Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:2865

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
27-03-2018
Datum publicatie
27-03-2018
Zaaknummer
03/866153-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor heling van gestolen voertuigen en voertuigonderdelen, alsmede diefstal van een autobus tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Toewijzing vorderingen benadeelde partijen, voor zover voldoende onderbouwd, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/866153-15

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 27 maart 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

wonende te [adresgegevens verdachte] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. A.A.Th.X. Vonken, advocaat, kantoorhoudende te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 13 maart 2018. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Feit 1: samen met een ander of anderen een vrachtauto, negen motorblokken, vijf personenauto’s, een bestelbus, twee aanhangwagens, kentekenplaten en onderhoudsboekjes heeft geheeld.

Feit 2: samen met een ander of anderen een autobus (omgebouwd tot camper), toebehorende aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] , heeft gestolen door middel van braak, verbreking en/of inklimming.

Feit 3: samen met een ander of anderen een Mercedes-Benz Vito, toebehorende aan [benadeelde 3] , heeft verduisterd.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, zoals vervat in haar schriftelijke requisitoir, zich op het standpunt gesteld dat het onder feit 1 tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen, behalve voor wat betreft het bestanddeel medeplegen. Hiervoor vraagt zij partiële vrijspraak. De officier van justitie heeft daarbij aangegeven dat ten aanzien van sub 2 tot en met 10 kan worden bewezen dat het gaat om een uit dat voertuig afkomstig motorblok. Ten aanzien van sub 11, 12, 14, 15 en 16 kan worden bewezen dat het gaat om een personenauto. Ten aanzien van sub 13 en sub 19 kan worden bewezen dat het gaat om een bestelbus. Ten aanzien van sub 17 en 18 kan worden bewezen dat het gaat om een aanhangwagen en ten aanzien van sub 20 kan de heling van het onderhoudsboekje worden bewezen en niet de kentekenplaten dan wel de auto.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder feit 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen, inclusief het medeplegen. De officier van justitie vraagt echter partiële vrijspraak voor het bestanddeel braak dan wel verbreking.

De officier van justitie heeft zich ten slotte op het standpunt gesteld dat het onder feit 3 tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit. Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsman aangevoerd dat de lezing van zijn cliënt moet worden gevolgd, namelijk dat hij de loods waarin de betreffende goederen zijn aangetroffen, heeft onderverhuurd.

Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman aangevoerd dat er onvoldoende bewijs is voor de betrokkenheid van zijn cliënt.

Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsman aangevoerd dat feitelijk het enige bewijs dat voorhanden is, de verklaring van Vos is en dat deze verklaring discutabel is.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 1

3.3.1

Vrijspraakoverwegingen ten aanzien van feit 3:

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 3 tenlastegelegde heeft begaan. Immers kan uit de stukken onvoldoende worden afgeleid dat de verdachte een aandeel in het plegen van de verduistering heeft gehad dat van voldoende gewicht is geweest om te spreken van een nauwe en bewuste samenwerking, zoals is vereist voor medeplegen. De rechtbank zal de verdachte dan ook vrijspreken van dit tenlastegelegde feit.

3.3.2.

Bewijsmiddelen en overwegingen ten aanzien van feit 1:

3.3.2.1. Aanleiding onderzoek. 2

Op 19 december 2012 werd onderzoek verricht naar een gestolen vrachtauto, merk MAN, voorzien van het Nederlandse kenteken [kenteken 1] . Deze vrachtauto was voorzien van een Track & Trace-systeem en was door de eigenaar via dit systeem getraceerd in Roermond, op de locatie [adres 1] . Nader onderzoek wees uit dat de vrachtauto vermoedelijk in een loods stond gelegen aan de [adres 2] te Roermond. Na onderzoek werd de vrachtauto daar aangetroffen in het achterste gedeelte van die loods waar een bedrijf gevestigd was onder de naam [familienaam] Autohandel. Het juiste adres van dit bedrijf was [adres 2] Roermond.

3.3.2.2. Bewijsmiddelen.

Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] hebben, zakelijk weergegeven, het volgende gerelateerd:

Op 19 december 2012 reden wij naar de [adres 1] te Roermond. Wij keken uit op een loods, gevestigd op de [adres 2] te Roermond. Wij spraken een medewerker aan. Wij hoorden deze medewerker zeggen dat het achterste gedeelte van [verdachte] was en dat deze [verdachte] van het kamp in [woonplaats 1] was. Deze [verdachte] had in deze loods een auto demontagebedrijf. Ons was ambtshalve bekend dat de verdachte [verdachte] alsmede zijn vader [medeverdachte] woonachtig zijn op het woonwagenkamp te [woonplaats 1] en dat ze beiden antecedenten hebben op het gebied van diefstal c.q. heling, c.q. het omkatten van personenauto’s en vrachtauto’s.

Ik, verbalisant [verbalisant 2] , nam telefonisch contact op met het telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Dit telefoonnummer stond op een spandoek dat vastzat op de toegangspoort van de loods. Ik hoorde een vrouwelijke stem de naam [naam 1] zeggen. Ik maakte aan [naam 1] duidelijk dat wij in de loods wilden kijken en als er geen sleutelhouder onze kant zou opkomen wij zelf de sloten zouden openen met behulp van een slotenmaker. Ik hoorde [naam 1] zeggen dat zij wel de vriend van [verdachte] zou bellen die dan met de sleutels zou komen.

Wij zagen dat er 2 personen onze kant op kwamen lopen. 1 van deze personen kenden wij ambtshalve als [medeverdachte] , roepnaam [medeverdachte] . Wij zagen dat [medeverdachte] een sleutelbos uit zijn jaszak haalde en dat het hem – na 3 à 4 sleutels te hebben geprobeerd – lukte, het kettingslot van de poort te openen. Wij vroegen aan [medeverdachte] van wie die loods was. Wij hoorden [medeverdachte] zeggen dat wij dat zelf maar uit moesten zoeken. Wij hoorden [medeverdachte] zeggen dat hij er geregeld kwam. Ook de persoon die bij [medeverdachte] was, [naam 2] , gaf aan vaker in de loods te zijn geweest. Het lukte [medeverdachte] om het cilinderslot van de poort te openen. Wij zagen op het terrein verschillende personenauto’s en bedrijfsauto’s staan, voornamelijk van het merk Mercedes-Benz. Ook zagen wij op het terrein een aantal aanhangwagens staan. We liepen naar de achterzijde van de loods waar zich de ingang van de loods bevond. Wij zagen dat [medeverdachte] de deur van de loods openmaakte met behulp van een sleutel. Toen [medeverdachte] de deur opende, zagen wij op ongeveer 2 meter afstand van de deur, de achterzijde van een vrachtwagen merk M.A.N.. Wij zagen aan de gezichten van [medeverdachte] en zijn vriend geen enkele gezichtsuitdrukking van verbazing. Wij keken vervolgens naar het kenteken dat op de vrachtwagen zat en zagen het Nederlandse kenteken [kenteken 1] .

De brigadier van politie Limburg-Noord, [verbalisant 3] afdeling forensische opsporing is ter plaatse gekomen en heeft een onderzoek ingesteld. Door [verbalisant 3] werd inbeslaggenomen in en buiten de loods op het terrein:

- 23 motorblokken

- 2 als ontvreemd gesignaleerd staande personenauto’s

- 2 als ontvreemd gesignaleerd staande aanhangwagens

- 5 zogenaamde omgekatte personenauto’s

- meerdere kentekenplaten en typeplaatjes van voertuigen

- 2 motorvoertuigenmanagementsystemen.3

Verbalisant [verbalisant 3] heeft het volgende gerelateerd:

Op 19 december 2012 werd mij gevraagd om de identiteit vast te stellen van verschillende voertuigen en voertuigonderdelen die waren aangetroffen in een loods gelegen aan de [adres 2] Roermond. Ter plaatse trof ik in de genoemde loods en op het terrein er omheen meerdere voertuigen en voertuigonderdelen aan. Bij controle van verschillende voertuigen in de geautomatiseerde systemen van de politiemeldkamer van de regio politie Limburg-Noord bleken deze als gestolen gesignaleerd te staan. Er is besloten om een zoeking te kunnen uitvoeren in de genoemde loods en terrein. In en om de loods zijn door mij meerdere motorblokken, motorvoertuigen, aanhangwagens, kentekenplaten en typeplaatjes aangewezen als mogelijk verdachte goederen.4

Er werden een grote hoeveelheid motorblokken, voertuigen, aanhangwagens en kentekenplaten voor verder onderzoek meegenomen. Deze voorwerpen werden veiliggesteld bij het bergingsbedrijf “ [naam bergingsbedrijf] ” te Roermond. Op 21 december 2012 werden aan mij de navolgende goederen aangeboden voor onderzoek. Gezien het feit dat het een groot aantal voorwerpen waren, werd ieder voorwerp afzonderlijk gelabeld en voorzien van een nummer.

De aangeboden motorblokken kregen de navolgende nummers: 01 t/m 24.

De aangeboden voertuigen kregen de navolgende nummers: 28 t/m 35.

De aangeboden aanhangwagens kregen de navolgende nummers: 25 t/m 27.

De aangeboden kentekenplaten kregen de navolgende nummers: 36 t/m 44, 46, 47, 50 en 51.5

Verbalisant [verbalisant 4] heeft het volgende gerelateerd:

Uit de huurovereenkomst blijkt dat de loods, gelegen aan de [adres 2] te Roermond, is verhuurd aan [verdachte] , met ingang van 1 maart 2012 voor de duur van 3 jaar, tot en met 28 februari 2015. Uit de kopie van het legitimatiebewijs blijkt dat verdachte [verdachte] , geboren op [geboortegegevens verdachte] , zich als huurder legitimeerde middels een op zijn naam afgegeven rijbewijs.6

Feit 1, sub 1:

[naam aangever] heeft mede namens [benadeelde 4] BV aangifte gedaan en heeft het volgende verklaard:

Op 18 december 2012 had ik mijn kiepwagen in Waalwijk geparkeerd. Omstreeks 19:50 uur had ik gezien dat alles nog intact was aan de wagen, daarna had ik de kiepwagen weer afgesloten. Op 19 december 2012 omstreeks 06:00 uur zag ik dat de kiepwagen was weggenomen. Ik had gelijk mijn baas gebeld en daarna de politie. Omstreeks 07:00 uur werd ik gebeld door mijn baas, [naam baas] , en hij vertelde me dat hij al wist waar de kiepwagen was, dit was in Roermond.

Hierbij werd weggenomen: vrachtauto, merk/type: Man 28 Dfa, kenteken: [kenteken 1] , Chassisnummer: [chassisnummer 1] , bouwjaar: 2000.7

Feit 1, sub 2:

Verbalisant [verbalisant 3] heeft het volgende gerelateerd:

Uit onderzoek is gebleken dat het onderzochte motorblok (volgnummer 02) met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid was gemonteerd in het motorrijtuig met VIN [chassisnummer 2] . Bij dit VIN was het Nederlandse kenteken [kenteken 2] afgegeven.

Dit kenteken was afgegeven voor een Mercedes-Benz 500 SE, rood van kleur. Dit motorrijtuig is op 29 november 2012 als gestolen gesignaleerd.8

[benadeelde 5] heeft mede namens [benadeelde 6] aangifte gedaan van diefstal van een personenauto, rode Mercedes 500 SE, voorzien van kenteken [kenteken 2] , gepleegd op 29 november 2012 tussen 05:00 uur en 08:00 uur te Geleen.

Chassisnummer [chassisnummer 2] .9

Feit 1, sub 3:

Verbalisant [verbalisant 3] heeft het volgende gerelateerd:

Uit onderzoek is gebleken dat het onderzochte motorblok (volgnummer 10) met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid was gemonteerd in het motorrijtuig met VIN [chassisnummer 3] . Bij dit VIN was het Nederlandse kenteken [kenteken 3] afgegeven.

Dit kenteken was afgegeven voor een Mercedes-Benz 260 E. Dit motorrijtuig is op 30 oktober 2012 als gestolen gesignaleerd.10

[benadeelde 7] heeft aangifte gedaan van diefstal van een personenauto, merk Mercedes, type 260 E, kenteken [kenteken 3] , gepleegd tussen 29 oktober 2012 te 08:00 uur en 30 oktober 2012 te 13:30 uur, te Gemert.

Chassisnummer [chassisnummer 3] .11

Feit 1, sub 4:

Verbalisant [verbalisant 3] heeft het volgende gerelateerd:

Uit onderzoek is gebleken dat het onderzochte motorblok (volgnummer 16) met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid was gemonteerd in het motorrijtuig met VIN [chassisnummer 4] . Bij dit VIN was het Nederlandse kenteken [kenteken 4] afgegeven.

Dit kenteken was afgegeven voor een Mercedes-Benz 190 D. Dit motorrijtuig is op 3 december 2012 als gestolen gesignaleerd.12

[benadeelde 8] heeft aangifte gedaan van diefstal van een personenauto, merk Mercedes-Benz met kenteken [kenteken 4] , gepleegd tussen 30 november 2012 te 22:00 uur en 1 december 2012 te 10:00 uur, te Helmond.

Chassisnummer [chassisnummer 4] .13

Feit 1, sub 5:

Verbalisant [verbalisant 3] heeft het volgende gerelateerd:

Uit onderzoek is gebleken dat het onderzochte motorblok (volgnummer 17) met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid was gemonteerd in het motorrijtuig met VIN [chassisnummer 5] . Bij dit VIN was het Nederlandse kenteken [kenteken 5] afgegeven.

Dit kenteken was afgegeven voor een Mercedes-Benz 190 D. Dit motorrijtuig is op 1 december 2012 als gestolen gesignaleerd.14

[benadeelde 9] heeft aangifte gedaan van diefstal van een personenauto, merk Mercedes 190 D, kenteken [kenteken 5] , chassisnummer [chassisnummer 5] , gepleegd tussen 30 november 2012 te 21:00 uur en 1 december 2012 te 07:30 uur, te Geleen.15

Feit 1, sub 6:

Verbalisant [verbalisant 3] heeft het volgende gerelateerd:

Uit onderzoek is gebleken dat het onderzochte motorblok (volgnummer 18) met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid was gemonteerd in het motorrijtuig met VIN [chassisnummer 6] . Bij dit VIN was het Nederlandse kenteken [kenteken 6] afgegeven.

Dit kenteken was afgegeven voor een Mercedes-Benz 190 D. Dit motorrijtuig is op 4 december 2012 als gestolen gesignaleerd.16

[benadeelde 10] heeft mede namens [benadeelde 11] aangifte gedaan van diefstal van een personenauto, oldtimer, Mercedes-Benz 190D met kenteken [kenteken 6] , gepleegd tussen 2 december 2012 te 19:00 uur en 3 december 2012 te 13:45 uur, te Nijmegen.

Chassisnummer [chassisnummer 6] .17

Feit 1, sub 7:

Verbalisant [verbalisant 3] heeft het volgende gerelateerd:

Uit onderzoek is gebleken dat het onderzochte motorblok (volgnummer 19) met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid was gemonteerd in het motorrijtuig met VIN [chassisnummer 7] . Bij dit VIN was het Belgische kenteken [kenteken 7] afgegeven.

Dit kenteken was afgegeven voor een Mercedes-Benz 190 D 2.5. Dit motorrijtuig is in België als gestolen gesignaleerd.18

[benadeelde 12] heeft aangifte gedaan van diefstal van een personenauto, Mercedes Benz 190, voorzien van Belgische kenteken [kenteken 7] , gepleegd op 2 december tussen 14:30 uur en 23:15 uur, te Roermond.

Chassisnummer [chassisnummer 7] .19

Feit 1, sub 8:

Verbalisant [verbalisant 3] heeft het volgende gerelateerd:

Uit onderzoek is gebleken dat het onderzochte motorblok (volgnummer 20) met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid was gemonteerd in het motorrijtuig met VIN [chassisnummer 8] . Bij dit VIN was het Nederlandse kenteken [kenteken 8] afgegeven.

Dit kenteken was afgegeven voor een Mercedes-Benz 190 D 2.5. Dit motorrijtuig is op 5 december 2012 als gestolen gesignaleerd.20

[benadeelde 13] heeft aangifte gedaan van diefstal van een personenauto, Mercedes 190d met kenteken [kenteken 8] , gepleegd tussen 4 december 2012 te 23:50 uur en 5 december 2012 te 13:10 uur, te Tilburg.

Chassisnummer [chassisnummer 8] .21

Feit 1, sub 9:

Verbalisant [verbalisant 3] heeft het volgende gerelateerd:

Uit onderzoek is gebleken dat het onderzochte motorblok (volgnummer 23) met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid was gemonteerd in het motorrijtuig met VIN [chassisnummer 9] . Bij dit VIN was het Nederlandse kenteken [kenteken 9] afgegeven.

Dit kenteken was afgegeven voor een Mercedes-Benz 190 D 2.5. Dit motorrijtuig is op 8 december 2012 als gestolen gesignaleerd.22

[benadeelde 14] heeft aangifte gedaan van diefstal van een personenauto, Mercedes 190 D, voorzien van kenteken [kenteken 9] , gepleegd tussen 7 december 2012 te 19:00 uur en 8 december 2012 te 00:15 uur, te Tilburg.

Chassisnummer [chassisnummer 9] .23

Feit 1, sub 10:

Verbalisant [verbalisant 3] heeft het volgende gerelateerd:

Uit onderzoek is gebleken dat het onderzochte motorblok (volgnummer 24) met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid was gemonteerd in het motorrijtuig met VIN [chassisnummer 10] . Bij dit VIN was het Nederlandse kenteken [kenteken 10] afgegeven.

Dit kenteken was afgegeven voor een Mercedes-Benz 190 D 2.5. Dit motorrijtuig is op 10 december 2012 als gestolen gesignaleerd.24

[benadeelde 15] heeft mede namens [benadeelde 16] aangifte gedaan van diefstal van een personenauto, Mercedes 190D, kenteken [kenteken 10] , gepleegd op 10 december 2012 tussen 01:30 uur en 11:30 uur te Arnhem.

Chassisnummer [chassisnummer 10] .25

Feit 1, sub 11:

Verbalisant [verbalisant 3] heeft het volgende gerelateerd:

Er werd een onderzoek ingesteld naar de identiteit van het motorrijtuig (volgnummer 28), Mercedes-Benz, VIN [chassisnummer 11] , geen kenteken.

Bij dit merk en type motorrijtuig is het VIN middels een inslag aangebracht op de rechter chassisbalk achter de vooras. Op deze plaats werd voornoemd VIN aangetroffen. Dit nummer was regelmatig ingeslagen. Het nummer kwam qua lay-out overeen met de wijze zoals het fabrieksmatig wordt aangebracht.

Bijzonderheden: de gegevens in het nummer en de lay-out van het nummer zijn conform de fabrieksgegevens zodoende behoort dit nummer bij het onderzochte motorrijtuig.

Conclusie: de juiste identiteit van de onderzochte motorrijtuig is met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid: [chassisnummer 11] . Het betreft een Mercedes-Benz, type 463 stationwagen kort en voorzien van het Nederlandse kenteken [kenteken 11] .

Het motorrijtuig is op 16 november 2012 in Nederland als gestolen gesignaleerd.26

[benadeelde 17] heeft aangifte gedaan van diefstal van een personenauto, stationwagen (type Jeep), van het merk Mercedes-Benz, voorzien van grijs kenteken [kenteken 11] , gepleegd tussen 15 december 2012 te 12:00 uur en 16 december 2012 te 13:00 uur te Deurne.

Chassisnummer [chassisnummer 11] .27

Feit 1, sub 12:

Verbalisant [verbalisant 3] heeft het volgende gerelateerd:

Er werd een onderzoek ingesteld naar de identiteit van het motorrijtuig (volgnummer 29), Mercedes-Benz, VIN [chassisnummer 12] , kenteken [kenteken 12] .

Bij dit merk en type motorrijtuig is het VIN middels een inslag aangebracht rechts tegen schutbord in motorruimte. Op deze plaats werd voornoemd VIN aangetroffen. Dit nummer was regelmatig ingeslagen. Het nummer kwam qua lay-out overeen met de wijze zoals het fabrieksmatig wordt aangebracht.

Conclusie: de juiste identiteit van de onderzochte motorrijtuig is met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid: [chassisnummer 12] . Het betreft een Mercedes-Benz, type 230 E, voorzien van het Duitse kenteken [kenteken 13] .

Het motorrijtuig is in Nederland als gestolen gesignaleerd.28

[benadeelde 18] heeft aangifte gedaan van diefstal van een personenauto, merk Mercedes, kenteken [kenteken 13] (D), gepleegd tussen 4 november 2012 te 22:30 uur en 5 november 2012 te 12:00 uur, te Maastricht.

Chassisnummer [chassisnummer 12] .29

Feit 1, sub 13:

Verbalisant [verbalisant 3] heeft het volgende gerelateerd:

Er werd een onderzoek ingesteld naar de identiteit van het motorrijtuig (volgnummer 30), Mercedes-Benz, type 408 D, geen VIN, controlenummer [controlenummer] , geen kenteken, kleur wit. Bij dit merk en type motorrijtuig is het VIN middels een inslag aangebracht tegen rechter deurdorpel. Op deze plaats werd geen nummer aangetroffen.

Bijzonderheden sporen:

Controlenummer: de gegevens in het nummer en de lay-out zijn conform de fabrieksgegevens zeer waarschijnlijk behoort dit nummer bij het onderzochte motorrijtuig.

Conclusie: de juiste identiteit van de onderzochte motorrijtuig is met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid: [chassisnummer 13] . Het betreft een Mercedes-Benz, type Sprinter 408 D, wit van kleur en voorzien van het Nederlandse kenteken [kenteken 14] .

Het motorrijtuig is op 23 november 2012 in Nederland als gestolen gesignaleerd.30

[benadeelde 19] heeft aangifte gedaan van diefstal van een bedrijfswagen, Mercedes [kenteken 15] , kleur wit en voorzien van kentekenplaat [kenteken 14] , tussen 22 november 2012 te 21:30 uur en 23 november 2012 te 04:45 uur, te Ubachsberg/Voerendaal.

Chassisnummer [chassisnummer 13] .31

Feit 1, sub 14:

Verbalisant [verbalisant 3] heeft het volgende gerelateerd:

Er werd een onderzoek ingesteld naar de identiteit van het motorrijtuig (volgnummer 31), Mercedes-Benz, type 500 SEL, VIN [chassisnummer 14] , kenteken [kenteken 16] . Bij dit merk en type motorrijtuig is het VIN middels een inslag tegen het schutbord onder de motorkap. Op deze plaats werd een nummer aangetroffen dat luidde: [chassisnummer 14] .

Bijzonderheden:

VIN: de gegevens in het nummer en de lay-out zijn conform de fabrieksgegevens echter het nummer behoort niet bij het onderzochte motorrijtuig.

Controlenummer: de gegevens in het nummer en de lay-out zijn conform de fabrieksgegevens zodoende behoort dit nummer bij het onderzochte motorrijtuig.

Typeplaatje: de gegevens op en de lay-out van het typeplaatje zijn conform de fabrieksgegevens echter het nummer behoort niet bij het onderzochte motorrijtuig.

Conclusie: de juiste identiteit van de onderzochte motorrijtuig is met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid: [chassisnummer 15] . Het betreft een Mercedes-Benz, type 500 SEL, blauw van kleur en voorzien van het Nederlandse kenteken [kenteken 17] .

Het motorrijtuig is op 3 november 2012 in Nederland als gestolen gesignaleerd.32

[benadeelde 20] heeft aangifte gedaan van diefstal van een personenauto, oldtimer Mercedes Benz, type SEL, gepleegd op 3 november 2012 tussen 00:15 uur en 12:15 uur, te Helmond.

Kenteken: [kenteken 17] .

Chassisnummer: [chassisnummer 15] .33

Feit 1, sub 15:

Verbalisant [verbalisant 3] heeft het volgende gerelateerd:

Er werd een onderzoek ingesteld naar de identiteit van het motorrijtuig (volgnummer 34), Mercedes-Benz, type 230 TE, VIN [chassisnummer 16] , kenteken [kenteken 18] .

Bij dit merk en type motorrijtuig is het VIN middels een inslag tegen het schutbord onder de motorkap. Op deze plaats werd een nummer aangetroffen dat luidde: [chassisnummer 16] .

Bijzonderheden:

VIN: de gegevens in het nummer en de lay-out zijn conform de fabrieksgegevens echter het nummer behoort niet bij het onderzochte motorrijtuig.

Controlenummer: de gegevens in het nummer en de lay-out zijn conform de fabrieksgegevens met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid behoort dit nummer bij het onderzochte motorrijtuig.

Typeplaatje: de gegevens op en de lay-out van het typeplaatje zijn conform de fabrieksgegevens echter het nummer behoort niet bij het onderzochte motorrijtuig.

Nederlandse kentekenplaten: De Nederlandse kentekenplaten zijn origineel en conform de lay-out van de Rijks Dienst Wegverkeer echter de Nederlandse kentekenplaten zijn niet voorzien van een certificeringsnummer.

Conclusie: de juiste identiteit van de onderzochte motorrijtuig is met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid: [chassisnummer 17] . Bij dit VIN is het Duitse kenteken afgegeven: [kenteken 19] . Het betreft een Mercedes-Benz, type 230 TE Combi.

Het motorrijtuig staat in Nederland als gestolen gesignaleerd.34

[benadeelde 21] heeft aangifte gedaan van diefstal van een personenauto, Mercedes. [benadeelde 21] heeft verklaard dat dit een Duitse auto betreft die nog in Nederland ingevoerd moet worden. De kentekenplaten zaten niet meer op dit voertuig. De auto stond op 13 september 2012 gestald op de oprit voor zijn woning te Stein. Op 14 september 2012 omstreeks 10:30 uur zag hij dat de auto weg was.

Hierbij werd weggenomen: een personenauto, Mercedes 230te, chassisnummer [chassisnummer 17] .35

Feit 1, sub 16:

Verbalisant [verbalisant 3] heeft het volgende gerelateerd:

Er werd een onderzoek ingesteld naar de identiteit van het motorrijtuig (volgnummer 35), Mercedes-Benz, type 300 D, VIN [chassisnummer 18] , kenteken [kenteken 20] .

Bij dit merk en type motorrijtuig is het VIN middels een inslag tegen het schutbord onder de motorkap. Op deze plaats werd een nummer aangetroffen dat luidde: [chassisnummer 18] .

Bijzonderheden:

VIN: de gegevens in het nummer en de lay-out zijn conform de fabrieksgegevens echter het nummer behoort niet bij het onderzochte motorrijtuig.

Controlenummer: de gegevens in het nummer en de lay-out zijn conform de fabrieksgegevens zodoende behoort dit nummer bij het onderzochte motorrijtuig.

Typeplaatje: de gegevens op en de lay-out van het typeplaatje zijn conform de fabrieksgegevens echter het nummer behoort niet bij het onderzochte motorrijtuig.

Nederlandse kentekenplaten: De Nederlandse kentekenplaten zijn origineel en conform de lay-out van de Rijks Dienst Wegverkeer.

Conclusie: de juiste identiteit van de onderzochte motorrijtuig is met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid: [chassisnummer 19] . Het betreft een Mercedes-Benz, type 300 TD 4 matic en voorzien van het Nederlandse kenteken [kenteken 21] .

Het motorrijtuig staat sedert 9 april 2012 als gestolen gesignaleerd.36

[benadeelde 22] heeft aangifte gedaan van diefstal van een personenauto, merk Mercedes, type 300 D 4-matic, voorzien van kenteken [kenteken 21] , gepleegd tussen 8 april 2012 te 23:00 uur en 9 april 2012 te 12:30 uur, te Swalmen.

Chassisnummer: [chassisnummer 19] .37

Feit 1, sub 17:

Verbalisant [verbalisant 3] heeft het volgende gerelateerd:

Er werd een onderzoek ingesteld naar de identiteit van een 2-assige aanhangwagen (volgnummer 25), merk Hapert, type AL 2000-04, VIN [chassisnummer 20] .

Bij dit merk en type aanhangwagen is het VIN middels een inslag aangebracht rechts tegen voorste dwarsbalk. Op deze plaats werd een nummer aangetroffen dat luidde: [chassisnummer 20] .

Bijzonderheden:

VIN: de gegevens in het nummer en de lay-out zijn conform de fabrieksgegevens. Met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid behoort het nummer bij de onderzochte aanhangwagen.

Typeplaatje: de gegevens op en de lay-out van het typeplaatje zijn conform de fabrieksgegevens. Met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid behoort het nummer bij de onderzochte aanhangwagen.

Conclusie: de juiste identiteit van de onderzochte motorrijtuig is met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid: [chassisnummer 20] . Bij dit VIN is het Nederlandse kenteken afgegeven: [kenteken 22] . Het betreft een Hapert aanhangwagen.

De aanhangwagen is in Nederland als gestolen gesignaleerd.38

[benadeelde 23] heeft aangifte gedaan van diefstal van een aanhangwagen, Nederlands kenteken [kenteken 22] , 2-assig, chassisnummer [chassisnummer 20] , gepleegd tussen 25 oktober 2012 te 14:00 uur en 26 oktober 2012 te 17:15 uur, te Weert.39

Feit 1, sub 18:

Verbalisant [verbalisant 3] heeft het volgende gerelateerd:

Er werd een onderzoek ingesteld naar de identiteit van een 2-assige aanhangwagen (volgnummer 26), merk Heiny, type Kiep, VIN [chassisnummer 21] , kenteken [kenteken 23] . Bij dit merk en type aanhangwagen is het VIN middels een inslag aangebracht rechts tegen voorste dwarsbalk. Op deze plaats werd een nummer aangetroffen dat luidde: [chassisnummer 21] .

Bijzonderheden:

VIN: de gegevens in het nummer en de lay-out zijn conform de fabrieksgegevens. Met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid behoort het nummer bij de onderzochte aanhangwagen.

Typeplaatje: de gegevens op en de lay-out van het typeplaatje zijn conform de fabrieksgegevens. Met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid behoort het nummer bij de onderzochte aanhangwagen.

Kentekenplaatje: Originele Duitse kentekenplaat en behoort tot de onderzochte aanhangwagen.

Conclusie: de juiste identiteit van de onderzochte motorrijtuig is met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid: [chassisnummer 21] . Bij dit VIN is het Duitse kenteken afgegeven: [kenteken 23] . Het betreft een Heiny aanhangwagen.

De aanhangwagen is in Duitsland als gestolen gesignaleerd.40

Uit de stukken die zijn verkregen na een rechtshulpverzoek aan Duitsland, blijkt dat de heer [benadeelde 24] bij de politie in Nettetal (Bondsrepubliek Duitsland) heeft gemeld dat zijn aanhanger op 16 oktober 2012 omstreeks 04:00 uur is weggenomen.41

Feit 1, sub 19 en sub 20:

Verbalisant [verbalisant 3] heeft het volgende gerelateerd:

Er werd een onderzoek ingesteld naar de kentekenplaten [kenteken 24] (volgnummer 38) en een onderhoudsboekje horende bij kenteken [kenteken 25] (volgnummer 51).

Uit onderzoek is gebleken dat de onderzochte kentekenplaten, [kenteken 24] , met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid waren gemonteerd op het motorrijtuig met het navolgende VIN: [chassisnummer 22] , afgegeven voor een Renault, type Traffic. Dit kenteken staat sedert 20 augustus 2012 als gestolen gesignaleerd.

Uit onderzoek is gebleken dat de onderzochte onderhoudsboekjes, met daarin het navolgende VIN: [chassisnummer 23] , dat met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid behoort tot het motorrijtuig met het navolgende Nederlandse kenteken: [kenteken 25] . Dit VIN was afgegeven voor een Mercedes-Benz, type 200 D. Dit kenteken staat sedert 18 september 2012 als gestolen gesignaleerd.42

[benadeelde 25] heeft aangifte gedaan van diefstal van een bedrijfsauto, merk Renault, type Traffic en voorzien van het Nederlandse kenteken [kenteken 24] , gepleegd op 20 augustus 2012 tussen 09:00 uur en 14:30 uur, te Kelpen-Oler.

Chassisnummer: [chassisnummer 22] .43

[benadeelde 26] heeft aangifte gedaan van diefstal van een personenauto, merk Mercedes-Benz, type 200, voorzien van het kenteken [kenteken 25] , op 18 september 2012 tussen 21:00 uur en 22:00 uur, te Helmond.

Chassisnummer: [chassisnummer 23] .44

3.3.2.2. Overwegingen

De rechtbank hecht geen waarde aan de verklaring van de verdachte dat hij niets te maken heeft met de aangetroffen vrachtauto, motorblokken, personenauto’s, bestelbus, aanhangwagens, kentekenplaten en onderhoudsboekje(s) en dat hij de loods heeft onderverhuurd. Voor die stelling ontbreken (betrouwbare) aanknopingspunten.

Uit de huurovereenkomst die de verdachte had met de verhuurder [naam verhuurder] blijkt dat de loods is verhuurd aan Autohandel [verdachte] . [medeverdachte] en [naam 2] hebben aan de politie die ter plekke was, verklaard dat zij geregeld of vaker in de loods kwamen. Ook het telefoonnummer dat stond op een spandoek dat vastzat op de toegangspoort van de loods, voert naar de verdachte. Dit telefoonnummer is ook genoteerd op de door verdachte met [naam verhuurder] gesloten huurovereenkomst.

De verdachte heeft in eerste instantie niet verklaard aan wie hij de loods had onderverhuurd. Pas in aanloop naar de regiezitting in 2017 is door de verdediging een stuk overgelegd waaruit zou moeten blijken dat de loods was onderverhuurd aan ene heer [naam 3] . Deze onderhuur zou zijn ingegaan op 2 januari 2012. Tijdens de inhoudelijk behandeling is de verdachte geconfronteerd met het gegeven dat zijn huurovereenkomst met [naam verhuurder] pas is ingegaan op 1 maart 2012, aldus na ingang van de onderhuur. De verdachte heeft hier geen geloofwaardige verklaring voor gegeven. Het kopie van het overgelegde identiteitsbewijs van [naam 3] is onleesbaar en [naam 3] is niet traceerbaar.

De door medeverdachte [medeverdachte] ter zake bij de rechter-commissaris afgelegde verklaring acht de rechtbank, in het licht van de door de politie gedane bevindingen bij de loods op 19 december 2012 en de getuigenverklaring van hoofdagent [verbalisant 1] , ongeloofwaardig. Ook de verklaring [getuige 1] acht de rechtbank onvoldoende specifiek en onafhankelijk om daaraan in het licht van de overige bevindingen geloof te hechten.

Uit het dossier blijkt bijvoorbeeld ook dat op het bedrijfsterrein een motorblok is aangetroffen afkomstig uit een auto die sinds 12 november 2012 op naam van [naam 4] stond45 en kentekenplaten van een tweetal auto’s die sinds 28 juni 2012 op naam van [naam 4] stonden.46 [naam 4] heeft verklaard dat hij op verzoek van de verdachte auto’s op zijn naam heeft gezet. Met de auto’s zou niet worden gereden. Ze waren voor de handel.47

De rechtbank houdt de verdachte, bij gebreke van een geloofwaardige alternatieve verklaring, verantwoordelijk voor de aanwezigheid van de gestolen voorwerpen in zijn bedrijf.

De rechtbank stelt vast dat de aangetroffen voorwerpen grotendeels binnen een tijdsbestek van ruim twee maanden voor het daadwerkelijk aantreffen van de goederen in de loods, zijn gestolen. Het betreft een grote hoeveelheid gestolen goederen aangetroffen in een loods, die gehuurd werd door verdachte, die daarin en onder zijn eigen naam een bedrijf exploiteerde. Onder de aangetroffen goederen bevonden zich omgekatte auto’s en goederen op naam van een zogenaamde katvanger ( [naam 4] ). Deze omstandigheden rechtvaardigen, nu niet gebleken is dat de verdachte rechtmatig over de goederen beschikte, de conclusie dat de verdachte bij het voorhanden krijgen van de goederen heeft geweten dat de goederen van diefstal afkomstig waren. De rechtbank acht dan ook de onder feit 1 tenlastegelegde opzetheling wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat sprake is geweest van medeplegen. De verdachte zal daarom van dit onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

Verder is niet gebleken dat de kentekenplaten van het voertuig met kenteken [kenteken 25] onder sub 20 zijn aangetroffen in de loods. Daarom zal de verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

3.3.3.

Bewijsmiddelen en overwegingen ten aanzien van feit 2:

3.3.3.1. Bewijsmiddelen

[benadeelde 1] heeft mede namens [benadeelde 2] aangifte gedaan. Hij heeft, zakelijk weergegeven, het volgende verklaard:

Ik doe aangifte van diefstal van mijn bedrijfsauto. Op 3 mei 2013 omstreeks 23:00 uur heb ik mijn auto, voorzien van het kenteken [kenteken 26] nog zien staan op de parkeerplaats achter de flat waar ik woon, [adres 3] te [woonplaats 2] . Mijn auto is omgebouwd tot camper. Mijn zoon zag omstreeks 23:35 uur mijn auto wegrijden.48

Ik had met meerdere vrienden de camper gekocht, ongeveer anderhalf jaar geleden. De camper staat nu op naam van [benadeelde 2] . De ramen aan binnen en buitenzijde van de camper zijn nooit gewassen. Ik, mijn vriendin en [benadeelde 2] zijn de enigen die gebruik maken van de camper. De kans dat er vingerafdrukken van ons in de bus worden aangetroffen is erg groot. Een persoon genaamd [verdachte] ken ik niet.49

Benadeelde [benadeelde 2] heeft het volgende verklaard:

De camper voorzien van het kenteken [kenteken 26] is van mij en van [benadeelde 1] . Ik ken niemand die [verdachte] heet. Ik maak soms de voorruit schoon. Ik weet niet of recent voor de diefstal de ramen zijn schoongemaakt.50

Uit forensisch onderzoek51 dat is verricht aan het motorvoertuig, Mercedes-Benz, type LF 408, 4-deurs bestelauto/camper, kenteken [kenteken 26] , blijkt dat er een rechterhandpalmafdruk is aangetroffen aan de buitenzijde van het schuifraam aan de bestuurderszijde (SIN AAFW1956NL). Dit spoor komt overeen met een afdruk op het vingerafdrukkenblad van de verdachte.52 Tevens is een afdruk van een linkerwijsvinger aangetroffen op de binnenzijde van het schuifraam aan de rechterkant van het motorvoertuig (SIN AAFW1955NL). Ook dit spoor komt overeen met een afdruk op het vingerafdrukkenblad van de verdachte.53

Verder is er onderzoek verricht naar de mastgegevens. Uit de bevindingen die werden gedaan tijdens dit onderzoek blijkt dat de gsm [telefoonnummer 2] , op naam gesteld van [verdachte] , [adresgegevens verdachte] , op 3 mei 2013 tussen 22:54 uur en 23:38 uur een mast aanstraalt nabij van de plaats waar de auto wordt weggenomen.54

[benadeelde 3] heeft verklaard dat hij [verdachte] heeft gebeld op het telefoonnummer [telefoonnummer 2] en dat er direct werd opgenomen door [verdachte] .55

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat [verdachte] zich persoonlijk heeft voorgesteld en zijn gsm nummer [telefoonnummer 2] heeft kenbaar gemaakt.56

Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat op 7 juni 2013 vier personen aan de haven kwamen en dat een van de vier mannen vroeg of ze konden traileren. De man die dit vroeg had donker haar, [getuige 3] schat 35 jaar. Ze hebben een trailerkaart voor drie maanden gekocht. Ze hebben zich kenbaar gemaakt als [verdachte] .57 Op deze trailerkaart, die als bijlage bij het getuigenverhoor is gevoegd, staat het telefoonnummer [telefoonnummer 2] .58

De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij een prepaid mobiele telefoon heeft en dat hij deze telefoon nooit echt heeft uitgeleend.59

3.3.3.2. Overwegingen

De rechtbank overweegt dat een aannemelijke alternatieve verklaring voor de aanwezigheid van de rechterhandpalmafdruk en de linkerwijsvingerafdruk door de verdediging niet is gegeven, noch anderszins aannemelijk is geworden. De verdachte is pas tijdens de inhoudelijke behandeling gekomen met de verklaring dat hij wel eens aan een bus heeft gewerkt in verband met onderhoud en dat dit zou moeten verklaren waarom zijn vingerafdrukken op de schuiframen van de autobus zijn terechtgekomen. De rechtbank acht deze verklaring onaannemelijk.

Evenmin heeft de verdachte een aannemelijke alternatieve verklaring gegeven voor het aanstralen van de gsm met telefoonnummer [telefoonnummer 2] aan een mast nabij de plaats waar de auto is weggenomen en rondom het tijdstip van de diefstal. Uit genoemde getuigenverklaringen blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat dit telefoonnummer in gebruik is geweest bij de verdachte.

Op grond van de aangehaalde bewijsmiddelen acht de rechtbank dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde diefstal van de autobus.

De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat sprake is geweest van medeplegen. De verdachte zal daarom van dit onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

Verder is niet gebleken dat sprake is geweest van braak, verbreking en/of inklimming, om welke reden de verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging zal worden vrijgesproken.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

feit 1.

in de periode van 8 april 2012 tot en met 19 december 2012, in Roermond na te melden goederen heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl verdachte telkens ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die genoemde goederen wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof:

1. in de periode van 18 december 2012 tot en met 19 december 2012 een vrachtauto (merk MAN, type 28 Dfa, kenteken [kenteken 1] ) (toebehorende aan [benadeelde 4] . BV) en

2. in de periode van 29 november 2012 tot en met 19 december 2012 een uit een personenauto (merk Mercedes-Benz, type 500 SE, kenteken [kenteken 2] ) afkomstig motorblok (toebehorende aan [benadeelde 6] ) en

3. in de periode van 29 oktober 2012 tot en met 19 december 2012 een uit een personenauto (merk Mercedes-Benz, typ 260 E, kenteken [kenteken 3] ) afkomstig motorblok (toebehorende aan [benadeelde 7] ) en

4. in de periode van 30 november 2012 tot en met 19 december 2012 een uit een personenauto (merk Mercedes-Benz, type 190 D, kenteken [kenteken 4] ) afkomstig motorblok (toebehorende aan [benadeelde 8] ) en

5. in de periode van 30 november 2012 tot en met 19 december 2012 een uit een personenauto (merk Mercedes-Benz, type 190 D, kenteken [kenteken 5] ), afkomstig motorblok (toebehorende aan [benadeelde 9] ) en

6. in de periode van 2 december 2012 tot en met 19 december 2012 een uit een personenauto (merk Mercedes-Benz, type 190 D, kenteken [kenteken 6] ) afkomstig motorblok (toebehorende aan [benadeelde 11] ) en

7. in de periode van 2 december 2012 tot en met 19 december 2012 een uit een personenauto (merk Mercedes-Benz, type 190 D, kenteken [kenteken 7] ) afkomstig motorblok (toebehorende aan [benadeelde 12] ) en

8. in de periode van 4 december 2012 tot en met 19 december 2012 een uit een personenauto (merk Mercedes-Benz, type 190 D, kenteken [kenteken 8] ) afkomstig motorblok (toebehorende aan [benadeelde 13] ) en

9. in de periode van 7 december 2012 tot en met 19 december 2012 een uit een personenauto (merk Mercedes-Benz, type 190 D, kenteken [kenteken 9] ) afkomstig motorblok (toebehorende aan [benadeelde 14] ) en

10. in de periode van 10 december 2012 tot en met 19 december 2012 een uit een personenauto (merk Mercedes-Benz, type 190 D, kenteken [kenteken 10] ) afkomstig motorblok (toebehorende aan [benadeelde 16] ) en

11. in de periode van 15 november 2012 tot en met 19 december 2012 een personenauto (merk Mercedes-Benz, type Jeep, kenteken [kenteken 11] ) (toebehorende aan [benadeelde 17] ) en

12. in de periode van 4 november 2012 tot en met 19 december 2012 een personenauto (merk Mercedes-Benz, type 230 E, kenteken [kenteken 13] ) (toebehorende aan [benadeelde 18] ) en

13. in de periode van 22 november 2012 tot en met 19 december 2012 een bestelbus (merk Mercedes-Benz, type Sprinter 408 D, kenteken [kenteken 14] ) (toebehorende aan [benadeelde 19] ) en

14. in de periode van 3 november 2012 tot en met 19 december 2012 een personenauto (merk Mercedes-Benz, type 500 SEL, kenteken [kenteken 17] ) (toebehorende aan Dhr. [benadeelde 20] ) en

15. in de periode van 13 september 2012 tot en met 19 december 2012 een personenauto (merk Mercedes-Benz, type 230 TE, kenteken [kenteken 19] ) (toebehorende aan [benadeelde 21] ) en

16. in de periode van 8 april 2012 tot en met 19 december 2012 een personenauto (merk Mercedes-Benz, type 300 D, kenteken [kenteken 21] ) (toebehorende aan [benadeelde 22] ) en

17. in de periode van 25 oktober 2012 tot en met 19 december 2012 een aanhangwagen (merk Hapert, type AL 2000-04, kenteken [kenteken 22] ) (toebehorende aan [benadeelde 23] ) en

18. in de periode van 16 oktober 2012 tot en met 19 december 2012 een aanhangwagen (merk Heiny, type Hercules 1, kenteken [kenteken 23] ) (toebehorende aan [benadeelde 24] ) en

19. in de periode van 20 augustus 2012 tot en met 19 december 2012 bij een bestelbus (merk Renault, type Traffic, kenteken [kenteken 24] ) behorende kentekenplaten, (toebehorende aan [benadeelde 25] ) en

20. in de periode van 18 september 2012 tot en met 19 december 2012 een bij een personenauto (merk Mercedes-Benz, type 200 D, kenteken [kenteken 25] ) behorend onderhoudsboekje (toebehorende aan [benadeelde 26] );

feit 2.

op of omstreeks 03 mei 2013 in de gemeente Tilburg, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een autobus (omgebouwd tot camper) (merk Mercedes-Benz, type Lf 408 G, kenteken [kenteken 26] ), toebehorende aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] .

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Ten aanzien van feit 1:

Opzetheling, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 2:

Diefstal.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf en/of de maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden. De officier van justitie heeft bij de hoogte van de gevorderde straf rekening gehouden met een overschrijding van de redelijke termijn van 36 maanden.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich subsidiair op het standpunt gesteld dat zijn cliënt, gelet op het tijdsverloop en de persoonlijke omstandigheden, niet meer terug naar de gevangenis zou moeten. De raadsman heeft verzocht om in plaats van zes maanden gevangenisstraf een taakstraf op te leggen en heeft in dat verband nog in het bijzonder gewezen op de mogelijkheid dat de maximale duur van de taakstraf van 240 uur kan worden overschreden nu in theorie per feit een maximale taakstraf van 240 uur kan worden opgelegd.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opzetheling en aan diefstal van een autobus. In de loods aan de [adres 2] te Roermond zijn niet alleen talloze onderdelen van gestolen voertuigen gevonden, maar ook diverse omgekatte voertuigen. Uit het dossier komt het beeld op van een verdachte die zich beroepsmatig op grote schaal bezighoudt met het omkatten van gestolen voertuigen. De financiële en maatschappelijke schade die hij met het plegen van deze feiten heeft aangericht, is enorm. De verdachte heeft slechts oog gehad voor zijn financieel gewin en heeft zich op geen enkel moment bekommerd om het financiële nadeel dat hij door zijn handelen anderen berokkent. Verdachte heeft ook thans geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen. Hij heeft zelfs getuigen laten horen in een poging zijn verantwoordelijkheid te ontlopen. De rechtbank houdt hier ten nadele van de verdachte rekening mee.

Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 13 februari 2018 is de verdachte reeds meermalen door de strafrechter voor soortgelijke feiten veroordeeld, zowel in Nederland als in Duitsland. Eerdere veroordelingen hebben de verdachte er niet van weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft de rechtbank ook gelet op het reclasseringsadvies d.d. 2 maart 2018 en op hetgeen ter terechtzitting omtrent de persoonlijke omstandigheden van de verdachte naar voren is gebracht.

De rechtbank is van oordeel dat met het oog op een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of lagere straf dan de hierna vermelde vrijheidsstraf. De opgelegde straf is hoger dan de eis van de officier van justitie, omdat de rechtbank van oordeel is dat in die eis de ernst van de feiten onvoldoende tot uitdrukking komt. De rechtbank heeft ter bepaling van de hoogte van de straf gekeken naar de oriëntatiepunten voor straftoemeting die ontwikkeld zijn door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) met betrekking tot diefstal van voertuigen. Gezien de grote schaal waarop de verdachte auto’s en auto-onderdelen heeft geheeld en de recidive van de verdachte acht de rechtbank in beginsel voor de heling van de vrachtwagen een straf van 3 maanden, per motorblok 1 maand en per auto 2 maanden gevangenisstraf gerechtvaardigd. Gelet op het tijdsverloop is echter een strafvermindering op zijn plaats.

De rechtbank ziet bovendien in dit geval de waarde van de oplegging van een deels voorwaardelijke straf, namelijk het voorkomen van het plegen van nieuwe strafbare feiten.

Alles overwegende zal de rechtbank aan de verdachte opleggen: een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twintig maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

7 De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregelen

7.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard, nu hun schade niet in rechtstreeks verband staat met de ten laste gelegde opzetheling.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen moeten worden afgewezen, gelet op de verzochte vrijspraak van het tenlastegelegde en omdat er geen sprake is van rechtstreeks geleden schade.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 6] heeft de verdediging verder aangevoerd dat de vordering onvoldoende is onderbouwd.

Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partij [benadeelde 20] en de benadeelde partij [benadeelde 23] heeft de verdediging verder aangevoerd dat een groot gedeelte van de schade niet is te herleiden tot het tenlastegelegde maar tot de opslag. Het vormt een onevenredige belasting van het strafgeding om dit uit te zoeken.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 23] heeft de verdediging verder aangevoerd dat de gevorderde schade die betrekking heeft op de overige weggenomen spullen uit de schuur, niet voor toewijzing vatbaar is.

7.3

De beoordeling door de rechtbank

Op grond van het ten aanzien van de verdachte bewezenverklaarde feit, concludeert de rechtbank dat de verdachte zich op grote schaal schuldig heeft gemaakt aan opzetheling van voertuigen en voertuigonderdelen. De strafbaarstelling van heling strekt mede tot bescherming van de belangen van de rechthebbenden op de gestolen voorwerpen. De concrete omstandigheden van het geval zijn bepalend voor de beantwoording van de vraag of voldoende verband bestaat tussen de helingshandeling en de door de rechthebbende op het geheelde goed geleden schade om te kunnen aannemen dat deze door de helingshandeling rechtstreeks schade hebben geleden. Door zich op grote schaal en bedrijfsmatig schuldig te maken aan de bewezenverklaarde opzetheling van gestolen voertuigen en voertuigonderdelen, heeft de verdachte naar het oordeel van de rechtbank de diefstal van die voertuigen en de voertuigen waarin de gestolen onderdelen hebben gezeten in de hand gewerkt. Daarbij is van belang dat de voertuigen in een kort tijdsbestek voor het aantreffen van de voertuigen of onderdelen , zijn gestolen. Ook is van belang dat de onderdelen en de auto’s allen van het merk Mercedes waren. Aangenomen kan worden dat bekend was dat verdachte (onderdelen uit) gestolen Mercedessen aannam. Om die reden is de rechtbank van oordeel dat de schade van de benadeelde partijen ten gevolge van het verlies door diefstal van hun voertuigen voldoende rechtstreeks verband houdt met de door de verdachte ten aanzien van die voertuigen gepleegde strafbare feiten. De benadeelde partijen zijn dan ook ontvankelijk in hun vorderingen, voor zover deze vorderingen voldoende zijn onderbouwd. Ten aanzien van de aangetroffen vrachtauto overweegt de rechtbank dat die zo kort na de diefstal in de door de verdachte gehuurde loods is aangetroffen dat op deze grond reeds voldoende verband bestaat tussen eventuele schade en de helingshandeling (benadeelde partij [benadeelde 4] B.V.).

7.3.1.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4] B.V.

De benadeelde partij [benadeelde 4] B.V. heeft een vordering ingediend met betrekking tot de geleden materiële schade als gevolg van het onder feit 1 tenlastegelegde. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 500,00. Het betreft het eigen risico dat ten laste van [benadeelde 4] B.V. is gebleven. De overige schade is door de verzekering betaald.

De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde schade volledig voor toewijzing vatbaar is.

De rechtbank zal de schade vaststellen op een bedrag van € 500,00.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor deze schade. De rechtbank zal verdachte daarom veroordelen tot betaling van dat bedrag.

De rechtbank zal tevens aan verdachte de verplichting opleggen aan de staat een bedrag van € 500,00, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van

10 dagen, te betalen ten behoeve van [benadeelde 4] B.V., zoals hierna in het dictum genoemd.

De rechtbank zal over de vordering van de benadeelde partij, overeenkomstig het hiervoor overwogene, beslissen zoals hierna is vermeld, alsmede over de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt, thans begroot op nihil.

7.3.2.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 6]

De benadeelde partij [benadeelde 6] heeft een vordering ingediend met betrekking tot de geleden materiële schade als gevolg van het onder feit 1 tenlastegelegde. De benadeelde partij vordert een bedrag van in totaal € 3.200,00.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering onvoldoende is onderbouwd en zal de benadeelde partij om die reden niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de benadeelde partij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Aangezien de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering zal worden verklaard, zal de verdachte niet worden veroordeeld in de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt. Niet gebleken is dat verdachte (extra) kosten heeft gemaakt ten aanzien van de civiele vordering. De rechtbank stelt deze kosten vast op nihil.

7.3.3.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 13]

De benadeelde partij [benadeelde 13] heeft een vordering ingediend met betrekking tot de geleden materiële schade als gevolg van het onder feit 1 tenlastegelegde. De benadeelde partij vordert een bedrag van in totaal € 3.050,00. Daarnaast heeft de benadeelde partij verzocht het bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering onvoldoende is onderbouwd en zal de benadeelde partij om die reden niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de benadeelde partij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Aangezien de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering zal worden verklaard, zal de verdachte niet worden veroordeeld in de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt. Niet gebleken is dat verdachte (extra) kosten heeft gemaakt ten aanzien van de civiele vordering. De rechtbank stelt deze kosten vast op nihil.

7.3.4.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 14]

De benadeelde partij [benadeelde 14] heeft een vordering ingediend met betrekking tot de geleden materiële schade als gevolg van het onder feit 1 tenlastegelegde. De benadeelde partij vordert een bedrag van in totaal € 4.100,00.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering onvoldoende is onderbouwd en zal de benadeelde partij om die reden niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de benadeelde partij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Aangezien de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering zal worden verklaard, zal de verdachte niet worden veroordeeld in de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt. Niet gebleken is dat verdachte (extra) kosten heeft gemaakt ten aanzien van de civiele vordering. De rechtbank stelt deze kosten vast op nihil.

7.3.5.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 19]

De benadeelde partij [benadeelde 19] heeft een vordering ingediend met betrekking tot de geleden materiële schade als gevolg van het onder feit 1 tenlastegelegde. De benadeelde partij vordert een bedrag van in totaal € 4.500,00, zijnde de dagwaarde van de bestelauto. Daarnaast heeft de benadeelde partij verzocht het bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag.

De rechtbank leidt uit de stukken af dat het voertuig op 19 december 2012 is aangetroffen en uiteindelijk aan benadeelde is teruggegeven. De vordering is gelet op haar bewoordingen kennelijk opgesteld op een moment dat de auto nog niet aan benadeelde was geretourneerd. Of er nog restschade is, en zo ja, hoe groot deze schade is, kan bij gebreke van een nadere onderbouwing door de benadeelde partij niet worden vastgesteld. De rechtbank is om die reden van oordeel dat de behandeling van de vordering van de benadeelde partij een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering verklaren en bepalen dat de benadeelde partij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Aangezien de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering zal worden verklaard, zal de verdachte niet worden veroordeeld in de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt. Niet gebleken is dat verdachte (extra) kosten heeft gemaakt ten aanzien van de civiele vordering. De rechtbank stelt deze kosten vast op nihil.

7.3.6.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 20]

De benadeelde partij [benadeelde 20] heeft een vordering ingediend met betrekking tot de geleden materiële schade als gevolg van het onder feit 1 tenlastegelegde. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 6.893,39. Daarnaast heeft de benadeelde partij verzocht het bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag.

De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde schade afdoende is onderbouwd en gelet op de aard van de schade en de aard van de aansprakelijkheid ook volledig aan de verdachte kan worden toegerekend. De gevorderde schade is derhalve volledig voor toewijzing vatbaar.

De rechtbank zal de schade dan ook vaststellen op een bedrag van € 6.893,39. Het bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag, te rekenen vanaf 19 december 2012 tot de dag der algehele voldoening.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor deze schade. De rechtbank zal verdachte daarom veroordelen tot betaling van dat bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag, te rekenen vanaf 19 december 2012 tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal tevens aan verdachte de verplichting opleggen aan de staat een bedrag van € 6.893,39, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van

69 dagen, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf

19 december 2012 tot de dag der algehele voldoening, te betalen ten behoeve van [benadeelde 20] zoals hierna in het dictum genoemd.

De rechtbank zal over de vordering van de benadeelde partij, overeenkomstig het hiervoor overwogene, beslissen zoals hierna is vermeld, alsmede over de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt, thans begroot op nihil.

7.3.7.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 23]

De benadeelde partij [benadeelde 23] heeft een vordering ingediend met betrekking tot de geleden materiële schade als gevolg van het onder feit 1 tenlastegelegde. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 1.862,57. Daarnaast heeft de benadeelde partij verzocht het bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering, voor zover die betrekking heeft op de voorwerpen die op de aanhangwagen lagen ten tijde van diefstal, onvoldoende in rechtstreeks verband staat met de tenlastegelegde heling. De rechtbank zal de benadeelde partij ten aanzien van dit gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk verklaren en zal bepalen dat de benadeelde partij dit gedeelte van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

De rechtbank is van oordeel dat de schade aan de aanhangwagen zelf wel voor toewijzing vatbaar is.

De rechtbank zal de schade vaststellen op een bedrag van € 684,70. Het bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag, te rekenen vanaf 19 december 2012 tot de dag der algehele voldoening.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor deze schade. De rechtbank zal verdachte daarom veroordelen tot betaling van dat bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag, te rekenen vanaf 19 december 2012 tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal tevens aan verdachte de verplichting opleggen aan de staat een bedrag van € 684,70, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van

13 dagen, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf

19 december 2012 tot de dag der algehele voldoening, te betalen ten behoeve van [benadeelde 23] , zoals hierna in het dictum genoemd.

De rechtbank zal over de vordering van de benadeelde partij, overeenkomstig het hiervoor overwogene, beslissen zoals hierna is vermeld, alsmede over de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt, thans begroot op nihil.

7.3.8.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 26]

De benadeelde partij [benadeelde 26] heeft een vordering ingediend met betrekking tot de geleden materiële schade als gevolg van het onder feit 1 tenlastegelegde. De benadeelde partij vordert een bedrag van in totaal € 2.512,17. Daarnaast heeft de benadeelde partij verzocht het bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering onvoldoende in rechtstreeks verband staat met de tenlastegelegde heling, omdat in dit geval slechts een onderhoudsboekje van de betreffende auto in de loods van de verdachte is gevonden. De rechtbank zal de benadeelde partij om die reden niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de benadeelde partij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Aangezien de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering zal worden verklaard, zal de verdachte niet worden veroordeeld in de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt. Niet gebleken is dat verdachte (extra) kosten heeft gemaakt ten aanzien van de civiele vordering. De rechtbank stelt deze kosten vast op nihil.

8 Het beslag

Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, zijnde motorblokken (goednummers 368799, 368803, 368804, 368806, 368813, 368816, 368819, 368848, 368850, 368852, 368854, 368856, 368858), een personenauto (goednummer 370445) en kentekenplaten (goednummers 370471, 370472, 370475, 370476, 370477, 370478, 370480, 370482, 370483, 371963, 371968, 371972, 371965, 371966, 371959) moeten worden onttrokken aan het verkeer.

De rechtbank stelt vast dat de motorblokken met goednummers 368799, 368803, 368804, 368806, 368813, 368816, 368819 de motorblokken zijn, waarvan de VIN’s niet meer te achterhalen zijn.

De rechtbank stelt verder vast dat de motorblokken met goednummers 368848, 368850, 368852, 368854, 368856, 368858 motorblokken zijn afkomstig uit voertuigen die allemaal afgemeld zijn.

De rechtbank stelt ten slotte vast dat de personenauto met goednummer 370445 een voorwerp betreft, dat is omgekat.

Voornoemde inbeslaggenomen voorwerpen zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer, daar deze bij gelegenheid van het onderzoek naar de door de verdachte begane feiten bij de verdachte zijn aangetroffen en van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd met de wet of het algemeen belang is, daar deze voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten.

Teruggave aan de rechthebbende

De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerp zijnde een onderhoudsboekje (goednummer 371960) moet worden teruggegeven aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt, zijnde [benadeelde 26] .

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24c, 36b, 36d, 36f, 57, 310, 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde onder feit 3;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte voor feit 1 en feit 2 tot een gevangenisstraf van twintig (20) maanden, waarvan vijf (5) maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee (2) jaren;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit;

Benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

  • -

    wijst toe de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4] B.V.;

  • -

    veroordeelt verdachte om tegen bewijs van betaling ten behoeve van voornoemde benadeelde partij te betalen een bedrag van 500,00 euro;

  • -

    legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat te betalen een som geld ten bedrage van 500,00 euro, subsidiair 10 dagen hechtenis ten behoeve van voornoemd slachtoffer met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

  • -

    bepaalt dat indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van 500,00 euro, ten behoeve van voornoemd slachtoffer daarmede de verplichting van verdachte om dit bedrag aan voornoemde benadeelde partij te betalen komt te vervallen en dat indien dit bedrag door verdachte aan voornoemde benadeelde partij is betaald, daarmee de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat ten behoeve van voornoemd slachtoffer komt te vervallen;

  • -

    veroordeelt verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde 6] niet-ontvankelijk in zijn vordering;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte gemaakt tot heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [benadeelde 13] niet-ontvankelijk in zijn vordering;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte gemaakt tot heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde 14] niet-ontvankelijk in zijn vordering;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte gemaakt tot heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde 19] niet-ontvankelijk in zijn vordering;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte gemaakt tot heden begroot op nihil;

  • -

    wijst toe de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 20];

  • -

    veroordeelt verdachte om tegen bewijs van betaling ten behoeve van voornoemde benadeelde partij te betalen een bedrag van 6.893,39 euro, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 19 december 2012 tot de dag der algehele voldoening;

  • -

    legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat te betalen een som geld ten bedrage van 6.893,39 euro, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 19 december 2012 tot de dag der algehele voldoening, subsidiair 69 dagen hechtenis ten behoeve van voornoemd slachtoffer met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

  • -

    bepaalt dat indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van 6.893,39 euro, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 19 december 2012 tot de dag der algehele voldoening ten behoeve van voornoemd slachtoffer daarmede de verplichting van verdachte om dit bedrag aan voornoemde benadeelde partij te betalen komt te vervallen en dat indien dit bedrag door verdachte aan voornoemde benadeelde partij is betaald, daarmee de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat ten behoeve van voornoemd slachtoffer komt te vervallen;

  • -

    veroordeelt verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    wijst toe de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 23];

  • -

    veroordeelt verdachte om tegen bewijs van betaling ten behoeve van voornoemde benadeelde partij te betalen een bedrag van 684,70 euro, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 19 december 2012 tot de dag der algehele voldoening;

  • -

    legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat te betalen een som geld ten bedrage van 684,70 euro, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 19 december 2012 tot de dag der algehele voldoening, subsidiair 13 dagen hechtenis ten behoeve van voornoemd slachtoffer met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

  • -

    bepaalt dat indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van 684,70 euro, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 19 december 2012 tot de dag der algehele voldoening ten behoeve van voornoemd slachtoffer daarmede de verplichting van verdachte om dit bedrag aan voornoemde benadeelde partij te betalen komt te vervallen en dat indien dit bedrag door verdachte aan voornoemde benadeelde partij is betaald, daarmee de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat ten behoeve van voornoemd slachtoffer komt te vervallen;

  • -

    veroordeelt verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk ten aanzien van de overig gevorderde schade;

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde 26] niet-ontvankelijk in zijn vordering;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte gemaakt tot heden begroot op nihil;

Beslag

- onttrekt aan het verkeer de volgende in beslag genomen voorwerpen:

  • -

    motorblokken (goednummers 368799, 368803, 368804, 368806, 368813, 368816, 368819, 368848, 368850, 368852, 368854, 368856, 368858);

  • -

    personenauto (goednummer 370445);

  • -

    kentekenplaten (goednummers 370471, 370472, 370475, 370476, 370477, 370478, 370480, 370482, 370483, 371963, 371968, 371972, 371965, 371966, 371959);

- gelast de teruggave van het onderhoudsboekje (goednummer 371960) aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt, zijnde [benadeelde 26].

Dit vonnis is gewezen door mr. E.H.A.F.M. Krol, voorzitter, mr. F.L.G. Geisel en

mr. C. Wapenaar, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.A.E. van de Venne, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 27 maart 2018.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 8 april 2012 tot en met 19 december 2012 in de gemeente Waalwijk en/of Sittard-Geleen en/of Gemert-Bakel en/of Helmond en/of Nijmegen en/of Roermond en/of Tilburg en/of Arnhem en/of Deurne en/of Maastricht en/of Voerendaal en/of Stein en/of Swalmen en/of Weert en/of Leudal, in elk geval in Nederland, en/of Nettetal (D), in elk geval in Duitsland, tezamen en in vereniging met anderen en/of een ander, althans

alleen, op meerdere na te melden tijdstippen in voornoemde periode, op na te melden plaatsen, na te melden goederen heeft/hebben verworven, voorhanden heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben overgedragen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) telkens ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van van die genoemde goederen wist/wisten, althans redelijkerwijs had/hadden moeten vermoeden, dat het door misdrijf verkregen goederen betrof:

1. in of omstreeks de periode van 18 december 2012 tot en met 19 december 2012

in de gemeente Waalwijk, in elk geval in Nederland, een vrachtauto (merk MAN,

type 28 Dfa, kenteken [kenteken 1] ) (toebehorende aan [benadeelde 4] . BV) en/of

2. in of omstreeks de periode van 29 november 2012 tot en met 19 december 2012

in de gemeente Sittard-Geleen, in elk geval in Nederland, een personenauto

(merk Mercedes-Benz, type 500 SE, kenteken [kenteken 2] ), althans een uit dit

voertuig afkomstig motorblok, (toebehorende aan [benadeelde 6] ) en/of

3. in of omstreeks de periode van 29 oktober 2012 tot en met 19 december 2012

in de gemeente Gemert-Bakel, in elk geval in Nederland, een personenauto (merk

Mercedes-Benz, typ 260 E, kenteken [kenteken 3] ), althans een uit dit voertuig

afkomstig motorblok, (toebehorende aan [benadeelde 7] ) en/of

4. in of omstreeks de periode van 30 november 2012 tot en met 19 december 2012

in de gemeente Helmond, in elk geval in Nederland, een personenauto (merk

Mercedes-Benz, type 190 D, kenteken [kenteken 4] ), althans een uit dit voertuig

afkomstig motorblok, (toebehorende aan [benadeelde 8] ) en/of

5. in of omstreeks de periode van 30 november 2012 tot en met 19 december 2012

in de gemeente Sittard-Geleen, in elk geval in Nederland, een personenauto

(merk Mercedes-Benz, type 190 D, kenteken [kenteken 5] ), althans een uit dit

voertuig afkomstig motorblok, (toebehorende aan [benadeelde 9] ) en/of

6. in of omstreeks de periode van 2 december 2012 tot en met 19 december 2012

in de gemeente Nijmegen, in elk geval in Nederland, een personenauto (merk

Mercedes-Benz, type 190 D, kenteken [kenteken 6] ), althans een uit dit voertuig

behorend motorblok, (toebehorende aan [benadeelde 11] ) en/of

7. in of omstreeks de periode van 2 december 2012 tot en met 19 december 2012

in de gemeente Roermond, in elk geval in Nederland, een personenauto (merk

Mercedes-Benz, type 190 D, kenteken [kenteken 7] ), althans een uit dit voertuig

afkomstig motorblok, (toebehorende aan [benadeelde 12] ) en/of

8. in of omstreeks de periode van 4 december 2012 tot en met 19 december 2012

in de gemeente Tilburg, in elk geval in Nederland, een personenauto (merk

Mercedes-Benz, type 190 D, kenteken [kenteken 8] ), althans een uit dit voertuig

afkomstig motorblok, (toebehorende aan [benadeelde 13] ) en/of

9. in of omstreeks de periode van 7 december 2012 tot en met 19 december 2012

in de gemeente Tilburg, in elk geval in Nederland, een personenauto (merk

Mercedes-Benz, type 190 D, kenteken [kenteken 9] ), althans een uit dit voertuig

afkomstig motorblok, (toebehorende aan [benadeelde 14] ) en/of

10. in of omstreeks de periode van 10 december 2012 tot en met 19 december

2012 in de gemeente Arnhem, in elk geval in Nederland, een personenauto (merk

Mercedes-Benz, type 190 D, kenteken [kenteken 10] ), althans een uit dit voertuig

afkomstig motorblok, (toebehorende aan [benadeelde 16] ) en/of

11. in of omstreeks de periode van 15 november 2012 tot en met 19 december

2012 in de gemeente Deurne, in elk geval in Nederland, een personenauto (merk

Mercedes-Benz, type Jeep, kenteken [kenteken 11] ), (toebehorende aan [benadeelde 17]

) en/of

12. in of omstreeks de periode van 4 november 2012 tot en met 19 december 2012

in de gemeente Maastricht, in elk geval in Nederland, een personenauto (merk

Mercedes-Benz, type 230 E, kenteken [kenteken 13] ), (toebehorende aan [benadeelde 18] )

en/of

13. in of omstreeks de periode van 22 november 2012 tot en met 19 december

2012 in de gemeente Voerendaal, in elk geval in Nederland, een bestelbus (merk

Mercedes-Benz, type Sprinter 408 D, kenteken [kenteken 14] ), (toebehorende aan

[benadeelde 19] ) en/of

14. in of omstreeks de periode van 3 november 2012 tot en met 19 december 2012

in de gemeente Helmond, in elk geval in Nederland, een personenauto (merk

Mercedes-Benz, type 500 SEL, kenteken [kenteken 17] ), (toebehorende aan [naam BV]

en/of Dhr. [benadeelde 20] ) en/of

15. in of omstreeks de periode van 13 september 2012 tot en met 19 december

2012 in de gemeente Stein, in elk geval in Nederland, een personenauto (merk

Mercedes-Benz, type 230 TE, kenteken [kenteken 19] ), (toebehorende aan [benadeelde 21] )

en/of

16. in of omstreeks de periode van 8 april 2012 tot en met 19 december 2012 in

de gemeente Swalmen, in elk geval in Nederland, een personenauto (merk

Mercedes-Benz, type 300 D, kenteken [kenteken 21] ), (toebehorende aan [benadeelde 22]

) en/of

17. in of omstreeks de periode van 25 oktober 2012 tot en met 19 december 2012

in de gemeente Weert, in elk geval in Nederland, een aanhangwagen (merk

Hapert, type AL 2000-04, kenteken [kenteken 22] ), (toebehorende aan [benadeelde 23]

) en/of

18. in of omstreeks de periode van 16 oktober 2012 tot en met 19 december

2012 in de gemeente Nettetal, in elk geval in Duitsland, een aanhangwagen

(merk Heiny, type Hercules 1, kenteken [kenteken 23] ), (toebehorende aan [benadeelde 24] )

en/of

19. in of omstreeks de periode van 20 augustus 2012 tot en met 19 december

2012 in de gemeente Leudal, in elk geval in Nederland, een bestelbus (merk

Renault, type Traffic, kenteken [kenteken 24] ), althans (een) bij voornoemde

bestelbus behorende kentekenpla(a)t(en), (toebehorende aan [benadeelde 25] ) en/of

20. in of omstreeks de periode van 18 september 2012 tot en met 19 december

2012 in de gemeente Helmond, in elk geval in Nederland, een personenauto (merk

Mercedes-Benz, type 200 D, kenteken [kenteken 25] ), althans (een) bij voornoemde

personenauto behorende kentekenpla(a)t(en) en/of onderhoudsboekje(s),

(toebehorende aan [benadeelde 26] );

2.

hij op of omstreeks 03 mei 2013 in de gemeente Tilburg tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een autobus (omgebouwd tot camper) (merk Mercedes-Benz, type Lf 408 G, kenteken [kenteken 26] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de

plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

3.

hij in of omstreeks de periode van 15 juli 2013 tot en met 26 juni 2014 te Numansdorp, in de gemeente Cromstrijen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een personenbus (merk Mercedez-Benz, type Vito), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk(e) goed(eren) verdachte en/of zijn

mededader(s) anders dan door misdrijf, te weten als houder(s) ten behoeve van de verkoop van die personenbus, onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft/hebben toegeëigend.

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Regio Limburg Noord, District Midden-Limburg, Basiseenheid Roermond, proces-verbaalnummer 2012121734, gesloten d.d. 16 oktober 2016, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 306 (nummering rechtsonder).

2 Inleidend proces-verbaal, pagina 6.

3 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 december 2012, pagina’s 65 tot en met 72.

4 Proces-verbaal Doorzoeking loods d.d. 13 september 2013, met fotomap, pagina’s 73 tot en met 101.

5 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 maart 2013, pagina 112.

6 Proces-verbaal van bevindingen verkrijgen huurovereenkomst, met bijlagen, pagina’s 103 tot en met 111.

7 Proces-verbaal van aangifte d.d. 19 december 2012, pagina’s 52 tot en met 57.

8 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 februari 2013, pagina’s 120 en 121.

9 Proces-verbaal van aangifte d.d. 29 november 2012, pagina’s 122 tot en met 125.

10 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 februari 2013, pagina’s 126 en 127.

11 Proces-verbaal van aangifte d.d. 30 oktober 2012, pagina’s 128 tot en met 132.

12 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 februari 2013, pagina’s 133 en 134.

13 Proces-verbaal van aangifte d.d. 3 december 2012, pagina’s 135 tot en met 137.

14 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 februari 2013, pagina’s 138 en 139.

15 Proces-verbaal van aangifte d.d. 1 december 2012, pagina’s 140 tot en met 142.

16 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 februari 2013, pagina’s 143 en 144.

17 Proces-verbaal van aangifte d.d. 19 februari 2013, pagina’s 145 tot en met 147.

18 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 februari 2013, pagina’s 148 en 149.

19 Proces-verbaal van aangifte d.d. 3 december 2012, pagina’s 150 tot en met 152.

20 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 februari 2013, pagina’s 153 en 154.

21 Proces-verbaal van aangifte d.d. 5 december 2012, pagina’s 155 tot en met 157.

22 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 februari 2013, pagina’s 160 en 161.

23 Proces-verbaal van aangifte d.d. 8 december 2012, pagina’s 162 tot en met 166.

24 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 februari 2013, pagina’s 167 en 168.

25 Proces-verbaal van aangifte d.d. 10 december 2012, pagina’s 169 tot en met 172.

26 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 februari 2013, pagina’s 173 en 174.

27 Proces-verbaal van aangifte d.d. 16 november 2012, pagina’s 175 tot en met 178.

28 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 februari 2012, pagina’s 179 en 180.

29 Proces-verbaal van aangifte d.d. 5 november 2012, pagina’s 181 tot en met 183.

30 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 februari 2013, pagina’s 184 en 185.

31 Proces-verbaal van aangifte d.d. 23 november 2012, pagina’s 186 tot en met 188.

32 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 februari 2013, pagina’s 189 en 190.

33 Proces-verbaal van aangifte d.d. 3 november 2012, met bijlagen, pagina’s 191 tot en met 197.

34 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 februari 2013, pagina’s 200 en 201.

35 Proces-verbaal van aangifte d.d. 14 september 2012, pagina’s 202 tot en met 204.

36 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 februari 2013, pagina’s 205 en 206.

37 Proces-verbaal van aangifte d.d. 9 april 2012, pagina’s 207 tot en met 209.

38 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 februari 2013, pagina’s 210 en 211.

39 Proces-verbaal van aangifte d.d. 28 oktober 2012, pagina’s 212 tot en met 216.

40 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 februari 2012, pagina’s 217 en 218.

41 Geschrift, getiteld “Rechtshilfeverkehr zwischen dem Königreich der Niederlande und der Bundesrepublik Deutschland in strafrechtlichen Angelegenheiten – Rechtshilfeersuchen vom 5. August 2013 (KLR-U-2013037819), pagina’s 219 tot en met 232.

42 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 februari 2013, pagina’s 241 tot en met 247.

43 Proces-verbaal van aangifte d.d. 21 augustus 2012, pagina’s 248 tot en met 250.

44 Proces-verbaal van aangifte d.d. 19 september 2012, pagina’s 251 tot en met 255.

45 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 december 2012, pagina’s 115 tot en met 199, op pagina 118.

46 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 februari 2013, pagina’s 241 tot en met 247, op pagina 243.

47 Proces-verbaal van verhoor verdachte [naam 4] d.d. 24 juni 2014, pagina’s 669 tot en met 682, op pagina 673.

48 Proces-verbaal van aangifte d.d. 4 mei 2013, pagina’s 258 tot en met 260.

49 Proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 20 augustus 2013, pagina’s 261 tot en met 262.

50 Proces-verbaal van verhoor benadeelde d.d. 23 september 2013, pagina’s 263 tot en met 264.

51 Proces-verbaal Sporenonderzoek d.d. 7 mei 2013, pagina’s 271 tot en met 274 en pagina’s 284 tot en met 287.

52 Proces-verbaal Dactyloscopische individualisatie d.d. 4 juni 2013, pagina’s 268 tot en met 270.

53 Proces-verbaal Dactyloscopische individualisatie d.d. 4 juni 2013, pagina’s 281 tot en met 283.

54 Proces-verbaal bevindingen mastgegevens d.d. 8 april 2014, pagina’s 1240 en 1244, als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal van politie Landelijke Eenheid, Team Zuid-Oost/afdeling Opsporing, proces-verbaalnummer 2013032732, gesloten d.d. 12 januari 2015.

55 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 23 juli 2013, pagina 1099, als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal van politie Landelijke Eenheid, Team Zuid-Oost/afdeling Opsporing, proces-verbaalnummer 2013032732, gesloten d.d. 12 januari 2015.

56 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 5 augustus 2013, pagina 1042, als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal van politie Landelijke Eenheid, Team Zuid-Oost/afdeling Opsporing, proces-verbaalnummer 2013032732, gesloten d.d. 12 januari 2015.

57 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 5 augustus 2013, pagina’s 845 tot en met 847, als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal van politie Landelijke Eenheid, Team Zuid-Oost/afdeling Opsporing, proces-verbaalnummer 2013032732, gesloten d.d. 12 januari 2015.

58 Pagina 848.

59 Proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 557, als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal van politie Landelijke Eenheid, Team Zuid-Oost/afdeling Opsporing, proces-verbaalnummer 2013032732, gesloten d.d. 12 januari 2015.