Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:2610

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
21-03-2018
Datum publicatie
22-03-2018
Zaaknummer
6479808 CV 17-9022
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2020:1446
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

In conclusie van antwoord geen verweer ten principale gevoerd. Recht om dit alsnog te doen is komen te vervallen. Vordering wordt toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2018/119
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 6479808 \ CV EXPL 17-9022

Vonnis van de kantonrechter van 21 maart 2018

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid IDOX NETHERLANDS B.V. h/o INNOVATION CONNECT,

gevestigd te Goor, gemeente Hof van Twente,

eisende partij,

gemachtigde mr. K.E.M. Wigger,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats gedaagde partij] ,

gedaagde partij,

gemachtigde mr. G.J.A. van Dinter.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    de conclusie van repliek

  • -

    de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[Y] B.V. en Currency Connect B.V. hebben een overeenkomst gesloten betreffende de in de schriftelijke overeenkomst opgenomen werkzaamheden. Beide partijen hebben de overeenkomst op 14 september 2011 ondertekend.

2.2.

De volgende facturen zijn door Currency Connect BV aan [gedaagde partij] B.V. gezonden en zijn onbetaald gebleven:

- nr. 20120361, d.d. 4 april 2012 ad € 1.521,89;

- nr. 20120453, d.d. 19 april 2012 ad € 4.063,85

- nr. 20120784, d.d. 18 juli 2012 ad € 187,43

- nr. 20120793, d.d. 18 juli 2012 ad € 1.521,89.

3 Het geschil

3.1.

Eisende partij vordert – samengevat – veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 11.234,38, vermeerderd met rente en kosten.

3.2.

Gedaagde partij voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Gedaagde partij voert allereerst tegen de vordering aan dat zij geen contractspartij is en dat de verkeerde partij gedagvaard is. De overeenkomst is immers gesloten met [Y] BV.

De kantonrechter verwerpt dit verweer. Uit de inhoud van de schriftelijke overeenkomst volgt dat deze is gesloten tussen Currency Connect B.V. enerzijds en [Y] B.V. en alle daaraan gelieerde ondernemingen anderzijds. Als niet betwist staat vast dat gedaagde partij een aan [Y] B.V. gelieerde onderneming is en dat de facturen aan gedaagde partij zijn gezonden. Gelet op voornoemde feiten kan niet anders geoordeeld worden dan dat gedaagde partij – mede- contractspartij van Currency Connect B.V. is en is geweest.

4.2.

De kantonrechter is verder van oordeel dat eisende partij met haar toelichting in de conclusie van repliek en de overgelegde uittreksels uit het handelsregister heeft aangetoond de rechtsopvolger onder algemene titel van Currency Connect B.V. te zijn en daarmee verkrijger van de vordering op gedaagde partij. Hiervoor is geen (akte van) cessie vereist; er is immers geen sprake van het apart nog in eigendom overdragen van een vordering.

4.3.

Eerst bij conclusie van dupliek voert gedaagde partij inhoudelijk verweer. Dit is echter te laat. In artikel 128, lid 3 Rv staat immers vermeld dat de gedaagde alle excepties en met name ook haar antwoord ten principale tegelijk naar voren moet brengen, op straffe van verval van de niet aangevoerde excepties en, indien niet ten principale is geantwoord, van het recht om dat alsnog te doen. De kantonrechter constateert dat gedaagde partij in haar conclusie van antwoord geen verweer ten principale heeft gevoerd en zich ook niet het recht heeft voorbehouden dit alsnog te doen. Dit houdt in dat met het bij dupliek gevoerde verweer geen rekening kan en mag worden gehouden.

4.4.

Het voorgaande leidt er toe dat de stellingen van eisende partij als niet weersproken tussen partijen vast staan. De vordering wordt daarom toegewezen met inbegrip van de nevenvorderingen.

4.5.

De kantonrechter acht geen termen aanwezig gedaagde partij toe te laten tot nadere bewijslevering.

4.6.

Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:

  • -

    dagvaarding € 90,00

  • -

    griffierecht 470,00

  • -

    salaris gemachtigde 600,00 ( 2 x tarief € 300,00)

totaal € 1.160,00

De gevorderde nakosten zullen worden toegewezen overeenkomstig de richtlijnen van het LOVCK&T en worden begroot op een half salarispunt conform het liquidatietarief proceskosten met een maximum van € 100,00 aan nakosten salaris.

4.7.

De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 11.234,38, vermeerderd met de wettelijke rente ad 8% per jaar over € 7.295,06 vanaf 6 november 2017 tot de dag van volledige betaling,

5.2.

veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten aan de zijde van eisende partij gevallen en tot op heden begroot op € 1.160,00,

5.3.

veroordeelt gedaagde partij onder de voorwaarde dat deze niet binnen 2 weken na aanschrijving door eisende partij volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 100,00 aan salaris gemachtigde,

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.M.P. Brouns en in het openbaar uitgesproken.

type: PL

coll: