Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:1786

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
16-02-2018
Datum publicatie
23-02-2018
Zaaknummer
03/700283-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank spreekt de verdachte vrij van onder meer het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennep en ruim 23 kilo amfetamine, omdat niet bewezen is dat de verdachte wetenschap had van de in haar woning aangetroffen hard- en softdrugs.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/700283-17

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 16 februari 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

wonende te [adresgegevens verdachte] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. R.D. Maessen, advocaat, kantoorhoudende te Sittard.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 2 februari 2018. De verdachte en haar raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte op 8 augustus 2017 in Sittard, al dan niet samen met een ander of anderen:

Feit 1: opzettelijk 25 kilogram amfetamine en 403 gram MDMA en/of amfetamine en/of GHB heeft bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, dan wel opzettelijk aanwezig heeft gehad en coffeïne en 2-fenylethylamine voorhanden heeft gehad;

Feit 2: opzettelijk 1.086 gram hennep aanwezig heeft gehad;

Feit 3: een vuurwapen en munitie van categorie III voorhanden heeft gehad;

Feit 4: zich heeft schuldig gemaakt aan witwassen;

Feit 5: professioneel vuurwerk heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alleen bewezen kan worden dat de verdachte samen met de medeverdachte [medeverdachte] ongeveer 25 kilogram amfetamine, 403 gram MDMA, amfetamine en GHB en 1.086 gram hennep opzettelijk aanwezig heeft gehad. Omdat deze verdovende middelen op diverse plekken in de door beiden bewoonde woning en in de berging in de tuin waren opgeslagen, moet verdachte hebben geweten dat die drugs daar lagen en had zij daar ook beschikkingsmacht over. Van de overige onder feit 1 genoemde (voorbereidings)handelingen en de feiten 3, 4 en 5 dient de verdachte te worden vrijgesproken. De medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat het vuurwapen en de munitie aan hem toebehoren en deze voorwerpen werden aangetroffen tussen herenkleding, zodat niet bewezen kan worden dat de verdachte op de hoogte was van de aanwezigheid daarvan. De verklaring van de medeverdachte [medeverdachte] dat hij het aangetroffen geldbedrag had gewonnen in het casino kan niet als onwaarschijnlijk terzijde worden gesteld. Tot slot heeft de officier van justitie opgemerkt dat in het strafdossier geen proces-verbaal is opgenomen waarin het aangetroffen vuurwerk wordt beschreven.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte integraal dient te worden vrijgesproken. De raadsman heeft aangevoerd dat bij geen van de feiten sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking. Verder blijkt niet uit het strafdossier dat de verdachte (actief) betrokken is geweest bij de onder feit 1 tenlastegelegde (voorbereidings)handelingen. Ook had zij geen wetenschap van en geen feitelijke beschikkingsmacht over de aangetroffen hard- en softdrugs. Verdachte wist ook niet dat zich in de woning een vuurwapen en munitie bevond. Er was geen machtsrelatie tussen verdachte en het vuurwapen en/of de munitie. Medeverdachte [medeverdachte] heeft een verifieerbare verklaring afgelegd over het aangetroffen geldbedrag van € 11.500,00. Ten slotte is niet komen vast te staan dat professioneel vuurwerk is aangetroffen in de woning. Zou dat wel bewezen kunnen worden, dan dient toch nog vrijspraak te volgen omdat verdachte geen wetenschap had van de aanwezigheid van dit vuurwerk in de kelder van de woning.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

Feiten 1 en 2

De verdachte wordt ervan verdacht dat zij medepleger is van, kort samengevat, het bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren dan wel opzettelijk aanwezig hebben van diverse soorten harddrugs en het voorhanden hebben van de versnijdingsmiddelen coffeïne en 2-fenylethylamine. Daarnaast is aan verdachte ten laste gelegd dat zij, al dan niet samen met een ander of anderen, opzettelijk softdrugs aanwezig heeft gehad.

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het medeplegen van het bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van harddrugs en het voorhanden hebben van beide hiervoor genoemde versnijdingsmiddelen niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

Om tot bewijs van het opzettelijk aanwezig hebben van de hard- en softdrugs te komen moet blijken dat de verdachte wetenschap heeft dat die stoffen op een bepaalde plek liggen en dat zij er beschikkingsmacht over heeft. Het dossier bevat onvoldoende bewijsmiddelen die erop duiden dat de verdachte die wetenschap en beschikkingsmacht had. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende.

Op dinsdag 8 augustus 2017 vindt een doorzoeking plaats in de woning aan de [adres] te Sittard. De verdachte woont op dit adres samen met de medeverdachte [medeverdachte] . In de berging in de tuin achter de woning wordt ruim 23 kilogram amfetamine aangetroffen. In de slaapkamer worden tussen diverse kleding elf flacons, met een totaalgewicht van 403 gram, met daarin een mengsel van MDMA, amfetamine en waarschijnlijk GHB aangetroffen. De hennep wordt aangetroffen in een toiletruimte van de woning. De verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting verklaard dat zij sinds eind april 2017 de woning bewoont, dat de woning de voormalige ouderlijke woning van [medeverdachte] is en dat zij nog nooit in de tuinberging is geweest. Ook was zij niet op de hoogte van de elf in de slaapkamer aangetroffen flacons. De medeverdachte [medeverdachte] heeft deze verklaring in zijn getuigenverhoor bij de rechter-commissaris bevestigd. Hij heeft verklaard dat de amfetamine die in de tuinberging werd aangetroffen daar sedert de zondag voor de doorzoeking stond opgeslagen. Hij bewaarde deze verdovende middelen daar voor een ander en heeft gewacht met het neerzetten ervan totdat verdachte er niet was. Hij wist dat zij de opslag van de harddrugs niet echt zou waarderen. De hennep was volgens [medeverdachte] van hem zelf en bewaarde hij in een ruimte waar ook de centrale verwarmingsketel hing. Van het eveneens in deze ruimte aanwezige toilet werd geen gebruik gemaakt. Er zijn namelijk twee wc’s in de woning. Met verdachte heeft [medeverdachte] niet over de daar opgeslagen hennep gesproken. De elf flacons met GHB lagen volgens [medeverdachte] in een wasmand met oude kleding. Verdachte wist volgens [medeverdachte] niet dat die flacons daar lagen. De flacons waren voor eigen gebruik van [medeverdachte] en niet voor verdachte bestemd.

De rechtbank is, gelet op voornoemde verklaringen van de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] , alsmede de plaatsen waar de verdovende middelen zijn aangetroffen, van oordeel dat niet bewezen is dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de aangetroffen hard- en softdrugs, laat staan dat zij daarover beschikkingsmacht had. Verdachte zal dan ook tevens van dit onderdeel van feit 1 en van feit 2 worden vrijgesproken.

Feit 3

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat het, al dan niet met een ander of anderen, voorhanden hebben van het pistool en de (bijbehorende) munitie niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

Feit 4

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat het, al dan niet met een ander of anderen, witwassen van het op 8 augustus 2017 in de woning aangetroffen geldbedrag van € 11.500,00 niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

Feit 5

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat het, al dan niet met een ander of anderen, opslaan en/of voorhanden hebben van professioneel vuurwerk niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

4 Het beslag1

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen, die op de beslaglijst vermeld zijn onder de nummers 1 tot en met 4, 7 tot en met 18, 20 en 21, zullen aan het verkeer worden onttrokken. Uit de in het strafdossier opgenomen processen-verbaal blijkt namelijk dat het in de woning van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] aangetroffen vlindermes een wapen is van categorie I van de Wet Wapens en Munitie2, het aangetroffen pistool een vuurwapen is van categorie III van de Wet Wapens en Munitie en dat de aangetroffen patronen munitie is van categorie III van de Wet Wapens en Munitie3. Ten aanzien van de in beslag genomen harddrugs is in het strafdossier vermeld dat deze amfetamine respectievelijk MDMA, amfetamine en waarschijnlijk GHB bevatten, welke stoffen zijn vermeld op lijst I, behorende bij de Opiumwet.4 Verder is in de woning hennep aangetroffen en in beslag genomen.5 Hennep is vermeld op lijst II, behorende bij de Opiumwet.

