Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:9857

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
11-10-2017
Datum publicatie
12-10-2017
Zaaknummer
04 6007220/CV 17-4553
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bewaarneming. Garagehouder als bewaarnemer aansprakelijk voor schade aan auto.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/5300
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 6007220 \ CV EXPL 17-4553

Vonnis van de kantonrechter van 11 oktober 2017

in de zaak van:

[eisende partij] ,

wonend [ades eisende partij] ,

[woonplaats eisende partij] ,

eisende partij,

gemachtigde DAS Rechtsbijstand, mr. S.K.H.C. Rutten,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats gedaagde partij] ,

gedaagde partij,

in rechte verschenen.

Partijen worden hierna [eisende partij] en [gedaagde partij] genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    de beslissing waarbij een comparitie van partijen is bepaald

  • -

    de op 24 augustus 2017 gehouden comparitie van partijen.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eisende partij] heeft in eigendom een camper van het merk Hymer, gekentekend [kenteken camper] , bouwjaar 2014.

2.2.

[gedaagde partij] is een autogaragebedrijf.

2.3.

Op 19 juli 2016 heeft [eisende partij] zijn camper rond 13.00 uur ter reparatie afgeleverd bij [gedaagde partij] aangezien er problemen waren met de accu. [eisende partij] heeft de camper geparkeerd op het terrein van [gedaagde partij] , tegenover de servicebalie, aan de linkerkant vóór het hek en vóór het bord ‘ [X] occasions’.

2.4.

De monteur van [gedaagde partij] heeft die middag voor aanvang van zijn werkzaamheden de camper gecontroleerd en toen geconstateerd dat de rechter buitenspiegel was omgeklapt, de spiegelkast beschadigd was en het glas was gebarsten.

2.5.

[gedaagde partij] heeft eerst geprobeerd om een originele Hymer spiegel bij de Hymer dealer te bemachtigen, maar die had geen spiegel voorhanden. [gedaagde partij] heeft de spiegel vervolgens provisorisch gerepareerd en het spiegelglas vervangen. Daarbij is het oorspronkelijke bolle glas vervangen door vlak glas. De spiegelverwarming is niet gerepareerd. [eisende partij] is van tevoren niet van deze reparatie in kennis gesteld.

2.6.

Op 20 juli 2016 belde [gedaagde partij] [eisende partij] rond 17.00 uur met de mededeling dat de camper gereed was en opgehaald kon worden. Toen [eisende partij] de camper kwam ophalen, is hij door [gedaagde partij] geïnformeerd over de spiegelreparatie.

2.7.

[eisende partij] heeft [gedaagde partij] bij mail van 22 juli 2016 aansprakelijk gesteld voor de schade aan de spiegel. [gedaagde partij] wijst aansprakelijkheid af.

2.8.

Inmiddels heeft [eisende partij] het vlakke spiegelglas vervangen door panoramaglas.

3 Het geschil

3.1.

[eisende partij] vordert - samengevat - [gedaagde partij] te veroordelen tot betaling van € 1.366,13

(bestaande uit € 1.156,27 aan hoofdsom en € 209,86 aan buitengerechtelijke kosten),

te vermeerderen met rente en proceskosten.

3.2.

[gedaagde partij] voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Partijen verschillen van mening over het antwoord op de vraag of [gedaagde partij] aansprakelijk is voor de schade aan de camper van [eisende partij] .

4.2.

[eisende partij] is, kort samengevat, van mening dat [gedaagde partij] zowel een opdracht tot herstel van het voertuig heeft aangenomen als daaraan onlosmakelijk verbonden een bewaarnemingsplicht. [gedaagde partij] is volgens [eisende partij] tekort geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de bewaarnemingsovereenkomst en is daarom gehouden de schade te vergoeden. [eisende partij] heeft een offerte voor vervanging van de spiegel in het geding gebracht van € 1.071,27. Naast dit bedrag vordert [eisende partij] een bedrag van € 85,00 wegens kilometervergoeding en 3 rij-uren eigen tijd in verband met twee retourritten naar de reparateur.

4.3.

[gedaagde partij] betwist, kort gezegd, dat hij als garagehouder aansprakelijk is voor schade aan auto’s die ter reparatie aangeboden worden. Daarnaast stelt [gedaagde partij] dat de kosten aanzienlijk beperkt kunnen worden door niet de complete spiegel te vervangen, maar deze te repareren. De opgevoerde kosten vindt [gedaagde partij] onrealistisch.

4.4.

