Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:175

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
10-01-2018
Datum publicatie
11-01-2018
Zaaknummer
6233415 CV EXPL 17-6584
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering betreffende huurauto’s. Verweer dat slechts 2 auto’s zijn gehuurd in plaats van 4 wordt verworpen. Gevorderde huurtermijnen worden toegewezen evenals de gevorderde schade. Gevorderde reinigingskosten worden afgewezen omdat een feitelijke en juridische onderbouwing van de stelling dat de auto “uitgewoond” is ingeleverd, ontbreekt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 6233415 \ CV EXPL 17-6584

Vonnis van de kantonrechter van 10 januari 2018

in de zaak van:

de vennootschap naar buitenlands recht PEGASUS EXCLUSIVE CARS GMBH & CO KG,

gevestigd te D-41199 Mönchengladbach, Duitsland,

eisende partij,

gemachtigde mr. A. Schmidt,

tegen:

[gedaagde partij] ,

wonend [adres gedaagde partij] ,

[woonplaats gedaagde partij] ,

gedaagde partij,

gemachtigde mr. J.M. McKernan.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    de beslissing waarbij een comparitie van partijen is bepaald

  • -

    de comparitie van partijen op 30 november 2017

  • -

    de daaraan voorafgaand door eisende partij overgelegde productie 14.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Eisende partij is gespecialiseerd in de verhuur van luxe voortuigen van onder andere de merken Audi en Mercedes, maar ook van high-end merken zoals Bentley, Maserati en McLaren.

2.2.

Gedaagde partij heeft in elk geval twee maal een auto van eisende partij gehuurd, te weten:

1. VW Tiguan, [kenteken auto 1] , op 26 en 27 oktober 2016

2. VW Tiguan, [kenteken auto 2] , van 27 oktober 2016 tot en met 2 december 2016.

2.3.

De huurtermijn bedraagt € 924,37 per maand, dan wel € 33,01 per dag.

Voor de huur van voertuig 1 heeft gedaagde partij € 2.200,00 contant voldaan.

2.4.

De volgende facturen zijn gedaagde partij in rekening gebracht:

  1. 27-10-2016 RE1410581-1 ad € 2.200,00 (2 maandtarieven)

  2. 02-12-2016 RE1410581-2 ad € 500,00 (betreffende 2 beschadigde banden)

  3. 18-01-2017 RE1410581-4 ad € 1.100,00 (betreffende maandtarief incl. btw)

  4. 22-02-2017 RE1410581-5 ad € 9.193,33 (betreffende maandtarief, reiniging, dagtarief, schade en extra kilometers, incl. btw).

3 Het geschil

3.1.

Eisende partij vordert – samengevat – veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 6.693,33, vermeerderd met rente en (na)kosten.

3.2.

Gedaagde partij voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Op 30 november 2017 heeft de comparitie van partijen plaatsgevonden. In de uitnodigingsbrief van 13 oktober 2017 staat uitdrukkelijk vermeld dat partijen persoonlijk dienen te verschijnen of - als die partij een rechtspersoon is - zich door een bevoegd persoon dient te laten vertegenwoordigen. Gedaagde partij is echter niet verschenen omdat hij, volgens zijn advocaat, geen vrij kon krijgen bij zijn werkgever. Nu gedaagde partij niet in persoon is verschenen, is de mogelijkheid ontnomen om antwoord te kunnen geven op feitelijke vragen. Voor zover vragen onbeantwoord zijn gebleven, komt dit voor rekening en risico van gedaagde partij.

4.2.

Partijen houdt op de eerste plaats verdeeld de vraag hoeveel auto’s aan gedaagde partij zijn verhuurd. Eisende partij stelt dat dit 4 auto’s betreft. Naast de in rechtsoverweging 2.2. vermelde auto’s zijn ook nog een VW Tiguan met kenteken [kenteken auto 3] van 2 december 2016 tot en met 7 februari 2017 en een VW Golf met kenteken [kenteken auto 4] van 7 tot en met 17 februari 2017 aan gedaagde partij verhuurd. Gedaagde partij betwist de stellingen van eisende partij en voert aan dat er slechts 2 auto’s zijn gehuurd.

4.3.

De kantonrechter overweegt als volgt. Bij factuur van 18 januari 2017 is het overeengekomen maandtarief in rekening gebracht. Op deze factuur staat naast de in rechtsoverweging 2.2. vermelde auto’s ook een VW Tiguan met kenteken [kenteken auto 3] (auto 3) vermeld. Deze factuur is volledig en zonder enig voorbehoud door gedaagde partij voldaan. Het verweer dat auto 3 niet zou zijn gehuurd, is ongeloofwaardig en strandt derhalve.

Hetzelfde lot deelt VW Golf met kenteken [kenteken auto 4] (auto 4). Ter zitting heeft de directeur van eisende partij verklaard dat auto 4 op 15 februari 2017 zou worden ingeleverd. Toen dit niet is gebeurd, heeft eisende partij op 17 februari 2012 auto 4 voor de deur van het huisadres van gedaagde partij opgehaald. Gedaagde partij heeft dit gezien en er is onenigheid ontstaan waarna de politie ter plaatse is geweest, aldus eisende partij. Namens gedaagde partij is dit ter zitting niet betwist, zodat van de juistheid van de hiervoor genoemde feiten kan worden uitgegaan. De huurovereenkomst met betrekking tot auto 4 staat hiermee dan ook vast.

4.3.

In deze procedure vordert eisende partij betaling van het restant ad € 6.699,33 van de factuur van 22 februari 2017. Ter zitting heeft eisende partij verklaard dat het maandtarief een periode van 28 dagen bestrijkt en dat de huurkosten tot en met 15 februari 2017 in rekening zijn gebracht. Tegen dit maandtarief is geen verweer gevoerd, anders dan dat auto 4 niet gehuurd zou zijn. Auto 4 is op 17 februari 2017 teruggehaald, zodat naar het oordeel van de kantonrechter terecht nog 2 extra dagen in rekening zijn gebracht.

4.4.

Bij voornoemde factuur zijn verder de kosten van de reiniging ad € 250,00 in rekening gebracht. Ter zitting is namens eisende partij verklaard dat reiniging normaal gesproken is inbegrepen in de huurprijs en dat hiervoor geen afzonderlijke kosten in rekening worden gebracht. Omdat auto 4 “uitgewoond” is ingeleverd/terug gehaald zijn voor de reiniging extra kosten in rekening gebracht.

De kantonrechter is van oordeel dat dit deel van de factuur niet voor toewijzing in aanmerking, omdat een feitelijke en juridische onderbouwing daarvoor ontbreekt. Eisende partij heeft geen foto’s of andere stukken in het geding gebracht waaruit bleek dat de auto sterk verontreinigd was. Ook ontbreekt een financiële onderbouwing van het gevorderde bedrag van € 250,00.

4.5.

De factuur van 22 februari 2017 bestaat verder uit in rekening gebrachte schade ad € 3.486,45 aan auto 3. Het verweer van gedaagde partij houdt op de eerste plaats in dat deze auto niet gehuurd is zodat geen schade kan zijn veroorzaakt, terwijl op de tweede plaats de gestelde schade wordt betwist. De kantonrechter verwerpt het verweer van gedaagde partij. Zoals hiervoor reeds is overwogen staat vast dat auto 3 door gedaagde partij is gehuurd, terwijl de kantonrechte verder van oordeel is dat eisende partij met de overlegging van het deskundigenrapport de gestelde schade genoegzaam heeft aangetoond.

4.6.

Uit het voorgaande volgt dat de gevorderde hoofdsom kan worden toegewezen met aftrek van de reinigingskosten ad € 297,50 inclusief btw. Ter zake wordt daarom een bedrag van € 6.395,83 toegewezen. Over dit bedrag wordt de wettelijke rente toegewezen vanaf 16 april 2017.

4.7.

Tot slot vordert eisende partij € 709,67 aan buitengerechtelijke incassokosten. Eisende partij maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op/na 1 juli 2012 is ingetreden.

Nu een deel van de gevorderde hoofdsom wordt afgewezen is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar (in de zin van artikel 6:2 BW) om het toepasselijke wettelijke tarief te bepalen aan de hand van de gevorderde hoofdsom. De kantonrechter zal de buitengerechtelijke kosten dan ook toewijzen tot het wettelijke tarief dat hoort bij het aan hoofdsom toegewezen bedrag. Ter zake wordt daarom een bedrag van € 694,79 toegewezen.

4.8.

De kantonrechter acht geen termen aanwezig gedaagde partij toe te laten tot nadere bewijslevering.

4.9.

Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:

  • -

    dagvaarding € 101,05

  • -

    griffierecht 470,00

  • -

    salaris gemachtigde 500,00 ( 2 x tarief € 250,00)

totaal € 1.071,05

De gevorderde nakosten zullen worden toegewezen overeenkomstig de richtlijnen van het LOVCK&T en worden begroot op een half salarispunt conform het liquidatietarief proceskosten met een maximum van € 100,00 aan nakosten salaris.

4.10.

De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij binnen twee dagen na betekening van dit vonnis te betalen een bedrag van € 7.090,62, vermeerderd met de wettelijke rente over € 6.395,83 vanaf 16 april 2017 tot aan de voldoening,

5.2.

veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten aan de zijde van eisende partij gevallen en tot op heden begroot op € 1.071,05, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag der voldoening,

5.3.

veroordeelt gedaagde partij onder de voorwaarde dat deze niet binnen 2 weken na aanschrijving door eisende partij volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 100,00 aan salaris gemachtigde,

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Schreurs-van de Langemheen en in het openbaar uitgesproken.

type: PL

coll: