Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:1202

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
07-02-2018
Datum publicatie
08-02-2018
Zaaknummer
6445854 cv expl 17-8670
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Niet goed functionerende wifi-installatie. Wanprestatie en geld terug

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 6445854 \ CV EXPL 17-8670

Vonnis van de kantonrechter van 7 februari 2018

in de zaak van:

1 [eisende partij sub 1] ,
wonend te [woonplaats eisende partijen] ,

2. [eisende partij sub 2],
wonend te [woonplaats eisende partijen] ,

eisende partij,

gemachtigde ARAG SE,

tegen:

[gedaagde partij] , h.o.d.n. [X],

wonende te [woonplaats gedaagde partij] , [adres gedaagde partij] ,

gedaagde partij,

in rechte verschenen.

Partijen worden hierna [eisende partijen] (mannelijk meervoud) en [gedaagde partij] genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    het vonnis d.d. 8 november 2017 waarbij een gerechtelijke plaatsopneming en bezichtiging van het woonhuis/praktijk aan de [adres] te [plaats] is bevolen

  • -

    de op 11 januari 2018 aldaar plaatsgevonden hebbende gerechtelijke plaatsopneming en bezichtiging. [eisende partijen] zijn daarbij verschenen samen met hun gemachtigde, [gedaagde partij] is niet verschenen. [gedaagde partij] heeft telefonisch aangegeven “wat later te zijn”. De kantonrechter had toen al de descente beëindigd.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 4 november 2016 heeft [gedaagde partij] aan [eisende partijen] een offerte uitgebracht voor het uitbreiden van de wifi-installatie en het installeren van camera’s in en aan hun huis en praktijkruimte. Hierin is ook begrepen het leveren van een Netwerk Video Recorder.

Het geoffreerde bedrag van € 2.667,00 is door [eisende partijen] goedgekeurd en gedeeltelijk aanbetaald.

2.2.

Op 21 november 2016 en 1 december 2016 heeft [gedaagde partij] de werkzaamheden uitgevoerd.

2.3.

Op 8 december 2016 hebben [eisende partijen] het restant voldaan.

2.4.

Diezelfde dag hebben [eisende partijen] per e-mail aan [gedaagde partij] gemeld dat de wifi instabiel is, dat de camera’s uitvallen, vragen gesteld over instellingen en de NVR alsmede hulp en herstel verzocht.

2.5.

Vervolgens zijn er tussen [eisende partijen] en [gedaagde partij] diverse e-mails gewisseld.

2.6.

Bij e-mail van 9 januari 2017 heeft [eisende partijen] [gedaagde partij] verzocht om uiterlijk 12 januari 2017 de geleverde installatie op deugdelijke wijze in orde te brengen.

2.7.

Bij e-mail van 27 februari 2017 van de gemachtigde van [eisende partijen] is [gedaagde partij] de gelegenheid geboden binnen drie weken de problemen - “de geplaatste wifi acces points zijn ontoereikend en de hierop aangesloten camera’s vallen voortdurend uit. Eén camera functioneert helemaal niet en de geplaatste recorder neemt niets op” - op te lossen.

2.8.

Bij brief van 6 maart 2017 heeft de gemachtigde bericht dat als [gedaagde partij] niet overgaat tot herstel van de gebreken deze door derden zullen worden verricht op kosten van [gedaagde partij] .

2.9.

[gedaagde partij] heeft daarop de niet functionerende camera gereset. Overige werkzaamheden zouden later worden uitgevoerd. Er zou ook een nieuwe harddisk besteld worden.

2.10.

Bij e-mail van 16 mei 2017 hebben [eisende partijen] de overeenkomst ontbonden en [gedaagde partij] twee opties gegeven: (1) omdat de door [gedaagde partij] geleverde 7 camera’s (inmiddels wel) functioneren en op het bestaande wifi-systeem draaien, kunnen deze blijven hangen en betaalt [gedaagde partij] een bedrag van € 892,00 terug alsmede € 50,00 herstelkosten (in verband met gaten in de gevels) danwel (2) al de door [gedaagde partij] geleverde en geplaatste apparatuur gaat naar hem retour en [gedaagde partij] betaalt € 2.782,00 alsmede € 150,00 herstelkosten terug.

2.11.

Bij e-mail van 19 mei 2017 heeft [gedaagde partij] daarop gereageerd en (samengevat) gesteld dat hij onlangs werkzaamheden bij [eisende partijen] heeft verricht, dat toen alles functioneerde en indien een geleverd product niet werkt dat via hem naar de leverancier gezonden kan worden, doch dat dat door [eisende partijen] geweigerd wordt.

2.12.

Bij e-mail van 13 juni 2017 hebben [eisende partijen] (samengevat) aangegeven dat [gedaagde partij] op 12 april een andere harde schijf in de NVR heeft gezet, doch dat deze slechts enkele uren heeft gefunctioneerd. Het wifi-signaal is nog steeds zwak. Dit alles is aan [gedaagde partij] aangegeven en hem is verzocht alles binnen een week in orde te maken, hetgeen hij niet gedaan heeft.

2.13.

Bij e-mail van 13 juni 2017 heeft [gedaagde partij] zich op het standpunt gesteld dat service is uitgevoerd die buiten zijn opdracht viel. [eisende partijen] heeft de instellingen gewijzigd waardoor er problemen zijn.

2.14.

Bij e-mail van 26 september 2017 heeft [eisende partijen] [gedaagde partij] gesommeerd binnen een week de gebreken op te lossen.

2.15.

Op 23 oktober 2017 is de onderhavige dagvaarding uitgebracht.

3 Het geschil

3.1.

[eisende partijen] vorderen – samengevat – primair veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling van € 2.932,00 aan hoofdsom en € 506,02 aan buitengerechtelijke incassokosten, subsidiair betaling van € 942,00 aan hoofdsom en € 170,97 aan buitengerechtelijke incassokosten,

beide te vermeerderen met rente, proces- en nakosten.

3.2.

[gedaagde partij] voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

[eisende partijen] stellen zich op het standpunt dat [gedaagde partij] tekort is geschoten in de nakoming van de tussen hen gesloten overeenkomst die inhield dat [gedaagde partij] camera’s zou plaatsen en de wifi-installatie zou uitbreiden. Zij hebben inmiddels deze overeenkomst ontbonden en aanspraak gemaakt op terugbetaling van het reeds betaalde bedrag alsmede schadevergoeding voor de reparatie van in de muren gemaakte gaten.

4.2.

Ter gelegenheid van de descente hebben [eisende partijen] de primaire vordering (optie 1 uit hun brief d.d. 16 mei 2017 (hierboven onder 2.10) waarbij de camera’s van de muren worden verwijderd, teruggegeven worden aan [gedaagde partij] en deze het gehele bedrag aan [eisende partijen] dient terug te betalen) ingetrokken, zodat enkel de vordering

in verband met de slecht werkende wifi-installatie hoeft te worden beoordeeld.

[eisende partijen] hebben immers verklaard dat de camera’s inmiddels allemaal goed functioneren en verwijdering daarvan - zoals primair verzocht - niet meer aan de orde hoeft te zijn. Zij hebben daarmee in afwijking van de onder 2.9 genoemde buitengerechtelijke ontbinding de overeenkomst partieel ontbonden.

4.3.

Ter descente heeft de kantonrechter het woonhuis van [eisende partijen] alsmede de tuin en achtergelegen gebouwen en parkeerplaats bezocht. Middels een wifi-check op zijn eigen telefoon is de kantonrechter gebleken dat de wifi-installatie niet overal een voldoende wifi-signaal afgeeft. Aangezien de overeenkomst inhield dat er op het gehele terrein van [eisende partijen] een afdoend werkend wifi-signaal zou komen, hetgeen niet is tegengesproken door [gedaagde partij] , dient geoordeeld te worden dat er sprake is van een tekortschieten door [gedaagde partij] .

Aangezien hij in verzuim is komen te verkeren, heeft [eisende partijen] naar het oordeel van de kantonrechter terecht de overeenkomst buitengerechtelijk (al dan niet partieel) ontbonden. Gevolg daarvan is dat de reeds gedane prestaties (plaatsen van de wifi-installatie en betaling daarvan zijnde € 892,00) teniet gedaan moeten worden en [eisende partijen] daarnaast aanspraak heeft op de daarmee samenhangende schade. Nu zij gesteld hebben dat de gaten die ten behoeve van de wifi-installatie aangebracht zijn in de muren hersteld moeten worden en daarmee een bedrag van € 50,00 is gemoeid, hetgeen niet is weersproken door [gedaagde partij] , is die vordering eveneens toewijsbaar.

4.4.

De kantonrechter acht geen termen aanwezig [gedaagde partij] toe te laten tot nadere bewijslevering.

4.5.

Gelet op de onder 2.6 genoemde brief, is [gedaagde partij] in verzuim komen te verkeren op 12 januari 2017, zodat vanaf die datum wettelijke rente verschuldigd is. De vordering terzake zal dan ook worden toegewezen.

4.6.

Uit het dossier blijkt dat er buitengerechtelijke incassowerkzaamheden hebben plaatsgevonden. Nu terzake een bedrag van € 170,97 wordt gevorderd, de verschuldigdheid en de hoogte daarvan niet expliciet is tegengesproken door [gedaagde partij] én het gevorderde overeenkomt met de tarieven van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, zal de kantonrechter dit bedrag toewijzen.

4.7.

[gedaagde partij] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [eisende partijen] worden begroot op:

  • -

    dagvaarding € 110,65

  • -

    griffierecht 223,00

  • -

    salaris gemachtigde 200,00 (2 x tarief € 100,00)

totaal € 533,65.

De gevorderde nakosten zullen worden toegewezen overeenkomstig de richtlijnen van het LOVCK&T en worden begroot op een half salarispunt conform het liquidatietarief proceskosten met een maximum van € 100,00 aan nakosten salaris.

4.8.

De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde partij] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eisende partijen] te betalen een bedrag van € 1.112,97, vermeerderd met de wettelijke rente over € 942,00 vanaf 12 januari 2017 tot aan de voldoening,

5.2.

veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten aan de zijde van [eisende partijen] gevallen en tot op heden begroot op € 533,65,

5.3.

veroordeelt [gedaagde partij] onder de voorwaarde dat deze niet binnen 2 weken na aanschrijving door [eisende partijen] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 50,00 aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving,

te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening tot aan de voldoening,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.M.P. Brouns en in het openbaar uitgesproken.

type: mjp

coll: