Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:12480

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
25-05-2018
Datum publicatie
23-05-2019
Zaaknummer
C.03 / 248101 / HARK 18-72 e.v.
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wrakingsverzoek afgewezen. Betreft 13 verzoeken die allen zien op procesbeslissingen. Geen grond voor wraking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Wrakingskamer

Zaaknummers:

03/248101/HA RK 18-72 03/248105/HA RK 18-73 03/248106/HA RK 18-74

03/248107/HA RK 18-75 03/248108/HA RK 18-76 03/248109/HA RK 18-77 03/248110/HA RK 18-78 03/248112/HA RK 18-79 03/248113/HA RK 18-80 03/248114/HA RK 18-81 03/248115/HA RK 18-82 03/248116/HA RK 18-83

03/248117/HA RK 18-84

Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingsverzoeken van 25 mei 2018

in de zaak van:

[verzoeker] , wonende te [woonplaats verzoeker] aan de [adres verzoeker] ,

hierna genoemd: verzoeker,

indiener van 13 verzoeken strekkende tot wraking van mr. M. Span-Henkens,

rechter in deze rechtbank, hierna: de rechter.

1 Procesverloop

1.1.

Het procesverloop blijkt uit het navolgende:

  • -

    de door verzoeker op 25 maart 2018 ingediende wrakingsverzoeken;

  • -

    de door verzoeker op 5 april 2018 ingediende aanvullende stukken;

  • -

    de schriftelijke reactie van de rechter;

  • -

    het door verzoeker op 16 mei 2018, voorafgaand aan de geplande mondelinge behandeling, ingediende verzoek strekkende tot wraking van de wrakingskamer;

  • -

    de afwijzende beslissing daarop van de wrakingskamer van 16 mei 2018;

  • -

    de mondelinge behandeling van de verzoeken op 16 mei 2018.

1.2.

Ten slotte zijn de zaken op uitspraak gesteld.

2 De gronden van de wrakingsverzoeken

2.1.

Verzoeker heeft de rechter 13 zaken gewraakt. Verzoeker legt aan deze wrakingsverzoeken het navolgende ten grondslag. In een vijftal zaken heeft het bijna een jaar geduurd voordat de zaak op zitting is gebracht. Daarnaast verzet verzoeker zich tegen de gelijktijdige behandeling van tien zaken. In die tien zaken heeft de rechter geweigerd gehoor te geven aan het verzoek van verzoeker om de burgemeester en de gemeentesecretaris van de gemeente Roermond als getuigen op te roepen. Verzoeker acht de rechter partijdig omdat in elke beroepszaak ten nadele van hem wordt beslist.

3 Het standpunt van de rechter

3.1.

De rechter stelt in haar schriftelijke reactie van 27 maart 2018 dat drie van de dertien zaken stonden geagendeerd voor de zitting van 26 maart 2018. Deze zaken zijn van deze zitting afgevoerd, omdat zij – gelet op het groot aantal beroepszaken van verzoeker – de voorkeur gaf aan clustering van alle zaken. Ten aanzien van haar weigering om gehoor te geven aan het verzoek om getuigen op te roepen verwijst de rechter naar de brief van de griffier van 19 maart 2018 die op haar verzoek aan verzoeker is geschreven. Verder merkt de rechter op dat de beslissing van de rechtbank om een persoon al dan niet als getuige op te roepen een procesbeslissing is die de rechtzoekende aan de hoger beroepsinstantie kan voorleggen.

4 De beoordeling

4.1.

De wrakingskamer beoordeelt of sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter ten opzichte van een procespartij vooringenomen is, althans dat de bij die partij daarvoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Het (subjectieve) standpunt van een verzoeker daarover is belangrijk, maar niet doorslaggevend; de vrees voor partijdigheid moet objectief gerechtvaardigd zijn.

4.2.

De vraag of sprake is van rechterlijke partijdigheid moet worden beantwoord aan de hand van twee criteria: het subjectieve en het objectieve criterium. Bij het subjectieve criterium gaat het om de vraag of sprake is van een gebleken persoonlijke overtuiging en/of zodanig gedrag van een rechter, dat door een verzoeker de conclusie moet worden getrokken dat deze rechter partijdig is. Bij het objectieve criterium gaat het om de vraag of sprake is van een bij een verzoeker bestaande, objectief gerechtvaardigde vrees dat de onpartijdigheid bij de rechter ontbreekt, waarbij ook de schijn van partijdigheid van belang is.

4.3.

De wrakingskamer stelt vast dat de door verzoeker aangevoerde gronden – de planning en agendering van een aantal zaken, de gelijktijdige behandeling van zaken en het al dan niet oproepen van getuigen – zien op door de rechter genomen procesbeslissingen. Een procesbeslissing vormt in beginsel geen grond voor wraking, ook niet als die beslissing de verzoeker onwelgevallig is. Dat kan anders zijn indien geen andere verklaring te geven is dan dat die beslissing door vooringenomenheid is ingegeven en een dergelijke beslissing of de motivering daarvan een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat de rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij een partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

4.4.

Met inachtneming van de door de rechter in haar reactie gegeven motivering van haar procesbeslissingen is de wrakingskamer van oordeel dat er geen sprake is van feiten of omstandigheden die een aanwijzing opleveren voor het aannemen van vooringenomenheid van de rechter, laat staan een zwaarwegende aanwijzing.

4.5.

De verzoeken zijn dan ook ongegrond en worden daarom afgewezen.

5 De beslissing

De wrakingskamer van de rechtbank:

wijst de verzoeken tot wraking van mr. M. Span-Henkens af,

Deze beslissing is gegeven door mr. M.B.T.G. Steeghs, voorzitter, mr. J.W. Rijksen en

mr. M.J.M. Goessen leden, en bijgestaan door P.J.C. Hendriks als griffier en uitgesproken op

25 mei 2018.

Tegen de beslissing van de wrakingskamer staat geen rechtsmiddel open.