Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:2155

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
06-03-2018
Datum publicatie
22-03-2018
Zaaknummer
C/03/245950 / KG ZA 18-57
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot afgifte c.q. verstrekking van het dossier omtrent de kinderen door de jeugdhulpverlener. Vordering afgewezen nu onvoldoende is gesteld en onderbouwd welke dossierstukken nog ontbraken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/245950 / KG ZA 18-57

Vonnis in kort geding van 6 maart 2018

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

advocaat mr. C. Schouten,

tegen

de stichting STICHTING XONAR,

gevestigd te Maastricht,

gedaagde, hierna: Xonar,

advocaat mr. L.A. van Driel.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 5 februari 2018, met producties

  • -

    de brieven van 19 februari 2018 van Xonar met producties

  • -

    de brieven van 20 februari 2018 van [eiser] met producties

  • -

    de mondelinge behandeling van 20 februari 2018, waarbij beide partijen pleitnota’s hebben overgelegd.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

1.3.

Na de zitting is op 22 februari 2018 een mail zijdens [eiser] ontvangen, tegen de indiening waarvan Xonar nog dezelfde dag bezwaar heeft gemaakt. De voorzieningenrechter laat de mail van [eiser] buiten beschouwing nu voor indiening daarvan geen ruimte meer bestond.

2 De feiten

2.1.

[eiser] en zijn echtgenote, [de vrouw] (hierna: de vrouw) zijn verwikkeld in een echtscheidingsprocedure. Zij hebben twee kinderen van 10 respectievelijk 7 jaar oud.

2.2.

Xonar is een aanbieder van jeugd- en opvoedhulp. Zij heeft via de gemeente Maastricht per 27 juli 2015 opdracht gekregen de kinderen uit het gezin (formeel alleen de oudste dochter) ambulante hulp te verlenen. In september 2015 ving de ambulante begeleiding door Xonar-Jeugd aan.

2.3.

Op 28 oktober 2015 heeft de vrouw zich gemeld bij de vrouwenopvang van Xonar (hierna: Xonar-VOH). Zij heeft een zorgovereenkomst met Xonar-VOH gesloten en is gedurende meer dan een jaar samen met de twee kinderen verbleven in een appartement van de vrouwenopvang.

2.4.

[eiser] heeft op 1 juni 2016 aan Xonar gemaild:

Gezien de urgentie van de casus wens ik graag vandaag of morgen inzage in de file van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

In het bijzonder en zeer specifiek wil ik kopieen van de verslagen van de meetings die hebben plaatsgevonden met [minderjarige 1] en/of [minderjarige 2] .

2.5.

Xonar heeft dezelfde dag nog teruggemaild:

Van [minderjarige 2] is geen dossier, van [minderjarige 1] is een dossier en [naam 1] zal met u over de verslagen afstemmen.

Van contacten met de kinderen zijn geen aparte verslagen gemaakt.

2.6.

Op 5 juli 2016 heeft Xonar in een mail met 8 pdf-scans als bijlagen aan [eiser] geschreven:

Op verzoek van [naam 2] stuur ik u het dossier van [minderjarige 1] . (...)

2.7.

[eiser] heeft op 5 september 2016 aan Xonar gemaild:

I.v.m. de bespreking van het Eindverslag heb ik vanmorgen de kopie van “de file” van [minderjarige 1] (…) bekeken.,

in die mail een aantal gedetailleerde vragen over de documentatie gesteld en tot slot geschreven:

OPMERKING: deze file (kopie dossier [minderjarige 1] ) is aantoonbaar NIET volledig en kompleet. Ik wijs u er opnieuw op, dat ik recht heb op een volledige kopie van mijn dochter. Ik geef u tot het einde van deze week om op deze e-mail te reageren en mij een kopie te verstrekken van het VOLLEDIGE file van mijn dochters(s).

2.8.

De hulpverlening van Xonar-Jeugd is geëindigd met een eindgesprek met de ouders op 5 september 2016. Het dossier bij Xonar-Jeugd is formeel op 20 oktober 2016 gesloten.

2.9.

Op 6 november 2017 heeft [eiser] de heer [naam 2] en mevrouw [naam 3] van Xonar gemaild:

Ik verzoek, en zonodig sommer u, (…)om een kopie van het complete Xonar dossier (d.w.z. alle onderdelen van Xonar en niet alleen Xonar-VOH) van beide dochters, inclusief contactjournaals, (post- en e-mail)correspondentie, verslagen, e.d. Correspondentie behelst in ieder geval alle correspondentie tussen (1) Xonar medewerkers, en (2) de ouder(s) en/of derden (inclusief ten minste andere Xonar medewerkers, Bureau Jeugdzorg, het ziekenhuis, verzekeringsmaatschappij(en), veiligthuis, Veiligheidshuis, de Raad voor de Kinderbescherming, en de school van de kinderen, en eventuele andere natuurlijke personen en/of rechtspersonen.(…)”

2.10.

Xonar heeft per e-mailbericht van 7 november 2017 als volgt geantwoord:

(…) Uw mail van 6 november aan dhr. [naam 2] en mevr. [naam 3] is in goede orde ontvangen.

Uiterlijk vrijdag 17 november 12:00 uur zult u een kopie van de gevraagde stukken ontvangen. (…)

2.11.

Xonar heeft op 16 november 2017 om 15:12 uur aan [eiser] gemaild.

In de bijlage vindt u een kopie van de gevraagde stukken:

  • -

    Informatie m.b.t. de kinderen uit de rapportage van mevr. [de vrouw] . Overige informatie is middels doorhaling onleesbaar gemaakt.

  • -

    Dossier [minderjarige 1] .

  • -

    Privacyregeling cliënten en pleegouders en bijlage.

  • -

    Protocol (vermoeden van) huiselijk geweld en kindermishandeling.

  • -

    Stappen Meldcode bij (een vermoeden van) huiselijk geweld en kindermishandeling.

(…)

2.12.

Tot de aan [eiser] toegezonden pagina’s behoort een set van 8 pagina’s, met grotendeels zwartgemaakte teksten, waarbij:

- de pagina’s rechtsonder zijn genummerd “Pagina 2 van 5”, “Pagina 3 van 5”, “Pagina 86 van 139”, “Pagina 87 van 139”, “Pagina 109 van 139”, “Pagina 124 van 139”, “Pagina 129 van 139” respectievelijk “Pagina 134 van 139”,

- de pagina’s rechtsboven allemaal de datum “06-11-2017” vermelden,

- de pagina’s midden bovenaan vermelden “cacXONAR” en midden onderaan “XONAR”.

De zichtbare en zwart gemaakte informatie op “Pagina 2 van 5” bevat mails van 24 en 27 september 2016 tussen [naam 4] (van Xonar) en [naam 5] (van het Bureau Jeugdzorg Limburg) met als onderwerp “gezin [eiser] ”.

2.13.

[eiser] heeft op 16 november 2017 om 17:23 uur teruggemaild:

Begrijp ik het goed dat:

  1. Xonar een dossier [de vrouw] heeft van 139 pagina’s, en u mij daarvan slechts 6 pagina’s met mij kunt delen, waarvan dan nog 98% is zwart gemaakt?

  2. Het document “Stukken zwart gearceerd uit dossier [de vrouw] ”tevens 2 pagina’s bevat uit een 5 pagina tellend memo waarvan eveneens ongeveer 95% is zwart gemaakt?

  3. Xonar geen contact journaal heeft?

(…)

2.14.

Vanaf 30 december 2017 hebben [eiser] , mevrouw [naam 3] en de advocaat van Xonar gemaild om een gezamenlijk gesprek te plannen. Dat gesprek vond uiteindelijk plaats op 8 februari 2018.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert, samengevat:

  1. afgifte of verstrekking van een digitale kopie van het volledige dossier van Xonar betreffende het gezin, de kinderen en de vrouw, vanaf mei 2015 tot en met heden, waarbij uitsluitend passages mogen worden geanonimiseerd die betrekking hebben op de persoonlijke levenssfeer van de vrouw,

  2. een Word of Excel document met daarop een lijst van alle stukken uit het dossier waarvan hij géén afschrift ontvangt, met (a) de datum van het document, (b) een korte omschrijving van de inhoud en (c) de reden van niet-verstrekking,

zulks met sanctionering door middel van een dwangsom.

3.2.

[eiser] stelt daartoe, samengevat, het volgende. Xonar laat nog altijd na alle stukken van “het dossier familie [eiser] ” aan hem te overhandigen. Xonar heeft ten onrechte passages geanonimiseerd, omdat deze passages de persoonlijke levenssfeer van de vrouw zouden betreffen, terwijl dat niet zo is.

Hij stelt verder dat in de klachtenprocedure bij de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd medewerkers van Xonar verweerschriften hebben ingediend waarin wordt verwezen naar het dossier en waarbij dossierstukken zijn gevoegd die niet zijn terug te vinden in de stukken die op 16 november 2017 aan hem zijn gemaild. Hem is dus een incompleet dossier verstrekt. Hij kan alleen deugdelijk verweer voeren in de klachtenprocedure bij de SKJ en in de echtscheidingsprocedure indien hij volledige inzage heeft in de dossiers.

3.3.

Xonar voert verweer.

4 De beoordeling

4.1.

Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van de zaak.

4.2.

Hoewel [eiser] heel veel (al dan niet vermeende misstanden) aanstipt, gaat het in deze procedure uitsluitend om de vraag of hij recht heeft op verstrekking van meer stukken uit het “dossier familie [eiser] ” dan hem al verstrekt zijn.

4.3.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat Xonar niet, zoals [eiser] veronderstelt, beschikt over één dossier met betrekking tot de hem, de vrouw en hun twee kinderen, maar in beginsel alleen over dossiers met betrekking tot individuen. Dit volgt al uit (het systeem van) de wet - bij voorbeeld ten aanzien van de kinderen van [eiser] uit art. 7.3.8 van de Jeugdwet - en ligt ook overigens voor de hand, in aanmerking nemende de gevoelige persoonlijke informatie die in hulpverleningsdossiers kan voorkomen. Dat Xonar in afwijking hiervan de informatie van de twee kinderen van [eiser] heeft samengevoegd in één dossier (betreffende de oudste dochter), maakt dit niet anders.

4.4.

Ter zitting is door Xonar aangevoerd dat zij naast het dossier over de kinderen alleen beschikt over een dossier met informatie over de hulpverlening aan de vrouw en dus niet over een dossier betreffende [eiser] zelf. [eiser] heeft dit niet betwist, zodat dat voor de voorzieningenrechter een vaststaand feit is. Gevolg is dat de vorderingen voorzover die zijn gericht op zijn dossier niet toewijsbaar zijn.

4.5.

De juridische grondslag terzake het dossier van de kinderen van [eiser] is gelegen in de Jeugdwet. Ingevolge art. 7.3.10 van de Jeugdwet moet de jeugdhulpverlener aan de betrokkene desgevraagd zo spoedig mogelijk inzage in en afschrift van diens dossier verstrekken, maar blijft die verstrekking achterwege voor zover dit nodig is in het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van een ander. Op grond van art. 7.3.15 lid 1 van de Jeugdwet geldt deze verplichting bij betrokkenen, jonger dan 12, ook ten aanzien van de ouders die het gezag over hen uitoefenen. Nu zijn kinderen jonger dan 12 zijn, en [eiser] samen met de vrouw het gezag over hen heeft, heeft [eiser] recht op inzage in en afschrift van hun dossier.

4.6.

De Jeugdwet bevat evenwel geen grondslag voor de vordering om Xonar te verplichten tot verstrekking aan [eiser] van een kopie van het dossier van de vrouw. Gesteld noch gebleken is dat Xonar daartoe gehouden is op grond van een andere juridische grondslag. De vorderingen, gericht op het dossier van de vrouw, zijn dus niet toewijsbaar.

4.7.

Dát [eiser] dat recht heeft op verstrekking van het dossier betreffende zijn kinderen, staat niet ter discussie. Wel staat ter discussie wat dat recht inhoudt.

Op grond van art. 7.3.8 lid 1 van de Jeugdwet moet de jeugdhulpverlener een dossier inrichten betreffende de verlening van jeugdhulp, houdt hij daarin aantekening van de gegevens omtrent de opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen en de terzake uitgevoerde verrichtingen en neemt hij daarin andere stukken, bevattende zodanige gegevens, op, een en ander voor zover dit voor een goede hulpverlening aan de betrokkene nodig is.

Op grond van de wet wordt aan de (jeugd)hulpverlener een zekere vrijheid toegekend over hoe het dossier in te richten. De inhoud van een dossier kan dus verschillen. Persoonlijke werkaantekeningen van de hulpverlener behoren niet tot het dossier, hetgeen [eiser] ter zitting ook heeft erkend. [eiser] heeft, zo blijkt uit het dossier, herhaaldelijk geageerd tegen de wijze waarop medewerkers van Xonar het dossier inrichtten, maar ook daar gaat het in de procedure niet om. Van belang is dat slechts kan worden overgelegd het dossier waarover Xonar beschikt. De voorzieningenrechter kan geen veroordeling uitspreken tot het verrichten van een handeling die niet mogelijk is. Dit geldt óók als het dossier gebrekkig is opgebouwd en bijvoorbeeld niet alles bevat wat nodig is ten behoeve van een goede hulpverlening.1

4.8.

Met betrekking tot het dossier van de kinderen heeft Xonar gemotiveerd betwist dat er stukken ontbreken. In de eerste plaats heeft zij een verklaring gegeven voor de onder 2.12 beschreven paginanummering, waardoor bij [eiser] - begrijpelijkerwijs - de indruk werd gewekt dat het dossier veel omvangrijker was. In de tweede plaats heeft zij verklaard dat de onder 2.12 weergegeven pagina’s uit de persoonlijke werkaantekeningenmap in het dossier van de vrouw komen, dat die dus geen onderdeel van het dossier van de kinderen uitmaken en dus in het geheel niet aan [eiser] verstrekt hadden behoren te worden. Met deze buitengewoon onzorgvuldige handelswijze heeft Xonar, mede gegeven het al grote wantrouwen van [eiser] jegens haar, olie op het vuur gegooid, wat nog werd versterkt omdat hij direct na ontvangst van de stukken (op 16 november 2017) om opheldering vroeg en deze hem pas op 8 februari 2017 is gegeven.

Wat er van dit alles ook zij, de gegeven verklaringen zijn op zichzelf niet onaannemelijk en zijn ter zitting ook niet door [eiser] betwist.

Xonar heeft verder meermaals schriftelijk en ter zitting uitdrukkelijk aan [eiser] bevestigd dat aan hem het volledige dossier, dat betrekking heeft op de kinderen, is overhandigd.

Daarnaast heeft zij nog een verklaring d.d. 19 februari 2018 overgelegd van haar applicatiebeheerder Cliëntensysteem, [naam applicatiebeheerder] , dat zij het cliëntendossier op naam van een van de kinderen van [eiser] heeft bekeken, en geconstateerd heeft dat dit eind 2017 volledig aan [eiser] is overhandigd en dat er niet meer informatie over de hulpverlening aan de kinderen is bewaard.

4.9.

In het licht van het gemotiveerde verweer van Xonar lag het op de weg van [eiser] om concreter te onderbouwen waarom het dossier niet compleet was en welke stukken daaraan nog ontbraken. Hij heeft ter zitting verwezen naar verweerschriften zoals die door de medewerkers van Xonar-VOH in de klachtenprocedure bij SKJ zijn ingediend en naar andere stukken waaruit de onvolledigheid duidelijk zou blijken, maar hij heeft geen stukken terzake in het geding gebracht, terwijl dat wel op zijn weg lag. Gelet hierop heeft hij onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Xonar hem geen volledig dossier van de kinderen aan hem heeft verstrekt. Zijn vorderingen zullen daarom worden afgewezen.

4.10.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is het mede aan het onzorgvuldig handelen van Xonar te wijten dat [eiser] is overgegaan tot het nemen van juridische stappen. Xonar heeft zich echter daarna behoorlijk ingespannen om te proberen hem tijdens een overleg de ook ter zitting gegeven verklaringen en nadere uitleg te geven en dat is uiteindelijk ook gebeurd. Desondanks heeft hij ervoor gekozen de procedure voort te zetten. Hij zal daarom toch als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Xonar worden begroot op:

- griffierecht € 626,00

- salaris advocaat € 816,00

Totaal € 1.442,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van Xonar tot op heden begroot op € 1.442,00,

5.3.

veroordeelt [eiser] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eiser] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.F. Gerard en in het openbaar uitgesproken.

type: RJ

1 Dat dat kennelijk gebeurt, moet worden afgeleid uit de verklaring ter zitting van mw. [naam 3] dat in dit geval geen verslagen van gesprekken met de kinderen in het dossier zijn opgenomen, omdat anders, geparafraseerd, [eiser] over elk woord moeilijk zou gaan doen.