Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:10409

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
30-10-2018
Datum publicatie
06-02-2019
Zaaknummer
7250595 BR VERZ 18-277
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Erfrecht. Machtiging verwerping nalatenschap minderjarigen. Europese Erfrechtverordening. Nederlands recht van toepassing. Strikte toepassing van art. 4:193 lid 1 en 2 BW zou ertoe leiden dat de nalatenschap de minderjarigen als beneficiair aanvaard geldt en dat zij de onderwerpelijke nalatenschap dienen te vereffenen. Gelet echter op de te Polen genomen rechterlijke beslissing van 7 augustus 2018 waarbij verzoekster, kort gezegd, voor en namens haar minderjarige kinderen gemachtigd wordt tot het beheer (i.c. de verwerping) van deze nalatenschap en gelet op de bescherming die art. 4:193 BW beoogt te bieden aan een minderjarige, acht de kantonrechter het een onwenselijk gevolg indien voornoemde minderjarigen door onkunde van een meerderjarige de nalatenschap dienen te laten vereffenen als bedoeld in art. 4:202 e.v. BW. Machtiging verleend, ambtshalve opmaken van akte door de griffier.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ERF-Updates.nl 2019-0033
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats: Maastricht

Burgerlijk recht

Zaaknr.: 7250595 BR VERZ 18-277

Beschikking van de kantonrechter d.d. 30 oktober 2018.

Op 2 oktober 2018 is ter griffie van de rechtbank Limburg een verzoekschrift ingediend door [verzoekster], wonend te [woonplaats 1] (Polen) , [adres] , in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarigen:

- [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 2004 , en

- [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 2] 2010 ,

beiden wonend te [woonplaats 1] (Polen) , [adres] .

1 Het verzoek

1.1.

Verzoekster vraagt de kantonrechter om zonder heffing van het daarbij behorende griffierecht machtiging te verlenen om voor en namens haar minderjarige kinderen de nalatenschap van [erflaatster] (verder: de erflaatster) overleden te [overlijdensplaats] op [overlijdensdatum] 2017 en laatstelijk wonend te [woonplaats 2] , te mogen verwerpen.

2 De beoordeling

2.1.

Uit de aangeleverde stukken volgt onder meer dat verzoekster - samen met acht andere erfgenamen van de erflaatster - bij akten van 29 december 2017 en 13 maart 2018 bij deze rechtbank de nalatenschap van de erflaatster hebben verworpen. Ingevolge de Europese Erfrechtverordening is Nederlands recht op de nalatenschap van de erflaatster van toepassing. Gelet op het parentele stelsel als bedoeld in art. 4:10 lid 1 sub a BW treden de voornoemde minderjarige kinderen in de plaats van verzoekster. Strikte toepassing van art. 4:193 lid 1 en 2 BW zou ertoe leiden dat de nalatenschap door voornoemde minderjarigen als beneficiair aanvaard geldt en dat zij de onderwerpelijke nalatenschap dienen te vereffenen. Gelet echter op de te Polen genomen rechterlijke beslissing van 7 augustus 2018 waarbij verzoekster, kort gezegd, voor en namens haar minderjarige kinderen gemachtigd wordt tot het beheer (i.c. de verwerping) van deze nalatenschap en gelet op de bescherming die art. 4:193 BW beoogt te bieden aan een minderjarige, acht de kantonrechter het een onwenselijk gevolg indien voornoemde minderjarigen door onkunde van een meerderjarige de nalatenschap dienen te laten vereffenen als bedoeld in art. 4:202 e.v. BW. De kantonrechter verleent daarom aan verzoekster machtiging om voor en namens voornoemde minderjarigen de nalatenschap van de erflaatster te verwerpen en zal om proces economische redenen de griffier van deze rechtbank gelasten om de daartoe benodigde akte ambtshalve op te maken en in te schrijven in het boedelregister waarbij de heffing van het griffierecht achterwege zal blijven.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

verleent verzoekster machtiging om voor en namens haar minderjarige kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] de nalatenschap van [erflaatster] te verwerpen en draagt de griffier van deze rechtbank op om voor en namens verzoekster de zogenoemde akte verwerping op te maken en in te schrijven in het boedelregister,

3.2.

stelt het griffierecht van de onder 3.1. bedoelde akte op nihil, althans gelast dat dit ten laste van de Staat komt.

Aldus gegeven door mr. P. Hoekstra, kantonrechter, en ter openbare terechtzitting van

30 oktober 2018 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.

YT