Ter gelegenheid van de comparitie van partijen is naar het oordeel van de kantonrechter voldoende komen vast te staan dat de schade aan de rechter buitenspiegel van de camper moet zijn ontstaan op het terrein van [gedaagde partij] . Rechts langs de plek waar de camper op 19 juli 2016 stond geparkeerd, rijden de hele dag personenauto’s, bestelbusjes en vrachtauto’s van klanten en leveranciers van [gedaagde partij] af en aan. Als onweersproken gesteld staat vast dat de camper een hoogte heeft van ongeveer 2.90 meter. De spiegels bevinden zich op een hoogte van circa 1.80/1.90 meter. Een personenauto kan de spiegels dus niet raken. Dit leidt naar het oordeel van de kantonrechter tot de conclusie dat het zeer waarschijnlijk is dat de rechterbuitenspiegel is geraakt, en dus beschadigd, door een busje dan wel vrachtauto van een van de leveranciers van [gedaagde partij] . Welke leveranciers er op die bewuste middag langs de camper zijn gereden, is volgens [gedaagde partij] niet te achterhalen.

4.5.

De kantonrechter is van oordeel dat er in het onderhavige geval sprake is van bewaarneming als bedoeld in artikel 7:600 Burgerlijk Wetboek (BW). [eisende partij] heeft zijn camper in het kader van de reparatieopdracht aan [gedaagde partij] toevertrouwd, terwijl [gedaagde partij] de camper, na reparatie, aan [eisende partij] heeft teruggegeven. Uit die bewaarneming vloeien voor [gedaagde partij] als bewaarder een aantal verplichtingen voort. Zo dient [gedaagde partij] de zorg van een goed bewaarder in acht te nemen als bedoeld in artikel 7:602 Burgerlijk Wetboek (BW) en rust op haar ingevolge artikel 7:605 lid 4 BW de verplichting om de in bewaring gegeven zaak terug te geven in de staat waarin zij haar heeft ontvangen.

[gedaagde partij] heeft naar het oordeel van de kantonrechter aan deze laatste verplichting niet voldaan en is daarmee dus tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst.

Vervolgens dient te worden vastgesteld of [gedaagde partij] toerekenbaar tekort geschoten is in haar verplichting om de auto onbeschadigd terug te geven. Voor toekenning van schadevergoeding zoals door [eisende partij] gevorderd, is namelijk toerekenbaarheid vereist.

Daarvoor is van belang of [gedaagde partij] bij de bewaring de zorg van een goed bewaarnemer in acht heeft genomen. De concrete uitwerking van deze zorgplicht wordt bepaald door de omstandigheden van het geval.

4.6.

De kantonrechter gaat ervan uit dat de schade is veroorzaakt door een derde, naar alle waarschijnlijkheid een leverancier van [gedaagde partij] . Het incident heeft ’s middags plaatsgevonden, na 13.00 uur, in de buurt van de servicebalie van [gedaagde partij] .

[gedaagde partij] heeft ter comparitie verklaard dat elke werkplaatsbeweging plaatsvindt langs de plek waar de camper geparkeerd stond. Naar het oordeel van de kantonrechter was het derhalve voor [gedaagde partij] voorzienbaar dat de camper, die een aanzienlijke omvang heeft, op de bewuste plek risico liep om geraakt te worden door passerende voertuigen.

Het had daarom op de weg van [gedaagde partij] gelegen om de camper, die zich na het vertrek van [gedaagde partij] in zijn macht bevond, te verplaatsten naar een veiliger plek.

Naar het oordeel van de kantonrechter draagt [gedaagde partij] als professionele partij naar in het verkeer geldende opvatting het risico voor het geval er aan een auto die geparkeerd is op een dergelijke plek, schade ontstaat. De conclusie is dan ook dat [gedaagde partij] gehouden is de schade van [eisende partij] te vergoeden. Overeind blijft staan de mogelijkheid voor [gedaagde partij] om de schade te verhalen op de daadwerkelijke veroorzaker daarvan.

4.7.

[eisende partij] vordert in de eerste plaats kosten voor vervanging van de spiegel, die hij begroot op € 1.071,27. Hij heeft deze schadepost onderbouwd met een offerte van de firma Camper & Caravanschade te Budel. In het offertebedrag zijn kosten voor de onderdelen en voor de- en montage van de spiegel begrepen.

[gedaagde partij] betwijfelt of de complete spiegel vervangen zou moeten worden. Daarnaast vraagt zij zich af in hoeverre [eisende partij] voornemens is de spiegel in zijn geheel te laten vervangen.

4.8.

De kantonrechter stelt voorop dat het [gedaagde partij] kwalijk valt te nemen dat zij, voorafgaand aan de (provisorische) reparatie van de spiegel, geen contact heeft opgenomen met [eisende partij] . Deze handelwijze is naar het oordeel van de kantonrechter zeer ongebruikelijk in de autobranche. Had [gedaagde partij] dit wel gedaan, dan had er wellicht in samenspraak met [eisende partij] naar een voor beide partijen passende oplossing kunnen worden gezocht.

4.9.

