Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:9322

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
27-09-2017
Datum publicatie
29-09-2017
Zaaknummer
04 5718969
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiser vordert betaling van ruim € 9.000,00 van door hem ingeleverde Chinese postzegels bij gedaagde (postzegelhandelaar). Gedaagde wordt in de gelegenheid gesteld tegenbewijs te leveren van het voorshands afdoende bewezen feit dat de in kavel 1784 opgenomen Chinese zegels door eiser zijn ingeleverd. Gedaagde slaagt hier niet in en de vordering van eiser wordt toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 5718969 \ CV EXPL 17-1468

Vonnis van de kantonrechter van 27 september 2017

in de zaak van:

[eisende partij] ,

wonend te [woonplaats eisende partij] ,

eisende partij,

gemachtigde mr. D. Stikkelbroeck,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde partij] POSTZEGELVEILINGEN B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats gedaagde partij] ,

gedaagde partij,

gemachtigde mr. M.J.L. Versantvoort.

Partijen worden hierna aangeduid als [eisende partij] en [gedaagde partij]

1 De procedure

1.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 10 mei 2017

  • -

    de akten opgave verhinderdata van partijen

  • -

    de processen-verbaal van getuigenverhoor.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

De kantonrechter verwijst naar het tussenvonnis van 10 mei 2017 en volhardt bij de inhoud daarvan. In dat tussenvonnis is [gedaagde partij] toegelaten tegenbewijs te leveren van het voorshands afdoende bewezen feit dat de in kavel 1784 opgenomen Chinese zegels door [eisende partij] zijn ingeleverd.

2.2.

Ter uitvoering van voornoemde (tegen)bewijsopdracht heeft [gedaagde partij] drie getuigen doen horen. Partijen hebben afgezien van het nemen van conclusies na enquête. De getuigen hebben – kort samengevat – het volgende verklaard:

[getuige 1] , directeur van [gedaagde partij] :

De heer [getuige 1] verklaart dat hij de betreffende postzegels ongeveer een jaar voor de veiling in eigendom heeft verworven. Betaling aan de heer [A] heeft in termijnen plaatsgevonden. Verder heeft de heer [getuige 1] de gang van zaken uiteengezet bij een inzending van postzegels.

[getuige 2] , postzegelverzamelaar:

De heer [getuige 2] heeft verklaard dat hij zich de verzameling Chinese zegels, waar het in deze procedure over gaat, nog wel kan herinneren. [getuige 2] verklaart dat hij bij het verkavelen van een ingezonden postzegelverzameling altijd een brief aantreft waarop staat van wie de inzending afkomstig is. Hij bekijkt de verzameling en tracht de waarde te bepalen. Indien nodig wordt de inzending in kavels verdeeld. [getuige 2] verklaart niet te weten hoe kavel 1784 in de inzending van [eisende partij] is terecht gekomen en dat hij evenmin weet of de inzending van [eisende partij] naast de verzameling “ [A] ” op dezelfde tafels lagen. Hij weet echter wel dat hij per inzending werkt en dat het dus niet zo kan zijn dat hij uit verschillende inzendingen alle Chinazegels heeft gepakt om deze te beoordelen.

Na de verdeling plaatst iemand van de postzegelveiling de kavels in rekken of in dozen en administreert de ingedeelde kavels.

[getuige 3] :

Mevrouw [getuige 3] heeft verklaard dat de postzegelcollectie van haar echtgenoot voornamelijk bestond uit China, Nederland en Frankrijk en dat zij deze collectie nooit weg mocht doen, zolang haar man zou leven. Toen haar man ziek werd, wilde hij de verzameling verkopen en heeft hij contact opgenomen met de heer [getuige 1] . Deze heeft de collectie, inclusief China, gekocht en de koopprijs in maandelijkse termijnen betaalt.

Ik ben een leek op het gebied van postzegels. Hij heeft mij wel eens postzegels laten zien, maar ik heb er verder geen verstand van.

2.3.

In contra-enquête heeft [eisende partij] één getuige doen horen. Deze getuige, mevrouw [getuige 4] heeft als volgt - kort samengevat - verklaard:

Zij is met haar man naar de heer [getuige 1] gegaan. Laatstgenoemde heeft de postzegelcollectie, die haar man bij zich had, bekeken. Bij de verzameling zaten een aantal zegels uit China. Deze zegels vormden kavel 1784. Ter zitting is [getuige 4] een foto getoond van kavel 1784. [getuige 4] verklaart dat zij niet weet of dit de zegels zijn die haar man heeft ingeleverd.

2.4

Uit de getuigenverklaringen is het de kantonrechter duidelijk geworden hoe met de bij [gedaagde partij] binnengekomen postzegelverzamelingen wordt omgegaan. Iedere verzameling komt op een aparte tafel te liggen, voorzien van de naam van de inzender. Daarna wordt de inzending geïnventariseerd. Daarbij werkt [getuige 2] - die de inzending die nu in geschil is heeft geïnventariseerd - steeds per inzending. De mogelijkheid dat hij uit een andere inzending Chinazegels heeft gepakt en deze bij de verkeerde inzending heeft teruggelegd, moet dan ook uitgesloten worden geacht.

2.5

De getuigen [getuige 3] en [getuige 4] hebben beiden verklaard dat zij wel eens Chinazegels hebben gezien in de verzamelingen van hun respectievelijke echtgenoten. Beiden weten echter niet of de zegels die nu in het geding zijn deel uitmaakten van de verzamelingen van hun echtgenoten.

2.6

Enkel [getuige 1] heeft aangegeven zeker te weten dat de betreffende zegels door hem gekocht zijn van mw. [getuige 3] . Nu hij echter directeur en aandeelhouder is van [gedaagde partij] en wordt hij door de kantonrechter daarmee vereenzelvigd. Daarnaast vind zijn verklaring geen of onvoldoende steun in de overige verklaringen en bewijsmiddelen.

2.7.

Alles afwegende is de kantonrechter van oordeel dat [gedaagde partij] er niet in is geslaagd om tegenbewijs te leveren dan wel het voorshands bewezen geachte feit, dat de in kavel 1784 opgenomen Chinese zegels door [eisende partij] zijn ingeleverd, te ontzenuwen. Uit de inhoud van de getuigenverklaringen kan niet worden vastgesteld dat de betreffende zegels niet door [eisende partij] zijn ingeleverd dan wel dat deze door [getuige 1] of enige andere persoon zijn ingeleverd.

2.8.

Het voorgaande brengt met zich dat het verweer van [gedaagde partij] wordt verworpen en de vordering van [eisende partij] wordt toegewezen, zulks met inbegrip van de gevorderde rente en buitengerechtelijke incassokosten.

2.9.

[gedaagde partij] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [eisende partij] worden begroot op:

  • -

    dagvaarding € 97,31

  • -

    griffierecht 223,00

  • -

    salaris gemachtigde 1.050,00 ( 3,5 x tarief € 300,00)

totaal € 1.370,31

2.10.

De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

veroordeelt [gedaagde partij] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eisende partij] te betalen een bedrag van € 10.200,90, vermeerderd met de wettelijke rente over € 9.358,00 vanaf 21 november 2015 tot aan de voldoening,

3.2.

veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten aan de zijde van [eisende partij] gevallen en tot op heden begroot op € 1.370,31,

3.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A.J. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken.

type: PL

coll: em