Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:2188

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
07-03-2018
Datum publicatie
07-03-2018
Zaaknummer
03/700367-15
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2019:1587, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Ontucht met een 15-jarige en het vervaardigen van kinderporno; gevangenisstraf van 15 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk, vrijspraak voor verkrachting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2018-0228
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/700367-15

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 7 maart 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

wonende te [adresgegevens verdachte] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. B.M.A. Jegers, advocaat kantoorhoudende te Heerlen.

De benadeelde partij [slachtoffer] is verschenen en wordt ter terechtzitting bijgestaan door
mr. F.W. Oehlen, advocaat, kantoorhoudende te Beek.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 21 februari 2018. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Feit 1: gedurende langere tijd meermalen, althans eenmaal geslachtsgemeenschap heeft gehad met [slachtoffer] , die destijds 15 jaar oud was;

Feit 2: gedurende langere tijd [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal heeft verkracht (primair), dan wel haar heeft aangerand (subsidiair);

Feit 3: meermalen kinderporno heeft vervaardigd en in zijn bezit heeft gehad van [slachtoffer] , die destijds 15 jaar oud was;

Feit 4: meermalen kinderporno heeft vervaardigd en in zijn bezit heeft gehad van personen die de leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht op grond van de inhoud van het dossier en de behandeling ter zitting de feiten 1, 2 primair, 3 en 4 wettig en overtuigend bewezen.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om de verdachte bij gebrek aan bewijs vrij te spreken van de feiten 2 en 4. Ten aanzien van de feiten 1 en 3 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Inleiding

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte gedurende een langere periode, meermalen geslachtsgemeenschap heeft gehad met aangeefster [slachtoffer] , die destijds 15 jaar oud was. De rechtbank acht eveneens wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte kinderporno van aangeefster heeft vervaardigd en in zijn bezit heeft gehad.

De rechtbank acht feit 2, zowel primair als subsidiair, en feit 4 niet bewezen en zal de verdachte daarvan vrijspreken. Hieronder zal de rechtbank per feit de bewijsmiddelen bespreken en motiveren waarom zij ten aanzien van de feiten 2 en 4 tot een vrijspraak komt.

Feit 1

Op 29 april 2015 heeft aangeefster (geboortedatum [geboortedatum] )2 aangifte gedaan tegen de verdachte omdat hij toen zij 15 jaar oud was, meerdere malen met haar geslachtsgemeenschap heeft gehad. Aangeefster heeft verklaard dat de verdachte haar op 29 december 2012 voor het eerst via facebook berichten stuurde met als inhoud dat hij haar een mooi meisje vond. Hij had tegen haar gezegd dat hij 21 jaar oud was. De verdachte wilde aangeefster geld geven omdat hij haar een mooi meisje vond. Aangeefster wilde in eerste instantie niet met hem afspreken. Uiteindelijk heeft ze hem haar telefoonnummer gegeven. Ze hebben via WhatsApp contact gehad. Een half jaar voordat aangeefster 16 jaar zou worden heeft ze voor het eerst met de verdachte afgesproken. Het eerste seksuele contact heeft ongeveer 3 maanden voor haar zestiende verjaardag plaatsgevonden. Ze hadden elkaar toen ongeveer 15 keer gezien. Aangeefster en de verdachte hebben geslachtsgemeenschap gehad in de auto van de verdachte ergens op een parkeerplaats in Nederland en in de slaapkamer van de woning van de verdachte in [woonplaats] .3

Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat hij vaker geslachtsgemeenschap heeft gehad met aangeefster. Hij wist dat aangeefster toen pas 15 jaar oud was. De leeftijd van aangeefster blijkt ook uit de berichten die de verdachte en aangeefster via facebook naar elkaar hebben gestuurd.4

De rechtbank zal in de bewezenverklaring de begindatum stellen op 1 april 2013. Uit de facebook berichten blijkt dat op 17 maart 2013 nog geen ontmoeting tussen de verdachte en aangeefster heeft plaatsgevonden.5 Aangeefster heeft verklaard dat zij ongeveer 4 á 6 maanden na het eerste contact op 29 december 2012, voor het eerst geslachtsgemeenschap heeft gehad met de verdachte.6 Op 6 september 2013 is aangeefster 16 jaar oud geworden.

Feit 3

Tijdens zijn verhoor bij de politie heeft de verdachte verklaard dat hij met gebruikmaking van zijn computer opnamen heeft gemaakt van zijn handelingen met aangeefster.7 Deze videobeelden zijn in beslag genomen.8 In een besloten bijeenkomst voorafgaand aan de terechtzitting heeft de rechtbank deze opnamen bekeken. Het betreft een zestal video’s. Op de beelden is te zien dat aangeefster en de verdachte zich uitkleden, op bed gaan liggen en seksuele handelingen bij elkaar verrichten. De seksuele handelingen bestaan onder meer uit het aanraken van de billen van aangeefster door de verdachte.9 Voorts is te zien dat aangeefster en de verdachte geslachtsgemeenschap hebben met elkaar.10 De video is op
21 mei 2013 opgenomen in de slaapkamer van de woning van de verdachte te [woonplaats] . Op die dag was aangeefster 15 jaar oud.

Ter terechtzitting heeft de verdachte bekend dat hij de opnamen heeft gemaakt en dat op deze opnamen is te zien dat hij geslachtsgemeenschap heeft met aangeefster.

Feit 2

Onder feit 2 is aan de verdachte tenlastegelegd dat hij aangeefster nadat zij de leeftijd van 16 jaren had bereikt, meermalen heeft verkracht dan wel heeft aangerand. Naar het oordeel van de rechtbank kan de verkrachting of aanranding niet wettig en overtuigend worden bewezen en moet de verdachte daarvan worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Op de terechtzitting heeft de verdachte toegegeven dat er tussen hem en aangeefster, nadat zij 16 jaar was geworden, meerdere keren seksuele handelingen hebben plaatsgevonden, waaronder het seksueel binnendringen van het lichaam van aangeefster. De verdachte stelt zich evenwel op het standpunt dat deze seksuele handelingen met instemming en op initiatief van aangeefster hebben plaatsgevonden en dat er geen sprake is geweest van dwang.

De vraag die de rechtbank moet beantwoorden, is of onder de gegeven omstandigheden sprake is geweest van ‘dwang’ in de zin van artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht. Voor een bewezenverklaring van ‘dwang’ is vereist dat de verdachte opzettelijk heeft veroorzaakt dat aangeefster het seksueel binnendringen van haar lichaam tegen haar wil heeft ondergaan en dat die dwang heeft plaatsgevonden door middel van geweld of een andere feitelijkheid, dan wel bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid.

Over het ten laste gelegde seksueel binnendringen heeft aangeefster verklaard dat de verdachte – toen zij voor het eerst seks hadden – vroeg of hij in haar broek mocht, zij aangaf dat ze dat niet wilde en begon te huilen. Hij is toen toch met zijn hand in haar broek gegaan en heeft aan haar vagina gezeten. Vervolgens is hij op haar gekropen en heeft hij zijn penis in haar vagina gestopt. Indien zij haar mond niet zou houden, zou de verdachte haar familie iets aan doen. Ook heeft de verdachte gedreigd met het op internet plaatsen van de videobeelden, aldus aangeefster.

De verdachte heeft ter terechtzitting – en tijdens zijn verhoren bij de politie – de verklaring van aangeefster op voornoemde punten ten stelligste ontkend. Volgens hem heeft aangeefster geheel vrijwillig de seksuele handelingen ondergaan en heeft zij op geen enkel moment kenbaar gemaakt dat er iets tegen haar wil gebeurde.

De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van aangeefster dat zij door de verdachte werd gedwongen tot het ondergaan van seksuele handelingen, onvoldoende wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen om tot een bewezenverklaring van de voor verkrachting noodzakelijke dwang te kunnen komen. Zij overweegt daartoe als volgt.

Op de beelden die de rechtbank achter gesloten deuren heeft bekeken is te zien dat de verdachte en aangeefster direct voorafgaand aan de seksuele handelingen grapjes maken en samen lachen. Het initiatief bij de seksuele handelingen komt ook van aangeefster. Op geen enkele wijze blijkt uit de videobeelden dat de seksuele handelingen tegen de wil van aangeefster plaatsvinden.

Het digitale berichtenverkeer in het dossier kan evenmin dienen als steunbewijs voor de verklaring van aangeefster, omdat uit deze berichten blijkt dat aangeefster openstaat voor seksuele handelingen als de verdachte daarom vraagt.

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat de seksuele handelingen tegen de wil van aangeefster hebben plaatsgevonden en dat er sprake is geweest van dwang in de zin van artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank zal de verdachte vrijspreken van de onder feit 2 primair aan hem tenlastegelegde verkrachtingen van aangeefster nadat zij 16 jaar was geworden.

Aan de verdachte is onder feit 2 subsidiair tenlastegelegde dat hij aangeefster meerdere keren heeft aangerand nadat zij 16 jaar was geworden. Voor een veroordeling op grond van artikel 246 Wetboek van Strafrecht is dwang of een andere feitelijkheid of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid van de zijde van de verdachte, waardoor de aangeefster de ontuchtige handelingen tegen haar wil heeft ondergaan, vereist. De rechtbank acht onvoldoende bewijs aanwezig dat de aangeefster de handelingen tegen haar wil als gevolg van (dreiging met) geweld of (dreiging met) een andere feitelijkheid van de kant van de verdachte heeft ondergaan. Niet is gebleken van een situatie waarin de verdachte, anders dan door het uitvoeren van de ontuchtige handelingen zelf, geweld of een andere feitelijkheid of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid heeft aangewend om aangeefster tot het ondergaan van die handelingen te dwingen. De rechtbank acht daarmee niet bewezen dat de verdachte opzettelijk door (bedreiging met) dwingende feitelijkheden aangeefster tot het ondergaan van de ontuchtige handelingen heeft gebracht.

De rechtbank acht daarom niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en zal de verdachte ook hiervan vrijspreken.

Feit 4

Aan de verdachte is onder feit 4 tenlastegelegd dat hij meermalen pornografisch materiaal heeft heeft vervaardigd en in zijn bezit heeft gehad van personen die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt. Naar het oordeel van de rechtbank kan dit feit niet wettig en overtuigend worden bewezen verklaard. De rechtbank zal de verdachte van dit feit vrijspreken. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Door een tweetal gecertificeerde zedenrechercheurs is op 20 april 2017 een aanvullend proces-verbaal opgemaakt waarin is beschreven wat op de videobestanden met bestandnaam [bestandsnaam 7] , [bestandsnaam 4] en [bestandsnaam 5] is te zien. De zedenrechercheurs schatten de leeftijd van de meisjes op de beelden tussen de 16 en de 18 jaar oud.

De rechtbank is gelet op bovengenoemde van oordeel dat niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat de meisjes op de beelden kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt. De mogelijkheid bestaat dus dat de meisjes 18 jaar oud zijn.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat er sprake is van kinderporno en zal de verdachte van het tenlastegelegde onder feit 4 vrijspreken.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

ten aanzien van feit 1

in de periode van 1 april 2013 tot en met 5 september 2013 in Nederland, meermalen met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] ;

ten aanzien van feit 3

in de periode van 21 mei 2013 tot en met 28 juli 2015 te [woonplaats] , afbeeldingen, te weten drie films van seksuele gedragingen, waarbij iemand die de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] ) is betrokken heeft vervaardigd en in bezit gehad welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de penis vaginaal penetreren van het lichaam van een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(een film met bestandsnaam: [bestandsnaam 1] , p. 217 pv en/of een film met bestandsnaam: [bestandsnaam 2] , p. 217 pv)

en het met vingers/hand en aanraken van de billen van een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(een film met bestandsnaam: [bestandsnaam 3] , p. 216 pv).

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

ten aanzien van feit 1:

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd

ten aanzien van feit 3:

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben, meermalen gepleegd

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf en/of de maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen acht gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan de verdachte op te leggen. Daarnaast heeft de raadsman verzocht bij het opleggen van een straf, rekening te houden met het tijdsverloop, het blanco strafblad en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft seks gehad met een meisje waarvan hij wist dat zij pas 15 jaar oud was. Uit het digitale berichtenverkeer tussen de verdachte en aangeefster blijkt dat hij actief op haar heeft gejaagd. Hij was duidelijk uit op seks met haar. In het eerste contact met haar gaf zij aan dat zij 15 jaar oud was. Hij is zeer planmatig en manipulatief te werk gegaan.

De rechtbank neemt het de verdachte bijzonder kwalijk dat hij de seks met aangeefster heeft gefilmd zonder dat zij daarvan op de hoogte was. Toen zij erachter kwam, beloofde hij het filmpje te verwijderen, maar dat is niet gebeurd.

De psychische gevolgen van het seksuele misbruik zijn voor aangeefster zeer ingrijpend. Aangeefster en haar moeder hebben op de terechtzitting een slachtofferverklaring voorgelezen. Uit deze verklaringen blijkt van de grote impact van het misbruik van de verdachte op aangeefster en op haar familie.

Gelet op de ernst van de feiten en op de gevolgen van de handelingen van verdachte voor aangeefster en haar familie is de rechtbank van oordeel dat louter een vrijheidsbenemende straf passend is.

In het voordeel van de verdachte houdt de rechtbank er bij de strafoplegging rekening mee dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk misdrijf.

Elke verdachte heeft recht heeft op afdoening van zijn zaak binnen een redelijke termijn. Deze termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Staat jegens verdachte een handeling is verricht waaruit verdachte heeft opgemaakt en redelijkerwijs heeft kunnen opmaken dat het openbaar ministerie het ernstig voornemen heeft tegen verdachte een strafvervolging in te stellen. De rechtbank stelt vast dat bijna 2 jaar is verstreken sinds de eerste daad van vervolging. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank het recht van de verdachte op afdoening van zijn strafzaak binnen een redelijke termijn geschonden. De rechtbank houdt hiermee rekening bij het bepalen van de straf.

Alle feiten en omstandigheden wegend en gelet op de straffen die in gelijksoortige zaken zijn opgelegd, is de rechtbank van oordeel dat aan de verdachte een gevangenisstraf van 15 maanden moet worden opgelegd, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Aan de voorwaardelijk straf zal de rechtbank geen bijzondere voorwaarden verbinden, nu het dossier daartoe geen aanleiding voor geeft.

7 De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

7.1

De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij vordert een schadevergoeding van € 22.231,15 ter zake van het tenlastegelegde onder de feiten 1, 2 en 3.

Dit bedrag bestaat uit € 2.231,15 materiële schade en € 20.000,00 immateriële schade, voor zover die immateriële schade thans vast staat.

Daarnaast wordt de wettelijke rente gevorderd vanaf het moment van de schadeveroorzakende feiten en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering is door mr. Oehlen ter terechtzitting nader toegelicht. Zij heeft benadrukt dat de feiten een forse psychische impact op aangeefster hebben gehad. De raadsvrouw heeft ten aanzien van de immateriële schade aansluiting gezocht bij de Letsellijst Schadefonds Geweldsmisdrijven. Volgens haar is minstens categorie 5 aan de orde. Categorie 4 zou geen recht doen aan de psychische schade die aangeefster heeft geleden en nog lijdt. De beelden die de verdachte stiekem heeft gemaakt van aangeefster zijn niet verspreid, maar inmiddels wel door meerdere personen bekeken.

7.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de vordering in zijn geheel toewijsbaar en vordert tevens de verdachte te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

7.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van de materiële schade gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van de immateriële schade heeft de raadsman de rechtbank verzocht de vordering aanzienlijk te matigen, immers verkrachting kan niet worden bewezen. Het is volgens de raadsman nog maar de vraag in hoeverre de verdachte verantwoordelijk kan worden gehouden voor de psychische problematiek van aangeefster.

7.4

Het oordeel van de rechtbank

Materiële schade

Naar het oordeel van de rechtbank kan de gevorderde materiële schade worden aangemerkt als het rechtstreekse gevolg van het bewezenverklaarde. De rechtbank acht de verdachte aansprakelijk voor die schade. Zij zal dit deel van de gevorderde schadevergoeding
(€ 2.231,15), dat door de verdediging niet is betwist, toewijzen.

Immateriële schade (smartengeld)

De rechtbank is van oordeel dat is komen vast te staan dat aangeefster ten gevolge van de hiervoor bewezen verklaarde feiten schade heeft geleden. De verdachte zal ter zake van de feiten 1 en 3 tot een straf veroordeeld worden. Daarom kan aangeefster in beginsel worden ontvangen in de vordering die zij heeft ingediend.

De rechtbank stelt voorop dat de vergoeding van ander nadeel dan vermogensschade ex artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek slechts in beperkte gevallen toewijsbaar is.

De Nederlandse wet kent immers een restrictief stelsel ten aanzien van het toekennen van een dergelijke vergoeding. Artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek geeft daartoe een limitatieve opsomming. Het recht op vergoeding bestaat slechts:

  1. wanneer het oogmerk bestond zodanig nadeel toe te brengen (het oogmerk is gericht op smart);

  2. ij lichamelijk letsel, aantasting in de eer of goede naam of aantasting van de persoon op andere wijze;

  3. bij aantasting van de nagedachtenis van een overledene.

De schade die aangeefster stelt te hebben geleden, valt onder categorie b.

Uit het eerste lid onder b van voormeld artikel volgt dat voor nadeel dat niet uit vermogensschade bestaat, de benadeelde recht heeft op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding, indien de benadeelde (onder meer) in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast.

Voor de toewijsbaarheid van een vordering gebaseerd op de aantasting van de persoon is volgens de Hoge Raad het uitgangspunt dat de benadeelde geestelijk letsel heeft opgelopen en dat dit letsel moet bestaan uit een aan de hand van objectieve maatstaven vast te stellen psychische beschadiging, daaronder begrepen een in de psychiatrie erkend ziektebeeld.

De Hoge Raad heeft bepaald dat op voornoemd uitgangspunt uitzonderingen kunnen worden aanvaard in verband met de bijzondere ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor het slachtoffer.11 Hierbij valt met name te denken aan zedenzaken, waarin het strafbare feit een dusdanig ernstige inbreuk vormt op het zelfbeschikkingsrecht en de lichamelijke integriteit, dat dit in zichzelf als een aantasting van de persoon dient te worden beschouwd en reeds daarom smartengeld toegewezen kan worden. Het vaststellen van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld is dan voor de vergoeding van smartengeld niet nodig.12

De rechtbank is van oordeel dat uit het onderzoek ter terechtzitting voldoende is komen vast te staan dat met het door de verdachte gepleegde zedendelict een ernstige inbreuk is gemaakt op de integriteit en de persoonlijke levenssfeer van aangeefster, waardoor zij in haar persoon is aangetast. Zij heeft immers, terwijl zij daarvoor te jong was, langere tijd seksuele handelingen ondergaan. Daarnaast heeft de verdachte aangeefster gefilmd, terwijl zij dat niet wist. Ondanks dat de verdachte de beelden niet heeft verspreid, zijn de filmpjes inmiddels door meerdere personen bekeken. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat vergoeding van immateriële schade (smartengeld) aan aangeefster wettelijk gezien mogelijk en redelijk is.

Aan de rechter komt een grote discretionaire bevoegdheid toe wanneer het gaat om de begroting van de immateriële schade.

In de rechtspraak is onvoldoende steun te vinden voor de toekenning van het gevorderde bedrag van € 20.000,00. De rechtbank zal daarom voor de hoogte van het toe te kennen bedrag aansluiting zoeken bij de genormeerde bedragen van de Letsellijst van het Schadefonds Geweldsmisdrijven in de op deze casus van toepassing zijnde letselcategorie. Omdat de verdachte zal worden vrijgesproken van de tenlastegelegde verkrachting, zal de rechtbank aansluiting zoeken bij categorie 2 (€ 2.500,00).

Gelet op de aard van deze specifieke casus, dit specifieke delict en de impact die het delict heeft op het leven van aangeefster, komt de rechtbank toepassing van deze categorie in dit geval ook redelijk voor.

Conclusie

In totaal acht de rechtbank een bedrag van € 4.731,15 toewijsbaar. Tevens zal de rechtbank de verdachte veroordelen tot betaling van de wettelijke rente vanaf 5 september 2013 tot aan de dag van volledige voldoening. Het meer gevorderde zal niet-ontvankelijk worden verklaard.

Om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed, zal de rechtbank de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24c, 36f, 57, 240b en 245 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van de onder 2 en 4 ten laste gelegde feiten;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijke gedeelte van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit;

Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te

betalen € 4.731,15, bestaande uit € 2.231,15 materiële schade en € 2.500,00 immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 5 september 2013 tot aan de dag van de volledige voldoening;

- verklaart de benadeelde partij ter zake van de immateriële schade voor het meergevorderde niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij dit gedeelte van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer, [slachtoffer] , van € 4.731,15, bij niet-betaling en verhaal te vervangen door 57 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 5 september 2013 tot aan de dag van de volledige voldoening;

- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

Voorlopige hechtenis

- heft op de schorsing van de voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Dit vonnis is gewezen door mr. D. Osmić, voorzitter, mr. J.H. Klifman en
mr. G.L.A.M. van Doveren, rechters, in tegenwoordigheid van
mr. N.M.J.G.A. van Hinsberg, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van
7 maart 2018.

Buiten staat

Mr. G.L.A.M. van Doveren is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 29 december 2012 tot en met 5 september 2013 te

[woonplaats] , in de gemeente Kerkrade en/of in de gemeente Landgraaf, in elk

geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had

bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die (telkens) bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] ;

2.

hij in of omstreeks de periode van 6 september 2013 tot en met 31 maart 2015 te [woonplaats] , in de gemeente Kerkrade en/of in de gemeente Landgraaf, in elk

geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) door geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] ) heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- op die [slachtoffer] is gaan en/of blijven liggen en/of

- ( met kracht) de benen van die [slachtoffer] omhoog en/of uit elkaar heeft geduwd

en/of

- tegen die [slachtoffer] (dreigend) heeft gezegd, dat die [slachtoffer] tegen niemand

iets mocht zeggen en/of dat, als die [slachtoffer] haar mond hierover niet zou

houden, hij, verdachte, haar familie iets aan zou doen en/of de mensen zou

vertellen wat voor een meisje die [slachtoffer] was en/of dat hij, verdachte, een

filmpje waarop te zien is dat hij, verdachte, seks heeft met die [slachtoffer] , op

internet zou zetten en/of aan haar ouders zou laten zien als die [slachtoffer]

iets tegen iemand zou zeggen of als die [slachtoffer] geen seks met hem,

verdachte, wilde hebben en/of

- zijn, verdachtes, fysieke en/of psychische overwicht, (mede) voortvloeiend

uit de jeugdige leeftijd van die [slachtoffer] , heeft aangewend door (onder meer)

die [slachtoffer] (herhaaldelijk) complimenten over haar uiterlijk te maken en/of

die [slachtoffer] (regelmatig) cadeau's, althans een of meer goed(eren) en/of geld

te geven en/of te beloven en/of tegen die [slachtoffer] te zeggen dat zij iets

voor hem, verdachte, terug moest doen, omdat hij, verdachte, ook zoveel voor

haar deed en/of,

en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan en/of die [slachtoffer] (telkens) in een situatie heeft gebracht, waarin die [slachtoffer] (telkens) geen weerstand kon bieden en/of (telkens) een zodanige situatie heeft doen ontstaan dat die [slachtoffer] (telkens) dat binnendringen niet kon of wist te verhinderen en/of te voorkomen;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden, dat:

hij in of omstreeks de periode van 6 september 2013 tot en met 31 maart 2015 te

[woonplaats] , in de gemeente Kerkrade en/of in de gemeente Landgraaf, in elk

geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) door geweld of (een)

andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] , heeft gedwongen

tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en),

bestaande uit het meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- zoenen van die [slachtoffer] en/of

- openmaken en/of uitrekken van de broek en/of de onderbroek van die [slachtoffer]

en/of

- brengen van zijn, verdachtes, hand in de broek van die [slachtoffer] en/of

- betasten en/of strelen en/of likken van en/of wrijven over de borsten en/of

de vagina en/of de schaamlippen van die [slachtoffer] en/of

- zich door die [slachtoffer] laten aftrekken

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit het meermalen, althans

eenmaal, (telkens)

- op die [slachtoffer] gaan en/of blijven liggen en/of

- ( met kracht) omhoog en/of uit elkaar duwen van de benen van die [slachtoffer] en/of

- tegen die [slachtoffer] (dreigend) zeggen, dat die [slachtoffer] tegen niemand

iets mocht zeggen en/of dat, als die [slachtoffer] haar mond hierover niet zou

houden, hij, verdachte, haar familie iets aan zou doen en/of de mensen zou

vertellen wat voor een meisje die [slachtoffer] was en/of dat hij, verdachte, een

filmpje waarop te zien is dat hij, verdachte, seks heeft met die [slachtoffer] , op

internet zou zetten en/of aan haar ouders zou laten zien als die [slachtoffer]

iets tegen iemand zou zeggen en/of als zij geen ontuchtige handeling(en)

met/van hem, verdachte, zou plegen en/of dulden en/of

- aanwenden van zijn, verdachtes, fysieke en/of psychische overwicht, (mede)

voortvloeiend uit de jeugdige leeftijd van die [slachtoffer] , door (onder meer)

die [slachtoffer] (herhaaldelijk) complimenten over haar uiterlijk te maken en/of

die [slachtoffer] (regelmatig) cadeau's, althans een of meer goed(eren) en/of geld

te geven en/of te beloven en/of tegen die [slachtoffer] te zeggen dat zij iets

voor hem, verdachte, terug moest doen, omdat hij, verdachte, ook zoveel voor

haar deed,

in elk geval die [slachtoffer] (telkens) in een situatie brengen,

waarin die [slachtoffer] geen weerstand kon bieden aan die ontuchtige handelingen

en/of (telkens) een zodanige situatie voor die [slachtoffer] doen ontstaan, dat

die [slachtoffer] (telkens) die ontuchtige handelingen niet kon of wist te

verhinderen en/of te voorkomen;

3.

Hij in of omstreeks de periode van 21 mei 2013 tot en met 28 juli 2015

te [woonplaats] , in de gemeente Kerkrade, in elk geval in Nederland,

meermalen, althans eenmaal (telkens) afbeeldingen, te weten drie, althans een of meer film(s) - en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen, te weten een computer (Dell XPS) - van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien

jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum]

) is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft vervaardigd, in bezit gehad en/of

zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit: het met de penis oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(een film met bestandsnaam: [bestandsnaam 1] , p. 217 pv en/of een film met bestandsnaam: [bestandsnaam 2] , p. 217 pv)

en/of

het met (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikten/of het met (een) vinger(s)/hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(een film met bestandsnaam: [bestandsnaam 3]

, p. 216 pv)

4.

hij in of omstreeks de periode van van 29 december 2012 tot en met 28 juli 2015

te [woonplaats] , gemeente Kerkrade, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal

telkens afbeeldingen, te weten foto's en/of video's en/of films - en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen, te weten een computer (Dell XPS) en/of een smartphone (iPhone 6) - van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft verspreid, aangeboden, openlijk tentoongesteld, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd, verworven,

in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met

gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de/een penis oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(een film met bestandsnaam: [bestandsnaam 1] , p. 217 en/of een film met bestandsnaam: [bestandsnaam 2] , p. 217 en/of een film met bestandsnaam: [bestandsnaam 4] , p. 214 pv en/of een film met bestandsnaam: [bestandsnaam 5] , p. 214 pv)

en/of

het met (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon die kennelijk de

leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met de/een (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(een film met bestandsnaam: [bestandsnaam 6]

, p. 216 pv en/of

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een erotisch getinte houding

(op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet

en/of (waarna) door het camerastandpunt, de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(een film met bestandsnaam: [bestandsnaam 7] , p. 214 pv)

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Dienst Regionale Recherche afdeling Zeden, proces-verbaalnummer 2015073070, gesloten d.d. 2 september 2016, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 239.

2 Proces-verbaal informatief gesprek zeden d.d. 22 april 2015, personalia van aangeefster op pagina 15 van het procesdossier.

3 Proces-verbaal van aangifte d.d. 29 april 2015, op de pagina’s 19 tot en met 29 van het procesdossier met bijlagen pagina’s 30 tot en met 149, inhoudende de facebookberichten tussen aangeefster en de verdachte. Proces-verbaal van informatief gesprek zeden d.d. 22 april 2015, op de pagina’s 15 tot en met 18 van het procesdossier.

4 Facebookberichten tussen aangeefster en de verdachte, op de pagina’s 33, 60 en 77 van het procesdossier.

5 Facebookberichten tussen aangeefster en de verdachte, op pagina 149 van het procesdossier.

6 Proces-verbaal van aangifte d.d. 29 april 2015, op pagina 16 van het procesdossier.

7 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 29 juli 2015, op de pagina’s 170 en 171 van het procesdossier.

8 Kennisgeving van inbeslagneming op de pagina’s 207 en 208 van het procesdossier.

9 Een film met bestandsnaam: [bestandsnaam 1] en beschreven in het proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 januari 2016, op pagina 217 van het procesdossier.

10 Een film met bestandsnaam: [bestandsnaam 2] en beschreven in het proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 januari 2016, op pagina 217 van het procesdossier.

11 Hoge Raad d.d. 29 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW1519.

12 Hoge Raad d.d. 9 juli 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO7721.