Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:10699

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
14-11-2018
Datum publicatie
16-11-2018
Zaaknummer
C/03/246456 / HA ZA 18-91
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Burengeschil; erfgrens; aanbouw; verkrijgende verjaring; art. 5:54 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer: C/03/246456 / HA ZA 18-91

Vonnis van 14 november 2018

in de zaak van

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ,

wonend te [woonplaats] ,

eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

advocaat mr. R.J. Boogers,

tegen:

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ,

wonend te [woonplaats] ,

gedaagde in conventie, eiser in reconventie,

advocaat mr. A.L. Stegeman

Partijen zullen hierna ‘ [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ’ en ‘ [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ’ worden genoemd.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 2 februari 2018 met producties;

- de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie met producties;

- de conclusie van antwoord in reconventie;

- de akte overlegging producties zijdens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ;

- het proces-verbaal van comparitie, gehouden op 3 september 2018

- de mededeling onttrekking advocaat van mr. LC.F. Kroes op de rol van 14 november 2018 genomen bij B2-formulier van 30 oktober 2018;

- de mededeling stellen advocaat van mr. R.J. Boogers op de rol van 14 november 2018 genomen bij B2-formulier van 1 november 2018.

1.2

Tenslotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

In conventie en reconventie

2.1

De rechtbank gaat uit van de volgende vaststaande feiten:

a. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zijn buren. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] woont sinds circa 2012 in de woning op nummer [huisnummer] . Daarvoor woonden respectievelijk zijn zus en zijn grootvader in de woning.

Ongeveer 50 jaar geleden zijn de percelen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] en [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] afgescheiden met een afrastering, die in overleg tussen de beide buren op de erfgrens is geplaatst.

Ruim 20 jaar geleden heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] de afrastering vervangen door een houten schutting. De schutting staat op exact dezelfde plaats als de afrastering (en dus ook op de feitelijke erfgrens (nrs. 2 en 26 dagvaarding)). Deze schutting liep aanvankelijk vanuit de tuinen door tot aan de uitbouw van de woning van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] .

Meer dan 20 jaar geleden heeft de grootvader van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aan de voorzijde van de woningen muurtjes doen plaatsen op zijn perceel, tegen de erfgrens aan.

Eind 2015, begin 2016 hebben partijen overleg gevoerd over het voornemen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om een aanbouw in zijn achtertuin te realiseren.

De bouw van de aanbouw heeft geduurd van ca. maart tot juni 2016. Tijdens de bouw zijn, met toestemming van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , twee schuttingdelen verwijderd. Afgesproken is dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de schutting later weer zou herstellen.

Na voltooiing van de bouw is gebleken dat de twee verwijderde schuttingdelen niet meer op exact dezelfde plaats konden worden teruggezet, omdat de aanbouw van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zo is gebouwd dat de buitenlijn van de muur precies aansluit op de schutting.

In opdracht van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft het Kadaster op 24 augustus 2017 een grensreconstructie uitgevoerd (productie 6 bij dagvaarding). Blijkens de metingen van het Kadaster steekt de aanbouw van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aan de straatzijde van de woningen 36 centimeter en aan de achterzijde 23 centimeter uit over de kadastrale erfgrens. Daarnaast steekt de fundering 7 centimeter uit tussen de punten 25 en 26 op de in het rapport van het Kadaster opgenomen kaart.

3 Het geschil

In conventie

3.1

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

a. voor recht verklaart dat de aanbouw van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] voor een deel 2,82145 vierkante meter, althans voor enig deel in goede justitie te bepalen, is geplaatst op het perceel van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] en daarmee sprake is van inbreuk op het eigendomsrecht van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ;

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] veroordeelt de aanbouw te verwijderen, althans deels te verwijderen in zoverre dat de aanbouw niet meer op het perceel van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] is gesitueerd, althans de aanbouw te verwijderen voor een deel door de rechtbank in goede justitie te bepalen;

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] veroordeelt de houten schutting inclusief verlichting, elektra en overige toebehoren te (her)plaatsen exact op de erfgrens tussen de beider percelen, te weten de kadastrale grens zoals door Kadaster aangegeven in diens rapport d.d. 28 augustus 2017;

voor wat betreft sub b en c binnen 14 dagen na betekening van het ten deze te wijzen vonnis, en, indien [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet voldoet aan het ten deze te wijzen vonnis, met ingang van dag 15 na betekening, alles op verbeurte van een dwangsom van € 2.500,- per dag dat gedaagde niet voldoet aan het ten deze te wijzen vonnis, waarbij een aangebroken dag heeft te gelden als een hele dag, althans dwangsommen door de rechtbank in goede justitie te bepalen, althans binnen een termijn door de rechtbank te bepalen en/of op verbeurte van dwangsommen, door de rechtbank te bepalen;

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 450,-, binnen 14 dagen na betekening van het door de rechtbank te wijzen vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 oktober 2017, althans vanaf de datum der dagvaarding, althans vanaf 14 dagen na het door de rechtbank te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] veroordeelt in de buitengerechtelijke kosten, begroot op € 925,- exclusief BTW;

een en ander met veroordeling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van 14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling.

3.2

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] voert hiertoe aan dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , in afwijking van gemaakte afspraken, zijn aanbouw niet tot aan de erfafscheiding – dat wil zeggen, de schutting – heeft gebouwd, waardoor de schutting niet meer op de oorspronkelijke plaats kon worden teruggezet. Daarnaast is uit metingen van het Kadaster gebleken dat de aanbouw van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gedeeltelijk (namelijk voor 2,82145 vierkante meter) op het perceel van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] is gebouwd, waardoor inbreuk is gemaakt op het eigendomsrecht van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] .

3.3

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft de vorderingen van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] betwist. Meer in het bijzonder betwist [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gestelde afspraak: hij stelt dat is afgesproken dat zijn aanbouw tegen de erfgrens aangezet zou worden, direct grenzend aan de aanbouw van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] . Logisch gevolg hiervan is, aldus [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , dat de voor de bouw verwijderde schuttingdelen niet op exact dezelfde plaats kunnen worden teruggeplaatst. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] betwist verder dat sprake is van grensoverschrijding en hij heeft zich bij wijze van verweer beroepen op verkrijgende dan wel bevrijdende verjaring, rechtsverwerking en misbruik van recht.

In reconventie

3.4

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] vordert dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

a. Primair: voor recht verklaart dat de strook grond in geschil eigendom is van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , althans behoort bij diens perceel kadastraal bekend als gemeente Hoensbroek, [kadasternummer] en de juridische grens tussen beide percelen verloopt tussen en evenwijdig aan de beide aanbouwsels en in het verlengde daarvan recht naar voren en recht naar achteren tot zover beide percelen zich uitstrekken, e.e.a. conform de kadastrale kaart overgelegd als productie 4;

Subsidiair: [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] veroordeelt aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] een strook grond als hierboven bedoeld in eigendom over te dragen, danwel hem een erfdienstbaarheid te verlenen tot het handhaven van de bestaande toestand, zulks tegen een redelijke schadeloosstelling;

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] veroordeelt alle nodige medewerking te verlenen aan het notarieel en/of kadastraal vastleggen van vorenbedoelde eigendom en erfgrens, c.q. een erfdienstbaarheid, zulks op kosten van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] en op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag of gedeelte van een dag dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] daarmee in verzuim is, met een maximum van € 50.000,-.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] veroordeelt in de kosten van het geding, te vermeerderen met de nakosten ten belope van € 100,-, een en ander te voldoen binnen twee dagen na betekening van het vonnis, en – voor het geval de voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.

3.5

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] voert hiertoe aan dat de afrastering tussen de beide percelen al ongeveer 50 jaar op dezelfde plaats is gelegen, namelijk op de plaats waar de schutting nu staat (en stond). Er is daardoor volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] sprake van zowel verkrijgende als bevrijdende verjaring. Bovendien heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] haar recht verwerkt door zelf een schutting te plaatsen (met de kennelijke bedoeling de grens tussen de percelen duidelijk te maken) en deze situatie vervolgens meer dan twintig jaar te laten bestaan. Tot slot heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zich beroepen op toepassing van artikel 5:54 BW, nu hij door wegneming van het uitstekende gedeelte van de aanbouw onevenredig veel zwaarder benadeeld zou worden dan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] door handhaving daarvan.

4 De beoordeling

In conventie

4.1

Het geschil in deze zaak draait om de vraag of met de door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gerealiseerde aanbouw de erfgrens tussen de percelen van partijen is overschreden. Voor de beantwoording van die vraag zal eerst moeten worden vastgesteld waar die erfgrens ligt.

De erfgrens

4.2

Volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] bevindt de erfgrens zich op de lijn die is vastgesteld bij de door het Kadaster uitgevoerde grensreconstructie. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft echter (onder meer) gesteld dat hij – ongeacht de door het Kadaster aangegeven grens – door onafgebroken bezit te goeder trouw eigenaar is geworden van de grond tot aan de schutting en de lijn die in het verlengde van de schutting doorloopt langs het muurtje aan de voorzijde van de woningen. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] beroept zich daarmee op verkrijgende verjaring.

4.3

Hoewel kadastrale gegevens van belang kunnen zijn voor de beoordeling van perceelgrenzen, zijn deze niet in alle gevallen van doorslaggevende betekenis. Het is mogelijk dat, bijvoorbeeld op grond van verkrijgende verjaring, een afwijkende erfgrens moet worden vastgesteld. Verjaring dient ertoe de rechtstoestand in overeenstemming te brengen met de feitelijke toestand indien deze lang genoeg heeft bestaan.

4.4

Voor verkrijgende verjaring van registergoederen is onafgebroken bezit te goeder trouw gedurende tien jaar vereist (art. 3:99 BW). De vraag of iemand een goed bezit, wordt – naast de toepasselijke wettelijke bepalingen – beoordeeld naar verkeersopvatting en op grond van uiterlijke feiten (art. 3:108 BW). Daarbij zijn beslissend de uiterlijke feiten waaraan in het verkeer een erkenning van bezit wordt geknoopt. Het gaat dan om het uitoefenen van een voldoende mate van feitelijke macht, waaruit blijkt dat de bezitter pretendeert eigenaar te zijn (vgl. gerechtshof ’s-Hertogenbosch 2 juli 2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:2772; HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:309). Op grond van artikel 3:118 BW is een bezitter te goeder trouw wanneer hij zich als rechthebbende beschouwt en zich ook redelijkerwijze als zodanig mocht beschouwen.

4.5

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] – die inzake het beroep op verkrijgende verjaring de bewijslast draagt – heeft ter onderbouwing van zijn stelling aangevoerd dat ongeveer vijftig jaar geleden, toen het perceel nog van zijn grootvader was, een afrastering is geplaatst tussen de beide percelen aan de achterzijde van de woningen. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft vervolgens meer dan twintig jaar geleden een schutting geplaatst op de plaats waar eerder de afrastering stond, aldus [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] . Bovendien heeft de grootvader van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] meer dan twintig jaar geleden aan de voorzijde van de woning muurtjes doen plaatsen op zijn perceel, tegen de erfgrens aan. Ter hoogte van de muurtjes is het perceel van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] voorzien van erfverharding en traptreden (later een helling), die werden gebruikt om langs de eigen woning in de eigen achtertuin te komen. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] en zijn rechtsvoorgangers hebben de grond tot aan de muurtjes en afrastering steeds gebruikt als hun eigendom. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] maakte hier geen gebruik van en had hier geen toegang toe, aldus [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] . Deze stellingen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zijn zijdens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] als zodanig niet betwist. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] bevestigt zelfs expliciet dat de schutting exact op de erfgrens staat (dagvaarding punt 1), dat geen sprake is van een schutting of erfscheiding die elders heeft gestaan (dagvaarding punt 26 en conclusie van antwoord in reconventie punt 7) en dat beide afscheidingen (de afrastering en het muurtje) ruim meer dan twintig jaar als feitelijke erfafscheiding dienen (proces-verbaal van comparitie, pag. 3, waarin wordt verwezen naar productie 4 bij dagvaarding).

4.6

Op basis van het voorgaande kan als vaststaand worden aangenomen dat de feitelijke erfgrens tussen de beide percelen al meer dan tien jaar – zelfs meer dan twintig jaar – is gelegen op de plaats waar op dit moment aan de achterzijde van de woningen (het restant van) de schutting staat, terwijl de erfgrens aan de voorzijde van de woningen doorloopt langs de buitenrand van het muurtje van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] (zie ook rov. 2.1 sub b t/m d). Bovendien is voldoende duidelijk dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] en zijn rechtsvoorgangers bezitter zijn (geweest) van de grond aan hun zijde van de schutting: duidelijk is dat de afrastering, schutting en het muurtje bedoeld waren om de percelen van elkaar te scheiden (de buren konden hierdoor niet meer op elkaars perceel komen) en voldoende is gebleken dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] en zijn rechtsvoorgangers naar de uiterlijke verschijningsvorm de macht over de grond aan hun kant van de afrastering c.q. schutting en het muurtje hebben uitgeoefend, door deze te gebruiken als tuin en pad. Nu daaromtrent niets is gesteld neemt de rechtbank als uitgangspunt dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te goeder trouw was.

4.7

De conclusie moet dan ook luiden dat (de rechtsvoorgangers van) [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gedurende meer dan tien (en zelfs twintig) jaar het bezit te goeder trouw hebben/heeft gehad over het stuk grond tot aan de schutting en het muurtje (en de lijn die in het verlengde daarvan in beide richtingen doorloopt), zodat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] daarvan (voor zover hij niet al eigenaar was) door verkrijgende verjaring eigenaar is geworden. Hieruit volgt dat de erfgrens tussen de percelen van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , in afwijking van de kadastrale gegevens, is gelegen op de middellijn van de schutting en de lijn die in het verlengde van de schutting doorloopt langs de buitenzijde van het muurtje op het perceel van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aan de voorzijde van de woningen.

Overschrijding van de erfgrens?

4.8

De volgende vraag is of [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de hiervoor vastgestelde erfgrens heeft overschreden. Van belang in dit verband is dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , die op dit punt de stelplicht en bewijslast heeft, expliciet naar voren heeft gebracht dat zij niet zozeer stelt dat de aanbouw van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] verder strekt dan de eerdere houten schutting, maar dat zij juist stelt dat de aanbouw de kadastrale grens en daarmee de juridische grens overschrijdt (conclusie van antwoord in reconventie, punt 8). Met andere woorden: [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] stelt uitdrukkelijk niet dat de aanbouw van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] verder strekt dan de houten schutting.

4.9

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft zich steeds op het standpunt gesteld dat hij de aanbouw conform afspraak tegen de erfgrens aan heeft geplaatst. Dit volgt ook uit de door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] overgelegde foto’s (productie 1), waarop zichtbaar is dat de aanbouw van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zich uitstrekt tot de middellijn van de schutting. Gelet op deze foto’s, in combinatie met de stellingen van partijen, neemt de rechtbank als vaststaand aan dat de uitbouw van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] exact tegen de erfgrens is gebouwd en dus niet op het perceel van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] staat. Hiermee komt in beginsel de grond aan de vorderingen van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] te ontvallen.

4.10

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft echter ook gesteld – onderbouwd met de rapportage door het Kadaster – dat de fundering van de aanbouw nog zeven centimeter buiten de aanbouw uitsteekt. Dit is door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet betwist, evenmin als de stelling van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] dat dit over een totale lengte van 7,73 meter het geval is. Hieruit volgt dat – gelet op de bovenstaande vaststelling dat de aanbouw exact tegen de erfgrens is geplaatst – de fundering zich wel op het perceel van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] bevindt, en wel voor een oppervlakte van (0,07 x 7,73 =) 0,5411 vierkante meter.

4.11

Gelet op het bovenstaande kan de door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gevorderde verklaring voor recht (zie rov. 3.1 sub a) worden toegewezen, in die zin dat de rechtbank voor recht zal verklaren dat de fundering van de aanbouw van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] voor een deel van 0,5411 vierkante meter is geplaatst op het perceel van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] en daarmee sprake is van inbreuk op het eigendomsrecht van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] . Deze verklaring voor recht zal niet uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard, nu daarvoor geen wettelijke grondslag bestaat.

4.12

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft zich met betrekking tot de door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gevorderde verwijdering van de aanbouw beroepen op misbruik van recht. Naar het oordeel van de rechtbank rechtvaardigt de hiervoor vastgestelde inbreuk op het eigendomsrecht van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] inderdaad niet dat de aanbouw voor zover deze zich op haar perceel bevindt zou moeten worden verwijderd, nu [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] door die verwijdering onevenredig veel zwaarder benadeeld zou worden dan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] door handhaving daarvan (art. 5:54 BW). [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft als belang bij verplaatsing van de uitbouw naar voren gebracht dat de muur van de aanbouw het aanzicht van haar huis en tuin negatief beïnvloedt, hetgeen tot waardedaling van haar perceel zou leiden. Zij heeft echter onvoldoende gemotiveerd in hoeverre de verplaatsing van de muur met een aantal – in dit geval zeven – centimeters hierin verschil zou maken. Tegenover het belang van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] staat bovendien het belang van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , die onweersproken heeft aangevoerd dat het verplaatsen van de aanbouw hem een ‘enorme financiële strop’ zou opleveren. De vordering van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] (zie rov. 3.1 sub b) tot (gedeeltelijke) verwijdering van de aanbouw zal gelet op deze belangenafweging dan ook worden afgewezen.

Terugplaatsen schutting

4.13

Met het oordeel dat de aanbouw niet hoeft te worden verwijderd of verplaatst, is terugplaatsing van de verwijderde schuttingdelen op de oorspronkelijke plaats niet mogelijk, zodat deze vordering van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] om die reden al voor afwijzing gereed ligt. Daar komt bij dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] onvoldoende gemotiveerd heeft gesteld waarin haar belang bij terugplaatsing van de schutting op exact de vorige plaats is gelegen. De rechtbank zal deze vordering van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] daarom afwijzen.

Buitengerechtelijke kosten

4.14

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] vordert buitengerechtelijke kosten voor de werkzaamheden die (naar de rechtbank begrijpt) door haar advocaat zijn verricht. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] omschrijft deze werkzaamheden als “besprekingen, correspondentie, het voeren van telefoongesprekken en het bestuderen van stukken” en begroot ze op basis van het rapport BGK-Integraal op € 925,- inclusief BTW. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft de kosten betwist en gesteld dat deze niet aan de dubbele redelijkheidstoets voldoen.

4.15

Nu het in deze zaak gaat om een andere vordering dan de incasso van een geldvordering, moet de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 lid 2 BW. De in die bepaling genoemde kosten komen voor vergoeding in aanmerking indien deze de dubbele redelijkheidstoets kunnen doorstaan en het liquidatietarief daarop geen betrekking heeft. De partij die dergelijke kosten vordert moet stellen en specificeren dat deze kosten zijn gemaakt voor andere verrichtingen dan de verrichtingen waarvoor de artikelen 237 tot en met 240 Rv een vergoeding plegen in te sluiten. Het zal daarbij moeten gaan om verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (herhaalde) sommatie of het enkel doen van een – niet aanvaard – schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier.

4.16

Naar de rechtbank begrijpt is de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] onder meer gebaseerd op de correspondentie die is overgelegd als productie 2, 4 en 7 bij dagvaarding. Deze correspondentie betreft meer dan een enkele (herhaalde) sommatie of het doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel; het betreft dus geen verrichtingen die vergoed worden op basis van – kort gezegd – een proceskostenveroordeling. Daarnaast is naar het oordeel van de rechtbank voldoende gebleken dat deze kosten in redelijkheid zijn gemaakt. Het rapport BGK-Integraal (dat ook ziet op vorderingen die niet vallen onder het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten) adviseert om de omvang van de vergoeding bij zaken van onbepaalde waarde op € 925,- te stellen. De rechtbank zal zich hierbij aansluiten. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten van € 925,- zal dus worden toegewezen.

4.17

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] vordert daarnaast vergoeding van de kosten ad € 450,- voor de grensreconstructie door het Kadaster. Ook deze kosten, die kunnen worden aangemerkt als kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid (art. 6:96 lid 2 sub b BW), komen voor vergoeding in aanmerking. Aangezien [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] veronderstelde grensoverschrijding betwistte, diende [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] hier immers nader onderzoek naar te laten verrichten. Nu in deze procedure bovendien is komen vast te staan dat wel degelijk sprake is van een grensoverschrijdende aanbouw – zij het slechts voor een gering gedeelte – moeten deze kosten voor rekening van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] komen.

4.18

Nu partijen over en weer in het gelijk zijn gesteld, ziet de rechtbank aanleiding tot compensatie van de kosten, in die zin dat elk der partijen de eigen proceskosten draagt.

In reconventie

4.19

In conventie is vastgesteld dat de erfgrens tussen de beide percelen is gelegen op de middellijn van de schutting en de lijn die in het verlengde van de schutting doorloopt langs de buitenzijde van het muurtje op het perceel van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aan de voorzijde van de woningen (rov. 4.7). Hieruit volgt dat de door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in reconventie primair gevorderde verklaring voor recht (zie rov. 3.4 sub a) in zoverre kan worden toegewezen, dat de rechtbank voor recht zal verklaren dat de juridische grens tussen de beide percelen verloopt over de middellijn van de schutting en vandaar in een rechte lijn naar de buitenzijde van het muurtje dat aan de voorzijde op het perceel van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is geplaatst en in het verlengde daarvan in een rechte lijn naar voren en naar achteren voor zover de beide percelen zich uitstrekken. Daarbij geldt dat de grond tot aan deze erfgrens aan de zijde van het perceel van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zijn eigendom is. Deze verklaring voor recht zal niet uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard, nu daarvoor geen wettelijke grondslag bestaat.

De rechtbank wijst er ten overvloede op dat verjaring die leidt tot verkrijging van een registergoed een in te schrijven feit is in de zin van art. 3:17 lid 1 sub i BW. De rechtbank geeft partijen in overweging van deze mogelijkheid tot inschrijving in de openbare registers gebruik te maken, zodat de bij dit vonnis vastgestelde juridische stand van zaken ook voor derden kenbaar is.

4.20

Met de toewijzing van het primair gevorderde komt de rechtbank aan de subsidiaire vordering (tot overdracht dan wel het vestigen van erfdienstbaarheid op de strook grond) niet meer toe, met uitzondering van het uitstekende deel van de fundering dat zich op het perceel van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] bevindt (daarop ziet de in rov. 4.19 genoemde verklaring voor recht immers niet).

4.21

De subsidiaire vordering van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is gegrond op artikel 5:54 BW. Op basis van deze bepaling kan de eigenaar van een gebouw dat gedeeltelijk op het erf van een ander is gebouwd vorderen dat hem tegen schadeloosstelling een erfdienstbaarheid tot het handhaven van de bestaande toestand wordt verleend of, ter keuze van de eigenaar van het erf, een daartoe benodigd gedeelte van het erf wordt overgedragen. Voorwaarde voor toepassing van deze bepaling is dat de eigenaar onevenredig veel zwaarder wordt benadeeld door wegneming van het uitstekende gedeelte dan de eigenaar van het erf door handhaving daarvan.

4.22

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft in de eerste plaats betwist dat sprake zou zijn van onevenredige benadeling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] . Daarnaast heeft zij zich op het standpunt gesteld dat de kosten voor de eventuele notariële en kadastrale vastlegging voor rekening van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dienen te komen en dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] een vergoeding dient te betalen voor de in gebruik genomen grond en beschadigingen in de tuin van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] . Deze vergoeding is door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] (op basis van haar stelling dat de overschrijding van de erfgrens 2,82145 m2 zou bedragen) gesteld op € 1.500,- voor de grond en € 500,- voor schade aan de tuin. Ter comparitie heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] verklaard dat het bedrag van € 1.500,- is gebaseerd op informatie van een makelaar. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] kon hiervan echter geen stukken overleggen. Verder heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ter comparitie gesteld dat zij bij honorering van het beroep op artikel 5:54 BW kiest voor overdracht van de grond in plaats van vestiging van een erfdienstbaarheid.

4.23

In conventie is reeds geoordeeld dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] door wegneming van het uitstekende gedeelte van zijn aanbouw onevenredig veel zwaarder wordt benadeeld dan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] door handhaving daarvan (rov. 4.12). De rechtbank zal dit daarom ook in reconventie tot uitgangspunt nemen. Dit betekent dat de vordering van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tot toepassing van artikel 5:54 BW kan worden toegewezen. Daarbij zal de rechtbank, overeenkomstig de keuze van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , bepalen dat de desbetreffende strook grond aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] moet worden overgedragen. Voor de door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] voor de strook grond te betalen schadeloosstelling zal de rechtbank uitgaan van het gemiddelde van de door partijen genoemde bedragen. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] stelt dat hij voor het grotere stuk grond (2,82145 m2) in een eerder stadium € 400,- heeft geboden; [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] stelt dat de waarde € 1.500,- bedraagt. Het gemiddelde van deze twee bedragen is € 850,-. Nu de over te dragen grond niet 2,82145 m2, maar 0,5411 m2 bedraagt, moet het bedrag pro rato worden aangepast. De rechtbank komt daarbij tot het volgende bedrag: (0,5411 / 2,82145 = 0,1917808 x € 850 =) € 163,02. Nu het [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is die de erfgrens heeft overschreden acht de rechtbank het redelijk dat de kosten voor notariële en kadastrale vastlegging voor rekening van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] komen. De door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gestelde schade aan de tuin komt in het kader van artikel 5:54 BW niet voor vergoeding in aanmerking.

4.24

Hoewel [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] haar medewerking heeft toegezegd, zal de rechtbank, gelet op de moeizame relatie tussen partijen, en om verdere problemen te voorkomen, de vordering tot medewerking van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] aan de op grond van dit vonnis benodigde of gewenste notariële en/of kadastrale vastlegging toewijzen, met dien verstande dat de kosten van die vastlegging – zoals hiervoor reeds overwogen (rov. 4.23) – voor rekening van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dienen te komen. De rechtbank zal de door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gevorderde dwangsom matigen tot € 50,- per dag met een maximum van € 10.000,-.

4.25

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten in reconventie. Deze kosten worden aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] begroot op € 543,- aan salaris advocaat (de helft van 2 x tarief II).

5 De beslissing

De rechtbank:

In conventie:

5.1

verklaart voor recht dat de fundering van de aanbouw van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] voor 0,5411 vierkante meter is geplaatst op het perceel van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] en daarmee sprake is van inbreuk op het eigendomsrecht van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ;

5.2

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tot betaling tegen behoorlijk bewijs van kwijting van € 925,- aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ;

5.3

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tot betaling tegen behoorlijk bewijs van kwijting van € 450,- aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ;

5.4

bepaalt dat de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat elk der partijen de eigen proceskosten draagt;

5.5

verklaart dit vonnis met uitzondering van de onder 5.1 gegeven verklaring voor recht tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.6

wijst af het meer of anders gevorderde.

In reconventie:

5.7

verklaart voor recht dat de juridische grens tussen de beide percelen verloopt over de middellijn van de schutting en vandaar in een rechte lijn naar de buitenzijde van het muurtje dat aan de voorzijde op het perceel van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is geplaatst en in het verlengde daarvan in een rechte lijn naar voren en naar achteren voor zover de beide percelen zich uitstrekken. De grond tot aan deze erfgrens aan de zijde van het perceel van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is zijn eigendom;

5.8

veroordeelt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] om de strook grond waarop de fundering van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is gebouwd aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] over te dragen, tegen een door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te betalen schadeloosstelling van € 163,02, waarbij de kosten voor notariële en kadastrale vastlegging voor rekening van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] komen;

5.9

veroordeelt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] haar medewerking te verlenen aan de op grond van dit vonnis benodigde of gewenste notariële en/of kadastrale vastlegging, op straffe van een dwangsom van € 50,- per dag of gedeelte van een dag dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] daarmee in verzuim is, met een maximum van € 10.000,-.

5.10

veroordeelt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] begroot op

€ 543,-;

5.11

verklaart dit vonnis met uitzondering van de onder 5.7 gegeven verklaring voor recht tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.12

wijs af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.C.M. Hurkens, rechter, en in het openbaar uitgesproken.

Type: EH

Coll: