Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:2399

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
13-03-2018
Datum publicatie
14-03-2018
Zaaknummer
03/700499-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

brandstichting, woninginbraken en diefstal, vrijspraak diefstal met geweld, 5 jaar gevangenisstraf.

Celstraf van 5 jaar voor brandstichting, woninginbraken en diefstal

De verdachte wordt veroordeeld voor o.m. brandstichting in een woning in de wijk Mariaberg te Maastricht. De bewoner was op het moment van de brandstichting niet thuis, maar de buren wel. De brand bracht dus de levens van anderen in gevaar.

Voorts wordt verdachte veroordeeld voor een woninginbraak bij een bejaarde vrouw. De rekening van de vrouw werd door de verdachte geplunderd met de gestolen pinpas van de vrouw.

Van een beroving wordt hij vrijgesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/700499-16

Tegenspraak (gemachtigde raadsman)

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 13 maart 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.

De verdachte wordt bijgestaan door mr. P.W. Szymkowiak, advocaat, kantoorhoudende te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 27 februari 2018. De verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Feit 1: een diefstal met geweld heeft gepleegd;

Feit 2: een iPad heeft gestolen, dan wel geheeld;

Feit 3 en feit 5: al dan niet samen met anderen woninginbraken heeft gepleegd, dan wel geld heeft gestolen door met bij die inbraken gestolen pinpassen te pinnen;

Feit 4: brand heeft gesticht in een woning, waardoor (levens)gevaar voor personen en goederen ontstond.

Verder is er nog een winkeldiefstal toegevoegd aan de dagvaarding. Dit feit heeft de verdachte bekend en kan bij de op te leggen straf worden betrokken, zonder dat de verdachte daar nog afzonderlijk voor zal worden vervolgd (ad informandum gevoegd).

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht alle feiten bewezen, de feiten 3 en 5 in de subsidiaire variant.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van feit 1 en feit 4. Ten aanzien van de overige feiten deelt hij de visie van de officier van justitie ten aanzien van het bewijs.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 1

3.3.1.

De vrijspraak van feit 1: beroving van aangever [naam aangever 1] ?

Op 23 augustus 2016, kort na middernacht, heeft de politie na een melding aangever [naam aangever 1] aangetroffen bij de woning van de meldster gelegen aan de [adres 1] te Maastricht. [naam aangever 1] , woonachtig aan de [adres 2] , had zichtbare verwondingen aan zijn hoofd en heeft ter plaatse verklaard dat hij op 22 augustus 2016 ’s avonds door de verdachte geslagen was en was vastgebonden, omdat de verdachte zijn pinpas, pincode en telefoon wilde hebben en [naam aangever 1] die niet wilde afstaan. Volgens [naam aangever 1] was de verdachte met zijn pinpas en pincode vertrokken uit de woning, waarna [naam aangever 1] wist te vluchten. Vervolgens zijn [naam aangever 1] en getuigen gehoord, zowel bij de politie als later bij de rechter-commissaris. Die verklaringen komen echter op veel punten niet overeen.

Alles overziend kan in elk geval vastgesteld worden:

  • -

    dat de verdachte in de woning van [naam aangever 1] is geweest en in het bijzijn van anderen boos/agressief is geworden en geweld heeft gebruikt richting [naam aangever 1] ;

  • -

    dat er met de pinpas van [naam aangever 1] door de verdachte is gepind om 00.01 uur;

  • -

    dat om 00.48 uur de pinpas en andere goederen van [naam aangever 1] werden aangetroffen in de woning van [naam aangever 1] .

De raadsman heeft aangevoerd dat met voorgaande drie feitelijke vaststellingen wel bewezen kan worden dat de verdachte geweld heeft gebruikt tegen [naam aangever 1] en dat hij wellicht geld van [naam aangever 1] heeft gestolen, maar dat het causaal verband tussen het geweld en de diefstal ontbreekt, nu de verklaringen van [naam aangever 1] en de getuigen geen eenduidig beeld geven, maar juist op veel punten van elkaar verschillen. Omdat de twee op zichzelf staande strafbare gedragingen niet ten laste zijn gelegd, moet de verdachte worden vrijgesproken, aldus de raadsman.

De rechtbank is het met de raadsman eens. Niet helder is wat er zich heeft afgespeeld in de woning van [naam aangever 1] toen hij en de verdachte daar alleen waren en of er toen nog geweld door de verdachte is gebruikt met het doel de bankpas weg te kunnen nemen. De verklaringen van [naam aangever 1] zijn sterk wisselend over de toedracht. Voor zover er ander bewijs is in de vorm van DNA-sporen van de verdachte op een veter, een doek en een snoer waarmee [naam aangever 1] zegt te zijn vastgebonden, zegt dat bewijs niet genoeg om de verdachte te veroordelen. Het gaat namelijk om DNA-nevenkenmerken. Een hoofdprofiel werd alleen van [naam aangever 1] aangetroffen. Die nevenkenmerken werden niet alleen van de verdachte aangetroffen, maar ook van minimaal één andere persoon. Er is dus onvoldoende direct bewijs dat de verdachte deze voorwerpen heeft gebruikt om [naam aangever 1] te knevelen. Maar zelfs als dit wél het geval is geweest, staat daarmee het causaal verband tussen het geweld en de gepleegde diefstal niet vast, mede gelet op de omstandigheid dat de pinpas later weer gewoon in de woning van [naam aangever 1] is aangetroffen. De rechtbank zal de verdachte dan ook vrijspreken van feit 1.

3.3.2.

De overige feiten

Inleiding

De rechtbank acht de overige feiten wettig en overtuigend bewezen. In tegenstelling tot de officier van justitie en de raadsman acht zij de woninginbraken bewezen, zoals primair ten laste is gelegd bij de feiten 3 en 5. De officier van justitie en de raadsman zijn van mening dat bewezen kan worden dat de verdachte met gestolen pinpassen onrechtmatig geld heeft opgenomen, maar dat niet bewezen kan worden dat hij de woninginbraken heeft gepleegd die daaraan voorafgingen. Kort samengevat komt het erop neer dat de rechtbank van oordeel is dat de tijd die verstreken is tussen de inbraken en het pinnen door de verdachte zo kort is geweest dat het de verdachte moet zijn geweest die, telkens samen met een ander, heeft ingebroken.

Tot slot deelt de rechtbank de visie op het bewijs van de officier van justitie ten aanzien van de brandstichting van feit 4. Hierna zal de rechtbank de bewijsmiddelen weergeven en haar oordeel nog nader motiveren.

3.3.2.1. Feit 4: de brandstichting

De bewijsmiddelen

Op 23 juni 2016 rond 01.15 uur woedde er een brand in de woning aan de [adres 3] te Maastricht. De bewoner, [naam bewoner] , heeft aangifte van brandstichting gedaan.2

Getuigen hebben het volgende verklaard. Een man met een rode motorscooter en een blauwkleurige kentekenplaat reed eerst een paar keer op en neer over de [adres 3] en parkeerde vervolgens de motorscooter in de parkeerhaven ter hoogte van huisnummer [adres 3] . Daarna ramde de man de voordeur van de woning aan de [adres 3] in. De man liep al tierend en vloekend de woning in en uit en verzette zijn motorscooter van de parkeerhaven over de drempel in de richting van de [adres 4] , met de lichten nog aan. Hij liep vervolgens weer de woning van nummer [adres 3] in en vernielde daar diverse goederen. Hij gooide kleding en een bankstel op een hoop en trok de gordijnen van de woonkamer aan de voorzijde van de muur af. Op een gegeven moment liep de man met een plastic kom in zijn handen naar buiten naar zijn motorscooter en tapte hij benzine vanuit die scooter. Met de plastic kom in zijn handen liep hij de woning weer in. De gordijnen werden in brand gestoken en vatten direct vlam. 3456

Eén van de getuigen, de getuige [getuige 1] , kende de brandstichter bij naam: [verdachte] , zijnde de voornaam van de verdachte.6

Een motoragent die naar aanleiding van een melding van een ander strafbaar feit op zoek was naar een motorscooter zag omstreeks 01.20 uur ter hoogte van de kruising van de [adres 4] en de [adres 3] een bordeauxkleurige snorscooter tegen de struiken aanliggen. De scooter had een blauwe kentekenplaat aan de achterzijde en de koplamp en het achterlicht waren ontstoken. In het voorbijrijden zag de motoragent dat een voordeur van een woning aan de [adres 3] openstond en dat er een man stond. Omdat de agent dat vreemd vond, is hij de [adres 3] ingereden, waarna hij in de woning op nummer [adres 3] een flikkerend licht zag. Uit die woning zag de motoragent een man de straat op komen rennen, die vervolgens naar de eerder genoemde bordeauxkleurige scooter rende. Deze man reed op de scooter weg.7

Andere ter plaatse gearriveerde verbalisanten zagen grote dikke zwarte rookpluimen uit de voordeur van de woning komen en zagen grote vlammen in de woonkamer. Op een gegeven moment zagen zij dat de ruit aan de voorzijde van de brandende woning kapot sprong.

Op de plaats waar de motorscooter voor het laatst geparkeerd stond en waar de vermoedelijke brandstichter de motorscooter pakte en daarmee wegreed, werd door de verbalisanten een zwart plastic kapje aangetroffen.89

Forensisch onderzoek leverde de volgende bevindingen en conclusies op:

  • -

    de brand is ontstaan in de woonkamer ter hoogte van het woonkamerraam aan de voorkant van de woning;

  • -

    er werd een rode doek aangetroffen: een test op de aanwezigheid van vluchtige ontbrandbare stoffen op de doek was positief;

  • -

    de brand is ontstaan door het opzettelijk achterlaten van vuur met daarbij mogelijk het gebruik van een brandbare vloeistof;

  • -

    gelet op de aangrenzende (bewoonde) woningen was er bij uitbreiding van de brand sprake van gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor personen.10

Twee dagen na de brandstichting, op 25 juni 2016, is de verdachte gezien op een rode motorscooter met een blauwe kentekenplaat, een snorfietskentekenplaat.11 Op 9 juli 2016 is een rode motorscooter in beslaggenomen naar aanleiding van een aanrijding. Deze scooter werd achtergelaten door de bestuurder, wiens signalement overeenkwam met de uiterlijke kenmerken van de verdachte. De kentekenplaat behoorde niet bij de scooter, maar bij een snorfiets van een ander merk. Het afdekkapje van de brandstoftank van de rode scooter ontbrak.12 Er werd geen brandstofkapje op de plaats van de aanrijding aangetroffen.13

Bij die op 9 juli 2016 in beslag genomen scooter bleek moeiteloos het kapje te passen dat in in de nacht van brand was aangetroffen. Aanvullend forensisch onderzoek liet zien dat de brandstofkap één geheel heeft gevormd met voornoemde rode scooter.14

De blauwkleurige snorfietskentekenplaat behoorde bij een gestolen snorfiets. Deze snorfiets was kort voor de brandstichting, op 22 juni 2016 vanaf 21.00 uur, gestolen.15 Ook de rode scooter was gestolen.16 De snorfiets werd op 28 augustus 2016 gestript aangetroffen in een berging achter een woning gelegen aan de [adres 2] te Maastricht. Volgens de bewoner was de snorfiets bij voornoemde woning achtergelaten door de verdachte.17

De verdachte werd op 23 juli 2016 in deze woning aangehouden.18 Bij zijn aanhouding had de verdachte een telefoon bij zich. De verdachte verklaarde dat hij deze telefoon altijd bij zich had.19 Kort na de brandstichting, op 23 juni 2016 om 01.56 uur, maakte de telefoon die de verdachte gebruikte een wifiverbinding met het wifinetwerk genaamd [naam 1] van de bewoner van de [adres 5] , die zijn buurman, de bewoner van nummer [adres 2] , de toegangsgegevens voor dit netwerk had gegeven.2021

Overwegingen ten aanzien van het bewijs van feit 4

Uit de voorgaande bewijselementen volgt voor de rechtbank dat de verdachte een (levens)gevaarlijke brand heeft gesticht in voornoemde woning aan de [adres 3] te Maastricht. Daar waar de afzonderlijke bewijselementen elk voor zich wellicht niet zoveel zeggen, zijn ze in samenhang met elkaar duidelijk. Niet alleen kan de door velen beschreven rode motorscooter met de blauwe kentekenplaat aan de verdachte gekoppeld worden, ook is hij volgens de telefoongegevens ten tijde van de brandstichting in Maastricht geweest en niet bij het vakantiepark Roompot in Weert, zoals hij heeft verklaard bij zijn verhoor. Verder duidt één van de getuigen, [getuige 1] , hem ook aan als de dader van de brandstichting. De raadsman heeft betoogd dat deze getuigenverklaring niet betrouwbaar is en niet gebruikt mag worden, maar de rechtbank acht deze verklaring wél bruikbaar voor het bewijs, omdat deze verklaring niet op zichzelf staat, maar bevestigd wordt door wat de andere getuigen hebben verklaard en door de overige feiten en omstandigheden die alle in de richting van de verdachte als dader wijzen.

3.3.2.2. De feiten 2, 3 en 5

Feit 2

Op 10 augustus 2016 wordt in een door de verdachte bestuurde auto een iPad aangetroffen. Op het vergrendelscherm staat een tekst waaruit blijkt dat de iPad onder beheer was van Leger de Heils.22 Bij navraag bleek dat het Leger des Heils de iPad had uitgegeven aan [naam cliënte] , een cliënte. [naam cliënte] deed vervolgens aangifte van diefstal. Zij had de iPad in bruikleen en achtergelaten op de bank in een woning, waarin ook een persoon genaamd [naam 2] aanwezig was. Volgens aangeefster heette hij [verdachte] . Nadat zij ongeveer een half uur weg was geweest, zag zij de iPad niet meer en ze vermoedde dat die weggenomen was.23 Een andere aanwezige in de woning, [naam 3] , heeft verklaard dat de persoon die hij als [naam 2] kent de iPad had meegenomen.24

Gelet op het hiervoor weergegeven bewijs acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte voornoemde iPad gestolen heeft.

Feit 3 en feit 5

Op 2 september 2016 heeft mevrouw [naam aangeefster] aangifte gedaan van een inbraak in haar woning, gelegen aan de [adres 6] te Maastricht. Zij werd tussen 05.30 en 06.00 uur wakker toen er twee onbekende mannen naast haar bed stonden. De mannen, wiens leeftijd zij schatte tussen de 35 en 40 jaar oud, waren ongeveer 20 minuten binnen en trokken haar telefoon en het zorgalarm uit het contact, doorzochten haar woning en vertrokken met onder meer haar pinpas. Zij mistte ook een ijzeren kistje waarin geld lag, de sleutels van het kistje, haar portemonnee met daarin € 80,- en een sieradenkistje met daarin enkele gouden sieraden. Later bleek dat bij de voordeur van de woning het sleutelkastje was open- en weggebroken. Voordat haar pinpas kon worden geblokkeerd, werd er met de pas gepind.25

De politie heeft de banktransacties onderzocht. Met de pas van mevrouw [naam aangeefster] is op 2 september 2016 om 06.29 uur € 1.000,- opgenomen bij een geldautomaat van de ING-Bank aan de [adres 7] te Maastricht. Om 6.30 uur werd er in diezelfde straat, maar dan bij een geldautomaat van de Rabobank, een bedrag van € 250,- gepind. Daarna werd er gepind bij de KBC in Smeermaas in België, vlak over de grens met Maastricht, om 06.47 uur: € 500,-. Tot slot werd er met de pinpas getankt in Lanaken om 07.02 uur voor een bedrag van € 306,84. De tijdstippen en afstanden (enkele kilometers) liggen in een logische relatie tot elkaar.26 De geldautomaten aan de [adres 7] liggen op korte afstand van de woning van aangeefster [naam aangeefster] .27 Op camerabeelden van de transacties bij de ING-Bank en de Rabobank werd de verdachte herkend door de politie.28

Uit het voorgaande wordt duidelijk dat de verdachte, zeer kort, binnen een tijdsbestek van 10 tot maximaal 40 minuten, nadat mevrouw [naam aangeefster] verklaard heeft te zijn bestolen, met haar pas heeft gepind op zeer korte afstand van de woning van [naam aangeefster] . Dat brengt voor de rechtbank mee dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte ook degene is geweest die samen met een ander verantwoordelijk is voor de inbraak, waarbij de daders met behulp van de sleutel uit een bij de voordeur aangebracht kastje de woning wisten binnen te komen. De rechtbank vindt het niet aannemelijk dat de verdachte de pinpas van anderen heeft gehad, zoals hij zelf heeft verklaard. Daarvoor is er geen enkele aanwijzing. Bovendien, voor zover aangeefster de daders heeft kunnen omschrijven door hun leeftijd te schatten, komt dat overeen met de verdachte, die geboren is in 1984 en ten tijde van het misdrijf 32 jaar oud was. Er is voorts geen enkele reden aan te nemen dat de volgende pintransacties in België door iemand anders dan de verdachte zijn verricht. Dat betekent dat de rechtbank feit 3 in de primaire variant bewezen zal verklaren.

Hetzelfde geldt voor feit 5. Aangever [naam aangever 2] heeft verklaard dat er in zijn woning, gelegen aan de [adres 8] te Oostvoorne, door twee personen is ingebroken op 16 juli 2015. De inbraak vond plaats kort voor 20.36 uur, het tijdstip waarop aangever door een getuige telefonisch op de hoogte werd gebracht. De daders hadden zich de toegang tot de woning verschaft door een hangslot van de zijdeur te verwijderen. Gestolen werden onder andere bankpassen, paspoorten en geld.29 Een getuige heeft gezien dat de mannen die in de woning waren geweest en vervolgens over het hek van het perceel waren gesprongen, vertrokken zijn met een auto. De mannen hadden een Arabisch uiterlijk. De getuige zag de mannen omstreeks 20.20 uur.30

Met de gestolen pinpassen is gepind en geprobeerd te pinnen. Op 16 juli 2015 vanaf 20.40 uur is er in Ridderkerk bij geldautomaten van de Rabobank getracht te pinnen. De ingevoerde pincode was meerdere keren onjuist, maar het lukte om een bedrag van € 1.250,- te pinnen om 20.43 uur.31 Op de camerabeelden van de transacties bij de Rabobank werd de verdachte herkend door de politie.32

Tussen de inbraak en het pinnen is zeer korte tijd verlopen, zeker gelet op de afstand tussen Oostvoorne en Ridderkerk. Dat brengt voor de rechtbank mee dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte ook degene is geweest die samen met een ander verantwoordelijk is voor de inbraak bij aangever Kellner. Dat betekent dat de rechtbank feit 5 in de primaire variant bewezen zal verklaren.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

Feit 2 primair

op 10 augustus 2016 in de gemeente Maastricht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een iPad, merk Apple, toebehorende aan het Legers des Heils Welzijns- en Gezondheidszorg;

Feit 3 primair

op 2 september 2016 in de gemeente Maastricht tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, gelegen aan de [adres 6] , heeft weggenomen onder meer een ijzeren kistje, inhoudende onder andere een hoeveelheid geld, een portemonnee met daarin een hoeveelheid geld en een sieradenkistje met daarin een aantal gouden sieraden, toebehorende aan [naam aangeefster] , waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van verbreking en door gebruik te maken van een sleutel welke aan de buitenzijde van die woning in een sleutelkastje hing;

Feit 4

op 23 juni 2016 in de gemeente Maastricht opzettelijk brand heeft gesticht in een woning, gelegen aan de [adres 3] , immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een hoeveelheid benzine over gordijnen en/of een bankstel gesprenkeld/gegoten en die benzine

en die gordijnen en/of dat bankstel in brand gestoken, ten gevolge waarvan dat pand en de in dat pand aanwezige goederen geheel of gedeeltelijk zijn verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen - te weten voor dat pand, de zich in dat pand bevindende goederen alsmede de belendende woningen - en levensgevaar voor een of meer anderen - te weten de zich in de belendende percelen bevindende personen - te duchten was;

Feit 5 primair

op 16 juli 2015 te Oostvoorne tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, gelegen aan de [adres 8] heeft weggenomen onder andere bankpassen, paspoorten en geld, toebehorende aan [naam aangever 2] , waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak.

De rechtbank acht niet bewezen wat meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Feit 2 primair

diefstal

Feit 3 primair

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van verbreking en valse sleutels

Feit 4

opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is

en

opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is

Feit 5 primair

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf en/of de maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen van 8 jaren met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman vindt de gevorderde straf te hoog, zelfs als de rechtbank alle feiten bewezen zal verklaren. De raadsman heeft gewezen op de straffen die doorgaans worden opgelegd voor diefstal en woninginbraken en op de straf die is opgelegd in een verglijkbare brandstichtingszaak.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere of lichter sanctie dan een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf van lange duur. Zij overweegt als volgt.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een reeks ernstige strafbare feiten. Het ernstigste feit is het stichten van brand in een woning in Maastricht in de nachtelijke uren, waarbij levens van anderen op het spel zijn gezet door de verdachte. Het directe slachtoffer was niet thuis, maar zijn buren wel. Omdat brand zich zeer snel kan uitbreiden en er ontploffingsgevaar ontstaat, zijn mensenlevens in gevaar. Er hadden dus doden kunnen vallen. De desbetreffende woning is grotendeels uitgebrand, waardoor het slachtoffer ernstig is gedupeerd. Een dergelijk feit veroorzaakt langdurig gevoelens van onveiligheid. De verdachte kon dat kennelijk allemaal niets schelen. Uitgangspunt bij opzettelijke brandstichting is gelet op het gevaarzettende karakter dan ook een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Verder heeft de verdachte een 83-jarige vrouw in haar woning bestolen. De verdachte en zijn mededader hebben haar gezegd dat zij stil moest blijven liggen en haar telefoon en zorgalarm uitgeschakeld. Mevrouw [naam aangeefster] moet zich heel machteloos hebben gevoeld. De daders zijn binnengekomen door het sleutelkastje aan de buitenkant van de woning te verbreken en moeten dus geweten hebben dat zij bij een zorgbehoevend slachtoffer naar binnen gingen. Vervolgens heeft de verdachte de rekening van mevrouw [naam aangeefster] geplunderd. De rechtbank rekent de verdachte dit laffe feit dan ook zwaar aan. Zij is van oordeel dat voor de strafmaat geen aansluiting kan worden gezocht bij het oriëntatiepunt dat de strafrechter voor woninginbraken hanteert (3 maanden gevangenisstraf of 5 maanden bij recidive) omdat het feit qua ernst in de richting gaat van een overval in een woning en dan moet gedacht worden aan enkele jaren gevangenisstraf. De rechtbank vindt dus voor dit feit een aanzienlijk hogere straf aan de orde dan de raadsman heeft bepleit.

De bewezen verklaarde feiten en het strafblad van 25 pagina’s van de verdachte laten zien dat de verdachte zich van niets en niemand iets aantrekt. Aangeboden handreikingen om door middel van behandeling, hulpverlening en reclasseringsbegeleiding te stoppen met zijn drugs- en alcoholgebruik en met het plegen van strafbare feiten leiden tot niets. Het recidivegevaar wordt door de reclassering als hoog in geschat. Er rest de rechtbank dus niet anders dan de verdachte voor lange tijd naar de gevangenis te sturen. Alles afwegend komt zij tot de oplegging van 5 jaren gevangenisstraf, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Aan de dagvaarding is nog een diefstal bij een supermarkt in Maastricht toegevoegd, gepleegd op 22 augustus 2016. Dit feit heeft de verdachte bekend en is door de rechtbank bij de op te leggen straf betrokken. De verdachte zal hiervoor niet (meer) afzonderlijk worden vervolgd (ad informandum gevoegd).

7 De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [naam aangever 2] vordert een schadevergoeding van € 29.060,- terzake van feit 5. De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren, omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd. De benadeelde zal zich tot de civiele rechter moeten wenden.

