Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:9532

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
03-10-2017
Datum publicatie
03-10-2017
Zaaknummer
03/700231-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Medeplegen van het bewerken/verwerken van hennep. Hennepknipperij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/700231-15

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 3 oktober 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

wonende te [adresgegevens verdachte] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. A.A.Th.X. Vonken, advocaat, kantoorhoudende te Maastricht.

Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 19 september 2017. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte al dan niet samen met anderen hennep heeft geteeld, bereid, bewerkt en/of verwerkt dan wel opzettelijk aanwezig heeft gehad.

De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte samen met de medeverdachten hennep heeft bewerkt/verwerkt door deze te knippen. Verbalisant [verbalisant 1] zag dat de verdachte en zijn medeverdachten (met uitzondering van [medeverdachte 1] ) uit de knipruimte kwamen op het moment dat de voordeur door medeverdachte [medeverdachte 1] werd geopend. De verdachte en zijn medeverdachten hadden allen vuile handen. De verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] roken sterk naar hennep en [medeverdachte 2] had daarnaast nog resten van hennep op zijn kleding zitten.

De officier van justitie baseert zich op het door verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 1] opgemaakte proces-verbaal van bevindingen, de foto’s die als bijlage bij het aanvullend proces-verbaal verzoek OM zijn gevoegd, de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] , het aantreffen van de geldbedragen in de woning en in de door medeverdachte [medeverdachte 3] gehuurde auto, alsmede de twee processen-verbaal van bevindingen van de verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] .

Het standpunt van de verdediging

De raadsman bepleit vrijspraak. Hij stelt zich op het standpunt dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is om de verdachte te veroordelen voor het medeplegen van het bewerken en/of verwerken van hennep. De enkele aanwezigheid van verdachte in de woning zegt niets over zijn betrokkenheid bij het tenlastegelegde strafbare feit.

De raadsman stelt dat er geen sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking en verwijst daarbij naar de jurisprudentie vanaf 2014 omtrent de deelnemingsvorm medeplegen. Daarnaast heeft de verdachte de hennep niet opzettelijk aanwezig gehad. Het enkele feit dat de verdachte in de keuken van de woning was, betekent namelijk niet dat de hennep zich in zijn machtssfeer bevond.

De raadsman betwist de verklaring van verbalisant [verbalisant 1] gerelateerd in het proces-verbaal van bevindingen dat hij, direct nadat de voordeur wordt geopend, een aantal personen uit de knipruimte ziet komen. De raadsman acht het namelijk ongeloofwaardig dat deze personen pas uit de knipruimte komen op het moment dat de deur wordt geopend. Zij moeten hebben geweten dat de politie al enige tijd, zo’n 45 minuten, rondom de woning liep. De raadsman stelt dat de verdachte een redelijke verklaring heeft afgelegd over zijn aanwezigheid in de woning, die niet wordt tegengesproken door het bewijs. Hij is alleen in de keuken geweest. Daar lagen ook zijn autosleutels. Dat verdachte naar hennep rook, is niet vreemd, nu verbalisanten relateren dat de hennepgeur zelfs buiten te ruiken was. De geur kan in de kleding of huid zijn getrokken toen verdachte in de keuken was. Verdachte had voorts geen vuile handen, zoals door verbalisant wordt gerelateerd.

Het oordeel van de rechtbank 1

Op 11 mei 2015 om 17:36 uur ontving de politie een anonieme melding. De melder gaf aan dat hij op het adres [adres] te [plaats] drie mannen zakken met aarde zag inladen in een wit busje en in een grijze Ford Mondeo. Ook was er een sterke hennepgeur te ruiken. Naar aanleiding van deze melding hebben de verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 1] diezelfde dag om 17:44 uur een onderzoek rondom de woning [adres] [plaats] ingesteld. Zij roken aan de achterzijde van de woning de hun ambtshalve bekende geur van hennep. Ook zagen zij dat dat de achterzijde van de woning hermetisch afgesloten was en hoorden zij een mechanisch brommend geluid gelijkend op een in werking zijnde afzuiging.

Op het aanbellen en aankloppen van de verbalisanten werd niet gereageerd, waarna met een machtiging tot binnentreden is geprobeerd om via de voordeur toegang tot de woning te verkrijgen. Toen de daarvoor ingeschakelde slotenmaker er niet in slaagde om de voordeur te openen, heeft deze in opdracht van verbalisant [verbalisant 1] een ruit aan de linkerzijde van de woning op de begane grond ingeslagen om toegang tot de woning te verkrijgen.

Meteen na het inslaan van de ruit hoorde [verbalisant 1] stemmen in de woning en na sommatie om de voordeur te openen, zag [verbalisant 1] dat de voordeur werd geopend door een vrouw. Dit bleek hoofdbewoonster [medeverdachte 1] , medeverdachte, te zijn. [verbalisant 1] kon vanuit de deuropening zien dat achter de vrouw een aantal personen kwam uit een kamer, gelegen direct naast de trap op de begane grond. Toen [verbalisant 1] medeverdachte [medeverdachte 1] de hand schudde, voelde hij dat haar handen plakkerig waren en zag hij dat ze vervuild waren. Ook zag hij dat alle andere personen die uit de woning kwamen, te weten de verdachte en medeverdachten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] , vuile handen hadden.2 Daarnaast constateerde verbalisant [verbalisant 4] dat de kleding van de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 2] sterk rook naar de hem ambtshalve bekende geur van hennep en dat op de kleding van medeverdachte [medeverdachte 2] tevens resten van hennepplanten zaten.3

Na het betreden van de woning, omstreeks 18:32 uur, roken de verbalisanten een zeer sterke hennepgeur. Bij het betreden van de kamer, op de begane grond naast de trap, zag [verbalisant 1] een ruimte waar hennep was geknipt. In deze ruimte lagen diverse geopende sealbags met hennep en een lege bigshopper. Diezelfde bigshoppers werden ook aangetroffen in de gang van de woning, maar ditmaal gevuld met sealbags met daarin hennep.4 Na weging bleken de bigshoppers bruto 57,98 kilogram aan natte henneptoppen te bevatten.5 Verder werden in diezelfde kamer op de begane grond een weegschaal, een hennepcutter, een koolstoffilter en een geldbedrag van € 25.000,00 aangetroffen en in beslag genomen.6 In het dossier bevinden zich voorts foto’s van deze knipruimte, waaronder een foto waarop te zien is dat er een zeil op de grond ligt met daarop plantenresten.7 Op een andere foto is een zogenoemde cannacutter (hennepcutter) afgebeeld. Ter terechtzitting heeft de rechtbank vastgesteld dat op die foto is te zien dat er (resten van) blaadjes in die cannacutter zitten.8

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft bij de politie verklaard dat zij één van de mannen, die samen met haar zijn aangehouden, de vrijdag voorafgaand aan de aanhouding op straat tegenkwam. Die man heeft haar toen gevraagd of zij voor korte tijd hennep kon bewaren. Zij spraken af dat de hennep op maandag zou worden gebracht.9

Gelet op het bovenstaande stelt de rechtbank het volgende vast.

In de woning aan het [adres] te [plaats] zijn op 11 mei 2015 vijf personen aangetroffen, onder wie verdachte. In de kamer op de begane grond vindt de politie een ruimte waarin hennep werd geknipt. Een aantal personen kwam op het moment dat verbalisant [verbalisant 1] voor de door medeverdachte [medeverdachte 1] geopende voordeur stond uit deze ruimte gelopen. De politie trof in die knipruimte onder andere een weegschaal en een cannacutter met daarin plantenresten aan. Er was dus van alles in de woning aanwezig om hennep te be- en verwerken. Ook lag in de knipruimte een zeil op de grond met daarop plantenresten. In de gang van de woning stonden bigshoppers gevuld met in totaal ongeveer 57,98 kilogram hennep. De medeverdachten hadden allen vuile handen, verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] roken sterk naar hennep, [medeverdachte 2] had tevens resten van hennep op zijn kleding en medeverdachte [medeverdachte 1] had behalve vuile ook plakkerige handen. De rechtbank beschouwt het als een feit van algemene bekendheid dat bij de verwerking van henneptoppen een plakkerige substantie vrijkomt die makkelijk aan handen die met die toppen in aanraking komen, blijft kleven.

Al het voorgaande, in onderlinge samenhang beschouwd, maakt dat de rechtbank van oordeel is dat verdachte samen met zijn vier medeverdachten ongeveer 57,98 kilogram hennep heeft bewerkt en/of verwerkt door deze te knippen.

De rechtbank volgt bij dit alles het door verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 1] opgemaakte proces-verbaal van bevindingen en niet de van dit proces-verbaal op punten afwijkende verklaring die [verbalisant 1] als getuige ter terechtzitting heeft afgelegd. Het proces-verbaal is namelijk op ambtseed en op de dag van binnentreding opgemaakt. De rechtbank ziet, gelet daarop, geen enkele aanleiding om aan te nemen dat de verbalisant toen niet naar waarheid heeft gerelateerd. Bovendien heeft [verbalisant 1] ter terechtzitting verklaard dat hij het proces-verbaal van bevindingen voorafgaand aan het getuigenverhoor niet meer heeft nagelezen en dat hij zich de gang van zaken niet meer precies kan herinneren. De rechtbank acht het dan ook voorstelbaar dat [verbalisant 1] in zijn getuigenverklaring op sommige punten een van het proces-verbaal van bevindingen afwijkende verklaring heeft afgelegd.

De verdachte heeft verklaard enkel in de keuken op de eerste verdieping en niet in de knipruimte op de begane grond te zijn geweest. Dat hij vuile handen had, zoals door verbalisant [verbalisant 1] werd gerelateerd, kan volgens hem niet kloppen. Dan hadden immers op het politiebureau geen vingerafdrukken van hem kunnen worden genomen. De rechtbank verwerpt dit verweer. Dat van zijn vingertoppen vingerafdrukken konden worden genomen laat volgens de rechtbank onverlet dat zijn handen vuil waren. De rechtbank gaat er overigens wel van uit dat verdachte ook in de keuken op de eerste verdieping is geweest, nu daar de sleutels van de door hem gehuurde bus werden aangetroffen. Dat sluit zijn betrokkenheid bij het be- en verwerken van de hennep echter niet uit.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

op 11 mei 2015 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk heeft bewerkt en/of verwerkt in een woning aan het [adres] te [plaats] ongeveer 57,98 kilogram hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

De straf

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een taakstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen vervangende hechtenis en met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten. Daarbij vordert hij een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met een proeftijd van twee jaren. Hij heeft rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair vrijspraak bepleit. Voor het geval de rechtbank toch tot een bewezenverklaring mocht komen, verzoekt de raadsman bij de berekening van de straf rekening te houden met een uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 5 juli 2010 (ECLI:NL:GHSHE:2010:BN1460) waarin het gewicht van de aangetroffen natte henneptoppen is omgerekend naar droge hennep en vervolgens is omgerekend naar een hoeveelheid hennepplanten. Met die hoeveelheid hennepplanten kan vervolgens voor de straf aansluiting worden gezocht bij de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. De raadsman verzoekt verder rekening te houden met de termijnoverschrijding en met het feit dat de veroordelingen op verdachtes strafblad niet relevant zijn. De raadsman acht een taakstraf passend, maar vindt een matiging van het door de officier van justitie geëiste aantal uren op zijn plaats.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft samen met anderen bijna 58 kilogram hennep geknipt. Volgens de rechtbank was hierbij sprake van een keten van professionele hennepteelt en -verwerking. In de woning waar verdachte werd aangetroffen was, gelet op de inrichting van de ruimte (een zeil op de grond, een koolstoffilter om vieze lucht te dempen) en de daarin aanwezige apparatuur (een cannacutter, een weegschaal), een professionele en bedrijfsmatige hennepknipperij opgezet. In de woning werd enkel een hennepknipperij aangetroffen. Dat betekent dat de hennep op een andere plaats moet zijn geteeld. Het verspreiden van het productieproces over diverse plaatsen getuigt van een zekere fabrieksmatige verwerking en daarmee van een zekere professionaliteit. Die professionaliteit doet de rechtbank vrezen voor de toekomst.

Door hennep te knippen heeft verdachte een aandeel geleverd in de handel in softdrugs. Hennep bevat de voor de volksgezondheid schadelijke stof THC en deze stof is daarom door de wetgever op de bij de Opiumwet behorende lijst II geplaatst. Het is een feit van algemene bekendheid dat de handel in en het gebruik van verdovende middelen vaak gepaard gaat met verschillende vormen van (ernstige) criminaliteit, waardoor de samenleving schade wordt berokkend. Ook zijn met de handel in softdrugs veelal aanzienlijke financiële belangen gemoeid en worden -illegaal- vaak grote winsten behaald. Aan dergelijke handel medewerking verlenen, op welke wijze dan ook, is laakbaar en kan verdachte worden verweten.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf aansluiting gezocht bij een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 juli 2016 (ECLI:NL:GHARL:2016:5790). In die uitspraak is bepaald dat de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht ter zake van hennepteelt niet zien op incidenteel knipwerk in een hennepkwekerij, maar op het telen van hennepplanten. Gelet daarop is de rechtbank, anders dan de raadsman, van oordeel dat deze oriëntatiepunten niet als maatgevend voor de strafoplegging in de onderhavige zaak moeten worden beschouwd.

De rechtbank heeft gezien dat verdachtes recht op een openbare behandeling binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is geschonden. Gelet op de zeer beperkte overschrijding van ongeveer vier maanden is de rechtbank van oordeel dat zij kan volstaan met de enkele constatering hiervan.

Alles afwegende zal de rechtbank aan de verdachte een taakstraf opleggen van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis. Omdat de rechtbank wil voorkomen dat de verdachte nog een keer op het idee komt om hennep te knippen of een ander strafbaar feit te begaan, zal zij -als stok achter de deur- ook een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met een proeftijd van twee jaren opleggen.

De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 47 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van twee weken;

  • -

    bepaalt dat de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd van twee jaren zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit;

  • -

    veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 uren;

  • -

    beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 40 dagen;

- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze taakstraf in mindering zal worden gebracht, naar rato van twee uren per dag.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.F.J. Aalderink, voorzitter,

mr. dr. M.C.A.E. van Binnebeke en mr. M.B. Bax, rechters, in tegenwoordigheid van

mr. M.K. Klompe en mr. S. Schmeets, griffiers, en uitgesproken ter openbare zitting van

3 oktober 2017.

BIJLAGE: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 11 mei 2015 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een woning aan de [adres] te [plaats] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 57,98 kilogram hennep, althans een grote hoeveelheid hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, proces-verbaalnummer PL2300-2015087497, gesloten d.d. 5 juni 2015, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 210.

2 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 mei 2015, p. 16 en 17.

3 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 mei 2015, p. 158.

4 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 mei 2015, p. 16 en 17.

5 Kennisgeving van inbeslagneming d.d. 11 mei 2015, p. 33 en proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 12 mei 2015, p. 89.

6 Proces-verbaal van doorzoeking d.d. 11 mei 2015, p. 27.

7 Het geschrift, te weten een foto (foto 3), p. 29.

8 Waarneming van de rechtbank ter terechtzitting d.d. 19 september 2017 in combinatie met het geschrift, te weten een foto (foto 4), p. 29.

9 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 18 mei 2015, p. 198 en 199.