Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:10578

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
08-11-2018
Datum publicatie
06-02-2019
Zaaknummer
6967888 BR VERZ 18-170
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Erfrecht. 4:210 BW ambtshalve aanwijzing.

In de onderhavige procedure is sprake van twee nalatenschappen. De kantonrechter stelt voorop dat verzoeker op verzoek van de hypotheekhouder (SNS-Bank) tot vereffenaar van de nalatenschappen van [erflaatster 1] en [erflaatster 2] is benoemd. De reden van het verzoek was dat beiden zich jegens de SNS-Bank hoofdelijk hebben verbonden tot nakoming van hetgeen zij uit hoofde van de hypothecaire geldlening verschuldigd zijn. De ene zus is voor de andere overleden. De ene nalatenschap kent een negatief en de andere een positief boedelsaldo. Aanwijzing aan de vereffenaar om beide nalatenschappen afzonderlijk te vereffenen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht / Kantonrechter

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer 6967888 BR VERZ 18-170

Beschikking van 8 november 2018

op een verzoek van

[verzoeker] ,

kantoorhoudend te [vestigingsplaats] , [adres 1] ,

verzoeker, in zijn hoedanigheid van vereffenaar in de nalatenschappen van [erflaatster 1] en [erflaatster 2] .

1 Verdere verloop van de procedure

1.1.

Naar aanleiding van de beschikking van de kantonrechter van 31 juli 2018 heeft verzoeker een brief met bijlagen, ter griffie ontvangen op 23 oktober 2018, ingediend.

1.2.

Vervolgens is beschikking bepaald op heden.

2 De motivering

2.1.

Uit de door verzoeker ingediende stukken blijkt onder meer dat op 24 april 2018 een voorlopig getuigenverhoor heeft plaatsgevonden, dat verzoeker met alle erfgenamen een regeling heeft getroffen, dat [erfgenaam 1] aan de vereffenaar € 2.500,00 heeft betaald, dat de onroerende zaak te Kerkrade van [erflaatster 1] (verder: [erflaatster 1] ) is verkocht, dat de onroerende zaak te Italië van [erflaatster 2] (verder: [erflaatster 2] ) niet is bezwaard met een hypotheek- of ander zekerheidsrecht en dat de economische waarde daarvan € 26.060,00 is.

2.2.

Verzoeker vraagt thans aanwijzing om aan [erfgenaam 2] een bedrag van € 2.500,00 ter compensatie van de begrafeniskosten van [erflaatster 1] uit te mogen keren en stelt daartoe dat de overige erfgenamen hiermee instemmen.

2.3.

In de onderhavige procedure is sprake van twee nalatenschappen. De kantonrechter stelt voorop dat verzoeker op verzoek van de hypotheekhouder (SNS-Bank) tot vereffenaar van de nalatenschappen van [erflaatster 1] en [erflaatster 2] is benoemd. De reden van het verzoek was dat beiden zich jegens de SNS-Bank hoofdelijk hebben verbonden tot nakoming van hetgeen zij uit hoofde van de hypothecaire geldlening verschuldigd zijn ter zake de onroerende zaak aan de [adres 2] te [plaats] (verder: het onderpand). Volgens de bank behoorde het onderpand tot het overlijden ( [overlijdensdatum 1] ) aan [erflaatster 1] toe. Aangezien de erfgenamen van [erflaatster 1] , waaronder [erflaatster 2] , niet aan hun verplichtingen jegens de bank hebben voldaan, en [erflaatster 2] op [overlijdensdatum 2] is overleden en haar erfgenamen evenmin aan hun verplichtingen jegens de bank hebben voldaan, heeft de bank bij brief van 12 maart 2015 het verschuldigde van € 89.776,81 bij de erven van [erflaatster 1] opgeëist.

2.3.1.

Volgens verzoeker is de onroerende zaak te [plaats] voor € 105.000,00 verkocht. Opmerking verdient dat uit de boedelbeschrijving van 9 augustus 2016 van [erflaatster 1] (zaaknr. 6350426 BR VERZ 17-266) dat volgt, doch uit de actuele boedelbeschrijving van [erflaatster 1] (productie 6 bij de brief van 23 oktober 2018) dat niet volgt. Onduidelijk is dus waar het verschil aan overwaarde (€ 105.000,00 -/- € 89.776,81) is gebleven en hoe zich dat verhoudt met de stelling van verzoeker in voormelde brief “Verder blijkt uit de boedelbeschrijving dat er geen geld is om de andere concurrente schuldeisers te betalen. Betaling van de vorering van [erfgenaam 2] zal geen nadeel veroorzaken voor de overige schuldeisers”.

2.3.2.

Een weloverwogen beslissing op het verzoek kan pas worden genomen indien verzoeker de transportakte van de notaris voorzien van een afschrift van de bankrekening waarop de “overwaarde” is gestort en een deugdelijke boedelbeschrijving van in ieder geval [erflaatster 1] heeft aangeleverd en, indien deze afwijkt van de eerder aangeleverde boedelbeschrijvingen van [erflaatster 1] , met motivering waar die afwijking(en) aan te wijten is/zijn.

2.4.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

stelt verzoeker in de gelegenheid om binnen een maand na heden aan het verzochte in r.o. 2.3.2. te voldoen,

3.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. P. Hoekstra, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.

YT