8 Het beslag

De hierna in de beslissing genoemde voorwerpen zijn in beslag genomen tijdens het politieonderzoek ter zake van feit 1. Nu deze voorwerpen strafvorderlijk niet meer van belang zijn, kunnen zij worden teruggegeven aan de rechthebbende.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 57, 157, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

10 De voorlopige hechtenis

De rechtbank heeft in deze zaak een bevel tot gevangenhouding gegeven op 3 november 2016. Dit bevel is op 23 maart 2017 door de rechtbank geschorst. Aan die schorsing waren voorwaarden verbonden. Gebleken is dat de verdachte zich niet aan die voorwaarden heeft gehouden. De verdachte heeft zich namelijk onttrokken aan de klinische behandeling die hij zou volgen en waartoe hij zich bereid had verklaard. Verder maakt hij geen adres of woonplaats kenbaar en daarmee maakt hij oproepen van de zijde van justitie onmogelijk, terwijl de voorwaarden inhouden dat hij zich beschikbaar houdt. De officier van justitie heeft om die redenen gevorderd dat de schorsing van de voorlopige hechtenis weer wordt opgeheven. De rechtbank is van oordeel dat de verdachte niet langer op vrije voeten zou moeten zijn, gelet op het overtreden van de voorwaarden en haar bewijsconclusie ten aanzien van de feiten waarvoor de voorlopige hechtenis was bevolen. Zij zal dan ook de schorsing van de voorlopige hechtenis opheffen met ingang van heden.

11 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde onder feit 1;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte voor de feiten 2 primair, 3 primair, 4 en 5 primair tot een gevangenisstraf van 5 jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Benadeelde partij

  • -

    verklaart de benadeelde partij [naam aangever 2] , wonende te Oostvoorne, niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil;

Beslag

- gelast de teruggave aan de rechthebbende van de volgende in beslag genomen voorwerpen:

2016155010 3 1.00 STK Schoeisel Kl: zwart 833844 -deel schoenveter greinruwe

2016155010 4 1.00 STK Textiel Kl: rood 833847 -doek, geknoopt, greinruwe

2016155010 5 1.00 STK Snoer 833854

2016155010 6 1.00 STK Riem 833859 - ceintuur badjas

2016155010 7 2.00 STK Snoer 833860 - snoer + veter

2016155010 8 1.00 STK Adapter 833865

2016155010 9 1.00 STK Schoeisel Kl: zwart 833892 - veter [adres 2]

2016155010 10 1.00 STK Snoer 833894 - woonkamer [adres 2]

2016155010 11 1.00 STK Snoer833897 - woonkamer bij bank [adres 2]

2016155010 12 1.00 STK Schoeisel UMBRO 833899

2016155010 13 1.00 STK Schoeisel UMBRO 833906

De voorlopige hechtenis

- heft op de schorsing van de voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe, voorzitter, mr. M.M. Beije en mr. M.E.M.W. Nuijts, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.P. Jansen, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 13 maart 2018.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 22 augustus 2016 te 22.00 uur en 23 augustus 2016 te 00.10 uur in de gemeente Maastricht, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen onder meer een bankpas, een mobiele telefoon, huissleutels en een portemonnee inhoudende onder meer een ID kaart, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [naam aangever 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld van geweld tegen genoemde [naam aangever 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld heeft bestaan in

- het vast binden van de handen en voeten van genoemde [naam aangever 1] en/of

- het meermalen, althans eenmaal, slaan van genoemde [naam aangever 1] en/of

- het meermalen, althans eenmaal, trappen (in het gezicht) van genoemde [naam aangever 1] en/of

- het prikken met een schaar, in elk geval met een scherp voorwerp, in de benen van genoemde [naam aangever 1] ,

welk feit werd gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, gelegen aan de [adres 2] ;

2.

hij op of omstreeks 10 augustus 2016 in de gemeente Maastricht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Ipad, merk Apple, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het Legers des Heils Welzijns- en Gezondheidszorg, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij in of omstreeks de periode van 10 tot en met 16 augustus 2016 in de gemeente Maastricht, in elk geval in Nederland, een goed te weten een Ipad, merk Apple, heeft verworven en/of voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten

vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

3.

