Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:1218

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
05-02-2018
Datum publicatie
07-02-2018
Zaaknummer
6540277 \ CV EXPL 17-9772
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2018:2936, Overig
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Huurder bedrijfspand verbouwt zonder toestemming van verhuurder gedeelte van binnenkant van het pand, dusdanige ernstige tekortkoming dat in kort geding ontruiming wordt toegestaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RVR 2018/29
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 6540277 \ CV EXPL 17-9772

Vonnis in kort geding van de kantonrechter van 5 februari 2018

in de zaak van:

[eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] ,

wonend [adres eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] ,

[woonplaats eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] ,

eisende partij in conventie, verweerder in reconventie,

gemachtigde mr. J.B.Th. van 't Grunewold,

tegen:

1 [gedaagde partij sub 1 in conventie, eisende partij in reconventie] ,

wonend [adres gedaagde partij sub 1 in conventie, eisende partij in reconventie 1] ,

[woonplaats gedaagde partij sub 1 in conventie, eisende partij in reconventie]

2. [gedaagde partij sub 2 in conventie, eisende partij in reconventie],
wonend [adres gedaagde partij sub 2 in conventie, eisende partij in reconventie 2] ,
[woonplaats gedaagde partij sub 2 in conventie, eisende partij in reconventie] ,

gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,

gemachtigde mr. G. Tajjiou.

Partijen worden hierna [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] en [gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie] (meervoud) genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de akte in het geding brengen van stukken en conclusie van antwoord tevens voorwaardelijke eis in reconventie

  • -

    een nadere productie zijdens [gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie]

- de op 22 januari 2018 gehouden mondelinge behandeling, die is aangevangen in het gerechtsgebouw en als descente is voortgezet in het gehuurde

- de door [gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie] overgelegde pleitnota.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 10 april 2002 heeft [A] , de in 2015 overleden echtgenoot van [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] , met [gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie] een huurovereenkomst gesloten met betrekking tot de bedrijfsruimte met onzelfstandige bovenwoning, gelegen aan de [adres gedaagde partij sub 2 in conventie, eisende partij in reconventie 2] te [woonplaats gedaagde partij sub 2 in conventie, eisende partij in reconventie] . [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] treedt thans op als verhuurster, doch wordt in de praktijk daarbij vertegenwoordigd door haar dochter [dochter] en zoon [zoon] . In het gehuurde exploiteren [gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie] een wokrestaurant.

2.2.

Artikel 1.2 van de huurovereenkomst bepaalt:

Het gehuurde mag uitsluitend worden gebruikt als horecabedrijfsruimte”.

2.3.

Artikel 1.3 meldt: “Het is de huurder niet toegestaan zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van verhuurder een andere bestemming van het gehuurde te geven dan omschreven in 1.2”.

2.4.

Artikel 4.3 van de huurovereenkomst bepaalt dat de huurprijs voor het eerst per april 2004 en zo vervolgens jaarlijks op 1 april aangepast wordt, overeenkomstig de regeling zoals vervat in artikel 4.1 van de algemene bepalingen (indexregeling), met inachtneming van het onder 4.3 tot en met 4.6 van de algemene bepalingen gestelde.

2.5.

Artikel 4.5. bepaalt dat de huurprijs bij vooruitbetaling verschuldigd is.

2.6.

Op de huurovereenkomst zijn de algemene bepalingen huurovereenkomst winkelruimte van toepassing.

2.7.

In artikel 2.12.1 van die algemene bepalingen is vastgelegd: “het is de huurder niet toegestaan

a. in, op, aan of in de directe omgeving van het gehuurde milieugevaarlijke zaken te hebben, waaronder stankverspreidende, brandgevaarlijke of ontplofbare (..)”.

2.8.

Artikel 2.12.2 van die algemene bepalingen bepaalt dat het huurder niet is toegestaan “zonder voorafgaande toestemming van verhuurder:

a. in, op of aan het gehuurde wijzigingen of voorzieningen aan te brengen, waaronder mede wordt verstaan het maken van gaten in de gevels;

2.9.

Artikel 9.2.3. van die algemene bepalingen meldt:

voor rekening van huurder komt voorts de zorg voor het schoonmaken en schoonhouden van het gehuurde, zowel in- als uitwendig, (..)”.

2.10.

Artikel 9.2.4. geeft aan dat voor rekening van huurder komt “de zorg voor het legen van vetvangputten, het schoonmaken en ontstoppen van putten, goten en alle afvoeren, rioleringen van het gehuurde tot aan de gemeentelijke hoofdriolering (..)”.

2.11.

Bij aanvang van de huurovereenkomst bedroeg de huurprijs € 1.500,00 per maand, te vermeerderen met btw. Met toepassing van de indexering bedraagt de huurprijs per 1 april 2017 € 2.139,98.

2.12.

Tot en met maart 2013 hebben [gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie] altijd de indexering betaald. Vanaf april 2013 betalen [gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie] geen (verdere) indexeringen meer. Sindsdien betalen zij een bedrag € 2.068,27 per maand.

2.13.

[gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie] betalen de huurpenningen structureel niet voor of op de eerste van iedere maand, maar steeds te laat.

2.14.

In 2008 is het gehuurde uitgebreid verbouwd en vergroot. De ruwbouw is bekostigd door [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] . De verbouwing aan de binnenzijde is uitgevoerd in opdracht en voor rekening van [gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie] ; de kosten daarvan hebben € 120.000,00 bedragen.

2.15.

In het voorjaar van 2017 heeft [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] [gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie] in kort geding gedagvaard vanwege - kort samengevat - het niet betalen van de overeengekomen huurverhogingen, het onbetaald laten van indexeringen, het structureel te laat betalen van de huur alsmede het zonder toestemming gedeeltelijk onderverhuren van het gehuurde (kamerverhuur). Bij vonnis van deze kantonrechter d.d. 4 mei 2017 (zaaknr 5757125 / CV EXPL 17-2006) zijn [gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie] veroordeeld deze kamerverhuur te beëindigen. De gevorderde ontruiming van het volledige gehuurde, is afgewezen.

2.16.

In verband met een door [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] gedaan verzoek tot nadere huurprijsvaststelling, waartegen [gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie] verweer hebben gevoerd, heeft de kantonrechter bij beschikking van 6 september 2017 (zaaknr 6077383 / OV VERZ 17-34) mr. G.J.J. Nijsten tot deskundige in de zin van artikel 7:304 lid 2 BW benoemd.

2.17.

[gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie] hebben verbouwingswerkzaamheden in het gehuurde laten verrichten. Bij brief van 31 oktober 2017 heeft [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] [gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie] gesommeerd de aangebrachte veranderingen en/of toevoegingen in het pand binnen vier weken ongedaan te maken en het pand terug te brengen in de oorspronkelijke staat. In verband met de onderhavige procedure ligt de verbouwing op dit moment stil.

3 Het geschil

3.1.

[eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] vordert – samengevat – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie] te veroordelen om de bedrijfsruimte met onzelfstandige bovenwoning aan de [adres gedaagde partij sub 2 in conventie, eisende partij in reconventie 2] te [woonplaats gedaagde partij sub 2 in conventie, eisende partij in reconventie] binnen twee dagen na betekening van dit vonnis dan wel een ander termijn te ontruimen en met afgifte van de sleutels in lege en behoorlijke staat ter vrije beschikking te stellen aan [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] en deze ruimte verlaten en ontruimd te houden, met machtiging aan [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] om bij gebreke van volledige voldoening hieraan, dit zelf te bewerkstelligen met behulp van de sterke arm van politie en justitie op kosten van [gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie] ,

alsmede hoofdelijke veroordeling [gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie] tot betaling van de kosten van deze procedure, inclusief de nakosten, waaronder de eventueel te maken ontruimingskosten.

3.2.

[gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie] voeren verweer en hebben voorwaardelijk in reconventie een bedrag van € 25.000,00 gevorderd althans een ander in goede justitie te bepalen bedrag.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter is van oordeel dat [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] voldoende spoedeisend belang bij het gevorderde heeft.

4.2.

[eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] heeft haar vordering in een kort geding procedure aan de kantonrechter voorgelegd. In een dergelijke procedure moet aan de hand van de door partijen gepresenteerde feiten, zonder nader onderzoek, beoordeeld worden of de vorderingen van partijen in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopen daarop (door toewijzing van het in kort geding gevorderde) reeds nu gerechtvaardigd is. Met andere woorden: ontruiming van het gehuurde kan in een kort geding procedure alleen toegewezen worden indien thans uit de voorliggende stukken en hetgeen ter mondelinge behandeling is aangevoerd, volstrekt helder blijkt dat de kantonrechter in de bodemprocedure met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid tot de conclusie zal komen dat de huurovereenkomst ontbonden dient te worden. Daartoe zal die kantonrechter overgaan als, rekening houdend met alle omstandigheden, de tekortkoming voldoende ernstig is om de ontbinding met haar gevolgen te rechtvaardigen. Bij de beoordeling of een tekortkoming voldoende is om ontbinding van de huurovereenkomst te rechtvaardigen, dient het gewicht van de tekortkoming te worden afgezet tegen het belang van de huurder en geconcludeerd te worden dat dat belang ondergeschikt is aan de ernst van de tekortkoming.

4.3.

[eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] vordert ontruiming van het gehuurde stellende dat [gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie] tekortgeschoten zijn in de nakoming van de verplichtingen als huurders. Er is sprake van diverse tekortkomingen:

a. a) het voortdurend te laat betalen van de verschuldigde huurpenningen,

b) het niet voldoen van de indexeringen,

c) het op het terrein van het gehuurde opslaan van chemicaliën waardoor bodem- en andere milieuverontreiniging optreedt c.q. kan optreden, de opslag van allerhande materialen op het terrein waardoor het aanzien van het gehuurde kan worden geschaad en het niet of onvoldoende plegen van onderhoud aan de vetinstallaties van het gehuurde alsmede

d) het zonder voorafgaande toestemming van [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] overgaan tot het uitvoeren van rigoureuze wijziging van de inrichting en gedaante van het gehuurde. Deze wijzigingen zijn niet dusdanig dat deze aan het einde van de huur zonder noemenswaardige kosten ongedaan kunnen worden gemaakt en verwijderd.

4.3.1.

Met betrekking tot deze laatste grond – d) het aanbrengen van rigoureuze wijzigingen in en aan het gehuurde - heeft [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] gesteld dat er in het gehuurde op de begane grond op initiatief van [gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie] verbouwd wordt in die zin dat in de zaal die bij het restaurant hoort alsmede in een substantieel gedeelte van het oorspronkelijke restaurant een constructie van vier kamers en een verbindingsgang wordt c.q. is gecreëerd. Er zijn veranderingen aan de cv-installatie aangebracht en de elektriciteitsvoorziening is gewijzigd. Waarschijnlijk zullen er ook douche-faciliteiten gecreëerd worden c.q. zijn.

4.3.2.

[gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie] geven aan dat zij, omdat het verdienmodel van het door hen geëxploiteerde wokrestaurant onder druk staat, het restaurant willen moderniseren en hun omzet willen verhogen met “kort verhuur” van kamers door middel van air BnB of Bed and Breakfast. Daartoe zijn cosmetische aanpassingen in het gehuurde nodig. De werkzaamheden die plaats vinden houden geen aanpassingen van het gehuurde of inrichting daarvan in doch betreffen kleine aanpassingen: het plaatsen van tussenschotten van gips (en isolatiemateriaal) die makkelijk verwijderd kunnen worden en het aanleggen van een tweede toilet dat noodzakelijk is omdat het andere toilet niet goed functioneert vanwege stankoverlast door beschimmeling. Ook zal de binnenkant van het gehuurde geschilderd worden. [gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie] wensten dit alles met [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] te bespreken doch zij staat dat niet toe.

4.3.3.

De kantonrechter overweegt als volgt. Zowel in artikel 7:215 BW als in het hierboven (onder 2.8.) aangehaalde artikel 2.12.2. van de algemene bepalingen ligt vast dat de huurder zonder schriftelijke toestemming van de verhuurder niet bevoegd is wijzigingen aan te brengen aan het gehuurde tenzij het gaat om veranderingen en toevoegingen die bij het einde van de huur zonder noemenswaardige kosten worden ongedaan gemaakt en verwijderd kunnen worden.

Omdat partijen van mening verschillen over de inhoud en wijze van de verbouwing die thans in het gehuurde plaatsvindt, heeft de kantonrechter zich naar het gehuurde begeven en, in bijzijn van de griffier, beide partijen en hun gemachtigden het gehuurde in aanschouw genomen. De kantonrechter heeft geconstateerd dat in het gehuurde op de begane grond in het restaurantgedeelte vier kamers zijn gecreëerd, waarvan de wanden bestaan uit gipsplaten, vastgezet door middel van profielen. Iedere kamer is voorzien van verwarming en een badkamer met daarin een douche, wasbak en toilet. Voor het realiseren daarvan kan het niet anders zijn dan dat er aanpassingen gedaan zijn in en aan de centrale verwarmings- en elektriciteitsinstallatie en er nieuwe aansluitingen nodig zijn geweest op het rioleringsstelsel van het gehuurde. Gebleken is daarbij ook dat de oorspronkelijke vloer is aangepast. [gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie] hebben verklaard dat zij voor de financiering van deze verbouwing een lening hebben afgesloten bij de Rabobank van € 25.000,00.

Gelet op hetgeen ter plaatse is geconstateerd en het daarmee gemoeide bedrag, is er naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake van veranderingen aan het gehuurde die zonder noemenswaardige kosten ongedaan gemaakt kunnen worden. Met andere woorden: de veranderingen zijn van een zodanige omvang dat [gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie] hiervoor vooraf toestemming hadden moeten vragen aan [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] . Niet gebleken is van een dergelijke toestemming, laat staan van het vragen daarom. Een en ander ondanks eerdere “waarschuwing” bij vonnis in kort geding van 4 mei 2017. Dat zoals [gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie] hebben gesteld, de gemeente tegen deze wijziging c.q. verandering geen bezwaar heeft - daartoe is een brief van de gemeente Roermond d.d. 3 augustus 2016 overgelegd - maakt dat niet anders. Het niet hoeven aanvragen van gemeentelijke vergunningen doet niet af aan de (toestemmings-)verplichtingen die een huurder heeft ten opzichte van de verhuurder.

[gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie] hebben verder aangegeven dat de verbouwing uitgevoerd wordt door gecertificeerde bedrijven. Ook dat maakt niet dat dan vooraf geen toestemming van de verhuurder nodig is. [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] als verhuurder ziet zich immers geconfronteerd met een verzekeringsrisico van het verhuurde en met, naar het oordeel van de kantonrechter, terechte vragen c.q. zorgen op het gebied van bouw-, brand- en veiligheidswetgeving die van toepassing is op een pand met horecabestemming.

Gelet op het bovenstaande, is de kantonrechter van oordeel dat sprake is van een dusdanige ernstige tekortkoming, waarvan in een bodemprocedure met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijk geoordeeld zal worden dat dit tot ontbinding van de huurovereenkomst moet leiden. De kantonrechter zal dan ook de gevorderde ontruiming thans toestaan. Beoordeling van de andere (in 4.3. genoemde) tekortkomingen kan dan ook achterwege blijven.

4.4.

De gevorderde ontruimingstermijn van twee dagen na betekening van dit vonnis acht de kantonrechter onredelijk kort. Rekening houdende met het feit dat dit een horecapand is waarin een bedrijf actief is, oordeelt de kantonrechter een ontruimingstermijn van vier weken redelijk.

4.5.

[eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] behoeft geen machtiging van de kantonrechter om het toe te wijzen bevel tot ontruiming zo nodig af te dwingen. De in de wet aan de deurwaarder verleende bevoegdheden tot reële executie (artikelen 555 e.v. Rv in verbinding met artikel 444 Rv) worden toereikend geacht, zodat [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] bij een afzonderlijke machtiging geen belang heeft. De daartoe strekkende vordering zal dan ook worden afgewezen.

4.6.

[gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie] hebben voorwaardelijk in reconventie een voorschot op de schade gevorderd. Zij stellen daartoe dat zij schade lijden doordat (a) [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] tekortschiet in nakoming van de overeenkomst en (b) [gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie] recht hebben op betaling van de kosten van de eerste en latere verbouwing uit hoofde van ongerechtvaardigde verrijking

ex art. 7:216 lid 3 BW.

[eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] heeft een en ander betwist.

4.6.1.

De kantonrechter stelt vast dat met de onder a genoemde tekortkoming [gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie] kennelijk doelen op het feit dat het gehuurde al een tijdje gebreken vertoont doordat er sprake is van vochtproblemen en een defecte pomp.

Voor toewijzing van een dergelijke vordering in geld in een kort geding procedure dient allereerst vast te staan dat daadwerkelijk schade is geleden. [gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie] hebben weliswaar foto’s in het geding gebracht van vochtplekken en schimmel, doch gesteld noch gebleken is welke schade dat concreet voor hen met zich brengt. Gesteld noch gebleken is verder dat zij als huurders [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] daarover hebben aangesproken c.q. geschreven.

Wat de (defecte) pomp betreft geldt allereerst dat thans niet gebleken is dat er sprake is van een defect. Zijdens [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] is aangegeven dat het slechte functioneren van deze pomp veroorzaakt is door geen of slecht onderhoud van de vetput door [gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie] , welke onderhoudsplicht voortvloeit uit de huurovereenkomst (zie 2.9. en 2.10.). Nu het bestaan van het defect én de oorzaak en daarmee de aansprakelijkheid voor eventuele schade, niet vast staat, kan een voorschot daarop in kort geding niet aan de orde zijn.

4.6.2.

Met betrekking tot de onder b genoemde schadevergoedingsgrond geldt naar het oordeel van de kantonrechter hetzelfde: de tweede verbouwing is niet met toestemming van [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] gedaan, zodat het bepaalde in artikel 7:216 lid 3 BW geen rechtsgrond biedt voor deze vordering. Met betrekking tot de eerste verbouwing (zie hierboven onder 2.14.) geldt dat niet gebleken is dat er toen of naderhand tussen [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] en [gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie] afspraken zijn gemaakt over een vergoeding van de door [gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie] gemaakte kosten van

€ 120.000,00 aan het gehuurde, welke afspraken [gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie] thans zouden kunnen baten. Dat [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] met de toen door [gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie] gedane investeringen thans ongeveer 10 jaar later, anderszins ongerechtvaardigd verrijkt is, is ook niet door [gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie] onderbouwd, welke onderbouwing noodzakelijk is om daar in kort geding een voorschot op te kunnen toekennen.

4.6.3.

De in voorwaardelijke reconventie ingestelde vordering dient dan ook te worden afgewezen.

4.7.

[gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie] zullen, als de in het ongelijk gestelde partij, (zoals gevorderd hoofdelijk) worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] worden begroot op:

  • -

    dagvaarding € 101,81

  • -

    griffierecht 78,00

  • -

    salaris gemachtigde 600,00

totaal € 779,81.

De gevorderde nakosten zullen worden toegewezen overeenkomstig de richtlijnen van het LOVCK&T en worden begroot op een half salarispunt conform het liquidatietarief proceskosten met een maximum van € 100,00 aan nakosten salaris.

De op voorhand gevorderde ontruimingskosten zullen worden afgewezen nu deze kosten niet vallen onder de kosten ex artikel 237 lid 3 Rv. en zij zich zonder nadere toelichting, niet lenen voor voorwaardelijke begroting.

4.8.

Nu daartegen geen verweer is gevoerd zal de kantonrechter zoals gevorderd, dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5 De beslissing

De kantonrechter in kort geding.

5.1.

veroordeelt [gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie] om, binnen vier weken na betekening van dit vonnis, het pand staande en gelegen aan de [adres gedaagde partij sub 2 in conventie, eisende partij in reconventie 2] te [woonplaats gedaagde partij sub 2 in conventie, eisende partij in reconventie] met personen en zaken te ontruimen en te verlaten, en verlaten en ontruimd te houden, en onder afgifte van de sleutels aan [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] ter vrije beschikking te stellen,

5.2.

veroordeelt [gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie] hoofdelijk des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd in de kosten van deze procedure aan de zijde van [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] gevallen, welke kosten tot heden worden begroot op een bedrag van € 779,81,

5.3.

veroordeelt [gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie] hoofdelijk des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd onder de voorwaarde dat deze niet binnen twee weken na aanschrijving door [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] volledig aan dit vonnis voldoen, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 100,00,

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.M.P. Brouns en in het openbaar uitgesproken.

type: mjp

coll: