Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:12431

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
21-12-2018
Datum publicatie
11-01-2019
Zaaknummer
03/866258-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich samen met zijn partner en een vriendin schuldig gemaakt aan oplichting, valsheid in geschrifte en het misbruiken van gegevens van een dierenarts. Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 180 uur met een proeftijd van 1 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/866258-16

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 21 december 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

wonende te [adresgegevens verdachte] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. C.M.G.M. Raafs, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 7 december 2018. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Feit 1: in de periode van 21 september 2014 tot en met 7 november 2014 samen met anderen een aantal personen heeft opgelicht door zich voor te doen als bonafide verkoper van honden en katten.

Feit 2: in de periode van 21 september 2014 tot en met 7 november 2014 samen met anderen dierenpaspoorten valselijk heeft opgemaakt.

Feit 3: in de periode van 21 september 2014 tot en met 7 november 2014 samen met anderen misbruik heeft gemaakt van identificerende persoonsgegevens van een ander.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de tenlastegelegde feiten 1 tot en met 3 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard. De verdachte heeft de drie feiten bekend. Door de slachtoffers een andere voorstelling van zaken te geven dan de ware, heeft die voorstelling geleid tot de verwachting bij de slachtoffers dat alles zou kloppen. De medeverdachte [medeverdachte 1] heeft tevens een bekennende verklaring afgelegd. De medeverdachte [medeverdachte 2] kan gelet op de uitvoeringshandelingen en de wetenschap die ze had met betrekking tot de feiten als medepleger worden beschouwd.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de enkele omstandigheid dat iemand zich heeft voorgedaan als bonafide verkoper niet het aannemen van een valse hoedanigheid in de zin van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) oplevert. Omdat in de tenlastelegging niet op een andere wijze is opgenomen waarom de aangevers als gevolg van de toepassing van een in de wet genoemd oplichtingsmiddel zijn bewogen tot de afgifte van geld, dient vrijspraak voor feit 1 te volgen. Vrijspraak dient eveneens te volgen op grond van het feit dat niet kan worden bewezen dat de verdachte bij een van de tenlastegelegde transacties betrokken is geweest dan wel enige uitvoeringshandeling heeft verricht. De verdediging refereert zich met betrekking tot een eventuele bewezenverklaring van feit 2 aan het oordeel van de rechtbank. De verdediging stelt zich ten slotte op het standpunt dat de verdachte van feit 3 dient te worden vrijgesproken omdat artikel 231b Sr uitdrukkelijk het gebruik en misbruik van andermans identiteit bestrijdt. Nu in de tenlastelegging de dierenartspraktijk is opgenomen en deze niet als persoon kan worden aangemerkt, kan niet worden afgeleid dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 231b Sr. Mocht de rechtbank komen tot een bewezenverklaring van feit 3 dan dient toepassing worden gegeven aan artikel 55 Sr omdat er sprake is van eendaadse samenloop met feit 2.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Inleiding

De verdachte [verdachte] heeft met de verdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] puppy’s en kittens verkocht via Marktplaats. [verdachte] en [medeverdachte 1] (met elkaar gehuwd) kochten de honden en katten die ze op Marktplaats te koop aanboden via een Hongaarse man, genaamd [naam verkoper] . De honden en katten werden gehouden in de woning in [woonplaats 1] van [verdachte] en [medeverdachte 1] en in de woning van [medeverdachte 2] in [woonplaats 2] . De omstandigheden waaronder de dieren werden gehouden, zoals de hygiëne in de woningen, waren erbarmelijk. Voor de verkoop op Marktplaats werd het account van [medeverdachte 2] gebruikt.
De puppy’s en kittens werden verkocht o.a. aan de mensen die genoemd zijn in feit 1 van de tenlastelegging. Bij de aankoop kregen zij een Nederlands of Europees paspoort waarin een geboortedatum van de hond/kat was vermeld evenals gegevens met betrekking tot inentingen/gezondheidsverklaringen van de betreffende hond/kat. Verschillende honden werden na de aankoop ziek waarop sommige kopers zich dan meldden bij dierenarts [naam dierenarts] van de dierenartsenpraktijk [naam dierenartspraktijk] in [plaats] die de inentingen zou hebben verricht volgens het dierenpaspoort. Dan bleek dat deze dierenarts het betreffende huisdier niet kende en dat ten onrechte een stempel werd gebruikt met daarop gegevens van deze dierenarts. De kopers en de dierenarts deden aangifte. Een aantal kopers deed aangifte nadat in de media bekend was geworden dat de verdachten wegens illegale honden- en kattenhandel waren opgepakt.
Aan de verdachten [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] wordt het verwijt gemaakt dat zij tezamen de kopers aangeduid in feit 1 hebben opgelicht, valsheid in geschrift hebben gepleegd door valse dierenpaspoorten op te maken, en misbruik hebben gemaakt van identificerende persoonsgegevens van de dierenarts die de inentingen zou hebben verricht.

Bewijsmiddelen

Aangeefster [slachtoffer 1] zag op 13 oktober 2014 een advertentie op de site marktplaats waarin een witte Pomeriaan te koop werd aangeboden. De advertentie had het nummer [advertentienummer] , aanbieder van de hond was [medeverdachte 1] met het telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Ze is de pup diezelfde dag gaan halen bij een woning aan de [adres 1] te [woonplaats 2] . Ze had een aanbetaling van 75 euro gedaan op rekeningnummer [rekeningnummer] op naam van [medeverdachte 2] . Bij de verkoop waren twee mannen aanwezig. Zij kreeg het dierenpaspoort mee. Toen zij op 15 oktober 2014 de dierenarts belde waarvan de stempel in het paspoort zat, zei de assistente dat zij deze stickers niet gebruiken en dat de pup niet bekend was bij de dierenarts. Het chipnummer kwam haar ook niet bekend voor. Bij de aangifte zijn een kopie van de advertentie, een kopie van de aanbetaling en van het dierenpaspoort gevoegd.2

Aangeefster is later telefonisch door de politie nader verhoord. Zij heeft nog verklaard dat als zij geweten had dat het geen Pomeriaan was, zij de hond niet had gekocht. Zij heeft verder verklaard dat zij voor de aankoop nog aanvullende vragen had gesteld, zoals waar de ouderdieren waren. Daarop kreeg ze te horen dat de moeder gedekt was en dat via internet een reu gevonden was en dat daarom de reu niet aanwezig was. De teef zou te uitgeput zijn en bij de moeder van [verdachte] thuis zitten. Zij heeft het paspoort bekeken, het verhaal aangehoord en de hond bekeken. Het leek in orde te zijn. Het was een Europees paspoort, de inentingen stonden erin en de geboortedatum. Als het dierenpaspoort er niet geweest was en er hadden geen inentingen in gestaan, dan had zij de hond “natuurlijk niet gekocht”.3

Aangeefster [slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij op 10 oktober 2014 naar de [adres 1] te [woonplaats 2] is gegaan. Zij werd binnengelaten door een zekere [medeverdachte 1] . In de woning was ook [verdachte] . [slachtoffer 2] heeft 650 euro betaald voor de hond. Op 22 oktober 2014 is zij naar de dierenarts in [plaats] geweest. Daar hoorde zij dat de hond niet was gezien door de dierenarts en dat de stempels en de inentingsstickers vals waren. Ze voelt zich bedrogen. Ze dacht dat de hond al de nodige inentingen had gehad. Als ze dat van tevoren had geweten dan had ze het hondje niet gekocht. Bij de aangifte zijn een kopie van de advertentie en een kopie van het dierenpaspoort gevoegd.4

Aangever [slachtoffer 3] heeft verklaard dat zijn vriendin heeft gereageerd op een advertentie op marktplaats. Zij heeft via marktplaats mails ontvangen van [medeverdachte 2] en [verdachte] . In de mail van [verdachte] werd het adres [adres 1] te [woonplaats 2] genoemd. Ze maakten een afspraak voor 6 november 2014. In de woning waren een jongen met een Indisch uiterlijk en een jongen met blond haar aanwezig. Ze hebben 750 euro voor de hond betaald. De jongen met het blonde haar overhandigde een “Nederlands paspoort voor gezelschapsdieren”. De jongen vertelde dat de pup was gechipt en ingeënt. In het paspoort zag hij een sticker van inenting en de stempel van dierenarts [naam dierenartspraktijk] uit [plaats] . Uit de krant vernam hij van de aanhouding van drie mannen in verband met illegale puppyhandel. Hij deed aangifte. Als hij had geweten dat de hond uit Hongarije afkomstig was, had hij de hond niet gekocht. Bij de aangifte zijn een kopie van het dierenpaspoort en mails gevoegd.5

Aangeefster [slachtoffer 4] zag op marktplaats een advertentie waarin hondjes werden aangeboden. Ze maakte een afspraak voor 31 oktober 2014 op het adres [adres 1] te [woonplaats 2] . De verkoper van het hondje heet [verdachte] . De hond moest nog ingeënt worden. [verdachte] zou dat wel voor haar willen doen. Ze besloten het hondje te kopen voor 430 euro. Ze betaalden 100 euro aan en konden de hond op 9 november 2014 ophalen. Op die dag was niemand aanwezig. Als ze van tevoren hadden geweten hoe een en ander zat dan hadden zij daar zeker geen hondje gekocht.6

Aangever [slachtoffer 5] heeft verklaard dat hij via de jongere zus van zijn vriendin het telefoonnummer van [medeverdachte 1] had gekregen. Hij zou een pup verkopen. Ze spraken af op 6 november 2014. Ze hadden afgesproken op de [adres 2] te [woonplaats 1] in een bovenwoning. Hij kocht de pup voor 475 euro. Hij kocht de hond in de veronderstelling dat deze gechipt en ingeënt was en dat er een geldig paspoort bij aanwezig was. Hem werd medegedeeld dat het hondje zijn laatste inentingen nog moest krijgen en dat het paspoort in de woning in [woonplaats 2] lag. Hij kon het hondje daar laten zodat ze dit nog konden regelen of hij kon naar een dierenarts gaan om de inentingen te regelen. Ze besloten de hond mee te nemen en de inentingen nog te laten doen. Het paspoort zou nog worden opgehaald. Hij hoorde daarna dat mensen waren opgepakt in verband met illegale hondenhandel. Hij is vervolgens naar de dierenarts gegaan en daar is het hondje ingeënt en gechipt. Ook heeft hij daar een paspoort ontvangen. Als hij alles van tevoren had geweten, dan had hij het hondje niet gekocht.7

Aangever [slachtoffer 8] heeft verklaard dat hij op 13 oktober 2014 een raskat ging ophalen bij ene [verdachte] aan de [adres 1] te [woonplaats 2] . Hij betaalde 850 euro voor de kat. Hij kreeg een koopovereenkomst en een paspoort mee. De stamboom van de kat zou hem achteraf worden toegestuurd. Omdat dit maar niet gebeurde belde hij met [verdachte] op het telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Het lukte echter niet telefonisch contact te krijgen.
Toen heeft hij de dierenarts gebeld die in het paspoort stond. Hij hoorde dat de stempel die in het paspoort stond vals was en dat er op de stempel ook een emailadres stond dat vals was.

Bij de aangifte zijn een kopie van de advertentie, correspondentie tussen verdachte en aangever en een kopie van het dierenpaspoort gevoegd.8

Aangever is later door de politie nader verhoord. Hij heeft nog verklaard dat hij graag de ouderdieren wilde zien. Die zouden bij de moeder van [verdachte] zitten. Ze belden de moeder op, maar die was ziek en kon niet komen. Aangever is geld gaan pinnen, heeft een kitten uitgezocht en heeft de kitten, met koopcontract en dierenpaspoort, meegenomen. Als hij geweten had dat het geen Nederlandse dieren waren, dan had hij de kitten nooit gekocht. Hij wilde van de koop afzien nadat de dierenarts die in het dierenpaspoort stond hem had verteld dat hij opgelicht was en dat hij geen echte Savannekat gekocht had.9

Aangeefster [slachtoffer 6] heeft op 9 oktober 2014 gebeld met telefoonnummer [telefoonnummer 1] naar aanleiding van een advertentie op marktplaats. In de advertentie stond dat de verkoper [verdachte] heette, met het telefoonnummer [telefoonnummer 1] . [verdachte] woonde in de [adres 1] te [woonplaats 2] . Op 10 oktober 2014 is zij daarheen gegaan. Ze kocht een poes voor 950 euro. De stamboom zou later toegezonden worden omdat nog niet alle kittens waren verkocht. Het koopcontract werd wel al opgemaakt. Ze kreeg er een Europees paspoort bij voor gezelschapsdieren. Ze heeft [verdachte] nog een keer gebeld voor de stamboom maar hij zei dat nog niet alle kittens waren verkocht. Ze kreeg hem later niet meer aan de lijn. Deze week heeft ze voor het eerst met dierenarts [naam dierenartspraktijk] gebeld in België. Ze kreeg toen te horen dat de kat nooit bij haar was geweest en dat een valse stempel was gebruikt. Bij de aangifte zijn een kopie van de advertentie, het paspoort en het koopcontract gevoegd.10

Dierenarts [naam dierenarts] van de dierenartsenpraktijk [naam dierenartspraktijk] te [plaats] heeft verklaard dat zij op 15 oktober 2014 werd gebeld door [slachtoffer 1] . Zij zei dat ze een puppy had gekocht en dat de stempel met het mailadres van dierenartsenpraktijk [naam dierenartspraktijk] in het dierenpaspoort stond. Aangeefster heeft verklaard dat dit niet de stempel van haar praktijk is en dat [slachtoffer 1] geen cliënt van haar is geweest. Op 23 oktober 2014 werd ze gebeld door aangeefster [slachtoffer 7] . Dit ging om dezelfde soort vervalsing. In diezelfde week kwam ook [slachtoffer 2] in haar praktijk met een Pomeriaan. Ze wist toen al via [slachtoffer 7] dat de stempels in de dierenpaspoorten waren vervalst. De vaccinaties en stempels in het paspoort worden niet door haar praktijk gebruikt. Zij heeft de paspoorten niet opgemaakt en ingevuld. Zij heeft niemand toestemming verleend om haar gegevens te gebruiken of een stempel met haar gegevens te laten namaken. Een kopie van de paspoorten en een kopie van de stempel van de praktijk zijn bij de aangifte gevoegd.11

De verdachte heeft verklaard dat hij samen met zijn man [medeverdachte 1] vanaf begin september 2014 handelde in honden en katten. Ze hadden geld nodig. Ze kochten de pups en kittens vanuit Hongarije van hun vaste leverancier [naam verkoper] . Zij adverteerden op internet op de site marktplaats. Ze verkochten vanaf de [adres 2] te [woonplaats 1] en vanaf het adres [adres 1] te [woonplaats 2] . De katten waren van [medeverdachte 1] en van hem. De verzorging deed [medeverdachte 1] . Zij vervalsten de dierenpaspoorten. Ze hadden geprobeerd het eerste nestje te verkopen met het Hongaarse paspoort. Veel potentiële kopers haakten af bij het zien van die paspoorten. Dat gebeurde bij het tweede nestje ook. Hierna besloten zij Nederlandse paspoorten te kopen en daarin gegevens van het Hongaarse paspoort over te nemen. De stempel heeft verdachte bij [naam] te Nuth laten maken. De gegevens zijn overgenomen van een dierenarts. Zij kennen die dierenarts niet. Zij hebben alleen zijn gegevens gebruikt. Er is een andere dan de werkelijke geboortedatum vermeld in de paspoorten omdat de katten volgens de geboortedatum in het Hongaarse paspoort al 15 weken oud waren. Mensen willen graag een jongere kat hebben. Een kitten van 15 weken oud verkoopt niet. Daarom heeft de verdachte in het Nederlandse paspoort een andere, latere geboortedatum vermeld.12

De verdachte heeft verder verklaard dat hij meestal de advertenties op markplaats plaatste.

Het telefoonnummer [telefoonnummer 1] in de aan hem getoonde advertentie is van hem. Het nummer [telefoonnummer 2] is van [medeverdachte 1] en het nummer [telefoonnummer 3] is een verkeerd nummer en had het nummer van [medeverdachte 1] moeten zijn. [medeverdachte 2] wist ervan dat zij op de [adres 1] pups/kittens verkochten. Het idee voor Nederlandse paspoorten kwam van hem en van [medeverdachte 1] . Hij heeft de paspoorten opgemaakt en ingevuld. Hij heeft de paspoorten besteld via [website] . Hij zette zijn handtekening. [medeverdachte 1] wist ervan maar hij heeft nooit de boekjes geschreven. Hij heeft de boekjes aan klanten gegeven, terwijl hij wist dat dit vervalsingen waren. [medeverdachte 1] was erbij toen de verdachte de stempel liet maken, ze hadden daarover gesproken en ze hadden het ook zo afgesproken.
De inentingstickers kregen ze van [naam verkoper] . Van hem kregen ze lege ampullen met stickers. Ze hebben hem uitgelegd waarom ze die stickers nodig hadden.13

De verdachte heeft ten slotte verklaard dat [medeverdachte 2] hen twee maanden geleden een sleutel van haar woning gelegen aan de [adres 1] te [woonplaats 2] had gegeven. Zij zou bij hen verblijven en in ruil daarvoor zouden zij haar woning gebruiken voor het houden van en de verkoop van honden en kittens. Voor haar verblijf in hun woning in [woonplaats 1] hoefde ze dan niets te betalen. Ze wist dat er dieren zaten en ze heeft ze ook gezien. Als hij op het werk was dan zorgden [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] voor de verkoop en dan hield [medeverdachte 2] het verkooppraatje en gaf de mensen het paspoort mee of [medeverdachte 1] deed dat. Ze was er zeker van op de hoogte dat er Nederlandse paspoorten werden meegegeven en geen Hongaarse. Als hij er niet was dan maakte [medeverdachte 2] de paspoorten op en gaf ze mee. [medeverdachte 1] kon dat niet want die heeft dyslexie. Meestal maakte de verdachte de advertenties en sporadisch [medeverdachte 2] . Voornamelijk verdachte en [medeverdachte 1] hadden contact met klanten, maar soms deed [medeverdachte 2] het, vooral als het schriftelijk was via de mail als [verdachte] er niet was. [medeverdachte 2] gaf dan aan verdachte door wie hij allemaal moest bellen.14

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard samen met [naam verkoper] en [verdachte] honden en katten te hebben verkocht. [naam verkoper] heeft in totaal vier keer dieren geleverd. De honden waren met de Hongaarse paspoorten minder goed te verkopen en daarom besloten ze de paspoorten te vervalsen en er Nederlandse paspoorten bij te leveren. [verdachte] heeft die paspoorten gemaakt en zijn handtekening en de stempel geplaatst. Ze deden alsof de honden uit Nederland kwamen. [medeverdachte 2] wist dat ze dieren in haar woning hielden en vanuit daar verkochten. Ze hadden een afspraak met haar gemaakt dat zij in haar woning dieren zou houden en vanuit haar woning zou verkopen, zij zou daar dan een vergoeding voor krijgen. De vergoeding hield in dat ze bij hen kon verblijven en dat ze de kosten konden delen. Het account van marktplaats was van [medeverdachte 2] . Zij heeft de meeste advertenties getypt omdat zijn, verdachtes, Nederlands niet zo goed is. Ze heeft ook telefonisch en schriftelijk contact met klanten onderhouden. Ze heeft verschillende keren de stempel met de gegevens van de Belgische dierenarts in de paspoorten gezet. Ze is twee keer bij een verkoop aanwezig geweest.15

Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard dat zij wist van de dieren in haar woning. Ze wist ook van de verkoop van de dieren. Ze was wel eens thuis als er een koper kwam, maar voerde niet het woord. Ze is 5 of 6 keer bij een verkoop aanwezig geweest. Ze heeft wel eens een hond van boven gehaald als kopers aanwezig waren. Ze heeft wel eens samen met [medeverdachte 1] een verkoop afgehandeld. Zij gaf dan de hond en het paspoort aan de koper. Ze heeft originele Hongaarse paspoorten gezien. Ze wist dat de Nederlandse paspoorten vervalst waren. Ze wist ook van de stempels. Ze heeft wel eens gegevens in het paspoort ingevuld. Ze heeft nooit gestempeld en nooit stickers geplakt. Ze wist dat ze de mensen verkeerde informatie gaf. Ze wist van het account op marktplaats en dat via dat account verkoop plaatsvond. Zij typte wel eens een advertentie omdat [medeverdachte 1] dyslexie heeft. Ze heeft wel eens klanten schriftelijk of telefonisch te woord gestaan. Ze verzorgde ook wel eens de dieren. Ze heeft ook wel eens aanbetalingen van klanten ontvangen, omdat [medeverdachte 1] en [verdachte] rood stonden. Zij gaf het geld dan aan [verdachte] en [medeverdachte 1] . Ze heeft er nooit geld aan verdiend.16

