Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:3089

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
28-03-2018
Datum publicatie
04-04-2018
Zaaknummer
6534067 CV EXPL 17-9630
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tussenvonnis. Uitlaten over aan de deskundige te stellen vragen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 6534067 \ CV EXPL 17-9630

Vonnis van de kantonrechter van 28 maart 2018

in de zaak van:

[eisende partij] ,

wonend te [woonplaats eisende partij] ,

eisende partij,

gemachtigde: mr. T. Schouten (Arag Rechtsbijstand),

tegen:

1 de vennootschap onder firma [gedaagde partij sub 1] ,
kantoorhoudend te [kantoorplaats gedaagde partij sub 1] ,

2. [gedaagde partij sub 2] , vennoot van gedaagde sub 1,
wonend [adres gedaagde partij sub 2] ,
[woonplaats gedaagde partij sub 2] ,

3. [gedaagde partij sub 3] , vennoot van gedaagde sub 1,
wonend [adres gedaagde partij sub 3] ,
[woonplaats gedaagde partij sub 3] ,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. J.F.E. Kikken.

Partijen worden verder aangeduid als “ [eisende partij] ” en “ [gedaagden sub 1 t/m 3] ” (gedaagden gezamenlijk in mannelijk enkelvoud).

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties;

  • -

    de beslissing waarbij een comparitie van partijen is bepaald;

  • -

    het comparitie van partijen die is gehouden op 13 maart 2018.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[gedaagden sub 1 t/m 3] heeft in 2010 in opdracht en voor rekening van [eisende partij] de woning van [eisende partij] aan de [adres] in [plaats] uitgebouwd, inclusief de aanbouw van een garage. [gedaagden sub 1 t/m 3] heeft de werkzaamheden uitgevoerd voor een bedrag van € 41.899,00 (inclusief btw) op basis van de door hem opgestelde offerte d.d. 25 juli 2010.

Op 14 oktober 2010 heeft [gedaagden sub 1 t/m 3] het werk opgeleverd.

2.2.

Op 5 december 2010 heeft [eisende partij] bij [gedaagden sub 1 t/m 3] geklaagd over lekkages en vochtoverlast. Meer concreet bestonden de klachten van [eisende partij] uit schimmelvorming in de lichtstraat en rondom deuren en kozijnen, vochtplekken in het plafond van de aanbouw en in de garage, condensvorming op de ramen en in de lichtstraat en het loslaten van stucwerk rondom de verwarmingsbuizen.

2.3.

[gedaagden sub 1 t/m 3] heeft naar aanleiding van de klachten het dakleer vervangen van de aanbouw en de lichtstraat voor onderzoek tweemaal laten demonteren door de leverancier en vervolgens opnieuw afgekit. Daarnaast zijn er in de lichtstraat twee ventilatieroosters geplaatst. Deze onderzoeks/herstelwerkzaamheden hebben over een langere periode plaatsgevonden, waarbij het plaatsen van de ventilatieroosters als laatste in juli 2016 heeft plaatsgevonden.

2.4.

Bij brief van 12 september 2016 heeft [eisende partij] [gedaagden sub 1 t/m 3] aansprakelijk gesteld en hem gesommeerd de vochtproblemen vóór de winter van 2016 te verhelpen.

2.5.

Op 19 december 2016 heeft onderzoeksbureau EMN in opdracht van [eisende partij] onderzoek verricht naar het bestaan van gebreken en tekortkomingen aan de woning van [eisende partij] . [gedaagden sub 1 t/m 3] was bij dit onderzoek aanwezig.

Tijdens het onderzoek door EMN bleek dat [gedaagden sub 1 t/m 3] op 11 maart 2016 het bedrijf Polygon reeds onderzoek had laten doen aan de lichtstraat. Polygon vermeldt in haar (ongedateerde) rapport (waarin overigens als datum van het bezoek 11 april 2016 staat) onder meer het volgende:

Op de schade plek stucwerk zijn geen verhoogde vochtwaarden meetbaar.(…) Op het dak de loodslab opgetild en dan is al snel zichtbaar dat het hieronder erg nat is. Met slagregen slaat het regen water onder het lood wat voor lekkage zorgt. Schadebeperkende maatregelen: Het lood in de binnenmuur opzetten en hiermee zal het probleem verholpen zijn.

2.6.

[gedaagden sub 1 t/m 3] heeft [eisende partij] op enig moment aangeboden om onder de raamkozijnen op de eerste verdieping een loodindekking aan te brengen tot tegen het binnenspouwblad onder de voorwaarde dat [eisende partij] de kosten van nieuwe vensterbanktegels voor zijn rekening zou nemen. [eisende partij] heeft daar niet mee ingestemd.

2.7.

EMN heeft naar aanleiding van het rapport van Polygon het bedrijf Trition ingeschakeld voor aanvullend onderzoek, welk onderzoek op 22 maart 2017 heeft plaatsgevonden. Trition heeft haar bevindingen neergelegd in haar rapport van 4 april 2017.

2.8.

EMN concludeert op basis van de bevindingen van Trition en haar eigen onderzoek in haar onderzoeksrapport van 2 juni 2017 - kort samengevat - het volgende:

  • -

    de gebruikte lichtstraat is niet geschikt voor de onderhavige toepassing;

  • -

    voldoende ventilatiemogelijkheden ontbreken waardoor schimmelvorming optreedt;

  • -

    er is sprake van thermische problemen (koudebruggen);

  • -

    de vochtschade in de vloer en de gevel van de garage wordt veroorzaakt door doorslag van regenwater; de gevel is uitgevoerd in steens metselwerk, zonder onderbreking tussen de binnen- en buitenzijde waardoor er eenvoudig vocht door het poreuze metselwerk naar binnen dringt; onder de deuren van de garage bestaat de dorpelconstructie uit een rollaag die van buiten tot binnen doorloopt en waarlangs bij regenval vochttransport plaatsvindt.

EMN begroot de kosten van herstel van de gebreken op een bedrag van € 10.725,00, inclusief btw, met dien verstande dat in dit bedrag is begrepen een financiële tegemoetkoming voor de problemen met de garage, omdat de kosten die gepaard gaan met het herstel daarvan volgens EMN niet in verhouding zouden staan tot de problemen, aangezien het een garage betreft.

2.9.

Bij brieven van 10 juli 2017 en 27 oktober 2010 heeft [eisende partij] [gedaagden sub 1 t/m 3] gesommeerd over te gaan tot herstel conform de rapportage van EMN. [gedaagden sub 1 t/m 3] heeft daaraan geen gehoor gegeven waarna [eisende partij] zijn vordering tot herstel bij brief van 22 november 2017 heeft omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding als bedoeld in artikel 6:87 BW.

3 Het geschil

3.1.

Gelet op het bovenstaande vordert [eisende partij] primair betaling van [gedaagden sub 1 t/m 3] van in hoofdsom een bedrag van € 10.725,00, met nevenvorderingen als vermeld in de dagvaarding.

3.2.

[gedaagden sub 1 t/m 3] voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

[eisende partij] stelt – en onderbouwt dit met een aantal rapportages - dat er aan de door [gedaagden sub 1 t/m 3] aan het woonhuis van [eisende partij] verrichte werkzaamheden gebreken kleven. [eisende partij] heeft bij brief van 22 november 2017 aangegeven niet langer nakoming te vragen maar vervangende schadevergoeding. Deze schadevergoeding vordert hij in deze procedure en is begroot conform de opstelling van partijdeskundige EMN.

4.2.

Het verweer van [gedaagden sub 1 t/m 3] tegen de partijdeskundige rapportages zal de kantonrechter passeren behoudens hetgeen hierna uitdrukkelijk wordt overwogen. In het licht van de evenwichtige rapportages en de conclusies - die overigens deels ook door de door [gedaagden sub 1 t/m 3] ingeschakelde deskundige worden gedeeld - had het op de weg van [gedaagden sub 1 t/m 3] gelegen zijn betwisting nader te onderbouwen met – bijvoorbeeld - een eigen rapportage. Het nalaten daarvan brengt met zich dat het verweer op die punten onvoldoende gemotiveerd is.

Op onderdelen bieden de rapportages en stellingen van partijen - vooralsnog - onvoldoende basis voor toewijzing van de vordering (geheel of gedeeltelijk). Nu echter in voldoende mate is aangetoond dat er gebreken zijn en een daarmee samenhangende schadevergoedingsplicht bestaat, ziet de kantonrechter daarin aanleiding een deskundige te benoemen ten einde de nog bestaande vragen van de kantonrechter te beantwoorden. De kantonrechter zal hierna de verschillende in de vordering opgenomen gebreken en bijbehorende kostenposten bespreken.

Lichtstraat (totaal belang: € 5.225,00 van posten I t/m III)

4.3.

Als gesteld en in het licht van het bovenstaande onvoldoende gemotiveerd betwist staat tussen partijen vast dat er aan de aangebrachte lichtstraat gebreken kleven. De conclusie van EMN dat de lichtstraat (volledig) niet geschikt is voor toepassing in de onderhavige setting is door de deskundigen echter onvoldoende gemotiveerd. Dit klemt te meer, nu dit kennelijk de reden is dat er niet met herstelwerkzaamheden áán de lichtstraat kan worden volstaan maar dat in de vordering een bedrag ten behoeve van vervanging van de lichtstraat is opgenomen.

Vragen:

1. Welke gebreken kleven er aan de lichtstraat, op welke wijze dienen deze hersteld te worden en welke kosten zijn daarmee gemoeid? Daarbij dient rekening gehouden te worden met de opdracht die aan [gedaagden sub 1 t/m 3] is verstrekt en dient zoveel mogelijk een gelijkwaardig product nagestreefd te worden.

Ventilatie/schimmelvorming (belang: € 3.000,00 van posten IV en VI)

4.4.

EMN verwijst in de rapportage naar de conclusies van Trition waar het het ontbreken van voldoende ventilatiemogelijkheden betreft. Trition geeft aan dat er in de woning “voldoende” permanente ventilatievoorzieningen dienen te worden aangebracht. Op grond waarvan deze norm gesteld kan worden en hoe zich deze eis zich verhoudt tot de aanwezige mogelijkheid van ramen om op een kiepstand gezet te worden, is door geen van de deskundigen aangegeven. Voorts is op grond van de voorliggende rapportages onduidelijk in hoeverre de ervaren schimmelvorming te herleiden is tot de door [gedaagden sub 1 t/m 3] in 2010 of later uitgevoerde werkzaamheden.

Vragen:

2. Is de schimmelvorming (geheel of gedeeltelijk) herleidbaar tot de door [gedaagden sub 1 t/m 3] in 2010 of later uitgevoerde werkzaamheden? Zo ja, voor welk deel en op welke wijze zou dit ondervangen dienen te worden en welke kosten zijn daarmee gemoeid? Bij beantwoording dient de deskundige rekening te houden met de opdracht die aan [gedaagden sub 1 t/m 3] is verstrekt en dient zoveel mogelijk een gelijkwaardig product nagestreefd te worden. Voorts dient de deskundige indien hij objectieve normen hanteert deze inzichtelijk te maken.

Koudebruggen (belang € 1.500,00, post V)

4.5.

Uit de rapportages volgt dat er sprake is van koudebruggen en dat dit een gebrek oplevert. De stelling van [gedaagden sub 1 t/m 3] dat dit in veel huizen voorkomt maakt dit niet anders. De kantonrechter acht de in de vordering terzake opgenomen post van € 1.500,00 voldoende onderbouwd en ook overigens inhoudelijk niet betwist. Hierover zullen geen vragen aan de deskundige worden gesteld en dit deel van de vordering zal worden toegewezen.

Overige werkzaamheden aan de constructie (belang: € 1.000,00 (post VII en VIII)

4.6.

Gelet op de onderbouwing op dit punt in de rapportage en de verwijzing naar de gebruikseisen van de aanbouw en het stookgedrag acht de kantonrechter onvoldoende onderbouwd dat er een gebrek is in de door [gedaagden sub 1 t/m 3] uitgevoerde werkzaamheden die tot de werkzaamheden zouden dienen te leiden waaraan [gedaagden sub 1 t/m 3] voor € 1.000,00 zou moeten bijdragen. Hierover zullen geen vragen aan de deskundige worden gesteld en dit deel van de vordering zal worden afgewezen.

4.7.

De kantonrechter heeft bij de vraagstelling nadrukkelijk het vooralsnog geldende geldelijk belang van de post opgenomen. Partijen wordt aan de hand van het voorgaande alsnog in overweging gegeven in overleg te treden, over een financiële regeling dan wel afspraken te maken over onderdelen van de vordering. Een deskundigenopdracht op een onderdeel zal andere kosten en tijdsinvestering met zich brengen dan het beantwoorden van beide geformuleerde vragen.

4.8.

Gelet op het voorgaande zal de zaak naar de rol worden verwezen, alwaar partijen zich kunnen uitlaten over al dan niet voortprocederen en, in bevestigend geval, over de aan de deskundige te stellen vragen. In afwachting daarvan wordt iedere beslissing aangehouden.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

verwijst de zaak naar de rol van 25 april 2018, zodat beide partijen de gelegenheid hebben bij akte te reageren als onder punt 4.8. vermeld;

5.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M.J.F. Piëtte en in het openbaar uitgesproken.

type: EB/AP

coll: