Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:11993

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
19-12-2018
Datum publicatie
07-01-2019
Zaaknummer
C/03/257384 / KG ZA 18-628
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Straatverbod en contactverbod.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/257384 / KG ZA 18-628

Vonnis in kort geding van 19 december 2018

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

eiseres,

advocaat mr. A.R. Mes,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

gedaagde,

advocaat mr. F. Oehlen.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties (productie 1A, producties 1 t/m 20 en producties 2A, 3A en 4A),

  • -

    de door [gedaagde] overgelegde producties (producties 1 tot en met 6),

  • -

    de mondelinge behandeling op 6 december 2018, waar [eiseres] met haar gemachtigde en [gedaagde] bij zijn gemachtigde zijn verschenen,

  • -

    de ter zitting ingediende wijziging van eis.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] en [gedaagde] hebben gedurende 15 jaar een affectieve relatie gehad.

2.2.

[eiseres] heeft deze relatie op 17 juli 2017 beëindigd.

2.3.

[eiseres] heeft sinds enige tijd een nieuwe partner, [naam partner] (hierna: [naam partner] ).

2.4.

Aan [gedaagde] is in overleg en in samenwerking met de politie op 14 september 2017 een aanzegging wederrechtelijkheid stalking gezonden.

2.5.

[eiseres] heeft op 12 november 2017 en 21 november 2017 aangifte gedaan van stalking/smaad/vernieling door [gedaagde] .

2.6.

[eiseres] woont (officieel) bij haar moeder in [woonplaats 1] , maar verblijft regelmatig op het adres van haar nieuwe partner [naam partner] . [naam partner] woont sinds februari 2018 aan de [adres 1] te [plaats 1] . [naam partner] woonde daarvoor in de [naam 1] te [plaats 1] .

2.7.

[gedaagde] woont in [woonplaats 2] .

2.8.

[eiseres] werkt bij Bloemisterij [naam bloemisterij] aan de [adres 2] te [plaats 1] . Zij gaat per 1 januari 2019 voor een andere werkgever op het adres [adres 3] te [plaats 2] ( [naam 2] ) werken.

2.9.

[gedaagde] heeft op 12 april 2018 aangifte gedaan van mishandeling door [naam partner] op diezelfde dag.

2.10.

Op 17 mei 2018 is [gedaagde] naar aanleiding van de door [eiseres] gedane aangiftes verhoord door de politie. Van dit verhoor is een proces-verbaal opgemaakt.

2.11.

Aan [gedaagde] is op 17 mei 2018 voor de duur van zes maanden een gedragsaanwijzing opgelegd door de Officier van Justitie, kort samengevat, voor zover van belang, inhoudende dat [gedaagde] zich niet zal ophouden in de [adres 1] te [plaats 1] en de [adres 2] te [plaats 1] , en [gedaagde] zich zal onthouden van contact met [eiseres] , direct noch indirect, op enigerlei wijze.

2.12.

Op 30 mei 2018 hebben partijen in het kader van een door [eiseres] bij deze rechtbank (familiekamer) aangespannen kort geding een schikking getroffen, kort gezegd inhoudende dat de hiervoor weergegeven gedragsaanwijzing tot 17 november 2018 zal gelden, waarvan een proces-verbaal is opgemaakt (productie 20).

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert, na schriftelijk ter zitting ingediende wijziging van eis, waar door de wederpartij geen bezwaar tegen is gemaakt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. [gedaagde] te verbieden gedurende twee jaar, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen termijn, vanaf de dag der betekening van het te wijzen vonnis:

a) een beperkt deel, van het grondgebied van Zuid-Limburg, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen gebied te betreden. [gedaagde] heeft geen rechtens te respecteren belang om te zijn of te verblijven, hieronder begrepen opzichtig langsrijden in een auto, in de omgeving van de woning waar [eiseres] doorgaans verblijft aan de [adres 1] te [plaats 1] , en haar werkadres aan de [adres 2] te [plaats 1] , vanaf 1 januari 2019 [adres 3] in [plaats 2] . Het verbod wordt verzocht voor het gebied in een straal van 200 meter om voormelde adressen.

b) [eiseres] nog langer te benaderen, niet telefonisch, per SMS, per mail, sociale Media zoals Facebook, Twitter of WhatsApp, schriftelijk of fysiek, noch in of bij haar woning, noch op plaatsen in Zuid-Limburg, met name maar niet uitsluitend in de buurt van de woning van [naam partner] aan de [adres 1] te [plaats 1] , haar werkadres aan de [adres 2] te [plaats 1] , vanaf 1 januari 2019 [adres 3] in [plaats 1] , of elders waar hij haar kan verwachten en de route tussen een en ander, met name op de [adres 4] en bij Winkelcentrum [naam winkelcentrum] , of de [adres 5] en de [adres 5] , alle in [plaats 1] . Daaronder valt ook het hinderlijk opwachten, volgen en/of langsrijden met de auto.

c) [eiseres] en haar huidige partner [naam partner] , noch familieleden van [eiseres] bij naam te noemen op sociale media en foto’s van [eiseres] , haar partner en overige familieleden op sociale media te plaatsen,

het locatieverbod onder a en het contactverbod onder b en het uitingsverbod onder c op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,-, althans een in goede justitie te bepalen geldbedrag, voor iedere keer dat [gedaagde] nalatig blijft aan dit verbod te voldoen, tot een maximum van € 15.000,-,

2. [eiseres] te machtigen om bij overtreding door [gedaagde] van het onder 1 gevraagde verbod, verwijdering van [gedaagde] uit het hierboven genoemde gebied dan wel ontzetting van [gedaagde] uit de omgeving van [eiseres] te bewerkstelligen met behulp van de sterke arm van politie en justitie,

3. [gedaagde] te veroordelen tot vergoeding van de immateriële schade ad € 2.500,-, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding.

3.2.

[eiseres] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat zij ernstig in haar persoonlijke levenssfeer wordt aangetast, hetgeen onrechtmatig jegens haar is. [eiseres] heeft zich wel eens afgevraagd of [gedaagde] een tracker op haar auto had geplaatst omdat hij steeds leek te weten waar zij was, maar dat lijkt niet het geval. [gedaagde] duikt wel steeds op plaatsen op waar [eiseres] is. De incidenten vinden (nog steeds) een paar keer per week plaats. [gedaagde] heeft moeite om haar los te laten en heeft hulp (daarbij) nodig. [eiseres] lijdt emotioneel erg onder de (stelselmatige) inbreuk die [gedaagde] maakt op haar levenssfeer. Zij is emotioneel kapot, bang en durft niets meer te ondernemen.

3.3.

[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] ontkent niet dat hij gedurende een periode in het verleden zich bewust in de omgeving van [eiseres] ophield, om te laten zien: ik kom gewoon waar ik wil komen. Dit is echter thans niet meer het geval. Hij ontkent [eiseres] in de afgelopen periode bewust te hebben opgezocht. [plaats 1] is echter klein en er wonen vrienden en familieleden van hem in [plaats 1] en hij gaat er naar de sportschool. [gedaagde] zoekt, begeleid door zijn familie, hulp bij de huisarts. [gedaagde] lijdt er juist onder dat hij overal waar hij komt gefotografeerd wordt door [eiseres] en haar naasten omdat men alles wil aangrijpen om hem te ‘pakken’. Ter staving van zijn standpunt dat elke stap die hij zet wordt gefotografeerd, legt [gedaagde] een verklaring over van een vriend van hem (productie 5). De vrees bestaat bij [gedaagde] dat het opleggen van dwangsommen dit gedrag van (de naasten van) [eiseres] zal versterken. Voor het opleggen van een dwangsom bestaat geen noodzaak, [gedaagde] heeft zich in het verleden ook aan de toen gemaakte afspraken gehouden. Het gebied waar de vordering op ziet is bovendien erg groot.

3.4.

[eiseres] legt ter nadere onderbouwing van haar vorderingen een proces-verbaal van 12 november 2017 over. De aangifte ziet op een veelvoud van incidenten gedurende de periode medio september 2017 tot en met medio november 2017.

In de aangifte valt onder meer te lezen dat [gedaagde] [eiseres] steeds meer ging volgen en haar zelfs op haar werk lastig viel door op het terras tegenover de winkel te gaan zitten. Er wordt in de aangifte melding gemaakt van een veelvoud van data waarop [gedaagde] in één van zijn auto’s langsreed bij (onder meer) het adres van de schoonouders van [eiseres] in [plaats 1] dan wel zich bevond in de omgeving van de woning van [naam partner] , zich ophield in de omgeving van winkels die [eiseres] bezocht, zich ophield in de omgeving van sociale gelegenheden waar zij naartoe ging, zich ophield op de route tussen haar werk en de woning van [naam partner] , haar (hinderlijk) volgde op de (snel)weg, in de omgeving waar [eiseres] zich op dat moment bevond een luid gassend geluid maakte met de auto waarin hij zich bevond.

Ook wordt in de aangifte melding gemaakt van verschillende incidenten waarbij door [gedaagde] berichten op Facebook werden geplaatst waarin [gedaagde] meldde dat [eiseres] een relatie met deze of gene zou hebben of zwanger zou zijn. Voorts wordt melding gemaakt van een incident op 7 november 2017 waarbij [eiseres] een foto van haarzelf op het raam van de frituur aantrof in lingerie, gemaakt ten tijde van haar relatie met [gedaagde] . Dezelfde foto hing eveneens op bij de bloemenwinkel en andere plekken in de straat en de [naam 1] en in een café in [woonplaats 1] . De foto werd door [naam partner] eveneens aangetroffen onder de ruitenwisser van zijn auto.

Door [eiseres] wordt in de aangifte verder melding gemaakt van een aantal incidenten waarbij haar auto dan wel auto’s van bekenden van haar zijn bekrast/besmeurd. Zo is op 19 oktober 2017 de bus van haar werkgeefster bekrast. Op 3 november 2017 is de auto van [naam partner] bekrast. Op 6 november 2017 is de auto van [eiseres] die geparkeerd stond bij de woning van [naam partner] helemaal besmeurd met mayonaise, curry en friet. Op 9 november 2017 is de auto van de vader van [naam partner] bekrast. Op 12 november 2017 bleek de eerder aangebrachte kras op de auto [eiseres] naar de gehele linkerzijde uitgebreid.

3.5.

In het door [eiseres] bijgehouden ‘logboek’ met foto’s (productie 9, productie 11) maakt zij melding van een aantal incidenten in april 2018 waarbij [gedaagde] zich in de omgeving van haar werk ophoudt, zich laat horen door gas te geven, [gedaagde] haar op de route tussen haar werk en de woning van [naam partner] tegemoet komt rijden, haar hinderlijk volgt. Op (één van) de foto’s reageert [gedaagde] (blijkens productie 12) op zijn Facebook pagina met ‘Nou ik ben beroemd zo als je ziet (..) word je bespiet wha wha (..)’.

3.6.

In het proces-verbaal van verhoor van 17 mei 2018 (productie 1 van [gedaagde] ) is door [gedaagde] ten overstaan van de politie naar aanleiding van de vraag ‘De auto’s van de zus en de ouders van de huidige vriend van [eiseres] zijn beschadigd en (..) beklad met verf. Wat kun je hierover verklaren?’ verklaard: ‘Dat is echt niet van mij.’ [gedaagde] heeft vervolgens op de vraag ‘De nacht toen een auto beklad was met verf, was het -5 graden. Dezelfde nacht is op jouw facebook een gesprek tussen jou en iemand anders over de lol die jullie gehad hebben met een potje verf van de Action bij -5 graden. Wat heb je hierover te verklaren?’ verklaard: ‘Ons gesprek ging over een auto wat nog opgeknapt moest worden. Dat betrof een zwarte auto en toen zei [naam 3] , een potje verf van de Action en hij ziet weer top uit.’

3.7.

[eiseres] stelt voorts ter nadere onderbouwing van haar vorderingen dat [gedaagde] op 31 oktober 2018 op zijn Facebook pagina een foto heeft geplaatst met een hamer waarop staat geschreven ‘MS Lul’, waarmee gelet op de gehanteerde afkorting kennelijk [naam partner] wordt bedoeld. Zij legt in dit verband productie 3A over, waar weliswaar geen datum op valt te lezen, maar de gestelde datum, noch het voorval worden door [gedaagde] ontkend.

3.8.

[eiseres] stelt voorts dat er op 17 november 2018 (weer) foto’s door [gedaagde] werden gepubliceerd van exorbitante auto’s met daarop tevens [eiseres] afgebeeld (productie 4A). Deze foto’s, die volgens [eiseres] omstreeks vijf jaar geleden zijn gemaakt, zijn (onder meer) voorzien van de tekst ‘one person ruined my life (..) 666 devil. the haunting season is open’. Deze tekst, waarbij ‘hunting season is open’ op [eiseres] zal worden bedoeld, wordt geplaatst op de datum waarop de in de regeling neergelegde verboden zijn verlopen (zie 2.12). Het plaatsen van deze foto’s met tekst wordt door [gedaagde] niet ontkend.

3.9.

[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] legt ter staving van zijn verweer een proces-verbaal van 12 april 2018 over waaruit blijkt dat door hem aangifte is gedaan van eenvoudige mishandeling door [naam partner] (productie 3 van [gedaagde] ). [naam partner] , die in de zaal (als toehoorder) aanwezig was, heeft niet ontkend dat hij klappen heeft uitgedeeld. Hij merkt in dat verband echter op dat een en ander hem na negen maanden teveel was geworden. Hij zag hoe zijn vriendin eronder leed, maar hij realiseert zich dat hij zich het niet meer kan permitteren om het weer te doen.

4 De beoordeling

Spoedeisend belang

4.1.

Het spoedeisend belang vloeit, wat het onder 1 en 2 gevorderde betreft, voort uit de aard van de vorderingen.

Ontvankelijkheid

4.2.

[eiseres] kan niet in haar vordering onder 1c worden ontvangen, voor zover deze ziet op haar huidige partner en haar familieleden. De vordering is immers alleen door haar ingesteld. [eiseres] heeft er geen eigen belang bij (gesteld) dat [gedaagde] zich onthoudt van contact met haar familieleden en zij zijn ook geen partij in dit geding.

Straat- en contactverbod

4.3.

Voor de beoordeling van de vraag of de gevorderde ingrijpende maatregelen gerechtvaardigd zijn, is vooral van belang wat zich de afgelopen tijd tussen partijen heeft afgespeeld en of het handelen van [gedaagde] in de periode nadat de relatie tussen partijen was verbroken, kan worden aangemerkt als een wederrechtelijke inbreuk op de privésfeer van [eiseres] , die het opleggen van de gevraagde verboden rechtvaardigt.

4.4.

Uit de stellingen van partijen, voor zover die niet worden betwist, volgt naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat sprake is van een stelselmatige, ontoelaatbare inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [eiseres] door [gedaagde] . Deze inbreuk is, mede gelet op de wijze waarop deze de gemoedstoestand van [eiseres] beïnvloedt, zodanig ernstig dat deze een beperking van [gedaagde] in zijn bewegingsvrijheid rechtvaardigt. Gelet op de gedingstukken en het verhandelde ter zitting bestaat er bovendien een reële dreiging van vergelijkbaar toekomstig onrechtmatig handelen.

4.5.

De voorzieningenrechter zal [gedaagde] verbieden om zich te begeven en op te houden in de [adres 1] en de drie straten die tezamen met de [adres 1] een carré vormen rondom de woning van [naam partner] aan de [adres 1] te [plaats 1] . Het belang van [eiseres] op een leefomgeving zonder dreigende aanwezigheid van [gedaagde] weegt zwaarder dan het belang van [gedaagde] om zich juist in het zeer beperkte gebied, waar de woning van de partner van [eiseres] , [naam partner] , zich bevindt, te begeven. Dit geldt eveneens voor de huidige en toekomstige werkplek van [eiseres] . Gesteld noch gebleken is dat er zich in deze beperkte gebieden bestemmingen bevinden, waarvoor geldt dat niet van [gedaagde] kan worden gevergd dat hij zich niet daar mag ophouden. Voor een verdergaande beperking van de bewegingsvrijheid van [gedaagde] , zoals door [eiseres] gevorderd, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding. Een beperking die zich zo ver zou uitstrekken dat [gedaagde] zich niet meer op bepaalde routes zou mogen bevinden, vormt een te grote beperking van de bewegingsvrijheid van [gedaagde] en niet is gebleken dat het belang van [eiseres] hierdoor is gediend. Het door [eiseres] gevorderde straatverbod zal derhalve op de hierna volgende wijze worden toegewezen.

4.6.

Ook het gevorderde contactverbod zal gelet op het voorgaande worden toegewezen, althans wat betreft het telefonisch, per SMS, per mail of anderszins anders dan fysiek benaderen van [eiseres] . Ook wat betreft deze wijze van benaderen weegt het belang en de wens van [eiseres] op een leven met minder spanningen zwaarder dan het belang of de wens van [gedaagde] om zich waar het [eiseres] betreft vrijelijk te kunnen uiten op sociale media dan wel zich richting [eiseres] te uiten. Het contactverbod is voor het overige niet toewijsbaar, omdat het wat het fysiek benaderen betreft, overlapt met hetgeen in het kader van de gevorderde straatverboden zal worden toegewezen.

4.7.

[eiseres] heeft gevorderd haar te machtigen [gedaagde] bij overtreding van de onder 1a tot en met 1c gevorderde verboden met behulp van de sterke arm van politie en justitie te doen verwijderen. De gevorderde machtiging zal, daar waar het verbod ziet op het anders dan fysiek benaderen van [eiseres] , bij gebreke aan onderbouwing van het doel dat deze machtiging in dat verband zou dienen, worden afgewezen (het onder 1b en 1c gevorderde). De gevorderde machtiging zal daar waar het de straatverboden betreft worden toegewezen (het onder 1a gevorderde).

4.8.

De gevorderde straatverboden en het gevorderde contactverbod zullen om redenen van proportionaliteit in duur worden beperkt, als na te melden.

4.9.

De gevorderde dwangsom zal worden beperkt en gemaximeerd als na te melden.

de immateriële schadevergoeding

4.10.

De gevorderde immateriële schadevergoeding ad € 2.500,- zal worden afgewezen, nu gesteld noch gebleken is dat er een spoedeisend belang bestaat bij deze voorziening.

4.11.

[gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:

- dagvaarding € 99,91

- griffierecht 291,00

- salaris advocaat 980,00

Totaal € 1.370,91

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

verklaart [eiseres] niet-ontvankelijk voor zover het onder 1c gevorderde op haar huidige partner [naam partner] en haar familieleden ziet,

5.2.

verbiedt [gedaagde] gedurende 1 jaar vanaf de dag van betekening van dit vonnis, zich op te houden aan de [adres 1] te [plaats 1] , alsmede de [adres 6] , de [adres 7] en de straat genaamd [adres 8] te [plaats 1] , voor zover deze straten tezamen een carré vormen,

5.3.

verbiedt [gedaagde] om zich vanaf de dag van betekening van dit vonnis, tot en met 31 december 2018 binnen een straal van 50 meter in de omgeving van de [adres 2] te [plaats 1] op te houden, en verbiedt [gedaagde] om zich vanaf 1 januari 2019 tot een 1 jaar vanaf de dag van betekening van dit vonnis, op te houden in de winkel ( [naam 2] ) of op het terrein van [adres 3] te [plaats 2] , waaronder begrepen het (uitsluitend) voor [adres 3] bestemde parkeerterrein,

5.4.

verbiedt [gedaagde] gedurende 1 jaar vanaf de dag van betekening van dit vonnis [eiseres] telefonisch, per SMS, per mail, sociale Media zoals Facebook, Twitter of WhatsApp of schriftelijk te benaderen,

5.5.

verbiedt [gedaagde] gedurende 1 jaar vanaf de dag van betekening van dit vonnis [eiseres] bij naam te noemen op sociale media en foto’s van haar op sociale media te plaatsen,

5.6.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] een dwangsom te betalen van € 250,- voor iedere keer dat [gedaagde] één van de verboden onder 5.2 tot en met 5.5. overtreedt, tot een maximum van € 7.500,- is bereikt,

5.7.

machtigt [eiseres] om met behulp van de sterke arm van justitie en politie de tenuitvoerlegging van dit vonnis te bewerkstelligen, indien [gedaagde] in gebreke blijft aan het onder 5.2. en 5.3. van dit vonnis bepaalde te voldoen,

5.8.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 1.370,91,

5.9.

verklaart dit vonnis ten aanzien van de beslissingen onder 5.2 tot en met 5.8 uitvoerbaar bij voorraad,

5.10.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.P. van Unen en in het openbaar uitgesproken door

mr. P. Hoekstra.1

1 type: CB