te treffen en aan ieder van de gedaagden op te leggen, en

ieder van die voorzieningen, bevelen en/of veroordelingen te versterken door een door

U.E.A. in goede justitie te bepalen eenmalige dwangsom en voorts een periodieke

dwangsom en - voor zover het [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] betreft - tevens op straffe van lijfsdwang

zoals door U.E.A. in goede justitie te bepalen; en

x. gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten en de gebruikelijke nakosten.

3.2.

Gedaagden voeren verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4.

Eisers vorderen, nadat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] zijn vordering inhoudende opheffing van het door Hornbach gelegde beslag op de aandelen in de besloten vennootschap MyCars B.V. ter zitting heeft ingetrokken, waarbij hij ter zake deze vordering wel persisteerde bij een kostenveroordeling, dat het de voorzieningenrechter behaagt bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

- Hornbach te verbieden het Duitse Vonnis binnen Nederland jegens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] ten

uitvoer te leggen althans dit te verbieden voor een zodanige termijn en/of voor een hoger bedrag als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren, op verbeurte van een dwangsom van EUR 10.000 voor iedere dag dat in strijd met het verbod wordt gehandeld,

en

- Hornbach te veroordelen in de kosten van het geding in reconventie.

3.5.

Hornbach voert verweer.

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie

Informatieplicht ex art. 475g Rv (r.o. 3.1.: petitum sub i)

4.1.

Allereerst ligt het spoedeisend belang ter beoordeling voor.

4.2.

De voorzieningenrechter stelt dienaangaande het volgende voorop. In beginsel

moet - naar ook uit art. 254 lid 1 Rv volgt - de vraag of Hornbach als eiser een spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening, worden beantwoord aan de hand van een afweging van de belangen van partijen, beoordeeld naar de toestand ten tijde van de uitspraak (zie bv. HR 29 juni 2001, NJ 2001/602 en HR 29 november 2002, NJ 2003/78. Het ligt op de weg van Hornbach als eiser om, met name als op dit punt verweer is gevoerd, het spoedeisend belang te onderbouwen (zie bv. HR 23 april 1982, NJ 1982/523). Voorts dient het spoedeisend belang op het moment van de uitspraak (nog) aanwezig te zijn (zie bv. HR 26 juni 1981, NJ 1983/612). Kortom: er moeten bijzondere omstandigheden worden gesteld, en bij gemotiveerde betwisting voldoende aannemelijk worden gemaakt, die ertoe leiden dat een oordeel in een bodemprocedure niet kan worden afgewacht.

4.3.

Hornbach heeft gesteld dat het spoedeisend belang volgt uit de aard van de zaak en uit het feit dat een executoriale titel (een in Nederland uitvoerbare titel) moet worden nageleefd. Iedere dag dat niet wordt betaald, loopt het bedrag aan rente en kosten verder op. Hornbach heeft belang om zo spoedig mogelijk verhaal te nemen voor haar opeisbare vordering op [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] Uit de door Hornbach overgelegde jurisprudentie en literatuur, aldus Hornbach, volgt dat een vordering ex 475g Rv zich bij uitstek leent voor behandeling in kort geding en dat in al die gevallen het spoedeisend belang steeds is aangenomen. Hornbach heeft verder een spoedeisend belang bij het verkrijgen van de gevorderde bescheiden omdat op grond daarvan inzicht kan worden verkregen op welke wijze de koopsom van de aandelen MyCars B.V. is voldaan en/of geld is geleend aan MyCars B.V. en nader kan worden onderbouwd (en daarmee effectiever worden geprocedeerd) in welke mate de aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] verweten paulianeuze gedragingen en overige onrechtmatige gedragingen hebben geleid (of zullen leiden) tot schade voor Hornbach. Tijdens de mondelinge behandeling is zijdens Hornbach nader aangevoerd dat de spoedeisendheid al is beoordeeld in het Duitse vonnis, waarin [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] is veroordeeld tot onmiddellijke betaling én het vonnis (ten overvloede) uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. Het naleven van een bevel van een deurwaarder is volgens Hornbach naar zijn aard spoedeisend: de rechtsorde vergt nakoming. Het is geen keuze: er moet worden nagekomen, ook gelet op de Unietrouw, uit hoofde waarvan de buitenlandse (in dit geval Nederlandse) rechter zich moet onthouden van elke formele of materiële beoordeling. Het alternatief is een bodemprocedure over een bodemprocedure. Er wordt een voorziening gevorderd, waartoe een kortgedingprocedure zich bij uitstek voor leent.

4.4.

Gedaagden hebben het spoedeisend belang (voldoende gemotiveerd) betwist.

4.5.

Gelet op het kop-staart-vonnis van 8 februari 2018 is het evident dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] een (terug)betalingsverplichting heeft waaraan hij dient te voldoen. Ook is evident dat Hornbach, nu [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] niet vrijwillig tot (terug)betaling is overgegaan, executiemaatregelen wil treffen (en heeft getroffen) en voor een goede afwikkeling van de executie over de nodige informatie dient te beschikken. Het is de voorzieningenrechter niet gebleken welk concreet spoedeisend belang Hornbach heeft op grond waarvan zij de uitkomst van een bodemprocedure ex art. 475g Rv niet zou kunnen afwachten. Dit geldt temeer nu het gaat om controle van de (potentiële) vermogensbestanddelen, terwijl Hornbach al executoriaal beslag heeft gelegd op de aandelen van [naam BV] B.V., alle bankrekeningen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en alles van hetgeen [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] te vorderen heeft van [naam BV] B.V. en/of MyCars B.V. Er zijn geen regels in het Nederlandse recht noch in het unierecht die voorschrijven dat een Nederlandse procedure ex art. 475g Rv ‘zo spoedig mogelijk’ moet worden afgerond. Gesteld noch gebleken is dat een bodemprocedure ex art. 475g Rv in dat kader in Nederland zo lang zou duren dat daarmee een executie niet binnen een redelijke termijn zou geschieden. De enkele stelling dat Hornbach alle kosten moet voorschieten, hetgeen Hornbach noopt tot efficiënt procederen, is onvoldoende om een spoedeisend belang bij dit deel van de vordering van Hornbach aan te nemen.

4.6.

Nu niet voldoende aannemelijk is geworden dat Hornbach een spoedeisend belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling in kort geding van dit deel van haar vordering, zal de voorzieningenrechter Hornbach hierin niet-ontvankelijk verklaren.

Inzage, afschrift of uittreksel ex art. 843a Rv

4.7.

Het spoedeisend belang volgt uit de aard van de vordering, nu het een vordering

betreft om nadere informatie over vermogensbestanddelen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] te krijgen waarop in het kader van de tenuitvoerlegging van het Duitse vonnis (mogelijk) door Hornbach beslag kan worden gelegd. Wat dit betreft leidt de voorzieningenrechter uit het feit dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] tot op heden nog geen cent heeft terugbetaald af dat het voor mogelijk moet worden gehouden dat hij stukken waaruit zijn vermogenspositie blijkt en/of vermogen aan het zicht zal proberen te onttrekken. Hierbij weegt ook mee dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] toen hij op 15 augustus 2017 van Hornbach € 285.887,90 ontving, er rekening mee moest houden dat het vonnis waarop de betaling was gegrond, niet onherroepelijk was. Hij moest dus bij ontvangst van die som rekening houden met terugbetaling daarvan.

4.8.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat de exhibitieplicht waarop art. 843a Rv betrekking heeft, slaat op de situatie dat de inhoud van een schriftelijk bewijsmiddel aan een partij in beginsel wel bekend is, maar dat zij het niet in haar bezit heeft. Aan de toewijsbaarheid van een vordering zijn op grond van artikel 843a lid 1 Rv de volgende cumulatieve voorwaarden verbonden: (1) de eiser of verzoeker dient een rechtmatig belang te hebben, het moet gaan om (2) bescheiden die (3) de wederpartij te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft, en (4) het moeten bescheiden zijn aangaande een rechtsbetrekking waarin de eiser of verzoeker of zijn rechtsvoorganger partij is. Verder moet zich geen van de drie in de leden 3 en 4 van artikel 843a Rv vervatte uitzonderingen voordoen.

Petitum (r.o. 3.1.) sub ii, sub iii en sub iv

4.9.

Ter zitting heeft Hornbach (onweersproken) aangevoerd dat Hornbach [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] per brief heeft gewaarschuwd dat hij er rekening mee moest houden dat het bedrag van circa € 285.000,00 dat Hornbach uit hoofde van het Duitse vonnis van 5 april 2017 aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] heeft betaald, door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] aan Hornbach zou moeten worden terugbetaald op het moment dat Hornbach in hoger beroep in het gelijk zou worden gesteld. Verder is Hornbach gebleken dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] een lening heeft verstrekt aan MyCars B.V. voor de duur van 10 jaar en tegen 2 % rente. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] weigert hierover echter informatie te verstrekken, met name wat betreft de vraag waarmee deze lening is verstrekt. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] geeft geen inzage in bankafschriften, terwijl alle bankrekeningen, met uitzondering van een ABN AMRO bankrekening waarop een saldo van € 1.500,00 staat, ‘leeggetrokken’ lijken te zijn. Onduidelijk is waarop [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] zich baseert bij zijn stelling dat Hornbach zélf het door Hornbach betaalde bedrag loonbelasting van circa

€ 285.000,00 bij de Duitse belastingdienst kan (moet?) terugvorderen. Als - zoals [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] stelt - zijn Duitse advocaat een fout zou hebben gemaakt in de Duitse procedure door ‘per ongeluk’ informatie online te zetten, hetgeen volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] de reden is dat hij is veroordeeld, dan heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] mogelijk een claim op die Duitse advocaat. Ook hierover geeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] geen informatie aan Hornbach. Kort na het Duitse vonnis van 8 februari 2018 zijn alle aandelen die [naam BV] B.V. hield in MyCars B.V. verkocht en overgedragen aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] , terwijl gedaagden weigeren nadere informatie hierover aan Hornbach te verstrekken. Al met al lijkt het er volgens Hornbach op dat gedaagden de mogelijkheden van verhaal van Hornbach (onrechtmatig) beperken.

4.10.

Ter zitting heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] desgevraagd verklaard dat hij het door Hornbach aan hem betaalde bedrag van circa € 285.000,00 als lening heeft verstrekt, dat het geld is geïnvesteerd in MyCars B.V. en dat er auto’s voor zijn gekocht, van welke auto’s hij pandhouder is in het kader van die lening. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] heeft voorts verklaard dat hij de motivering van het Duitse kop-staart-vonnis wil afwachten (naar zijn verwachting komt dat binnen 4-5 maanden) en dat hij dacht nog genoeg tijd te hebben om circa € 285.000,00 liquide te kunnen maken (in circa 2 maanden). [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] verklaarde voorts niet te weten dat hij circa € 570.000,00 zou moeten terugbetalen, aangezien hij een nettobedrag van circa € 285.000,00 heeft ontvangen en Hornbach de overige € 285.000,00 rechtstreeks als loonbelasting aan de Duitse belastingdienst heeft afgedragen. Volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] kan Hornbach zich rechtstreeks tot de Duitse belastingdienst wenden om dat deel terug te vorderen. Gedaagden hebben verder aangevoerd dat Hornbach op een “fishing expedition” is, aangezien [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] al heeft voldaan aan zijn wettelijke plicht tot opgave van zijn inkomen en vermogen. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] betwist ten slotte bij de aandelenoverdracht van [naam BV] B.V. aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] betrokken te zijn.

4.11.

Nog daargelaten dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] door Hornbach is gewaarschuwd dat het mogelijk is dat hij het volledige bedrag waartoe Hornbach in eerste aanleg was veroordeeld, zou moeten terugbetalen aan Hornbach omdat zij in hoger beroep zou gaan, moet [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] , indien hij, zoals hier, overgaat tot executie van een niet-onherroepelijk vonnis, er rekening mee houden dat een dergelijk vonnis kan worden vernietigd, zodat hij het geïnde bedrag moet terugbetalen. Verder staat vast dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] , ondanks verzoeken daartoe van Hornbach, geen inzage aan Hornbach heeft gegeven in de manier waarop hij het bedrag van circa € 285.000,00 in ongeveer 8 maanden tijd heeft besteed. Evenmin hebben [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] of [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] bescheiden ter inzage gegeven aan Hornbach met betrekking tot de aandelentransactie of de leningsovereenkomst tussen [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en MyCars B.V., terwijl Hornbach voldoende aannemelijk heeft gemaakt een rechtmatig belang te hebben bij inzage in de door haar nader gespecificeerde bescheiden ex art. 843a Rv. Gelet hierop kan niet worden geoordeeld dat dit deel van de vordering van Hornbach een “fishing expedition” betreft.

4.12.

De vordering tot, kort gezegd, inzage in bescheiden tegen [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] moet worden bezien in het volgende licht. In dit kort geding kan worden uitgegaan van het bestaan van de (terugbetalings)rechtsbetrekking tussen Hornbach en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] Het door Hornbach aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] betaalde geld is volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] niet meer in zijn bezit vanwege, aldus [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] , één of meer overeenkomsten waarbij [naam BV] B.V. en/of MyCars B.V. en/of [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] zijn betrokken. Hornbach heeft, om uit te vinden waar de door haar aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] betaalde som geld is gebleven, voldoende rechtmatig belang bij inzage in die overeenkomsten en de daarbij of daarvoor opgemaakte stukken. Ook de vordering ten opzichte van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] is daarmee toewijsbaar.

4.13.

Aan hetgeen gedaagden overigens hebben aangevoerd gaat de voorzieningenrechter als niet relevant voorbij.

4.14.

Gelet op het voorgaande ligt het bij petitum sub ii, iii en iv voor toewijzing gereed, behoudens wat (telkens) de woorden “in de ruimste zin van het woord” betreft. Met die woorden zijn de bescheiden onvoldoende bepaald aangeduid.

Petitum (r.o. 3.1.) sub v

4.15.

De vordering sub v - kort gezegd - tot het veroordelen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] tot volledige medewerking aan de executoriale verkoop van in beslag genomen aandelen in [naam BV] B.V. zal worden afgewezen, nu het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (tweede boek) voorziet in een gerechtelijke weg voor de tenuitvoerlegging van vonnissen en andere executoriale titel. Het is de voorzieningenrechter verder niet gebleken dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] pogingen onderneemt om die verkoop, indien die volgens de regels plaatsvindt, te belemmeren, zodat de vordering ook geen grond vindt in enig feitelijk gedrag van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1]

Petitum (r.o. 3.1.) sub vi

4.16.

De vordering sub vi om [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] - kort gezegd - te veroordelen om volledig en onmiddellijke medewerking te verlenen aan de tenuitvoerlegging van het Duitse arrest zal worden afgewezen, nu dit voortvloeit uit Duitse vonnis van 8 februari 2018. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] is al veroordeeld tot betaling van circa € 570.000,00 aan Hornbach en het ontgaat de voorzieningenrechter wat dit deel van de vordering daaraan nog toevoegt. De voorzieningenrechter laat nog daar dat bezien in het licht van de reeds in het vonnis van

8 februari 2018 uitgesproken veroordeling dit deel van Hornbachs vordering in kort geding bovendien onduidelijk en te vaag is.

Dwangsom - petitum (r.o. 3.1.) sub vii

4.17.

De voorzieningenrechter ziet aanleiding de gevorderde dwangsom te matigen tot een bedrag van € 5.000,00 per dag of gedeelte daarvan dat niet of niet geheel aan de veroordelingen als onder (5) vermeld wordt voldaan en deze te maximeren tot een totaalbedrag van € 1.000.000,00.

Lijfsdwang - petitum (r.o. 3.1.) sub viii

4.18.

De voorzieningenrechter acht vooralsnog geen termen aanwezig om de vordering tot lijfsdwang toe te wijzen. Die zal als prematuur worden afgewezen.

Petitum (r.o. 3.1.) sub ix

4.19.

De voorzieningenrechter acht, gelet op al hetgeen zal worden toegewezen, geen termen aanwezig om het sub ix gevorderde toe te wijzen.

Proceskosten

4.20.

Gedaagden dienen als de in het ongelijk gestelde partij de kosten van dit kort geding in conventie te dragen, tot op heden aan de zijde van Hornbach begroot op € 101,81 (kosten exploot), € 626,00 (griffierecht) en € 816,00 (salaris advocaat). De nakosten zijn niet betwist en zullen op de hierna in het dictum weergegeven wijze worden toegewezen. Nu gedaagden de gevorderde hoofdelijke veroordeling met betrekking tot de proceskosten evenmin hebben betwist, zal ook dit worden toegewezen.

in reconventie

4.21.

Het spoedeisend belang volgt uit de aard van de zaak.

Verbieden / schorsen tenuitvoerlegging Duits vonnis

4.22.

Ter beoordeling ligt voor de vraag of Hornbach onrechtmatig handelt dan wel misbruik maakt van zijn bevoegdheid tot parate executie op grond van het Duitse vonnis van 8 februari 2018.

4.23.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen meebrengt, dat in een executiegeschil geen inhoudelijk bezwaren tegen een uitspraak aangevoerd kunnen worden, behoudens die, welke nopen tot het oordeel dat sprake is van misbruik van bevoegdheid. De voorzieningenrechter kan derhalve slechts de staking van de executie bevelen in geval van misbruik van bevoegdheid aan de kant van Hornbach. Dit zou het geval kunnen zijn indien het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien het te executeren vonnis op grond van ná dit vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de kant van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard (HR 22 april 1983, NJ 1984/145). Het is hierbij aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] om op dergelijke misslagen te wijzen omdat juist de executie van zo’n vonnis de hoofdregel is. Het feit dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] moet wijzen op misslagen in een kop-staart-vonnis maakt niet dat van de hoofdregel kan worden afgeweken. De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat het kop-staart-vonnis kennelijk wordt uitgesproken om partijen snel duidelijkheid te geven, waarbij die gegeven duidelijkheid, in dit geval de veroordeling, ook kan worden geëxecuteerd. Dat die snelheid en beperktheid van het Duitse vonnis afbreuk doet aan de mogelijkheid om te wijzen op misslagen is een logisch gevolg van de gemaakte keus, welk gevolg voor risico komt van de veroordeelde. Een ander oordeel zou afdoen aan de executiemogelijkheid die juist bij zo’n vonnis wordt geboden. Het komt dus voor risico van eisers dat zij nog niet kunnen beoordelen of het Duitse vonnis op een juridische of feitelijke misslag berust, nu naar Duits recht (ook) een kop-staart-vonnis direct ten uitvoer kan worden gelegd. Nu eisers overigens niets hebben aangevoerd, zal het door eisers gevorderde worden afgewezen.

Opheffen beslag

4.24.

Ter zitting heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] zijn vordering tot opheffing van het door Hornbach gelegde beslag op de aandelen in MyCars B.V. ingetrokken omdat dit beslag inmiddels is opgeheven door Hornbach. Bij gebreke van een nadere door Hornbach te geven toelichting op deze opheffing, houdt de voorzieningenrechter het ervoor dat dit is geschied omdat zij bij nader inzien dit beslag niet terecht heeft gelegd. Daarmee komen de kosten van deze vordering voor rekening van Hornbach. Die kosten worden, gelet op de zeer summiere inhoud van dit deel van de vordering in reconventie, begroot op nihil.

Proceskosten

4.25.

Eisers dienen overigens als de in het ongelijk gestelde partij de kosten van dit kort geding in reconventie te dragen, tot op heden aan de zijde van Hornbach begroot op

€ 527,00 (salaris advocaat).

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

5.1.

verklaart Hornbach niet ontvankelijk in haar vordering (r.o. 3.1.) sub i,

5.2.

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] binnen twee weken na betekening van dit vonnis tot afgifte van (kopieën van) de navolgende bescheiden met betrekking tot de aandelentransactie van de aandelen van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MyCars B.V.:

  1. de volledige koopovereenkomst(en),

  2. de akte(n) van levering(en),

  3. alle concepten van de onder (a.) en (b.) genoemde bescheiden,

  4. alle correspondentie - inclusief e-mails en overige digitale berichten - met betrekking tot de onder (a.), (b.) en/of (c.) genoemde bescheiden,

en voorts kopieën van:

alle bescheiden die betrekking hebben op de totstandkoming en/of uitvoering van

voornoemde en/of overige transacties en/of rechtshandelingen tussen enerzijds de

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en anderzijds de besloten vennootschap met beperkte

aansprakelijkheid MyCars B .V. en/of [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] ,

(betalings)bewijzen waaruit blijkt dat en hoe aan de koopsom is voldaan,

5.3.

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] binnen twee weken na betekening van dit vonnis tot afgifte van (kopieën van) de navolgende bescheiden met betrekking tot de aandelentransactie van de aandelen van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MyCars B.V.:

  1. de volledige koopovereenkomst(en),

  2. de akte(n) van levering(en),

  3. alle concepten van de onder (a.) en (b.) genoemde bescheiden,

  4. alle correspondentie - inclusief e-mails en overige digitale berichten - met betrekking tot de onder (a.), (b.) en/of (c.) genoemde bescheiden,

en voorts kopieën van:

alle bescheiden die betrekking hebben op de totstandkoming en/of uitvoering van

voornoemde en/of overige transacties en/of rechtshandelingen tussen enerzijds de

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en anderzijds de besloten vennootschap met beperkte

aansprakelijkheid MyCars B .V. en/of [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] ,

(betalings)bewijzen waaruit blijkt dat en hoe aan de koopsom is voldaan,

5.4.

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] binnen twee weken na betekening van dit vonnis tot afgifte van (kopieën van) de navolgende bescheiden met betrekking tot de leningsovereenkomst tussen [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en MyCars B.V.:

  1. de volledige leningovereenkomst(en) inclusief alle eventuele aanpassingen daarop,

  2. (betalings)bewijzen waaruit blijkt dat en hoe het bedrag van de lening is verstrekt,

  3. (betalings)bewijzen waaruit blijkt hoe en wanneer en op welke wijze eventuele

rente en/of aflossingen zijn/worden voldaan,

documentatie omtrent een eventuele zekerheid die is gesteld,

alle concepten van de onder (a), (b), (c) en (d) genoemde bescheiden, en

alle correspondentie - inclusief e-mails en overige digitale berichten - met betrekking tot alle hiervoor genoemde bescheiden,

5.5.

ieder van de onder 5.2. tot en met 5.4. genoemde veroordelingen ten aanzien van ieder van de gedaagden op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per dag of gedeelte daarvan dat niet of niet geheel aan deze veroordelingen wordt voldaan, met een totaalmaximum van € 1.000.000,00,

5.6.

veroordeelt gedaagden hoofdelijk in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van Hornbach begroot op € 1.543,81,

5.7.

veroordeelt gedaagden hoofdelijk in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op

€ 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagden niet

binnen twee weken na aanschrijving aan het vonnis hebben voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.8.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.9.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

5.10.

wijst de vordering af,

5.11.

veroordeelt eisers in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van Hornbach begroot op € 527,00,

5.12.

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

5.13.

veroordeelt Hornbach in de kosten van de procedure voor zover betrekking hebbende op de ingetrokken vordering van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] , tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Sijmonsma en in het openbaar uitgesproken op

17 april 2018.1

1 type: JC