Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:1868

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
28-02-2018
Datum publicatie
28-02-2018
Zaaknummer
C/03/239701 / HA ZA 17-448
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

verzet executie; artikel 19 Invorderingsweg

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer: C/03/239701 / HA ZA 17-448

Vonnis van 28 februari 2018

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

advocaat mr. M.C.J. Schoenmakers,

tegen:

De Ontvanger der Rijksbelastingen te Maastricht,

kantoorhoudende te Maastricht,

gedaagden,

advocaat mr. J.A.M. Koek.

Eiser zal hierna [eiser] genoemd worden. Gedaagde zal hierna de Ontvanger worden genoemd.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met een productie;

  • -

    de conclusie van antwoord met producties;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie gehouden op 2 februari 2018.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1

De rechtbank gaat uit van de volgende vaststaande feiten.

a. De Ontvanger heeft [eiser] voor zover thans nog relevant bij aanslagnummer [aanslagnummer] (hierna “de aanslag”) aangeslagen voor € 20.709,- ter zake inkomstenbelasting over het jaar 2016. Het betreft een voorlopige aanslag. De aanslag is per brief d.d. 11 augustus 2016 aan [eiser] kenbaar gemaakt en op 12 augustus 2016 aan [eiser] betekend.

b. De Ontvanger heeft ten laste van [eiser] op grond van de aanslag executoriaal beslag gelegd op, voor zover hier relevant, een polshorloge, merk Breitling (hierna het horloge). De Ontvanger heeft aangekondigd het horloge executoriaal te willen verkopen op 29 juni 2017.

3 De vordering

3.1.

[eiser] is bij het onderhavige verzetschrift in verzet gekomen tegen het dwangbevel van de Ontvanger en de tenuitvoerlegging daarvan op grond van art. 17 lid 1 Invorderingswet 1990. Hij verzoekt de rechtbank om:

1. het bij het onderhavige verzetschrift gedane verzet gegrond te verklaren;

2. het bevel buiten effect te stellen;

3. het beslag per ommegaande op te heffen c.q. als zekerheid te laten gelden;

4. de Ontvanger te veroordelen in de kosten van het verzet.

3.2.

De Ontvanger voert verweer.

4 De beoordeling

4.1

Het verzet van [eiser] heeft betrekking op vier aanslagen. In zijn conclusie van antwoord heeft de Ontvanger daarop aangevoerd dat hij het horloge alleen nog executoriaal wil verkopen op grond van de aanslag. De Ontvanger heeft daarbij teven aangevoerd dat de aanslag al geruime tijd vaststaat en formele rechtskracht heeft (nr. 3.9). Uit de verzetdagvaarding van [eiser] blijkt niet dat dit alles onjuist zou zijn. Op de door de rechtbank gelaste comparitie na antwoord is [eiser] niet verschenen. In zijn faxbrief d.d. 1 februari 2018 aan de rechtbank waarin hij heeft meegedeeld niet ter comparitie te verschijnen, heeft hij niet meer vermeld dan dat hij en zijn raadsman niet aanwezig zullen zijn “om hen moverende redenen”. Daarmee heeft hij onweersproken gelaten dat de aanslag die de Ontvanger ten grondslag heeft gelegd aan de aangekondigde executoriale verkoop, onherroepelijk is. Voldoende concrete feiten dat de verkoop van het horloge buitenproportioneel is bezien in relatie tot de hoogte van de aanslag, heeft [eiser] niet aangevoerd. Dit alles leidt tot de conclusie dat het verzet van [eiser] , en daarmee zijn verzoek, ongegrond moet worden verklaard.

4.2

[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, die worden begroot op € 618 aan griffierecht en € 904 (2 punten x tarief II) voor salaris advocaat.

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

verklaart het verzet ongegrond en, voor zover nodig, wijst alle verzoeken van [eiser] af;

5.2

veroordeelt [eiser] in de kosten van dit geding, voor zover gerezen aan de zijde van de Ontvanger begroot op € 1.522,-;

5.3

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Sijmonsma, rechter, en in het openbaar uitgesproken.