Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:9671

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
05-10-2017
Datum publicatie
05-10-2017
Zaaknummer
03/659066-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Medeplegen ladingdiefstal. Gevangenisstraf van 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Taakstraf van 180 uur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/659066-17

Tegenspraak (gemachtigde raadsman)

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 5 oktober 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland.

De verdachte wordt bijgestaan door mr. R.M.J. van den Boom, advocaat kantoorhoudende te Eindhoven.

Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 21 september 2017. De verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: samen met anderen een ladingdiefstal heeft gepleegd;

feit 2: kentekenplaten heeft geheeld.

De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het medeplegen van de ladingdiefstal (het onder 1 ten laste gelegde) alsmede de heling van de kentekenplaten (het onder 2 ten laste gelegde) worden bewezenverklaard. Daartoe heeft zij ten aanzien van het bewijs van de ladingdiefstal verwezen naar (i) de aangifte, (ii) de camerabeelden waarop te zien is dat een busje bij de vrachtwagen wordt geparkeerd alsmede dat er dozen uit de vrachtwagen worden geladen, (iii) de bevindingen van de verbalisanten die ter plaatse vier mannen in/bij een Mercedes busje zien en (iv) het gegeven dat de goederen die in het Mercedes busje zijn aangetroffen overeenkomen met de weggenomen lading uit de vrachtwagen. Verdachte wordt aangehouden als de bestuurder van de Mercedes Sprinter. Verdachte wil geen verklaring geven voor zijn aanwezigheid ter plaatse, terwijl de omstandigheden om een verklaring vragen.

Ten aanzien van de heling van de kentekenplaten heeft de officier van justitie aangevoerd dat verdachte als bestuurder met de bedrijfsauto van zijn vader heeft gereden, terwijl daarop gestolen kentekenplaten met elastieken waren bevestigd. Verdachte heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan opzetheling.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de ladingdiefstal, wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor het medeplegen door verdachte.

Daartoe heeft de raadsman – zakelijk weergegeven – aangevoerd dat volgens de jurisprudentie van de Hoge Raad slechts sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking - en daarmee medeplegen - indien er sprake is van een bijdrage van voldoende gewicht. Duidelijk moet dus zijn wie welke rol heeft gehad. Hier is dat niet het geval. Uit de camerabeelden is slechts af te leiden dat er twee personen betrokken zijn bij het wegnemen van de lading uit de vrachtwagen, terwijl er vier personen door de verbalisanten te plaatse worden gezien. Het is onduidelijk wat ieders rol is geweest. Bovendien valt niet uit te sluiten dat sprake is geweest van een rol als medeplichtige, hetgeen niet is tenlastegelegd. Met betrekking tot verdachte blijkt enkel uit het dossier dat hij achter het stuur heeft gezeten van de Mercedes bus. Dat is onvoldoende om te komen tot de voor medeplegen vereiste gezamenlijke uitvoering dan wel bijdrage van voldoende gewicht, zodat verdachte van dit feit dient te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van de heling van de kentekenplaten heeft de raadsman eveneens bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken, wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs dat verdachte deze kentekenplaten voorhanden heeft gehad alsmede dat hij wist dat deze van een misdrijf afkomstig waren.

Het oordeel van de rechtbank 1

Bewijsmiddelen

[naam aangever 1] heeft, mede namens de bedrijven Ou Irjako en Sirowa uit Estland, aangifte gedaan van ladingdiefstal. Aangever heeft verklaard dat hij zijn vrachtwagen met oplegger voorzien van het Estlands kenteken [kenteken 1] (eigendom van Ou Irjako) op 23 februari 2017 omstreeks 17.00 uur had geparkeerd op het Schoorgras te Beringe. Op dat moment waren de vrachtwagen en oplegger nog intact en onbeschadigd. De oplegger was geladen met vijf pallets vol cosmeticaproducten (eigendom van Sirowa). Omstreeks 22.00 uur is aangever gaan slapen. Hij werd omstreeks 01.00 uur wakker gemaakt door de politie. Hij zag dat in de zijkant van de oplegger een groot gat was gesneden in het dekzeil. Dit gat zat aan de zijde van het hekwerk. Het dekzeil was op meerdere plekken gesneden. In de oplegger lag een mes naast de pallet die opengesneden was. Het plastic van de lading was losgesneden en er waren diverse doosjes met parfumartikelen van de pallet weggenomen.2

Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] kregen op 23 februari 2017 omstreeks 23.50 uur de melding om te gaan naar het Schoorgras te Beringe, nabij het aldaar gelegen bedrijf DHL. Vanuit DHL was middels camera’s gezien dat er een diefstal plaatsvond uit een aldaar geparkeerde trekker met oplegger. Er werd gezien dat één persoon in de auto, zijnde een bedrijfsauto, klaar zat en dat een andere persoon goederen vanuit de oplegger haalde en deze in de bedrijfsauto, een soort Vito-bestelbus, deed. Verbalisanten gingen ter plaatse en hoorden onderweg dat de melder zag dat de bestelbus ging rijden in de richting van Meijel. Verbalisanten reden vervolgens het industrieterrein op en zagen een lichtkleurige bestelauto in hun richting komen rijden. Zij lieten het voertuig stoppen. Toen deze op twee meter afstand van hun auto tot stilstand kwam, zagen verbalisanten dat er vanuit de bestelauto, via het bijrijdersportier, drie mannen de auto verlieten en het op een rennen zetten. Eén van de mannen wist te ontkomen door over een ijzeren poort te klimmen. De bestuurder van de bestelbus zat nog in de auto en werd aangehouden. De tweede verdachte sprong over een tuinhek en rende weg richting het industrieterrein. Hij stopte op aanroepen van verbalisant [verbalisant 2] en werd aangehouden. De derde verdachte rende weg richting het industrieterrein en kwam in botsing met het dienstvoertuig van collega verbalisanten. Ook hij werd aangehouden. Verbalisanten hebben voorts geconstateerd dat op de bestelbus middels elastieken twee kentekenplaten met het kenteken [kenteken 2] waren bevestigd, die niet thuishoorden op de betreffende bestelbus. Verbalisant [verbalisant 1] zag vervolgens dat het zeil van de oplegger met het Estlandse kenteken [kenteken 1] aan de rechterzijde op diverse plaatsen was ingesneden. Aan de rechter voorzijde van de oplegger was een gat gecreëerd van 100 bij 100 centimeter. Ter hoogte van dit gat was een pallet met kleinere kartonnen verpakkingen leeggehaald.3

Verbalisant [verbalisant 3] heeft de camerabeelden afkomstig van DHL bekeken. Hij relateert daarover dat hierop is te zien dat er op 23 februari 2017 omstreeks 23:41 uur4 een gesloten busje parkeerde tussen twee geparkeerde vrachtwagens. De verlichting werd vervolgens uitgeschakeld. Voorts is te zien dat de tweede vrachtwagen van achteren werd betreden en men van binnenuit het zeil aan de rechterzijde van de vrachtwagen opensneed. Vervolgens werden er goederen vanuit de vrachtwagen door het gat in het zeil naar buiten toe aangegeven. Na inzoomen werd gezien dat er dozen vanuit de vrachtwagen geladen werden, buiten werden aangepakt en in het busje werden geladen.5

In de laadruimte van de inbeslaggenomen betreffende Mercedes Sprinter worden op 24 februari 2017 omstreeks 15:50 uur meerdere dozen van verschillende formaten aangetroffen. Een aantal dozen waren geopend en onlogisch opengesneden.6 De dozen waren qua vorm en kleur en andere zichtbare kenmerken gelijk aan de dozen welke in de oplegger waren achtergebleven. 7

Het dossier bevat tevens de aangifte van [naam aangever 2] , mede namens Athlon Car Lease betreffende de diefstal van de voor- en achter-kentekenplaten [kenteken 2] tussen 23 februari 2017 17.00 uur en 26 februari 2017 09.00 uur te Geldrop.8

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat de Mercedes Sprinter toebehoort aan zijn vader, maar dat verdachte deze altijd onder zich heeft. Het betreft een koelauto. Op 23 februari 2017 is verdachte vanaf 15.00 uur met de betreffende bestelbus gaan rijden. Verdachte heeft verklaard op het industrieterrein in de auto te zijn blijven zitten als bestuurder.9

Overwegingen

Ladingdiefstal

Uit de gebezigde bewijsmiddelen blijken de navolgende feiten en omstandigheden:

  • -

    de onderhavige ladingdiefstal is gepleegd in de nacht van 23 op 24 februari 2017 omstreeks 23.50 uur, uit een op het Schoorgras te Beringe geparkeerde vrachtauto (trekker met oplegger);

  • -

    bij de diefstal zijn een aantal dozen met parfumartikelen weggenomen;

  • -

    op de camerabeelden is te zien dat een lichtkleurige gesloten bestelbus parkeert achter de oplegger, dat de oplegger wordt betreden en dat vervolgens de dozen van binnenuit de oplegger door een gat in het dekzeil werden uitgeladen en door een andere persoon in de bestelbus werden geladen;

  • -

    ter plaatse wordt een Mercedes Sprinter koelwagen met het gestolen kenteken [kenteken 2] staande gehouden waarin zich vier personen bevinden;

  • -

    de verdachte blijft in de bestelbus zitten als de bestuurder en wordt aangehouden;

  • -

    drie andere mannen verlaten de bestelbus via het bijrijdersportier en vluchten weg, twee daarvan worden ter plaatse nog aangehouden.

  • -

    in de laadruimte van de betreffende Mercedes Sprinter worden dozen afkomstig uit de oplegger aangetroffen.

Gelet op voormelde feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte en de drie medeverdachten betrokken zijn geweest bij de ladingdiefstal. Allen zijn bij de diefstal aanwezig geweest. Verdachte heeft de bij de diefstal gebruikte Mercedes Sprinter bestuurd. De Mercedes Sprinter was ook van verdachte. Voorts kan gelet op de camerabeelden worden vastgesteld dat tenminste twee van de verdachten dozen uit de oplegger in de bestelbus hebben geladen.

In vereniging

De conclusie dat de ladingdiefstal door verdachte en zijn medeverdachten in vereniging is gepleegd is slechts dan gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. De rechtbank is met de raadsman van oordeel dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten biedt om precies vast te stellen wat de rol is geweest van elk der verdachten bij deze ladingdiefstal. Het feit dat niet precies duidelijk is geworden wat ieders rol is geweest bij de diefstal, staat echter niet aan een bewezen-verklaring van het ‘tezamen en in vereniging plegen’ van de ladingsdiefstal in de weg. Op basis van de vastgestelde feiten en omstandigheden moet worden geconcludeerd dat het in deze zaak immers naar het zich laat aanzien gaat om een gezamenlijke uitvoering van het delict, waarbij het op grond van hetgeen wel bekend is over de uitvoering van het delict moeilijk denkbaar is dat de bijdrage van een van de verdachten zich heeft beperkt tot handelingen die met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht). Verdachte heeft omtrent de hem belastende omstandigheden ook geen verklaring afgelegd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat zijn aandeel van onvoldoende gewicht is geweest om van medeplegen c.q. in verenging plegen van het delict te kunnen spreken.

Anders dan de raadsman, is de rechtbank dan ook van oordeel dat voornoemde feiten en omstandigheden voldoende zijn om te kunnen aannemen dat de bijdrage van verdachte aan de ladingdiefstal van voldoende gewicht is om van medeplegen c.q. in vereniging plegen te kunnen spreken.10

Heling

Voorts stelt de rechtbank op basis van bovenstaande bewijsmiddelen vast dat verdachte op 23 februari 2017 vanaf 15.00 uur in de Mercedes Sprinter heeft gereden. Tussen 23 februari 2017 17.00 uur en 26 februari 2017 09.00 uur zijn de kentekenplaten [kenteken 2] in Geldrop gestolen. Op 23 februari 2017 omstreeks 23.50 uur wordt verdachte in Beringe als bestuurder aangetroffen in de Mercedes Sprinter met de - middels elastieken bevestigde - gestolen kentekenplaten.

Verdachte heeft de kentekenplaten voorhanden gehad. Deze zaten immers op de door hem bestuurde auto. Op grond van de omstandigheden dat (i) verdachte in de Mercedes Sprinter heeft gereden vanaf 15.00 uur, terwijl de kentekenplaten op zijn vroegst om 17.00 uur zijn weggenomen, en dat (ii) vervolgens met gebruikmaking van de Mercedes Sprinter met daarop de gestolen kentekenplaten door verdachte en zijn medeverdachten een ladingdiefstal is gepleegd, is de rechtbank van oordeel dat verdachte heeft geweten dat hij de platen voorhanden heeft gehad en dat deze afkomstig waren uit enig misdrijf. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat kentekenplaten geen reguliere handelswaar betreffen en verdachte in gebreke is gebleven een aannemelijke verklaring omtrent een (mogelijke) rechtmatige verkrijging van de kentekenplaten te geven.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte

1.

in de periode van 23 februari 2017 tot en met 24 februari 2017 in de gemeente Peel en Maas tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een vrachtwagen (toebehorende aan Ou Irjako) heeft weggenomen parfumartikelen toebehorende aan Sirowa, waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak;

2.

in de periode van 23 februari 2017 tot en met 24 februari 2017 in de gemeente Peel en Maas, goederen, te weten kentekenplaten heeft voorhanden gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die goederen wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

feit 1: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot het plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

feit 2: opzetheling.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

De straf

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met aftrek ex artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft in het kader van de strafoplegging, gelet op het geringe strafblad van verdachte en onder verwijzing naar het arrest van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch d.d. 7 juli 2017 (ECLI:NL:GHSHE:2017:3151), verzocht te volstaan met een taakstraf.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het plegen van een ladingdiefstal, waarbij in het holst van de nacht uit de oplegger van een vrachtwagen die op een industrieterrein stond geparkeerd, een hoeveelheid parfumartikelen is buitgemaakt. Daarbij heeft verdachte bewust gestolen kentekenplaten voorhanden gehad.

Ladingdiefstallen vormen in het algemeen voor de transportsector een ernstige bron van schade; niet alleen in de vorm van directe, materiële schade, maar ook als gevolg van verhoogde verzekeringspremies en de noodzaak tot het nemen van steeds verdergaande maatregelen ter voorkoming van deze vorm van criminaliteit. Dergelijke feiten verstoren de rechtsorde en brengen in de maatschappij gevoelens van onrust en ergernis naar boven. Tevens veroorzaakt dit soort handelen gevoelens van angst bij de chauffeurs die in de cabine van hun vrachtwagen slapen. Ook bij deze diefstal lag de chauffeur te slapen in de cabine.

De verdachte heeft zich van dat alles kennelijk geen enkele rekenschap gegeven en heeft slechts gehandeld met het oog op eigen financieel gewin. Uit het handelen van verdachte spreekt bovendien minachting voor andermans goederen.

Met betrekking tot de strafoplegging zijn binnen de zittende magistratuur ten aanzien van ladingdiefstallen oriëntatiepunten ontwikkeld, dienende als hulpmiddel voor een consistent rechterlijk straftoemetingsbeleid (LOVS-oriëntatiepunten). Genoemde oriëntatiepunten geven ten aanzien van een ladingdiefstal als uitgangspunt een gevangenisstraf van drie maanden. De eis van de officier van justitie sluit daarbij aan.

De rechtbank acht geen omstandigheden aanwezig om van dit uitgangspunt af te wijken. In het feit dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten met politie en justitie in aanraking is geweest en het feit dat verdachte werkzaam is, ziet de rechtbank evenwel aanleiding verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen maar een taakstraf voor de duur van 180 uur, subsidiair 90 dagen hechtenis. Gelet op de bewezenverklaarde opzetheling, acht de rechtbank daarnaast nog een gevangenisstraf van één maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar passend en geboden.

De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 311, 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een taakstraf voor de duur van 180 uren;

  • -

    beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 90 dagen;

- beveelt dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze taakstraf in mindering zal worden gebracht, naar rato van twee uren per dag;

  • -

    veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 1 maand voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren;

  • -

    bepaalt dat de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.C.A. Wilschut, voorzitter, mr. A.K. Kleine en

mr. C. Wapenaar, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.M.E. de Beukelaer, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 5 oktober 2017.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 23 februari 2017 tot en met 24 februari 2017 in de gemeente Peel en Maas, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een vrachtwagen (toebehorende aan [naam aangever 1] en/of Ou Irjako) heeft weggenomen parfumartikelen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Sirowa, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

2.

hij in of omstreeks de periode van 23 februari 2017 tot en met 24 februari 2017 in de gemeente Peel en Maas, althans in Nederland, een goed(eren), te weten (een) ketekenpla(a)t(en) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit/die goed(eren) wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van de Landelijke Eenheid, Dienst infrastructuur, Afdeling Opsporing Zuid-Oost, proces-verbaalnummer PL2600-2017013782, gesloten d.d. 6 april 2017, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 257.

2 Proces-verbaal van aangifte d.d. 24 februari 2017, pagina 138-140.

3 Proces-verbaal van bevindingen d.d.24 februari 2017, pagina 249-251.

4 Foto 4 bij het proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 maart 2017, pagina 240, waarvan verbalisant op p. 237 aangeeft dat de tijd lijkt voor te lopen op de werkelijkheid.

5 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 maart 2017, pagina 237-238.

6 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 februari 2017, pagina 216-218.

7 Aanvullend proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 augustus 2017.

8 Proces-verbaal van aangifte d.d. 27 februari 2017, pagina 142-143.

9 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 2 maart 2017, pagina 174-175.

10 Vgl. Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1020, ro. 2.4.1. en 2.4.2.