Het hiervoor vermelde wapen en de munitie zijn strafbaar gesteld bij de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie. De verdovende middelen zijn strafbaar gesteld bij de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet. Al deze in beslag genomen voorwerpen zijn voorwerpen met behulp van welke de feiten zijn begaan door de medeverdachte [medeverdachte] , die daarvoor bij vonnis van de Rechtbank Limburg, locatie Maastricht, d.d. heden, is veroordeeld. De voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet. Verder blijkt uit het strafdossier dat de beide aangetroffen vuurwerkbommen (Mortalshells) kennelijk vuurwerk betreft van categorie 1.1. en dat het volgens een kenner om explosief materiaal gaat.6 Van dit vuurwerk kan naar het oordeel van de rechtbank worden gezegd dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang. Daarom zal dit vuurwerk ook worden onttrokken aan het verkeer.

Uit de in het strafdossier opgenomen processen-verbaal blijkt dat aangetroffen gasdrukwapens, die op de beslaglijst zijn vermeld onder de nummers 5 en 6, wapens zijn van categorie IV van de Wet Wapens en Munitie7. Het is verboden om deze wapens te dragen, zo blijkt uit artikel 27 van de Wet wapens en munitie. Dat deze wapens werden gedragen, kan echter niet uit het strafdossier worden afgeleid, nu deze immers verstopt achter een bording op de zolder van de woning werden aangetroffen. Het bezit van dit soort wapens is niet in strijd met de wet of het algemeen belang. Datzelfde kan gezegd worden over de vacuümmachine, het gasmasker en de jerrycan, die ook op de beslaglijst zijn vermeld. Ten aanzien van al deze voorwerpen is thans niet duidelijk wie de rechthebbende is. Daarom zal de rechtbank ten aanzien van de beide gasdrukwapens, de vacuümmachine, het gasmasker en de jerrycan de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten.

5 De wettelijke voorschriften

Deze beslissing berust op de artikelen 36b en 36c van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

6 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van de onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten;

Beslag

- onttrekt aan het verkeer de volgende in beslag genomen voorwerpen:

  1. een pistool Fabrique 7,65 (971081);

  2. 5 patronen Browning 7,65 (971066);

  3. vijf patronen (971085);

  4. een patroon Browning (971089);

7. een mes (971108);

8. amfetamine (971041);

9. amfetamine (971611);

10. amfetamine (971043);

11. verdovende middelen (971078);

12. verdovende middelen (971049);

13. amfetamine (971500);

14. GHB (971095);

15. amfetamine (971618);

16. verdovende middelen (971048);

17. hennep (971044);

18. twee stuks vuurwerk Mortarshell (971040);

20. vijf patronen (971111);

20. twee stuks DS munitie (971113);

- gelast de bewaring van de volgende in beslag genomen voorwerpen ten behoeve van de rechthebbende:

5. een airsoftwapen Crosman co2 (971106);

6. een wapen Walther p99 (971105);

19. een vacuümmachine (971045);

22. een gasmasker Honeywell (971046);

22. een jerrycan (974487).

Dit vonnis is gewezen door mr. W.F.J. Aalderink, voorzitter, mr. C.M. Nollen en

mr. C.C.W.M. Aretz, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A.J. Wenders, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 16 februari 2018.

Buiten staat

Mr. C.M. Nollen en mr. C.C.W.M. Aretz zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

zij op of omstreeks 8 augustus 2017 te Sittard, in elk geval in de gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 25 kilogram, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of een hoeveelheid van ongeveer 403 gram MDMA en/of amfetamine en/of GHB, althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of amfetamine en/of GHB, zijnde MDMA en/of amfetamine en/of GHB (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen, opzettelijk stoffen, te weten

- een of meerdere (grote) hoeveelhe(i)d(en) coffeïne

- een of meerdere (grote) hoeveelhe(i)d(en) 2-fenylethylamine

voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);

2.

zij op of omstreeks 8 augustus 2017 te Sittard, in elk geval in de gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 van de Opiumwet, te weten een hoeveelheid van ongeveer 1086 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

3.

zij op of omstreeks 8 augustus 2017 te Sittard, in elk geval in de gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een vuurwapen van categorie III, te weten een pistool (merk FN, model 1910) kaliber 7,65 mm, en/of munitie van categorie III, te weten

- 33 volmantelpatronen (merk Sellier & Bellot), kaliber 7,65 mm en/of

- 5 volmantelpatronen (merk Sellier & Bellot), kaliber 6.35 mm en/of

- 1 brennekepatroon (merk Browning, type Legia), kaliber 12,

voorhanden heeft gehad;

4.

zij op of omstreeks 8 augustus 2017 te Sittard, in elk geval in de gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van een voorwerp, te weten

-een geldbedrag van 11.500,00 euro, althans een (groot) geldbedrag,

de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft/hebben verborgen of verhuld, en/of heeft/hebben verborgen of verhuld wie de rechthebbende op bovenomschreven voorwerp was en/of wie het bovenomschreven voorwerp voorhanden had

en/of

een voorwerp, te weten een geldbedrag van 11.500,00 euro, althans een (groot) geldbedrag, heeft/hebben verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, en/of van bovenomschreven voorwerp gebruik heeft/hebben gemaakt,

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat bovenomschreven voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

zij op of omstreeks 8 augustus 2017 te Sittard, in elk geval in de gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een voorwerp, te weten een geldbedrag van (ongeveer) 11.500,00 euro, althans een (groot) geldbedrag heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad terwijl hij, verdachte, wist althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat voorwerp onmiddellijk afkomstig was uit enig eigen misdrijf;

5.

zij op of omstreeks 8 augustus 2017 te Sittard, in elk geval in de gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk, professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten twee vuurwerkbommen (MortalShell) heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad.

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, proces-verbaalnummer 2017126072, gesloten d.d. 27 september 2017, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 207.

2 Het proces-verbaal onderzoek wapen d.d. 16 augustus 2017, pagina’s 98 tot en met 101.

3 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 september 2017, pagina’s 186 tot en met 189.

4 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 augustus 2017, pagina’s 12 tot en met 14. Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina 103. Kennisgeving van inbeslagneming, pagina’s 104 en 105. Het rapport van het NFI, pagina’s 190 en 191. Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina 109. Kennisgeving van inbeslagneming, pagina’s 110 en 111. Het rapport van het NFI, pagina’s 192 en 193. Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina 114. Kennisgeving van inbeslagneming, pagina’s 115 en 116. Het rapport van het NFI, pagina’s 194 en 195. Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina 136. Kennisgeving van inbeslagneming, pagina’s 137 en 138. Het rapport van het NFI, pagina’s 202 en 203.

5 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 augustus 2017, pagina’s 12 en 13. Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina 177. Kennisgeving van inbeslagneming, pagina 152.

6 Het proces-verbaal ten behoeve van de voorgeleiding bij de Officier van Justitie d.d. 10 augustus 2017, pagina 3. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 augustus 2017, pagina 15.

7 Het proces-verbaal onderzoek wapen d.d. 16 augustus 2017, pagina’s 86 tot en met 89. Het proces-verbaal onderzoek wapen d.d. 16 augustus 2017, pagina’s 92 tot en met 95.