Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:2329

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
08-03-2018
Datum publicatie
13-03-2018
Zaaknummer
C/03/247237/KG RK 18-169
Rechtsgebieden
Goederenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bevelschrift ex artikel 57 Onteigeningswet. Geen mondelinge behandeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

zaaknummer / rekestnummer: C/03/247237/KG RK 18-169

Bevelschrift van de voorzieningenrechter van 8 maart 2018

in de zaak van

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE HORST AAN DE MAAS,

zetelend te Horst,

verzoeker,

advocaat mr. H. Zeilmaker

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ABC WONEN B.V.,

gevestigd te Wanssum,

2 [verweerder sub 2] ,

wonende te [woonplaats verweerder sub 2] ,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[X] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats verweerder sub 3] ,

verweerders,

advocaat mr. R.H.J.G. Borger.

Partijen zullen hierna de gemeente, ABC Wonen, [verweerder sub 2] en [verweerder sub 3] genoemd worden.

1 Verloop van de procedure

1.1.

De gemeente heeft op 5 maart 2018 ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift ingediend. Het verzoekschrift is op 8 maart 2018 aangevuld, door overlegging van e-mailcorrespondentie tussen mr. Zeilmaker en mr. Borger in de periode 14 februari 2018 tot en met 2 maart 2018, alsmede een e-mailbericht van mr. Zeilmaker aan de rechtbank van 8 maart 2018. Een kopie van het verzoekschrift en de aanvullende bijlage worden aan dit bevelschrift gehecht.

1.2.

Het verzoek strekt tot het geven van een bevelschrift als bedoeld in artikel 57 van de Onteigeningswet (Ow).

1.3.

Bij het verzoekschrift zijn onder meer overgelegd:
- een afschrift van het tussen partijen op 1 november 2017 gewezen onteigeningsvonnis,
- een verklaring van de griffier dat voormeld vonnis in kracht van gewijsde is gegaan,
- een afschrift van het proces-verbaal van de opneming door de deskundigen van 6 februari 2018,
- Ontvangstbewijs kadaster van verzoek tot inschrijving onteigeningsvonnis, - het bewijs dat het voorschot op de schadeloosstelling in consignatie is gestort.
- bovengenoemde e-mailcorrespondentie

2
2. Vaststaande feiten

2.1.

Bij vonnis van 1 november 2017 (zaaknummer-/rolnummer: C/03/235223 HA ZA 17-245) heeft de rechtbank Limburg de onteigening uitgesproken van het perceel, kadastraal bekend gemeente [gemeente] , sectie [Y] , nr. [nummer] , ter grootte van 02.56.69 ha. (hierna het perceel). De griffier heeft op 13 december 2017 verklaart dat de uitspraakgezag van gewijsde heeft gekregen. De descente heeft plaatsgevonden op 6 februari 2018.

2.2.

Voormeld vonnis is op 1 maart 2018 ingeschreven in de openbare registers, waardoor de gemeente eigenaar is geworden van die percelen, hetgeen blijkt uit het bewijs van ontvangst van het inschrijvingsverzoek van 1 maart 2018.

2.3.

Op het onteigende bevinden zich drie opstallen: een woonboerderij, een (voormalige) koel- en opslagruimte (hierna: de loods) en een voormalige (kippen)schuur (hierna: de schuur). ABC Wonen heeft deze opstallen verhuurd. Tijdens de descente is gebleken dat de woonboerderij wordt bewoond (kamerbewoning) en dat de andere opstallen worden gebruikt voor de opslag van goederen.

2.4.

Bij brief van 14 februari 2018 heeft de gemeente verweerders in kennis gesteld dat zij uiterlijk 9 maart 2018 onbelemmerde toegang wenst te hebben tot het perceel zodat bomen kunnen worden gekapt voordat het broedseizoen start en dat de loods en schuur uiterlijk per 25 maart 2018 dienen te worden ontruimd.

2.5.

De gemeente heeft verweerders verzocht om uiterlijk 20 februari 2018 te bevestigen dat zij daaraan uitvoering zullen geven. Die bevestiging is voor wat betreft de ontruiming niet gegeven. Mr. Borger heeft te kennen gegeven dat spoedig na afloop van de opzegtermijnen van de huur/pachtovereenkomsten met [verweerder sub 2] en [verweerder sub 3] , zijnde
1 september 2018 respectievelijk 1 mei 2018, zal worden overgegaan tot ontruiming.

3 Beoordeling van het verzoek

3.1.

De gemeente heeft gesteld recht en belang te hebben om ter uitvoering van het werk waarvoor onteigend is de vrije beschikking te verkrijgen over het onteigende. De gemeente wenst uiterlijk per 9 maart 2018 vrijelijk over het onteigende te kunnen beschikken, omdat voorbereidende werkzaamheden op het perceel moeten worden verricht, waaronder de kap van bomen vóórdat het broedseizoen begint (derhalve voor 15 maart 2018) en het uitvoeren van asbestonderzoek en bodemonderzoek.

3.2.

De rechtbank is van oordeel dat dit bevelschrift zonder hoorzitting kan worden afgegeven, omdat de onteigeningswet een met voldoende waarborgen omklede procedure geeft, waarin uiteindelijk door de rechter wordt beslist omtrent een vordering tot onteigening. Deze procedure voldoet aan de eisen van artikel 6 EVRM. Indien - zoals ook in het onderhavige geval - uiteindelijk onherroepelijk door de rechter op de vordering tot onteigening is beslist, kan de aldus verkregen onteigeningstitel terstond ten uitvoer worden gelegd. Onmiddellijke inbezitneming door de onteigenaar is uitgangspunt. Voor het geval de onteigende weigerachtig blijkt daaraan mee te werken, voorziet de onteigeningswet in artikel 57 in een regeling. Deze houdt in dat de voorzitter van de rechtbank een bevelschrift kan uitvaardigen gericht op de inbezitstelling van het onteigende. De betrokken wettelijke bepaling schrijft dwingend voor dat een dergelijk bevelschrift wordt gegeven en kent geen ruimte voor een nadere belangenafweging. In het systeem van de onteigeningswet heeft die belangenafweging immers al plaatsgevonden: door de onteigening is gegeven dat al hetgeen is op het onteigende dient te wijken voor het aldaar te realiseren werk, waarbij - zoals hiervoor al is gezegd - de onteigening terstond ten uitvoer kan worden gelegd.

3.3.

In het kader van een procedure ex artikel 57 Ow toetst de rechter derhalve uitsluitend of aan de formele vereisten is voldaan en met de belangen van verweerders behoeft in beginsel geen rekening te worden gehouden. Dit zou in een uitzonderlijk geval anders kunnen zijn bijvoorbeeld als sprake zou zijn van een als gevolg van gewijzigde omstandigheden afzien van de uitvoering van het werk waarvoor is onteigend. Een dergelijke situatie is hier echter niet aan de orde.

3.4.

Nu verweerders hebben nagelaten te bevestigen dat zij zullen overgaan tot ontruiming, zal de voorzieningenrechter dan ook direct overgaan tot afgifte van de beschikking, nu de gemeente bij haar verzoek heeft voldaan aan de vereisten van artikel 57 Ow.

3.5.

Aan verweerders zal een termijn worden gegund tot uiterlijk 25 maart 2018 , teneinde de loods en de schuur alsnog vrijwillig te ontruimen.

4
4. Beslissing

De voorzieningenrechter:

4.1.

beveelt dat de gemeente per direct na betekening van deze beschikking in het bezit van de hiervoor onder 2.1 genoemd perceel wordt gesteld,

4.2.

veroordeelt verweerders om de gemeente respectievelijk door haar aan te wijzen derden, waaronder Californië B.V. en door de laatste in te schakelen aannemers en onderzoeksbureaus, per direct na betekening van deze beschikking toegang te verschaffen tot het onteigende,

4.3.

veroordeelt verweerders om uiterlijk op 25 maart 2018 het perceel met al de zijnen en het zijne te ontruimen en ter vrije beschikking van de gemeente te stellen,

4.4.

machtigt de gemeente het in deze beschikking bepaalde na voormelde termijnen zelf ten uitvoer te doen leggen, desnoods met behulp van de sterke arm van politie en justitie,

4.5.

veroordeelt verweerders tot betaling van de kosten van dit bevelschrift, aan de zijde van de gemeente tot op heden begroot op € 626,00 aan griffierechten en op € 452,00 aan salaris ten behoeve van de advocaat.

Deze beschikking is gegeven door mr. R. Kluin en in het openbaar uitgesproken op
8 maart 2018.1

1 type: SS coll: