Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2018:1006

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
31-01-2018
Datum publicatie
02-02-2018
Zaaknummer
6520366 CV EXPL 17-8945
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering ex artikel 7:267 lid 7 BW, belangenafweging. Afspraak, zeer hoge schulden en kinderen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 6520366 CV EXPL 17-8945

Vonnis in kort geding van de kantonrechter van 31 januari 2018

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

G.G.N. BEWINDVOERING B.V., in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [onderbewindgestelde 1],

gevestigd te Heerlen,

eisende partij in conventie, verweerder in reconventie,

gemachtigde mr. W.W.J. Houben,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

G.G.N. BEWINDVVOERING B.V., in haar hoedanigheid van bewindvoerder van

[onderbewindgestelde 2] ,

gevestigd te Heerlen,

gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,

gemachtigde mr. V.C.C. Luijten.

Partijen zullen hierna GGN q.q., [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] worden genoemd.

1 De procedure

in conventie en in reconventie

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de concept-dagvaarding met een vijftal producties

- de vrijwillige verschijning van “gedaagde partij”

- de conclusie van antwoord in kort geding, tevens van eis in reconventie van mr. Luijten met een viertal producties

- het emailbericht van 24 januari 2018 van mr. Houben in reactie op de stukken van mr. Luijten met een tweetal bijlagen

- de mondelinge behandeling op 25 januari 2018, waar [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] met hun gemachtigden - de kantonrechter: in de plaats van GGN q.q. - zijn verschenen.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

in conventie en in reconventie

2.1.

[onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] huren vanaf 1 maart 2014 de woning aan de [adres] te [woonplaats] (hierna: de woning) van woningstichting Heemwonen. Toen zij de huurovereenkomst aangingen, hadden zij een affectieve relatie.

2.2.

[onderbewindgestelde 1] heeft één zoon, [naam zoon 1] ( [geboortejaar 1] ). [naam zoon 1] heeft het hoofdverblijf bij [onderbewindgestelde 1] en gaat in [woonplaats] naar school. [naam zoon 1] staat onder toezicht van Bureau Jeugdzorg. [onderbewindgestelde 2] is noch de juridische noch de biologische vader van [naam zoon 1] .

2.3.

[onderbewindgestelde 2] heeft vier kinderen, van drie verschillende moeders:

- dochter [naam dochter 1] ( [geboortejaar 2] ),

- de zonen [naam zoon 2] en [naam zoon 3] ( [geboortejaar 3] ),

- dochter [naam dochter 2] ( [geboortejaar 4] ).

Met de oudste drie kinderen heeft de man een contactregeling van om de week een weekend. Met [naam dochter 2] geldt een co-ouderschapsregeling van week-om-week.

2.4.

De relatie tussen [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] is op enig moment verbroken. De spanningen lopen op en samenwoning is niet meer mogelijk.

3 Het geschil

in conventie en in reconventie

3.1.

GGN q.q. [onderbewindgestelde 1] vordert, samengevat, te bepalen dat [onderbewindgestelde 1] met uitsluiting van [onderbewindgestelde 2] bevoegd is tot het genot en gebruik van de woning en dat [onderbewindgestelde 2] de woning binnen zeven dagen na betekening van het vonnis dient te verlaten, onder afgifte van de sleutels en met ontruiming van alle hem toebehorende persoonlijke eigendommen. Zij baseert haar vordering op het bepaalde in artikel 7:267 lid 7 BW.

3.2.

[onderbewindgestelde 2] voert verweer en hij heeft een tegenvordering ingesteld. Hij vordert, samengevat, te bepalen dat [onderbewindgestelde 2] met uitsluiting van [onderbewindgestelde 1] bevoegd is tot het genot en gebruik van de woning en dat [onderbewindgestelde 1] de woning binnen twee maanden na betekening van het vonnis dient te verlaten, onder afgifte van de sleutels en met medeneming van al haar toebehorende persoonlijke eigendommen.

4 De beoordeling

in conventie en in reconventie

4.1.

De bewindvoerder in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [onderbewindgestelde 2] is louter om formele redenen gedagvaard. De “vrijwillige verschijning van gedaagde partij”, zoals opgenomen in de concept-dagvaarding, ziet feitelijk op [onderbewindgestelde 2] en [onderbewindgestelde 2] is in de plaats van (de formeel) gedaagde partij ter zitting verschenen, zodat hier volstaan is en kon worden met een concept-dagvaarding.

4.2.

Mr. Luijten heeft ter zitting desgevraagd verklaard dat GGN q.q. ervan op de hoogte is - niet meer en niet minder - dat zij in dezen de belangen van [onderbewindgestelde 2] vertegenwoordigt. Voor zover GGN q.q. hiermee al niet zou hebben ingestemd, laat dit onverlet dat GGN q.q. wel de plaats van [onderbewindgestelde 2] inneemt als formele procespartij. Het vonnis wordt daarom ook gewezen op naam van GGN q.q., en het verweer respectievelijk de vordering in reconventie van [onderbewindgestelde 2] zal worden aangemerkt als het verweer c.q. de tegenvordering van GGN q.q.

4.3.

De spoedeisendheid van de zaak vloeit voort uit het feit dat een samenwoning niet langer mogelijk is.

4.4.

Beide partijen hebben een groot belang om in de woning te kunnen blijven wonen. [onderbewindgestelde 1] heeft gewezen op de belangen van [naam zoon 1] . In dit verband is met name de verklaring van Bureau Jeugdzorg van belang, waarin is toegelicht waarom [naam zoon 1] gebaat is bij een stabiele woon- en leefomgeving. Daar staat tegenover dat [onderbewindgestelde 2] vier minderjarige kinderen heeft, die weliswaar niet permanent bij hem wonen, maar waarvan de belangen om deels bij hun vader te kunnen wonen niet dienen te worden veronachtzaamd. Twee van deze kinderen, jonger dan [naam zoon 1] , hebben een niet te verwaarlozen persoonlijke problematiek. Daarbij komt dat [onderbewindgestelde 2] zeer hoge schulden heeft, waaronder schulden bij de woningstichting. Dit maakt het onwaarschijnlijker dat [onderbewindgestelde 2] snel een andere woning zal krijgen bij een woningstichting of in de particuliere sector, met alle gevolgen voor de kinderen van dien. [onderbewindgestelde 1] heeft niet betwist dat zij meer mogelijkheden heeft dan [onderbewindgestelde 2] om een woning toegewezen te krijgen. Partijen hebben voorts de afspraak gemaakt dat [onderbewindgestelde 1] op zoek zou gaan naar een andere woning. Dit maakt dat [onderbewindgestelde 2] voorlopig in de woning mag blijven.

4.5.

De vordering van [onderbewindgestelde 1] is dan ook niet toewijsbaar. De vordering in reconventie, voor zover die betrekking heeft op de bepaling dat [onderbewindgestelde 2] (aldus) over twee maanden met uitsluiting van [onderbewindgestelde 1] bevoegd is tot het genot en gebruik van de woning, zal worden toegewezen met dien verstande dat het hier een voorlopig oordeel betreft.

Een ontruiming van de woning - waarvan feitelijk sprake is indien [onderbewindgestelde 1] de woning verlaat onder afgifte van de sleutels en met medeneming van haar spullen - wordt gericht tegen de bewindvoerder q.q., terwijl de vordering in reconventie ziet op [onderbewindgestelde 1] in persoon. De vordering is in zoverre dan ook niet toewijsbaar. De kantonrechter neemt evenwel aan dat [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] de komende periode, met hulp van hun gemachtigden, de zich in de woning bevindende goederen zullen verdelen, dat [onderbewindgestelde 1] over twee maanden de woning heeft verlaten en de sleutels heeft afgegeven aan [onderbewindgestelde 2] .

4.6.

De kantonrechter veronderstelt dat Heemwonen zich zal inspannen om aan [onderbewindgestelde 1] andere woonruimte aan te bieden in [woonplaats] , gelet op de belangen van [naam zoon 1] .

Heemwonen is evenwel geen partij in dezen.

4.7.

Nu (de feitelijke) partijen een affectieve relatie hebben gehad, zullen de proceskosten worden gecompenseerd aldus dat ieder de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De kantonrechter in kort geding

in conventie

wijst de vordering af,

in reconventie

5.1.

bepaalt dat [onderbewindgestelde 2] , met uitsluiting van [onderbewindgestelde 1] , vanaf twee maanden na betekening van dit vonnis bevoegd is tot het voorlopig genot en voorlopig gebruik van de woning aan de [adres] te [woonplaats] ,

5.2.

verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

5.3.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in conventie en in reconventie

5.4.

compenseert de kosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Hoekstra en in het openbaar uitgesproken.

type: NIv