Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:2318

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
12-03-2018
Datum publicatie
14-03-2018
Zaaknummer
C/03/246124 / KG ZA 18-66
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

straatverbod

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer: C/03/246124 / KG ZA 18-66

Vonnis in kort geding van 12 maart 2018

in de zaak van

[eiser] ,

wonend te [woonplaats] ,

eiser,

advocaat mr. J.F.E. Kikken,

tegen

[gedaagde] ,

wonend te [woonplaats] ,

gedaagde,

verschenen in persoon.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties

  • -

    de aanvullende productie van [eiser]

  • -

    de mondelinge behandeling op 27 februari 2018.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] is de zoon van [gedaagde] .

2.2.

[eiser] woont sinds december 2016 samen met zijn echtgenote, [naam echtgenote] , aan de [adres] te [woonplaats] .

2.3.

[eiser] en [naam echtgenote] hebben een lichte verstandelijke beperking en wonen weliswaar zelfstandig, maar worden daarin begeleid door [naam ambulant begeleider] , ambulant begeleider bij Zorg voor Welzijn (hierna: [naam ambulant begeleider] ).

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert samengevat - dat aan [gedaagde] gedurende de periode van een jaar een verbod wordt opgelegd om:

  • -

    de woning van [eiser] aan de [adres] te [woonplaats] , alsmede de [straat 1] te Maastricht en

  • -

    het gedeelte van de [straat 2] te [woonplaats] gelegen tussen de [straat 3] en de [straat 4] ,

te betreden of zich daar op te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- voor elke keer dat [gedaagde] in strijd handelt met dit verbod, met een maximum van € 10.000,-, en machtiging aan [eiser] om met behulp van de sterke arm van justitie en politie de tenuitvoerlegging van dit vonnis te bewerkstelligen, indien [gedaagde] niet aan dit vonnis voldoet, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding.

3.2.

[gedaagde] voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van de vordering.

4.2.

Een straatverbod vormt een inbreuk op het aan een ieder toekomend recht om zich vrijelijk te verplaatsen. Voor het toewijzen van een zo ingrijpende maatregel moet sprake zijn van in hoge mate aannemelijke feiten en omstandigheden die een dergelijke inbreuk rechtvaardigen.

4.3.

[eiser] stelt ter onderbouwing van zijn vorderingen het navolgende. Zijn vader bezoekt regelmatig in dronken toestand zijn woning. Hij verschaft zich dan vaak met dreigementen en geweld toegang tot de woning. Zijn vader heeft hem en zijn echtgenote ook diverse malen met de dood bedreigd. Aan de sommatie van de advocaat van [eiser] begin november 2017 om zich niet meer in de omgeving van de woning van zijn zoon te begeven, heeft [gedaagde] geen gehoor gegeven. De gebeurtenissen hebben een enorme impact op [eiser] (en zijn echtgenote). Hij wil dit niet meer meemaken.

4.4.

[eiser] legt ter nadere onderbouwing van zijn vorderingen een proces-verbaal van aangifte van 29 september 2017 over (productie 1 bij dagvaarding). De aangifte van [eiser] ziet op bedreiging met geweld gepleegd door [gedaagde] . In dat proces-verbaal verklaart [eiser] (onder meer) het navolgende. [gedaagde] komt geregeld naar de woning van [eiser] , terwijl [eiser] dat niet wil. Wanneer [gedaagde] voor zijn woning staat en naar binnen wil, durven [eiser] en [naam echtgenote] geen ‘nee’ te zeggen. Als hij komt, maakt hij stampij en is hij dronken. Al meerder malen is de politie geweest omdat het escaleerde. In de nacht van 27 september 2017 was het weer zover. [gedaagde] was in de woning van [eiser] , liep scheldend op [eiser] af en sloeg met zijn vuist op tafel. [eiser] raakte hier zodanig door van slag dat hij verder niet veel meer heeft meegekregen. De politie heeft [gedaagde] vervolgens uit de woning van [eiser] verwijderd en naar zijn eigen woning begeleid. [eiser] heeft verder melding gemaakt van een incident dat heeft plaatsgevonden ongeveer 2 weken voor datum van de aangifte. [gedaagde] , die dichtbij het MVV stadion woont, heeft [eiser] toen op de parkeerplaats van dat stadion, waar [eiser] als steward werkzaam is, in dronken toestand bedreigd met een mes. Hij riep toen onder meer ‘ik snijd je de strot over’.

4.5.

[eiser] legt voorts ter staving van zijn stellingen een verklaring over betreffende een incident dat heeft plaatsgevonden op 30 januari 2018 (productie 3). De verklaring is door [eiser] , zijn vrouw en [naam ambulant begeleider] ondertekend. In die verklaring staat het navolgende. [gedaagde] bezocht op 30 januari 2018 omstreeks 22.00 uur in dronken toestand de woning van [eiser] . Hij werd agressief en wilde zijn zoon te lijf gaan. Hulpverlener [naam ambulant begeleider] , die op dat moment aanwezig was, is toen tussenbeide gekomen om verdere escalatie te voorkomen. Door [gedaagde] werden blijkens deze verklaring dreigementen geuit zoals “ik snij je de keel door’, waarbij door [gedaagde] een horizontale beweging met zijn hand langs zijn keel werd gemaakt. Onder begeleiding van de politie is [gedaagde] uiteindelijk met een zak vol bier vertrokken.

4.6.

Als productie 5 is een door hulpverlener [naam ambulant begeleider] geschreven situatiebeschrijving overgelegd. Hierin staat onder meer het navolgende beschreven. [eiser] en [naam echtgenote] zijn zeer beïnvloedbaar. Cognitief functioneren zij op het niveau van een kind. [eiser] is niet in staat om grenzen aan te geven en het lukt hem niet om [gedaagde] buiten de deur te houden. Wanneer [gedaagde] , die veelvuldig overvloedig alcohol drinkt, dronken is, wordt hij boos en fysiek agressief. Hij komt veelvuldig bij [eiser] op bezoek en laat zich dan niet wegsturen. Hij blijft dan vaak overnachten, zonder dat [eiser] en [naam echtgenote] dit willen en drinkt dan overvloedig alcohol. In het verleden is het bij deze gelegenheden regelmatig tot een handgemeen gekomen.

4.7.

De hiervoor beschreven incidenten zijn door [gedaagde] niet betwist. Ook het overmatige drankgebruik en de wijze waarop dit hem beïnvloedt (agressief gedrag) is door [gedaagde] niet betwist. Volgens [gedaagde] is het echter ook voorgekomen dat hij naar de woning van zijn zoon ging omdat zijn zoon hem belde, omdat deze problemen ondervond en zijn hulp inriep. [eiser] ontkent niet dat dit in het verleden (half jaar geleden) wel eens is voorgekomen, maar het is in de afgelopen periode volgens hem niet meer gebeurd dat zijn vader zich op zijn verzoek naar zijn woning heeft begeven. Hij stelt dat hij in de afgelopen tijd zoveel mogelijk zijn eigen leven geleid heeft.

4.8.

Gelet op het voorgaande is voldoende aannemelijk geworden dat sprake is van een stelselmatige, ontoelaatbare inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [eiser] (en zijn echtgenote) door [gedaagde] . Deze inbreuk is naar het oordeel van de voorzieningenrechter zodanig ernstig dat deze in beginsel een beperking van [gedaagde] in zijn bewegingsvrijheid rechtvaardigt. Gelet op de gedingstukken en het verhandelde ter zitting bestaat er bovendien een reële dreiging van vergelijkbaar toekomstig onrechtmatig handelen.

4.9.

Door [gedaagde] is gesteld dat hij als papierprikker werkzaam is en in het kader van dat werk in heel [woonplaats] komt. Hij heeft desgevraagd aangegeven hij zich in het kader van zijn werkzaamheden niet iedere week naar de [straat 1] hoeft te begeven. Incidentele mogelijke werkzaamheden aan de [straat 1] kunnen naar het oordeel van de voorzieningenrechter in overleg met zijn werkgever door collega’s worden ondervangen. Het werk van [gedaagde] vormt naar het oordeel van de voorzieningenrechter dan ook geen beletsel voor het opleggen van een verbod om zich aan de [straat 1] op te houden.

4.10.

Het belang van [eiser] (en [naam echtgenote] ) op een leefomgeving met zo min mogelijk spanningen en angst weegt, gelet op het voorgaande, naar het oordeel van de voorzieningenrechter zwaarder dan het belang van [gedaagde] om zich in het zeer beperkte gebied, waar de woning van [eiser] zich bevindt, te begeven. Het door [eiser] gevorderde (straat)verbod zal derhalve worden toegewezen voor zover dit op de woning van [eiser] gelegen aan de [straat 1] , alsmede de [straat 1] ziet.

4.11.

De belangenafweging tussen partijen valt naar het oordeel van de voorzieningenrechter echter anders uit met betrekking tot het gevorderde straatverbod voor zover dit op (een deel van) de [straat 2] ziet. Het straatverbod is, daar waar het het geel gearceerde deel van die weg op productie 4 bij dagvaarding betreft, ingegeven door de wens om [gedaagde] niet in [naam café] tegen te komen. [gedaagde] hecht er blijkens het ter zitting verhandelde groot belang aan om [naam café] te kunnen blijven bezoeken. Gesteld noch gebleken is dat het bezoeken van [naam café] voor [eiser] van zodanig essentieel belang is dat het een zodanig ingrijpend middel rechtvaardigt als het gevorderde verbod voor [gedaagde] om een deel van de [straat 2] te betreden dan wel zich daar op te houden. [eiser] heeft ter zitting ook aangegeven dat hij al een tijd niet meer in [naam café] komt om zodoende zijn vader te vermijden. Hij brengt momenteel veel tijd door in België, zo stelt hij. Door [eiser] is ook niet gesteld dat hij zijn hobby niet elders kan uitoefenen.

4.12.

Het gevorderde straatverbod zal, gelet op het voorgaande, worden afgewezen voor zover dit ziet op (het geel gearceerde deel van) de [straat 2] .

4.13.

De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als volgt.

4.14.

Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

verbiedt [gedaagde] gedurende een jaar na betekening van dit vonnis zich te bevinden in de woning aan de [adres] te [woonplaats] en zich op te houden aan de [straat 1] te [woonplaats] ,

5.2.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 250,- voor iedere keer dat hij niet aan de in 5.1. uitgesproken veroordeling voldoet, tot een maximum van € 5.000,- is bereikt,

5.3.

machtigt [eiser] om met behulp van de sterke arm van justitie en politie de tenuitvoerlegging van dit vonnis te bewerkstelligen, indien [gedaagde] in gebreke blijft aan het onder 5.1. van dit vonnis bepaalde te voldoen,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman en in het openbaar uitgesproken.1

1 type: CB