Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:2187

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
06-03-2018
Datum publicatie
27-03-2018
Zaaknummer
C/03/245764 / KG ZA 18-43
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

executiegeschil: eigenaar van kantorencomplex sluit overeenkomst met partij, die voor eigenaar van het kantorencomplex bemiddelt bij de verhuur van kantoren in bepaalde gedeelten het complex; mag de eigenaar van het complex in concurrentie treden met de bemiddelaar, door zonder tussenkomst van de bemiddelaar in de rest van het complex kantoorruimte te verhuren?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer: C/03/245764 / KG ZA 18-43

Vonnis in kort geding van 6 maart 2018

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DE WERKPLAATS URMOND B.V.,

gevestigd te Urmond, gemeente Stein,

eiseres in conventie, verweerster in reconventie, hierna: De WERKplaats,

advocaat mr. L. Vrakking,

tegen:

de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid

1. LUITEN VAN DER VALK BEHEER B.V.,

gevestigd te Waalre,

2. MOTEL STEIN B.V.,

gevestigd te Urmond, gemeente Stein,

gedaagden in conventie, eiseressen in reconventie,

hierna gezamenlijk in het enkelvoud: Luiten Van der Valk,

advocaat mr. E.H. Schelhaas.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding d.d. 2 februari 2018;

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie, conclusie van eis in reconventie;

  • -

    de mondelinge behandeling d.d. 20 februari 2018, waarbij beide partijen pleitnota’s hebben overgelegd.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Luiten Van der Valk is eigenaar van een complex aan de Mauritslaan 49 te Urmond (hierna: het complex) met een zevental gebouwen, die vroeger deel uitmaakten van het voormalige DSM-complex. Het complex is gelegen naast het Motel Stein, dat geëxploiteerd wordt door Motel Stein B.V.

2.2.

Op 26 juli 2016 zijn De WERKplaats (als opdrachtnemer) en Luiten Van der Valk (als opdrachtgever) een “Business Center Urmond (BCU) overeenkomst” (hierna: de overeenkomst) aangegaan.

2.3.

In de overeenkomst is onder meer opgenomen:

Overwegende dat:

  1. (…)

  2. Partijen een Business Center Urmond Overeenkomst (BCU) wensen aan te gaan voor management, bemiddeling, beheer en exploitatie van kantoorruimtes/-meters in het nieuwe (in 1980 gebouwde) gedeelte, verder aangeduid met “Gebouw 6 en 7”. (…) Het totaal aan NVO-m² bedraagt voor Gebouw 6: 1.835,78 m² en Gebouw 7: 1.444,36 m² (…);

  3. (…)

  4. Opdrachtnemer het business center zal gaan managen, beheren, bemiddelen en exploiteren onder de reeds bestaande en haar eigen merknaam “De WERKplaats”.

(…)

8. Opdrachtnemer gebruik gaat maken van de diensten en leveringen van goederen van Hotel Stein in het kader van inkoop van koffie-benodigdheden, frisdrank, catering, kopie/print-gerelateerde diensten en schoonmaak van de verhuurde ruimten en eventueel andere overeen te komen servicediensten;

9. Partijen nadere afspraken willen maken ter zake van de opdrachtverlening c.q. opdrachtaanvaarding van het management, beheer, bemiddeling en exploitatie van gebouw 6 en 7 en deze in een business center overeenkomst wensen vast te leggen.

(...)

Artikel 1 Duur, opzegging, beëindiging

  1. Deze overeenkomst wordt aangegaan voor een periode van één jaar, waarna deze overeenkomst wordt voortgezet voor onbepaalde tijd, tenzij zich de situatie vermeld in artikel 1.4. voordoet.

  2. Deze overeenkomst gaat in op 1 juli 2016.

  3. (…)

  4. Indien Opdrachtnemer binnen één jaar na ingangsdatum van deze overeenkomst er niet in slaagt om ten minste 1.000 m2 NVO extra te verhuren boven de reeds per 30 juni 2016 door opdrachtgever zelf verhuurde ruimtes (volgens bijlage 1C), zal deze overeenkomst op 30 juni 2017 eindigen, zonder dat Opdrachtgever aan Opdrachtnemer een vergoeding verschuldigd is als bedoeld in artikel 1.5. (...)

  5. Indien Opdrachtgever deze Business Center Urmond overeenkomst opzegt, is Opdrachtgever een vergoeding verschuldigd aan Opdrachtnemer, en wel als volgt: (...)

  6. (…)

  7. Opdrachtnemer zal voor de huurovereenkomsten voor de verhuur aan derden van ruimtes in gebouw 6 en 7 van het kantoorcomplex met bijbehorende parkeerplaatsen gebruikmaken van het op basis van het standaard (ROZ 30-1-2015) model huurovereenkomst ‘kantoorruimten’ en Algemene Voorwaarden zoals in bijlage 3 nader gespecificeerd is.

Artikel 2 Management, Beheer, Bemiddeling en Exploitatie

1. Opdrachtnemer zal ten behoeve van Opdrachtgever In gebouw 6 en 7 volgens het concept van “De WERKplaats” de volgende diensten gaan verlenen:

• Verhuurbemiddeling,

• PR & Marketing

• Commercieel beheer

• Dagelijks beheer (office-management)

• Hospitality- en receptiediensten

• Financieel en administratief beheer

een en ander zoals aangegeven in de “Toelichting op dienstverlening door Opdrachtnemer” (…) welke omschrijving een onlosmakelijk geheel vormt met deze business center overeenkomst (…)

2. Opdrachtnemer verplicht zich tot het zoeken naar huurders voor de kantoorruimte(s) in “gebouw 6 en 7”, en indien een huurder wordt gevonden, een huurovereenkomst tussen Opdrachtgeven en de huurder tot stand te brengen naar het model als opgenomen in bijlage 3.

3. Alle in dit artikel genoemde werkzaamheden door Opdrachtnemer uit te voeren met betrekking tot management, beheer, bemiddeling en exploitatie worden vergoed uit de in artikel 3 lid 3a bedoelde 25% aandeel voor Opdrachtnemer.

4. (…)

5. (…) Opdrachtgever heeft te allen tijde het recht de boeken (financiële administratie) van Opdrachnemer (…) te (laten) controleren

6. Overige verhuur van kantoorruimten, niet in gebouw 6 en 7, maar wel binnen het kantoorcomplex aan de Mauritslaan 49 in Urmond, valt niet onder de regeling genoemd in art 3.3. Mocht Opdrachtnemer mogelijkheden zien voor verhuur van ruimten buiten gebouw 6 en 7, dan treden partijen in overleg. Eveneens omvat deze Business center Overeenkomst niet de op bijlage 1A-1 in geel gearceerde ruimten op de 2 etage.

(…)

Artikel 3 Huurtarieven, indexering en investeringen

  1. (...)

  2. Partijen komen een geïndexeerde (...) “all inclusive” huur voor de business center gebruikers overeen van tenminste € 140 per m2 netto vloeroppervlak (NVO). Dit bedrag bestaat uit (geïndexeerde) € 100 huur en (geïndexeerde) € 40 voor service kosten. (…).

  3. a. De geïndexeerde kale huurinkomsten van minimaal € 100 p-m2 NVO worden als volgt verdeeld: 25% voor Opdrachtnemer en 75% voor Opdrachtgever;

b. Alle huurinkomsten boven de geïndexeerde kale huur van € 100 p-m2 NVO, zijn voor 100% voor de Opdrachtnemer;

(…)

(…)

2.4.

Bijlage 3 bij de overeenkomst bevat een modelhuurovereenkomst, waarin bij de omschrijving van de ondergetekenden is opgenomen:

1. De WERKplaats Urmond B.V. (i.o.) (…) enerzijds optredend als lasthebber van Luiten Van der Valk Beheer B.V. (…), zijnde de rechtmatige eigenaar van het te verhuren object, en anderzijds handelend als manager, beheerder, bemiddelaar en exploitant van het te verhuren object, hierna te noemen “Verhuurder”,

EN

2) (…), (…), hierna te noemen “Huurder”

en als considerans:

NEMEN HET VOLGENDE IN AANMERKING:

“Verhuurder” biedt onder de formule van “De WERKplaats” gebruiksfaciliteiten aan van ruimte en diensten in het voormalige DSM-gebouw aan de Mauritslaan 49 te Urmond;

“Huurder” wenst gebruik te maken van deze huur- en dienstaanbieding van ruimte en faciliteiten;.

2.5.

Luiten Van der Valk heeft De WERKplaats bij brief van 28 juni 2017 meegedeeld de overeenkomst per 1 juli 2017 te beëindigen. In een vervolgens door De WERKplaats aangespannen kort geding (zaaknummer C/03/238121/KG ZA 17/365) heeft Luiten Van der Valk in reconventie gevorderd, samengevat, dat De WERKplaats wordt verboden om uitlatingen te doen waardoor bij derden de indruk wordt gewekt dat zij nog contractspartij is en dat De WERKplaats wordt verplicht haar naamsaanduidingen e.d. te verwijderen en alle uitlatingen via sociale media te staken.

2.6.

De voorzieningenrechter heeft bij vonnis van 3 augustus 2017 - hierna: kortgeding-vonnis – de vorderingen in reconventie afgewezen en (onder 5.1) in conventie Luiten Van der Valk veroordeeld om binnen 48 uur na betekening van het vonnis de overeenkomst na te komen en De WERKplaats weer in de gelegenheid te stellen de overeenkomst na te komen, door mede, maar niet uitsluitend:

  1. alle sleutels van de gebouwen 6 en 7 aan De WERKplaats af te geven;

  2. alle vlaggen en andere merkaanduidingen van De WERKplaats terug te plaatsen waar deze zich bevonden op 30 juni 2017, of af te geven aan De WERKplaats, naar keuze van De WERKplaats;

  3. De WERKplaats in de gelegenheid te stellen koffie, frisdrank, catering, kopie­/printgerelateerde diensten en schoonmaak aan te bieden in de gebouwen 6 en 7, en zich te onthouden om een en ander zelf aan te bieden in de gebouwen 6 en 7;

  4. e levering koffie, frisdrank, entering, kopie-/printgerelateerde diensten en schoonmaak aan De WERKplaats te hervatten;

  5. en kopie van de huurovereenkomst met AnQore aan De WERKplaats te overhandigen;

  6. haar brief van 3 juli 2017 aan de huurders van de gebouwen 6 en 7 te rectificeren door middel van een gezamenlijk met De WERKplaats op te stellen en te ondertekenen brief aan die huurders, waarin zakelijk het geschil wordt weergegeven en wordt meegedeeld dat De WERKplaats in elk geval voorlopig haar werkzaamheden zal voortzetten, zodat de huurders zich met betrekking tot de huur uitsluitend tot De WERKplaats moeten wenden;

  7. te gedogen dat De WERKplaats tegen de bij deze gangbare tarieven kantoorruimte in de gebouwen 6 en 7 aan de zittende en toekomstige huurders blijft verhuren;

  8. de uitingen op haar websites met betrekking tot 'Van der Valk Business Center A2' terug te brengen in de staat van vóór 30 juni 2017, ten minste inhoudend dat wordt gesproken over 'De WERKplaats Urmond' en dat voor verhuurmogelijkheden wordt verwezen naar De WERKplaats;

  9. zich ervan te onthouden nieuwe huurovereenkomsten aan te gaan voor de gebouwen 6 en 7 zonder schriftelijke toestemming van De WERKplaats;

  10. zich ervan te onthouden de huurders in de gebouwen 6 en 7 schriftelijk of mondeling te benaderen zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van De WERKplaats;

alles op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000 per overtreding en per dag

of deel van een dag dat een overtreding voortduurt, met een maximum van € 500.000.

2.7.

De WERKplaats heeft bij brieven van 8 december 2017 en van 4 januari 2018 aan Luiten van der Valk aanspraak gemaakt op in totaal € 50.000 aan dwangsommen, verbeurd wegens contact met huurders in gebouw 6 of 7, te weten [handelsnaam 1] (de heer [naam 1] ), Kwaliteit (Ver)loont (de heer [naam 2] ), Limburg Recherchebureau (de heer [naam 3] ) en [handelsnaam 4] (de heer [naam 4] ).

2.8.

De WERKplaats verlangt verder van Luiten Van der Valk betaling van verbeurde dwangsommen van € 240.000 wegens het plaatsen in gebouw 6 en 7 van banners, tv-schermen en andere uitingen met daarop “Van de Valk Business Center” en van € 190.000 wegens het aanbieden van koffie, frisdrank en cateringdiensten vanuit een van de ruimten in gebouw 6 en 7.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

De WERKplaats vordert, samengevat, dat Luiten Van der Valk wordt veroordeeld:

primair:

  1. alle activiteiten gericht op verhuur van kantoorruimten en werkplekken in het complex te staken en gestaakt te houden,

  2. alle door haar of aan haar gelieerde partijen gedane uitingen, schriftelijk/digitaal/mondeling of anderszins, waarin de naam ‘Van der Valk Business Center’, ‘Business Center’ of een daarmee vergelijkbare of aanverwante term wordt gebezigd in relatie tot het complex of een andere locatie te Urmond te staken en gestaakt te houden,

  3. zich te onthouden van het doen van uitlatingen over huurprijzen en andere huurvoorwaarden in het complex,

  4. partijen die verklaren dat zij interesse hebben in het huren van kantoorruimte in het complex onverwijld door te verwijzen naar haar, onder gelijktijdige vermelding van de contactgegevens van die partijen aan haar,

  5. zich te onthouden van het uitbrengen of accepteren van aanbiedingen voor huurovereenkomsten aan respectievelijk van partijen die verklaren dat zij interesse hebben in het huren van kantoorruimte in het complex,

subsidiair:

alle activiteiten gericht op verhuur van kantoorruimten en werkplekken in Gebouw 6 en 7 te staken en gestaakt te houden,

bij activiteiten gericht op verhuur van kantoorruimten en werkplekken in het complex of een andere locatie te Urmond het gebruik van afbeeldingen waarop Gebouw 6 en 7, daaronder begrepen het Atrium, geheel of gedeeltelijk zichtbaar zijn, te staken en gestaakt te houden,

te voorkomen dat huurders van kantoorruimten en werkplekken in het complex die niet huren in Gebouw 6 en 7, toegang krijgen tot het Atrium,

alle door haar of aan haar gelieerde partijen gedane uitingen, schriftelijk/digitaal/mondeling of anderszins, waarin de naam ‘Van der Valk Business Center’, ‘Business Center’ of een daarmee vergelijkbare of aanverwante term wordt gebezigd in relatie tot Gebouw 6 en 7, te staken en gestaakt te houden,

zich te onthouden van het uitbrengen of accepteren van aanbiedingen voor huurovereenkomsten aan respectievelijk van partijen die gevestigd zijn in Gebouw 6 en 7,

zich te onthouden van het doen van uitlatingen over huurprijzen en andere huurvoorwaarden in Gebouw 6 en 7,

partijen die verklaren dat zij interesse hebben in het huren van kantoorruimte in Gebouw 6 en 7 onverwijld door te verwijzen naar haar onder gelijktijdige vermelding van de contactgegevens van die partijen aan haar,

zich te onthouden van het uitbrengen of accepteren van aanbiedingen voor huurovereenkomsten aan respectievelijk van partijen die verklaren dat zij interesse hebben in het huren van kantoorruimte in Gebouw 6 en 7,

zich ervan te onthouden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van De WERKplaats aanwezig te zijn in of in de directe nabijheid van Gebouw 6 en 7, het Atrium daaronder begrepen,

zowel primair als subsidiair

het gebruik van vergader- en andere faciliteiten in Gebouw 6 en 7, daaronder mede begrepen het laten gebruiken door derden, te staken en gestaakt te houden,

alle in productie 12 getoonde uitingen waarop “Van der Valk Business Center” is vermeld en andere uitingen in Gebouw 6 en 7 die aan haar toebehoren, te verwijderen en zich verder te onthouden van het plaatsen van uitingen in Gebouw 6 en 7,

een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100.000 per overtreding, te verhogen met € 10.000 per overtreding per dag of gedeelte van een dag dat de overtreding voortduurt, met een maximum van € 1.000.000.

3.2.

De WERKplaats stelt daartoe, samengevat, het volgende.

Bij het aangaan van de overeenkomst mocht De WERKplaats verwachten dat Luiten Van der Valk geen concurrerende activiteiten zou ontplooien. Zij verklaarde toen dat zij zich niet bezig wilde houden met de verhuur van kantoorruimte: haar core business was en is het hotelbedrijf. Voor de verhuur heeft zij juist De WERKplaats ingeschakeld. Luiten Van der Valk ondergraaft echter haar positie door zich steeds nadrukkelijker als exploitant van “het business center” te manifesteren en door concurrerende aanbiedingen te doen voor de verhuur van kantoorruimte in gebouw 3. Luiten Van der Valk schiet daarmee tekort in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst, die als huurovereenkomst moet worden gekwalificeerd. Er is sprake van een gebrek in de zin van artikel 7:204 BW, dan wel, indien sprake zou zijn van een gemengde overeenkomst, van een tekortkoming in meer algemene zin. Subsidiair is sprake van onrechtmatig handelen van Luiten Van der Valk jegens haar.

3.3.

Luiten Van der Valk richt zich weer rechtstreeks tot huurders, zoals zij ook deed na de opzegging van de overeenkomst. Vóór die opzegging verliepen alle contacten met de huurders – aangaande huuraanbiedingen, onderhoudsvragen, verzoeken en opzeggingen – uitsluitend via De WERKplaats. Voorbeelden zijn het contact van Luiten Van der Valk met huurder [naam 1] over het plaatsen van een afwasmachine en het contact met huurder [naam 2] over een opdracht om de kwaliteit van de internetverbinding te verbeteren.

Sinds november 2017 onderhoudt Luiten Van der Valk ook rechtstreeks contact met zittende en potentiële huurders over rechtstreekse verhuur van kantoorruimte in gebouw 3. Een voorbeeld is de huurovereenkomst met InAxtion. Die had naar aanleiding van een aanbieding van De WERKplaats een optie genomen op twee kantoorruimtes, maar heeft De WERKplaats laten weten dat zij een ruimte in gebouw 3 heeft gehuurd met als enige reden de lagere prijs. Een ander voorbeeld is de heer [naam 3] , die handelt onder de naam [handelsnaam 3] , die te kennen gaf een grotere ruimte te willen huren, maar de aanbieding van De WERKplaats heeft afgeslagen omdat hij bij Luiten Van der Valk in gebouw 3 voor een veel lagere prijs ging huren. Verder heeft de heer [naam 4] , handelend onder de naam [handelsnaam 4] , die tijdelijk een ruimte huurde, nadat hij in november 2017 met De WERKplaats heeft gesproken over verlenging van de huur, aangegeven dat hij een ruimte van Luiten Van der Valk ging huren in gebouw 3 tegen een aanzienlijk lagere prijs.

Luiten Van der Valk heeft kennis van de door De WERKplaats gehanteerde tarieven en van haar kostenstructuur en misbruikt deze informatie om aan potentiële huurders gunstiger aanbiedingen te doen. Omdat De WERKplaats op grond van art. 3 lid 2 van de overeenkomst is gebonden aan minimumprijzen, zijn haar mogelijkheden om te concurreren met de prijsstelling beperkt.

Luiten Van der Valk maakt ook misbruik van de door De WERKplaats gecreëerde atmosfeer, uitstraling en gemeenschapsgevoel, door de huurders van Luiten Van der Valk in gebouw 3 toe te zeggen dat zij toegang hebben tot het atrium en dat zij gebouw 3 mogen benaderen via het atrium, dat zij toiletten en voorzieningen in gebouw 6 en 7 mogen gebruiken en dat zij gasten mogen ontvangen via de ingang van De WERKplaats.

Luiten Van der Valk ondergraaft zo de positie van De WERKplaats, doordat bij huurders en kandidaat-huurders de indruk ontstaat dat zij tegen veel lagere prijzen nagenoeg hetzelfde kunnen huren als wat De WERKplaats aanbiedt. Het prijsniveau van Luiten Van der Valk ligt rond € 175 per m², terwijl het prijsniveau van De WERKplaats voor dezelfde ruimten in gebouw 3 zou liggen tussen € 245 en € 360.

Dit alles gaat niet alleen ten koste van haar huurinkomsten, maar ook van haar geloofwaardigheid en haar verdienmodel.

3.4.

Verder is Luiten Van der Valk naar buiten gaan treden onder de naam “Van der Valk Business Center” en maakt daarbij gebruik van afbeeldingen van gebouw 6 en 7. Daarnaast biedt zij op haar website kantoorruimte aan in het complex.

Luiten Van der Valk ondergraaft ook verder de positie van De WERKplaats. Zo heeft, toen zij Luiten Van der Valk had toegestaan om tijdelijk in gebouw 6 en 7 vergaderruimte te gebruiken, omdat vergaderruimten in het hotel van Luiten Van der Valk wegens werkzaamheden niet konden worden gebruikt, Luiten Van der Valk tegenover een banner van De WERKplaats haar eigen banner geplaatst. Voorts heeft Luiten Van der Valk toen bij de entree een televisiescherm geplaatst met zaalaanbiedingen, opnieuw onder de titel “Van der Valk Business Center.” Elders in het atrium heeft Luiten Van der Valk een televisiescherm geplaatst recht voor een banner van De WERKplaats. Ondanks het feit dat De WERKplaats de overeenkomst over het gebruik van de bedoelde vergaderfaciliteit heeft ontbonden, heeft Luiten Van der Valk de uitingen niet verwijderd en maakt zij onverminderd gebruik van de vergaderruimten.

3.5.

De voorzieningenrechter begrijpt dat De WERKplaats meer subsidiair stelt dat zij een zwaarwichtig belang heeft bij de gevorderde voorzieningen, omdat zij aanzienlijke investeringen heeft gedaan in het gebouw. Haar verdienmodel is er op gericht dat zij haar investeringen terugverdient naarmate het gebouw verder gevuld raakt met huurders. Juist nu zij een stevige huurdersbasis heeft opgebouwd en de exploitatie eindelijk winstgevend is, probeert Luiten Van der Valk de inkomsten naar zich toe te trekken, zonder dat zij daarin heeft hoeven te investeren.

3.6.

Luiten Van der Valk voert verweer.

in reconventie

3.7.

Luiten Van der Valk vordert in reconventie dat de voorzieningenrechter:

  1. De WERKplaats veroordeelt de geplande feesten in het atrium op 3 en 17 maart 2018 te gedogen en voor zover vereist De WERKplaats hiervoor de executie van het kortgeding-vonnis te verbieden,

  2. De WERKplaats verbiedt het kortgeding-vonnis te executeren voor zover dat betrekking heeft op de volgende gedragingen:

  1. algemeen en normaal te achten contact met huurders die ruimte huren die onder de overeenkomst valt, zoals het contact met de heer [naam 1] (h.o.d.n. [handelsnaam 1] ), de heer [naam 2] (h.o.d.n. [handelsnaam 2] ) in verband met de afwasmachine en het internet, de heer [naam 3] (h.o.d.n. [handelsnaam 3] ) en de heer [naam 4] (h.o.d.n. [handelsnaam 4] ) in verband met hun behoefte aan grotere ruimte, althans de door De WERKplaats gestelde contacten die zij ten grondslag leggen aan haar aangekondigde executie,

  2. het plaatsen van aanduidingen van “Van der Valk Business Center” in het atrium zoals “Van der Valk Business Center”, althans de door De WERKplaats gestelde plaatsing van aanduidingen die zij ten grondslag legt aan de door haar aangekondigde executie,

  3. het aanbieden van koffie, frisdrank en cateringdiensten vanuit een of meer van de ruimten in gebouw 6 en 7 in het kader van het gebruik van vergaderfaciliteit die Luiten Van der Valk tijdelijk gebruikt, althans de door De WERKplaats gestelde gedragingen die zij ten grondslag legt aan haar aangekondigde executie,

een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom ter hoogte van € 250.000 per overtreding en voor iedere dag dat de overtreding voortduurt.

3.8.

Luiten Van der Valk stelt daartoe het volgende.

Zij organiseert in het atrium, zoals zij dat doet sedert zij eigenaar is van het complex, feesten, borrels en recepties. Daartegen heeft De WERKplaats nooit bezwaar gemaakt. Op 3 en 17 maart 2018 staan twee evenementen in het atrium gepland. Luiten Van der Valk heeft die al geruime tijd geleden bij De WERKplaats aangekondigd en De WERKplaats heeft daartegen ook geen bezwaar gemaakt. In verband met de tussen partijen ontstane ijzige verhoudingen vreest Luiten Van der Valk echter dat De WERKplaats op enig moment zal proberen om (een van) de feesten te blokkeren.

Verder maakt De WERKplaats ten onrechte aanspraak op dwangsommen tot een bedrag van € 480.000.

3.9.

De WERKplaats voert verweer.

4 De beoordeling

in conventie

4.1.

Het meest verstrekkende verweer van Luiten Van der Valk is dat De WERKplaats geen spoedeisend belang bij haar vorderingen heeft, omdat zij haar rechten uit de overeenkomst kan nakomen en een over hetzelfde geschil aanhangige bodemprocedure al ver gevorderd is.

4.2.

De strekking van de vorderingen is dat de hierna als exclusiviteit aan te duiden rechtspositie van De WERKplaats niet wordt geschaad. De schade, te weten de huur door Luiten Van der Valk van kantoorruimte die niet valt onder de ruimte waarop de overeenkomst ziet, is schade die op korte termijn zou kunnen ontstaan, waarmee het spoedeisend belang is gegeven, mede gelet op het feit dat Luiten Van der Valk zich op het standpunt stelt dat zijzelf, zonder tussenkomst van De WERKplaats, die ruimten mag verhuren.

Exclusiviteit voor De WERKplaats

4.3.

In conventie gaat het geschil in essentie allereerst om de vraag of Luiten Van der Valk in de gedeelten van het complex die geen deel uitmaken van de overeenkomst, ruimten mag verhuren, of dat het De WERKplaats exclusief is toegestaan om in dat complex ruimten te verhuren, zij het als huurder van Luiten Van der Valk, dan wel als lasthebber namens Luiten Van der Valk.

4.4.

Luiten Van der Valk is eigenaar van het gehele complex, en dus in beginsel gerechtigd om de ruimten die geen deel uitmaken van de overeenkomst zonder tussenkomst van De WERKplaats te verhuren. Daaraan staat geen wettelijke bepaling in de weg. Ook de overeenkomst bevat geen bepaling die Luiten Van der Valk verbiedt bedoelde ruimten te verhuren.

4.5.

De WERKplaats heeft zich beroepen op jurisprudentie met de strekking dat een verhuurder haar eigen huurder geen concurrentie mag aandoen, door zelf buiten die huurder om dezelfde diensten te verstrekken als de huurder. Subsidiair heeft De WERKplaats gesteld dat ook als geen sprake is van een huurverhouding, of indien bepalingen uit een dergelijke overeenkomst van toepassing zijn naast de bepalingen uit een andere overeenkomst, de bepalingen van redelijkheid en billijkheid met zich brengen dat het handelen van Luiten Van der Valk moet worden gekwalificeerd als tekortkoming.

4.6.

Of er tussen partijen sprake is van een huurovereenkomst, zoals De WERKplaats stelt, dan wel een agentuurovereenkomst, zoals Luiten Van der Valk stelt, dan wel een gemengde overeenkomst, laat de voorzieningenrechter in het midden, nu dat voor de beoordeling van het geschil niet belangrijk is. De door De WERKplaats aangehaalde jurisprudentie, die betrekking heeft op huurovereenkomsten, leent zich voor analogische toepassing buiten het geval van huurovereenkomsten. Het gaat immers om de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid, die in beginsel voor elke overeenkomst geldt.

4.7.

In aanmerking nemende de tussen de partijen gesloten overeenkomst is de voorzieningenrechter van oordeel dat er van moet worden uitgegaan dat De WERKplaats aanspraak kan maken op exclusiviteit ten aanzien van de (bemiddeling bij de) verhuur van ruimten binnen het gehele complex, en dus niet alleen ten aanzien van de gebouwen 6 en 7. Als Luiten Van der Valk in de rest van het complex, zelf, zonder tussenkomst van De WERKplaats, kantoorruimten zou verhuren, zou zij rechtstreeks met De WERKplaats concurreren. Zoals gezegd is dat in het contract niet expliciet verboden, maar toch mocht De WERKplaats op basis van de overeenkomst verwachten dat dat niet zou gebeuren.

In de eerste plaats is daarbij van belang dat de duur van de overeenkomst en de hoogte van een door Luiten Van der Valk verschuldigde vergoeding bij beëindiging daarvan afhankelijk zijn van door De WERKplaats te behalen “targets”, lees het aantal vierkante meters dat De WERKplaats (door haar tussenkomst ten behoeve van Luiten Van der Valk) gedurende een bepaalde termijn heeft verhuurd. Door direct met De WERKplaats te gaan concurreren, kan Luiten Van der Valk het halen van de targets door De WERKplaats moeilijker maken, met mogelijk voor De WERKplaats nadelige en voor Luiten Van der Valk voordelige gevolgen voor de duur van de overeenkomst en de een aan De WERKplaats te betalen beëindigingsvergoeding.

In de tweede plaats is De WERKplaats op grond van art. 3 lid 2 van de overeenkomst gebonden aan minimumprijzen bij de door haar (ten behoeve van Luiten Van der Valk) af te sluiten huurovereenkomsten, terwijl Luiten Van der Valk niet gebonden is aan minimumprijzen voor de verhuur van kantoorruimten in de andere delen van het complex. Bovendien is Luiten Van der Valk op grond van de overeenkomst gerechtigd tot bedrijfsgevoelige - en dus onder normale omstandigheden vertrouwelijke - financiële informatie van De WERKplaats en staat als niet betwist vast dat zij aldus ook kennis heeft gekregen van de door De WERKplaats gehanteerde tarieven en kostenstructuur. Zij weet met die informatie precies hoe zij het beste concurrerende aanbiedingen kan doen.

In de derde plaats is van belang dat als het gaat om verhuur van ruimten in gebouw 3, Luiten Van der Valk “meelift” met voordelen van het businesscenterconcept dat volgens de overeenkomst door De WERKplaats in de gebouwen 6 en 7 moet worden uitgevoerd. Naast de (bemiddeling voor) verhuur van kantoorruimten en vaste en flexibele werkplekken houdt dit concept in dat De WERKplaats door de inrichting van de gebouwen 6 en 7, onder meer van het atrium ertussen, en door een proactieve houding van haar medewerkers een sterke gemeenschapszin en verbindingen tussen de huurders en gebruikers stimuleert en dat zij door vele extra services (koffie, frisdranken, snacks, vergaderruimten, print- en kopieergelegenheid, borrels, een app om de De WERKplaats-community te verbinden) haar klanten beslommeringen uit handen neemt. Gebouw 3 ligt vlakbij de gebouwen 6 en 7 en het atrium. Het is voor huurders/gebruikers van ruimten in gebouw 3 mogelijk gebruik te maken van de voorzieningen in de gebouwen 6 en 7 en het tussengelegen atrium. De voorzieningenrechter acht het dan ook geen toeval dat de ruimten die Luiten Van der Valk in gebouw 3 heeft verhuurd, het dichtst bij het atrium zijn gelegen.

Onder deze, uit de overeenkomst voortvloeiende omstandigheden mag De WERKplaats redelijkerwijs van Luiten Van der Valk verwachten dat de overeenkomst impliceert dat zij haar niet mag beconcurreren in het complex. Vordering a zal daarom worden toegewezen.

4.8.

Uit het voorgaande volgt dat ook vordering b moet worden toegewezen. Deze vordering gaat immers terecht uit van de veronderstelling dat Luiten Van der Valk met de aanduiding “Van der Valk Business Center” suggereert dat een ander dan De WERKplaats in het complex activiteiten uitvoert die gelijkwaardig zijn aan die van De WERKplaats. Daarmee kunnen ze afbreuk doen aan het businesscenterconcept van De WERKplaats. Nu uit het hierboven overwogene volgt dat, alhoewel niet uitdrukkelijk overeengekomen, De WERKplaats een exclusief recht op die wijze van exploitatie heeft, zijn bedoelde uitingen van Luiten Van der Valk onrechtmatig, dan wel leveren deze een toerekenbare tekortkoming van haar jegens De WERKplaats op.

4.9.

De voorzieningenrechter begrijpt - de vordering is niet erg duidelijk geformuleerd - dat De WERKplaats met vordering c doelt op het door Luiten Van der Valk doen van uitlatingen over huurprijzen en andere huurvoorwaarden met betrekking tot kantoorruimten in gedeelten van het complex buiten de gebouwen 6 en 7. Aldus begrepen is deze vordering toewijsbaar, omdat uit het vorenoverwogene volgt dat er sprake is van exclusiviteit voor De WERKplaats in die zin dat Luiten Van der Valk geen kantoorruimten mag verhuren in het complex, althans niet zonder De WERKplaats daarbij te betrekken. Op grond van deze overwegingen is ook vordering e toewijsbaar.

4.10.

Vordering d dient te worden afgewezen. Weliswaar heeft De WERKplaats een exclusief recht als hierboven omschreven, en mag Luiten Van der Valk buiten haar om niet zelf kantoorruimten verhuren, maar dat betekent nog niet dat indien zich bij Luiten Van der Valk een potentiële huurder aandient die kantoorruimte buiten de gebouwen 6 en 7 wil huren, zij verplicht is die potentiële huurders door te verwijzen naar De WERKplaats. De WERKplaats heeft immers niet het recht om te worden betrokken bij de verhuur van die kantoorruimten. Dat geldt uiteraard wel voor de kantoorruimten in de gebouwen 6 en 7. De daarop gerichte - subsidiaire - vordering l is daarom wel toewijsbaar. De overeengekomen samenwerking impliceert naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat Luiten Van der Valk De WERKplaats ook in staat stelt zoveel mogelijk inkomsten te verwerven en haar businesscenterconcept te verwezenlijken, om de haar door Luiten Van der Valk opgelegde “targets” te halen, iets waarbij Luiten Van der Valk overigens ook gebaat is.

4.11.

De vorderingen f tot en met n zijn geformuleerd onder het kopje “subsidiair”, maar betreffen niet steeds subsidiaire vorderingen (zoals de onder 4.10 behandelde vordering l) , maar cumulatieve vorderingen, omdat het primair gevorderde in die gevallen niet het meerdere omvat ten opzichte van het subsidiair gevorderde. De vorderingen h en n zijn niet te beschouwen als subsidiaire, maar als cumulatieve vorderingen, en zullen derhalve ook worden beoordeeld.

4.12.

Vordering h zal worden toegewezen. Zoals in het kortgeding-vonnis en hierboven is overwogen, gebruikt De WERKplaats het atrium als verbindend element in haar businesscenterconcept en dient zij (ook) dat deel voor de huurders aantrekkelijk te maken. Het gaat niet aan dat huurders van kantoorruimten en werkplekken die geen onderdeel uitmaken van de ruimten waarop de overeenkomst van toepassing is, en die derhalve rechtstreeks, zonder tussenkomst van De WERKplaats, huren van Luiten Van der Valk, kunnen profiteren van de inspanningen en uitgaven van De WERKplaats in het atrium ter verwezenlijking van haar businesscenterconcept.

4.13.

Vordering n zal worden afgewezen, aangezien De WERKplaats niet heeft onderbouwd wat moet worden begrepen onder het aanwezig zijn van (medewerkers van) Luiten Van der Valk in of in de directe omgeving van gebouw 6 en 7 en wat de grondslag is voor deze vordering.

4.14.

Het zowel primair als subsidiair gevorderde onder o zal worden afgewezen. Het bestreden gebruik is niet verboden in het kortgeding-vonnis en De WERKplaats heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter slechts een exclusief recht om in gebouw 6 en 7 haar businesscenterconcept uit te voeren voor zover onderwerp van de overeenkomst. Dat concept omvat niet de verhuur van vergaderruimte, maar heeft alleen betrekking op de huur van kantoorruimten.

4.15.

Vordering p is in essentie gelijk aan vordering b. Hetgeen daar is overwogen, waarnaar de voorzieningenrechter kortheidshalve verwijst, is ook in dit verband van toepassing, zodat ook deze vordering voor toewijzing gereed ligt.

4.16.

De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als omschreven in het dictum. De termijn waarbinnen Luiten Van der Valk de verboden gedragingen zal moeten stoppen, zal worden bepaald op 48 uur na betekening van dit vonnis.

4.17.

Luiten van der Valk zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van De WERKplaats worden begroot op:

- dagvaarding € 81,00;

- griffierecht € 626,00;

- salaris advocaat € 816,00;

Totaal € 1.523,00.

in reconventie

de feesten op 3 en 17 maart 2018

4.18.

Ten aanzien van vordering 1 overweegt de voorzieningenrechter dat De WERKplaats betwist dat zij deze feesten niet zou gedogen. Luiten Van der Valk heeft haar vordering naar zij zelf stelt ook enkel ingesteld uit vrees dat vanwege de inmiddels ontstane ijzige relatie tussen partijen, De WERKplaats de feesten zal willen blokkeren. Luiten Van der Valk heeft de gerechtvaardigdheid van die vrees niet onderbouwd, doch, integendeel, zelf erkend dat zij de evenementen heeft gemeld bij De WERKplaats en dat deze tegen de voorgenomen feesten geen bezwaar heeft gemaakt. Ter zitting is gebleken dat De WERKplaats enkele voorwaarden heeft gesteld, zoals met betrekking tot het aanvangstijdstip van de voorbereidingen, wat de voorzieningenrechter niet onredelijk voorkomt. Namens Luiten Van der Valk is ter zitting verklaard dat zij aan die voorwaarden wil voldoen. Gelet op een en ander, en er op vertrouwende, gelet op hun houding ter zitting, dat de partijen afspraken kunnen maken over het tijdstip vanaf wanneer de voorbereidende werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd, zal deze vordering bij gebrek aan belang worden afgewezen.

de te executeren dwangsommen

4.19.

Bij de beoordeling van vordering 2 (a tot en met c) stelt de voorzieningenrechter voorop dat voor de uitleg van een vonnis, en meer bepaald een daarin opgenomen dictum, de rechter in een executiegeschil - als het onderhavige - waarbij het erom gaat of dwangsommen zijn verbeurd omdat een bevel tot nakoming niet of onvoldoende is nageleefd, niet tot taak heeft de door de bodemrechter besliste rechtsverhouding zelfstandig opnieuw te beoordelen, maar dat hij zich ertoe dient te beperken de ter uitvoering van het veroordelend vonnis verrichte handelingen te toetsen aan de inhoud van de veroordeling, zoals deze door uitleg moet worden vastgesteld. Daarbij dient de rechter het doel en de strekking van de veroordeling tot richtsnoer te nemen in dier voege dat de veroordeling niet verder strekt dan tot het bereiken van het daarmee beoogde doel. (HR 15 november 2002, NJ 2004, 410).

Omdat met de overtreding van de diverse geboden grote financiële belangen zijn gemoeid, te weten de verbeurte van aanzienlijke dwangsommen, dienen de geboden niet voor meerderlei uitleg vatbaar te zijn. De partij ten laste van wie de dwangsomveroordeling is uitgesproken, dient te weten welke gedragingen leiden tot verbeurte van dwangsommen en welke niet, zodat zij haar gedrag daarop kan aanpassen.

het benaderen van huurders

4.20.

De voorzieningenrechter merkt op dat het kortgeding-vonnis geen omschrijving bevat van hetgeen moet worden verstaan onder (een verboden wijze van) schriftelijk of mondeling benaderen door Luiten Van der Valk van huurders. Anders dan De WERKplaats stelt, moet echter ook deze veroordeling worden uitgelegd. Ondanks dat een dergelijke uitzondering niet is geformuleerd, lijkt vanzelfsprekend dat daaronder niet moet worden begrepen hetgeen Luiten Van der Valk in vordering 2 onder a omschrijft als algemeen en normaal te achten contact met huurders. Onder dergelijk soort contact schaart zij de contacten die zij heeft gehad met de heren [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] .

4.21.

De partijen twisten over de aard van de contacten met deze personen. Luiten Van der Valk stelt door eenmalig contact met hen te hebben, niet in strijd te hebben gehandeld met de veroordeling onder j van het dictum van het kortgeding-vonnis. Zij stelt dat zij deze huurders niet heeft benaderd, maar door hen te zijn benaderd, bijvoorbeeld met een vraag over het plaatsen van afwasmachine, een klacht over een internetverbinding, dan wel in verband met interesse in het huren van ruimte in gebouw 3. Zij wijst er in dit verband op dat niet De WERKplaats verhuurder is, maar Luiten Van der Valk.

De WERKplaats voert daartegen aan dat zij van [naam 2] heeft begrepen dat het juist Luiten Van der Valk was die hem benaderde over de stand van zaken van de internetaansluiting. [naam 3] spreekt volgens De WERKplaats tegen dat er geen voldoende grote ruimte voor hem beschikbaar was en betwist dat hij ooit heeft aangekondigd dat hij Luiten Van der Valk zou benaderen om elders te huren. Inzake de potentiële huurders aan wie huuraanbiedingen zouden zijn gedaan voor gebouw 3, stelt De WERKplaats dat ook al zouden die zich tot Luiten Van der Valk hebben gewend, Luiten Van der Valk die huurders terug had moeten verwijzen naar haar. In plaats daarvan heeft zij de potentiële huurders ruimten aangeboden die in gebouw 3 liggen, maar grenzen aan het atrium.

4.22.

De veroordeling onder 5.1 onder j van het kortgeding-vonnis om zich te onthouden van het schriftelijk of mondeling benaderen van huurders door Luiten Van der Valk kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter in redelijkheid niet anders worden uitgelegd dan dat het verbod betrekking heeft op contacten tussen Luiten Van der Valk en een huurder waarbij het initiatief van Luiten Van der Valk is uitgegaan. Het woord “benaderen” duidt immers op een handelen op initiatief van Luiten Van der Valk. Als een huurder zich echter tot Luiten Van der Valk wendt met een klacht over het gehuurde, of met de vraag of hij ook bij haar ruimte kan huren in een ander gebouw dan gebouw 6 en/of 7, valt dat contact niet onder het bedoelde en verbeurt Luiten Van der Valk enkel op die grond geen dwangsommen.

Dit wordt anders als het gaat om het melden van klachten over het gehuurde bij Luiten Van der Valk en zij vervolgens de klagende huurder niet doorverwijst naar De WERKplaats. Met De WERKplaats is de voorzieningenrechter van oordeel dat de gedachte achter het verbod onder 5.1. onder j van het kortgeding-vonnis is dat moet worden voorkomen dat Luiten Van der Valk De WERKplaats belet haar activiteiten uit te voeren en dat Luiten Van der Valk in haar contacten met de huurders de positie van De WERKplaats niet mag ondergraven. Door bemoeienis van Luiten Van der Valk met huurgerelateerde zaken gebeurt dat wel. De voorzieningenrechter merkt in dit verband ook op dat volgens art. 7.2 van de modelhuurovereenkomst de huurder wat betreft de inhoud en alle verdere aangelegenheden betreffende de huurovereenkomst contact dient op te nemen met De WERKplaats, en dat het op grond van de overeenkomst een kerntaak van De WERKplaats is om contacten met huurders te onderhouden over onderhoudstaken.

Hetzelfde geldt in het geval zich potentiële huurders melden bij Luiten Van der Valk. Zij verbeurt geen dwangsommen indien potentiële huurders van kantoorruimten zich uit eigen beweging tot haar wenden, maar zij zal deze vervolgens naar De WERKplaats moeten doorverwijzen.

4.23.

De voorzieningenrechter concludeert daaruit dat ten aanzien van [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] Luiten Van der Valk in strijd heeft gehandeld met het verbod in 5.1. onder j van het kortgeding-vonnis en deswege dwangsommen heeft verbeurd. Het onder 2 onder a gevorderde zal daarom worden afgewezen.

de plaatsing van banners

4.24.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat het plaatsen van banners met de opdruk “Van der Valk Business Center” niet kan worden opgevat als het schriftelijk benaderen van huurders in de gebouwen 6 en 7. Onder schriftelijk benaderen moet worden verstaan dat Luiten Van der Valk zich door middel van een schrijven, een faxbericht, een e-mail of iets dergelijks rechtstreeks en persoonlijk tot bedoelde huurders richt. Dat is met banners niet zo. Voorts is aannemelijk dat Luiten Van der Valk met die banners zich juist niet richtte tot de huurders in gebouw 6 en 7, maar tot de klanten van Luiten Van der Valk die in het complex kwamen vergaderen, omdat dat niet kon in de vergaderzalen van Motel Stein.

4.25.

Door het plaatsen van de banners heeft Luiten Van der Valk dus niet in strijd met het verbod in 5.1. onder j van het kortgedingvonnis gehandeld. Zij heeft op die grond dus geen dwangsommen verbeurd. Vordering 2 onder b is derhalve toewijsbaar.

het aanbieden van koffie, frisdrank en cateringdiensten

4.26.

Vaststaat dat Luiten Van der Valk koffie, frisdrank en ‘catering” in gebouw 6 en 7 heeft aangeboden. Vaststaat ook dat De WERKplaats daarmee heeft ingestemd. De WERKplaats stelt dat zij aanvankelijk heeft ingestemd met openstelling van een buffet in een ruimte in gebouw 6 en 7, maar dat de lunchgelegenheid, zonder haar toestemming, ook werd geboden vanuit andere ruimten op de eerste verdieping van gebouw 6. Voorts stelt zij dat de toestemming is komen te vervallen in verband met de afspraken omtrent het tijdelijke gebruik van de vergaderfaciliteit. Die toestemming is volgens De WERKplaats ingetrokken, omdat Luiten Van der Valk geen uitvoering heeft gegeven aan de afspraak dat zij haar klanten bij de entree zou laten opvangen, maar in plaats daarvan het atrium heeft gevuld met reclame voor haar concurrerende activiteiten.

4.27.

De WERKplaats stelt terecht dat onder 5.1 onder c van het kortgeding-vonnis een duidelijk geformuleerd verbod is opgenomen, inhoudende dat het Luiten Van der Valk is verboden om zelf in gebouw 6 en 7 koffie, frisdrank, catering, kopie/printgerelateerde diensten en schoonmaak aan te bieden. Dat verbod maakt geen onderscheid tussen lege en niet-lege ruimten en maakt ook geen onderscheid of deze ruimten wel of niet onder de overeenkomst vallen.

Daarmee is op zich niet gezegd dat daarom een dergelijk onderscheid niet van belang is, indien uit de overwegingen in het kortgeding-vonnis aanknopingspunten kunnen worden ontleend voor het antwoord op de vraag of het onderscheid wél van belang is. De voorzieningenrechter is van oordeel dat in het kader van deze procedure niet voldoende aannemelijk is geworden dat het aanbieden van bedoelde diensten een overtreding oplevert van het in 5.1. onder c van het kortgeding-vonnis opgelegde verbod. Onvoldoende aannemelijk is dat het verbod ook zou moeten gelden voor ruimten die niet vallen onder de ruimten waarop de overeenkomst van toepassing is én dat het verbod ook ziet op andere diensten dan in verband met de verhuur van kantoorruimten, zoals in casu de verhuur van vergaderruimten. Daaruit volgt dat vordering 2 onder c zal worden toegewezen.

4.28.

De gevorderde dwangsom zal worden beperkt.

4.29.

Aangezien elk van partijen op wezenlijke punten in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

in conventie

5.1.

veroordeelt Luiten Van der Valk en Motel Stein om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis:

  1. alle activiteiten gericht op verhuur van kantoorruimten en werkplekken in het voormalige DSM-complex aan de Mauritslaan 49 te Urmond te staken en gestaakt te houden,

  2. alle door haar of aan haar gelieerde partijen gedane uitingen, schriftelijk/digitaal/mondeling of anderszins, waarin de naam ‘Van der Valk Business Center’, ‘Business Center’ of een daarmee vergelijkbare of aanverwante term wordt gebezigd in relatie tot het voormalige DSM-complex aan de Mauritslaan 49 te Urmond of een andere locatie te Urmond, te staken en gestaakt te houden,

  3. zich te onthouden van het doen van uitlatingen over huurprijzen en andere huurvoorwaarden in het voormalige DSM-complex aan de Mauritslaan 49 te Urmond,

  4. partijen die verklaren dat zij interesse hebben in het huren van kantoorruimte in Gebouw 6 en 7, onverwijld door te verwijzen naar De WERKplaats, onder gelijktijdige vermelding van de contactgegevens van die partijen aan De WERKplaats,

  5. zich te onthouden van het uitbrengen of accepteren van aanbiedingen voor huurovereenkomsten aan respectievelijk van partijen die verklaren dat zij interesse hebben in het huren van kantoorruimte in het voormalige DSM-complex aan de Mauritslaan 49 te Urmond,

  6. te voorkomen dat huurders van kantoorruimten en werkplekken in het voormalige DSM-complex aan de Mauritslaan 49 te Urmond die niet huren in Gebouw 6 en 7, toegang krijgen tot het Atrium,

  7. alle in productie 12 getoonde uitingen waarop “Van der Valk Business Center” is vermeld en andere uitingen in Gebouw 6 en 7 die aan haar toebehoren, te verwijderen en zich verder te onthouden van het plaatsen van uitingen in Gebouw 6 en 7,

5.2.

veroordeelt Luiten Van der Valk om aan De WERKplaats een dwangsom te betalen van € 10.000 voor iedere overtreding of gedeelte van een dag dat zij niet aan de hiervoor uitgesproken veroordelingen voldoet, tot een maximum van € 1.000.000 is bereikt,

5.3.

veroordeelt Luiten van der Valk in de proceskosten, aan de zijde van de Werkplaats tot op heden begroot op € 1.523,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de 15e dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

in reconventie

5.4.

verbiedt De WERKplaats het vonnis van 3 augustus 2017 met zaaknummer C/03/238121 KG ZA 17/365 te executeren voor zover dat betrekking heeft op de volgende gedragingen:

  1. het plaatsen van aanduidingen van “Van der Valk Business Center” in het atrium zoals “Van der Valk Business Center”, althans de door De WERKplaats gestelde plaatsing van aanduidingen die zij ten grondslag legt aan de door haar aangekondigde executie,

  2. het aanbieden van koffie, frisdrank en cateringdiensten vanuit een of meer van de ruimten in gebouw 6 en 7 in het kader van het gebruik van vergaderfaciliteit die Luiten Van der Valk tijdelijk gebruikt, althans de door De WERKplaats gestelde gedragingen die zij ten grondslag legt aan haar aangekondigde executie,

5.5.

veroordeelt De WERKplaats om vanaf de tweede dag na de dag van betekening van dit vonnis aan Luiten Van der Valk een dwangsom te betalen van € 10.000 voor iedere executiehandeling en per dag dat de executie voortduurt, tot een maximum van € 1.000.000 is bereikt,

5.6.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

in conventie en in reconventie

5.7.

verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.8.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.F. Gerard, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken.1

1 type: MT