Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:10790

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
13-11-2018
Datum publicatie
15-11-2018
Zaaknummer
03/700176-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Familie en jeugd

Parketnummer: 03/700176-18

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken van 13 november 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

verblijvende te 6267 NL Cadier en Keer, Pater Kustersweg 8.

De verdachte wordt bijgestaan door mr. Th. Boumans, advocaat kantoorhoudende te Heerlen.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 29 oktober 2018 en het onderzoek ter terechtzitting is gesloten op 30 oktober 2018. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

De ouders van de verdachte zijn niet verschenen. De moeder, die in Duitsland woont, durft niet naar de zitting te komen uit angst voor de vader van verdachte. De vader, hoewel goed opgeroepen, is niet verschenen. Nu de ouders de afgelopen jaren niet of slechts op afstand betrokken zijn geweest bij de opvoeding van verdachte, heeft de rechtbank in het niet-verschijnen van de ouders geen aanleiding gezien om de behandeling aan te houden. Wel verschenen zijn de grootouders, met wie verdachte al sinds jaar en dag een goede band heeft en bij wie hij ook langere tijd heeft gewoond. Gelet hierop zal de rechtbank, nu dat in het belang is, de grootouders in plaats van de ouders horen.

Ook zijn gehoord mevrouw drs. [psycholoog] , psycholoog NIFP, de heer [vertegenwoordiger RvdK] , vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming (vergezeld van een stagiaire aan wie bijzondere toegang is verleend) en de heer [vertegenwoordiger SBJZ] , vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg, afdeling jeugdreclassering. Tevens zijn gehoord twee medewerkers van Icarus aan wie bijzondere toegang is verleend, te weten mevrouw [medewerker Icarus] , gedragswetenschapper en mevrouw [trajectbegeleidster] , trajectbegeleidster.

De raadsman van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] , mr. C.C. de Lange, heeft eveneens het woord gevoerd.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, na wijziging van de tenlastelegging, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Feit 1: ·op 29 april 2018 in Kerkrade, al dan niet alleen, geld en autosleutels van [benadeelde partij 1] heeft weggenomen en daarbij [benadeelde partij 1] voornoemd heeft geduwd of vastgehouden of met vuisten tegen het gezicht, hoofd of lichaam heeft geslagen en met stokken en staven op of tegen het hoofd of lichaam van die [benadeelde partij 1] heeft geslagen;

Feit 2: op 1 mei 2018 in Kerkrade [benadeelde partij 2] heeft bedreigd met de woorden dat hij hem zou neersteken, waarbij hij aan die [benadeelde partij 2] een stanleymes, een gedeelte van een stanleymes, en/of een schroevendraaier heeft getoond;

Feit 3: op 13 april 2018 in Kerkrade [benadeelde partij 3] heeft bedreigd, door die [benadeelde partij 3] een mes of een scherp en/of puntig voorwerp, op of tegen de keel te houden en te zwaaien met een mes, en daarbij te zeggen: "Zou ik het doen?"

Feit 4: op 13 april 2018 in Kerkrade [benadeelde partij 4] heeft bedreigd, door tegen die [benadeelde partij 4] dreigend te zeggen: "Hou je bek, ik snij je de hals door", terwijl hij op dat moment met een mes zwaaiende bewegingen maakte.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat feit 1 primair, feit 3 en feit 4 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard. Met betrekking tot feit 2 heeft de officier van justitie vrijspraak gevorderd nu op grond van het dossier niet kan wettig en overtuigend blijkt dat er sprake is geweest van een strafrechtelijke bedreiging.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, samengevat, aangevoerd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde. De raadsman heeft daartoe gesteld dat de verschillende verklaringen dermate uit elkaar lopen dat hier geen eenduidige conclusie aan is te verbinden. Vast staat dat her en der is gelogen, met name als er vragen worden gesteld over de eigen rol of het eigen belang in deze zaak. De vraag is echter of op grond van de afgelegde verklaringen kan worden vastgesteld dat verdachte heeft deelgenomen aan het gevecht, heeft gedeeld in de buit, van te voren wist van het beramen van de overval of pas nadien. Nu twijfel mogelijk is over de betrokkenheid van verdachte dient vrijspraak te volgen.

Met betrekking tot de feiten 2, 3 en 4 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

3.4

Vrijspraakoverweging

De rechtbank is van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 2 en onder 4 tenlastegelegde.

Evenals de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat met betrekking tot feit 2 niet gesproken kan worden van een strafrechtelijke bedreiging in de zin van de wet. Vast staat dat verdachte en aangever [benadeelde partij 2] ruzie hadden en dat verdachte met een stanleymes en een schroevendraaier op zak rondliep. Verdachte ontkent dat hij daar mee gedreigd heeft.

Geen van de getuigen kan de verklaring van [benadeelde partij 2] dat hij bij de voordeur van zijn woning door verdachte met een stanleymes en een schroevendraaier is bedreigd, bevestigen. Uit de verklaringen van de getuigen [getuige 1] , [getuige 2] , [getuige 3] en [getuige 4] blijkt dat verdachte verschillende malen langs de woning van [benadeelde partij 2] is gelopen en dat er vanaf het balkon door [benadeelde partij 2] en verdachte naar elkaar is geschreeuwd, waarbij ook is gezien dat verdachte een schroevendraaier in zijn handen had. Dat verdachte daarmee toen [benadeelde partij 2] heeft bedreigd is niet komen vast te staan.

Met betrekking tot feit 4 is de rechtbank van oordeel dat - hoewel wel wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte dreigende woorden heeft geuit - niet is komen vast te staan dat de door verdachte geuite bedreiging gericht was tegen [benadeelde partij 4] . Aannemelijk is dat deze bewoordingen waren gericht tegen de autobestuurder, die op dat moment een aanvaring met verdachte leek te hebben.

3.5

De bewijsmiddelen

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierna vermelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Ten aanzien van het tenlastegelegde feit 1 primair: 1

Aangever [benadeelde partij 1]2 heeft op 30 april 2018 aangifte gedaan van diefstal met geweld van de autosleutels van zijn grijze personenauto merk Alfa Romeo, type 159 op 29 april 2018 te Kerkrade.

Aangever heeft verklaard dat hij op 29 april 2018 omstreeks 18.45 uur op de site Bullchat.com een afspraak heeft gemaakt. Dit is een datingsite met name op seksgebied en hij weet uit ervaring dat er ook wel homo’s op zitten.3 Aangever krijgt via het telefoonnummer [nummer] het adres [adres 1] in Kerkrade toegestuurd onder bijvoeging van een foto van de contactpersoon die de deur zou openen. Ook wordt hem een geldbedrag van 120 euro gevraagd.4 Aangever gaat met zijn auto, een Alfa Romeo, naar het opgegeven adres en hij sms’t om 19.55 uur naar voornoemd nummer dat hij voor de deur staat. Als de deur wordt opengedaan, loopt aangever naar binnen en ziet hij aan het eind van de gang een man staan. Deze man was dezelfde als de persoon op de naar aangever gestuurde foto. Hij hoort dat de man tegen hem zegt: “Kom maar binnen, doe maar rustig”. Aangever ruikt een sterke weedgeur en hoort boven voetstappen en gefluister. Hij voelt zich onveilig en niet op zijn gemak. De man blijft hem geruststellen. Aangever zegt dat hij beter naar huis kan gaan en wil de trap aflopen. De jongen stelt hem gerust en aangever loopt verder de trap op, die een flauwe bocht maakt. Op de overloop aangekomen, ziet hij dat uit het niets meerdere mannen naar hem toe stormen. Aangever verklaart dat hij gelijk wordt geslagen met stokken en staven.5

Hij wordt door een aantal mannen vastgegrepen en hij voelt dat zij hem de trap optrekken. Hij probeert zich los te trekken, maar hij voelt dat hij zeven tot acht klappen op zijn hoofd en lichaam krijgt. Hij voelt pijn aan zijn hoofd en aan zijn lichaam. De klappen komen van alle kanten, van boven af, van opzij en van onderen. Aangever voelt dat hij heen en weer wordt getrokken. Hij ziet dat men hem met ijzeren staven en houten stokken slaat. Bij iedere slag voelt aangever pijn. Aangever verklaart dat twee mannen hem van voren vasthielden en dat er zich twee mannen achter hem bevonden en op hem in begonnen te slaan. Tijdens het slaan hoorde hij dat de mannen door elkaar heen riepen: "Nu, beurs, telefoon, sleutels!". Aangever

rukt zich los en rent de trap af, naar de voordeur. Bij de voordeur wordt hij weer vastgegrepen door een aantal mannen en met de ijzeren staven en houten stokken geslagen. De mannen roepen door elkaar heen "Beurs, telefoon, sleutels!". Hij probeert de voordeur te openen, maar krijgt die niet open. Al die tijd wordt hij met de metalen staven en houten stokken geslagen. In het tumult is de 120 euro die aangever in de achterzak van zijn broek had zitten, weggenomen. Het betreft twee biljetten van vijftig euro en een biljet van 20 euro.6 Opeens hoort hij dat een van de mannen zegt: "Nu is het genoeg geweest, laat hem gaan!". Hij hoort een zoemgeluid bij de voordeur en voelt dat de voordeur open gaat, waarop hij naar buiten vlucht.

Aangever kan 100 procent zeggen dat alle aanwezige jongens hem geslagen hebben, behalve de jongen die hem de deur heeft opengedaan, dat was de jongen van de foto. Die jongen is hij uit het oog verloren en hij heeft niet gezien of die hem heeft geslagen.7

Medeverdachte [mederverdachte]8 heeft verklaard dat hij met vrienden ( [medeverdachte 1] , [verdachte] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en een onbekende Poolse jongen (rechtbank: bedoeld wordt [medeverdachte 5] )) op 29 april bij [verdachte] in de woning was.9 [mederverdachte] heeft voorts verklaard dat iemand op het idee kwam om een homo te gaan rippen. Iedereen (dat waren: hijzelf, [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 4] , [verdachte] , [medeverdachte 3] en de Poolse jongen) is ermee akkoord gegaan om iemand geld afhandig te maken. Hij heeft via zijn telefoon samen met [medeverdachte 4] een account aangemaakt op Bullchat.com voor een pay-date. Dit is een site waar mensen betalen voor seks. Na enige tijd heeft een man uit België gereageerd en is met hem via WhatsApp een afspraak gemaakt. Toen zij wisten dat de man zou komen, hebben zij de volgende afspraken gemaakt. [medeverdachte 1] zou de deur open doen, [medeverdachte 2] zou de deur afsluiten als die man binnen was. Hijzelf stond met [medeverdachte 3] boven aan de trap en [medeverdachte 2] en de Poolse jongen stonden op het toilet. De buit zou worden verdeeld.

Toen de man boven aan de trap stond werd hij gelijk door [medeverdachte 4] gepakt en kreeg hij meteen klappen van [medeverdachte 4] . [medeverdachte 3] heeft hem met een dunne plank geslagen en hijzelf heeft de man meerdere keren met een ijzeren stang geslagen, op zijn borstkas, zijn rug en misschien ook op zijn hoofd. Dat laatste weet hij niet meer zeker. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hebben de man ook geslagen. Met de vuisten. De Poolse jongen heeft de man vastgehouden. Er is toen tegen de man gezegd dat hij het geld moest geven. Toen de man wegliep heeft hij zijn autosleutel verloren. Die was van de grijze Alfa Romeo met Belgisch kenteken die voor de deur stond. [verdachte] heeft de sleutel gevonden.10

Medeverdachte [medeverdachte 5] G. [medeverdachte 5]11 heeft verklaard dat ze ten tijde van de beroving op 29 april 2018 met zeven man in de woning van [verdachte] waren. Iemand riep: zullen we een homo rippen. Er is toen contact gelegd via een site. Toen er een afspraak met het slachtoffer is gemaakt, is er een plan gesmeed. Het heeft een uur of twee geduurd tussen het eerste contact en het moment dat die man daadwerkelijk bij het pand was. Een kwartier voordat die man zei dat hij kwam, ging iedereen zich klaarmaken. Het organiseren ging met z’n allen. De rol van [medeverdachte 5] was om beneden te staan en het slachtoffer vast te pakken, ze zouden eerst gaan dreigen en als de man niets zou afgeven, zouden ze gaan slaan. Er is afgesproken dat het geld verdeeld zou worden, degene van wie de woning was zou een

tientje extra krijgen. Het was makkelijk geld verdienen.12 De man kreeg als eerste klappen van [medeverdachte 4] , met zijn vuisten. [medeverdachte 4] heeft gedreigd en schreeuwde voor geld en zijn autosleutels. De man wilde vluchten. [medeverdachte 5] heeft die man toen van achteren vastgepakt in een soort nekklem. Er is flink geduwd.13

Medeverdachte [medeverdachte 3]14 heeft verklaard dat hij op 29 april 2018 ten tijde van de beroving in de woning van [verdachte] was.

Toen de onbekende man binnenkwam heeft [medeverdachte 4] hem als eerste met een vuist in het gezicht geslagen waarbij hij riep: ’geef geld, geef je geld’. [medeverdachte 4] sloeg hem meerderde keren tegen het gezicht. [medeverdachte 3] zag ook dat andere jongens de man begonnen te slaan en hij zag dat er met een ijzeren staaf werd geslagen. [medeverdachte 4] en een andere jongen hielden de man vast tegen de trap. [medeverdachte 4] heeft vervolgens het geld van de man afgepakt.

Getuige [getuige 5]15 heeft verklaard dat [verdachte] haar op 1 mei 2018 heeft verteld wat er op 29 april 2018 in zijn woning aan de [adres 1] was gebeurd. Terwijl zij met [verdachte] in gesprek was, kwam er een jongen genaamd [getuige 6] bij staan. De getuige zag dat [verdachte] een autosleutel uit zijn broekzak pakte en deze aan [getuige 6] gaf. [verdachte] zei tegen [getuige 6] dat hij moest zorgen dat deze weg kwam, omdat daar de vingerafdrukken van iedereen op zaten. De sleutel is vervolgens in de prullenbak gegooid.

Getuige [getuige 6]16 heeft verklaard dat hij bij de speeltuin aan de [adres 2] van verdachte een sleutel in zijn handen kreeg. Het merk was Alfa Romeo. De getuige heeft de sleutel aan iemand anders gegeven en hij zag dat deze jongen de sleutel in de prullenbak gooide.

Uit de uitgetypte geluidsfragmenten van de mobiele telefoon, opgenomen door de getuige [getuige 5] , van een gesprek tussen haar en verdachte blijkt het volgende.

Geluidsfragment 001

“Man: Let op wat er letterlijk gezegd is: we laten een homo komen, we gaan met zijn zessen voor die man staan en we zeggen betalen. We slaan hem niks. Alleen bedreigen. Ik heb gezegd:" Is goed"".

Vrouw: "Waarom heb je gezegd 'is goed'?

Man: "Omdat die man daar niet veel voor had kunnen doen, want dan hadden we niet geslagen. [medeverdachte 3] is toen gelijk met een plank gaan slaan. De rest dacht toen van dan ga ik ook maar meedoen"(…)

Geluidsfragment 003

“Man: "Ik heb niet nagedacht. Ik heb gezegd 'doe je ding'.

Vrouw: "En waarom zeg je dat?"

Man: "Die jongen zei: "Ik kan honderd euro regelen zonder problemen voor ons allemaal".17

Bewijsoverweging

Verdachte ontkent dat hij heeft deelgenomen aan de beroving van het slachtoffer. Hij heeft gesteld dat hij niets van het plan afwist en ook niets van de voorbereiding heeft meegekregen, omdat hij onder invloed was van XTC en wodka. Pas toen hij lawaai op de gang hoorde is hij gaan kijken, maar volgens verdachte heeft hij verder niets gedaan. Hij is naar beneden gegaan om de deur voor het slachtoffer te openen, zodat hij weg kon.

Op grond van voormelde bewijsmiddelen acht de rechtbank de verklaring van verdachte, dat hij geen rol heeft gespeeld bij de diefstal met geweld, ongeloofwaardig. Daarvoor is immers geen steun te vinden in enig ander bewijsmiddel. Op grond van de diverse verklaringen stelt de rechtbank vast dat iedereen die in de woning aanwezig was, wist van het plan om via een chatsite een afspraak met een homo te maken om hem te rippen. Er zijn van tevoren afspraken gemaakt over de rolverdeling en hoe de buit zou worden verdeeld. Tussen het maken van het plan, het eerste contact met de aangever en het daadwerkelijke incident heeft enige tijd gezeten. Verdachte heeft zich op geen enkel moment hiervan gedistantieerd. Het slachtoffer verklaart dat alle aanwezige mannen hem hebben geslagen en of vastgepakt, behalve de jongen die de deur heeft opengemaakt. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat dit [medeverdachte 1] was. Voorts blijkt dat verdachte de autosleutel van het slachtoffer in zijn bezit had en aan [getuige 6] heeft gegeven met de vraag om deze weg te maken omdat daar vingerafdrukken op zaten.

De rechtbank is op grond van bovenstaande bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang beschouwd van oordeel dat verdachte dit feit samen met de mededaders heeft gepleegd.

Ten aanzien van het tenlastegelegde feit 3 18 :

Aangever [benadeelde partij 3]19 heeft op 13 april 2018 aangifte gedaan van een bedreiging. Hij heeft verklaard dat hij op die dag met [verdachte] (verdachte), [medeverdachte 6] en [getuige] bij de frituur [naam frituur] op de [adres 2] in Kerkrade was. [verdachte] was eerst stoer aan het praten over het mes en hij had het mes steeds in zijn handen.

[verdachte] is op een gegeven moment weggegaan en de anderen zijn naar het voetbalveld tegenover de friture gegaan. Toen [verdachte] daar terug kwam, stond [verdachte] opeens achter aangever. [verdachte] had zijn rechterarm om de nek van aangever geslagen en in zijn rechterhand hield hij het mes vast. Dat mes hield hij tegen de keel van aangever. [verdachte] stond dus achter aangever alsof hij zijn keel wilde doorsnijden. Aangever voelde het staal van het mes tegen zijn huid. Aangever zei dat het mes scherp was. [verdachte] zei toen iets van: “Zou ik het doen?” De aangever reageerde, omdat hij eigenlijk overweldigd was, met de woorden: “Doe wat je niet laten kan.” Aangever was op dat moment wel bang en voelde angst.

Getuige [getuige]20 heeft verklaard dat zij op 13 april 2018 bij het trapveldje aan de [adres 2] te Kerkrade was samen met een aantal andere jongeren, waaronder verdachte en aangever [benadeelde partij 3] . Op een gegeven moment zag zij dat verdachte het mes in zijn rechterhand vasthield. Verdachte ging achter [benadeelde partij 3] staan. Zij zag dat verdachte plots [benadeelde partij 3] met de rechterarm, waarin hij ook het mes vasthield, vastpakte om zijn hals. De linkerarm sloeg hij om het middel van [benadeelde partij 3] . Verdachte had [benadeelde partij 3] als het ware vast in een greep. De getuige zag dat het mes opengeklapt was. Zij zag dat verdachte het mes met de snijkant tegen de hals van [benadeelde partij 3] drukte. Dat deed hij ter hoogte van de slagader. Zij heeft dit duidelijk gezien. Zij zag ook dat verdachte druk uitoefende op het mes. Zij zag nog dat verdachte iets zei in het oor van [benadeelde partij 3] , maar zij kon dit niet verstaan.

De verdachte21 heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op 13 april 2018 in Kerkrade met een mes heeft staan zwaaien. De verklaring bij de politie afgelegd, waarbij verdachte heeft verklaard dat hij zijn rechterarm achter langs de nek van [benadeelde partij 3] over zijn rechter schouder had geslagen waarbij hij het mes in zijn hand had, zou wel kunnen kloppen. Verdachte ontkent echter dat hij het mes tegen de hals van [benadeelde partij 3] heeft gedrukt. Hij heeft er voorts niet over nagedacht dat als je met een mes in je handen op iemand leunt dit bedreigend opgevat zou kunnen worden.

De rechtbank acht de ontkenning van verdachte dat hij het mes niet tegen de hals van [benadeelde partij 3] heeft gedrukt ongeloofwaardig gelet op de duidelijke consistente verklaringen van de aangever en de getuige.

3.6

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

1.

op 29 april 2018 in de gemeente Kerkrade, tezamen en in vereniging met anderen, 120 euro en een autosleutel, toebehorende aan [benadeelde partij 1] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen die [benadeelde partij 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat verdachte en zijn mededaders die [benadeelde partij 1] ,

- hardhandig hebben geduwd en vastgehouden en

- met een vuist in/tegen het gezicht en/of hoofd, althans het lichaam, hebben geslagen en

- met een stok en staven op/tegen het hoofd, althans het lichaam, hebben geslagen;

3.

op 13 april 2018 in de gemeente Kerkrade, [benadeelde partij 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte een mes tegen de keel van die [benadeelde partij 3] gehouden en daarbij de woorden toegevoegd: "Zou ik het doen?".

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Ten aanzien van feit 1 primair:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van feit 3:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

Op 10 oktober 2018 is een Triple rapportage uitgebracht over de geestvermogens van de verdachte door drs. [GZ psycholoog] , GZ-psycholoog, onder supervisie van mevrouw
drs. M. [psycholoog] , GZ-psycholoog, mevrouw drs. [psychiater] , kinder- en jeugdpsychiater en [for. milieuonderzoeker] , forensisch milieuonderzoeker. De deskundigen komen tot de conclusie dat verdachte lijdende is aan een gebrekkige ontwikkeling in de vorm van een reactieve hechtingsstoornis, een ernstige normoverschrijdende gedragsstoornis en dat sprake is van scheefgroei in de persoonlijkheidsontwikkeling (in narcistische en antisociale richting). Dit is ontstaan in een voorgeschiedenis waarin sprake was van emotionele en lichamelijke mishandeling, pedagogische verwaarlozing, discontinuïteit in de zorg, loyaliteitsproblemen en antisociaal voorbeeldgedrag. Daarnaast is er een stoornis in cannabisgebruik, in vroege remissie onder invloed van een regulerende omgeving (de controle van de JJI en Icarus). In het functioneren worden tekorten gezien in ego-functies (egocentrisch perspectief, gebrekkige impulscontrole, gebrekkige frustratietolerantie, gebrekkige emotie- en agressieregulatie, streven naar onmiddellijke behoeftebevrediging, krenkbaarheid) naast cognitieve vervormingen en een gebrekkige gewetensontwikkeling. De reactieve hechtingsstoornis (mogelijk ook traumatisering) en de voornoemde tekorten zijn ontstaan als gevolg van de verwaarlozende en traumatiserende omstandigheden waarin verdachte moest opgroeien.

Dit speelde ook ten tijde van de tenlastegelegde feiten en beïnvloedde de keuzes van verdachte.

Geadviseerd wordt het tenlastegelegde - bij een bewezenverklaring - aan de verdachte verminderd toe te rekenen.

De rechtbank neemt de conclusies van de deskundigen over en maakt deze tot de hare. De verdachte is aldus verminderd toerekeningsvatbaar.

De verdachte is strafbaar, omdat voorts geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf en/of de maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan de verdachte de maatregel plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (verder: de PIJ-maatregel) voor de duur van drie jaren op te leggen. Ter onderbouwing van deze eis heeft de officier van justitie gesteld dat aan de voorwaarden van artikel 77s, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht is voldaan. Op de eerste plaats is bij de verdachte sprake van een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens, zoals door de deskundigen na onderzoek is geconstateerd. Ten tweede zijn de feiten waarvoor de PIJ-maatregel wordt geëist misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld. Op de derde plaats is de veiligheid van de maatschappij in het geding, aangezien sprake is van een verhoogde kans op recidive. Tot slot is de PIJ-maatregel noodzakelijk voor een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van de verdachte. De verdachte heeft gelet op de bij hem vastgestelde problematiek langdurige klinische behandeling nodig, maar hij zal hieraan in een vrijwillig kader niet meewerken. De PIJ-maatregel is op dit moment de enige passende maatregel om behandeling te garanderen en om de kans op recidive te beperken.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat het Pro Justitia rapport een goed beeld geeft van de moeilijke en problematische situatie waarin verdachte verkeerde en deels nog verkeert. De raadsman kan echter niet aansluiten bij de getrokken conclusies: daar waar verwezen wordt naar de rol van de vader als ‘grote held en voorbeeld’, zitten de rapporteurs er naast. De raadsman heeft van meet af aan ingezien dat de invloed van de vader gevaarlijk is, en verdachte ziet dit inmiddels ook in. Er is al geruime tijd geen contact meer tussen de vader en verdachte, zodat de conclusie dat de vader (ook nu nog) direct grote invloed op zijn zoon heeft, onbegrijpelijk en zelfs onwaar is. Daarnaast is het onjuist dat verdachte geen ander kader kent dan het antisociale. Verdachte gedraagt en ontwikkelt zich thans goed binnen de gesloten civiele plaatsing en gaat inmiddels al op verlof naar de grootouders. Ook is er geen recidiverisico, zoals blijkt uit het feit dat er niets meer is voorgevallen, ondanks dat verdachte daartoe alle gelegenheid heeft gehad. Verdachte mag en moet op grond van zijn cognitieve vaardigheden in staat worden geacht het een en ander te leren om zijn toekomst veilig te stellen. De raadsman is dan ook van oordeel dat een PIJ-maatregel een nodeloos zware maatregel is, die nog niet ingezet moet worden. Verdachte vindt het onredelijk dat hij gestraft moet worden omdat zijn ouders in de opvoeding bepaalde dingen verkeerd hebben gedaan. Verdachte is bereid mee te werken - zo nodig in het kader van een voorwaardelijk PIJ-maatregel - aan de ingezette hulpverlening op Icarus. Daar gaat het immers goed. Het civielrechtelijke traject dient gedurende de komende 9 maanden een kans te krijgen, zodat verdachte op de ingeslagen positieve weg kan voortgaan. Subsidiair heeft de raadsman bepleit een tussenbeslissing te geven, waarbij de zaak wordt aangehouden tot mei 2019, om in afwachting van de ontwikkelingen in het civiele traject alsdan te beslissen of een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel nodig is.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft zich samen met zijn mededaders schuldig gemaakt aan een diefstal met geweld. Verdachte en zijn mededaders hebben het slachtoffer via de website Bullchat.com naar de woning van een van de mededaders gelokt om hem te kunnen beroven. Van tevoren hebben zij daarvoor een uitgekiend plan bedacht. Om het vertrouwen van het slachtoffer te wekken wordt een foto van een van de mededaders aan het slachtoffer gestuurd. Deze mededader opent daarom ook de deur als het slachtoffer zich bij de woning meldt. Hierop verschijnen verdachte en zijn mededaders. Het slachtoffer wordt in het gezicht en op zijn lichaam geslagen. Het slachtoffer wordt in een nekklem gehouden en meerdere mannen hebben hem vastgehouden, terwijl anderen het slachtoffer met een stok en staven slaan. Er wordt onder meer geroepen dat hij geld en zijn sleutels moet afgeven. Het geld wordt hem afgepakt. De autosleutel is hij na het gebeuren ook kwijt en gebleken is dat verdachte later over deze sleutel beschikt en dat hij aan een jongen gevraagd heeft om deze sleutel te laten verdwijnen gelet op het feit dat daarop vingerafdrukken zouden staan.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een bedreiging tegen het leven gericht. Hij heeft het slachtoffer een arm om de schouder geslagen en daarbij een mes op de keel gezet.

De rechtbank rekent de verdachte de bewezenverklaarde feiten zwaar aan. Het is een feit van algemene bekendheid dat bij slachtoffers van delicten als de bewezenverklaarde, lange tijd gevoelens van angst en onzekerheid (kunnen) blijven bestaan.

Bij het eerste delict is fors geweld gebruikt. Naast de verwondingen - bestaande uit 3 grote snijwonden op het hoofd, gekneusde ribben en een hersenschudding - die het slachtoffer heeft opgelopen is voorts een grote inbreuk gemaakt op het psychisch welzijn van het slachtoffer. Het slachtoffer heeft niet alleen tijdens de mishandeling doodsangsten uitgestaan, maar durft ook nu nog niet alleen de straat op. De weg naar de rechtbank om persoonlijk zijn schadevordering toe te lichten was voor het slachtoffer nog teveel gevraagd. Een confrontatie met de verdachten kon hij niet aan.

Het slachtoffer van de bedreiging heeft zich ook zeer angstig gevoeld. De verdachte heeft zich kennelijk niet om de mogelijke gevolgen van zijn handelwijze voor het slachtoffer bekommerd en hij hield ook anderszins op geen enkele wijze rekening met het slachtoffer.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft de rechtbank mede gelet op de inhoud van het strafblad van verdachte d.d. 9 oktober 2018, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder door de rechter is veroordeeld.

Voorts zal de rechtbank bij de straftoemeting rekening houden met voornoemde Pro Justitia triple rapportage van 10 oktober 2018 van de deskundigen, waaruit blijkt dat de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is, alsmede met de rapportages van de Raad voor de Kinderbescherming en de rapportage van de Stichting Bureau Jeugdzorg met betrekking tot de gesloten uithuisplaatsing in het civielrechtelijk kader.

In voornoemde Pro Justitia rapportage wordt door de deskundigen geadviseerd tot het opleggen van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel. De deskundigen overwegen daartoe het volgende.

Betrokkene is opgegroeid met huiselijk geweld en een antisociale leefwijze. Hij weet dat dit niet klopt, maar ook al zou hij het willen, hem ontbreken de tools en vaardigheden om de ingesleten copingvaardigheden te veranderen en zijn gedrag bij te stellen. Hij is bang voor vader, die ook zijn grote held en voorbeeld is. Betrokkene is door de vader geïndoctrineerd. De hulpverlening heeft dat niet kunnen voorkomen, zodat betrokkene is uitgegroeid tot een egocentrische jongen met antisociale normen en waarden.

Betrokkene disfunctioneert op verschillende terreinen en is vastgelopen op meerdere levensgebieden. Het ombuigen van de bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling heeft een langdurige behandeling (gedacht wordt aan drie jaar of meer) binnen een residentiele setting nodig. Betrokkene is niet in staat om vanuit zich zelf rekening te houden met wetten, leefregels, belangen en grenzen van derden. Er is een groot gevaar voor crimineel ontsporen waarbij de veiligheid van anderen in het geding is. Het risico op herhaling van soortgelijke strafbare feiten wordt, zonder passende behandeling, hoog geacht, gezien de ernst en langdurige inslijping van het antisociale gedrag, de band met deviante jongeren en het succes dat hij oogst om zich als macho te gedragen.

Om de sterke scheefgroei van de persoonlijkheid van betrokkene bij te sturen is het noodzakelijk dat een intensief behandeltraject wordt ingezet, waarin betrokkene zich identiteit en copingvaardigheden kan eigen maken en een basis vindt om het verleden inclusief de traumatische ervaringen een plek te geven, zodat hij zijn toekomst vorm kan geven en zijn mogelijkheden, ook cognitief, weet te gebruiken. Gedacht wordt aan psychomotore therapie, schematherapie, systeembehandeling en (zo nodig) traumabehandeling naast het leven in een groep, zodat hij zich leert afstellen en conformeren aan anderen, een empathisch en moreel kompas ontwikkelt en er achter komt wie hij is, wat hij kan en waar zijn gaven en beperkingen liggen. Steunende volwassenen zijn van essentieel belang. De fysieke aanwezigheid van begeleiders die kunnen bijsturen, steunen, begrenzen en bekrachtigen, helpen hierbij, waardoor het recidiverisico vermindert. Wat de beïnvloedingsmogelijkheden betreft zal betrokkene zijn vertrouwen moeten herwinnen in de hulpverlening die doet wat zij zegt, zijn belangen behartigt en waarop hij kan bouwen.

Betrokkene staat niet per definitie afwijzend tegenover hulpverlening en volgt deze uit vrije wil op Icarus. Hij heeft echter weinig tot geen begrip van eigen problematiek en ziet de noodzaak tot behandeling nauwelijks. Betrokkene kan binnen een behandeling in het geadviseerde kader leren wie hij is, los van vader, hoeft geen rekenschap af te leggen over hetgeen hij onderneemt en zinnig acht. In een ambulant en/of vrijwillig kader is dit onmogelijk: te kort van duur, te veel belemmerende invloeden van buiten (deviante groep jongeren, vader), onvoldoende mogelijkheid om zich normgedrag en morele waarden eigen te maken.

De deskundigen hebben een voorwaardelijke PIJ-maatregel overwogen, maar zien - alles overwegende - geen andere optie dan behandeling in het kader van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel. Met een onvoorwaardelijke PIJ kan betrokkene de tijd nemen en wordt hij, op het moment dat hij er aan toe is, met scholing en stage geholpen een plek te vinden in de maatschappij waar hij op een geëigende manier kan leven, zijn geld verdienen, vrienden maken en zo hij wil een gezin stichten.

Ter zitting heeft drs. [psycholoog] nogmaals benadrukt dat de drie deskundigen een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel noodzakelijk achten. Een behandeling in het kader van een voorwaardelijke PIJ-maatregel is - gelet op de dreigende stoornis en problematiek van verdachte - wellicht niet lang genoeg. In het ambulante kader kan verdachte zich onttrekken aan de behandeling op het moment dat het te moeilijk voor hem wordt. Als de behandeling halverwege wordt afgebroken, heeft deze niet het beoogde resultaat en blijft het recidiverisico bestaan. Een residentiele setting maakt het mogelijk dat verdachte dagelijkse begeleid en gecorrigeerd wordt als hij dreigt te vervallen in oude patronen. Verdachte heeft ook oefening nodig in omgang met leeftijdgenoten. Een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel biedt meer mogelijkheden, kan langer worden voortgezet en verlengd worden en wordt altijd gevolgd door een afsluitend traject. Een behandeling voor de duur van twee jaar wordt, met aansluitend een Scholing- en trainingsprogramma (STP) van een jaar, echt als minimaal ingeschat.

Bij het tot stand komen van het rapport hebben de deskundigen rekening gehouden met de wijze waarop verdachte nu naar zijn vader kijkt en hoe dat in het verleden is gegaan.

De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van een strafadvies van de Raad van 21 oktober 2018, waarin eveneens wordt geadviseerd verdachte een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel op te leggen. De heer Legius van de Raad heeft zich ter zitting uitdrukkelijk aangesloten bij de inhoud van het NIFP rapport en het advies, waaruit blijkt dat er voor lange tijd behandeling nodig is in het kader van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel.

De heer [vertegenwoordiger SBJZ] heeft ter zitting naar voren gebracht dat verdachte wel enig inzicht heeft in het feit dat hij nog het een en ander moet leren, maar dat hij zich verzet tegen een PIJ-maatregel omdat hij bang is dat dit tot zijn 27e jaar kan duren. Behandeling zal echter zeker niet voor zijn 18e jaar afgerond zijn. De huidige machtiging gesloten jeugdzorg expireert op 16 november 2018. Er is inmiddels bij de rechtbank een verzoek voor een nieuwe machtiging gesloten jeugdzorg ingediend. De heer [vertegenwoordiger SBJZ] conformeert zich aan het advies van het NIFP.

De medewerksters van Icarus hebben ter zitting toegelicht hoe het op dit moment met verdachte in Icarus gaat. Zij hebben allebei het NIFP-rapport niet gelezen. Verdachte heeft zich na een moeizame start op Icarus geconformeerd aan de behandeling. Verdachte houdt zich nu goed aan de afspraken en de regels. Samen met verdachte zijn doelen geformuleerd waaraan gewerkt moet worden.

De oma van verdachte heeft ter zitting naar voren gebracht dat het vertrouwen in een PIJ-maatregel ontbreekt. Het vertrouwen in instanties is door de ervaring in de afgelopen jaren ernstig geschaad. Verdachte is sinds zijn vierde levensjaar blootgesteld aan een nagenoeg ontbrekende opvoeding, verwaarlozing en mishandeling, terwijl niet of niet tijdig genoeg is ingegrepen door instanties. Als de vader niet in beeld was, ging het goed met verdachte. Verdachte doet nu erg zijn best. De oma bepleit dan ook voortzetting van het huidige ingezette traject bij Icarus onder de voorwaarde dat verdachte de benodigde hulpverlening krijgt, accepteert en er aan blijft meewerken.

De rechtbank verenigt zich met de inhoud van de rapportages van de deskundigen, alsmede met hun conclusies en maakt deze tot de hare.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat oplegging van een onvoorwaardelijk PIJ-maatregel passend en geboden is. De rechtbank stelt vast dat aan de wettelijke vereisten voor oplegging van een PIJ-maatregel, zoals deze staan weergegeven in artikel 77s, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht, is voldaan. De bewezenverklaarde feiten zijn misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld. Ten tijde van het plegen van deze misdrijven was de verdachte lijdende aan een gebrekkige

ontwikkeling in de vorm van een reactieve hechtingsstoornis, een ernstige normoverschrijdende gedragsstoornis en is er sprake van scheefgroei in de persoonlijkheidsontwikkeling. Langdurige intensieve behandeling en begeleiding van de verdachte zijn voorts noodzakelijk voor een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de verdachte, zoals reeds naar voren is gekomen in de deskundigenrapporten en de toelichting ter zitting. Bovendien eist de veiligheid van personen oplegging van de PIJ-maatregel, gelet op het hoge recidiverisico bij uitblijven van een behandeling.

Anders dan door de verdediging en de oma van verdachte bepleit is de rechtbank van oordeel dat voortzetting van de hulpverlening in de huidige vorm niet toereikend zal zijn. Hoewel verdachte stelt dat hij gemotiveerd is om mee te werken aan de behandeling in Icarus, acht de rechtbank het niet onwaarschijnlijk dat dit mede is ingegeven door het feit dat hij weet dat de plaatsing op Icarus op zijn 18e jaar eindigt. Het is de vraag of verdachte de intrinsieke motivatie kan opbrengen om daarna aan een ambulante behandeling te blijven meewerken. Met de deskundigen is de rechtbank van oordeel dat dan de kans op het voortijdig afbreken van de noodzakelijke behandeling tot de mogelijkheden behoort. De verdachte noch de maatschappij is hiermee gebaat. De behandeling in het kader van de PIJ-maatregel is de enige en laatste kans voor verdachte om de scheefgroei in zijn ontwikkeling recht te trekken en om, zoals verdachte zelf ook wenst, uiteindelijk een normaal leven op te bouwen

De PIJ-maatregel geldt voor een termijn van drie jaren. Na twee jaar eindigt de maatregel van rechtswege voorwaardelijk, tenzij de maatregel wordt verlengd op de wijze zoals bedoeld in artikel 77t van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank stelt vast dat de maatregel opgelegd is ter zake van een misdrijven die gericht zijn tegen en gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van één of meer personen. Derhalve kan de maatregel verlengd worden, telkens met ten hoogste twee jaren en tot een maximum van zeven jaren, zoals bedoeld in artikel 77t, derde lid van het Wetboek van Strafrecht.

7 De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

7.1

De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [benadeelde partij 1] vordert een schadevergoeding van € 1.114,47, bestaande uit een materiële schade van € 414,47 en een immateriële schade van € 700,00. Daarnaast vordert de benadeelde partij een bedrag van € 200,00 per zittingsdag aan proceskosten. De benadeelde partij vordert het totale bedrag hoofdelijk toe te wijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 april 2018 alsmede het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel.

Namens de benadeelde partij zijn de proceskosten ter terechtzitting nader gespecificeerd, in die zin dat voor het opstellen en de indiening van de vordering een bedrag van € 100,00, te verdelen over alle verdachten, wordt gevorderd, alsmede een bedrag van € 100,00 per dag voor het bijwonen van de terechtzitting. Tevens wordt gevorderd de proceskosten hoofdelijk op te leggen.

7.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vordering hoofdelijk kan worden toegewezen tot een bedrag van € 1.114,47, te vermeerderen met de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel met een vervangende jeugddetentie van 21 dagen.

De proceskosten van € 200,00 dienen door de zeven verdachten gedeeld te worden, wat afgerond neerkomt op een bedrag van € 67,00 per verdachte.

7.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat hij zich - bij een bewezenverklaring – refereert aan het oordeel van de rechtbank nu de gevorderde bedragen alleszins redelijk zijn.

7.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de vordering van de benadeelde partij, nu verdachte deze niet heeft weersproken, kan worden toegewezen zoals is verzocht.

De rechtbank overweegt dat de officier van justitie voor deze overval 7 verdachten heeft gedagvaard. De rechtbank heeft de behandeling van deze zaken verspreid over 2 dagen. De rechtbank heeft de zaak tegen een van de medeverdachten reeds op voorhand aangehouden.

De rechtbank bepaalt op grond hiervan de proceskosten tot op heden op een bedrag van € 100,00 voor het indienen van de vordering en een bedrag van € 100,00 per zittingsdag voor het bijwonen van de beide zittingen door de raadsman van de benadeelde partij.

De rechtbank begroot de proceskosten tot op heden derhalve op een bedrag van € 300,00 en zal deze hoofdelijk opleggen.

De rechtbank merkt hierbij op dat daarin niet is verdisconteerd dat een extra zitting nodig is voor de behandeling van de aangehouden zaak.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen Wetboek van Strafrecht art. 36f, 77a, 77g, 77s, 77gg, 285 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van de onder 2 en 4 ten laste gelegde feiten;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.6 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Maatregel

- legt op aan de verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen;

- heft op de geschorste bevel voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip dat dit vonnis onherroepelijk wordt;

Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

- veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij, [benadeelde partij 1], wonende te Tilburg, te betalen € 1.114,47, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 29 april 2018 tot aan de dag van de volledige voldoening;

- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op € 300,00;

- bepaalt dat voor zover deze bedragen door een of meer mededader(s) zijn betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, [benadeelde partij 1] , van € 1.114,47, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 10 dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de vervangende jeugddetentie de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 29 april 2018 tot aan de dag van de volledige voldoening;

- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;

- bepaalt dat voor zover het bedrag door een of meer mededader(s) is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de staat te betalen.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.B.A. Ferwerda, voorzitter, mr. S.A.M.C. van de Winkel en mr. E.J.M. Boogaard-Derix, allen kinderrechters, in tegenwoordigheid van
mr. E.A.C. Tolkamp-Gazenbeek, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van
13 november 2018.

Mr. E.B.A. Ferwerda is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 29 april 2018 in de gemeente Kerkrade tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid geld (ongeveer 120 euro) en/of (een) autosleutel(s), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij 1] , heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te

maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededader(s) die [benadeelde partij 1] meermalen, althans eenmaal,

- hardhandig heeft/hebben geduwd en/of vastgehouden en/of

- met (een) vuist(en) in/tegen het gezicht en/of hoofd, althans het lichaam, heeft/hebben

geslagen en/of

- met (een) stok(ken) en/of sta(af)ven, althans een hard en/of stomp voorwerp, op/tegen het

hoofd, althans het lichaam, heeft/hebben geslagen;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

N.P.M. [medeverdachte 4] en/of [mederverdachte] en/of Z. [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 1] en/of K.G. [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 7] op of omstreeks 29 april 2018 in de gemeente Kerkrade, tezamen en in vereniging (met een of meer anderen), althans alleen, een hoeveelheid geld (ongeveer 120 euro) en/of (een) autosleutel(s), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij 1] ,

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededader(s) die [benadeelde partij 1] meermalen, althans eenmaal,

- hardhandig heeft/hebben geduwd en/of vastgehouden en/of

- met (een) vuist(en) in/tegen het gezicht en/of hoofd, althans het lichaam, heeft/hebben

geslagen en/of

- met (een) stok(ken) en/of sta(af)ven, althans een hard en/of stomp voorwerp, op/tegen het

hoofd, althans het lichaam, heeft/hebben geslagen,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 29 april 2018 in de gemeente Kerkrade, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door de woning waar hij verblijft ter beschikking te stellen en/of afspraken te maken over het verdelen van de buit;

2.

hij op of omstreeks 1 mei 2018 in de gemeente Kerkrade [benadeelde partij 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [benadeelde partij 2] dreigend de woorden toe te voegen dat hij hem zou neersteken, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of daarbij en/of vervolgens een stanleymes, althans een gedeelte van een

stanleymes, en/of een schroevendraaier heeft getoond;

(BVH 2018064068)

3.

hij op of omstreeks 13 april 2018 in de gemeente Kerkrade [benadeelde partij 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,

immers heeft verdachte een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, op/tegen de keel van die [benadeelde partij 3] gehouden en/of met een mes gezwaaid en/of (daarbij) de woorden toegevoegd: "Zou ik het doen?", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

(BVH 2018054148)

4.

hij op of omstreeks 13 april 2018 in de gemeente Kerkrade [benadeelde partij 4] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [benadeelde partij 4] dreigend de woorden toe te voegen "Hou je bek, ik snij je de hals door", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, terwijl verdachte (op dat moment) een mes in zijn hand had en hier zwaaiende beweging(en) mee maakte;

(BVH 2018054148)

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, proces-verbaalnummer PL2300-2018063000, gesloten d.d. 15 augustus 2018, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 377.

2 Procesdossier, pagina 29-32,

3 Procesdossier pagina 37,

4 Procesdossier pagina 37,

5 Procesdossier pagina 38,

6 Procesdossier pagina 38,

7 Procesdossier pagina 42,

8 Procesdossier pagina 224-232 en 234-239,

9 Procesdossier pagina 225,

10 Procesdossier pagina 235 en 236,

11 Procesdossier pagina 325-333,

12 Procesdossier pagina 337 en 338,

13 Procesdossier pagina 332 en 333,

14 Procesdossier pagina 262-264,

15 Procesdossier pagina 83,

16 Procesdossier pagina 135-134,

17 Procesdossier pagina 112-114,

18 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, district Parkstad-Limburg, basisteam Kerkrade, proces-verbaalnummer PL2300-2018054158, gesloten d.d. 2 mei 2018, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 73.

19 Procesdossier pagina 4-7,

20 Procesdossier pagina 18-22,

21 Proces-verbaal van de terechtzitting van 29 oktober 2018.