Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:10771

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
15-11-2018
Datum publicatie
19-11-2018
Zaaknummer
7280636 CV EXPL 18-6415
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Einde tijdelijke huurovereenkomst doordat de periode op grond waarvan de vergunning op basis van de Leegstandwet is verstreken. Veroordeling tot ontruiming. Langere ontruimingstermijn dan gebruikelijk wegens ziekenhuisopname van huurder. Veroordeling tot betaling van huurachterstand en gebruiksvergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 7280636 CV EXPL 18-6415

Vonnis in kort geding van de kantonrechter van 15 november 2018

in de zaak van:

[eiser] ,

wonend te [woonplaats 1] ,

eisende partij,

gemachtigde mr. E.L.B. Hundscheidt,

tegen

[gedaagde] ,

wonend te [woonplaats 2] ,

gedaagde partij,

gemachtigde mr. drs. G.W.J. Rietra.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de mondelinge behandeling op 8 november 2018, waarbij mr. Rietra een
    e-mailbericht van 29 oktober 2018 en een brief van 9 oktober 2018 heeft overgelegd

  • -

    het e-mailbericht van mr. Rietra van 9 november 2018 met bijlagen.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Aan [eiser] is door burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen op
29 augustus 2013 een vergunning verleend voor het aangaan van een tijdelijke huurovereenkomst als bedoeld in art. 15 van de Leegstandwet voor de woning aan het adres [adres] te [woonplaats 2] . De vergunning is verleend voor de periode van 1 september 2013 tot en met 31 augustus 2018 (behoudens verlenging).

2.2.

[gedaagde] huurt op grond van een huurovereenkomst met ingang van 15 november 2013 van [eiser] de woning aan het adres [adres] te [woonplaats 2] . De overeengekomen en bij vooruitbetaling verschuldigde huur bedraagt € 680,00 per maand.

In de huurovereenkomst wordt verwezen naar voornoemde vergunning en de looptijd daarvan. Ook staat in de overeenkomst dat de woning binnen afzienbare tijd zal worden verkocht, dat diverse huurdersbeschermingsbepalingen niet van toepassing zijn, dat (onder meer) art. 16 van de Leegstandwet van toepassing is en dat de huurovereenkomst zonder opzegging eindigt op het tijdstip dat de vergunning haar geldigheid definitief verliest.

2.3.

Ten tijde van de dagvaarding (25 oktober 2018) bedroeg de huurachterstand tot en met de maand oktober 2018 € 1.360,00. Verder was er ten tijde van de dagvaarding een potentiële koper van de door [gedaagde] bewoonde woning.

2.4.

Op 5 november 2018 heeft de kredietbank (namens [gedaagde] ) € 2.040,00 betaald aan [eiser] . De (potentiële) koper heeft na dagvaarding alsnog van koop van de woning afgezien.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert [gedaagde] te veroordelen:

  • -

    om de woning binnen drie dagen na betekening van het vonnis te ontruimen en te verlaten;

  • -

    tot betaling van € 1.260,00 (bedoeld is: € 1.360,00) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van voldoening;

  • -

    tot betaling van € 680,00 voor iedere maand vanaf 1 november 2018 zolang [gedaagde] de woning niet ontruimt

  • -

    de proceskosten.

3.2.

[gedaagde] voert verweer.

4 De beoordeling

4.1.

De gemachtigde van [gedaagde] heeft ter zitting opgemerkt dat hij de vergunning als vermeld in 2.1. niet tussen de gedingstukken heeft aangetroffen. Hij heeft echter niet betwist, en dus staat vast, dat de betreffende vergunning is verleend. Omdat de duur van de vergunning niet is verlengd, is de huurovereenkomst krachtens art. 16 lid 8 van de Leegstandwet zonder opzegging geëindigd op 31 augustus 2018. Hieruit volgt dat [gedaagde] vanaf die datum zonder recht of titel in de woning van [eiser] verblijft. [eiser] heeft reeds op grond hiervan een spoedeisend belang bij de gevraagde ontruiming.

4.2.

Ter zitting heeft [eiser] voorts betoogd dat [gedaagde] tijdens bezichtigingen van de woning door potentiële kopers zich met de gang van zaken daarbij bemoeit en dat hij deze potentiële kopers te woord staat. Volgens [eiser] doet [gedaagde] een en ander op zo’n wijze dat dit kopers afschrikt. Hiertegen is van de zijde van [gedaagde] niets ingebracht zodat de kantonrechter uit gaat van de juistheid van dit betoog. Gelet op deze (onbetwiste) gang van zaken heeft [eiser] ook daarom een spoedeisend belang bij de gevorderde ontruiming aangezien [gedaagde] door zijn aanwezigheid de kans op verkoop van de woning aanzienlijk verkleint.

4.3.

[gedaagde] zal, nu hij zonder recht of titel in de woning verblijft, worden veroordeeld de woning te ontruimen en te verlaten. Normaliter wordt de termijn waarbinnen dient te worden ontruimd bepaald op twee weken na betekening van het vonnis. Uit de na de zitting ontvangen informatie (die ook aan de gemachtigde van [eiser] is verzonden) blijkt dat [gedaagde] op 15 november een bypass (hart) operatie zal ondergaan met een verwachte klinische revalidatieperiode van 4-6 weken. Dit ondersteunt de namens [gedaagde] ter zitting ingenomen stelling dat hij na de operatie circa vier weken in het ziekenhuis zal dienen te blijven. Op grond van deze informatie zal de ontruimingstermijn worden bepaald op zes weken na betekening van het vonnis. Hierbij is ook betrokken dat [gedaagde] kan terugvallen op ondersteuning via Alcander en het expertiseteam.

4.4.

De vordering tot betaling van € 1.360,00 zal worden afgewezen omdat vast staat dat [gedaagde] dit bedrag alsnog na dagvaarding (via de kredietbank) betaald heeft. Wel zal hij worden veroordeeld tot betaling van de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van dagvaarding (25 oktober 2018) tot 5 november 2018.

4.5.

De gevorderde vergoeding van € 680,00 per maand zal worden toegewezen met ingang van 1 december 2018 en dus niet reeds met ingang van 1 november 2018, aangezien [gedaagde] de maand november 2018 heeft betaald op 5 november 2018.

4.6.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal [gedaagde] worden veroordeeld tot betaling van de kosten van dit geding, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op:

  • -

    dagvaarding € 82,57

  • -

    griffierecht € 226,00

  • -

    salaris gemachtigde € 600,00

Totaal: € 908,57

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde] om binnen zes weken na betekening van dit vonnis de woning aan het adres [adres] te [woonplaats 2] met al de zijnen en het zijne te verlaten en te ontruimen en door overgave van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van [eiser] te stellen,

5.2.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van de wettelijke rente over
€ 1.360,00 vanaf 25 oktober 2018 tot 5 november 2018,

5.3.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van € 680,00 voor iedere maand (een gedeelte van een maand te rekenen voor een hele), te vermeerderen met de (wettelijk) toegestane huurverhoging, vanaf 1 december 2018 tot de dag dat [gedaagde] de woning zal hebben ontruimd en verlaten,

5.4.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de kosten van dit geding, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 908,57,

5.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Hoekstra en is in het openbaar uitgesproken.

Type: RW