Ingevolge artikel 6:97 BW dient de rechter de schade te begroten op de wijze die het meest met de aard ervan in overeenstemming is. In gevallen van zaaksbeschadiging is uitgangspunt dat de eigenaar van de beschadigde zaak een nadeel in zijn vermogen lijdt dat gelijk is aan de waardevermindering die de zaak heeft ondergaan. Volgens vaste rechtspraak zal het geldbedrag waarin deze waardevermindering kan worden uitgedrukt in het algemeen gelijk zijn aan de - naar objectieve maatstaven berekende - kosten die met het herstel zijn gemoeid. De aard van zodanige schade rechtvaardigt dat de rechter bij het begroten daarvan in beginsel abstraheert van omstandigheden die de bijzondere situatie van de benadeelde eigenaar betreffen.

4.10.

In het geval van schade aan een auto is het in de desbetreffende branche gebruikelijk om schade te berekenen door het hanteren van een forfaitair schadecalculatiesysteem, waarbij geen rekening wordt gehouden met de omstandigheden van het concrete geval. [eisende partij] baseert zijn vordering echter niet op een forfaitair systeem, maar op volledige vervanging van de spiegel door een nieuw exemplaar.

Ter gelegenheid van de comparitie van partijen heeft [gedaagde partij] aangegeven hoe de spiegel volgens haar gerepareerd zou kunnen worden zonder dat over hoeft te worden gegaan tot volledige vervanging. Het spiegelhuis zou gerepareerd en gespoten kunnen worden, en het glas zou kunnen worden vervangen. [gedaagde partij] heeft daarbij bedragen genoemd, maar heeft deze niet met nadere stukken onderbouwd. Bovendien is niet duidelijk of de door [gedaagde partij] genoemde bedragen passen in een binnen de branche gehanteerd schadecalculatiesysteem.

In het onderhavige geval ziet de kantonrechter daarom aanleiding af te wijken van het uitgangspunt dat bij beschadiging van een auto een abstracte schadeberekening dient te worden gemaakt. Gelet op de omstandigheid dat de camper op het moment van de schade slechts twee jaar oud was, [gedaagde partij] zich bij het ophalen van de camper plotseling geconfronteerd zag met schade en een provisorisch gerepareerde spiegel, terwijl ook de spiegelverwarming defect was geraakt, zal de kantonrechter de schade van [eisende partij] begroten op het bedrag van de offerte, te weten op een bedrag van € 1.071,27.

4.11.

[eisende partij] vordert verder vergoeding van € 85,00 in verband met twee bezoeken aan de reparateur. Dit bedrag is als volgt samengesteld: 2 retourritten naar de reparateur à 80 km x

€ 0,19 plus 3 rij-uren eigen tijd à € 25,00 per uur. [eisende partij] heeft tijdens de comparitie aangegeven dat zijn camper staat gestald tussen Nederweert en Someren. De reparateur is gevestigd in Budel. Hij heeft de reparateur reeds eenmaal bezocht. De tweede retourrit zal voor de daadwerkelijke reparatie gemaakt gaan worden.

[gedaagde partij] acht de door [eisende partij] opgevoerde kosten onrealistisch.

De kantonrechter acht de door [eisende partij] gevorderde kilometervergoeding voldoende onderbouwd en toewijsbaar. Dit komt neer op een bedrag van € 15,20. De urendeclaratie van [eisende partij] zal bij gebreke van een nadere onderbouwing worden afgewezen.

4.12.

Toewijsbaar is een totale hoofdsom van € 1.086,47, te vermeerderen met de daarover gevorderde wettelijke rente.

[eisende partij] maakt verder aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. De kantonrechter stelt verder vast dat [eisende partij] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht.

De buitengerechtelijke incassokosten zullen worden toegewezen tot een bedrag van

€ 197,19, het wettelijke tarief dat hoort bij het aan hoofdsom toegewezen bedrag.

4.13.

De kantonrechter acht geen termen aanwezig [gedaagde partij] toe te laten tot nadere bewijslevering.

4.14.

[gedaagde partij] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [eisende partij] worden begroot op:

  • -

    dagvaarding € 103,10

  • -

    griffierecht 223,00

  • -

    salaris gemachtigde 300,00 (2 x tarief € 150,00)

totaal € 626,10

4.15.

De gevorderde rente over de proceskosten zal worden toegewezen met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis.

4.16.

De gevorderde nakosten zullen worden toegewezen overeenkomstig de richtlijnen van het LOVCK en worden begroot op een half salarispunt conform het liquidatietarief proceskosten met een maximum van € 100,00 aan nakostensalaris.

4.17.

De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde partij] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eisende partij] te betalen een bedrag van € 1.283,66, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.086,47 vanaf 19 juli 2016 tot aan de voldoening,

5.2.

veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten aan de zijde van [eisende partij] gevallen en tot op heden begroot op € 626,10, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.3.

veroordeelt [gedaagde partij] onder de voorwaarde dat deze niet binnen 2 weken na aanschrijving door [eisende partij] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 75,00 aan salaris gemachtigde,

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Rijksen en in het openbaar uitgesproken.

type: em

coll: