Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:1493

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
12-02-2018
Datum publicatie
14-02-2018
Zaaknummer
03/700037-17 en 03/700458-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van voorbereidingshandelingen vervaardiging van amfetamine in Bunde. Geen significante en wezenlijke bijdrage. Vrijspraak van opzettelijk aanwezig hebben 2,9 kilogram amfetamine, geen beschikkingsmacht. Vrijspraak van vervaardiging amfetamine in Hoensbroek. Veroordeling voor voorbereidingshandelingen op dit adres. Veroordeling voor voorbereidingshandelingen voor amfetamine in woning in Oirsbeek. Voorhanden hebben van een stroomstootwapen en pepperspray. Opzettelijk aanwezig hebben harddrugs. Gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Oplegging bijzondere voorwaarden. Taakstraf van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummers: 03/700037-17 en 03/700458-15 (ter terechtzitting gevoegd)

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 12 februari 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens] ,

wonende te [woonadres] .

De verdachte wordt in de zaak met parketnummer 03/700037-17 bijgestaan door

mr. A. Cinar, advocaat kantoorhoudende te Heerlen. In de zaak met parketnummer 03/700458-15 wordt de verdachte bijgestaan door mr. R.D. Maessen, advocaat, kantoorhoudende te Sittard.

1 Onderzoek van de zaak

De zaken zijn inhoudelijk behandeld op de zittingen van 23 en 24 januari 2018. Op de zitting van 29 januari 2018 is het onderzoek ter terechtzitting gesloten. De verdachte en haar raadslieden zijn op 23 en 24 januari 2018 ter terechtzitting verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlasteleggingen

De tenlasteleggingen zijn als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

In de zaak met parketnummer 03/700458-15

Feit 1: in de periode van 1 juli 2015 tot en met 3 september 2015 te Hoensbroek al dan niet samen met een ander amfetamine heeft vervaardigd dan wel haar woning hiertoe ter beschikking heeft gesteld;

Feit 2: in de periode van 15 augustus 2015 tot en met 3 september 2015 te Hoensbroek al dan niet samen met een ander voorbereidingshandelingen voor de productie van amfetamine heeft verricht dan wel haar woning hiertoe ter beschikking heeft gesteld;

Feit 3: op 3 september 2015 te Hoensbroek al dan niet samen met een ander harddrugs opzettelijk aanwezig heeft gehad.

ten aanzien van de zaak met parketnummer 03/700037-17

Feit 1: in de periode van 1 augustus 2016 tot en met 29 oktober 2016 te Bunde al dan niet samen met een ander voorbereidingshandelingen voor de productie van amfetamine en/of MDMA heeft verricht;

Feit 2: op 29 oktober 2016 te Bunde al dan niet samen met een ander opzettelijk 2,9 kilogram amfetamine aanwezig heeft gehad;

Feit 3: op 23 januari 2017 te Oirsbeek al dan niet samen met een ander 83,1 gram MDA en/of MDMA opzettelijk aanwezig heeft gehad;

Feit 4: op 23 januari 2017 te Oirsbeek een elektrisch stroomstootwapen voorhanden heeft gehad;

Feit 5: op 23 januari 2017 te Oirsbeek een busje pepperspray voorhanden heeft gehad;

Feit 6: op 23 januari 2017 te Oirsbeek al dan niet samen met een ander voorbereidingshandelingen voor de productie van amfetamine en/of MDMA heeft verricht.

3 De voorvragen

3.1

De ontvankelijkheid van de officier van justitie

3.1.1

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank ten aanzien van de feiten 3 en 6 in de zaak met parketnummer 03/700037-17 verzocht de behandeling van de zaak aan te houden en de volgende prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie :

  1. Valt de sluiting van een woning op grond van artikel 13b Opiumwet onder het bereik van artikel 6 EVRM?

  2. Dient men bij de beoordeling van vraag 1 uit te gaan van de opgelegde maatregel of van de maximale duur van de maatregel die kan worden opgelegd?

De raadsman heeft voor het geval de rechtbank dat niet voornemens is, ten aanzien van de feiten 3 en 6 de niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie bepleit omdat er sprake is van dubbele vervolging. De raadsman heeft hiertoe aangevoerd dat de woning van de verdachte op grond van artikel 13b van de Opiumwet door de burgemeester is gesloten. Deze bestuursrechtelijke maatregel kan volgens de raadsman, gelet op de aard en zwaarte daarvan, worden aangemerkt als een ‘criminal charge’ in de zin van artikel 6 van het EVRM. Nu de verdachte wederom ter verantwoording wordt geroepen voor het aanwezig hebben van verdovende middelen en het voorbereiden van de handel in verdovende middelen wordt het ne bis in idem beginsel geschonden.

3.1.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich verzet tegen honorering van het verzoek tot het stellen van prejudiciële vragen omdat de jurisprudentie hierover duidelijk is. De officier van justitie is voorts van mening dat zij verdachte kan vervolgen, nu de sluiting van een woning niet aangemerkt dient te worden als een ‘criminal charge’ in de zin van artikel 6, eerste lid, van het EVRM.

3.1.3

Het oordeel van de rechtbank

Onder verwijzing naar bestendige jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (zie onder meer ABRvS, 15 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3142) overweegt de rechtbank dat de criteria zoals geformuleerd in het door de raadsman aangehaalde arrest luiden: Ten eerste de classificatie van de sanctie naar nationaal recht, ten tweede de aard van de overtreding - mede bezien in relatie tot het doel van de sanctie - en ten derde de zwaarte van de maatregel.

De sluiting van een woning is een bestuurlijke maatregel die geen verdergaande strekking heeft dan het beëindigen van de overtreding van de Opiumwet en het voorkomen van herhaling. De maatregel is niet gericht op toevoeging van verdergaand leed of nadeel. Het betreft een herstelsanctie, waarvan er vele zijn in het bestuursrecht. Bij het beoordelen van de zwaarte van de maatregel is van belang of de maatregel zodanig zwaar is dat deze daardoor als punitief moet worden beschouwd. De zwaarte van de maatregel wordt beoordeeld aan de hand van objectieve maatstaven. Dat de sluiting van de woning aanzienlijke financiële en emotionele consequenties voor betrokkenen kan hebben, speelt bij de beoordeling dan ook geen rol. De rechtbank gaat uit van de maatregel zoals deze feitelijk is opgelegd; een sluiting van de woning voor de duur van drie maanden. Die maatregel is door de zwaarte ervan niet aan te merken als punitief.

De rechtbank is, gezien hetgeen zij hiervoor heeft overwogen, van oordeel dat de sluiting van een woning op grond van artikel 13b van de Opiumwet als aan de orde in het geval van de verdachte, geen ‘criminal charge’ is in de zin van artikel 6, eerste lid, van het EVRM maar van een herstelsanctie. Van ne bis in idem is dan ook geen sprake. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

Dit oordeel van de rechtbank maakt ook dat het verzoek tot het stellen van prejudiciële vragen wordt afgewezen, nu de rechtbank in hetgeen de raadsman in dit verband heeft aangevoerd, geen grondslag ziet voor het in deze zaak stellen van prejudiciële vragen. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat een prejudiciële vraag dient te gaan over de toepassing van de wet- en regelgeving - in dit geval, artikel 13b van de Opiumwet - in het concrete geval. In dit concrete geval is niet gesteld of evident gebleken dat die toepassing niet proportioneel zou zijn, waarbij bovendien de toegang tot de bestuursrechter voor toetsing open stond.

De officier van justitie kan dan ook worden ontvangen in haar vervolging van de verdachte.

Ook overigens zijn er geen beletselen de officier van justitie in de vervolging te ontvangen.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

Standpunt officier van justitie 03/700458-15

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de feiten 1 subsidiair, 2 subsidiair en 3 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard, met dien verstande dat er sprake is van medeplegen.

Ten aanzien van het aantreffen van het amfetaminelaboratorium en de in de tenlastelegging genoemde goederen heeft de officier van justitie verwezen naar de bevindingen van de Landelijke Faciliteit Ontmantelen (hierna: LFO). Ten aanzien van de rol van de verdachte heeft de officier van justitie verwezen naar de volgende bewijsmiddelen:

  • -

    de verdachte was de huurder van de woning en woonde er ook daadwerkelijk;

  • -

    de verbalisanten hebben gerelateerd dat de woning naar amfetamine rook op het moment dat zij de woning betraden;

  • -

    de verklaring van de verdachte bij de politie, inhoudende dat ze wist dat medeverdachte

[medeverdachte 2] zich bezig hield met drugs. Voorts heeft de verdachte bij de politie verklaard dat ze wist dat op bovenverdieping een laboratorium aanwezig was, dat ze voor medeverdachte

[medeverdachte 2] en de andere man zakken en dozen naar de bovenverdieping heeft gesjouwd en dat [medeverdachte 2] haar heeft verteld dat ze op de bovenverdieping iets deden met citroenzuur;

- de verklaring van de verdachte ter terechtzitting, inhoudende dat ze heeft gezien dat er afval vanuit het laboratorium in de tuin werd geloosd.

Gelet op het voorgaande is de officier van justitie van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat de verdachte bij de feiten 1 subsidiair en 2 subsidiair medeplichtig is geweest door de woning aan de [adres 3] ter beschikking te stellen.

Ten aanzien van feit 3 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het opzettelijk aanwezig hebben van 90 tabletten inhoudende amfetamine en/of xtc, nu uit de rapportage van het NFI blijkt dat deze tabletten MDMA bevatten. Voor de bewezenverklaring van het overige heeft de officier van justitie verwezen naar de verklaring van de verdachte bij de politie, inhoudende dat het betreffende keukenkastje aan [medeverdachte 2] toebehoorde en dat in dat kastje pillen lagen voor eigen gebruik, waaruit blijkt dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de verdovende middelen in de woning.

Standpunt officier van justitie 03/700037-17

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de feiten 1, 2, 3, 4 en 5 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard. Voor feit 6 heeft de officier van justitie vrijspraak gevorderd, nu niet bewezen kan worden verklaard dat de verdachte enige wetenschap had van de aanwezigheid van de stoffen in haar tas in de kast van haar woning.

De officier van justitie heeft voor wat betreft het bewijs voor de aanwezigheid van het amfetaminelaboratorium in Bunde verwezen naar de bevindingen van de Landelijke Faciliteit Ondersteuning Ontmantelen (hierna: LFO) en de onderzoeksresultaten van het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI).

De officier van justitie heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat op basis van de getuigenverklaringen van [getuige 8] , [getuige 9] , [getuige 10] , [getuige 11] en [getuige 12] , de ingangsdatum van het huurcontract en de onderzoeksbevindingen van de LFO bewezen kan worden verklaard dat voor een periode van drie weken voorafgaande aan de ontdekking, het amfetaminelaboratorium in werking is geweest.

Ten aanzien van de rol van de verdachte inzake feit 1 stelt de officier van justitie dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte zich samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan het voorhanden hebben van de tenlastegelegde materialen. Zo is op de camerabeelden te zien dat de verdachte met spullen van en naar de woning in Bunde sjouwt. De verklaring die de verdachte ter terechtzitting heeft afgelegd, inhoudende dat zij doende was met het brengen van boodschappen naar de woning, acht de officier van justitie onwaarschijnlijk, gezien de foto’s in het procesdossier waarop duidelijk een lege koelkast te zien is. Op basis van de camerabeelden, de context van het gehele strafdossier, de relatie van de verdachte met de eigenaar van de woning, te weten medeverdachte
[medeverdachte 2] en het aangetroffen lab in de woning waar de verdachte eerder verbleef, acht de officier van justitie voldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig voor het voorhanden hebben zoals aan haar is tenlastegelegd.

Ten aanzien van feit 2 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat nu de verdachte betrokken is geweest bij het amfetaminelaboratorium in de woning, zij de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat in de woning het (eind)product werd opgeslagen.

Ten aanzien van de feiten 3, 4 en 5 heeft de officier van justitie verwezen naar de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting, het aantreffen van de goederen door de politie en het verrichte onderzoek naar deze goederen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

03/700458-15 (Hoensbroek)

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte van de gehele tenlastelegging dient te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder feit 1 primair tenlastegelegde heeft de raadsman aangevoerd dat uit het dossier niet blijkt van een bijdrage van de verdachte die kan worden gekwalificeerd als zijnde van zodanig voldoende materieel en/of intellectueel gewicht dat van medeplegen kan worden gesproken. De verdachte betwist nadrukkelijk ooit op de zolder te zijn geweest. Belastende (getuigen)verklaren waaruit het tegendeel zou (kunnen) blijken zijn er naar het oordeel van de verdediging niet. Evenmin heeft het in deze zaak uitgevoerde DNA-sporenonderzoek bewijsmateriaal opgeleverd op basis waarvan de verklaring van de verdachte wordt weerlegd. Ten aanzien van het aangetroffen laboratorium in de badkamer heeft de raadsman aangevoerd dat de verdachte weliswaar bij de politie heeft verklaard dat zij zakken naar boven heeft gesleept, maar dat de verdachte niet bekend was met de inhoud van deze zakken. De verdachte was in de veronderstelling dat deze zakken gevuld waren met cement. Daarnaast heeft de verdachte bij de politie verklaard dat zij eenmalig een glazen bol met een trechter heeft vastgehouden. Dit betrof een handeling op verzoek van [medeverdachte 2] , waarmee de verdachte hoopte de stank die in de woning waarneembaar was, te laten doen verdwijnen. Wat de verdachte op dat moment feitelijk deed, daar was zij zich op dat moment niet van bewust. In deze beide gevallen kan niet gesproken worden van (mede)plegen, nu het opzet van de verdachte op een ander doel was gericht dan het opzet van de feitelijke plegers. Wettig en overtuigend bewijs dat de verdachte nauw en bewust betrokken was bij de aangetroffen laboratoria ontbreekt. Ten aanzien van het onder feit 1 subsidiair tenlastegelegde heeft de raadsman naar voren gebracht dat geen sprake is geweest van het opzettelijk ter beschikking stellen van de woning aan de verdachte aan [medeverdachte 2] of aan iemand anders, nu de verdachte slechts kan worden aangemerkt als één van de gebruikers van een gedeelte van de woning.

Ten aanzien van het onder feit 2 tenlastegelegde heeft de raadsman verwezen naar datgene dat door de verdediging ten aanzien van feit 1 is aangevoerd. Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat op basis van het voorliggende dossier evenmin kan worden vastgesteld dat de verdachte de productie van verdovende middelen op enige wijze heeft voorbereid of bevorderd.

Ten aanzien van het onder feit 3 tenlastegelegde heeft de raadsman aangevoerd dat de verdachte geen wetenschap had van de aanwezigheid van de verdovende middelen in de woning. Daarnaast is geen sprake van bewijsbare beschikkingsmacht aan de zijde van de verdachte. Subsidiair heeft de raadsman ten aanzien van de tenlastegelegde 90 tabletten amfetamine en/of XTC aangevoerd dat de verdachte hiervan dient te worden vrijgesproken, nu uit onderzoek niet is gebleken dat deze pillen daadwerkelijk amfetamine en/of XTC bevatten.

03/700037-17 (Bunde)

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van de feiten 1 en 2, de voorbereidingshandelingen en het voorhanden hebben van amfetamine in Bunde. De verdachte kan niet als pleger worden aangemerkt, nu zij niet de huurder was van het pand in Bunde. Uit het strafdossier blijkt niet dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte(n). Bewijs voor een significante en wezenlijke bijdrage van de verdachte ontbreekt. De camerabeelden zeggen niets over enige betrokkenheid van de verdachte bij het aangetroffen amfetaminelaboratorium. Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft zonder haar instemming, zonder haar toestemming en zonder overleg met de verdachte ervoor gekozen bepaalde handelingen in de door hem gehuurde woning te verrichten. Ook bij de uitvoering van deze handelingen heeft de verdachte geen enkele rol gespeeld.

Ten aanzien van het onder feit 6 tenlastegelegde bepleit de raadsman ook dat de verdachte hiervan dient te worden vrijgesproken. De verdachte wist niet dat de medeverdachte [medeverdachte 2] een tas met daarin verdovende middelen in haar woning had achtergelaten. Dit brengt met zich mee dat de verdachte nimmer het opzet heeft gehad tot het plegen van het tenlastegelegde feit.

Met betrekking tot de feiten 3, 4 en 5 refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

03/700458-15 (Hoensbroek)

Feit 1

Aanleiding onderzoek

Op 2 september 2015 zagen verbalisanten [verbalisant 8] en [verbalisant 9] een BMW met hoge snelheid in Hoensbroek rijden. Na controle in het systeem bleek het kenteken afgegeven te zijn voor een Renault Clio. De verbalisanten hebben vervolgens de achtervolging ingezet en de bestuurder aangehouden, te weten medeverdachte [medeverdachte 2] (hierna te noemen: [medeverdachte 2] ). Tijdens de fouillering werden bij [medeverdachte 2] gripzakjes met poeder, pillen en briefjes met aantekeningen over de productie van drugs aangetroffen. Tijdens het transport roken de verbalisanten de geur van amfetamine. Daarnaast werd in de BMW een aantal goederen die te maken kunnen hebben met de productie van drugs, aangetroffen.

Naar aanleiding van bovenstaande bevindingen kreeg de politie het ernstige vermoeden dat [medeverdachte 2] zich bezig hield met de productie van synthetische drugs. Volgens het kadaster was [medeverdachte 2] ten tijde van zijn aanhouding eigenaar van een pand aan de [adres 3] te Hoensbroek.

Ter plaatse

Verbalisanten [verbalisant 10] en [verbalisant 11] hebben op 3 september 2015 deze woning bezocht. De verdachte was op dat moment in de woning aanwezig en gaf toestemming aan de verbalisanten om de woning te betreden. De verdachte gaf aan dat de bovenverdieping door iemand anders werd gehuurd en dat de verbalisanten maar op de bovenverdieping moesten gaan kijken. Verbalisant [verbalisant 10] treft vervolgens in de badkamer op de bovenverdieping een laboratoriumopstelling aan. Op zolder worden aangesloten vaten met daaromheen warmtedekens aangetroffen. De verdachte wordt op dat moment door de politie aangehouden.

Door de verbalisanten van de LFO wordt op 3 september 2015 op het adres [adres 3] te Hoensbroek een onderzoek ingesteld. Zij concluderen dat de zolder van deze woning zeer waarschijnlijk ingericht en in gebruik was voor het op grote schaal omzetten van een precursor van BMK (een zout van BMK-glycidezuur) in BMK. De badkamer was ingericht en gebruikt voor het vervaardigen van synthetische drugs, vermoedelijk amfetamine middels de Leuckart methode met behulp van BMK, welke vermoedelijk ter plaatse was vervaardigd.

Het NFI heeft geconcludeerd dat in het onderzoeksmateriaal APAAN, BMK, amfetamine, MDMA, metamfetamine, zoutzuur en zwavelzuur is aangetoond. Ten aanzien van het onderzoeksmateriaal heeft het NFI geconcludeerd dat een groot deel van het onderzoeksmateriaal gerelateerd is aan de vervaardiging van BMK uit het natriumzout van BMK-glycidezuur en citroenzuur en de vervaardiging van amfetamine uit BMK met de Leuckartmethode.

De rol van de verdachte

[verdachte] is een aantal malen door de politie als verdachte gehoord. Zij heeft bij de politie verklaard dat de woning in eigendom toebehoorde aan medeverdachte [medeverdachte 2] en dat zij sinds vier maanden in de woning aan de [adres 3] verbleef. Zij huurde de benedenverdieping van [medeverdachte 2] . De bovenverdieping van de woning werd aan iemand anders verhuurd, te weten aan een dikkere man, voor de opslag van goederen. De verdachte heeft voorts verklaard dat zij wist dat er drugslabs aanwezig waren op de bovenverdieping. [medeverdachte 2] heeft de verdachte verteld dat hij samen met anderen aan het experimenteren was met citroenzuur. De geur in de woning was al twee of drie maanden aanwezig. De verdachte heeft eveneens bij de politie verklaard dat zij op enig moment zakken en dozen naar boven heeft gesleept die zij vervolgens in de gang heeft neergelegd. Dit op verzoek van [medeverdachte 2] en de huurder van de bovenverdieping. De verdachte wist dat er in die zakken wit poeder zat. Daarnaast heeft de verdachte op de badkamer naar eigen zeggen eenmaal een glazen bol met een trechter vastgehouden, omdat [medeverdachte 2] daar een andere vloeistof in moest overgieten. Er liep toen iets anders over in een ton. Dat was die A of B olie voor drugs.

Het oordeel van de rechtbank inzake het bewijs ten aanzien van feit 1 primair

Aan de verdachte is primair het (mede)plegen van het opzettelijk vervaardigen van amfetamine tenlastegelegd. Uit het bovenstaande leidt de rechtbank het volgende af. De verdachte woonde sinds enkele maanden in het pand aan de [adres 3] . De benedenverdieping van dit pand huurde zij – naar haar zeggen - van de van de eigenaar van de woning, zijnde [medeverdachte 2] . De verdachte had op dat moment een vriendschappelijke relatie met [medeverdachte 2] en wist dat hij zijn geld verdiende met drugs. De verdachte heeft zelf verklaard dat zij op de hoogte was van de aanwezigheid van de drugslaboratoria op de bovenverdieping. De verdachte heeft enkele zakken en dozen naar de bovenverdieping gesjouwd en heeft één keer in de badkamer een glazen bol met een trechter vastgehouden, zodat [medeverdachte 2] daar een vloeistof in kon overgieten. Zij wist dat dat te maken had met de productie van drugs. Voorts was de verdachte ervan op de hoogte dat [medeverdachte 2] op de bovenverdieping aan het experimenteren was met citroenzuur.

Het kerncriterium van medeplegen is de bewuste en nauwe samenwerking waarbij de bijdrage van de verdachte intellectueel en/of materieel van voldoende gewicht moet zijn. Het medeplegen kan bestaan uit twee modaliteiten (die zich ook in combinatie met elkaar kunnen voordoen), te weten:

  • -

    een gezamenlijke uitvoering van het strafbare feit;

  • -

    gedragingen die ‘voor, tijdens of na’ het strafbare feit hebben plaatsgevonden;

In beide modaliteiten moet het gaan om intellectuele en/of materiële bijdragen van voldoende gewicht. Daarvan is geen sprake als uit de bewijsmiddelen enkel blijkt:

o dat de verdachte aanwezig is geweest ten tijde van de verwezenlijking van het delict en geen enkele uitvoeringshandeling heeft verricht;

o en zich daarvan niet heeft gedistantieerd.

De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier de bijdrage van de verdachte, zoals hierboven beschreven, onvoldoende blijkt om te spreken van zodanig gewicht, dat moet worden gesproken van het medeplegen van het vervaardigen van amfetamine. De verdachte zal dan ook van het onder feit 1 primair tenlastegelegde worden vrijgesproken.

Het oordeel van de rechtbank inzake het bewijs ten aanzien van feit 1 subsidiair

Aan de verdachte is subsidiair de medeplichtigheid aan de vervaardiging van amfetamine ten laste gelegd, door het pand aan de [adres 3] hiertoe ter beschikking te stellen.

De woning was eigendom van haar vriend [medeverdachte 2] , die de benedenverdieping en een kleine kamer op de eerste verdieping aan haar ter beschikking had gesteld om daar met haar kind te gaan wonen. De rest van de bovenverdieping waar het drugslaboratorium is aangetroffen, was niet aan haar te beschikking gesteld. Daarom kan niet bewezen worden dat verdachte de woning aan [medeverdachte 2] ter beschikking heeft gesteld. De verdachte zal ook van het subsidiair tenlastegelegde worden vrijgesproken.

Feit 2 1

De bewijsmiddelen
Zoals onder feit 1 beschreven, heeft de politie op 3 september 2015 de woning aan de [adres 3] te Hoensbroek betreden en doorzocht.2

Ter plaatse

Door verbalisanten van de LFO is een onderzoek in de woning ingesteld. Op de zolderverdieping is onder meer aangetroffen:

- een 220 liter klemdekselvat omwikkeld met een elektrische verwarmingsdeken ingesteld op 100 graden Celsius en in gebruik voor de omzetting van een precursor in BMK met inhoud 25 liter BMK en het natriumzout van BMK glycidezuur;3

- een 220 liter klemdekselvat omwikkeld met een elektrische verwarmingsdeken ingesteld op 130 graden Celsius en in gebruik voor de omzetting van een precursor in BMK met inhoud 25 liter BMK en het natriumzout van BMK glycidezuur;4

- een elektrische vloeistofpomp voorzien van een stuk geribbelde slang met aan het uiteinde een filter gebruikt voor het leegpompen van reactievaten;5

- een speciekuip en een waterslang en een hoeveelheid maatbekers;6

- een hoeveelheid gripzakken met inhoud 960 kilogram van het natriumzout van BMK-glycidezuur en 700 kilogram citroenzuur;7

- een kunststof verzamelvat gevuld met ongeveer 6 liter BMK en het natriumzout van BMK-glycidezuur;8

- een hoeveelheid jerrycans met inhoud 40 liter BMK en het natriumzout van BMK-glycidezuur;9

- een hoeveelheid 25KG zakken met inhoud 125 kilogram citroenzuur monohydraat;10

- een hoeveelheid gripzakken met inhoud 95 kilogram natriumzout van BMK glycidezuur.11

Op de badkamer op de eerste verdieping is onder meer aangetroffen:

- een jerrycan met inhoud 5 liter geconcentreerd zwavelzuur;12

- een jerrycan met inhoud 8 liter formamide;13

- een jerrycan met inhoud 20 liter N-formylamfetamine;14

- een jerrycan met inhoud 18 liter methanol;15

- een gemodificeerde behangstoommachine;16

- een elektrisch verwarmingsmantel;17

- een hoeveelheid laboratoriumglaswerk, jerrycans, maatbekers, een erlenmeyer, scheitrecher, maatfles en vloeistofpomp;18

- een fles met inhoud 0,5 liter verdund zoutzuur.19

Door de verbalisanten van de LFO is geconcludeerd dat de aangetroffen goederen en chemicaliën typische goederen en chemicaliën zijn welke worden aangetroffen op locaties waar synthetische drugs vervaardigd of bewerkt worden. De zolder van deze woning was zeer waarschijnlijk ingericht en in gebruik voor het op grote schaal omzetten van een precursor van BMK (een zout van BMK-Glycidezuur) in BMK. BMK is een grondstof voor (met)amfetamine. De reactievaten ten behoeve van deze omzetting waren ten tijde van de ontdekking in werking. De badkamer was ingericht en gebruikt voor het vervaardigen van synthetische drugs, vermoedelijk amfetamine middels de Leuckart methode met behulp van BMK, welke vermoedelijk ter plaatse was vervaardigd.20

Het NFI heeft geconcludeerd dat in het onderzoeksmateriaal APAAN, BMK, amfetamine, MDMA, metamfetamine, zoutzuur en zwavelzuur is aangetoond. Ten aanzien van het onderzoeksmateriaal heeft het NFI geconcludeerd dat een groot deel van het onderzoeksmateriaal gerelateerd is aan de vervaardiging van BMK uit het natriumzout van BMK-glycidezuur en citroenzuur en de vervaardiging van amfetamine uit BMK met de Leuckartmethode.21

De rol van de verdachte

Toen de politie op 3 september 2015 de woning aan de [adres 3] te Hoensbroek bezocht, werd de voordeur door de verdachte geopend. De verdachte verklaarde tegenover de politie dat zij de woning huurde van [medeverdachte 2] . Verbalisant [verbalisant 10] rook een sterke chemische lucht, welke hij herkende als mogelijk zijnde de lucht van synthetische drugs.22

[verdachte] is een aantal malen door de politie als verdachte gehoord. Zij heeft verklaard zoals de rechtbank reeds onder feit 1 heeft opgenomen.

Het oordeel van de rechtbank ten aanzien van het bewijs voor feit 2 primair

De rechtbank overweegt ten aanzien van de rol van de verdachte als volgt. Voor een bewezenverklaring van voorbereidingshandelingen met betrekking tot de Opiumwet is opzet vereist: de dader moet daadwerkelijk de wetenschap hebben gehad van de omstandigheid dat zij met haar handelingen de productie van drugs bevorderde. De rechtbank is van oordeel dat op basis van bovenstaande bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien, kan worden geconcludeerd dat de verdachte samen met anderen de tenlastegelegde goederen en chemicaliën voorhanden heeft gehad, welke goederen en chemicaliën kunnen dienen voor de productie van amfetamine. De verdachte was op het moment van binnentreden de huurder van (een gedeelte van) de woning. Daarnaast is de verdachte ook actief in aanraking met deze goederen gekomen, door zakken en dozen naar boven te sjouwen en te assisteren bij het overgieten van een vloeistof in de badkamer waarvan zij wist dat dit te maken had met de productie van drugs. Nu de verdachte heeft verklaard dat zij op de hoogte was van de aanwezigheid van de drugslaboratoria kan niet anders worden geconcludeerd dan dat de verdachte wist dat de goederen en chemicaliën die in de woning zijn aangetroffen bestemd waren tot het plegen van het feit. Het primair tenlastegelegde zal dan ook bewezen worden verklaard.

Periode

Ten aanzien van de periode zal de rechtbank bewezen verklaren dat de verdachte op 3 september 2015 de goederen ten behoeve van de productie van drugs voorhanden had, derhalve op die datum de voorbereidingshandelingen heeft verricht, nu de goederen en chemicaliën op deze datum zijn aangetroffen. Voor de overige periode zal de verdachte dan ook worden vrijgesproken.

Feit 3

De bewijsmiddelen
Tijdens de eerder genoemde doorzoeking zijn door verbalisanten van de LFO in het keukenkastje diverse verdovende middelen aangetroffen, te weten:

20 gram tabletten inhoudende MDMA;23

250 ml amfetamine;24

200 ml amfetamine;25

9 gram metamfetamine hydrochloride;26

96 gram amfetaminesulfaat.27

Bij de politie heeft de verdachte verklaard dat het betreffende keukenkastje het kastje van

[medeverdachte 2] is en dat daar pillen in lagen voor eigen gebruik.28 Ter terechtzitting heeft de verdachte deze verklaring bevestigd en aanvullend verklaard dat zij dit kastje niet mocht openen en/of gebruiken.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van de tenlastegelegde 90 tabletten bevattende amfetamine en/of XTC, nu uit onderzoek van het NFI niet blijkt dat deze tabletten amfetamine en/of XTC bevatten.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de andere tenlastegelegde verdovende middelen samen met een ander opzettelijk aanwezig heeft gehad. De verdachte was immers de huurder van (het betreffende gedeelte van) de woning. Het betrof een kastje in haar keuken, waar de voornoemde verboden middelen zijn aangetroffen. De verdachte wist dat de verdovende middelen in het keukenkastje lagen. De verklaring van de verdachte, inhoudende dat zij het keukenkastje niet mocht openen of gebruiken en dat zij dat ook niet heeft gedaan, acht de rechtbank niet aannemelijk geworden. Zij wist immers wel van de pillen die in dit kastje lagen.

700037-1 (Bunde)7 29

Aanleiding voor het onderzoek

Op zaterdag 29 oktober 2016 kreeg de politie de opdracht om naar de [adres 4] te Bunde te gaan, waar [getuige 9] (hierna: [getuige 9] ), de eigenaar van dat pand, een vreemde geur had geroken. Deze geur was waarschijnlijk afkomstig uit een verhuurd gedeelte van zijn pand. Nadat de politie op het adres ter plaatse kwam werd in het pand een in werking zijnde laboratorium voor de productie van synthetische drugs aangetroffen.

Ter plaatse

De verbalisanten [verbalisant 12] en [verbalisant 13] zijn naar aanleiding van de melding van [getuige 9] ter plaatse gegaan. [getuige 9] was eveneens ter plaatse. [getuige 9] gaf aan dat een deel van het pand werd verhuurd aan [medeverdachte 2] . De verbalisanten roken in het pand een penetrante chemische lucht. In het pand bevond zich een doorgang naar het verhuurde pand. De verbalisanten roken dat ter hoogte van deze afgesloten doorgang deze geur duidelijk vele malen sterker was.

Door verbalisant [verbalisant 13] werd telefonisch contact opgenomen met de huurder, nadat [getuige 9] dat telefoonnummer aan de politie had verstrekt. Er werd opgenomen met de naam ‘[medeverdachte 2]’ en deze persoon bevestigde dat hij de huurder van het pand was, dat hij niet aanwezig was en dat de verbalisanten het pand maar moesten betreden.

De verbalisanten van de LFO hebben op 30 oktober 2016 op de [adres 4] te Bunde een onderzoek ingesteld. Verbalisant [verbalisant 14] heeft gerelateerd dat hij vanuit de ingang een ruimte aantrof die ingericht was met productiemiddelen, zeer waarschijnlijk ten behoeve van de vervaardiging van amfetamine. Tijdens een eerste verkenning in het pand zagen de verbalisanten middels een speciale warmtebeeldcamera dat een aantal items, zoals klemdekselvaten, een destillatieopstelling met twee kolven, diverse plastic jerrycans, een kookopstelling met losse refluxkoeler in verwarmingsmantel, een scheitrechter en een au bain marie opstelling, nog warm was en deze goederen blijkbaar korte tijd tevoren nog in werking waren geweest of extern waren verwarmd. Op de locatie werden in verschillende ruimtes goederen aangetroffen. De gang was in gebruik voor de opslag van chemicaliën. De administratie/kantoorruimte was in gebruik als opslagruimte en voorraad van chemicaliën. De badkamer werd gebruikt voor de opslag van emmers en kommen met vermoedelijk afval. De slaapkamer werd eveneens gebruikt voor de opslag van chemicaliën en onderdelen voor het laboratorium. De destillatieruimte was ingericht voor het zuiveren van verkregen olie. De productieruimte was ingericht voor de omzetting van vermoedelijk APAA naar BMK en de kleinschalige productie van amfetamine. In iedere ruimte werd een nader technisch en forensisch onderzoek ingesteld.

In het laboratoriumgedeelte werden reactievaten en glaswerkopstellingen aangetroffen. Het betrof professioneel laboratoriumglaswerk. Door de verbalisanten en medewerkers van de LFO is een groot aantal verschillende stoffen en afvalstoffen aangetroffen. Een aantal chemicaliën kon via testen worden geïdentificeerd als zijnde zoutzuur, aceton, waterstofperoxide, zwavelzuur, caustic soda, formamide, methanol en ethanol.

Op basis van de aangetroffen productieapparatuur, chemicaliën en afvalstoffen en de geurwaarnemingen tijdens de inventarisatie wordt vermoed dat in dit laboratorium de volgende productieprocessen zijn uitgevoerd:

  • -

    omzetting van vermoedelijk pre-precursor APAA in de precursor BMK;

  • -

    productie van amfetamine via de Leuckart synthese met behulp van formamide en mierenzuur;

  • -

    kristallisatie van amfetamine olie.

Op de locatie is daarnaast in totaal circa 48,88 kilogram APAA aangetroffen. Daarnaast zijn er 21 zakken en nog 3 lege tonnen aangetroffen, waarin vermoedelijk APAA heeft gezeten. Ook bevonden zich ter plaatse twee 120L klemdekselvaten, geplaatst in twee tonnen die verwarmd konden worden met behulp van gasbranders. Deze waren aangesloten op een gasfles. Beide klemdekselvaten waren voor twee derde gevuld met een bruine olieachtige vloeistof. Deze opstelling is typerend voor de omzetting van een pre-precursor (in dit geval APAA) in de precursor (in dit geval BMK).

Tijdens de ontdekking van het amfetaminelaboratorium is door verbalisanten in de koelkast van de woning een emmer aangetroffen met daarin 2,9 kilogram bruto witte pasta. Na onderzoek door het NFI bleek deze emmer amfetaminesulfaat te bevatten.

Het NFI heeft naar aanleiding van het verkregen onderzoeksmateriaal (te weten monsters van de aangetroffen (vloei)stoffen) geconcludeerd dat in dit onderzoeksmateriaal onder meer amfetamine, BMK, fenylazijnzuur, zwavelzuur en zoutzuur is aangetoond. Een groot deel van het onderzoeksmateriaal is kenmerkend voor de vervaardiging van amfetamine uit BMK met de Leuckartmethode. Daarnaast is een deel van het onderzoeksmateriaal te relateren aan de vervaardiging van BMK uit APAA met een zuur.

De rol van de verdachte

Tijdens de doorzoeking werden meerdere bewakingscamera’s in beslag genomen. Door verbalisant [verbalisant 15] werden deze camerabeelden onderzocht en bekeken. Door de verbalisant zijn de volgende fragmenten beschreven:

  • -

    Fragment 2 (27 oktober 2016 om 22:53:18): een vrouw en een kind komen in beeld. Het kind heeft twee flexibele staven vast en legt deze in een auto. Op een gegeven moment heeft de vrouw een ton en een doos in haar handen en loop weer vanuit het pand richting de auto. Op ditzelfde moment heeft ook het kind een ton in haar handen. Door de vrouw en het kind worden de spullen in de auto gelegd. Terwijl zij dit doen, komt een man, welke door de verbalisant wordt herkend als de huurder van het pand, te weten medeverdachte [medeverdachte 2] , in beeld en loopt vanuit het pand richting de auto. Er wordt nog een aantal keren op en neer gelopen en uiteindelijk vertrekken de vrouw en het kind met de auto.

  • -

    Fragment 3 (27 oktober 2016 om 21:31:22): medeverdachte [medeverdachte 2] komt vanuit de richting van het pand aangelopen en opent de poort voor een auto. Uit deze auto stappen een vrouw en een kind. Tegelijkertijd komt [medeverdachte 2] vanaf de poort aangelopen in de richting van het pand. [medeverdachte 2] draagt aan beide handen handschoenen.

  • -

    Fragment 6 (21 oktober 2016 om 22:20:55): [medeverdachte 2] komt in beeld en loopt richting het pand. Vlak na [medeverdachte 2] komt ook de eerder genoemde vrouw in beeld. De vrouw draagt meerdere tassen en loopt ook richting het pand.

Verbalisant [verbalisant 18] heeft de vrouw op de camerabeelden herkend als zijnde de verdachte. Het kind op de camerabeelden is herkend als zijnde het dochtertje van de verdachte.

De verklaringen van getuigen en de verklaring van de verdachte

[getuige 10] (hierna: [getuige 10] ), de echtgenote van verhuurder [getuige 9] , heeft bij de politie verklaard dat zij twee weken geleden een vrouw samen met [medeverdachte 2] bij het pand heeft gezien.

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat [medeverdachte 2] in het betreffende pand woonde en zij een aantal keren bij hem op bezoek is geweest. Ze hadden op dat moment een vriendschappelijke relatie. De verdachte is toen in de gang, woonkamer en keuken geweest. De verdachte heeft voorts verklaard nimmer in de woning spullen te hebben waargenomen met betrekking tot de productie of de aanwezigheid van synthetische drugs. Ten aanzien van de camerabeelden heeft de verdachte verklaard dat zij wel eens (regulier) afval mee naar huis nam, om dit afval vervolgens bij haar thuis weg te gooien. Ten aanzien van feit 2 heeft de verdachte ter terechtzitting verklaard dat deze emmer niet van haar was en dat zij niet op de hoogte was van de aanwezigheid van de verdovende middelen in de woning van haar vriend.

Het oordeel van de rechtbank over het bewijs ten aanzien van feit 1

De rechtbank is van oordeel dat op basis van het bovenstaande blijkt dat de verdachte in de tenlastegelegde periode een aantal keren in de woning op bezoek is geweest, waarbij zij spullen heeft meegebracht en/of opgehaald. Het kan gelet op de situatie die op 29 oktober 2016 in de woning is aangetroffen en de geur van het laboratorium, niet anders dan dat de verdachte weet had van de aanwezigheid van het amfetaminelaboratorium. De rechtbank is echter van oordeel dat bewijs voor een significante en wezenlijke bijdrage van de verdachte bij het oprichten en het in werking hebben en houden van het amfetaminelaboratorium ontbreekt. Bewijsmiddelen waaruit een bewuste nauwe samenwerking van verdachte met een ander te destilleren valt, die gericht zijn op handelingen ter voorbereiding van het produceren van amfetamine, ontbreken. Verdachte zal dan ook van het tenlastegelegde medeplegen van voorbereidingshandelingen voor het bereiden van amfetamine worden vrijgesproken.

Het oordeel van de rechtbank over het bewijs ten aanzien van feit 2

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat de verdachte al dan niet samen met een ander of anderen de aangetroffen 2,9 kilogram amfetamine opzettelijk aanwezig heeft gehad. De rechtbank is echter van oordeel dat van de aangetroffen 2,9 kilogram amfetamine niet kan worden gezegd dat de verdachte daarover de beschikkingsmacht had, nu de amfetamine in de woning van de medeverdachte is aangetroffen, waar zij een aantal keren op bezoek was. De verdachte zal dan ook van dit feit worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 3 (aantreffen van 83,1 gram amfetamine in de woning in Oirsbeek)

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 23 januari 2017 te Oirsbeek 83,1 gram amfetamine opzettelijk aanwezig heeft gehad, gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting;30

- het proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot het aantreffen van de goederen en verdovende middelen;31

- de kennisgeving van inbeslagname;32

- het rapport van het NFI, waarin is geconcludeerd dat het monster amfetamine bevat.33

Medeplegen?

Nu uit het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting naar het oordeel van de rechtbank niet blijkt van een nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen, zal de verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 4 (voorhanden hebben elektrisch stroomstootwapen in de woning in Oirsbeek)

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 23 januari 2017 te Oirsbeek een elektrisch stroomstootwapen voorhanden heeft gehad, gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting;34

- het proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot het aantreffen van goederen en verdovende middelen;35

- de kennisgeving van inbeslagname;36

- het proces-verbaal relaterende het onderzoek naar het aangetroffen stroomstootwapen.37

Ten aanzien van feit 5 (voorhanden hebben pepperspray in de woning in Oirsbeek)

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 23 januari 2017 te Oirsbeek een busje pepperspray voorhanden heeft gehad, gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting;38

- het proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot het aantreffen van goederen en verdovende middelen;39

- de kennisgeving van inbeslagname;40

- het proces-verbaal relaterende het onderzoek naar het aangetroffen busje pepperspray.41

Feit 6 (voorbereidingshandelingen voor de productie van amfetamine op 23 januari 2017)

Ten aanzien van het bewijs

Op maandag 23 januari 2017 werd in een openvakkenkast een blauwe tas met bloemmotief aangetroffen met daarin een aantal poeders.42 Er werd onder meer aangetroffen:

- een doorzichtig plastic tasje met verdovende middelen, met een bruto gewicht van 337,3 gram.43 Door het NFI is de inhoud van dit zakje positief getest op de aanwezigheid van voornamelijk een zout van BMK-glycidezuur.44 Zouten van BMK kunnen met bepaalde zuren worden omgezet in BMK, een precursor voor amfetamine en metamfetamine.45

- een doorzichtig plastic zakje met verdovende middelen, met een bruto gewicht van 157 gram.46 Door het NFI is de inhoud van dit zakje positief getest op coffeïne.47 In relatie tot drugs is coffeïne een versnijdingsmiddel voor amfetamine, cocaïne en, in combinatie met paracetamol, voor heroïne.48

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat de verdovende middelen weliswaar in haar woning zijn aangetroffen, maar dat zij niet wist dat deze verdovende middelen in haar woning aanwezig waren. Deze tas was eerder geleend door [medeverdachte 2] en de verdachte wist niet dat hij de tas terug had gebracht, laat staan dat er verdovende middelen in de tas zaten.

Het oordeel van de rechtbank over het bewijs

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien, bewezen kan worden verklaard dat de verdachte de tenlastegelegde stoffen voorhanden heeft gehad, Verdachte kan immers worden aangemerkt als de hoofdbewoner van de woning waarin de stoffen zijn aangetroffen. De verdachte had toegang tot alle in de woning aanwezige ruimten en dus ook tot de kleine kamer met de open kast waarin de tas met de poeders is aangetroffen. Zij gebruikte dit kamertje voor haar kleding (zie p. 708). De tas waarin de poeders zijn aangetroffen, was haar tas. Afgaande op de foto op pagina 709 in het procesdossier lag de tas duidelijk in het zicht en maakte deze, gelet op de foto’s van de woning in het procesdossier, geen deel uit van de chaos in dit kamertje maar lag deze in een apart vak van de open vakkenkast. Zij moet dan ook geweten hebben wat er in de tas zat. De rechtbank acht dan ook niet aannemelijk geworden dat de verdachte geen weet had van de aanwezigheid van haar tas met de poeders en dat zij deze tas had uitgeleend aan haar vriend [medeverdachte 2] die de tas in de periode voor zijn aanhouding op 6 december 2016 daar moet hebben neergezet.

In het najaar van 2016 bezocht de verdachte vaker de woning van [medeverdachte 2] in Bunde, waar zich een drugslaboratorium voor de vervaardiging van synthetische drugs bevond. Ruim een half jaar daarvoor verbleef verdachte ook al in een woning met een drugslaboratorium van haar vriend. Zij verklaarde destijds te weten dat haar vriend zijn geld verdiende met drugs.Van de verdachte kan dan ook niet worden gezegd dat zij totaal geen weet had van de productie van harddrugs en de stoffen die daarmee gemoeid gaan. Bovendien is in haar eigen woning in Oirsbeek is een (relatief) grotere hoeveelheid amfetamine aangetroffen (zie hiervoor onder feit 3). Dat juist deze tas, die eerder zou zijn uitgeleend aan haar vriend [medeverdachte 2] , keurig was opgeborgen in de kast, in een ruimte waar blijkbaar chaos heerste, maakt dat de rechtbank het niet aannemelijk acht dat de verdachte niet wist dat wat in de tas zat, verband hield met de productie of bewerken van amfetamine. De verdachte had dan ook moeten vermoeden dat de aangetroffen coffeïne en het zout van BMK Glycidezuur bestemd waren voor het vervaardigen en/of bewerken en/of verwerken van verdovende middelen.

Medeplegen?

Nu uit het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting naar het oordeel van de rechtbank niet blijkt van een nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen op 23 januari 2017, zal de verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken. De rechtbank neemt daarbij in ogenschouw dat [medeverdachte 2] op 23 januari 2017 in detentie zat en de verdachte de stoffen niet samen met de verdachte op deze datum voorhanden heeft gehad.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

in de zaak met parketnummer 03/700458-15

2.

op 03 september 2015 te Hoensbroek, gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden en bewerken en verwerken van amfetamine, zijnde

amfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I,

voor te bereiden en te bevorderen,

een aantal goederen/middelen voorhanden heeft gehad, (waaronder onder meer)

op de zolderverdieping van het pand aan [adres 3] :

-een 220L klemdekselvat (Z1) omwikkeld met een elektrische verwarmingsdeken ingesteld op 100 graden Celsius en in gebruik voor de omzetting van een precursor in BMK met inhoud 25 liter BMK en het natriumzout van BMK glycidezuur, en

-een 220L klemdekselvat (Z2) omwikkeld met een elektrische verwarmingsdeken ingesteld op 130 graden Celsius en in gebruik voor de omzetting van een precursor in BMK met inhoud 25 liter BMK en het natriumzout van BMK glycidezuur, en

-een elektrische vloeistofpomp voorzien van een stuk geribbelde slang met aan het uiteinde een filter gebruikt voor het leegpompen van reactievaten Z1 en Z2, en

-een speciekuip, en een waterslang en een hoeveelheid maatbekers, en

-een hoeveelheid gripzakken (Z5) met inhoud 960 kilogram van het natriumzout van

BMK-glycidezuur en 700 kilogram citroenzuur, en

-een kunststof verzamelvat gevuld met ongeveer 6 liter BMK en het natriumzout van

BMK-glycidezuur, en

-een hoeveelheid jerrycans (Z10) met inhoud 40 liter BMK en het natriumzout van

BMK-glycidezuur, en

-een hoeveelheid 25KG-zakken (Z12) met inhoud 125 kilogram citroenzuur en citroenzuur monohydraat, en

-een hoeveelheid gripzakken (Z15) met inhoud 95 kilogram natriumzout van BMK glycidezuur,

en

op de badkamer 1e etage van het pand aan [adres 3] :

-een jerrycan (B1) met inhoud 5 liter (geconcentreerd) zwavelzuur, en

-een jerrycan (B4) met inhoud 8 liter formamide, en

-een jerrycan (B11) met inhoud 20 liter N-formylamfetamine, en

-een jerrycan (B12) met inhoud 18 liter methanol, en

-een gemodificeerde behangstoommachine, en

-een elektrische verwarmingsmantel, en

-een hoeveelheid laboratoriumglaswerk en jerrycans, en maatbekers, en een erlenmeyer, en een scheitrechter en een maatfles, en een vloeistofpomp, en

-een fles met inhoud 0,5 liter (verdund) zoutzuur,

waarvan verdachte en verdachtes mededaders wisten, dat die bestemd waren tot het plegen van die feiten;

3.

op 03 september 2015 te Hoensbroek, gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen,

opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer

-20 gram, althans een hoeveelheid, tabletten inhoudende mdma (K2), en

-250 ml amfetamine (K6), en

-200 ml amfetamine (K7), en

-9 gram, althans een hoeveelheid, metamfetamine hydrochloride, (K8) en

-96 gram, althans een hoeveelheid, amfetaminesulfaat (K9),

in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en amfetamine en metamfetamine, zijnde MDMA en amfetamine en metamfetamine telkens een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

in de zaak met parketnummer 03/700037-17

3.

op 23 januari 2017 te Oirsbeek, gemeente Schinnen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 83,1 gram amfetamine, zijnde amfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

4.

op 23 januari 2017 te Oirsbeek, gemeente Schinnen, een wapen van categorie II onder 5°, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad;

5.

op 23 januari 2017 te Oirsbeek, gemeente Schinnen, een busje pepperspray, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met een giftige en verstikkende en weerloosmakende en traanverwekkende stof van de categorie II, onder 6°, voorhanden heeft gehad;

6.

op 23 januari 2017 te Oirsbeek, gemeente Schinnen, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken,

van amfetamine, zijnde amfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en te bevorderen,

(onder meer) voorhanden heeft gehad:

-337 gram, in elk geval een hoeveelheid, coffeïne, en

-157 gram, in elk geval een hoeveelheid, zout van BMK Glycidezuur,

waarvan verdachte wist, dat die bestemd waren tot het plegen van dat feit.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Ten aanzien van 03/700458-15 feit 2:

een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet voorbereiden en/of bevorderen, door voorwerpen en stoffen voorhanden te hebben waarvan zij wist dat zij bestemd zijn voor het plegen van dat feit;

Ten aanzien van 03/700458-15 feit 3:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod;

Ten aanzien van 03/700037-17 feit 3:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod;

Ten aanzien van 03/700037-17 feit 4:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

Ten aanzien van 03/700037-17 feit 5:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

Ten aanzien van 03/700037-17 feit 6:

een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet voorbereiden en/of bevorderen, door stoffen voorhanden te hebben waarvan zij ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn voor het plegen van dat feit.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

6 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die haar strafbaarheid uitsluiten.

7 De straf

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht, gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 3 jaar. Aan deze proeftijd dient de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht te worden gekoppeld.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de oplegging van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf bepleit, waarvan het onvoorwaardelijk deel gelijk dient te worden gesteld aan de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Aan het voorwaardelijke deel kan de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht worden gekoppeld. De raadsman refereert zich ten aanzien van de oplegging van een taakstraf en de duur van deze taakstraf.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft in haar woning in Oirsbeek amfetamine aanwezig gehad, evenals een elektrische stroomstootwapen en pepperspray. Daarnaast zijn in haar woning stoffen aangetroffen, evenals in haar woning in Hoensbroek, die aangemerkt moeten worden voorbereidingshandelingen voor de productie of bewerking of verwerking van amfetamine verricht. In de woning in Hoensbroek heeft de verdachte ook nog MDMA, amfetamine, metamfetamine hydrochloride en amfetaminesulfaat aanwezig gehad.

Het is algemeen bekend dat het gebruik van synthetische drugs grote gezondheidsrisico’s met zich meebrengt voor de gebruikers van deze drugs. Immers het gebruik van deze drugs kan leiden tot een lichamelijke of geestelijke verslaving en, bij overdosis, zelfs tot de dood van de gebruiker. Eenmaal verslaafd plegen de gebruikers veelal misdrijven om aan geld te komen om in hun verslaving te kunnen voorzien, waardoor er in de maatschappij “criminele inktvlekken” ontstaan. Daarnaast brengt deze productie vrijwel altijd schade toe aan de eigenaren van de onroerende zaken die voor deze productie gebruikt worden. Het chemisch afval dat ontstaat bij deze productie wordt vrijwel altijd illegaal gedumpt, waardoor het milieu schade ondervindt en belast wordt en waarbij er in de regel veel geld, tijd en energie geïnvesteerd moet worden om de negatieve gevolgen voor het milieu zoveel mogelijk te mitigeren. Bovendien legt op het opsporen, ontmantelen en vervolgen van de producenten van synthetische drugs een fors beslag op het opsporingsapparaat, als gevolg waarvan de opsporing van andere misdrijven in het geding kan komen. Kortom, de productie van synthetische drugs heeft op meerdere niveaus van de maatschappij een forse negatieve invloed. De verdachte heeft door haar handelen daaraan een bijdrage geleverd.

In de [adres 3] te Hoensbroek, een rijtjeswoning, waren op de eerste verdieping en op de zolder van de woning productiemiddelen en –apparatuur geplaatst voor de productie van amfetamine. Het vervaardigen van drugs is in het algemeen gevaarlijk, gezien de kans op ontploffingen of andere ongewenste neveneffecten, maar in een rijtjeswoning in een drukke straat kunnen de eventuele gevolgen van deze neveneffecten zeer ernstig zijn. Het is gevaarlijk om in een woonwijk activiteiten te ontplooien, zoals die door de verdachte zijn verricht. Bovendien woonde de verdachte samen met haar kind in de woning. De kans bestond dat haar kind in aanraking zou komen met grondstoffen die voor de productie van harddrugs bestemd waren, alsmede met deze drugs zelf. Ook is gebleken dat er schadelijke dampen in de woning hingen als er geproduceerd werd. Door in de woning te blijven de medeverdachte(n) geen halt toe te roepen, stelde zij ook haar dochter aan deze dampen bloot. Dit maakt de handelingen van de verdachte extra verwerpelijk. Ook wist zij dat er via haar woning afvalproduct op of in de bodem geloosd werd, waardoor het milieu nadelig is beïnvloed.

In haar woning in Oirsbeek is verder een elektrisch stroomstootwapen en pepperspray aangetroffen en stoffen die bestemd waren voor de productie of bewerking van amfetamine..

Bij de oplegging van een straf ligt het zwaartepunt bij de voorbereidingshandelingen die bewezen zijn verklaard. Als uitgangpunt voor de strafoplegging neemt de rechtbank de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden bij een werkend amfetaminelaboratorium . In dit geval is echter tenlastegelegd en wordt bewezen verklaard dat verdachte voorbereidende handelingen voor de productie van amfetamine heeft verricht.

Als strafverminderend zal de rechtbank rekening houden met de pleegperiodes, die niet van lange duur zijn geweest, dat zij een blanco strafblad heeft en dat de redelijke termijn waarbinnen verdachte berecht had moeten worden voor de feiten uit 2015, is overschreden.

Het doel van de op te leggen straf

De hierna op te leggen straf dient niet alleen om verdachte daadwerkelijk leed toe te voegen vanwege de schade die zij aan de maatschappij heeft toegebracht, maar dient ook als signaal naar andere (potentiele) producenten om met deze illegale activiteiten te stoppen, althans daar niet aan te beginnen.

De reclassering heeft meerdere rapporten omtrent de persoon van de verdachte uitgebracht. Het meest recente rapport dateert van 10 januari 2018. Ten aanzien van het recidiverisico heeft de rapportrice gerapporteerd dat zij de beïnvloeding van de partner van de verdachte, zijnde de medeverdachte [medeverdachte 2] , niet goed kan inschatten. De reclassering adviseert de oplegging van een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van drie jaar én de oplegging van een taakstraf. De reclassering adviseert de oplegging van bijzondere voorwaarden in de vorm van meldplicht, gedragsinterventie Cova en een behandelverplichting tot ambulante behandeling.

Gelet op het wettelijk strafmaximum gesteld op de bewezen verklaarde feiten, de straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd, het uitgangspunt bij de strafoplegging en alle hiervoor genoemde omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, komt de rechtbank uiteindelijk tot de slotsom dat de oplegging van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 3 jaar een passende sanctie vormt. Aan deze proeftijd zullen de bijzondere voorwaarden, zoals door de reclassering geadviseerd, worden gekoppeld. De verdachte zal daarnaast ook worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht, artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet en artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De benadeelde partij

Door [benadeelde] is een vordering ingediend voor geleden materiële schade. Deze schade heeft betrekking op het pand (woning) aan de [adres 4] te Bunde. Deze woning werd gehuurd door [medeverdachte 2] van [getuige 9] , die zonder diens toestemming een chemisch laboratorium in het pand heeft ingericht, waardoor het pand onbruikbaar is geworden.

De rechtbank overweegt dat zij op basis van de ingediende stukken, noch uit het dossier kan vaststellen dat [benadeelde] eigenaar is van het pand, en schade heeft geleden.

Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat dit uit het huurcontract zoals dat in het dossier is aangetroffen, niet evident kan blijken, nu daar [getuige 9] als verhurende partij optreedt. De rechtbank zal de door de Holding ingediende vordering daarom niet-ontvankelijk verklaren. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden ingediend.

10 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van de onder 1 primair en 1 subsidiair ten laste gelegde feiten in de zaak met parketnummer 03/700458-15 en van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten in de zaak met parketnummer 03/700037-17;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte voor 03/700037-17 feit 3, feit 4, feit 5, feit 6, 03/700458-15 feit 2, feit 3 tot een gevangenisstraf van 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • -

    bepaalt dat de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd:

  • -

    zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit of

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of

  • -

    geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt voorts de volgende bijzondere voorwaarden, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen:

o zich binnen 5 dagen volgend op het vonnis moet melden bij de Reclassering te Maastricht, hierna moet zij zich gedurende de proeftijd blijven melden zo

frequent en zo lang de reclassering dit noodzakelijk acht en zich verder

gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering, ook indien dit inhoudt het meewerken en het vinden en uitvoeren van een dagbesteding;

o moet deelnemen aan de volgende gedragsinterventie: GI-RN Cognitieve Vaardigheden;

o zich moet laten behandelen door Ambulant forensische zorg Radix te Heerlen, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij zij zich zal houden aan de aanwijzingen die haar in het kader van die behandeling door of namens de behandelaar zullen worden gegeven;

- geeft de reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

  • -

    veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 uren;

  • -

    beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen;

De benadeelde partij

  • -

    verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte in het kader van deze procedure gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Schutte, voorzitter, mr. C.M.W. Nobis en

mr. I.P. de Groot, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M. Schuwirth en

mr. K.J.M. Voncken, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 12 februari 2018.

Buiten staat

Mr. C.M.W. Nobis, mr. I.P. de Groot en mr. K.J.M. Voncken zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlasteleggingen

Aan de verdachte is in de zaak met parketnummer 03/700458-15

1.

zij in of omstreeks de periode van 01 juli 2015 tot en met 03 september 2015

te Hoensbroek, gemeente Heerlen, in elk geval binnen het arrondissement

Limburg,

tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,

opzettelijk heeft vervaardigd en/of geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of

verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, (een)

hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine en/of mdma en/of

metamfetamine, zijnde amfetamine en/of mdma en/of metamfetamine,

(een) middel(len) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I:

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden, dat:

[medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 5] en/of een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en)

in of omstreeks de periode van 01 juli 2015 tot en met 03 september 2015 te

Hoensbroek, gemeente Heerlen, in elk geval binnen het arrondissement Limburg,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk heeft/hebben vervaardigd, (een) hoeveelhe(i)d(en)van een materaal

bevattende amfetamine en/of mdma en/of metamfetamine, zijnde amfetamine en/of

mdma en/of metamfetamine (een) middel(len) vermeld op de bij de opiumwet

behorende lijst I,

bij het plegen van welk misdrijf verdachte opzettelijk behulpzaam is geweest

door het pand gelegen aan [adres 3] aan die [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 5]

en/of onbekend gebleven perso(o)n(en) ter beschikking te stellen;

2.

zij in of omstreeks de periode van 15 augustus 2015 tot en met 03 september

2015 te Hoensbroek, gemeente Heerlen, in elk geval binnen het arrondissement

Limburg,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de

Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden en/of bewerken en/of verwerken

en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van

amfetamine en/of mdma en/of metamfetamine, in elk geval een hoeveelheid van

een materiaal bevattende amfetamine en/of mdma en/of metamfetamine, zijnde

amfetamine en/of mdma en/of metamfetamine, (een) middel(en) vermeld op de bij

de Opiumwet behorende lijst I,

voor te bereiden en/of te bevorderen,

een aantal goederen/middelen voorhanden heeft gehad, (waaronder ondermeer)

op de zolderverdieping van het pand aan [adres 3] :

-een 220L klemdekselvat (Z1) omwikkeld met een elektrische verwarmingsdeken

ingesteld op 100 graden Celsius en in gebruik voor de omzetting van een

precursor in BMK met inhoud 25 liter BMK en/of (het natriumzout van) BMK

glycidezuur, en/of

-een 220L klemdekselvat (Z2) omwikkeld met een elektrische verwarmingsdeken

ingesteld op 130 graden Celsius en in gebruik voor de omzetting van een

precursor in BMK met inhoud 25 liter BMK en/of (het natriumzout van) BMK

glycidezuur, en/of

-een elektrische vloeistofpomp voorzien van een stuk geribbelde slang met aan

het uiteinde een filter gebruikt voor het leegpompen van reactievaten Z1 en

Z2, en/of

-een speciekuip, en/of een waterslang en/of een hoeveelheid maatbekers, en/of

-een hoeveelheid gripzakken (Z5) met inhoud 960 kilogram van het natriumzout

van BMK-glycidezuur en 700 kilogram citroenzuur, en/of

-een kunststof verzamelvat gevuld met ongeveer 6 liter BMK en/of (het

natriumzout van) BMK-glycidezuur, en/of

-een hoeveelheid jerrycans (Z10) met inhoud 40 liter BMK en/of (het

natriumzout van) BMK-glycidezuur, en/of

-een hoeveelheid 25KG-zakken (Z12) met inhoud 125 kilogram citroenzuur en/of

citroenzuur monohydraat, en/of

-een hoeveelheid gripzakken (Z15) met inhoud 95 kilogram natriumzout van BMK

glycidezuur,

en/of

op de badkamer 1e etage van het pand aan [adres 3] :

-een jerrycan (B1) met inhoud 5 liter (geconcentreerd) zwavelzuur, en/of

-een jerrycan (B4) met inhoud 8 liter formamide, en/of

-een jerrycan (B11) met inhoud 20 liter N-formylamfetamine, en/of

-een jerrycan (B12) met inhoud 18 liter methanol, en/of

-een gemodificeerde behangstoommachine, en/of

-een elektrische verwarmingsmantel, en/of

-een hoeveelheid laboratoriumglaswerk en/of jerrycans, en/of maatbekers,

en/of een erlenmeyer, en/of een scheitrechter en/of een maatfles, en/of een

vloeistofpomp, en/of

-een fles met inhoud 0,5 liter (verdund) zoutzuur,

waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen

had(den) te vermoeden, dat die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),

EN/OF

zichzelf en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 5] en/of anderen gelegenheid en/of middelen

en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft trachten te

verschaffen / verschaft,

immers heeft zij, verdachte, toen en daar (in die periode) opzettelijk het

pand gelegen aan [adres 3] daartoe ter beschikking gesteld;

3.

zij op of omstreeks 03 september 2015 te Hoensbroek, gemeente Heerlen, in elk

geval binnen het arrondissement Limburg, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer

-20 gram, althans een hoeveelheid, tabletten inhoudende mdma (K2), en/of

-90, althans een hoeveelheid, tabletten inhoudende amfetamine en/of xtc, en/of

-250 ml amfetamine (K6), en/of

-200 ml amfetamine (K7), en/of

-9 gram, althans een hoeveelheid, metamfetamine hydrochloride, (K8) en/of

-96 gram, althans een hoeveelheid, amfetaminesulfaat (K9),

in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA/xtc en/of

amfetamine en/of metamfetamine, zijnde MDMA/xtc en/of amfetamine en/of

metamfetamine (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende

lijst I;

Aan de verdachte is in de zaak met parketnummer 03/700037-17 ten laste gelegd dat

1.

zij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2016 tot en met 29 oktober 2016

te Bunde, in de gemeente Meerssen, in elk geval binnen het arrondissement

Limburg,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de

Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken,

verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of buiten het grondgebied van

Nederland brengen van (een) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal

bevattende amfetamine en/of MDMA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl MDA,

zijnde amfetamine en/of MDMA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl MDA (telkens)

een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden

en/of te bevorderen,

(ondermeer) voorhanden heeft gehad:

-een volle blauwe 30l jerrycan met inhoud (geconcentreerd) zwavelzuur, en/of

-2, althans een hoeveelheid, zakken met opdruk 'citric acid 25kg' met inhoud

citroenzuur monohydraat, en/of

-een hoeveelheid flessen en/of jerrycans en/of laboratoriumglaswerk en/of

ph-meters en/of een warmtebeeldcamera en/of een weegschaal, en/of

roerstaafjes en/of koelers en/of een brander en/of maatbekers en/of een

erlenmeyer, en/of

-een blauw boterhamzakje met inhoud een zout van BMK-glycidezuur, en/of

-2, althans een hoeveelheid, zwarte jerrycans opschrift 'FM' met inhoud lage

concentraties N-formylamfetamine en BMK in een zwak zure waterige vloeistof,

en/of

-een zwarte 25l jerrycan met etiket zoutzuur bevattende (geconcentreerd)

zoutzuur, en/of

-3, althans een hoeveelheid, 5L jerrycans met inhoud methanol, en/of

-een 5l jerrycan voor 1/3 gevuld met BMK, en/of

-een klemdekselvat en/of een rondbodemkolf en/of een destillatie-opstelling

en/of een kookopstelling met refluxkoeler en verwarmingmantel,

EN/OF

-2, althans een hoeveelheid, bruine tonnen met (totaal) inhoud 48,88 kg APAA,

en/of

-een tweetal, althans een hoeveelheid, au bain-marie opstelling(en) met ieder

een 120L klemdekselvat deels gevuld met BMK en een bezinksel bevattende APAA

en geplaatst in een ton, welke vaten verwarmd konden worden met behulp van

gasbranders die aangesloten waren op gasflessen en welke opstelling typerend

is voor de omzetting van een pre-precursor (APAA) in een precursor (BMK),

waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen

had(den) te vermoeden, dat dat/die goed(eren) bestemd was/waren tot het plegen

van dat/die feit(en);

2.

zij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2016 tot en met 29 oktober 2016

te Bunde, gemeente Meerssen, in elk geval binnen het arrondissement Limburg,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk

aanwezig heeft gehad ongeveer 2,9 kilogram amfetamine,

in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDA en/of MDMA en/of

N-ethyl MDA (=MDEA) en/of amfetamine, zijnde MDA, MDMA, N-ethyl MDA (=MDEA) en

amfetamine (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst

I;

3.

zij op of omstreeks 23 januari 2017 te Oirsbeek, gemeente Schinnen, in elk

geval binnen het arrondissement Limburg,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 83,1 gram amfetamine, in elk geval

een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDA en/of MDMA en/of N-ethyl MDA

(=MDEA) en/of amfetamine, zijnde MDA, MDMA, N-ethyl MDA (=MDEA) en amfetamine

(telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

4.

zij op of omstreeks 23 januari 2017 te Oirsbeek, gemeente Schinnen, in elk

geval binnen het arrondissement Limburg,

(een) wapen(s) van categorie II onder 5°, te weten een voorwerp waarmee door

een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn

kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

5.

zij op of omstreeks 23 januari 2017 te Oirsbeek, gemeente Schinnen, in elk

geval binnen het arrondissement Limburg,

een bus(je) pepperspray,

zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met (een) giftige

en/of verstikkende en/of weerloosmakende en/of traanverwekkende stof(fen) van

de categorie II, onder 6°, voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

6.

zij op of omstreeks 23 januari 2017 te Oirsbeek, gemeente Schinnen, in elk

geval binnen het arrondissement Limburg,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de

Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken,

verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van

Nederland brengen van (een) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal

bevattende amfetamine en/of MDMA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl MDA en/of

heroïne en/of cocaïne,

zijnde amfetamine en/of MDMA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl MDA en/of

heroïne en/of cocaïne (telkens)

een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I,

voor te bereiden en/of te bevorderen,

(ondermeer) voorhanden heeft gehad:

-337 gram, in elk geval een hoeveelheid, coffeïne, en/of

-157 gram, in elk geval een hoeveelheid, zout van BMK Glycidezuur,

waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen

had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van

dat/die feit(en).

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld – gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van Politie Eenheid Limburg, Districtsrecherche Parkstad, proces-verbaalnummer 2015165768, gesloten op 8 november 2015, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 563.

2 Proces-verbaal binnentreden woning d.d. 5 september 2015, pagina’s 153 en 154 van de doornummering en proces-verbaal van doorzoeking d.d. 5 september 2015, pagina’s 157 tot en met 159 van de doornummering.

3 Proces-verbaal LFO d.d. 10 september 2015, pagina’s 163 en 165 van de doornummering, aanvraag onderzoek NFI pagina 174 van de doornummering en rapport ‘Onderzoek naar vermoedelijke vervaardiging synthetische drugs en/of drugsprecursoren, [adres 3] te Hoensbroek, 3 september 2015’ van het NFI d.d. 15 januari 2016, zonder doornummering.

4 Proces-verbaal LFO d.d. 10 september 2015, pagina’s 163 en 165 van de doornummering, aanvraag onderzoek NFI pagina 174 van de doornummering en rapport ‘Onderzoek naar vermoedelijke vervaardiging synthetische drugs en/of drugsprecursoren, [adres 3] te Hoensbroek, 3 september 2015’ van het NFI d.d. 15 januari 2016, zonder doornummering.

5 Proces-verbaal LFO d.d. 10 september 2015, pagina’s 163 en 166 van de doornummering.

6 Proces-verbaal LFO d.d. 10 september 2015, pagina 166 van de doornummering.

7 Proces-verbaal LFO d.d. 10 september 2015, pagina 166 van de doornummering, aanvraag onderzoek NFI pagina 176 van de doornummering en rapport ‘Onderzoek naar vermoedelijke vervaardiging synthetische drugs en/of drugsprecursoren, [adres 3] te Hoensbroek, 3 september 2015’ van het NFI d.d. 15 januari 2016, zonder doornummering.

8 Proces-verbaal LFO d.d. 10 september 2015, pagina 166 van de doornummering, aanvraag onderzoek NFI pagina 176 van de doornummering en rapport ‘Onderzoek naar vermoedelijke vervaardiging synthetische drugs en/of drugsprecursoren, [adres 3] te Hoensbroek, 3 september 2015’ van het NFI d.d. 15 januari 2016, zonder doornummering.

9 Proces-verbaal LFO d.d. 10 september 2015, pagina 166 van de doornummering, aanvraag onderzoek NFI pagina 176 van de doornummering en rapport ‘Onderzoek naar vermoedelijke vervaardiging synthetische drugs en/of drugsprecursoren, [adres 3] te Hoensbroek, 3 september 2015’ van het NFI d.d. 15 januari 2016, zonder doornummering.

10 Proces-verbaal LFO d.d. 10 september 2015, pagina 166 van de doornummering, aanvraag onderzoek NFI pagina 177 van de doornummering en rapport ‘Onderzoek naar vermoedelijke vervaardiging synthetische drugs en/of drugsprecursoren, [adres 3] te Hoensbroek, 3 september 2015’ van het NFI d.d. 15 januari 2016, zonder doornummering.

11 Proces-verbaal LFO d.d. 10 september 2015, pagina 167 van de doornummering, aanvraag onderzoek NFI pagina 177 van de doornummering en rapport ‘Onderzoek naar vermoedelijke vervaardiging synthetische drugs en/of drugsprecursoren, [adres 3] te Hoensbroek, 3 september 2015’ van het NFI d.d. 15 januari 2016, zonder doornummering.

12 Proces-verbaal LFO d.d. 10 september 2015, pagina 167 van de doornummering, aanvraag onderzoek NFI pagina 177 van de doornummering en rapport ‘Onderzoek naar vermoedelijke vervaardiging synthetische drugs en/of drugsprecursoren, [adres 3] te Hoensbroek, 3 september 2015’ van het NFI d.d. 15 januari 2016, zonder doornummering.

13 Proces-verbaal LFO d.d. 10 september 2015, pagina 167 van de doornummering, aanvraag onderzoek NFI pagina 178 van de doornummering en rapport ‘Onderzoek naar vermoedelijke vervaardiging synthetische drugs en/of drugsprecursoren, [adres 3] te Hoensbroek, 3 september 2015’ van het NFI d.d. 15 januari 2016, zonder doornummering.

14 Proces-verbaal LFO d.d. 10 september 2015, pagina 168 van de doornummering, aanvraag onderzoek NFI pagina 178 van de doornummering en rapport ‘Onderzoek naar vermoedelijke vervaardiging synthetische drugs en/of drugsprecursoren, [adres 3] te Hoensbroek, 3 september 2015’ van het NFI d.d. 15 januari 2016, zonder doornummering.

15 Proces-verbaal LFO d.d. 10 september 2015, pagina 168 van de doornummering, aanvraag onderzoek NFI pagina 178 van de doornummering en rapport ‘Onderzoek naar vermoedelijke vervaardiging synthetische drugs en/of drugsprecursoren, [adres 3] te Hoensbroek, 3 september 2015’ van het NFI d.d. 15 januari 2016, zonder doornummering.

16 Proces-verbaal LFO d.d. 10 september 2015, pagina 168 van de doornummering.

17 Proces-verbaal LFO d.d. 10 september 2015, pagina 168 van de doornummering.

18 Proces-verbaal LFO d.d. 10 september 2015, pagina’s 167 en 168 van de doornummering.

19 Proces-verbaal LFO d.d. 10 september 2015, pagina 169 van de doornummering, aanvraag onderzoek NFI pagina 179 van de doornummering en rapport ‘Onderzoek naar vermoedelijke vervaardiging synthetische drugs en/of drugsprecursoren, [adres 3] te Hoensbroek, 3 september 2015’ van het NFI d.d. 15 januari 2016, zonder doornummering.

20 Proces-verbaal LFO d.d. 10 september 2015, pagina’s 162 tot en met 172 van de doornummering

21 Rapport ‘Onderzoek naar vermoedelijke vervaardiging synthetische drugs en/of drugsprecursoren, [adres 3] te Hoensbroek, 3 september 2015’ van het NFI d.d. 15 januari 2016, zonder doornummering.

22 Proces-verbaal van bevindingen aanhouding [verdachte] d.d. 3 september 2016, pagina’s 28 tot en met 30 van de doornummering.

23 Proces-verbaal LFO d.d. 10 september 2015, pagina’s 164 en 169 van de doornummering, aanvraag onderzoek NFI pagina’s 179 en 180 van de doornummering en rapport ‘Onderzoek naar vermoedelijke vervaardiging synthetische drugs en/of drugsprecursoren, [adres 3] te Hoensbroek, 3 september 2015’ van het NFI d.d. 15 januari 2016, zonder doornummering.

24 Proces-verbaal LFO d.d. 10 september 2015, pagina 169 van de doornummering, aanvraag onderzoek NFI pagina’s 180 van de doornummering en rapport ‘Onderzoek naar vermoedelijke vervaardiging synthetische drugs en/of drugsprecursoren, [adres 3] te Hoensbroek, 3 september 2015’ van het NFI d.d. 15 januari 2016, zonder doornummering.

25 Proces-verbaal LFO d.d. 10 september 2015, pagina 169 van de doornummering, aanvraag onderzoek NFI pagina’s 180 van de doornummering en rapport ‘Onderzoek naar vermoedelijke vervaardiging synthetische drugs en/of drugsprecursoren, [adres 3] te Hoensbroek, 3 september 2015’ van het NFI d.d. 15 januari 2016, zonder doornummering.

26 Proces-verbaal LFO d.d. 10 september 2015, pagina 169 van de doornummering, aanvraag onderzoek NFI pagina’s 180 van de doornummering en rapport ‘Onderzoek naar vermoedelijke vervaardiging synthetische drugs en/of drugsprecursoren, [adres 3] te Hoensbroek, 3 september 2015’ van het NFI d.d. 15 januari 2016, zonder doornummering.

27 Proces-verbaal LFO d.d. 10 september 2015, pagina 169 van de doornummering, aanvraag onderzoek NFI pagina’s 180 van de doornummering en rapport ‘Onderzoek naar vermoedelijke vervaardiging synthetische drugs en/of drugsprecursoren, [adres 3] te Hoensbroek, 3 september 2015’ van het NFI d.d. 15 januari 2016, zonder doornummering.

28 Proces-verbaal van verhoor meerderjarige verdachte d.d. 6 september 2015, pagina 91 van de doornummering.

29 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, Team Ondermijning, proces-verbaalnummer 2016199127-74, gesloten d.d. 3 mei 2017 doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 1147 alsmede de ongenummerde stukken.

30 De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 23 januari 2018.

31 Het proces-verbaal van bevindingen m.b.t. aantreffen goederen en verdovende middelen d.d. 21 februari 2017, pagina 709 van de doornummering.

32 Kennisgeving van inbeslagneming d.d. 23 januari 2017, pagina 727 van de doornummering.

33 Rapport ‘Identificatie van veelvoorkomende drugs’ d.d. 3 februari 2017, door het NFI, pagina 816 van de doornummering.

34 De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 23 januari 2018.

35 Het proces-verbaal van bevindingen m.b.t. aantreffen goederen en verdovende middelen d.d. 21 februari 2017, pagina 706 van de doornummering.

36 Kennisgeving van inbeslagneming d.d. 23 januari 2017, pagina 718 van de doornummering.

37 Proces-verbaal d.d. 24 januari 2017, pagina’s 732 tot en met 734 van de doornummering.

38 De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 23 januari 2018.

39 Het proces-verbaal van bevindingen m.b.t. aantreffen goederen en verdovende middelen d.d. 21 februari 2017, pagina 706 van de doornummering.

40 Kennisgeving van inbeslagneming d.d. 23 januari 2017, pagina 718 van de doornummering.

41 Proces-verbaal d.d. 24 januari 2017, pagina’s 732 tot en met 734 van de doornummering.

42 Het proces-verbaal van bevindingen m.b.t. aantreffen goederen en verdovende middelen d.d. 21 februari 2017, pagina 709 van de doornummering en de kennisgeving van inbeslagneming d.d. 23 januari 2017, pagina 728 van de doornummering.

43 Kennisgeving van inbeslagneming d.d. 23 januari 2017, pagina 728 van de doornummering.

44 Rapport ‘Identificatie van bijzondere (pre)precursoren’ van het NFI d.d. 7 april 2017, pagina 820 van de doornummering.

45 Rapport ‘Identificatie van bijzondere (pre)precursoren’ van het NFI d.d. 7 april 2017, pagina 820 van de doornummering.

46 Kennisgeving van inbeslagneming d.d. 23 januari 2017, pagina 728 van de doornummering.

47 Rapport ‘Identificatie van drugs en precursoren’ van het NFI d.d. 15 maart 2017, pagina 818 van de doornummering.

48 Rapport ‘Identificatie van drugs en precursoren’ van het NFI d.d. 15 maart 2017, pagina 818 van de doornummering.