hij op of omstreeks 02 september 2016 in de gemeente Maastricht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, gelegen aan de [adres 6] , heeft weggenomen onder meer een ijzeren kistje, inhoudende onder andere een hoeveelheid geld, een portemonnee met daarin een hoeveelheid geld en een sieradenkistje met daarin een aantal gouden sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam aangeefster] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben/heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik hebben/heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking, en/of door gebruik te maken van een sleutel welke aan de buitenzijde van die woning in een sleutelkastje hing/lag;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op meerdere tijdstippen op of omstreeks 02 september 2016 in de gemeente Maastricht

telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld van in totaal EURO 1250,--, in elk geval enig goed, telkens geheel of ten dele toebehorende aan [naam aangeefster] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte dat weg te nemen geld telkens onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel door telkens gebruik te maken van een pinpas met bijbehorende pincode;

4.

hij op of omstreeks 23 juni 2016 in de gemeente Maastricht opzettelijk brand heeft gesticht in een woning, gelegen aan de [adres 3] , immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een hoeveelheid benzine, althans een brandbare vloeistof, over gordijnen en/of een bankstel gesprenkeld/gegoten en vervolgens die benzine, althans die brandbare vloeistof

en/of die gordijnen en/of dat bankstel in brand gestoken, althans vlam doen vatten, in elk geval opzettelijk vuur in aanraking gebracht met benzine, althans met een brandbare stof ten gevolge waarvan dat pand en/of de in dat pand aanwezige goederen geheel of gedeeltelijk zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen - te weten voor dat pand, de zich in dat pand bevindende goederen alsmede de belendende woningen - en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een of meer

anderen - te weten de zich in de belendende percelen bevindende perso(o)n(en) - te duchten was;

5.

hij op of omstreeks 16 juli 2015 te Oostvoorne, in elk geval in de gemeente Westvoorne,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, gelegen aan de [adres 8] heeft weggenomen onder andere bankpassen, paspoorten en geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam aangever 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben/heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik hebben/heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 16 juli 2015 in de gemeente Ridderkerk met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen EURO 1250,--, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam aangever 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte dat weg te nemen geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel door gebruik te maken van een pinpas met bijbehorende pincode;

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van Districtsrecherche Zuid-West-Limburg, proces-verbaalnummer LB3R016225 met bijlagen, gesloten d.d. 25 november 2016, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 972.

2 Het proces-verbaal aangifte, dossierpagina 543.

3 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , dossierpagina 594.

4 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] , dossierpagina 596.

5 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] , dossierpagina 733.

6 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , dossierpagina 729.

7 Het proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 538 en 539.

8 Het proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 540 en 541

9 De kennisgeving van inbeslagneming, dossierpagina 224.

10 Het proces-verbaal Sporenonderzoek, dossierpagina 561, tweede helft.

11 Het proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 709.

12 De kennisgevingen van inbeslagneming, dossierpagina 234 en 235, en het proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 681 en 682.

13 Het proces-verbaal Bevindingen scooterkapje, dossierpagina 712 en 713.

14 Het proces-verbaal Sporen-soucheonderzoek, dossierpagina 715.

15 Het proces-verbaal aangifte, dossierpagina 693.

16 Het proces-verbaal aangifte, dossierpagina 690.

17 De kennisgeving van inbeslagneming, dossierpagina 231 en het proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 701.

18 Het proces-verbaal van aanhouding, dossierpagina 259.

19 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, dossierpagina 293.

20 Het proces-verbaal onderzoek data, dossierpagina 623 en 638 en het proces-verbaal onderzoek [naam 1] , dossierpagina 655.

21 De processen-verbaal van verhoor getuige, dossierpagina 651 en 652.

22 Het proces-verbaal van observatie, dossierpagina 465 en het proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 468.

23 Het proces-verbaal aangifte, dossierpagina 470

24 Het proces-verbaal van verhoor getuige, dossierpagina 475.

25 Het proces-verbaal aangifte, dossierpagina 481 en 482 met Bijlage goederen.

26 Het proces-verbaal van bevindingen transactiegegevens, dossierpagina 488 en 489.

27 Het proces-verbaal met de afdruk van Google Maps, dossierpagina 523 en 525.

28 Het proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 503 en het proces-verbaal, dossierpagina 516.

29 Het proces-verbaal aangifte, dossierpagina 904.

30 Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 5] , dossierpagina 910.

31 Het proces-verbaal bevindingen, dossierpagina 915 tot en met 918

32 Het proces-verbaal herkenning [verdachte] , dossierpagina 963.