Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:2118

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
06-03-2018
Datum publicatie
06-03-2018
Zaaknummer
03/659017-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het, kort gezegd:

- samen met een ander wiens naam hij niet wenst te noemen, gedurende enige tijd in bedrijf hebben van een drietal hennepkwekerijen, waarvoor de elektriciteit illegaal werd afgenomen;

- voorhanden hebben van een vuurwapen met munitie;

- in zijn bezit hebben van een busje traangas.

Hij bekent de feiten. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/659017-16

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 6 maart 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

wonende te [adresgegevens verdachte] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. J.W. Heemskerk, advocaat kantoorhoudende te Roermond.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 20 februari 2018. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Feiten 1, 5 en 7: telkens samen met een ander of anderen beroeps- of bedrijfsmatig hennep heeft geteeld;

Feiten 2,6 en 8: telkens energie (stroom) heeft gestolen van Enexis B.V.;

Feit 3: een alarmpistool en 6 patronen voorhanden heeft gehad;

Feit 4: een busje pepperspray voorhanden heeft gehad.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht alle tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman refereert zich voor wat betreft een bewezenverklaring aan het oordeel van de rechtbank. De verdachte bekent de feiten.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Ten aanzien van het onder 1. tot en met onder 8. tenlastegelegde zal de rechtbank volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu de verdachte het tenlastegelegde ter terechtzitting duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

De rechtbank acht het onder 1. tenlastegelegde bewezen, gelet op:

  • -

    de verklaring van de verdachte ter terechtzitting d.d. 20 februari 2018;

  • -

    het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij2.

- de kennisgevingen van inbeslagneming3;

- het proces-verbaal van bevindingen (MMC test)4.

De rechtbank acht het onder 2. tenlastegelegde bewezen, gelet op:

  • -

    de verklaring van de verdachte ter terechtzitting d.d. 20 februari 2018;

  • -

    de aangifte namens Enexis B.V.5.

De rechtbank acht het onder 3. tenlastegelegde bewezen, gelet op:

  • -

    de verklaring van de verdachte ter terechtzitting d.d. 20 februari 2018;

  • -

    het proces-verbaal van bevindingen6;

- de kennisgeving van inbeslagneming7;

- het proces-verbaal van bevindingen (onderzoek wapen en munitie)8.

De rechtbank acht het onder 4. tenlastegelegde bewezen, gelet op:

  • -

    de verklaring van de verdachte ter terechtzitting d.d. 20 februari 2018;

  • -

    het proces-verbaal van bevindingen9.

- de kennisgeving van inbeslagneming10;

- het proces-verbaal van bevindingen (onderzoek wapen en munitie)11.

De rechtbank acht het onder 5. tenlastegelegde bewezen, gelet op:

  • -

    de verklaring van de verdachte ter terechtzitting d.d. 20 februari 2018;

  • -

    het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij12;

- de kennisgeving van inbeslagneming13;

- het proces-verbaal van bevindingen (MMC test)14.

De rechtbank acht het onder 6. tenlastegelegde bewezen, gelet op:

  • -

    de verklaring van de verdachte ter terechtzitting d.d. 20 februari 2018;

  • -

    de aangifte namens Enexis B.V.15;

De rechtbank acht het onder 7. tenlastegelegde bewezen, gelet op:

  • -

    de verklaring van de verdachte ter terechtzitting d.d. 20 februari 2018;

  • -

    het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij16;

- de kennisgevingen van inbeslagneming17;

- het proces-verbaal van bevindingen (MMC test)18.

De rechtbank acht het onder 8. tenlastegelegde bewezen, gelet op:

  • -

    de verklaring van de verdachte ter terechtzitting d.d. 20 februari 2018;

  • -

    de aangifte namens Enexis B.V.19.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

Feit 1

op 20 januari 2016 te Baexem, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk - in de uitoefening van een beroep of bedrijf - in een pand gelegen aan de [adres 1] heeft geteeld 78 hennepplanten en opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van in totaal ongeveer 38 kilogram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

Feit 2

in de periode van 1 mei 2015 tot en met 20 januari 2016 te Baexem, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektrische energie (stroom), toebehorende aan Enexis B.V.;

Feit 3

op 20 januari 2016 te Baexem een wapen van categorie II, te weten een (omgebouwd) alarmpistool (merk Röhm, model RG 800), en munitie van categorie III, te weten 6 patronen, kaliber 6,35 mm, voorhanden heeft gehad;

Feit 4

op 20 januari 2016 te Baexem een spuitbusje pepperspray, een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met een weerloosmakende en traanverwekkende stof, zijnde een wapen van de categorie II, onder 6°, voorhanden heeft gehad;

Feit 5

in de periode van 1 september 2015 tot en met 21 januari 2016 te Haler, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk - in de uitoefening van een beroep of bedrijf - heeft geteeld in een pand gelegen aan de [adres 2] een groot aantal hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

Feit 6

in de periode van 1 september 2015 tot en met 21 januari 2016 te Haler, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektrische energie (stroom), toebehorende aan Enexis B.V.;

Feit 7

op 21 januari 2016 te Neeritter, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk - in de uitoefening van een beroep of bedrijf - heeft geteeld in een pand gelegen aan [adres 3] in totaal 179 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

Feit 8

hij in de periode van 1 december 2015 tot en met 21 januari 2016 te Neeritter, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektrische energie (stroom), toebehorende aan Enexis B.V.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Feit 1

medeplegen van in de uitvoering van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod

en

medeplegen van in de uitvoering van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel

Feit 2

diefstal

Feit 3

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie II

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie,

Feit 4

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

Feit 5

medeplegen van in de uitvoering van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod

Feit 6

diefstal

Feit 7:

medeplegen van in de uitvoering van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod

Feit 8

diefstal

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen van 12 maanden, met aftrek van voorarrest. Hij heeft bij het formuleren van zijn strafeis het voorhanden hebben van het vuurwapen en munitie zwaar laten wegen.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de strafeis van de officier van justitie geen recht doet aan de omstandigheden van de zaak en dat deze eis te hoog is. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte zijn leven nu op orde heeft. De verdachte is inmiddels eigenaar van twee goedlopende bedrijven en hij is niet te beroerd om hard te werken voor zijn geld. Voorts heeft de raadsman erop gewezen dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is geschonden.

De raadsman pleit daarom voor oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest met eventueel een aanvullende taakstraf. Het uitvoeren van een taakstraf naast zijn werk is ook zwaar voor de verdachte.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het, kort gezegd, samen met een ander wiens naam hij niet wenst te noemen, gedurende enige tijd in bedrijf hebben van een drietal hennepkwekerijen, waarvoor de elektriciteit illegaal werd afgenomen. In een van die hennepkwekerijen is een grote partij hennep (ongeveer 38 kilogram natte hennep) aangetroffen. Hennep bevat de voor de volksgezondheid schadelijke stof THC en is daarom door de wetgever op de bij de Opiumwet behorende lijst II geplaatst. Het spreekt voor zich dat het kweken van een softdrug als hennep een laakbaar feit is en dat dit overlast veroorzaakt en schade voor de maatschappij oplevert. Verder is ook de diefstal van elektriciteit en de daarmee gepaarde verstoring van het elektriciteitswerk zeer hinderlijk en gevaarlijk.

Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen met munitie. Het geladen wapen is aangetroffen in een koffertje in één van de hennepplantages. Uit onderzoek blijkt dat het gaat om een alarmpistool dat is omgebouwd tot een ‘scherpschietend’ vuurwapen met een verhoogde aanvalskracht. Het ongecontroleerde bezit van een wapen kan, zoals helaas maar al te vaak blijkt, leiden tot het plegen van ernstige strafbare feiten en brengt allerlei gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving teweeg. Ook had de verdachte een busje traangas in zijn bezit.

Bij het bepalen van de op te leggen straf let de rechtbank op de aard en ernst van wat bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van de door Reclassering Nederland uitgebrachte rapporten van 6 april 2016 en 26 januari 2018 naar voren is gekomen.

De ernst van het handelen van de verdachte wordt bepaald door het feit dat het aangetroffen vuurwapen geladen was en op de plek van één van de hennepplantages werd aangetroffen. Daarnaast is sprake geweest van bedrijfsmatig telen van hennep op verschillende locaties. Het ging om in totaal 3 hennepplantages met professionele installaties. De verdachte heeft kennelijk geprobeerd het risico op ontdekking te spreiden/verkleinen. Verder is van belang dat de verdachte een vriend zonder strafblad voor het verrichten van hand- en spandiensten bij zijn criminele activiteiten heeft betrokken. De verdachte heeft zich kennelijk laten leiden door financieel gewin en zich om alle nadelige gevolgen niet bekommerd.

De rechtbank is van oordeel dat de ernst van de feiten zonder meer een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur rechtvaardigt.

Bij het bepalen van de strafmaat hanteert de rechtbank de uitgangspunten die in de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) ten aanzien van het voorhanden hebben van een vuurwapen en hennepkwekerijen worden geformuleerd.

Het voorhanden hebben van het vuurwapen (categorie II, sub 3 en verhoogde aanvalskracht) kan volgens die oriëntatiepunten alleen al met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden worden bestraft.

Om aansluiting te kunnen zoeken bij de oriëntatiepunten ten aanzien van hennepkwekerijen rekent de rechtbank allereerst het gewicht van de aangetroffen 38 kilogram natte henneptoppen om naar droge hennep en vervolgens naar een hoeveelheid hennepplanten.

De aangetroffen 38 kilogram natte hennep levert een opbrengst van zo’n 9,5 kilo (1/4 x 38 kilogram) gedroogde hennep op. De rechtbank gaat er op basis van algemene ervaringsregels (onder meer blijkend uit het zogenaamde BOOM-rapport “Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij hennepteelt onder kunstlicht” van april 2005) van uit dat een hennepplant gemiddeld 28,2 gram hennep oplevert. Dat betekent dat een opbrengst van 9500 gram (9,5 kg) gelijk staat aan het telen van 336 hennepplanten. Voorts zijn er nog 78 hennepplanten in Baexem aangetroffen. In totaal gaat het om 414 hennepplanten. Voor een hoeveelheid tussen de 100 en 500 planten is volgens de oriëntatiepunten een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand gevangenisstraf en een taakstraf van 120 uur gebruikelijk bij een verdachte die voor dit delict first offender is.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte houdt de rechtbank in zijn nadeel rekening met zijn strafblad, waaruit blijkt dat hij al eerder (in het buitenland) is veroordeeld voor soortgelijke delicten.

Relevant is echter ook dat de verdachte, zo volgt uit het reclasseringsrapport van 26 januari 2018, zijn leven inmiddels op orde lijkt te hebben. De rechtbank houdt verder rekening met het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht, maar dat leidt in deze zaak niet tot het opleggen van een lagere straf.

De rechtbank heeft tot slot bij de strafbepaling in het voordeel van de verdachte rekening gehouden met het feit dat verdachtes recht op een openbare behandeling binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM is geschonden. De rechtbank vindt in deze termijnoverschrijding aanleiding om een groter deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen dan de rechtbank zonder deze verdragsschending zou hebben opgelegd.

De rechtbank acht, alles afwegende, een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren op zijn plaats. De duur van het reeds ondergane voorarrest dient op de uitvoering van deze straf in mindering te worden gebracht. Een langere proeftijd is aangewezen gelet op het feit dat de verdachte in het buitenland al vaker is veroordeeld wegens drugsdelicten en dit hem kennelijk niet heeft weerhouden.

7 Het beslag

In het onderzoek van de politie zijn diverse voorwerpen in beslag genomen. Het betreft een paar handschoenen (waarvan de knokkels verstevigd waren met zand of een soortgelijke stof), twee busjes traangas, een pistool, een hennepplant, een gram hennep en handboeien.

De rechtbank zal de hennepplant, de hennep, het vuurwapen en het busje pepperspray (‘pepper fog’) onttrekken aan het verkeer, omdat dit blijkens het onderzoek ter terechtzitting voorwerpen zijn met betrekking tot welke de feiten zijn begaan en deze van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

De rechtbank zal het andere busje pepperspray onttrekken aan het verkeer, omdat dit een voorwerp is dat is aangetroffen bij het onderzoek naar de door de verdachte begane feiten en dit voorwerp kan dienen tot het begaan of ter voorbereiding van soortgelijke feiten.

De handboeien en de handschoenen kunnen worden teruggegeven aan de beslagene, omdat geen strafvorderlijk belang zich hiertegen verzet.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 36d, 47, 57, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en op de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4. is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4. is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte voor feiten 1 tot en met 8 tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit;

Beslag

- onttrekt aan het verkeer de volgende in beslag genomen voorwerpen:

- 2016012297 3 1 busje traangas (732319);

- 2016012297 4 1 pistool Röhm RG800 (732439);

- 2016012297 5 1 hennepplant (732779);

- 2016012297 6 1 busje traangas (732805);

- 2016012297 7 1 gram hennep (732839);

- gelast de teruggave van het volgende in beslag genomen voorwerp aan de beslagene:

- 2016012297 1 1 paar handschoenen (732316);

- 2016012297 2 1 handboei (732317);

Voorlopige hechtenis

- heft op het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Beije, voorzitter, mr. P.H.M. Kuster en

mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Schmeets, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 6 maart 2018.

BIJLAGE: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 20 januari 2016 te Baexem, in elk geval in de gemeente Leudal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk -in de uitoefening van een beroep of bedrijf- heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand gelegen aan de [adres 1] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 38 kilogram hennep en/of een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 78, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

2.

hij in of omstreeks de periode van 01 mei 2015 tot en met 20 januari 2016 te Baexem, in elk geval in de gemeente Leudal, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektrische energie (stroom), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Enexis B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

3.

hij op of omstreeks 20 januari 2016 te Baexem, in elk geval in de gemeente Leudal, een wapen van categorie II, te weten een (omgebouwd) (alarm)pistool (merk Röhm, model RG 800), en/of munitie van categorie III, te weten 6 patronen, kaliber 6,35 mm, voorhanden heeft gehad;

4.

hij op of omstreeks 20 januari 2016 te Baexem, in elk geval in de gemeente Leudal, een spuitbusje pepperspray, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met (een) weerloosmakende en/of traanverwekkende stof(fen) van de categorie II, onder 6°, voorhanden heeft gehad;

5.

hij in of omstreeks de periode van 01 september 2015 tot en met 21 januari 2016 te Haler, in elk geval in de gemeente Leudal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk -in de uitoefening van een beroep of bedrijf- heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand gelegen aan de [adres 2] ) een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

6.

hij in of omstreeks de periode van 01 september 2015 tot en met 21 januari 2016 te Haler, in elk geval in de gemeente Leudal, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektrische energie (stroom), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Enexis B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

7.

hij op of omstreeks 21 januari 2016 te Neeritter, in elk geval in de gemeente Leudal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk -in de uitoefening van een beroep of bedrijf- heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand gelegen aan [adres 3] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 179, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een

hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

8.

hij in of omstreeks de periode van 01 december 2015 tot en met 21 januari 2016 te Neeritter, in elk geval in de gemeente Leudal, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektrische energie (stroom), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Enexis B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, District Noord- & Midden-Limburg, BT Weert, proces-verbaalnummers 2016012297, 2016012828, 2016012658, gesloten d.d. 25 februari 2016, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 396.

2 Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, pagina’s 92 en 93.

3 De kennisgevingen van inbeslagneming, pagina’s 152, 154 en 155, alsmede 156 tot en met 158.

4 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 179 en 180.

5 Het proces-verbaal van aangifte door [naam aangever] namens Enexis B.V. d.d. 17 februari 2016 met bijlage, pagina’s 31 tot en met 35.

6 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 15 tot en met 17.

7 De kennisgeving van inbeslagneming, pagina 178.

8 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 389 tot en met 391.

9 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 16.

10 De kennisgeving van inbeslagneming, pagina’s 171 en 172.

11 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 375 tot en met 378.

12 Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, pagina’s 194 en 195.

13 De kennisgeving van inbeslagneming, pagina 234.

14 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 243.

15 Het proces-verbaal van aangifte door [naam aangever] namens Enexis B.V. d.d. 10 februari 2016 met bijlage, pagina’s 202 tot en met 206.

16 Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, pagina’s 276 tot en met 278.

17 De kennisgevingen van inbeslagneming, pagina’s 296 en 297.

18 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 308.

19 Het proces-verbaal van aangifte door [naam aangever] namens Enexis B.V. d.d. 17 februari 2016 met bijlage, pagina’s 250 tot en met 245.