Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:11360

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
04-12-2018
Datum publicatie
04-12-2018
Zaaknummer
03/700203-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak medeplegen (gekwalificeerde) doodslag en gekwalificeerde diefstal. Niet gebleken van enige betrokkenheid bij overlijden van slachtoffer. Vrijspraak verduistering cocaïne. Niet kan worden vastgesteld dat de verdachte zich de cocaïne wederrechtelijk heeft toegeëigend. Ook onduidelijk in hoeverre wel of niet voor de gebruikte cocaïne is betaald.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/700203-17

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 4 december 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

wonende te [adresgegevens verdachte] .

De verdachte wordt bijgestaan door D. Coskun, advocaat kantoorhoudende te Arnhem.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 15 en 19 november 2018. Op

15 november 2018 is de verdachte met haar raadsman verschenen. Op 19 november 2018 is de raadsman zonder de verdachte ter terechtzitting verschenen. Op 20 november 2018 is het onderzoek ter terechtzitting gesloten en zijn de verdachte en haar raadsman beiden niet ter terechtzitting verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven en na wijziging van de tenlastelegging, op neer dat de verdachte al dan niet samen met anderen [slachtoffer] heeft doodgestoken, bij het plegen van een diefstal van een GSM, een telefoonkaartje en cocaïne (primair), al dan niet samen met anderen [slachtoffer] heeft doodgestoken (subsidiair), of al dan niet samen met anderen een diefstal heeft gepleegd die de dood van [slachtoffer] tot gevolg heeft gehad (meer subsidiair) dan wel cocaïne heeft verduisterd (meest subsidiair).

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte van het onder feit 1 primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde moet worden vrijgesproken. De officier van justitie heeft in dit kader naar voren gebracht dat uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting blijkt dat de verdachte op geen enkele wijze betrokken is geweest bij het overlijden van [slachtoffer] .

De officier van justitie is van oordeel dat het meest subsidiair tenlastegelegde, de verduistering van de gebruikte en nog deels overgebleven cocaïne, wel wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Naar het oordeel van de officier van justitie wist de verdachte dat de door haar gebruikte cocaïne niet zou worden afgerekend. De verdachte had immers zelf niet betaald voor deze cocaïne en heeft in de woning niet alleen meegekregen dat [medeverdachte 1] zijn pinpas had afgegeven, maar heeft daarna ook haar eigen pinpas met pincode afgegeven. Zonder die pinpas terug te hebben gekregen is de verdachte vervolgens uit de woning gevlucht. De verdachte heeft zich op deze manier schuldig gemaakt aan de verduistering van cocaïne.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte van de gehele tenlastelegging moet worden vrijgesproken.

De raadsman heeft ten aanzien van het primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde aangevoerd dat de verdachte vanaf het begin openheid van zaken heeft gegeven, waarbij ze in detail en consistent heeft verklaard. De verdachte kan zich slechts herinneren dat in de woning op enig moment een discussie tussen [slachtoffer] en [medeverdachte 1] is ontstaan. De verdachte heeft vervolgens op verzoek van [medeverdachte 1] de woning verlaten, waarna [slachtoffer] en [medeverdachte 1] in de woning zijn achtergebleven. Zij is dus niet betrokken geweest bij het doodsteken van [slachtoffer] .

De raadsman heeft ten aanzien van het meest subsidiair tenlastegelegde, de verduistering van de cocaïne, aangevoerd dat de verdachte niet de intentie had om niet voor de cocaïne te betalen. [medeverdachte 1] heeft de verdachte die avond meegenomen en hij is degene geweest die de drugs bij [slachtoffer] heeft besteld. De verdachte verkeerde dan ook in de veronderstelling dat [medeverdachte 1] voor deze drugs zou betalen. Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting blijkt voorts dat er die avond twee momenten zijn te onderscheiden waarop er drugs van [slachtoffer] zijn afgenomen en gebruikt. De eerste partij drugs is besteld kort nadat [medeverdachte 1] en de verdachte in de woning waren aangekomen. In de beleving van de verdachte had [medeverdachte 1] het geld voor deze eerste partij drugs op tafel gelegd. Hierna is op enig moment een tweede partij drugs besteld. Volgens de raadsman is het dan ook aannemelijk geworden dat voor de eerste partij drugs wel degelijk is betaald, anders zou [slachtoffer] immers geen tweede partij drugs verstrekken. Wellicht is voor deze tweede partij drugs niet betaald, maar dit kan niet met zekerheid worden vastgesteld. Evenmin kan worden vastgesteld van welke partij drugs de verdachte heeft gebruikt. Dit alles maakt dat verduistering van de cocaïne door de verdachte niet bewezen kan worden verklaard.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

Feiten 1 primair, subsidiair en meer subsidiair

Op dinsdag 30 mei 2017 omstreeks 10.37 uur kregen de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] de opdracht te rijden naar het Koningsplein 52F te Maastricht. De heer [naam vader slachtoffer] probeerde al drie dagen tevergeefs contact te krijgen met zijn zoon genaamd [slachtoffer] (ook wel [slachtoffer] of [slachtoffer] genoemd). De huismeester van het flatgebouw had eerder al geconstateerd dat de ruit van de voordeur van de woning van [slachtoffer] vernield was.

Omstreeks 10.43 uur werd ook door de politiemensen ter plaatse geconstateerd dat het glas van de voordeur vernield was en dat er kleine bloedspatten aan de buitenzijde van de voordeur zaten en grotere bloedvlekken op de ruit aan de binnenzijde. Via het kleine gat in de ruit van de voordeur werd door de verbalisanten gezien dat een man achter de voordeur lag. De verbalisanten hebben vervolgens de woning betreden. Achter de voordeur, op de vloer in de hal van de woning, werd het levenloze lichaam van een man aangetroffen. Hij werd door de politiemensen herkend als zijnde [slachtoffer] , geboren op [geboortegegevens slachtoffer] .

Naar aanleiding van het aantreffen van het levenloze lichaam van [slachtoffer] is de politie een uitgebreid onderzoek gestart. Zo is forensisch onderzoek in en om de woning verricht. In de woning werd onder meer een bebloed mes aangetroffen. Ook is sectie op het lichaam van [slachtoffer] verricht, waaruit blijkt dat [slachtoffer] is overleden aan de gevolgen van meerdere steekwonden. De politie heeft in het kader van het onderzoek de camerabeelden, afkomstig van meerdere camera’s in en nabij het flatgebouw van [slachtoffer] bekeken. Ook heeft zij met een spoedtap de mobiele telefoon van [slachtoffer] proberen op te sporen, omdat uit onderzoek bleek dat deze nog steeds in gebruik was. De opsporing van deze mobiele telefoon heeft uiteindelijk geleid tot de aanhouding van de verdachte en (mede)verdachte [medeverdachte 1] . De politie heeft daarnaast meerdere getuigen gehoord, waaronder de getuige [getuige] . Al dit onderzoek heeft uiteindelijk ook tot de aanhouding van [medeverdachte 2] als (mede)verdachte geleid.

[medeverdachte 1] heeft bekend dat hij [slachtoffer] die avond meermalen met een mes heeft gestoken. De verdachte en [medeverdachte 2] hadden op dat moment de woning al verlaten.

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard – kort en zakelijk weergegeven – dat zij op

27 mei 2018 in de avond samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] naar de woning van [slachtoffer] is gegaan. In de woning zijn vervolgens door hen alle drie drugs gebruikt. [medeverdachte 2] heeft op twee momenten de woning van [slachtoffer] verlaten, een eerste keer met de pinpas van [medeverdachte 1] en daarna nog een keer met de pinpas van de verdachte. De verdachte kon niet verstaan wat [slachtoffer] en [medeverdachte 1] met elkaar (in het Nederlands) bespraken, maar ze merkte wel dat er een discussie ontstond. Toen zij vervolgens tegen [medeverdachte 1] zei dat zij [medeverdachte 2] de verkeerde pincode had gegeven, keek deze haar verbaasd aan. Toen zei hij dat ze moest vertrekken. De verdachte is van de bank opgestaan en heeft de woning verlaten. Het laatste dat de verdachte heeft gezien is dat tussen [medeverdachte 1] en [slachtoffer] een discussie gaande was, waarbij [slachtoffer] over [medeverdachte 1] , die op de bank zat, stond gebogen. [medeverdachte 1] kwam even later achter de verdachte aan en zei in het trappenhuis tegen haar: ‘Snel, snel, misschien is de man dood’.

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat niet is gebleken dat de verdachte betrokken is geweest bij het geweld dat tegen [slachtoffer] is gebruikt of dat er een plan was om desnoods geweld te gebruiken. De verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van de feiten 1 primair, subsidiair en meer subsidiair.

Feit 1 meest subsidiair

Onder dit feit is de verduistering van de (gebruikte en deels niet genuttigde) cocaïne aan de verdachte tenlastegelegd.

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat zij in de woning van [slachtoffer] cocaïne heeft gebruikt. Zij dacht dat [medeverdachte 1] voor de cocaïne zou betalen en heeft omdat door de anderen Nederlands werd gesproken en zij deze taal niet machtig is, niet begrepen dat er een probleem over de betaling van de cocaïne is ontstaan. De verdachte heeft hier in vele verklaringen consistent over verklaard. Toch neemt de rechtbank wel aan dat zij moet hebben begrepen dat er extra betaald moest worden omdat er tot twee keer toe moest worden gepind, eerst met de bankpas van [medeverdachte 1] , later met die van haar. Echter niet kan worden vastgesteld of de verdachte op het moment van het gebruiken van de cocaïne al wist of had moeten weten dat voor deze cocaïne niet zou worden betaald en dus op dat moment de intentie had zich de cocaïne wederrechtelijk toe te eigenen. Ook kan de rechtbank niet vaststellen in hoeverre er voor de door haar gebruikte cocaïne wel of niet is betaald. De rechtbank is daarom van oordeel dat er geen bewijs is voor wederrechtelijke toe-eigening van cocaïne door de verdachte. De verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van het onder feit 1 meest subsidiair tenlastegelegde.

4 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde onder feit 1 primair, feit 1 subsidiair, feit 1 meer subsidiair en feit 1 meest subsidiair.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M.W. Nobis, voorzitter, mr. A.M. Schutte en

mr. C.C.W.M. Aretz, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K.J.M. Feron-Voncken en

H.I. Korkmaz, griffiers, en uitgesproken ter openbare zitting van 4 december 2018.

Buiten staat

Mr. C.C.W.M. Aretz en H.I. Korkmaz zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is na wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat

1.

zij in of omstreeks de periode van 26 mei 2017 tot en met 30 mei 2017 in de

gemeente Maastricht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, [slachtoffer] opzettelijk

van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte en/of haar

medeverdachte(n), met dat opzet met een mes in het lichaam van die [slachtoffer]

gestoken

welke doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig

strafbaar feit, te weten diefstal of verduistering van cocaïne en/of diefstal

van een GSM en/of telefoonkaartje,

en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat

feit voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op

heterdaad, aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan dat feit

straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te

verzekeren;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden, dat:

zij in of omstreeks de periode van 26 mei 2017 tot en met 30 mei 2017 in de

gemeente Maastricht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

[slachtoffer] opzettelijk

van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte en/of haar

medeverdachte(n), met dat opzet met een mes in het lichaam van die [slachtoffer]

gestoken

meer subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden, dat:

zij in of omstreeks de periode van 26 mei 2017 tot en met 30 mei 2017 in de

gemeente Maastricht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een GSM en/of een telefoonkaartje en/of een hoeveelheid cocaïne, in elk geval

enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken

en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te

maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat zij verdachte

en/of haar medeverdachte(n) met een mes in het lichaam van die [slachtoffer]

heeft/hebben gestoken,

welk feit de dood voor die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad;

meest subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden, dat:

zij in of omstreeks de periode van 27 mei 2017 tot en met 28 mei 2017 in de

gemeente Maastricht

opzettelijk

een hoeveelheid cocaïne, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte,

en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten

als potentiele koper,

wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.