Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:10769

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
15-11-2018
Datum publicatie
19-11-2018
Zaaknummer
7302596 CV EXPL 18-6672
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Huur woning. Huurachterstand. Veroordeling tot betaling huurachterstand. Voorwaardelijke veroordeling tot ontruiming, indien huurder de ter zitting overeengekomen betalingsregeling niet stipt nakomt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 7302596 CV EXPL 18-6672

Vonnis in kort geding van de kantonrechter van 14 november 2018

in de zaak van:

[eiser] ,

gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,

eisende partij,

gemachtigde mr. M.J.M.H. Nass,

tegen

[gedaagde] ,

h.o.d.n. ‘ [handelsnaam] ’,

gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,

in zijn hoedanigheid van bewindvoerder van de goederen die (zullen) toebehoren aan

[naam onderbewindgestelde] ,

gedaagde partij,

gemachtigde mr. L.C. van Kasteren.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de akte overlegging producties

  • -

    de mondelinge behandeling op 12 november 2018.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] verhuurt aan [naam onderbewindgestelde] sedert 1 juli 2006 de woning aan het adres [adres] te [woonplaats] tegen een bij vooruitbetaling verschuldigde huurprijs van (thans) € 647,60 per maand. De door [naam onderbewindgestelde] gehuurde woning is gelegen boven de door [eiser] geëxploiteerde brood- en banketbakkerij.

2.2.

Sinds (in ieder geval) januari 2018 betaalt [naam onderbewindgestelde] de huur niet tijdig en niet volledig.

2.3.

Bij beschikking van 29 juni 2018 zijn de goederen van [naam onderbewindgestelde] met ingang van

1 juli 2018 onder bewind gesteld, met benoeming van [gedaagde] tot bewindvoerder.

2.4.

Ten tijde van de dagvaarding (30 oktober 2018) bedroeg de huurachterstand

€ 1939,40 (€ 2.587,00 minus de huurbetaling op 26 oktober 2018 van € 647,60).

2.5.

Ter zitting is gebleken dat de huur van november 2018 niet is betaald, zodat de huurachterstand op dat moment € 2.587,00 bedroeg.

2.6.

Ter zitting zijn partijen het volgende overeengekomen:

  1. [gedaagde] zal met ingang van 1 december 2018 telkens stipt de maandelijks verschuldigde huur voldoen en tevens met ingang van die datum per maand € 125,00 van de huurachterstand betalen;

  2. [gedaagde] zal na aflossing van de huurachterstand aansluitend de door [eiser] gemaakte kosten vergoeden tot een bedrag van € 250,00, te betalen in twee maandelijkse termijnen van € 125,00;

  3. Indien [gedaagde] de onderdelen 1. en 2. niet stipt nakomt, zal [eiser] , nadat hij [gedaagde] heeft in gebreke gesteld de ontruiming aanzeggen.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert :

  1. [gedaagde] te veroordelen tot ontruiming van de woning op straffe van verbeurte van een dwangsom en met machtiging van [eiser] om de ontruiming af te dwingen;

  2. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de huurachterstand, te vermeerderen met de wettelijke rente;

  3. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de huur tot en met de maand dat de woning zal zijn ontruimd binnen twee weken na dagtekening van het vonnis en te vermeerderen met de wettelijke rente,

  4. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke en gerechtelijke kosten, alsmede de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf veertien dagen na dagtekening van het vonnis.

3.2.

[gedaagde] voert verweer.

4 De beoordeling

4.1.

De huurachterstand is zodanig dat in een bodemprocedure naar alle waarschijnlijkheid de huurovereenkomst op grond daarvan ontbonden zal worden. Hieruit volgt dat de gevorderde ontruiming zal worden toegewezen, met dien verstande dat de veroordeling daartoe voorwaardelijk zal zijn, namelijk indien [gedaagde] de onderdelen 1. en 2. van de ter zitting getroffen betalingsregeling niet (volledig) nakomt. De dwangsom zal worden afgewezen aangezien [eiser] voldoende wettelijke mogelijkheden heeft de ontruiming op andere wijze af te dwingen. Ook de gevorderde machtiging zal worden afgewezen. De in de wet aan de deurwaarder verleende bevoegdheden tot reële executie (artikelen 555 e.v. Rv in verbinding met artikel 444 Rv) worden toereikend geacht, zodat [eiser] bij een afzonderlijke machtiging geen belang heeft.

4.2.

De gevorderde huurachterstand van € 2.587,00 (tot en met november 2018) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de respectieve verzuimdata tot de dag van voldoening is toewijsbaar.

4.3.

De vordering tot betaling van de huur is toewijsbaar vanaf 1 december 2018 tot de dag van ontruiming. Er is geen grond om, zoals [eiser] vordert, [gedaagde] te veroordelen de huur te betalen binnen veertien dagen na heden want de huur van december 2018 en later is na ommekomst van die termijn (nog) niet verschuldigd.

4.4.

De gevorderde betaling van buitengerechtelijke kosten, door [eiser] gesteld op
€ 908,50, is niet toewijsbaar want gesteld noch gebleken is dat is voldaan aan het bepaalde in art. 6:96 lid 6 BW.

4.5.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal [gedaagde] worden veroordeeld tot betaling van de kosten van dit geding, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op:

  • -

    dagvaarding € 98,01

  • -

    griffierecht € 79,00

  • -

    salaris gemachtigde € 600,00

Totaal: € 777,01

De wettelijke rente over dit bedrag zal worden toegewezen vanaf veertien dagen na heden tot de dag van voldoening.

4.6.

De nakosten zullen worden toegewezen op de wijze als in de navolgende beslissing is bepaald.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van € 2.587,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de respectieve verzuimdata tot de dag van voldoening,

5.2.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 647,60 huur per maand met ingang van
1 december 2018 tot en met de maand waarin [gedaagde] het gehuurde ontruimd zal hebben,

5.3.

veroordeelt [gedaagde] , indien [gedaagde] in gebreke is met de voldoening van de hiervoor in 2.6. onder 1 en 2 bedoelde betalingsverplichtingen,

de woning aan het adres [adres] te [woonplaats] binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en te verlaten en onder overgave van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van [eiser] te stellen,

5.4.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de kosten van dit geding, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 777,01, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na heden tot de dag van voldoening,

5.5.

veroordeelt [gedaagde] , onder de voorwaarde dat hij niet binnen twee weken na aanschrijving door [eiser] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

  • -

    € 100,00 salaris gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dat na aanschrijving tot de dag van voldoening,

  • -

    Te vermeerderen met de explootkosten (indien betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden), vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na betekening tot de dag van voldoening,

5.6.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en is in het openbaar uitgesproken.

Type: RW