Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:12411

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
11-12-2018
Datum publicatie
07-01-2019
Zaaknummer
C/03/17/434 R
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek bewindvoerder tot tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling op grond van art. 350 lid 3 sub c Fw. Rechtbank verlengt schuldsanering voor de duur van twee jaar, vanwege het in onvoldoende mate voldoen aan de informatieplicht en het laten ontstaan van een boedelachterstand.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht afwijzing voordracht

Toezicht / insolventies

insolventienummer: C/03/17/434 R

uitspraak: 11 december 2018

Bij vonnis van deze rechtbank van 11 juli 2017 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van

[saniet] ,

geboren op [geboortegegevens saniet] ,

wonende: [adresgegevens saniet] ,

hierna: saniet.

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1.

De bewindvoerder heeft op 23 oktober 2018 een verzoek ingediend tot tussentijdse beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling zonder de zogenaamde schone lei.

1.2.

Op 27 november 2018 is een verweerschrift ingediend.

1.3.

Ter zitting van 29 november 2018 zijn verschenen:

  • -

    [saniet] , saniet,

  • -

    dhr. mr. K.A.M.J. Horsch, advocaat,

  • -

    [bewindvoerder] , bewindvoerder.

2 De beoordeling

2.1.

De rechtbank dient, gelet op het bepaalde in artikel 350 lid 3, aanhef en sub c, Faillissementswet (Fw), te beoordelen of schuldenaar één of meer van zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren nakomt of door zijn doen of nalaten de uitvoering van de schuldsaneringsregeling anderszins belemmert dan wel frustreert.

2.2.

De saniet is op de hoogte van de regels zoals die gelden in de schuldsaneringsregeling. Hij heeft namelijk bij de toelating ertoe een formulier met de regels daarvan

ondertekend. Van hem wordt, gelet op artikel 327 juncto artikel 105 Faillissementswet, verwacht dat hij niet alleen alle inlichtingen verschaft die door de bewindvoerder/rechter-commissaris worden gevraagd, maar ook die inlichtingen waarvan hij weet of behoort te weten dat zij van belang zijn voor een doeltreffende uitvoering van de schuldsaneringsregeling. Deze informatieverplichting is door saniet in onvoldoende mate nagekomen.

2.3.

Ter zitting verklaarde saniet dat hij autistisch is en daardoor denkt in beelden. Door het beelddenken gaat ook veel nieuwe informatie langs hem heen, waardoor saniet met name bij aanvang van de schuldsaneringstraject niet wist wat er van hem werd verwacht. Daarnaast verklaarde saniet hoogbegaafd te zijn. Momenteel is saniet ziek gemeld en in behandeling voor zijn aandoeningen. Met het UWV bekijkt saniet momenteel de mogelijkheden om zich te laten omscholen naar een baan die beter aansluit bij zijn autisme.

2.4.

Voorts is de rechtbank gebleken dat de saniet een boedelachterstand heeft van € 6.886,-. De achterstand is hoofdzakelijk ontstaan doordat saniet de eerste negen maanden van de sanering niet regulier heeft afgedragen aan de boedel. In verband met het niet nakomen van de informatieplicht en de forse boedelachterstand is er op 7 februari 2018 namens de rechter-commissaris een waarschuwingsbrief verstuurd, waarin wordt vermeld dat saniet om de boedelachterstand in te lopen hij naast de reguliere afdrachten maandelijks een extra bedrag dient te storten om de achterstand in te lopen.

2.5.

Ter zitting verklaart de bewindvoerder dat momenteel het reguliere bedrag niet wordt afgedragen aan de boedel. Saniet verklaarde ter zitting dat hij twee maanden niet regulier heeft afgedragen omdat hij een rekening van de tandarts diende te voldoen. Dit wordt ter zitting door de advocaat beaamt. De advocaat doet - zakelijk weergegeven - primair een voorstel tot een eerste verlengingsperiode van negen maanden, waarbij de volledige verplichtingen van de schuldsanering van kracht blijven en subsidiair een tweede verlenging van (maximaal) 15 maanden waarin op saniet enkel de verplichting rust het bedrag van € 6.886,- in te lopen vermeerderd met het maandelijks verschuldigde bewindvoerderssalaris.

2.6.

De bewindvoerder heeft ter zitting verklaard te verwachten dat saniet bij een verlenging van de looptijd deze tekortkomingen alsnog kan wegnemen. De bewindvoerder stelt hierbij wel voorop dat het inlopen van de boedelachterstand, bij een verlenging van de termijn een hele kluif zal worden en saniet zich ervan bewust moet zijn dat hij consequent extra dient af te dragen aan de boedel.

2.7.

De rechtbank is van oordeel dat saniet, gelet op het vorenstaande, nog een kans dient te krijgen. Saniet heeft ter zitting verklaard dat de verplichtingen in het kader van de schuldsanering hem volkomen duidelijk zijn en hij weet wat er van hem wordt verwacht. Er heeft inmiddels een tweede huisbezoek plaatsgevonden en zijn vriendin zal hem ook behulpzaam zijn bij het doorlopen van het schuldsaneringstraject. De rechtbank geeft de saniet een laatste kans om aan de verplichtingen te voldoen en zal het verzoek om de schuldsanering tussentijds te beëindigen afwijzen. De schuldsanering zal, ingevolge in artikel 349a Fw, worden verlengd voor een termijn van twee jaar, waarbij alle verplichtingen zoals die gelden in de schuldsaneringsregeling van toepassing blijven. De rechtbank verlengt met een termijn van twee jaar om saniet voldoende tijd te bieden de forse boedelachterstand weg te werken. Voor het verlenen van een schone lei is immers noodzakelijk dat er geen boedelachterstand meer is. Zij merkt op dat saniet zich tijdens de resterende looptijd stipt dient te houden aan de verplichtingen voortvloeiende uit de schuldsaneringsregeling. De rechtbank heeft, zoals ook tijdens de zitting besproken, geen kennis genomen van omstandigheden die rechtvaardigen dat van deze verplichtingen dient te worden afgeweken. Indien blijkt dat saniet zich niet aan alle verplichtingen houdt, dan lijkt een beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder de zogenaamde schone lei onafwendbaar.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

bepaalt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt voortgezet;

3.2.

wijzigt de termijn van de toepassing van de schuldsaneringsregeling, en stelt deze vast op vijf jaar, derhalve tot maximaal 11 juli 2022;

3.3.

bepaalt dat gedurende de verlengde periode alle regels van de schuldsanering op de saniet van kracht blijven.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.J.H. Hoofs en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 december 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen.