Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:1338

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
08-02-2018
Datum publicatie
20-02-2018
Zaaknummer
C/03/245167 / KG ZA 18-13
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Omgang met wilsonbekwame meerderjarige.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PFR-Updates.nl 2018-0059
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Familie en jeugd

Datum uitspraak : 8 februari 2018

Zaaknummer : C/03/245167 / KG ZA 18-13

De voorzieningenrechter, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft het navolgende kort gedingvonnis gewezen

inzake

[eiseres] ,
wonende te [woonplaats 1] ,
eiseres, verder te noemen: [eiseres] ,
advocaat mr. J.M.H. Vullings;

tegen:

1
[gedaagde sub 1] ,
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde sub 1, tevens gedaagd in haar hoedanigheid van curator,

verder ook te noemen: de moeder,

2. [gedaagde sub 2] ,
wonende te [woonplaats 3] ,
gedaagde sub 2, tevens gedaagd in haar hoedanigheid van curator,
verder ook te noemen: de zus;

3. [gedaagde sub 3] ,
wonende te [woonplaats 4] ,
gedaagde sub 3, verder ook te noemen: de broer,

advocaat mr. I.K. Decupere.

1 Het verloop van de procedure

[eiseres] heeft gedaagden gedagvaard in kort geding. Ter zitting is besproken dat het lichaam van de dagvaarding erop lijkt te wijzen dat het de uitdrukkelijke bedoeling van [eiseres] was gedaagden sub 1 en 2 ook in hun hoedanigheid van curator te dagvaarden. Desgevraagd hebben gedaagden sub 1 en 2 er ter zitting uitdrukkelijk mee ingestemd ook in die hoedanigheid te zijn verschenen en verweer te voeren in de onderhavige procedure.

Op de dienende dag, 31 januari 2018, heeft [eiseres] gesteld en gevorderd overeenkomstig de inhoud van de dagvaarding en de akte houdende aanvulling/wijziging van eis, waarna zij haar vorderingen met verwijzing naar op voorhand toegezonden producties nader heeft doen toelichten.

Gedaagden hebben aan de hand van een pleitnota verweer gevoerd, daarbij eveneens verwijzend naar op voorhand toegezonden producties.

Partijen hebben daarna op elkaars stellingen gereageerd.

Na schorsing is gebleken dat partijen niet tot overeenstemming zijn gekomen.

De uitspraak van het vonnis is bepaald op heden.

2 De feiten en het geschil

[eiseres] heeft gedurende vele jaren een affectieve relatie gehad met de heer [naam vader] (ook wel te noemen: de vader). De heer [naam vader] is gehuwd geweest met de moeder (gedaagde sub 1). Uit het huwelijk tussen de vader en de moeder zijn geboren de zus (gedaagde sub 2), de broer (gedaagde sub 3) en op 17 september 1972: [naam wilsonbekwame meerderjarige] : verder te noemen: [naam wilsonbekwame meerderjarige] .

[naam wilsonbekwame meerderjarige] heeft een verstandelijke beperking. Zij woont in een sociowoning van zorginstelling [naam zorginstelling] . De moeder en de zus zijn benoemd tot curatoren over [naam wilsonbekwame meerderjarige] .

De heer [naam vader] is op 21 juni 2017 overleden. [eiseres] is door de heer [naam vader] benoemd tot bewindvoerder over het aan [naam wilsonbekwame meerderjarige] toekomende deel van zijn nalatenschap.

[eiseres] heeft het volgende aangevoerd. Zij is in 1974 in het gezin [naam vader] gekomen als oppas voor de kinderen. [naam wilsonbekwame meerderjarige] was toen twee jaar oud. [eiseres] heeft sindsdien de ontwikkelingen van [naam wilsonbekwame meerderjarige] intensief meegemaakt en is steeds actief betrokken geweest bij de zorg voor [naam wilsonbekwame meerderjarige] , aanvankelijk als oppas en na de scheiding van gedaagde sub 1 en de heer [naam vader] als partner van de heer [naam vader] . Na de scheiding tussen haar ouders verbleef [naam wilsonbekwame meerderjarige] sinds 2008 regelmatig bij haar vader en [eiseres] . Ieder jaar werd een zogenaamde [naam wilsonbekwame meerderjarige] -kalender gemaakt van de verdeling van de weekenden, de feestdagen en de vakanties tussen de vader en [eiseres] , de moeder en de broer, en de zus. Daarnaast bezocht [eiseres] [naam wilsonbekwame meerderjarige] regelmatig op haar woonadres in [woonplaats 5] . [naam wilsonbekwame meerderjarige] en [eiseres] hebben een intensieve affectieve band met elkaar.

Na het overlijden van de heer [naam vader] hebben gedaagden [eiseres] met onmiddellijke ingang het contact met [naam wilsonbekwame meerderjarige] ontzegd. Gedaagden hebben daarbij als reden aangevoerd dat de bezoeken van [eiseres] aan [naam wilsonbekwame meerderjarige] onrust en overprikkeling bij haar zouden veroorzaken en dat er voorts sprake zou zijn van een onherstelbaar beschadigde vertrouwensband tussen gedaagden en [eiseres] waardoor noodzakelijk overleg tussen gedaagden en [eiseres] niet mogelijk zou zijn. [eiseres] heeft thans desondanks, zeer beperkt en enkel op woensdag, contact met [naam wilsonbekwame meerderjarige] in de sociowoning van zorginstelling [naam zorginstelling] .

[eiseres] heeft gedaagden voorgesteld een mediationtraject in te gaan, maar gedaagden voelen daar niet voor. [eiseres] is van mening dat de slechte verstandhouding tussen haar en gedaagden niet in de weg dient te staan van het onderhouden van de nauwe betrekkingen die tussen haar en [naam wilsonbekwame meerderjarige] bestaan. [eiseres] is van mening dat gedaagden voorbijgaan aan het belang van [naam wilsonbekwame meerderjarige] door [eiseres] te verbieden contact met [naam wilsonbekwame meerderjarige] te hebben. Volgens [eiseres] lijdt [naam wilsonbekwame meerderjarige] onder het zeer beperkte contact. Ook mist [naam wilsonbekwame meerderjarige] de uitjes en weekenden die zij met en bij [eiseres] doorbracht enorm en vraagt zij vaak of zij met [eiseres] mee mag naar haar huis.

[eiseres] heeft op grond van het vorenstaande en conform de akte houdende aanvulling/wijziging van eis gevorderd gedaagden bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot nakoming van de navolgende zorg-/omgangsregeling dan wel de zorg-/omgangsregeling zodanig vast te stellen dat:

I 1. [eiseres] [naam wilsonbekwame meerderjarige] wekelijks, op een in overleg met de leiding in de woning van
te bepalen moment, kan bezoeken in de woning in Limbricht;

2. [naam wilsonbekwame meerderjarige] een weekend per maand van zaterdagochtend 10.00 uur tot zondagavond
19.00 uur bij [eiseres] verblijft;

3. [naam wilsonbekwame meerderjarige] met [eiseres] één maal per jaar één week op vakantie kan gaan;

4. [naam wilsonbekwame meerderjarige] jaarlijks met [eiseres] naar de Carnaval en activiteiten daaromheen kan
gaan;

5. [naam wilsonbekwame meerderjarige] jaarlijks twee maal een lang weekend (twee dagen) kan
doorbrengen bij [eiseres] , in overleg te bepalen met Kerstmis, oud en nieuw,
Pasen of Pinksteren;
6. Jaarlijks een schema wordt opgesteld waarbij rekening wordt gehouden met
voornoemde regeling;

althans een regeling te bepalen als de voorzieningenrechter in goede justitie vermeent te behoren;

II. met veroordeling van gedaagden in de kosten van deze procedure.

Gedaagden hebben aan de hand van een pleitnotitie gemotiveerd verweer gevoerd. Zij betwisten het spoedeisend belang bij het gevorderde, aangezien [eiseres] [naam wilsonbekwame meerderjarige] , ondanks de verzoeken en sommaties om geen contact te onderhouden, nog steeds bezoekt in de sociowoning. Gedaagden wijzen op het ontbreken van een wettige of biologische band tussen [naam wilsonbekwame meerderjarige] en [eiseres] en benadrukken dat in de Nederlandse wet geen grondslag kan worden gevonden voor een omgangsrecht tussen meerderjarigen. Evenmin kan [eiseres] zich volgens gedaagden beroepen op een aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) ontleend recht op family life. Gedaagden ontkennen dat tussen [eiseres] en [naam wilsonbekwame meerderjarige] een zodanige nauwe persoonlijke betrekking bestaat die als “family life” in de zin van het EVRM kan worden beschouwd. [eiseres] heeft dat ook niet aangetoond. In kort geding is geen plaats voor een onderzoek naar het bestaan van een zodanige band. Gedaagden bestrijden voorts dat contact met [eiseres] in het belang van of noodzakelijk is voor [naam wilsonbekwame meerderjarige] . Volgens gedaagden is geen sprake van een bestaande zorg- /omgangsregeling tussen [naam wilsonbekwame meerderjarige] en [eiseres] . Aangezien in kort geding enkel spoedeisende voorlopige maatregelen en geen constitutieve beslissingen kunnen worden genomen, leent de zaak zich om die reden ook niet voor afdoening in kort geding. Gedaagden wijzen erop dat [eiseres] zich respectloos gedraagt jegens hen door hun wensen te passeren. Hun vertrouwen in [eiseres] was en is onherstelbaar beschadigd. Zij vrezen dat [eiseres] [naam wilsonbekwame meerderjarige] , die sensitief en vatbaar is voor misbruik, zal manipuleren en haar zwakke positie zal misbruiken. Ook verhindert [eiseres] dat [naam wilsonbekwame meerderjarige] in rust het verlies van haar vader kan verwerken. [naam wilsonbekwame meerderjarige] mist enkel haar vader. [naam wilsonbekwame meerderjarige] heeft geen behoefte aan contact met [eiseres] . [naam wilsonbekwame meerderjarige] komt niks tekort en de verlofdagen die door haar vader werden ingevuld worden thans zo goed mogelijk door gedaagden ingevuld. Voor zover [eiseres] zich op het standpunt heeft gesteld dat zij in haar hoedanigheid van testamentair bewindvoerder over het erfdeel van [naam wilsonbekwame meerderjarige] in de nalatenschap van haar vader contact moet kunnen onderhouden met [naam wilsonbekwame meerderjarige] wijzen gedaagden erop dat [naam wilsonbekwame meerderjarige] in vermogenszaken het begrip heeft van een vierjarige. Overleg moet en kan dan ook enkel plaatsvinden met de curatoren.

Gedaagden concluderen - kort gezegd - tot niet-ontvankelijkheid van [eiseres] in haar vorderingen, dan wel de vorderingen af te wijzen als ongegrond en/of onbewezen, met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten met inbegrip van nakosten en de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW.

3 De beoordeling

De voorzieningenrechter acht het gestelde spoedeisend belang aanwezig. [eiseres] is sinds het tweede levensjaar betrokken bij het wel en wee van de inmiddels 45 jarige [naam wilsonbekwame meerderjarige] . Uit de stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht - met name uit de zogenaamde [naam wilsonbekwame meerderjarige] -kalender - blijkt dat [naam wilsonbekwame meerderjarige] in ieder geval sinds 2008 regelmatig aaneengesloten periodes bij haar vader en zijn partner [eiseres] heeft verbleven. Zo heeft [eiseres] gesteld, hetgeen ook ter zitting desgevraagd door gedaagden is erkend, dat [naam wilsonbekwame meerderjarige] sinds 2008 in ieder geval een weekend per maand gedurende een dag bij de vader en [eiseres] verbleef, en [naam wilsonbekwame meerderjarige] voorts gemiddeld twee tot drie maal per jaar op vakantie ging met vader en [eiseres] , terwijl [eiseres] voorts onweersproken heeft gesteld dat ook overige feestdagen (Pasen, Hemelvaart, Pinksteren, Kerst en Nieuwjaar) werden gedeeld. Daarnaast bezocht [eiseres] [naam wilsonbekwame meerderjarige] regelmatig op haar woonadres in [woonplaats 5] . Gedaagden hebben weliswaar aangegeven dat de zorg van [eiseres] tijdens deze contacten marginaal was, maar dit komt de voorzieningenrechter geenszins aannemelijk voor. Aangezien gedaagden [eiseres] hebben gesommeerd om geen contact meer op te nemen met [naam wilsonbekwame meerderjarige] en [eiseres] het contact met [naam wilsonbekwame meerderjarige] hebben ontzegd, volgt daaruit dat [eiseres] een spoedeisend belang heeft bij een voorziening in kort geding.

Het door [eiseres] gevorderde recht op contact met [naam wilsonbekwame meerderjarige] , die meerderjarig is en onder curatele is gesteld vanwege een geestelijke beperking, is niet in de wet geregeld.

Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is het aannemelijk dat er tussen [eiseres] en [naam wilsonbekwame meerderjarige] , gelet op de aard, omvang en duur van de onderlinge contacten, nauwe persoonlijke betrekkingen in de zin van artikel 8 EVRM zijn ontstaan.

In beginsel kan bij een verzoek tot omgang tussen wilsbekwame meerderjarigen het verzoek van de verzoeker niet worden toegewezen op grond van artikel 8 EVRM, omdat de ander zich tevens op artikel 8 EVRM kan beroepen indien hij geen omgang wenst. De situatie wordt echter anders indien sprake is van een wilsbekwame meerderjarige die een omgangsregeling wenst met een wilsonbekwame meerderjarige. De wilsonbekwame meerderjarige is immers niet in staat om te bepalen of hij of zij wel of geen omgang wenst met de betreffende verzoeker. Dat sluit aan bij het standpunt van het EHRM ‘dat in beginsel geen family life bestaat tussen meerderjarigen tenzij sprake is van factoren die duiden op een zekere afhankelijkheid’(aldus: EHRM 7 november 2000, nr. 31519/96 (Kwakye-Nti and Dufie v. The Netherlands). Aannemelijk is dan ook dat tussen [eiseres] en [naam wilsonbekwame meerderjarige] family life bestaat zodat naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter [eiseres] dan ook ontvankelijk is in haar vorderingen.

De vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen van [naam wilsonbekwame meerderjarige] worden in casu behartigd door haar moeder en zus, die beiden als curator zijn aangesteld. De broer van [naam wilsonbekwame meerderjarige] heeft geen formele bevoegdheden in dezen, zodat [eiseres] in haar vorderingen, voor zover deze tevens zijn gericht tegen de broer, niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

Uitgangspunt is dat de curator/belangenbehartiger altijd overeenkomstig het belang van de curandus ( [naam wilsonbekwame meerderjarige] ) dient te handelen. Onder niet-vermogensrechtelijke belangen moet worden verstaan: situaties met betrekking tot de verzorging, verpleging of begeleiding en last but not least, de belangen van de curandus op het gebied van het personen-en familierecht. Binnen deze context valt naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter ook het omgangsrecht. Dat de beoordeling van de uitoefening van de taken door de curator is voorbehouden aan de kantonrechter, ziet de voorzieningenrechter overigens niet eraan in de weg staan in kort geding een ordemaatregel te treffen ten aanzien van het omgangs- en contactrecht tussen [eiseres] en [naam wilsonbekwame meerderjarige] .

De voorzieningenrechter is, mede naar analogie van de uitspraak van de HR van 17 januari 2014 (ECLI:NL:HR:2014:91), van oordeel dat de taken van de moeder en de zus in hun hoedanigheid van curator met zich brengen dat zij ervoor moeten zorgdragen dat [naam wilsonbekwame meerderjarige] de contacten met [eiseres] kan continueren, tenzij er met het oog op de belangen van [naam wilsonbekwame meerderjarige] zwaarwegende gronden zijn om die contacten af te houden.

Van zwaarwegende gronden die met zich brengen dat het contact met [eiseres] niet in het belang van [naam wilsonbekwame meerderjarige] is, is niet gebleken. Tijdens de zitting is enkel gebleken dat de relatie tussen [eiseres] en gedaagden verstoord is. Gedaagden wensen om hen moverende redenen geen contact met [eiseres] . Deze keuze en opstelling van gedaagden jegens [eiseres] brengen naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet met zich dat het om die reden niet in het belang van [naam wilsonbekwame meerderjarige] is om contact te kunnen onderhouden met [eiseres] . In een brief van de vertrouwenspersoon van [naam zorginstelling] , [naam vertrouwenspersoon] , is verwoord dat het uiterst verdrietig is voor [naam wilsonbekwame meerderjarige] dat een voor [naam wilsonbekwame meerderjarige] wezenlijk contact met [eiseres] zo goed als onmogelijk wordt gemaakt. Dat mevrouw [naam vertrouwenspersoon] [naam wilsonbekwame meerderjarige] niet persoonlijk kent, zoals door gedaagden is tegengeworpen, doet aan het gestelde in de brief niet af. De informatie is immers afkomstig van de directe begeleider van [naam wilsonbekwame meerderjarige] .

Ook de inmiddels overleden vader heeft voorafgaand aan zijn overlijden middels een schrijven aan zijn dochter, gedaagde sub 2, uitdrukkelijk verzocht de band tussen [naam wilsonbekwame meerderjarige] en [eiseres] na zijn overlijden zoveel mogelijk in stand te houden.

Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is op voornoemde gronden genoegzaam gebleken dat [naam wilsonbekwame meerderjarige] belang heeft bij de instandhouding van de structurele contacten tussen haar en [eiseres] . Nu de curatoren de bestaande structurele omgang van de ene op de andere dag zonder toereikende grond hebben geblokkeerd, acht de voorzieningenrechter een noodvoorziening aangewezen.

Aangezien een kort geding evenwel niet de geëigende procedure is om een beslissing ten gronde af te dwingen, zal de voorzieningenrechter als noodvoorziening enkel het gevorderde onder I subnummer 1 en 2 toewijzen, in die zin dat [eiseres] [naam wilsonbekwame meerderjarige] wekelijks op een in overleg met de leiding van [naam zorginstelling] te bepalen moment in de woning van [naam wilsonbekwame meerderjarige] in [woonplaats 5] kan bezoeken, en [naam wilsonbekwame meerderjarige] voorts, zoals ook voorheen gebruikelijk, op een zaterdag of zondag per maand (zonder overnachting) van 10.00 uur tot 19.00 uur bij [eiseres] kan verblijven. De voorzieningenrechter gaat er van uit dat deze maandelijkse bezoeken zoals voorheen aan de hand van een [naam wilsonbekwame meerderjarige] -kalender zullen worden afgestemd tussen partijen. Mochten partijen niet tot overeenstemming kunnen komen, dan gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat [naam zorginstelling] daarin een bemiddelende rol zal vervullen.

In een bodemprocedure kan worden bezien in hoeverre deze minimale structurele contacten recht doen aan de belangen van [naam wilsonbekwame meerderjarige] en of de uitgebreidere vormgeving van die contacten (inclusief vakanties) zoals door [eiseres] gewenst, bezien in het licht van de belangen van [naam wilsonbekwame meerderjarige] en belangen van de directe familie van [naam wilsonbekwame meerderjarige] , toelaatbaar is.

De proceskosten van deze procedure zullen, gezien de aan de orde zijnde belangen, tussen partijen worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

4 De beslissing

De voorzieningenrechter:

veroordeelt gedaagden sub 1 en 2 toe te staan dat [eiseres] [naam wilsonbekwame meerderjarige] wekelijks, op een in overleg met de leiding van [naam zorginstelling] van [naam wilsonbekwame meerderjarige] te bepalen moment, kan bezoeken in de woning in [woonplaats 5] en voorts dat [naam wilsonbekwame meerderjarige] een zaterdag of zondag per maand van 10.00 uur tot 19.00 uur bij [eiseres] verblijft;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af de meer of anders gevorderde voorzieningen;

verklaart [eiseres] niet-ontvankelijk in haar vorderingen gericht tegen gedaagde sub 3;

compenseert de kosten van deze procedure aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.G.A. Wouters, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.

MK