Bewijsoverwegingen

Aan verdachte is onder feit 1 het medeplegen van oplichting tenlastegelegd. De jurisprudentie van de Hoge Raad maakt duidelijk dat louter het zich voordoen als een bonafide (ver)koper in beginsel niet voldoende is voor het aannemen van een valse hoedanigheid in de zin van art. 326 Sr (bijvoorbeeld HR 15 december 1998, LJN ZD1177). Echter bijkomende omstandigheden kunnen dit anders maken (o.a. HR 10 december 1998, LJN AC1299).

De verdachte [verdachte] heeft samen met de verdachte [medeverdachte 1] het plan bedacht om Hongaarse honden en katten als Nederlandse (ras)honden/(ras)katten te verkopen. Om hun plan te realiseren lieten ze een stempel maken met gegevens van een dierenarts, kochten ze dierenpaspoorten via internet en vulden die paspoorten in met onjuiste gegevens van de dieren, zoals een verkeerde geboortedatum en chipgegevens.
De Hongaarse honden en katten werden op internet via de site marktplaats aangeboden. De advertenties werden door [verdachte] en [medeverdachte 2] opgesteld via het account van [medeverdachte 2] . De verdachten verkochten de dieren in wisselende samenstelling. Zij deden alsof het Nederlandse dieren waren waarbij aan alle formaliteiten voor de verkoop was voldaan. Zij overtuigden de klanten onder meer met een Nederlands of Europees dierenpaspoort, voorzien van een stempel van een dierenarts en stickers van inentingen. Ze logen de kopers voor over de ouderdieren in Nederland en over het bestaan van een stamboom en over een gezondheidsverklaring van een dierenarts.

Naar het oordeel van de rechtbank levert het zich op deze wijze voordoen als bonafide verkoper, het aannemen van een valse hoedanigheid in de zin van art. 326 Sr op, waarbij de verdachten door listige kunstgrepen (zoals het maken en gebruiken van een valse stempel) en door een samenweefsel van verdichtsels (zoals dat het moederdier bij de moeder van [verdachte] verbleef en dat de dieren waren ingeënt en dat het Nederlandse jonge(re) dieren betrof), de aangevers hebben bewogen tot de afgifte van de geldbedragen.

Dat betekent dat de onder feit 1 aan de verdachte tenlastegelegde oplichting bewezen kan worden verklaard.

Medeplegen?

De deelnemingsvorm medeplegen vereist een nauwe en bewuste samenwerking. De intellectuele en/of materiële bijdrage aan het delict van de verdachte moet van voldoende gewicht zijn. Uit de inhoud van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen blijkt dat alle drie de verdachten een substantiële (wisselende) bijdrage hebben geleverd aan de oplichting, waarbij zij bewust en nauw hebben samengewerkt. Niet steeds is elke verdachte afzonderlijk bij elke transactie actief betrokken geweest. Het faciliteren van de verkoop door [medeverdachte 2] door haar woning ter beschikking te stellen en de verzorging van de dieren door [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] , zijn wezenlijke bijdragen aan de illegale handel.

Naar het oordeel van de rechtbank kan het medeplegen van oplichting dan ook bewezen worden verklaard.

Conclusie ten aanzien van feit 1

De rechtbank acht gelet op bovenstaande bewijsmiddelen bewezen dat de verdachte samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] de in de tenlastelegging opgenomen personen heeft opgelicht, met uitzondering van de oplichting van [slachtoffer 7] . Gelet op de nadere verklaring van [slachtoffer 7] tegenover de politie bestaat onvoldoende bewijs voor het medeplegen van oplichting van [slachtoffer 7] .

Conclusie ten aanzien van feit 2

De rechtbank acht gelet op bovenstaande bewijsmiddelen en op hetgeen zij hiervoor reeds over de deelnemingsvorm medeplegen heeft overwogen, tevens bewezen dat de verdachte samen met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] valsheid in geschrifte heeft gepleegd. [verdachte] heeft verklaard dat hij de paspoorten via internet bestelde en valselijk opmaakte door deze paspoorten met onjuiste gegevens te vullen. De verdachte heeft verklaard dat [medeverdachte 1] hiervan op de hoogte was. [medeverdachte 1] bevestigt dat ook in zijn verklaring bij de politie. [medeverdachte 2] heeft bij de politie verklaard dat de paspoorten valselijk waren opgemaakt en ook zij een keer gegevens heeft ingevuld.

Overweging en conclusie ten aanzien van feit 3

De rechtbank overweegt ten aanzien van het tenlastegelegde onder feit 3 nog dat onder identificerende persoonsgegevens in de zin van artikel 231b Sr worden verstaan gegevens waarmee een persoon kan worden geïdentificeerd, zoals (onder meer) een naam, adres, woonplaats, postadres en telefoonnummers. Op de stempel die door de verdachte werd gebruikt stonden de naam “ [naam dierenartspraktijk] ” en het adres en telefoonnummer van de dierenartsenpraktijk, waarvan dierenarts [naam dierenarts] eigenaar is. De gebruikte gegevens zijn ontegenzeggelijk te herleiden naar dierenarts [naam dierenarts] .

De rechtbank acht gelet op bovenstaande bewijsmiddelen bewezen dat de verdachte samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] misbruik heeft gemaakt van de persoonsgegevens van een ander, waardoor uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

1.

in de periode van 21 september 2014 tot en met 7 november 2014 te [woonplaats 1] en/of [woonplaats 2] , tezamen en in vereniging met anderen, meermalen telkens met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen telkens door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een of meer listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, na te noemen personen heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, hebbende verdachte telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid ten aanzien van na te noemen personen zich voorgedaan als bonafide verkoper van een huisdier, te weten een hond of kat, welk huisdier was voorzien van entingen en/of chip en/of stamboom en/of bijbehorend Nederlands en/of Europees dierenpaspoort met gezondheidsverklaring van een dierenarts waardoor na te noemen persoon te weten

[slachtoffer 1] te [woonplaats 3] en/of

[slachtoffer 2] te [woonplaats 1] en/of

[slachtoffer 3] te [woonplaats 1] en/of

[slachtoffer 4] te [woonplaats 4] en/of

[slachtoffer 5] te [woonplaats 4] en/of

[slachtoffer 8] te [woonplaats 5] en/of

[slachtoffer 6] te [woonplaats 6]

telkens werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2.

in de periode van 21 september 2014 tot en met 7 november 2014 te [woonplaats 1] en/of [woonplaats 2] , tezamen en in vereniging met anderen, geschriften, te weten dierenpaspoorten die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt, door in voornoemd geschriften een andere dan de werkelijke leeftijd van het in die geschriften genoemd dier op te nemen en/of door in voornoemde geschriften op te nemen dat het dier was gevaccineerd door DAP [naam dierenartspraktijk] te [plaats] met het oogmerk om deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

3.

in de periode van 21 september 2014 tot en met 7 november 2014 te [woonplaats 1] en/of [woonplaats 2] , tezamen en in vereniging met anderen, meermalen telkens opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander heeft gebruikt met het oogmerk om de identiteit van die ander te misbruiken, waardoor uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan, hierin bestaande dat hij en zijn mededaders naam en adresgegevens en telefoonnummer en e-mailadres van dierenartspraktijk [naam dierenartspraktijk] te [plaats] hebben gebruikt, door voornoemde persoonsgegevens op te nemen in dierenpaspoorten welke werden gebruikt bij het ten verkoop aanbieden/verkopen van huisdieren.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Feit 1:

medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd

Feit 2:

medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd

Feit 3:

identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander gebruiken met het oogmerk om de identiteit van de ander te misbruiken, meermalen gepleegd door twee of meer verenigde personen.

De rechtbank is anders dan de raadsman van oordeel dat er geen sprake is van eendaadse samenloop tussen de feiten 2 en 3. Het belang dat door de overtreden strafbepalingen wordt beschermd is immers anders. Ten aanzien van artikel 225 Sr staan (van oudsher) twee rechtsbelangen centraal: het vertrouwen dat burgers in het maatschappelijk verkeer in de juistheid van bepaalde geschriften moeten kunnen stellen en het mogelijke nadeel dat door de valsheid wordt geleden. Bij artikel 231b Sr staat het rechtsbelang centraal dat fraude/ misbruik met identificerende persoonsgegevens wordt voorkomen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een taakstraf voor de duur van 140 uur met aftrek van de dagen in verzekering doorgebracht, naar de maatstaf van 2 uur per dag.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het opleggen van een geldboete gecombineerd met een voorwaardelijke taakstraf -als stok achter de deur- recht doet aan de zaak en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De verdachte beheert een aantal kapperszaken en geldt als first offender. Het recidivegevaar is laag en bij de strafmaat dient rekening te worden gehouden met de forse overschrijding van de redelijke termijn.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft samen met zijn partner en een vriendin honden en katten uit Hongarije via de internetsite marktplaats verkocht als waren het Nederlandse honden en katten, voorzien van de vereiste inentingen en waarbij aan alle formaliteiten was voldaan. [verdachte] was samen [medeverdachte 1] het brein achter deze illegale handel. Om de dieren aan de man te brengen maakte [verdachte] dierenpaspoorten valselijk op, met een gezondheidsverklaring van een dierenarts die van niets wist. Hij deed zich voor als een bonafide verkoper van huisdieren. De werkwijze was geraffineerd, er werd een stempel van een dierenarts nagemaakt, van lege ampullen werden stickers gebruikt en in het dierenpaspoort geplakt en de leeftijd van de dieren werd aangepast aan de leeftijd die goed verkocht. De door de politie aangetroffen puppy’s en kittens bleken te vroeg van hun moeder weggehaald te zijn, te jong om vervoerd te worden en konden niet bij het eten in de voederbakjes komen, omdat ze niet over de rand konden komen. Verschillende dieren werden ziek, waarna door de kopers contact werd opgenomen met de in het dierenpaspoort vermelde dierenarts, waarvan de gegevens zonder haar medeweten waren gebruikt in de valselijk opgemaakte dierenpaspoorten.

Door het handelen van de verdachten is dierenleed veroorzaakt, zijn dierenliefhebbers opgelicht en is de naam van een dierenarts misbruikt, waardoor haar reputatie nadeel kan ondervinden.

De illegale handel van de verdachten leidt ook tot oneerlijke concurrentie, nu die handel aan voorwaarden is gebonden. Zo is vereist dat een opleiding met goed gevolg is afgerond en is het houden van dieren voor de verkoop aan strenge eisen gebonden. Dit alles gaat gepaard met kosten, die de verdachten niet hebben hoeven maken. Met de handelwijze van de verdachten wordt het vertrouwen dat personen en bedrijven mogen hebben in de internationale handel ondermijnd.

Dit betekent dat het gaat om ernstige strafbare feiten.

De verdachte is blijkens zijn strafblad niet eerder voor soortgelijke strafbare feiten met politie en justitie in aanraking gekomen. De rechtbank heeft de inhoud van het reclasseringsrapport, opgemaakt omtrent de persoon van de verdachte, in ogenschouw genomen. Uit dat rapport, alsmede uit het verhandelde ter terechtzitting, blijkt dat de verdachte – inmiddels wat meer volwassen geworden – zijn leven goed op orde heeft en positief in het leven staat.
Samen met zijn echtgenoot is hij als middenstander werkzaam. Financieel gaan de zaken goed. Schulden uit het verleden worden afgelost. De verdachte heeft ter terechtzitting laten blijken dat hij de onjuistheid van zijn handelen inziet, dit soort praktijken ver achter zich heeft gelaten en oprecht spijt heeft van zijn handelen.

Naast de genoemde persoonlijke omstandigheden zal de rechtbank bij de straftoemeting ook rekening houden met de overschrijding van de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6 EVRM.

In een zaak als de onderhavige geldt als uitgangspunt dat binnen een termijn van twee jaar na aanvang van de redelijke termijn vonnis dient te worden gewezen. In de onderhavige zaak gaat de rechtbank uit van het moment waarop verdachte in verzekering is gesteld als het moment dat de redelijke termijn is aangevangen, te weten 6 november 2014. Tussen die datum en de datum van het vonnis – 21 december 2018 – ligt een periode die de redelijke termijn met ruim 25 maanden overschrijdt. Dit tijdsverloop is niet aan de verdediging toe te rekenen, terwijl het ook niet kan worden gerechtvaardigd door bijvoorbeeld de ingewikkeldheid van de zaak.

Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad blijkt dat de rechtbank bij een dergelijke overschrijding van de redelijke termijn bij de straftoemeting kan handelen op de wijze die haar gepast voorkomt.

Vanwege de forse overschrijding van de redelijke termijn en de positieve ontwikkeling die de verdachte heeft doorgemaakt, zal de rechtbank afzien van het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf of taakstraf.
Alles overwegende zal de rechtbank volstaan met het opleggen van een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 180 uur subsidiair 90 dagen hechtenis. Een korte proeftijd, voor de duur van een jaar, volstaat naar het oordeel van de rechtbank.

7 De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

7.1

De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding van € 1.045,66 (€ 1.035,66 materiële schade en € 10,00 immateriële schade) ter zake van feit 1.

7.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de vordering met betrekking tot de materiële schade toewijsbaar. De vordering met betrekking tot de immateriële schade dient niet-ontvankelijk te worden verklaard.

7.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich primair op het standpunt dat de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat vrijspraak is bepleit. De verdediging stelt zich subsidiair op het standpunt dat de gevorderde kosten met betrekking tot de aankoop van de hond niet dienen te worden toegewezen, omdat er geen causaal verband bestaat tussen de oplichting en de gevorderde schade. De benadeelde heeft de hond immers gehouden. De vordering met betrekking tot de dierenartskosten is onvoldoende onderbouwd. Er blijkt onvoldoende of de kosten een direct verband houden met het strafbare feit. De vordering dient ter zake te worden afgewezen. Meer subsidiair stelt de verdediging zich op het standpunt dat enkel de kosten die verband houden met het eerste bezoek aan de dierenarts, ad. € 44,50, kunnen worden vergoed.

7.4

Het oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is vast komen te staan dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] als gevolg van het hiervoor onder feit 1 bewezen verklaarde feit rechtstreeks materiële schade heeft geleden. De rechtbank acht de gevorderde kosten deugdelijk onderbouwd en niet onredelijk. Zij zal de vordering tot een bedrag van € 1.035,66 toewijzen. De rechtbank zal de benadeelde partij in de vordering tot immateriële schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaren wegens de omstandigheid dat deze een deugdelijke onderbouwing mist.

De rechtbank zal de vordering benadeelde partij hoofdelijk toewijzen en de schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk opleggen, aangezien deze vordering tevens is ingediend in de strafzaak tegen twee andere verdachten. Verdachte zal aldus worden veroordeeld om aan de benadeelde partij het toegewezen bedrag te betalen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 13 oktober 2014, voor zover deze vordering niet reeds of namens een ander of anderen is betaald.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 47, 57, 63, 225, 231b en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte voor de bewezenverklaarde feiten tot een taakstraf voor de duur van 180 uren;

  • -

    bepaalt dat de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd van 1 jaar:

- zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit;

- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf (bij een eventuele tenuitvoerlegging) niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 90 dagen;

- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij een eventuele uitvoering van deze taakstraf in mindering zal worden gebracht, naar rato van twee uren per dag;

Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1], wonende te [woonplaats 3] ,

gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen € 1.035,66 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 13 oktober 2014 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat voor zover dit bedrag door een of meer mededaders is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij met betrekking tot de immateriële schade af;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] , van € 1.035,66, bij niet betaling en verhaal te vervangen door

20 dagenhechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 13 oktober 2014 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat voor zover dit bedrag door een of meer mededaders is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de staat te betalen.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M.W. Nobis, voorzitter, mr. J.H. Klifman en

mr. C.C.W.M. Aretz, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J.M. Penders, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 21 december 2018.

Buiten staat

Mr. C.C.W.M. Aretz is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 21 september 2014 tot en met 7 november 2014 te [woonplaats 1] en/of [woonplaats 2] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen

en/of door een samenweefsel van verdichtsels, na te noemen perso(o)n(en) heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid ten aanzien van na te noemen perso(o)n(en) zich voorgedaan als bonafide verkoper van een huisdier, te weten een hond en/of kat, welk huisdier was voorzien van entingen en/of chip en/of stamboom en/of bijbehorend Nederlands en/of Europees dierenpaspoort met gezondheidsverklaring van een dierenarts waardoor na te noemen persoon te weten

[slachtoffer 1] te [woonplaats 3] en/of

[slachtoffer 7] te [woonplaats 1] en/of

[slachtoffer 2] te [woonplaats 1] en/of

[slachtoffer 3] te [woonplaats 1] en/of

[slachtoffer 4] te [woonplaats 4] en/of

[slachtoffer 5] te [woonplaats 4] en/of

[slachtoffer 8] te [woonplaats 5] en/of

[slachtoffer 6] te [woonplaats 6]

(telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2.

hij in of omstreeks de periode van 21 september 2014 tot en met 7 november 2014 te [woonplaats 1] en/of [woonplaats 2] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (een) geschrift(en), te weten (een) dierenpaspoort(en) die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst, door in voornoemd geschrift(en) een andere dan de werkelijke leeftijd van het in dat/die geschrift(en) genoemd dier op te nemen en/of door in voornoemd geschrift(en) op te nemen dat het dier was gevaccineerd door DAP [naam dierenartspraktijk] te [plaats] met het oogmerk om deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

3.

hij in of omstreeks de periode van 21 september 2014 tot en met 7 november 2014 te [woonplaats 1] en/of [woonplaats 2] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen althans eenmaal, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander heeft gebruikt met het oogmerk om de identiteit van die ander te verhelen of misbruiken, waardoor uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan, hierin bestaande dat hij en/of zijn mededader(s) naam en/of adresgegevens en/of telefoonnummer en/of e-mailadres van dierenartspraktijk [naam dierenartspraktijk] te [plaats] heeft/hebben gebruikt, door voornoemde persoonsgegevens op te nemen in (een) dierenpaspoort(en) welke werd(en) gebruikt bij het ten verkoop aanbieden/verkopen van (een) huisdier(en).

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, District Parkstad-Limburg, Basisteam Kerkrade, proces-verbaalnummer PL2300-2014139471, gesloten d.d. 4 november 2015, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 497.

2 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 16 oktober 2014, doorgenummerde dossierpagina’s 17 tot en met 25.

3 Proces-verbaal van (aanvullend) verhoor van aangeefster [slachtoffer 1] d.d. 25 augustus 2017, niet doorgenummerd.

4 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] d.d. 8 november 2014, doorgenummerde dossierpagina’s 67 tot en met 69.

5 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] d.d. 11 november 2014, doorgenummerde dossierpagina’s 73 tot en met 92.

6 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] d.d. 11 november 2014, doorgenummerde dossierpagina’s 93 tot en met 94.

7 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] d.d. 11 november 2014, doorgenummerde dossierpagina’s 95 tot en met 96.

8 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 8] d.d. 8 januari 2015, doorgenummerde dossierpagina’s 99 tot en met 131.

9 Proces-verbaal van (aanvullend) verhoor van aangever [slachtoffer 8] d.d. 25 augustus 2017, niet doorgenummerd.

10 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 6] d.d. 9 januari 2015, doorgenummerde dossierpagina’s 135 tot en met 153.

11 Proces-verbaal van aangifte van [naam dierenarts] d.d. 8 november 2014, doorgenummerde dossierpagina’s 51 tot en met 54 en 58 en 59.

12 Proces-verbaal van verhoor van de verdachte [verdachte] d.d. 7 november 2014, doorgenummerde dossierpagina’s 347 tot en met 351.

13 Proces-verbaal van verhoor van de verdachte [verdachte] d.d. 8 november 2014, doorgenummerde dossierpagina’s 352 tot en met 355.

14 Proces-verbaal van verhoor van de verdachte [verdachte] d.d. 9 november 2014, doorgenummerde dossierpagina’s 356 tot en met 357.

15 Proces-verbaal van verhoor van de medeverdachte [medeverdachte 1] d.d. 9 november 2014, doorgenummerde dossierpagina’s 390 tot en met 394.

16 Proces-verbaal van verhoor van de medeverdachte [medeverdachte 2] d.d. 21 november 2014, doorgenummerde dossierpagina’s 399 tot en met 404.