Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:10851

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
20-11-2018
Datum publicatie
20-11-2018
Zaaknummer
03/659194-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor bedreiging en het jarenlang mishandelen van echtgenote. Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/659194-17

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 20 november 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

wonende te [adresgegevens verdachte] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. S.B.M.A. Engelen, advocaat, kantoorhoudende te Eindhoven.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 6 november 2018. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Feit 1: in de periode van 19 mei 2005 tot en met 19 mei 2017 zijn echtgenote heeft mishandeld;

Feit 2: in de periode van 12 mei 2017 tot en met 19 mei 2017 zijn echtgenote heeft bedreigd.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van beide feiten.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangegeven geen inhoudelijke opmerkingen te hebben ten aanzien van de feiten die zich op 18 en 19 mei 2017 hebben afgespeeld. Wel heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat er op basis van de verklaringen van aangeefster [slachtoffer] en de getuigen onvoldoende bewijs bestaat om mishandeling over de gehele tenlastegelegde periode vanaf 2005 bewezen te kunnen verklaren.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 1

De rechtbank acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Zij komt tot dit oordeel op basis van de hierna genoemde verklaringen van het slachtoffer, de foto’s van het letsel en de verklaringen van haar kinderen.

Op 19 mei 2017 deed [slachtoffer] aangifte2van mishandeling en bedreiging. Zij verklaarde – zakelijk weergegeven – als volgt:

Ik wens aangifte te doen van mishandeling en bedreiging gepleegd door mijn man [verdachte] . Ik ben 30 jaar getrouwd met hem en uit ons huwelijk zijn 5 kinderen geboren. Op dit moment woon ik samen met mijn man en twee kinderen op het adres [adres] in Venray.

Vanaf het begin van mijn huwelijk heb ik al regelmatig problemen en ruzie met mijn man. Ook ben ik regelmatig door hem geslagen. Echter nu de laatste 2 jaar is dit steeds erger geworden. Ik ben de laatste twee jaar al heel vaak door hem geslagen en mondeling bedreigd. Tot vandaag heb ik nooit aangifte durven te doen van de mishandelingen en bedreigingen.

Vanmorgen, vrijdag 19 mei 2017, omstreeks 07.00 uur, heb ik weer ruzie gehad met mijn man. Omstreeks 04.30 uur is mijn man opgestaan en naar zijn werk gegaan. Toen mijn man naar zijn werk vertrok lag ik nog in bed. Ook mijn twee kinderen [naam dochter slachtoffer] en [naam zoon slachtoffer] waren op dat moment thuis en lagen te slapen. Omstreeks 07.00 uur kwam mijn man weer thuis van zijn werk. Ik hoorde dat hij naar boven kwam. Ik lag op dat moment gekleed in mijn nachtkleding op bed. Op enig moment kwam mijn man de slaapkamer binnen. Ik vroeg letterlijk aan hem: “Waarom ben je zo vroeg thuis”. Hierop trok hij de dekens van het bed en begon mij te slaan. Ik voelde dat hij met zijn vuisten tegen mijn ribben en achterhoofd begon te slaan. Dit deed hij met kracht en dit deed heel veel pijn. Ik hoorde ook dat hij tegen mij aan het schreeuwen was. Ik hoorde dat hij onder andere riep: “Hoer, wacht maar tot zaterdag ik zal met je afrekenen dan”. Onder tussen bleef hij mij maar slaan. Ik was op dat moment heel bang voor hem.

Bij voornoemde aangifte zijn foto’s van het letsel gevoegd. Op de foto’s zijn in het gelaat en op het lichaam van aangeefster roodachtige huidverkleuringen van enkele centimeters te zien.

Op 20 mei 2017 verklaarde aangeefster [slachtoffer]3 – zakelijk weergegeven – als volgt:

(Gisteren heeft een collega van mij foto’s genomen van uw letsel. Is er nieuw letsel door u ontdekt welke gisteren niet gefotografeerd zijn?) Ja. Op mijn buik heb ik twee blauwe plekken, die gisteren niet zichtbaar waren. Maar vooral heb ik veel pijn aan mijn hoofd, met name aan de linkerzijkant, daar zit een hele grote bult. Ik kan ook niet met mijn hoofd op het kussen liggen. (Ik heb gelezen in een proces-verbaal van bevindingen dat er op donderdag 18 mei 2017 ook het een en ander heeft plaatsgevonden.) Ja klopt. Die avond, rond de klok van 23.00 uur, was ik in de woonkamer van onze woning. Uit het niks beschuldigde [verdachte] mij van het feit dat ik een andere relatie zou hebben gehad. Hij begon mij meerdere keren met zijn vuisten te slaan op mijn achterhoofd. Vervolgens stak hij mij met zijn vinger in mijn rechteroog. Dit deed pijn.

Bij voornoemde verklaring van aangeefster zijn foto’s van het letsel gevoegd. Op de foto’s zijn op de buik van aangeefster blauwachtige huidverkleuringen van enkele centimeters te zien.

Op 20 mei 2017 verklaart aangeefster verder:

In 2005 woonden wij in Eindhoven. Ik was samen met de kinderen thuis. Ik had mijn oudste zoon [naam oudste zoon slachtoffer] druiven gegeven. [naam oudste zoon slachtoffer] had een druif aan mijn dochter [naam dochter slachtoffer] gegeven. achteraf bleek dat [naam dochter slachtoffer] zich verslikt had in een druifje. Toen [verdachte] met bezoek naar ons huis toe kwam toen zei [naam oudste zoon slachtoffer] tegen [verdachte] of hij wist wat er vandaag gebeurd was. [naam oudste zoon slachtoffer] vertelde dat [naam dochter slachtoffer] zich verslikt had in een druifje. [verdachte] wendde zich tot mij en sloeg mij zo hard tegen mijn mond dat mijn linker voortand afbrak. Uiteindelijk ben ik bij de kaakchirurg geweest en toen bleek dat de wortel van de tand op drie plekken afgebroken was. Ze hebben toen operatief de tand en de wortel moeten verwijderen.

Getuige [getuige 1]4 (dochter van aangeefster [slachtoffer] en van verdachte) verklaarde – zakelijk weergegeven – op 19 mei 2017 het volgende:

Ik ben vanmorgen omstreeks 07.00 uur getuige geweest van het feit dat mijn vader [verdachte] mijn moeder [slachtoffer] heeft mishandeld. Ik ben bereid om hierover een verklaring af te leggen omdat dit niet de 1e keer is dat dit gebeurt. Het afgelopen jaar is mijn moeder al diverse keren mishandeld door mijn vader. Vandaag vrijdag 19 mei 2017, omstreeks 07.00 uur, bevond ik mij in mijn slaapkamer in de woning [adres] te Venray. Mijn ouders waren op dat moment ook thuis en bevonden zich in hun slaapkamer. Beide slaapkamers bevinden zich op de 2e etage. Ik werd op dat moment wakker van het schreeuwen en schelden van mijn vader. Ik hoorde ook dat hij mijn moeder sloeg. Ik hoorde het geluid van de klappen. Ik ben naar de slaapkamer van mijn ouders gegaan. Op het moment dat ik de deur van de slaapkamer open deed zag ik mijn moeder in haar nachtkleding op bed liggen. Mijn vader stond op dat moment naast het bed. Ik hoorde hem letterlijk schreeuwen: “Hoer, ik maak je dood, wacht maar tot zaterdag” of woorden van gelijke betekenis. Dit bleef hij een aantal keren herhalen. Ik zag dat mijn vader mijn moeder met zijn rechterhand tot vuist gebald tegen haar lichaam sloeg. Dit deed hij met kracht. De slagen waren vooral tegen het achterhoofd van mijn moeder gericht. Ik zag dat mijn vader met zijn linkerhand de deken van mijn moeder trok en met zijn andere hand sloeg. Hij heeft haar op diverse plekken op het lichaam geraakt, maar vooral tegen het achterhoofd. Het is niet de eerste keer dat ik dit heb gezien. Ik ben vaker getuige geweest van het feit dat mijn vader mijn moeder heeft geslagen. Tijdens deze mishandeling heb ik mijn vader bij mijn moeder vandaan gehaald. Ik ben naar de slaapkamer van mijn broertje gegaan en schreeuwde naar hem bel de politie. Ik pakte vervolgens mijn telefoon. Op het moment dat ik de politie wilde bellen kwam mijn vader de slaapkamer binnen. Hij griste de telefoon uit mijn handen en riep: “geen politie, ik moet werken in de

bakkerij” of woorden van gelijke betekenis.

Getuige [getuige 2]5 (zoon van aangeefster [slachtoffer] en van verdachte) verklaarde – zakelijk weergegeven – op 20 mei 2017 het volgende:

(Je bent nu 20 jaar oud, kun je mij vertellen vanaf welke leeftijd jij hebt meegekregen dat jouw vader jouw moeder mishandelde?) Ik denk dat ik toen 10 jaar oud was. (Kun je mij vertellen wat er toen gebeurd is?) Ja ik denk dat het 10 jaar geleden is omdat mijn vader een keer de tand van mijn moeder uit haar mond heeft geslagen. (Wil je vertellen hoe dat gebeurd is?) Ik heb toen tegen mijn vader gezegd dat mijn zusje [naam dochter slachtoffer] bijna gestikt was in een druifje. Mijn vader heeft toen een tand uit de mond van mijn moeder geslagen. Er was ook bezoek bij ons toen dit gebeurde. Ik kan mij nog herinneren dat ze naar de tandarts is geweest toen. (Is er nog een ander incident voorgevallen?) Poeh, ja zoveel. Waar moet ik beginnen? Ongeveer 1 jaar geleden was ik gaan vissen. Mijn moeder belde mij toen in paniek en huilend op. Zo had ik haar nog nooit gehoord. Ze vroeg of ik snel naar huis kon komen. Ik ben toen naar huis toe gerend. Thuis aangekomen zag ik dat mijn moeder er zwaar gehavend uit zag. Haar oog was bont en blauw en ze had veel bloed op haar gezicht. Eigenlijk was haar hele gezicht wel opgezwollen. Een korte tijd geleden had mijn moeder ook weer een blauw oog. Ik vroeg aan haar hoe ze hieraan kwam. Ze vertelde mij dat mijn vader haar weer geslagen had. (Als je mij moet aangeven hoe vaak jij getuige bent geweest van een mishandeling gepleegd door jouw vader op jouw moeder of broers of van jouzelf?) Ik denk zeker wel een keer of 30.

Getuige [getuige 3]6 (zoon van aangeefster [slachtoffer] en van verdachte) verklaarde – zakelijk weergegeven – op 22 mei 2017 het volgende:

Ik ben getuige geweest van diverse mishandelingen die mijn vader bij mijn moeder heeft gepleegd. Deze mishandelingen van mijn moeder vonden dagelijks tot maandelijks plaats. Er was geen peil op te trekken wanneer dat hij mijn moeder mishandelde. Ik vind het erg zielig voor mijn moeder en er moet gewoon een eind aan deze mishandelingen komen. Zo lang ik mij kan herinneren mishandelt mijn vader mijn moeder. Deze mishandelingen hebben dusdanig vaak plaatsgevonden dat ik echt niet kan vertellen hoe vaak dit heeft plaatsgevonden. Mijn moeder kan dit niet meer verdragen. Mijn vader komt erg agressief over en hij kan soms uit het niets doordraaien. Dit moet stoppen voordat het echt uit de hand loopt.

Afgelopen vrijdag 19 mei 2017, omstreeks 07.00 uur, ontving ik de volgende Whatsapp berichten van mijn zusje: “Papa heeft mama geslagen. Ik ging de politie bellen en daarna had hij de telefoon afgepakt. Ik was aan het slapen opeens hoorde ik keiharde geluiden uit haar kamer de deuren waren dicht. Ik ren die kamer in haal hem van haar weg en schreeuwde daarna zeg hij tegen haar haar wacht maar tot zaterdag dan gaan we pas echt praten. En toen wilde ik de politie bellen en zo zwaar niet doen bakkerij dit dat. Ik zei ik heb schijt aan de bakkerij en toen wilde hij mij slaan en pakte hij mijn telefoon af”. Later kreeg ik het hele verhaal van mijn moeder te horen en bleek dat mijn vader mijn moeder wakker heeft geslagen. Op het moment dat mijn vader mijn moeder sloeg, lag mijn moeder nog te slapen. Ik hoorde mijn moeder zeggen dat zij zoveel pijn had dat zij niet meer kon lachen of huilen. Zelfs ademhalen was pijnlijk. Ook zei ze dat zij voelde dat er diverse zwellingen op haar achterhoofd zaten. Ik voelde aan het hoofd van mijn moeder en ik voelde de zwellingen zitten.

Twee weken geleden belde mijn zusje mij midden in de nacht in paniek op en ik hoorde mijn zusje zeggen dat ik direct naar het adres van mijn ouders moest komen, omdat mijn vader mijn moeder mishandelde. Toen ik bij mijn ouders kwam, zag ik dat het hoofd van mijn moeder op diverse plekken gezwollen was. Ook zag ik dat zij een grote zwelling op haar oog had. Ik zag dat de linkerkant van het gezicht van mijn moeder volledig gezwollen was van haar oog tot haar kaak. Ik hoorde mijn moeder op dit moment zeggen: “Ik lijk op een bokser. Je vader heeft een bokser van mij gemaakt”.

Anderhalf jaar geleden heb ik in de gevangenis gezeten. Mijn moeder heeft mij toen 80 euro gestuurd. Toen mijn vader dit te horen kreeg, heeft hij mijn moeder wederom flink toegetakeld. Wederom heeft mijn vader mijn moeder zwaar mishandeld. Tijdens deze mishandeling waren de voortanden van mijn moeder eruit geslagen.

Deze bovenstaande situaties zijn slechts enkele voorbeelden van de mishandelingen die mijn vader heeft gepleegd.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

1.

in de periode van 19 mei 2005 tot en met 19 mei 2017, in Nederland, zijn echtgenote,

[slachtoffer] , heeft mishandeld door die [slachtoffer] , meermalen, tegen de ribben en het (achter)hoofd en de mond en het gezicht en de ogen, althans tegen het lichaam, te slaan en in de ogen te prikken;

2.

op 19 mei 2017, in de gemeente Venray, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen "Hoer, wacht maar tot zaterdag ik zal met je afrekenen dan" en/of "Hoer, ik maak je dood, wacht maar tot zaterdag", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

1: mishandeling, begaan tegen zijn echtgenote, meermalen gepleegd;

2: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De psycholoog drs. A.R. Kampkes (hierna: “de psycholoog”) heeft over de geestvermogens van de verdachte op 8 september 2017 een rapport uitgebracht. Het rapport vermeldt – zakelijk weergegeven – onder meer:

Verdachte is lijdende aan een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van een verstandelijke beperking, licht. Hiervan was ook sprake ten tijde van het tenlastegelegde. De verstandelijke beperking zal de gedragskeuzes en de gedragingen ten tijde van het tenlastegelegde in zekere mate hebben beïnvloed. Er wordt geen causaal verband gezien tussen de gebrekkige ontwikkeling en het tenlastegelegde gedrag, maar de verstandelijke beperking wordt wel gezien als hebbende een faciliterende werking op het optreden van agressief gedrag, zoals omschreven in het tenlastegelegde. Geadviseerd wordt

om het tenlastegelegde in een verminderde mate aan verdachte toe te rekenen.

De rechtbank zal de conclusie van de psycholoog, namelijk dat het tenlastegelegde in een verminderde mate aan verdachte moet worden toegerekend, niet overnemen. De licht verstandelijke beperking is immers niet de oorzaak van de gepleegde strafbare feiten.

Voor het overige is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 De straf en/of de maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een taakstraf van 240 uur in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht. Aan het voorwaardelijk deel van de gevangenisstraf dient een proeftijd van 3 jaren gekoppeld te worden, alsmede dienen daaraan de bijzondere voorwaarden, zoals genoemd in het reclasseringsadvies van 15 februari 2018, verbonden te worden.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht rekening te houden met het tijdsverloop in deze zaak en met de nadelige gevolgen die verdachte reeds heeft ondervonden van zijn handelingen, vooral het contactverbod dat inmiddels al anderhalf jaar duurt. Gelet hierop is de eis van de officier van justitie te fors. Indien de rechtbank deze eis zou volgen, draagt dit niet bij aan een constructieve voedingsbodem om als familie samen verder te kunnen gaan. Voorts heeft de raadsman verzocht om primair het contactverbod op te heffen en subsidiair om dit verbod in tijd te beperken.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft zich jarenlang schuldig gemaakt aan het mishandelen van zijn echtgenote. Hij heeft door zijn handelwijze zijn echtgenote in de huiselijke omgeving, de plaats waar zij zich bij uitstek veilig zou moeten kunnen voelen, letsel toegebracht, pijn bezorgd en angst aangejaagd. Verdachte heeft op die manier op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van zijn toenmalige partner. Het is daarnaast een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijke misdrijven daar nog lange tijd de gevolgen, zoals psychische problemen en gevoelens van angst en onveiligheid, van kunnen ondervinden Voorts neemt de rechtbank in aanmerking dat het geweld vaak plaatsvond terwijl de kinderen van de verdachte en het slachtoffer erbij waren. De ervaring leert dat de impact van dergelijke gebeurtenissen op kinderen zeer groot is, hetgeen ook gebleken is uit de verklaringen die zij bij de politie hebben afgelegd.

De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij geen enkele verantwoordelijkheid neemt voor wat hij heeft gedaan. Hij wil over de mishandelingen vóór 19 mei 2017 niet praten. Over de gebeurtenissen op 19 mei 2017 stelt de verdachte zich door alcoholgebruik niets te kunnen herinneren. Anderzijds geeft hij op vragen van de rechtbank aan dat hij “een grote fout” heeft gemaakt door die dag sterke drank te drinken en zegt hij dat de mishandeling niet zou zijn gebeurd als hij niet had gedronken. Hieruit komt het beeld naar voren van een man die zijn vrouw jarenlang onder de ogen van zijn kinderen heeft mishandeld, maar daarover ten overstaan van de rechtbank geen openheid van zaken wil geven. De verdachte mag deze keuze maken, maar de rechtbank weegt dit bij het bepalen van de straf in zijn nadeel mee.

In het voordeel van verdachte neemt de rechtbank mee dat hij niet eerder is veroordeeld en dat verdachte na de feiten niet meer met politie of justitie in aanraking is gekomen. Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op het advies van GGZ Reclassering Limburg van 15 februari 2018, het voortgangsverslag van 2 november 2018 en de rapportage van de psycholoog van 8 september 2017.

De rechtbank is van oordeel dat in dit geval slechts de zwaarste strafsoort, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, passend is.

De rechtbank acht, alles afwegende, een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden een passende straf. Daarbij zal een deel van deze straf in voorwaardelijke vorm worden opgelegd. De rechtbank beschouwt dit als een indringende waarschuwing aan het adres van verdachte om zich in de toekomst te onthouden van het plegen van strafbare feiten. De rechtbank zal daarom 6 maanden van de straf voorwaardelijk opleggen, met een proeftijd van 3 jaren. De rechtbank zal aan het voorwaardelijk deel voorts de bijzondere voorwaarden verbinden, zoals geadviseerd door de reclassering in het advies van 15 februari 2018.

Contactverbod

De raadsman heeft de rechtbank verzocht het contactverbod op te heffen dan wel dit verbod in duur te beperken.

De rechtbank overweegt dat de reclassering in het rapport van 15 februari 2018 heeft geadviseerd tot het opleggen van een contactverbod als bijzondere voorwaarde. De rechtbank ziet op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting geen aanleiding om de reclassering niet te volgen in dit advies. De rechtbank zal dit contactverbod (met de ex-echtgenote en de minderjarige kinderen) wel in duur beperken, in die zin dat zij zal bepalen dat het contactverbod geldt zolang de reclassering dat noodzakelijk acht.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 57, 285, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 8 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd van 3 jaren:

  • -

    zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit of

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of

  • -

    geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

  • -

    de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:

  1. zich binnen 2 dagen na het ingaan van de proeftijd tussen 13:00 en 15:00 uur bij GGZ Reclassering Vincent van Gogh meldt op het adres Laurentiusplein 10 te (6043 CS) Roermond en dat veroordeelde zich zal blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

  2. zich laat behandelen bij FPP De Horst te Blerick of een soortgelijke ambulante forensische zorginstelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

  3. geen contact zal (laten) leggen met [slachtoffer] en hun minderjarige kinderen, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

  4. zal meewerken aan controle op alcohol, indien en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

  5. zich houdt aan de aanwijzingen die de reclassering geeft, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

geeft de reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Dit vonnis is gewezen door mr. V.E.J. Noelmans, voorzitter, mr. C.M. Nollen en

mr. L. Feuth, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N. Geene, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 20 november 2018.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 19 mei 2005 tot en met 19 mei 2017 in de gemeente Venray, althans in Nederland, zijn echtgenoot, [slachtoffer] , heeft mishandeld door die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, (telkens) tegen de ribben en/of het (achter)hoofd en/of de mond en/of het gezicht en/of de ogen, althans tegen het lichaam, te slaan en/of in de ogen te prikken;

2.

hij in of omstreeks de periode van 12 mei 2017 tot en met 19 mei 2017 in de gemeente Venray, althans in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, (telkens) dreigend de woorden toe te voegen "Hoer, wacht maar tot zaterdag ik zal met je afrekenen dan" en/of "Hoer, ik maak je dood, wacht maar tot zaterdag" en/of "Jij vieze hoer, wacht maar tot zaterdag" en/of "Ik ga jou vermoorden en lekker vijf jaar zitten en dan kom ik weer vrij", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

1 Waar hierna wordt verwezen naar processen-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op processen-verbaal uit het einddossier van politie-eenheid Limburg, district Noord- en Midden-Limburg, basisteam Venray/Gennep, registratienummer PL2300-2017080358, gesloten d.d. 31 mei 2017.

2 Proces-verbaal van aangifte d.d. 19 mei 2017, proces-verbaalnummer PL2300-2017080358-1.

3 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster d.d. 20 mei 2017, proces-verbaalnummer PL2300-2017080358-14.

4 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] d.d. 19 mei 2017, proces-verbaalnummer PL2300-2017080358-4.

5 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] d.d. 20 mei 2017, proces-verbaalnummer PL2300-2017080358-19.

6 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] d.d. 22 mei 2017, proces-verbaalnummer PL2300-2017080358-21.