Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:11359

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
04-12-2018
Datum publicatie
04-12-2018
Zaaknummer
03/720910-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak medeplegen (gekwalificeerde) doodslag en gekwalificeerde diefstal. Niet gebleken van enige betrokkenheid bij overlijden van slachtoffer. Veroordeling voor diefstal laptop uit woning slachtoffer. Vrijspraak braak, braak niet gericht op de diefstal. Gevangenisstraf 152 dagen, gelet op recidive en aard van de diefstal.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/720910-17

Tegenspraak (gemachtigde raadsman)

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 4 december 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland.

De verdachte wordt bijgestaan door mr. B.H.M. Nijsten, advocaat kantoorhoudende te Cadier en Keer.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 15 en 19 november 2018. De verdachte is telkens niet ter terechtzitting verschenen. Wel is zijn gemachtigde raadsman verschenen. Op 20 november 2018 is het onderzoek ter terechtzitting gesloten. Zowel de verdachte als de raadsman zijn niet ter terechtzitting verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Feit 1: al dan niet samen met anderen [slachtoffer] heeft doodgestoken, bij het plegen van een diefstal van een GSM, een telefoonkaartje en een laptop (primair), al dan niet samen met anderen [slachtoffer] heeft doodgestoken (subsidiair), of al dan niet samen met anderen een diefstal heeft gepleegd die de dood van [slachtoffer] tot gevolg heeft gehad (meer subsidiair);

Feit 2: een laptop uit de woning van [slachtoffer] heeft gestolen.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte van het onder feit 1 primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde moet worden vrijgesproken. De officier van justitie heeft in dit kader naar voren gebracht dat uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting blijkt dat de verdachte op geen enkele wijze betrokken is geweest bij het overlijden van [slachtoffer] .

De officier van justitie is verder van oordeel dat feit 2, de diefstal van de laptop uit de woning van [slachtoffer] , wel wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Uit de verklaringen van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] blijkt dat op de betreffende avond een laptop in de woning van [slachtoffer] aanwezig was. De politie heeft deze laptop bij de doorzoeking niet meer aangetroffen in de woning. Op de camerabeelden, afkomstig van een camera nabij het flatgebouw waar [slachtoffer] woonde, is te zien dat de verdachte op

28 mei 2017 omstreeks 01.08 uur, kort nadat hij het levenloze lichaam van [slachtoffer] heeft aangetroffen, met iets rechthoekigs in zijn rechterhand het flatgebouw verlaat. Uit deze camerabeelden blijkt ook dat medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] geen laptop of een soortgelijk voorwerp bij zich droegen toen zij het flatgebouw verlieten. Aanwijzingen dat nog iemand anders na de verdachte in de woning van [slachtoffer] is geweest, ontbreken. Gelet op het vorenstaande acht de officier van justitie bewezen dat de verdachte de laptop uit de woning heeft gestolen.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte van feit 1 primair, subsidiair en meer subsidiair moet worden vrijgesproken, nu wettig en overtuigend bewijs voor de betrokkenheid van de verdachte bij het overlijden van [slachtoffer] ontbreekt.

Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman eveneens vrijspraak bepleit. De raadsman heeft hiertoe aangevoerd dat de verdachte vanaf het begin openheid van zaken heeft gegeven over wat er zich die avond heeft afgespeeld en consequent de diefstal van de laptop heeft ontkend. Op basis van de ter terechtzitting getoonde camerabeelden kan niet worden vastgesteld welk voorwerp de verdachte bij zich droeg toen hij het flatgebouw verliet, laat staan dat kan worden vastgesteld dat het een laptop betreft. Op de camerabeelden is weliswaar geen voorwerp in de handen van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] te zien, maar zij kunnen de laptop onder hun kleding hebben verstopt. Daar komt nog bij dat de politie op diverse verblijfplaatsen van de verdachte heeft gezocht naar de betreffende laptop, maar dat deze laptop nergens is aangetroffen. Ook navraag bij het vaste pandjeshuis van de verdachte heeft niets opgeleverd in de zoektocht naar de laptop.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Feit 1 primair, subsidiair en meer subsidiair

Op dinsdag 30 mei 2017 omstreeks 10.37 uur kregen de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] de opdracht te rijden naar het [adres] te Maastricht. De heer [naam vader slachtoffer] probeerde al drie dagen tevergeefs contact te krijgen met zijn zoon genaamd [slachtoffer] (ook wel [slachtoffer] of [slachtoffer] genoemd). De huismeester van het flatgebouw had eerder al geconstateerd dat de ruit van de voordeur van de woning van [slachtoffer] vernield was.

Omstreeks 10.43 uur werd ook door de politiemensen ter plaatse geconstateerd dat het glas van de voordeur vernield was en dat er kleine bloedspatten aan de buitenzijde van de voordeur zaten en grotere bloedvlekken op de ruit aan de binnenzijde. Via het kleine gat in de ruit van de voordeur werd door de verbalisanten gezien dat een man achter de voordeur lag. De verbalisanten hebben vervolgens de woning betreden. Achter de voordeur, op de vloer in de hal van de woning, werd het levenloze lichaam van een man aangetroffen. Hij werd door de politiemensen herkend als zijnde [slachtoffer] , geboren op [geboortegegevens slachtoffer] .

Naar aanleiding van het aantreffen van het levenloze lichaam van [slachtoffer] is de politie een uitgebreid onderzoek gestart. Zo is forensisch onderzoek in en om de woning verricht. In de woning werd onder meer een bebloed mes aangetroffen. Ook is sectie op het lichaam van [slachtoffer] verricht, waaruit blijkt dat [slachtoffer] is overleden aan de gevolgen van meerdere steekwonden. De politie heeft in het kader van het onderzoek de camerabeelden, afkomstig van meerdere camera’s in en nabij het flatgebouw van [slachtoffer] bekeken. Ook heeft zij met een spoedtap de mobiele telefoon van [slachtoffer] proberen op te sporen, omdat uit onderzoek bleek dat deze nog steeds in gebruik was. De opsporing van deze mobiele telefoon heeft uiteindelijk geleid tot de aanhouding van (mede)verdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in Den Haag. De politie heeft daarnaast meerdere getuigen gehoord, waaronder de getuige [getuige] . Al dit onderzoek heeft uiteindelijk ook tot de aanhouding van de verdachte geleid.

De verdachte heeft – kort en zakelijk weergegeven – verklaard dat hij op 27 mei 2017 samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] naar de woning van [slachtoffer] is gegaan, omdat [medeverdachte 1] drugs wilde kopen. In de woning hebben de verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] vervolgens cocaïne gebruikt. Op enig moment heeft de verdachte de woning verlaten om met de pinpas van [medeverdachte 1] te gaan pinnen. Omdat hier onvoldoende saldo op stond, heeft de verdachte vervolgens voor een tweede keer de woning verlaten. Deze keer om met de pinpas van [medeverdachte 2] te gaan pinnen. Toen bij de pinautomaat bleek dat aan de verdachte een onjuiste pincode was verstrekt, heeft de verdachte naar [slachtoffer] gebeld. Zijn telefoon stond echter uit en de verdachte kreeg meteen de voicemail. De verdachte is vervolgens terug naar het flatgebouw gefietst en heeft bij [slachtoffer] aangebeld. Er deed echter niemand open en ook telefonisch was het niet mogelijk contact met [slachtoffer] te krijgen. De verdachte is vervolgens met een andere flatbewoner mee naar binnen gegaan en heeft bij de voordeur van [slachtoffer] aangebeld. Er deed niemand open. De verdachte zag toen aan de binnenzijde van de ruit van de voordeur een bloedveeg. De verdachte is vervolgens naar beneden gelopen en heeft buiten een steen gepakt. De verdachte heeft met deze steen de ruit van de voordeur van [slachtoffer] ingeslagen en heeft zodoende de voordeur kunnen openen. Hij zag [slachtoffer] in de gang op de grond liggen en kreeg direct de indruk dat hij dood was. [slachtoffer] was lijkbleek. De verdachte heeft tegen hem aangeduwd en zijn naam geroepen. Maar dat was tevergeefs. De verdachte zag nog een mes liggen en heeft zijn jas, portemonnee en een fles drank gepakt en is vertrokken. Er was niemand anders meer in de woning aanwezig.

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft bekend dat hij [slachtoffer] die avond meermalen met een mes heeft gestoken. [medeverdachte 1] heeft verder verklaard dat de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] op dat moment de woning al hadden verlaten.

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat niet is gebleken dat de verdachte betrokken is geweest bij het overlijden van [slachtoffer] . De verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van de feiten 1 primair, subsidiair en meer subsidiair.

Feit 2

Onder feit 2 is aan de verdachte tenlastegelegd dat hij na het aantreffen van het levenloze lichaam van [slachtoffer] een laptop uit de woning heeft gestolen.

De politie heeft tijdens het onderzoek in de woning van [slachtoffer] op het balkon een lege doos aangetroffen. Op deze doos stond het merk ‘Acer’.2 De politie heeft op de woonkamervloer in de woning, naast het televisiekastje, een tweetal kabels aangetroffen, onder meer een voedingskabel. Er is geen laptop in de woning aangetroffen.3

[naam vader slachtoffer] , de vader van [slachtoffer] , heeft verklaard dat [slachtoffer] in het bezit was van een laptop van het merk ‘Acer’. Deze laptop had [naam vader slachtoffer] aan zijn zoon geschonken, ongeveer acht maanden geleden.4

[medeverdachte 1] heeft bij de politie verklaard dat toen ze op 27 mei 2017 in de woning van [slachtoffer] waren, er via een laptop muziek werd afgespeeld.5

De camerabeelden, opgenomen door verschillende camera’s in en nabij het flatgebouw alwaar [slachtoffer] woonachtig was, zijn aan het dossier toegevoegd. Dit zijn de beelden die op de zitting zijn afgespeeld. De rechtbank heeft op die camerabeelden waargenomen dat wanneer medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 28 mei 2017 om 00.47 uur de flat verlaten, zij niets in hun handen dragen. Ook heeft de rechtbank waargenomen dat wanneer de verdachte op 28 mei 2017 om 01.08 uur het flatgebouw verlaat, hij een relatief groot voorwerp voor zijn borst houdt. Dit neemt de rechtbank waar door de positie van de handen van de verdachte aan de onderzijde van dat voorwerp en de horizontale afscheiding tussen dat voorwerp aan de bovenzijde met het witte T-shirt van de verdachte.6

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op bovenstaande bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van de laptop uit de woning. Uit deze bewijsmiddelen volgt dat [slachtoffer] een laptop in zijn bezit had en dat die laptop op de betreffende avond in de woning aanwezig is geweest. Nadien is deze laptop niet meer in de woning aangetroffen, terwijl op de camerabeelden te zien is dat de verdachte bij het verlaten van de woning een voorwerp, passend bij de vorm van een laptop, voor zijn borst houdt.

Alles overwegende acht de rechtbank feit 2 dan ook wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat de rechtbank niet bewezen acht dat de verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak. Immers niet is gebleken of aannemelijk geworden dat de verdachte de ruit van de deur heeft ingeslagen met het doel om de woning binnen te komen om de laptop te gaan stelen.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

feit 2

op 28 mei 2017 in de gemeente Maastricht met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening uit een woning (gelegen aan het [adres] ) heeft weggenomen

een laptop, toebehorende aan [slachtoffer] .

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

feit 2

diefstal

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het ondergane voorarrest, zijnde 152 dagen.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest bepleit wanneer de verdachte wordt veroordeeld.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte is de woning van zijn vriend binnengedrongen door met een steen de ruit van de voordeur stuk te slaan, zijn hand naar binnen te steken en de deur te openen. Dat deed hij omdat hij geen contact met hem kon krijgen en hij bloedvegen aan de binnenkant van de voordeur zag. Eenmaal in de woning trof hij het levenloze lichaam van zijn vriend aan.
Hij heeft toen niet 112 gebeld. Wel heeft hij in de woning nog gekeken wat van zijn gading was. Hij nam onder meer de laptop van zijn vriend mee en trok de voordeur achter zich dicht. Deze verwerpelijke handelswijze maakt dat het hier niet om een gewone diefstal gaat. Over dit feit heeft de verdachte geen openheid van zaken gegeven.

Over de persoonlijke omstandigheden van de verdachte heeft de reclassering in 2017 een beknopt rapport opgesteld. De verdachte komt sinds 1989 in aanraking met justitie, vrijwel steeds voor vermogensdelicten, een enkele keer voor de Opiumwet. In 2009 werd aan hem als veelpleger de ISD-maatregel opgelegd. In dat kader is hij in een kliniek behandeld voor zijn verslaving en bleef hij zeven jaar ‘clean’. Sinds 2016 gebruikt hij weer heroïne en cocaïne. Van zijn daklozenuitkering kan hij zijn gebruik niet bekostigen. In 2017 kwam hij weer in beeld bij justitie voor diefstallen.

Bij de strafoplegging neemt de rechtbank als uitgangspunt een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden onvoorwaardelijk. Dit is gelijk aan de straf die volgens de landelijke oriëntatiepunten voor de strafoplegging past bij een woninginbraak door een recidivist. De diefstal die door deze verdachte is gepleegd wijkt af van een woninginbraak, omdat de verdachte de woning niet is binnengedrongen om te stelen. Daar staat tegenover dat de verdachte schaamteloos misbruik heeft gemaakt van de dood van zijn vriend. Om die reden vindt de rechtbank een gevangenisstraf van ongeveer vijf maanden een passende straf. De rechtbank heeft geen enkele reden om een deel van die straf voorwaardelijk op te leggen, ook al rapporteerde de reclassering in 2017 dat de verdachte gebaat zou zijn bij behandeling van zijn drugsverslaving en toezicht door de justitiële verslavingszorg. Hierover

heeft de rechtbank niet met de verdachte kunnen spreken en ook ontbreken concrete plannen.

De rechtbank zal aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 152 dagen opleggen met aftrek van de tijd dat hij in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Dat betekent dat de verdachte zijn straf heeft uitgezeten en niet terug hoeft naar de gevangenis.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals dit artikel luidde ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van feit 1 primair, subsidiair en meer subsidiair;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte voor feit 2 tot een gevangenisstraf van 152 dagen;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M.W. Nobis, voorzitter, mr. A.M. Schutte en

mr. C.C.W.M. Aretz, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K.J.M. Feron-Voncken en

H.I. Korkmaz, griffiers, en uitgesproken ter openbare zitting van 4 december 2018.

Buiten staat

Mr. C.C.W.M. Aretz en H.I. Korkmaz zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 26 mei 2017 tot en met 30 mei 2017 in de

gemeente Maastricht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, [slachtoffer]

opzettelijk

van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte en/of zijn

medeverdachte(n), met dat opzet meermalen, althans eenmaal, met een mes in het

lichaam van die [slachtoffer] gestoken

welke doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig

strafbaar feit, te weten diefstal van een GSM en/of telefoonkaartje en/of een

laptop,

en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat

feit voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op

heterdaad, aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan dat feit

straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te

verzekeren;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden, dat:

hij in of omstreeks de periode van 26 mei 2017 tot en met 30 mei 2017 in de

gemeente Maastricht

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

[slachtoffer]

opzettelijk

van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte en/of zijn

medeverdachte(n), met dat opzet met een mes meermalen, althans eenmaal, in het

lichaam van die [slachtoffer] gestoken;

meer subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij in of omstreeks de periode van 26 mei 2017 tot en met 30 mei 2017 in de

gemeente Maastricht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een GSM en/of een telefoonkaartje en/of een laptop, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken

en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te

maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij verdachte

en/of zijn medeverdachte(n) meermalen, althans eenmaal, met een mes in het

lichaam van die [slachtoffer] heeft/hebben gestoken,

welk feit de dood voor die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad;

2.

hij op of omstreeks 28 mei 2017 in de gemeente Maastricht

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen

aan het [adres] )

heeft weggenomen

een laptop, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft

verschaft en/of die/dat weg te nemen laptop onder zijn bereik heeft gebracht

door middel van braak, verbreking en/of inklimming.

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, Team Grootschalige Opsporing, proces-verbaalnummer 2017086623, gesloten d.d. 18 april 2018, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 2029.

2 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 juni 2017, pagina 531 en foto’s van deze doos op de pagina’s 533 tot en met 535.

3 Kennisgeving van inbeslagname, pagina 1629 en foto van de kabels op pagina 1073.

4 Proces-verbaal van verhoor getuige [naam vader slachtoffer] d.d. 14 juni 2017, pagina 600.

5 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 7 februari 2018, pagina 167.

6 DVD met camerabeelden, toegevoegd aan het procesdossier en de waarneming van de rechtbank ter terechtzitting op 15 november 2018.