Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:10159

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
22-10-2018
Datum publicatie
29-10-2018
Zaaknummer
C/03/256165 / KG ZA 18-585
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Mentorschap; artikel 1:453 lid 1 BW; Uit het bepaalde in artikel 1:453 lid 1 BW volgt dat de bevoegdheid om rechtshandelingen te verrichten in aangelegenheden betreffende verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding van de betrokkene tijdens het mentorschap toekomt aan de mentor. De beslissing over de verblijfplaats van betrokkene behoort tot de beslissingen die de mentor op grond van voormeld artikel mag nemen. De beslissing van een mentor over de verblijfplaats is pas dan onrechtmatig, indien de mentor bij afweging van alle in aanmerking komende belangen in redelijkheid niet tot de omstreden beslissing heeft kunnen komen. Gelet op de inhoud van het rapport van Veilig Thuis, waarop de mentor zijn omstreden beslissing heeft gebaseerd, kon de mentor in redelijkheid tot de omstreden beslissing komen. Recente ontwikkelingen blijkend uit dat rapport rechtvaardigen dat wordt afgeweken van de omgangsregeling die partijen vlak voordien waren overeengekomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer: C/03/256165 / KG ZA 18-585

Schriftelijke uitwerking van 22 oktober 2018 van het op 19 oktober 2018
mondeling gewezen vonnis in kort geding

in de zaak van

[eiseres] ,

wonend te [woonplaats 1] ,

eiseres,

advocaat mr. A.J.J. Kreutzkamp;

tegen:

1 [gedaagde sub 1] ,

wonend te [woonplaats 2] ,

gedaagde,

advocaat mr. H.C.M. Smit;

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MOZAÏEK BEWINDVOERINGEN B.V.,

gevestigd te Sittard, gemeente Sittard-Geleen,

gedaagde,

advocaat mr. J.P.C.M. van Riet.

Partijen zullen hierna [eiseres] , [gedaagde sub 1] en Mozaïek Bewindvoeringen genoemd worden.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding;

  • -

    de mondelinge behandeling op 19 oktober 2018.

1.2.

Na afloop van de behandeling heeft de voorzieningenrechter mondeling vonnis gewezen, onder de toezegging dat zo snel mogelijk de schriftelijke uitwerking van het vonnis aan partijen zal worden verstrekt.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] en [gedaagde sub 1] zijn de ouders van [naam dochter] (verder te noemen: [naam dochter] ). [naam dochter] is 19 jaar oud en geestelijk gehandicapt. Bij beschikking van 31 augustus 2017 van de kantonrechter te Maastricht is op verzoek van [eiseres] en [gedaagde sub 1] ten behoeve van [naam dochter] onder andere een mentorschap ingesteld met ingang van 16 september 2017. Als mentor is benoemd Mozaïek Bewindvoeringen.

2.2.

[naam dochter] woont in Geleen bij haar moeder die haar verzorgt. [eiseres] is op basis van de Wet langdurige zorg de gewaarborgde hulp en zorgverlener van [naam dochter] . Op grond van een bezoekregeling is [naam dochter] op maandagen, één dag in het weekend (op zaterdag of zondag) en éénmaal per twee weken op vrijdag overdag bij [gedaagde sub 1] .

2.3.

Op 16 oktober 2018 heeft Mozaïek Bewindvoeringen een e-mail gezonden aan de advocaat van [eiseres] met de volgende inhoud:

“(…)

Gezien de huidige situatie tussen de beide ouders van [naam dochter] en de onrust die deze bij [naam dochter] veroorzaakt lijkt het voor ons het beste dat er op dit moment even geen direct contact is tussen beide ouders. De vader van [naam dochter] heeft aangegeven in het belang van [naam dochter] , in elk geval deze week, een stap terug te doen en geen aanspraak te maken op zijn bezoekrecht met [naam dochter] om zo te proberen de rust te herstellen. Telefonisch contact met [naam dochter] zal plaatsvinden via de dagopvang van [naam dochter] .(…)”

2.4.

Veilig Thuis, het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling, heeft naar aanleiding van een melding van zorgen over [naam dochter] van 17 oktober 2018 een zogenaamd voorlopig veiligheidsplan opgesteld, dat op 19 oktober 2018 op schrift is gesteld. In dat plan beschrijft Veilig Thuis dat er zorgen zijn gemeld over [eiseres] . Haar gedrag lijkt met momenten onvoorspelbaar en roept ernstige vraagtekens op. Veilig Thuis vermeldt in het plan “bodemeisen”, die inhouden dat [naam dochter] bij [gedaagde sub 1] verblijft, en slaapt in het bijzijn van één of beide grootouders (de ouders van [gedaagde sub 1] ), tot in elk geval maandag 22 oktober 2018 of zolang tot een psychiater van de GGZ moeder heeft beoordeeld en tot de conclusie komt dat er geen enkele reden zou zijn waarom [naam dochter] niet bij [eiseres] zou kunnen verblijven. Op 22 oktober 2018 wordt opnieuw beslist over de tijdelijke verblijfplaats van [naam dochter] .

2.5.

Mozaïek Bewindvoeringen heeft op 17 oktober 2018 op basis van het advies van Veilig Thuis, dat toen nog niet op schrift was gesteld, beslist dat [naam dochter] voorlopig, in ieder geval tot maandag 22 oktober 2018, niet naar [eiseres] terugkeert, maar dat zij tot die tijd bij [gedaagde sub 1] verblijft en bij de ouders van [gedaagde sub 1] overnacht.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] stelt dat zij niet is gekend in de beslissing van Veilig Thuis om [naam dochter] in ieder geval tot maandag 22 oktober 2018 te laten verblijven bij haar vader. Die beslissing is volgens [eiseres] niet conform de regelgeving en daarom onrechtmatig.

3.2.

Dat is besloten om [naam dochter] bij haar vader te laten verblijven, acht [eiseres] onbegrijpelijk. Volgens [eiseres] heeft [naam dochter] haar de afgelopen tijd herhaaldelijk medegedeeld dat zij bang is voor haar vader. Volgens [eiseres] zou er in het verleden sprake zijn geweest van grensoverschrijdend affectief gedrag van [gedaagde sub 1] ten opzichte van [naam dochter] . Dat [naam dochter] tot maandag 22 oktober 2018 bij haar vader verblijft, is volgens [eiseres] des te onbegrijpelijker, omdat deze op 16 oktober 2018 nog heeft verklaard dat hij in het belang van [naam dochter] in de week van 15-21 oktober 2018 zou afzien van het bezoekrecht ten aanzien van [naam dochter] .

3.3.

Op grond van het vorenstaande vordert [eiseres] dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

  1. [gedaagde sub 1] veroordeelt om direct na het vonnis, althans na betekening van dit vonnis, [naam dochter] , af te geven of te laten afgeven aan [eiseres] , met machtiging aan [eiseres] om dit vonnis te laten uitvoeren met behulp van de sterke arm van politie en justitie, subsidiair op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,-- per uur en voor ieder uur dat [gedaagde sub 1] aan deze veroordeling niet voldoet;

  2. Mozaïek Bewindvoeringen beveelt om, terstond na dit vonnis, althans na betekening van dit vonnis aan [gedaagde sub 1] zonder enig voorbehoud opdracht te geven om [naam dochter] af te geven of te laten afgeven en alle noodzakelijke acties te ondernemen om zulks te bewerkstelligen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,-- per uur en voor ieder uur dat Mozaïek Bewindvoeringen aan deze veroordeling of een gedeelte daarvan niet voldoet;

  3. [gedaagde sub 1] en Mozaïek Bewindvoeringen hoofdelijk veroordeelt in de kosten van dit kort geding, waaronder begrepen het salaris van de advocaat van [eiseres] .

3.4.

[gedaagde sub 1] en Mozaïek Bewindvoeringen voeren gemotiveerd verweer.

4 De beoordeling

Spoedeisendheid

4.1.

Het meest verstrekkende verweer dat door [gedaagde sub 1] en Mozaïek Bewindvoeringen is gevoerd, houdt in dat [eiseres] geen spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen.

4.2.

Die verweren moeten worden verworpen. Uit de aard van de vordering volgt immers al het spoedeisend belang.

Beslissing mentor over verblijfplaats [naam dochter]

4.3.

Bij de beoordeling van de vorderingen moet het volgende voorop worden gesteld. Uit het bepaalde in artikel 1:453 lid 1 BW volgt dat de bevoegdheid om rechtshandelingen te verrichten in aangelegenheden betreffende verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding van de betrokkene tijdens het mentorschap toekomt aan de mentor.

4.4.

De beslissing over de verblijfplaats van [naam dochter] behoort tot de beslissingen die
Mozaïek Bewindvoeringen als mentor op grond van voormeld artikel mag nemen ten aanzien van [naam dochter] (zie onder meer Rechtbank Noord-Holland, vonnis van 30 april 2018, ECLI:NL:RBNO:2018:3595).

4.5.

Tot 17 oktober 2018 hield de beslissing van Mozaïek Bewindvoeringen omtrent de
verblijfplaats van [naam dochter] in dat zij woonde bij moeder. Vanwege recente ontwikkelingen en het advies van Veilig Thuis heeft Mozaïek Bewindvoeringen zich genoodzaakt gezien af wijken van de afspraak die blijkt uit de e-mail van 16 oktober 2018 (zie 2.3.) en per direct te besluiten dat [naam dochter] in ieder geval tot maandag 22 oktober 2018 bij haar vader verblijft, terwijl zij de nachten doorbrengt bij haar grootouders.

4.6.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat Mozaïek Bewindvoeringen bij afweging van de in aanmerking komende belangen op basis van het advies van Veilig Thuis in redelijkheid tot de beslissing is kunnen komen om [naam dochter] in ieder geval tot maandag 22 oktober 2018 niet naar [eiseres] te laten terugkeren. De recente incidenten die beschreven staan in het voorlopig veiligheidsplan van Veilig Thuis heeft [eiseres] ter zitting niet afdoende betwist. Bovendien zijn de beschreven zorgen omtrent het gedrag van [eiseres] dusdanig dat het redelijk is dat Mozaïek Bewindvoeringen bij het nemen van de beslissing over de wijziging van de verblijfplaats van [naam dochter] het feit betrokken heeft dat [eiseres] nog niet onderzocht is door een psychiater van de GGZ. Tot slot vermeldt het voorlopig veiligheidsplan over de verwijten van [eiseres] aan het adres van [gedaagde sub 1] : “In het verleden heeft moeder vader meerdere malen beschuldigd van seksueel ongepast gedrag. Vader is elke keer onschuldig bevonden door de rechter.” Tegen die achtergrond is evenmin gebleken dat de beslissing van Mozaïek Bewindvoeringen onredelijk is. Het verwijt van [eiseres] dat Mozaïek Bewindvoeringen onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld wordt dan ook verworpen. De vorderingen van [eiseres] die gericht zijn tegen Mozaïek Bewindvoeringen zullen worden afgewezen.

Handelen [gedaagde sub 1]

4.7.

De stelling van [eiseres] dat [gedaagde sub 1] onrechtmatig handelt door [naam dochter] tot in ieder geval 22 oktober 2018 bij zich te houden en haar te verzorgen, dient gelet op het vorenstaande te worden afgewezen. Ook de vorderingen van [eiseres] tegen [gedaagde sub 1] zullen worden afgewezen.

Proceskosten

4.8.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde sub 1] worden begroot op:

- griffierecht € 895,00;

- salaris € 980,00;

Totaal € 1.875,00.

4.9.

[eiseres] zal de in het ongelijk gestelde partijen in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Mozaïek Bewindvoeringen worden begroot op:

- griffierecht € 626,00;

- salaris € 980,00;

Totaal € 1.606,00.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

wijst de vorderingen af;

5.2.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde sub 1] tot op heden begroot op € 1.875,00;

5.3.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van Mozaïek Bewindvoeringen tot op heden begroot op € 1.606,00;

5.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken.1

1 type: MT